In antwoord op mijn schriftelijke vraag van 4 september 2025, zei de schepen dat scholen, werkgevers en partners op drempels botsen bij de uitrol van duaal leren.
Sinds het verdwijnen van het deeltijds beroepsonderwijs en het inkantelen van duaal leren stellen we vast dat de omslag te traag gaat, en dat de inschrijvingen op vijf jaar tijd minstens maal vier zouden moeten gaan om de Vlaamse doelstellingen te halen.
Helaas zijn de hefbomen van lokale besturen om deze drempels weg te werken beperkt en zijn er bijsturingen nodig door de Vlaamse overheid.
Beste raadslid D'Hose, bedankt voor uw vraag.
Ten eerste wil ik graag even héél duidelijk onderstrepen wat u ook al benoemt in uw vraag: de uitrol van duaal leren is een Vlaamse beleidskeuze, met impact op onderwijs in onze stad. Duaal leren combineert leren op school met leren op de werkvloer. Die uitrol betekende ook een inkanteling van het “Stelsel Leren en Werken” in het nieuwe Duaal Leren, waaronder het Deeltijds Beroepssecundair Onderwijs en de Leertijd bij Syntra vielen. Die inkanteling is dit schooljaar voltooid: duaal leren is nu dus de enige optie voor leerlingen die leren op school én op de werkvloer willen combineren.
Ik neem vraag 1 en 2 even samen: u vraagt naar de drempels bij duaal leren en de impact ervan op de instroom. Eerst kort de cijfers: het aantal leerlingen in duaal leren groeit inderdaad (te) traag om de Vlaamse ambitie van 30.000 leerlingen te halen. Om een idee te geven: In Vlaanderen zaten vorig schooljaar 10.072 leerlingen in duale trajecten, waarvan 4.204 in de aanloopfase. In Gent waren vorig schooljaar 675 leerlingen ingeschreven in duaal leren, waarvan 409 in de aanloopfase. Let wel: leerlingen in de aanloopfase stromen niet allemaal door naar duaal leren zelf.
De verschillende partijen die betrokken zijn bij duaal leren – scholen, leerlingen, werkveld – signaleren drempels op verschillende vlakken: zowel voor scholen, leerlingen als voor werkgevers. Dat is niet enkel in Gent zo. Ik zal hier niet alle drempels opnoemen: ik verwijs bijvoorbeeld, o.a. naar de verschillende adviezen die de VLOR (Vlaamse Onderwijsraad) en de SERV (Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen) de afgelopen jaren uitbrachten.
Een eerste – en meteen ook een zeer grote – uitdaging is de onderwijsnood van de groep leerlingen die vroeger een plek vond in het Deeltijds Beroepsonderwijs. Vaak waren dit jongeren die na een woelig schooltraject in het deeltijds onderwijs terecht konden en daar flexibel ondersteund werden.
Duaal leren stelt hoge verwachtingen: leerlingen die willen instromen, moeten arbeidsrijp en arbeidsbereid zijn. Dat is voor veel leerlingen uit deze doelgroep niet het geval; duaal leren is voor hen daarom niet haalbaar. Zij komen terecht in de aanloopfase en heel wat van deze leerlingen zullen nooit doorstromen naar een duale richting. Veel van hen dreigen in het nieuwe kader uit de boot te vallen.
Ook scholen die duaal leren organiseren, botsen op aanzienlijke drempels. Zo wordt van hen verwacht dat ze een voltijds aanbod organiseren voor hun leerlingen die (nog) geen werkplek gevonden hebben, zonder dat daar specifieke, bijkomende middelen voor voorzien zijn. De trajectbegeleiders op scholen spelen een belangrijke rol: zij begeleiden leerlingen en volgen hun trajecten op, maar ook daarvoor krijgen scholen geen extra financiering.
Ook voor bedrijven is het niet evident om duaal leren te organiseren. Er wordt van hen verwacht dat ze een aanzienlijk deel van het curriculum op de werkvloer organiseren. Daarvoor is een sterke pedagogisch-didactische context en goed mentorschap nodig; daar is niet altijd ruimte voor. Bedrijven vragen bovendien om de administratieve last te verlagen.
Als Vlaanderen wil dat deze leerweg een succes wordt, dan moeten die zaken aangepakt worden. De minister van Onderwijs kwam in de zomer met een “Actieplan duaal leren”: dat plan benoemt een aantal uitdagingen & onderzoekt opties. Een goede eerste stap, maar voor sommige drempels – zoals de ondersteuning van de doelgroep die vroeger in DBSO terecht kwam – ontbreken oplossingen.
Daarnaast vraagt u hoe de stad signalen capteert en overleg pleegt. De stad is vertegenwoordigd in verschillende overlegplatformen, zoals bijvoorbeeld het Provinciaal Overlegplatform rond duaal leren, of het regio-overschrijdende netwerkevent Buitengewoon Duaal. Ook in andere overleggen tussen onderwijs- en arbeidsmarktactoren worden signalen gedeeld. Denk maar aan de werking van de Matchmakers, die in nauw contact staan met de sectorconsulenten. De Stad neemt bovendien ook deel aan het grootstedelijk overleg rond duaal leren, waar ook Antwerpen en Brussel vertegenwoordigd zijn. Er is in dat kader ook een trimesterieel overleg met het Vlaamse Departement Onderwijs: op die manier stromen signalen uit onze stad ook breder door en, omgekeerd, houden wij een vinger aan de pols.
Ten slotte vraagt u wat ik zal doen om drempels weg te werken. Als stad, zowel vanuit Onderwijs als vanuit Werk, doen we wat we kunnen om scholen en leerlingen te ondersteunen, zoals ik ook in het antwoord op uw schriftelijke vraag meegaf: we ondersteunen scholen die duaal leren organiseren, en we investeren in begeleiding van jongeren die binnen het veeleisende kader uit de boot dreigen te vallen. Die inspanningen blijven we ook de komende jaren doen maar, zoals gezegd, de echte drempels en dus ook hefbomen liggen bij het Vlaamse beleid. Ik hoop dat de Regering de hefbomen die ze heeft de komende jaren ten volle inzet om élke jongere de kans te geven op een succesvol schooltraject.
wo 08/10/2025 - 10:36