Terug
Gepubliceerd op 11/09/2025

Notulen  commissie welzijn, werk, onderwijs, participatie en personeel (WWOPP)

di 09/09/2025 - 19:00 Gemeenteraadszaal

Samenstelling

Aanwezig

Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Yüksel Kalaz; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Els Roegiers; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Christophe Peeters; Sami Souguir; Filip Watteeuw; Mathias De Clercq; Sofie Bracke; Bram Van Braeckevelt; Sven Taeldeman; Gert Robert; Veli Yüksel; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Stijn De Roo; Anneleen Van Bossuyt; Joris Vandenbroucke; Hafsa El-Bazioui; Sarah Van Acker; Jenna Boeve; Bob Cammaert; Mathieu Cockhuyt; Yilmaz Cetinkaya; Freya Van den Bossche; Bruno Matthys; Gaëlle De Smet; Wouter Decoodt

Afwezig

Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme; Dilek Arici

Secretaris

Maarten De Grauw

Voorzitter

Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen

Agendapunten

a) Bespreking.

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici

a) Bespreking.

a) Bespreking.

Motivering

b) Document toegestuurd op woensdag 11 juni 2025. (met bijlage voor de raadsleden)

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici

b) Document toegestuurd op woensdag 11 juni 2025. (met bijlage voor de raadsleden)

b) Document toegestuurd op woensdag 11 juni 2025. (met bijlage voor de raadsleden)

Motivering

c) Er is nog 1 openstaande afspraak commissie WWOPP mei 2025. Per mail beantwoord op 20 augustus 2025 samen met de afspraak rond "presentatie armoedebeleid".

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici

c) Er is nog 1 openstaande afspraak commissie WWOPP mei 2025. Per mail beantwoord op 20 augustus 2025 samen met de afspraak rond "presentatie armoedebeleid".

c) Er is nog 1 openstaande afspraak commissie WWOPP mei 2025. Per mail beantwoord op 20 augustus 2025 samen met de afspraak rond "presentatie armoedebeleid".

Motivering

53.       Rapportage Lokaal Activeringspact Gent 2023-2024 - Goedkeuring (2025_GR_00501)

 

Rapportage Lokaal Activeringspact Gent 2023-2024 - Kennisneming (2025_RMW_00063)

Vraag Raadslid Jonas Naeyaert vraagt of een demografische opdeling in de cijfers over de uitstroom kan worden bezorgd.

 

Afspraak: schepen Astrid De Bruycker stuurt het antwoord op deze vraag schriftelijk na

 


WWOPP

 

d) Nihil.

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici

d) Nihil.

d) Nihil.

Motivering

IR 1.

2025_MV_00600 - Mondelinge vraag van raadslid Jonas Naeyaert: Ingebrekestelling 90 Gentse werkgevers door Unia na praktijktesten

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici
IR 1.

2025_MV_00600 - Mondelinge vraag van raadslid Jonas Naeyaert: Ingebrekestelling 90 Gentse werkgevers door Unia na praktijktesten

2025_MV_00600 - Mondelinge vraag van raadslid Jonas Naeyaert: Ingebrekestelling 90 Gentse werkgevers door Unia na praktijktesten

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

In het HLN-artikel van donderdag 26 juni konden we lezen dat Unia 90 werkgevers in Gent in gebreke heeft gesteld wegens vermeende discriminatie bij sollicitaties. Deze ingebrekestellingen komen voort uit praktijktesten die werden uitgevoerd in opdracht van de stad Gent zelf. 

Volgens het artikel zou de stad Gent ‘verveeld zitten met deze kwestie’ en stellen dat ‘dit anders had gekund’. Dit is opmerkelijk, aangezien de stad zelf het initiatief heeft genomen tot deze praktijktesten. 

Daarom stel ik volgende vragen: 

Indiener(s)
Jonas Naeyaert
Gericht aan
Bram Van Braeckevelt
Tijdstip van indienen
do 26/06/2025 - 11:38
Toelichting
  1. Kan u toelichten welke specifieke discriminatievormen door Unia werden vastgesteld bij deze 90 werkgevers (bijvoorbeeld op basis van auditieve beperking, leeftijd, afkomst)? 

  1. Het artikel vermeldt dat u ‘verveeld zit met deze kwestie’. Is de stad verrast door het aantal ingebrekestellingen, door de methode van Unia, of door beide? 

                        a. De stap ‘aanspreken’ zou zijn overgeslagen tegen de afspraken in. Hoe waren die afspraken vastgelegd? Waar werden deze vastgelegd? 

                        b. Welke garanties waren er gemaakt tijdens welk overleg/overeenkomst? 

  1. Hoe rijmt deze ‘verveelde’ houding met het feit dat de stad zelf initiatiefnemer was van deze praktijktesten? Was dit niet te voorzien? 

  1. Geen enkele van de beschuldigde bedrijven (een minderheid slechts van wie werd gecontroleerd) wil geassocieerd worden met racisme of discriminatie - “kwaad zijn ze wel allemaal”.  

                        a. Houdt het bestuur rekening met interpretatiefouten of intentieprocessen? 

                        b. “De werkgevers werd nooit gevraagd naar de reden waarom ze niet ingingen op die specifieke sollicitatie”, lezen we in HLN. Vindt bestuur het discriminatoir om niet in te                              gaan op een sollicitatie van een fictief dove persoon voor zaalmedewerker of receptioniste?  

  1. Hoe worden deze fouten rechtgezet? Krijgen de getroffen bedrijven excuses of andere mitigerende communicatie? 

  1. Zal de stad haar beleid rond praktijktesten herzien naar aanleiding van deze ervaringen? Zo ja, in welke richting? 

Bespreking
Antwoord

Meneer Naeyaert, collega Rysermans,

Beste allen,

bedankt voor uw vragen. Er is inderdaad heel wat gezegd en geschreven over de praktijktesten. Ik merk dat het debat - ook in de media - vaak gevoerd wordt op basis van casuïstiek

Als schepen van gelijke kansen en schepen van werk benadruk ik graag dat de Gentse ondernemers een belangrijke partner zijn als het gaat om een inclusieve arbeidsmarkt. In tal van projecten werken we dan ook actief en goed samen.

 Als stad stellen we vast dat discriminatie op de arbeidsmarkt nog steeds bestaat en dat bovendien ook de bovenlokale aanpak hiervoor niet toereikend is. We willen dat elk talent ingezet kan worden op de arbeidsmarkt, ondanks handicap, leeftijd, of migratieachtergrond. Misschien is het daarom goed om nog eens te recapituleren.

Er werden vorig jaar 1935 praktijktesten bij 766 Gentse werkgevers praktijktesten uitgevoerd.

Vier discriminatiegronden werden getest: leeftijd, herkomst, genderidentiteit en fysieke beperking, specifiek rond doofheid.

Daaruit bleek dat 118 werkgevers (11%) kandidaten ongelijk behandelden.

Die praktijktesten zijn in opdracht van de stad gebeurd. De methodiek werd begeleid door professor Verhaeghe en uitgevoerd door Amal vzw. De algemene resultaten kent de stad en werden ook al gecommuniceerd.

Maar meer informatie over de 118 bedrijven die zijn bezorgd aan Unia, daarover kennen wij als stad de inhoud niet – omwille van de vertrouwelijkheid. Unia heeft die 118 gevallen onder de loep genomen en 90 bedrijven/organisaties gecontacteerd.

De wijze waarop Unia de communicatie heeft gedaan, strookt niet met onze intenties, met name het voeren van dialoog en in overleg zoeken naar oplossingen. Een formele ingebrekestelling – zoals ze in opdracht van Unia is verstuurd - is iets anders dan een oproep tot dialoog.

Ik kan me oprecht goed voorstellen dat als je als bedrijf zo’n formele ingebrekestelling krijgt, en je van geen kwaad bewust bent, dat dit echt wel schrikken is.

