De voorbije maanden vielen er verschillende gevallen van pro-Palestijns vandalisme te betreuren in onze stad. De UGent was daarbij herhaaldelijk het doelwit, met o.a. het bekladden van gevels met graffiti (in maart, https://www.hln.be/gent/nog-steeds-banden-tussen-ugent-en-israel-studenten-bekladden-rectoraat-en-dreigen-opnieuw-met-acties~a1ad0bcd/)en het stuk slaan van toegangsdeuren (in juli, https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2025/07/04/vandalen-ugent-coupure-pro-palestina-boycot/). Ook winkeletalages en bankantoren werden eerder ook al diverse malen geviseerd.
Onlangs kwam daar ook – naast het inslaan van ruiten – het persoonlijk viseren van een individuele docent bij (https://www.standaard.be/binnenland/ruiten-vernield-en-prof-geviseerd-door-pro-palestijnse-actievoerders-ugent-vandalisme-overschrijdt-een-grens/88609603.html. Vreedzame protestacties zijn een evident onderdeel van ons democratisch bestel, maar elke vorm van vandalisme of intimidatie is even vanzelfsprekend af te keuren. De inhoud van het protest mag daarbij geen enkele rol spelen.
1. Hoe staat het stadsbestuur tegenover deze uitingen van vandalisme en intimidatie in onze stad? Welke actie wordt er hiertegen ondernomen?
2. Hebben het stadsbestuur en/of de politie al overleg gehad met de UGent of andere doelwitten van dergelijk vandalisme, in het kader van het waarborgen van de veiligheid van het betrokken patrimonium en de mensen die er werken?