Om die reden betreuren we de wijze waarop UNIA in deze de bedrijven heeft laten contacteren: met   name via een ingebrekestelling met een advocatenkantoor en geen echte uitnodiging tot dialoog, wat in die fase uitdrukkelijk de bedoeling was van de Stad.

Dat bedrijven van de weerbots een advocaat onder de arm hebben genomen, had vermeden kunnen worden. De manier waarop Unia dit aanpakt behoort uiteraard tot de expertise en autonomie van Unia, maar niemand wordt graag verrast en het is te betreuren dat dit hier is gebeurd.

Dit gezegd zijnde:

Toen bleek dat een ingebrekestelling werd verstuurd in plaats van – in eerste instantie - uitnodiging tot dialoog, hebben we dan ook met Unia contact opgenomen om een meteen een tweede schrijven te versturen. In dat tweede schrijven werd de bedoeling van de initiële ingebrekestelling – dialoog – nogmaals geduid. In de vervolgstappen is daar door UNIA ook werk van gemaakt.

Intussen zijn we enkele weken verder en kan ik u zeggen dat Unia in dialoog is met de grote meerderheid van deze bedrijven. Navraag bij Unia leert ons dat er met slechts 4% van de destijds 766 geteste bedrijven nog een traject loopt. Concreet zijn er dus 58 van de 90 gevallen al afgerond. En staan er vandaag nog 32 open en dit om diverse redenen: omdat er nog geen reactie kwam, er nog onduidelijkheid is, of er reële vermoedens van discriminatie zijn. Dit cijfer zal vermoedelijk nog zakken wanneer Unia en de bedrijven verder met elkaar in gesprek gaan. Opnieuw, ook deze verdere opvolging hoort tot de exclusieve bevoegdheid van Unia.

Hoewel de initiële communicatie van Unia ook volgens ons anders had gemoeten, stel ik samen met u vast dat er wordt ingezet op dialoog en sensibilisering. Pas wanneer de discriminatie aangetoond zou zijn, schakelt UNIA over naar de rechter. In die fase zijn we vandaag voor alle duidelijkheid nog niet, want ook in op moment wordt er voor de openstaande dossiers eerst nog een reminder verstuurd om verder in dialoog te kunnen gaan, in de hoop dat zo veel mogelijk dossiers kunnen worden afgesloten.

Over de casuïstiek, we hebben geen inzicht in de dossiers, het is dan ook niet aan mij om uitspraken te doen over de inhoudelijke opvolging van Unia. Met andere woorden, ze doen hun job. Bij wijze van voorbeeld, wil ik stellen dat het zeker niet onmogelijk is voor een dove persoon om te werken als zaalmedewerker of receptioniste. In Gent wordt een soepbar gerund door dove mensen. Ook op andere plekken is tewerkstelling van dove personen verre van uitzonderlijk.

Meneer Naeyaert, ik ben de zoon van dove ouders. Het is nét omdat ik heb gezien hoe is om over mensen te praten, in plaats van met mensen; om algemeenheden te zien en invulling te geven in plaats van talenten te zien, dat ik jaren geleden besloot om in de politiek te stappen. Dus nee, ik ga  niet mee in uw framing dat het normaal is om niet in te gaan op sollicitaties van dove mensen.

We hebben op basis van de praktijktesten twee keer vastgesteld dat dove mensen veel minder uitgenodigd worden voor een gesprek. Dit gaat ontegensprekelijk om ongelijke behandeling. Of deze ongelijke behandeling gerechtvaardigd is, maakt deel uit van verder onderzoek dat Unia met de betrokken bedrijven loopt. Bovendien, we hebben op basis van die bevindingen met de Stad Gent en met Doof.Vlaanderen ook een extra traject lopen om de drempels rond werken met dove werknemers weg te werken.

Ook de communicatie naar de bedrijven en de verdere opvolging van de dossiers is de taak van Unia.

Met de betrokken bedrijven heb ik zelf geen rechtstreeks contact gehad. De stad heeft geen inzicht over welke bedrijven het juist gaat, omwille van privacy redenen.  De opvolging van individuele dossiers zit bij Unia. Ik heb hierover ook met Unizo en Voka contact gehad.

Voka is van bij het begin van de praktijktesten tegenstander geweest. Dat is op zich geen nieuws.

We hebben onlangs ook overleg gehad met  Voka, naar aanleiding van bedrijven die begrijpelijkerwijs bezorgd waren na het ontvangen van de ingebrekestelling, die met hen contact opnemen, waarna Voka ook met ons contact opnam. Ook in het overleg met VOKA hebben we vanuit de Stad geduid dat wij verrast waren door de initiële communicatie vanuit Unia, en dit zeker over de manier waarop, met name via een ingebrekestelling.   

Ook Unia zat eind vorige week samen met Voka, en deed hen een voorstel met een  gedifferentieerde aanpak – met zo weinig als nodig juridische stappen. Er ligt ook al een nieuwe datum vast voor verder overleg, heb ik begrepen en dit begin oktober. We hebben echter begrepen dat VOKA dit overleg niet zou afwachten om toch juridische stappen te zetten. Meer weet ik daar op dit moment niet over, maar als dat zo zou zijn betreuren we dat.  

Wat toekomstige plannen betreft:

Als stadsbestuur blijven we achter praktijktesten staan zoals ook vastgelegd in het bestuursakkoord, maar modaliteiten en afspraken doen er wel toe.

Zowel Unia als de stad erkennen dat de communicatie na de praktijktesten anders had gemoeten,  maar we moeten erkennen dat de verdere opvolging van de dossiers exclusief tot de bevoegdheid van Unia behoort. Als er in de toekomst zou beslist worden om opnieuw praktijktesten in te voeren, zal de stad net als nu louter fungeren als opdrachtgever. Het spreekt voor zich dat we dan extra zullen toezien op het maken van goede afspraken maken met de betrokken partners.

Een feit is wel dat we als stad verder werk willen maken van een inclusieve arbeidsmarkt. En laat het duidelijk zijn: een grote meerderheid van de Gentse ondernemers zijn daarin een partner en medestander.

Dus nogmaals, luid en duidelijk: een formele ingebrekestelling is voor ons geen uitnodiging tot dialoog. We betreuren ten zeerste dat UNIA dit op deze wijze deed. Dat Voka tegen praktijktesten is, is geen geheim. Al er voor een juridische procedure zou worden gekozen, betreuren we dat. Maar in het geval, zullen we de resultaten hiervan afwachten vooraleer we zelf al dan niet werk maken van nieuwe praktijktesten. Een juridische procedure is niet bevorderlijk voor wederzijds begrip, we hebben die boodschap ook nog eens bij UNIA gebracht, maar doen dit ook naar VOKA. Als het gaat over het engagement voor een inclusieve arbeidsmarkt waar talent niet verloren gaat, is dialoog noodzakelijk om vooruitgang te boeken en het belangrijkste doel te bereiken: geen discriminatie op de arbeidsmarkt. Daarom blijven we achter praktijktesten staan zoals die door ons geconcipieerd zijn, en te lezen staat in ons bestuursakkoord.

wo 10/09/2025 - 11:43
IR 2.

2025_MV_00601 - Mondelinge vraag van raadslid Veerle Baert: eenzaamheid

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici
IR 2.

2025_MV_00601 - Mondelinge vraag van raadslid Veerle Baert: eenzaamheid

2025_MV_00601 - Mondelinge vraag van raadslid Veerle Baert: eenzaamheid

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Elk uur sterven wereldwijd 100 mensen aan de gevolgen van eenzaamheid. Dat schrijft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in een nieuw rapport. In totaal gaat het om meer dan 870.000 doden per jaar. De WHO roept overheden en burgers dan ook op om meer in te zetten op sociale verbondenheid.

Indiener(s)
Veerle Baert
Gericht aan
Astrid De Bruycker
Tijdstip van indienen
ma 07/07/2025 - 11:06
Toelichting

Hoe evalueert u het probleem van eenzaamheid in Gent, en wordt het binnen het stedelijk welzijnsbeleid als een prioriteit erkend?

Is er in Gent bekend cijfermateriaal of kwalitatief onderzoek over de mate van eenzaamheid bij verschillende bevolkingsgroepen (jongeren, ouderen, nieuwkomers, mensen met een beperking...)?

Bestaat er op dit moment een stedelijke strategie of actieplan specifiek rond het bestrijden van eenzaamheid — los van ouderenzorg of armoedebeleid gelet op het feit dat ook jongeren en mensen in volle werkende leeftijd zwaar getroffen worden.

Heeft de stad plannen om nieuwe vormen van verbondenheid te verkennen, zoals via technologie, AI of VR — zoals ook de WHO aanbeveelt? Bijvoorbeeld via Digitaal Talent@Gent of samenwerking met hogescholen/universiteiten.

 Wordt het thema eenzaamheid expliciet opgenomen   in het volgende meerjarenplan of welzijnsbeleidsnota, met duidelijke doelstellingen en opvolging?

Bespreking
Antwoord

Het antwoord op de vraag kan nagekeken worden via deze link: Raadpleegomgeving - Open Data - Agendapunt

wo 10/09/2025 - 13:11
IR 3.

2025_MV_00602 - Mondelinge vraag van raadslid Stephanie D'Hose: prijsverhoging in het volwassenonderwijs (2)

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici
IR 3.

2025_MV_00602 - Mondelinge vraag van raadslid Stephanie D'Hose: prijsverhoging in het volwassenonderwijs (2)

2025_MV_00602 - Mondelinge vraag van raadslid Stephanie D'Hose: prijsverhoging in het volwassenonderwijs (2)

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

In  de commissie WWOPP van 10 juni uitte ik mijn bezorgdheid over de prijsverhoging in het volwassenonderwijs. 

U deelde mijn mening maar het was nog te vroeg om de impact te weten voor het CVO Gent, gezien de inschrijvingen pas begin juni gestart waren. 

CVO Gent zou samen met de koepel OVSG stappen zetten naar de minister om duidelijk te maken dat de impact van deze beleidskeuze heel groot is. 

Indiener(s)
Stephanie D'Hose
Gericht aan
Evita Willaert
Tijdstip van indienen
wo 09/07/2025 - 15:04
Toelichting

Heeft u ondertussen al meer zicht wat de impact is voor het CVO Gent ? 

Zijn er gevolgen voor het personeel zowel voor het tijdelijk als voor het vastbenoemd  ?
 Zo ja, welke ondersteuning zal hen geboden worden ? 

Is er ondertussen een gesprek geweest met de minister ? Zo ja, wat was het resultaat ? 

 

Bespreking
Antwoord

Beste collega D’Hose

De inschrijvingen voor CVO Gent lopen nog. Definitieve cijfers zijn er dus nog niet. Voor cursussen in de Lokale Dienstencentra starten de inschrijvingen pas op 15/09. Eind september verwachten we een duidelijker beeld, ook over de impact op het personeel.

Ons cvo kent een jarenlange groei die zich ook nu lijkt door te zetten. Dat zien we vooral in de opleidingen NT2, maar evengoed in opleidingen voor bv. vrachtwagenchauffeur en sanitair. Algemeen zijn er op dit moment al meer ingeschreven cursisten dan vorig jaar.

18% van de opleidingen (dat is 18% van het aantal ingerichte lesuren) wordt gevat door het verhoogd inschrijvingsgeld, meer specifiek de moderne talen, handweven/kantklossen en sommelier. Daar stijgt het inschrijvingsgeld naar 4 euro per uur. Een overzicht van de huidige stand:

  • Engels: -42%
  • Frans: gelijk (102 inschrijvingen)
  • Handweven: -1%
  • Italiaans: -30%
  • Kantklossen: +7%
  • Naaien: +7%
  • Russisch: -48%
  • Sommelier: -31%
  • Spaans: -12%

Niet alle opleidingen voelen de impact, maar sommige dalingen zijn drastisch. Het aantal cursisten in deze opleidingen zakt voorlopig van 1.213 naar 974.

Het aantal cursisten bepaalt het aantal lestijden. Dat is telkens gebaseerd op het aantal cursisten van het voorgaande jaar. Komend schooljaar zijn er dus op zich voldoende middelen om opleidingen met minder cursisten in te richten. Als de daling zich verderzet, volgen minder middelen. CVO Gent bereidt zich daarop voor:

  • Tijdelijke personeelsleden binnen de moderne talen hebben geen nieuwe opdracht gekregen (Het gaat om 2 personeelsleden die vorig jaar een opdracht hadden in 1 module)
  • Het minimum aantal cursisten ligt op 5 per module. Op dit moment is het nog niet duidelijk of we dat overal halen. Mogelijks worden er nog modules geschrapt.
  • Indien blijkt dat personeelsleden geen functie meer hebben dan zijn er de volgende mogelijkheden:
    1. Personeelslid kan een verlofstelsel nemen (eigen keuze).
    2. Vastbenoemd personeelslid komt in het statuut van TBS/OB terecht. Dat betekent dat ze als vastbenoemde geen werk meer hebben in hun vaste benoeming op het eigen centrum. De Vlaamse regelgeving voorziet dan verschillende stappen voor wat ‘reaffectatie’ of wedertewerkstelling’ heet om hen een andere opdracht toe te wijzen. Dat is heel technisch verhaal uiteraard.
    3. SOG voorziet loopbaangesprekken op vraag van het personeelslid.
    4. Toeleiding naar vacatures binnen de andere onderwijsniveaus, weliswaar zonder voorrang.

Het is bovendien niet uitgesloten dat personeelsleden die in andere cvo’s TBS/OB worden, aan ons cvo Gent worden toegewezen. Dat is dan een beslissing van de Vlaamse Reaffectatiecommissie die impact heeft op personeelsleden in cvo Gent. Ook hier geldt dat dit een technisch verhaal is.

OVSG trad namens de cvo’s op in overleg met het kabinet van minister Demir. Samen met de VLOR benadrukte OVSG dat hogere tarieven drempels opwerpen, zeker voor kwetsbare groepen, en dat levenslang leren belangrijk blijft. OVSG gaf een protocol van niet-akkoord bij het regeringsamendement. Dat leidde uiteindelijk tot enkele aanpassingen, maar niet tot koerswijziging. OVSG volgt dit verder op en ondersteunt de cvo’s.

Later deze maand is er op mijn vraag overleg gepland met de aanbieders van volwassenenonderwijs in onze stad. We bekijken daar de gevolgen van dit beleid en bereiden ons voor op de plannen van minister Demir over “harmonisering” tussen CVO, Syntra en VDAB. Het is nog onduidelijk wat dit concreet betekent, maar het lijkt te gaan over overlappende cursussen en een verschuiving naar een privaat aanbod. Gezien de plotse en ingrijpende tariefverhoging willen we voorbereid zijn op deze nieuwe stap.

wo 10/09/2025 - 14:39
IR 4.

2025_MV_00614 - Mondelinge vraag van raadslid Isabelle Heyndrickx: Uniformisatie toekenningsregels voor aanvullende financiële steun

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici
IR 4.

2025_MV_00614 - Mondelinge vraag van raadslid Isabelle Heyndrickx: Uniformisatie toekenningsregels voor aanvullende financiële steun

2025_MV_00614 - Mondelinge vraag van raadslid Isabelle Heyndrickx: Uniformisatie toekenningsregels voor aanvullende financiële steun

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Gent staat bekend voor zijn aanvullende financiële hulp. Deze middelen zorgen ervoor dat mensen menswaardig kunnen leven.

We vernamen dat de toekenningsregels voor aanvullende financiële steun zullen geüniformiseerd worden.


Daarom mijn vragen aan de schepen;

Indiener(s)
Isabelle Heyndrickx
Gericht aan
Astrid De Bruycker
Tijdstip van indienen
di 26/08/2025 - 16:00
Toelichting

-Is de schepen op de hoogte van deze wijziging?

-Hoe zal de schepen ervoor zorgen dat het sterke Gentse systeem blijft bestaan?

-De Minister van Maatschappelijke integratie is van Gent. Verwacht ze dat een samenwerking mogelijk zal zijn rond dit dossier?


Bespreking
Antwoord

Het antwoord op de vraag kan nagekeken worden via deze link: Raadpleegomgeving - Open Data - Agendapunt

wo 10/09/2025 - 13:12
IR 5.

2025_MV_00615 - Mondelinge vraag van raadslid Isabelle Heyndrickx: Vlaamse subsidie voor regierol buitenschoolse opvang (BOA)

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici
IR 5.

2025_MV_00615 - Mondelinge vraag van raadslid Isabelle Heyndrickx: Vlaamse subsidie voor regierol buitenschoolse opvang (BOA)

2025_MV_00615 - Mondelinge vraag van raadslid Isabelle Heyndrickx: Vlaamse subsidie voor regierol buitenschoolse opvang (BOA)

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Gent komt in aanmerking voor Vlaamse subsidies voor lokale regie van buitenschoolse opvang en activiteiten.

Dit is een unieke kans om toekomstgericht beleid te voeren, gedragen door lokale partners en afgestemd op de reële noden van kinderen en gezinnen. Een degelijk aanbod buitenschoolse opvang is niet alleen een praktische oplossing voor ouders. Het is ook een hefboom voor gelijke kansen, maatschappelijke participatie en levenskwaliteit.

Daarom mijn vragen aan de schepen:

Indiener(s)
Isabelle Heyndrickx
Gericht aan
Evita Willaert
Tijdstip van indienen
di 26/08/2025 - 16:54
Toelichting

1. Zal Gent deze Vlaamse subsidie aanvragen om de regierol in de buitenschoolse opvang verder uit te werken? Zo ja, op welke manier wordt dit momenteel voorbereid of gepland? 

2. Welke acties zal de stad ondernemen om te zorgen voor een lokaal gedragen plan, inclusief samenwerking met scholen, verenigingen en opvanginitiatieven?
Is er al een samenwerkingsverband opgezet? 

3. Hoe zal Gent ouders en partners uit het jeugd-, onderwijs- en welzijnsveld betrekken bij het opzetten van dit aanbod? 

4. Hoe zal de stad een lokaal erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten uitwerken?
Wat is de stand van zaken? Gaat dit tijdig uitgewerkt zijn voor de start op 1 september 2026?

Bespreking
Antwoord

Dank u wel, raadslid Heyndrickx, voor uw vragen. Sommige raken aan thema’s die ook door collega De Meester zijn opgeworpen. Laat me daarom eerst heel kort schetsen wat BOA precies verandert in onze stad.

BOA is echt een gamechanger: het gaat om een kwalitatieve kinddag voor álle Gentse kinderen van 3 tot 12 jaar, ongeacht in welk onderwijsnet ze schoollopen, tijdens het schooljaar en ook in de vakanties. 

Er is vandaag een beperkte Vlaamse subsidiëring voor opvang. Vandaag krijgen twee organisaties in onze stad – DIKO en Klein & Wijs rechtstreekse kleuterlabelcenten vanuit Vlaanderen.  Vlaanderen schrapt nu de subsidielijn voor kleuterlabel en verruimt de scope, met een andere, grotere subsidie: 6,8 miljoen euro. En die centen worden verdeeld over veel meer organisatoren van opvang én activiteiten. Dat zal gebeuren via een billijk erkennings- en subsidiekader, zoals bepaald door het decreet. 

Wij als lokaal bestuur krijgen de regie in handen. Het is dus onze verantwoordelijkheid om die middelen op een verstandige en rechtvaardige manier te verdelen, in lijn met wat Vlaanderen oplegt én met wat Gent nodig heeft om zo de BOA-doelstellingen te realiseren.

 Zal Gent deze Vlaamse subsidie aanvragen om de regierol in de buitenschoolse opvang verder uit te werken? Zo ja, op welke manier wordt dit momenteel voorbereid of gepland? 

Ja, collega Heyndrickx, Gent heeft die Vlaamse subsidies (de zogenaamde voorbereidingssubsidies) niet alleen aangevraagd, we hebben ze ook al gekregen. In de voorbije jaren hebben we ze vooral ingezet om drie proefprojecten op te starten in een aantal pilootwijken en één stadsbreed project.

Voor de periode 2025-2026 krijgen we van Vlaanderen een BOOST-subsidie. Dat is een eenmalige subsidie die specifiek dient om de uitrol van het nieuwe BOA-decreet voor te bereiden. De begroting daarvoor is nog in opmaak, maar wat ik nu al kan zeggen: die middelen gebruiken we om de proefprojecten te verlengen, om medewerkers te financieren die het erkennings- en subsidiekader uitwerken, om aanbevelingen uit de proefprojecten verder uit te testen, etc. Denk bijvoorbeeld aan clustersamenwerkingen tussen scholen met ondersteuning van BOA-coördinatoren en BOA-animatoren, maar ook acties rond toegankelijkheid.

Vanaf 2026 komt de regie over de buitenschoolse opvang en activiteiten dan volledig in handen van de stad. Vlaanderen voorziet daarvoor een jaarlijkse subsidie – daar verwees ik zonet al even naar. Die is natuurlijk welkom, maar volgens de VVSG veel te beperkt om de ambities en doelstellingen van het decreet waar te maken. 

Gent bereidt zich al jaren op voor op die uitrol: er loopt een breed traject met talrijke betrokkenen, en onze regiecel werkt volop aan het Gentse BOA-model. Dat is stevig werk en dat is nodig want BOA zal – zoals ik al zei – een echte gamechanger zijn voor onze stad.

Wat het extra moeilijk maakt, is dat Vlaanderen vaak heel laat en onduidelijk communiceert. Denk aan ingrijpende wijzigingen die pas eind februari kwamen 

– vb dat we als lokaal bestuur ook controle en handhaving moeten opnemen 

– of deze zomer nog, toen de regels rond het aanleggen van reserves voor BOOST-subsidies plots veranderden. 

En intussen is er zelfs nog geen definitief decreet. Dat zorgt voor grote druk, zowel op ons als lokaal bestuur als op de partners waarmee we samenwerken.

Welke acties zal de stad ondernemen om te zorgen voor een lokaal gedragen plan, inclusief samenwerking met scholen, verenigingen en opvanginitiatieven? Is er al een samenwerkingsverband opgezet? Hoe zal Gent ouders en partners uit het jeugd-, onderwijs- en welzijnsveld betrekken bij het opzetten van dit aanbod?

Ik neem hier graag vraag 2 en 3 samen. U vraagt of er al een samenwerkingsverband is?

 Zeker, raadslid Heyndrickx. Gent is daar trouwens pionier in. We waren de eerste stad in Vlaanderen die al in 2021 een officieel BOA-samenwerkingsverband oprichtte. Daarin zitten alle actoren die betrokken zijn bij buitenschoolse opvang en activiteiten. 

Maar we bereiden BOA al langer voor. Sinds 2016 hebben we uitgebreid onderzoek gedaan bij gezinnen en sleutelfiguren, en is er een brede denktank opgezet met mensen uit verschillende sectoren, ook ouders. Op basis daarvan is een gedeelde visie ontstaan, die we hebben getest in vier pilootwijken (Oostakker, Gentbrugge en de Binnenstad in 2023-2025, Sluizeken-Tolhuis-Ham in 2018-2020) én in stadsbrede projecten voor kinderen met extra zorgnoden.

Om dat alles te trekken hebben we sinds 2017 een BOA-regisseur. In 2025 hebben we dat verder uitgebouwd met een BOA-regiecel én een werkgroep die stadsdiensten verbindt. Kortom: we bouwen stap voor stap, samen met scholen, verenigingen, opvanginitiatieven en ouders en kinderen, aan een breed gedragen plan voor BOA in onze stad.


Hoe zal de stad een lokaal erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten uitwerken? Wat is de stand van zaken? Gaat dit tijdig uitgewerkt zijn voor de start op 1 september 2026?

Collega Heyndrickx, u vraagt naar een stand van zaken en de timing van het lokaal erkenningskader.

Onze BOA-regiecel is volop bezig met het lokaal erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten. Daarbij werken ze nauw samen met de Vlaamse administratie en met onze juridische dienst, zodat alles klopt met de Vlaamse regels én past bij de Gentse realiteit.

Ze baseren zich hiervoor op de ervaringen uit het traject tot nu toe: de proefprojecten, de samenwerking met de onderwijsnetten, de input van jeugd en vrijetijdspartners enz. In september leggen we het ontwerpreglement voor advies voor aan het samenwerkingsverband, en daarna komt het naar de gemeenteraad.

Zo zorgen we ervoor dat we vanaf 1 januari 2026 klaarstaan met een duidelijk erkennings- en subsidiekader. En vanaf 1 september 2026 rollen we BOA breed uit, met als doel: zoveel mogelijk kwaliteitsvol en inclusief aanbod, voor zoveel mogelijk Gentse kinderen.

Hierop aansluitend ga ik graag over naar de vragen van raadslid De Meester. 

Er blijft onduidelijkheid over het aantal functies die geschrapt wordt. Schepen Willaert maakt een onderscheid tussen 20 VTE die geschrapt wordt door ‘de stedelijke besparingen’ en 15 VTE die verdwijnen door het wegvallen van de huidige Vlaamse subsidielijnen - goed voor 2   miljoen euro per jaar - en de vervanging ervan door een fors hogere BOA-subsidiëring (waar wel ook een bredere scope tegenover staat). De stelling van schepen Willaert is dat het effect op de werkvloer minimaal is, vermits van die 20 VTE 15 VTE openstaande vacatures betreft. In werkelijkheid verdwijnen natuurlijk ook die 15 VTE die geschrapt worden omdat de Vlaamse subsidies zogezegd wegvallen. Het totaal aantal geschrapte arbeidsplaatsen betreft dus wel degelijk 35 VTE, waarvan 20 VTE effectief ingevulde arbeidsplaatsen. Kan de schepen die redenering bevestigen?

Meneer De Meester, u verwijst naar de beslissingen uit het Meerjarenplan van de Stad. 

Het klopt dat er in de personeelsbehoefte met stedelijke financiering 20 VTE verdwijnen en met Vlaamse financiering 15 VTE. En het klopt evengoed dat er nu ongeveer de helft van deze plaatsen niet ingevuld zijn. In de sector van de kinderopvang, met de personeelstekorten die er zijn, is dit helaas een dynamisch gegeven: de aanwervingen lopen permanent en er komen doorlopend mensen bij, en helaas verliezen we ook doorlopend mensen. En daaraan zijn de diensten hard aan het werken. 

Zoals ik al zei in antwoord aan mevrouw Heyndrickx: BOA is een echte gamechanger waarbij er heel wat zaken samenkomen en het is een bijzonder complexe oefening. De scope vergroot, maar ook het aantal partners vergroot. En er komen nieuwe spelregels. Ik zeg dit niet om mij erachter weg te steken, ik zeg dit omdat het echt de realiteit is.  

De vermindering van de personeelsbehoefte wordt trouwens ook niet van vandaag op morgen doorgevoerd. En het zal op een doordachte en zorgzame manier gebeuren. 

Dienst Kinderopvang startte deze maand met een reorganisatie-oefening om alle veranderingen voor te bereiden. Ze trekt daar 2 jaar voor uit. 

Deze oefening was overigens al langer gepland, nog voor de besparingsmaatregelen, ter voorbereiding van BOA enerzijds, en omdat er verschillen gegroeid zijn in de manier waarop de buitenschoolse opvanglocaties vandaag georganiseerd zijn: in de manier waarop ochtend-, middag- en avondopvang wordt gebruikt, in de inzet van personeel doorheen de dag, en in de kind/begeleider-ratio. Met die analyse wil de dienst dus tot een nieuwe personeelsbehoefte per basisteam komen, rekening houdend met de verwachtingen van het nieuwe BOA-decreet en –als onderdeel daarvan- met de overname van de ochtendopvang door het Stedelijk Onderwijs.

Het is de verwachting dat de natuurlijke rotatie binnen het team van kinderbegeleiders zal toelaten de vermindering te realiseren op natuurlijke wijze. Mocht er in 2027 toch nog een (vermoedelijk beperkt) teveel zijn, dan kunnen mensen - mits kwalificatie of via een kwalificerend traject - zeker overstappen naar de vele openstaande vacatures in de stedelijke crèches, als ze dat willen. We willen ten allen tijde blijven zorgen voor onze kinderbegeleiders. 

Volgens de schepen kunnen een aantal van die 15 VTE “zeker nog deels gecompenseerd worden” door de bijkomende BOA-middelen die Gent krijgt in het kader van de BOA-hervorming. Vraag is waarom die arbeidsplaatsen dan nu al niet gered worden? Ook al moeten de bijkomende BOA-middelen dienen om het geheel van de buitenschoolse kinderopvang in Gent te financieren, de middelen die DIKO bijkomend zal krijgen zullen in elk geval ruimschoots volstaan om de 20 effectieve VTE die geschrapt worden aan boord te houden. Gent zal namelijk 6 tot 7 miljoen aan middelen krijgen voor de buitenschoolse opvang, in plaats van de huidige 2 miljoen. Het gaat dus niet over een inkrimping, maar een verdriedubbeling van de subsidies.

U vraagt om het verlies van het kleuterlabel te compenseren met de BOA-middelen. 

Welnu meneer De Meester, dat kan niet, want de doelstellingen en spelregels zijn niet één op één hetzelfde.
 Wat dacht u, dat we het nieuwe reglement speciaal op maat van onze eigen kinderopvangdienst zouden schrijven? Ik ben eigenlijk wel benieuwd, raadslid Heyndrickx, wat u daarvan zou vinden met uw insteek, zou u dat een goed idee vinden?

De BOA-middelen kunnen we dus niet zomaar één op één gebruiken om het wegvallen van het kleuterlabel bij DIKO te compenseren.
 Ons uitgangspunt blijft om zoveel mogelijk medewerkers aan boord te houden. Dat doen we door waar het kan te compenseren in BOA, en door een slimme reorganisatie. En als het echt nog nodig blijkt, kan er eventueel een vrijwillige overstap gebeuren naar de kinderdagverblijven.

Bovendien krijgt Gent als overgangssubsidie 3,4 miljoen euro voor 2025-2026 (de BOOST-subsidie), bedoeld voor de overgang naar de nieuwe BOA-regeling. Tot onze verbazing zet Gent die middelen nauwelijks in, maar is op het college van 30 april 2025 beslist om 2,9 miljoen euro niet te gebruiken, maar als reserve aan de kant te zetten voor de volgende jaren. Waarom worden deze middelen, die geoormerkt zijn en enkel voor buitenschoolse kinderopvang kunnen gebruikt worden, niet ingezet om de huidige jobs te behouden? 

Beste Raadslid De Meester, Ik denk dat ik intussen al vaak genoeg heb uitgelegd dat één op één compenseren gewoon niet mogelijk, zelfs niet toegelaten is.
 En daarnaast: er is helemaal geen sprake meer van de mogelijkheid om een reserve op te bouwen. Wat u zegt, toont net het spanningsveld waarin élk lokaal bestuur zit dat verplicht is het BOA-decreet uit te rollen: we zijn afhankelijk van een Vlaamse regering die de spelregels zelf ook nog aan het bepalen is. 

Op 30 april was het inderdaad nog mogelijk om een deel van de BOOST-middelen opzij te zetten als reserve. Maar ondertussen zijn de spelregels alweer veranderd: het volledige eenmalige budget moet uitgegeven zijn tegen eind december 2026. Als dat niet gebeurt, wordt het teruggevorderd. Er mag dus géén reserve meer opgebouwd worden.

Dat is maar één van de vele koerswijzigingen die tonen hoe moeilijk het is om beleid te voeren. Nog maar eens een bewijs dat het ingewikkeld is, en ook nodeloos ingewikkeld gemaakt wordt.

Kort samengevat: ja, de BOOST-middelen worden wel degelijk ingezet, maar het gaat om éénmalige middelen.

De ochtendopvang verhuist naar de stedelijke scholen (de BBO’s van SOG). Dat betekent dat de opvang voortaan door het stedelijke onderwijs moet gebeuren, die daarvoor geen bijkomende middelen of mensen krijgen. Hoe moet dit opgelost worden? In haar antwoord stelt de schepen dat er “op sommige plaatsen” oplossingen mogelijk zijn, bijvoorbeeld door het combineren van kleuteropvang en opvang van lagere schoolkinderen. Maar quid elders? Volgens de schepen zal SOG de “noden identificeren” en een brede oefening maken, maar hoe moet ze die noden invullen? SOG zal uiteraard beroep kunnen doen op de bijkomende BOA-middelen: klopt die redenering? Maar opnieuw: waarom wordt er dan nu bespaard, als uiteindelijk de bijkomende BOA-middelen de oplossing zijn?

Over de ochtendopvang kan ik samenvatten: de ochtendopvang in de stedelijke scholen blijft gegarandeerd voor de Gentse gezinnen. Wat verandert, is de organisatie achter de schermen.

Vandaag werken er twee stedelijke diensten samen in de ochtendopvang: DIKO voor de kleuters en soms ook de eerste graad, en SOG voor de oudere leerlingen. Dat zorgt er op sommige plaatsen voor dat er ’s morgens twee teams tegelijk paraat staan voor maar een handvol kinderen. Dat is inefficiënt, zeker in tijden van personeelsschaarste. Daarom reorganiseren we: de ochtendopvang wordt stapsgewijs volledig bij SOG ondergebracht.

Betekent dat dat SOG op sommige locaties bijkomende noden zal moeten opvangen? Ja. En daarom maken SOG en DIKO samen een grondige oefening, locatie per locatie waarbij ook de medewerkers betrokken worden. 

En ja, SOG kan – net als alle andere schoolnetten – daarbij een beroep doen op de BOA-centen. 

Maar laat ons een kat een kat noemen: Vlaanderen schuift – en dat meen ik oprecht - mooie doelstellingen naar voren, maar voorziet daar te weinig middelen voor. Wat doet Gent dan? Wij springen bij. Als we op het einde van de legislatuur ons bilan opmaken, zal je zien dat we dubbel zoveel eigen opvangmiddelen in BOA investeren als Vlaanderen. 

Heel concreet: twee derde van de financiering komt uit Gentse middelen, één derde uit Vlaamse. Terwijl Vlaanderen zegt dat het met dat ene derde zou moeten lukken. Ik ben benieuwd welk ander lokaal bestuur ons dat nadoet. En dan heb ik het alleen nog maar over de opvangmiddelen, nog niet over onze andere inspanningen. 

Dus, collega De Meester: zelfs in moeilijke budgettaire omstandigheden kiest Gent ervoor om te investeren in een kwalitatieve kinddag voor alle kinderen in onze stad. En tegen het einde van de legislatuur zal élk Gents kind – ongeacht waar het naar school gaat – toegang hebben tot een gelijkwaardig aanbod. 

Het blijft ook totaal onduidelijk waarom de tarieven in de buitenschoolse kinderopvang moeten verhogen. Volgens de schepen volstaan de BOA-middelen niet om kostendekkend te zijn ondanks de forse verhoging van de middelen. Maar er zijn wel meer middelen. Waarom worden dan de tarieven verhoogd? Hoeveel geld wil het stadsbestuur hiermee besparen? En waarom wordt deze besparing niet uitgesteld tot de implementatie van het BOA-decreet doorgevoerd is en er meer zicht komt op de inkomsten en uitgaven?

Over uw vraag over het verhogen van de tarieven en de BOA-middelen: u koppelt hier eigenlijk twee dingen die niks met elkaar te maken hebben.
 Mijn uitgangspunt is altijd, collega De Meester: de breedste schouders dragen de zwaarste lasten. En ik denk dat u dat ook met mij deelt.

We gaan inderdaad een oefening maken rond de tarieven en dat voorstel komt samen met ale retributiereglementen naar de gemeenteraad. Daarbij heb ik onze diensten heel expliciet gevraagd om de impact voor de meest kwetsbare gezinnen goed door te rekenen, zodat zij zo weinig mogelijk getroffen worden. En ik heb daar ook een compensatie voor voorzien.

Kijk, heel concreet: als mijn zoontje naar de vakantieopvang van DIKO gaat, betaal ik daar 60 euro per week voor. Ik denk dat u het met mij eens bent dat zowel u als ik daar best wat meer voor kunnen betalen, u kent ongetwijfeld de gangbare tarieven in de sector. 

Het extra geld dat Vlaanderen ter beschikking stelt via BOA is niet bedoeld om die prijzen in de stedelijke opvang te drukken. Dat zijn echt twee aparte zaken. Maar u weet, collega, dat ik het superbelangrijk vind dat kwetsbare mensen niet geraakt worden. Er komt dus een voorstel, maar altijd met hetzelfde uitgangspunt: we vragen een eerlijke bijdrage van ouders, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen.

wo 10/09/2025 - 14:36
IR 6.

2025_MV_00634 - Mondelinge vraag van raadslid Sophie Vanonckelen: Lockers voor daklozen

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici
IR 6.

2025_MV_00634 - Mondelinge vraag van raadslid Sophie Vanonckelen: Lockers voor daklozen

2025_MV_00634 - Mondelinge vraag van raadslid Sophie Vanonckelen: Lockers voor daklozen

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Het belang van lockers voor dakloze mensen kan moeilijk overschat worden. Ze kunnen er hun persoonlijke documenten, kledij en andere spullen veilig en droog bewaren. Dit helpt hen om op een iets waardigere manier de dag te kunnen doorbrengen, naar de winkel te gaan, zichzelf te verzorgen,... De dienst Outreachend Werken van Stad Gent stelt aan dak- en thuisloze mensen gratis lockers ter beschikking waar je 24/7 in kan. Op verschillende plaatsen in Gent staan ongeveer 100 lockers voor daklozen. Daarmee kunnen niet alle daklozen bediend worden. Vier keer per jaar worden de lockers geleegd en gereinigd, en nadien herverdeeld.  Voor wie dan zonder locker valt, is dat een zware dobber.


Indiener(s)
Sophie Vanonckelen
Gericht aan
Evita Willaert
Tijdstip van indienen
vr 29/08/2025 - 11:17
Toelichting

Hoeveel lockers zijn er momenteel in gebruik?

Worden er bijkomende lockers gepland?

Door verhuis van de dienst Outreachend Werk uit de Abeelstraat zouden ook de lockers daar verplaatst worden; is er al een nieuwe locatie voorzien?

Bespreking
Antwoord

het antwoord op de vraag kan nagekeken worden via Raadpleegomgeving - Open Data - Agendapunt

do 11/09/2025 - 10:47
IR 7.

2025_MV_00642 - Mondelinge vraag van raadslid Sophie Vanonckelen: B-Stroom

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici
IR 7.

2025_MV_00642 - Mondelinge vraag van raadslid Sophie Vanonckelen: B-Stroom

2025_MV_00642 - Mondelinge vraag van raadslid Sophie Vanonckelen: B-Stroom

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Net voor de zomervakantie bracht de Vlaamse Onderwijsraad een uitgebreid advies uit over de uitdagingen in de eerste graad B-stroom, onder de titel “Boost voor de B-stroom". Het advies is gebaseerd op een bevraging van verschillende betrokkenen: leerlingen in de B-stroom, hun ouders, leerkrachten die in de B-stroom werken en schooldirecties. Daaruit komen een aantal uitdagingen naar voor: één daarvan is de negatieve connotatie van de B-stroom, die door de benaming nog versterkt wordt. Dat komt ook naar voor uit een recent advies van de Scholierenkoepel over arbeidsmarktgericht onderwijs. Andere uitdagingen zijn, volgens de Vlor, capaciteitstekorten in verschillende regio’s en de vele leer- en zorgnoden in deze klassen.  

De VLOR doet verschillende aanbevelingen om deze uitdagingen aan te pakken. Een aantal concrete voorbeelden, zijn: een centrale monitoring van de capaciteitsnoden; een nieuwe, minder stigmatiserende naam voor de B-stroom, meer mogelijkheden om multidisciplinaire teams in te zetten en – opvallend – structurele investering in brugfigurenwerking: iets wat we in Gent natuurlijk al langer doen. 

De aanbevelingen zijn natuurlijk voor een groot stuk gericht aan de Vlaamse Regering. Maar er zijn ook een aantal zaken waar we in Gent mee aan de slag kunnen. Vandaar de volgende vragen: 

Indiener(s)
Sophie Vanonckelen
Gericht aan
Evita Willaert
Tijdstip van indienen
ma 01/09/2025 - 11:47
Toelichting
  • Zijn de knelpunten die de VLOR blootlegt, in lijn met wat Gentse scholen met een B-stroom ervaren?  
  • Welke initiatieven neemt de stad om onderwijs in de B-stroom te versterken? Wordt hierbij rekening gehouden met de adviezen van de VLOR? Op welke manier wordt capaciteit gemonitord in Gent? 
  • Hoe zal de brugfigurenwerking er de komende jaren uitzien in het secundair onderwijs in Gent? Is er daarbij een specifieke focus op scholen die B-stroom aanbieden?
Bespreking
Antwoord

Beste raadslid Vanonckelen,

Bedankt voor uw vraag. Met dit advies zette de VLOR een belangrijk thema op de kaart. De B-stroom richt zich op leerlingen zonder getuigschrift basisonderwijs. Scholen signaleren al jaren knelpunten, het VLOR-advies brengt die in beeld en geeft richting aan beleid. 

Voor het antwoord op deze vraag informeerde ik me bij het Stedelijk Onderwijs en het Onderwijscentrum, dat zicht heeft op de situatie in de verschillende netten. 

De Gentse scholen bevestigen in grote lijnen wat de VLOR schrijft. Leerlingen in de B-stroom groeien vaker op in kansarmoede. Schoolmoeheid en problematische afwezigheden komen er veel vaker voor. Aangezien de B-stroom zich richt op leerlingen zonder getuigschrift basisonderwijs zijn er uiteraard véél leerlingen met leervertraging of met leernoden. Het aantal zorgvragen ligt volgens de bevraagde scholen hoger, en scholen melden meer gedragsproblemen.

Kortom: schoolteams krijgen er te maken met een mix van uitdagingen. Spijbelen, schoolmoeheid of lastig gedrag zijn vaak symptomen van dieperliggende problemen: zoals ook de brugfiguren aangeven: een gebrek aan motivatie, een laag welbevinden of een problematische gezinssituatie. Door wachtlijsten in de welzijnssector en druk op de CLB’s krijgen jongeren vaak te laat hulp. Ook bij de NAFT-trajecten (Naadloze Flexibele Trajecten), gefinancierd door Vlaanderen, zijn er wachtlijsten: ze bieden intensieve begeleiding bij schooluitval en kunnen zowel individueel als voor groepen ingezet worden. Daarom organiseren scholen uit noodzaak soms ook zélf projecten, omdat hun leerlingen nu eenmaal niet kunnen wachten.

Dus, raadslid Vanonckelen, de uitdagingen die de VLOR beschrijft, zijn ook in Gent voelbaar en ze staan zeker op mijn radar.

Dan uw vragen over het Gentse beleid. Eerst een kanttekening: ik steun de adviezen van de VLOR volledig. In Gent zijn we met veel aanbevelingen al bezig, maar u zei het zelf al: heel wat aanbevelingen zijn gericht aan de Vlaamse Regering. We doen in Gent wat we kunnen, maar – en we moeten dat hier te vaak zeggen: wij kunnen niet alle gaten dichtrijden die Vlaanderen laat vallen. Mijn pleidooi is dus dat de Vlaamse Regering het advies ter harte neemt, en structureel beleid gaat voeren om scholen te versterken: bijvoorbeeld door te investeren in multidisciplinaire teams, in brugfiguren, en dat ze maatregelen gaat nemen om opleidingen in de B-stroom en het beroepsgericht onderwijs meer te waarderen. 

Terug naar Gent. Wat capaciteit betreft: de VLOR vraagt om monitoring op Vlaams niveau. Dat onderschrijf ik. Net als voor het buitengewoon onderwijs is het belangrijk om goed te weten waar capaciteit tekort is, om te kunnen investeren waar dat nodig is. In Gent volgt het LOP capaciteit en aanmeldingen op. Globaal waren er bij de laatste aanmeldperiode genoeg plaatsen in 1B, al moeten daar wel kanttekeningen bij gemaakt worden: zo moeten kinderen die zich aanmelden voor de B-stroom vaak al een keuze maken in functie van toekomstige richtingen. Hoewel er over heel Gent genoeg plaats is voor 1B, komt niet elke leerling op de school terecht waar ze vanaf het derde jaar de richting kunnen kiezen die zij willen. Het LOP Gent Secundair heeft een focusgroep waar scholen met een B-stroom regelmatig uitwisselen en samen nadenken over oplossingen.

Dan de initiatieven van de stad. Een aantal aanbevelingen die de Vlaamse Onderwijsraad naar voor schuift, zijn belangrijk voor élke school en élke klas, maar, gezien de specifieke uitdagingen, extra belangrijk in de B-stroom. Denk aan het belang van goede basiszorg op school, een verbindend schoolklimaat, en een goed partnerschap met ouders. Op al die zaken zetten we als stad bijkomend in via het flankerend onderwijsbeleid, dus via de werking van het Onderwijscentrum en verschillende partners die we subsidiëren. 

De scholen in het eigen Stedelijk Onderwijs nemen ook initiatieven in lijn met het advies van de VLOR: sommige scholen investeren extra onderwijsmiddelen om kleinere klassen te maken, of gaan zelf aan de slag met alternatieve benamingen voor de B-stroom. Ik ondersteun dat volledig en wil deze legislatuur ook verder in gesprek gaan om te zien hoe we hier in Gent verder richting kunnen geven, liefst over de netten heen. 

Ten slotte: de brugfiguren. De VLOR beveelt aan om in de B-stroom brugfiguren in te zetten om te bouwen aan partnerschap met gezinnen. In het Gentse secundair onderwijs kozen we er tien jaar geleden al voor om brugfiguren in de B-stroom in te zetten. Hun werk gaat heel breed en wordt sterk gewaardeerd. Ze gaan bijvoorbeeld op huisbezoek voor de start van het secundair onderwijs, ondersteunen de school in het organiseren van laagdrempelige infomomenten, leiden ouders toe naar de oudercontacten… Ook belangrijk – want daar hapert het vaak: brugfiguren “verzachten” de lastige overgangen: tussen lager en secundair onderwijs, en binnen het secundair. Brugfiguren in basis en secundair onderwijs hebben nauw contact met elkaar en overleggen (uiteraard rekening houdend met ambtsgeheim en privacywetgeving) en gaan soms samen op huisbezoek. Brugfiguren laten hun leerlingen niet zomaar los. 

U vraagt hoe de brugfigurenwerking er de komende jaren zal uitzien.  Aangezien de noden zo hoog zijn en de brugfiguren zo’n belangrijke rol spelen, kozen we ervoor om de werking de komende jaren uit te breiden: we zullen 3 VTE extra brugfiguren toevoegen, en 1 VTE extra trajectbrugfiguur. Met de extra brugfiguren willen we inderdaad de focus op de B-stroom leggen. Zo kan elke school met een B-stroom rekenen op een brugfiguur. Het werk van de trajectbrugfiguren is niet specifiek gericht op de B-stroom: alle scholen zonder “eigen” brugfiguur kunnen beroep doen op de trajectbrugfiguren om hen te ondersteunen op maat.

wo 10/09/2025 - 14:14
IR 8.

2025_MV_00643 - Mondelinge vraag van raadslid Els Roegiers: Zorghostel in Gent?

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici
IR 8.

2025_MV_00643 - Mondelinge vraag van raadslid Els Roegiers: Zorghostel in Gent?

2025_MV_00643 - Mondelinge vraag van raadslid Els Roegiers: Zorghostel in Gent?

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

In de herfst van vorig jaar opende in Antwerpen een tweede zorghostel. Het eerste startte er al in 2017 om een oplossing te bieden voor een groep dak- en thuislozen met complexe problemen, inclusief gezondheids- en verslavingsproblemen. De instapvoorwaarde voor bewoners is om mee te stappen in een begeleidingstraject (met een ketenaanpak met betrokkenheid van hulpverleners, politie en justitie). Uit evaluaties blijkt dat deze aanpak werkt: de levenskwaliteit van de betrokkenen gaat erop vooruit en de overlast (incl. criminele feiten) voor de buurt vermindert aantoonbaar. 

In een recent opiniestuk betreurde een Gentse sociaal werker het ontbreken van een dergelijk zorghostel in onze stad. Het Gentse bestuursakkoord bevat echter alvast de volgende passage over de mogelijke opstart van een zorghostel: “We onderzoeken de inrichting van een zorghostel. Dit is een kleinschalige woonvorm voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen maar ook moeilijk hun plaats vinden in instellingen. We dringen aan bij bovenlokale overheden om deze zorgvorm mee te financieren.”


Indiener(s)
Els Roegiers
Gericht aan
Astrid De Bruycker
Tijdstip van indienen
ma 01/09/2025 - 13:13
Toelichting

1. Wat is na acht maanden de stand van zaken? 

2. Hoe wordt het onderzoeken van de inrichting van een zorghostel aangepakt? Welk budget (locatie, werking, personeel) zou hier op jaarbasis nodig zijn? Aan hoeveel mensen zou het hostel plaats bieden? Hoe ziet men het begeleidingsaanbod? Zijn er al mogelijke locaties in beeld, en zo ja, hoe zal de omliggende buurt hierbij betrokken worden? 

Bespreking
Antwoord

Het antwoord op de vraag kan nagekeken worden via deze link: Raadpleegomgeving - Open Data - Agendapunt

wo 10/09/2025 - 13:16
IR 9.

2025_MV_00644 - Mondelinge vraag van raadslid Ronny Rysermans: Ingebrekestelling Unia aan 90 Gentse werkgevers

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici
IR 9.

2025_MV_00644 - Mondelinge vraag van raadslid Ronny Rysermans: Ingebrekestelling Unia aan 90 Gentse werkgevers

2025_MV_00644 - Mondelinge vraag van raadslid Ronny Rysermans: Ingebrekestelling Unia aan 90 Gentse werkgevers

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Eind juni raakte bekend dat Unia in het kader van het Gentse praktijktestbeleid op de arbeidsmarkt naar 90 Gentse werkgevers een ingebrekestelling had gestuurd. Dit was het gevolg van het recentste praktijktestonderzoek, waarbij volgens het EVA Amal bij 18% van de aangeschreven bedrijven sprake zou kunnen geweest zijn van discriminatie. Met die bedrijven zou een gesprek gevoerd worden in samenwerking met Unia, over de reden om op bepaalde (fictieve) sollicitatiebrieven niet te antwoorden. Deze gesprekken kwamen er echter niet en Unia ging meteen over tot het versturen van ingebrekestellingen wegens discriminatie, die naderhand verkocht werden als “een uitgestoken hand”. 

De schepen gaf in de pers de volgende reactie over deze manier van werken: “Ik begrijp dat werkgevers boos zijn. Ook als stad vinden we een juridische ingebrekestelling geen goede basis voor een dialoog.” Tegelijk wees de schepen elke verantwoordelijkheid voor de aanpak door Unia van de hand. Nochtans is het gevoerde praktijktestbeleid heel duidelijk een initiatief van dit stadsbestuur. 

 


Indiener(s)
Ronny Rysermans
Gericht aan
Bram Van Braeckevelt
Tijdstip van indienen
ma 01/09/2025 - 13:23
Toelichting

1. Heeft de schepen hierover overleg gehad met Unia en de betrokken werkgevers? Wat is het resultaat hiervan? Welke lessen trekt de schepen hieruit?

2. Zal het stadsbestuur zijn praktijktestbeleid bijsturen in het licht van dit incident? Of blijft men erbij “de strijd te moeten opvoeren” en de aanpak uit te breiden naar extra sectoren zoals nightlife, gezondheidszorg en de banksector? 

Bespreking
Antwoord

Meneer Naeyaert, collega Rysermans,

Beste allen,

bedankt voor uw vragen. Er is inderdaad heel wat gezegd en geschreven over de praktijktesten. Ik merk dat het debat - ook in de media - vaak gevoerd wordt op basis van casuïstiek

Als schepen van gelijke kansen en schepen van werk benadruk ik graag dat de Gentse ondernemers een belangrijke partner zijn als het gaat om een inclusieve arbeidsmarkt. In tal van projecten werken we dan ook actief en goed samen.

 Als stad stellen we vast dat discriminatie op de arbeidsmarkt nog steeds bestaat en dat bovendien ook de bovenlokale aanpak hiervoor niet toereikend is. We willen dat elk talent ingezet kan worden op de arbeidsmarkt, ondanks handicap, leeftijd, of migratieachtergrond. Misschien is het daarom goed om nog eens te recapituleren.

Er werden vorig jaar 1935 praktijktesten bij 766 Gentse werkgevers praktijktesten uitgevoerd.

Vier discriminatiegronden werden getest: leeftijd, herkomst, genderidentiteit en fysieke beperking, specifiek rond doofheid.

Daaruit bleek dat 118 werkgevers (11%) kandidaten ongelijk behandelden.

Die praktijktesten zijn in opdracht van de stad gebeurd. De methodiek werd begeleid door professor Verhaeghe en uitgevoerd door Amal vzw. De algemene resultaten kent de stad en werden ook al gecommuniceerd.

Maar meer informatie over de 118 bedrijven die zijn bezorgd aan Unia, daarover kennen wij als stad de inhoud niet – omwille van de vertrouwelijkheid. Unia heeft die 118 gevallen onder de loep genomen en 90 bedrijven/organisaties gecontacteerd.

De wijze waarop Unia de communicatie heeft gedaan, strookt niet met onze intenties, met name het voeren van dialoog en in overleg zoeken naar oplossingen. Een formele ingebrekestelling – zoals ze in opdracht van Unia is verstuurd - is iets anders dan een oproep tot dialoog.

Ik kan me oprecht goed voorstellen dat als je als bedrijf zo’n formele ingebrekestelling krijgt, en je van geen kwaad bewust bent, dat dit echt wel schrikken is.

Om die reden betreuren we de wijze waarop UNIA in deze de bedrijven heeft laten contacteren: met   name via een ingebrekestelling met een advocatenkantoor en geen echte uitnodiging tot dialoog, wat in die fase uitdrukkelijk de bedoeling was van de Stad.

Dat bedrijven van de weerbots een advocaat onder de arm hebben genomen, had vermeden kunnen worden. De manier waarop Unia dit aanpakt behoort uiteraard tot de expertise en autonomie van Unia, maar niemand wordt graag verrast en het is te betreuren dat dit hier is gebeurd.

Dit gezegd zijnde:

Toen bleek dat een ingebrekestelling werd verstuurd in plaats van – in eerste instantie - uitnodiging tot dialoog, hebben we dan ook met Unia contact opgenomen om een meteen een tweede schrijven te versturen. In dat tweede schrijven werd de bedoeling van de initiële ingebrekestelling – dialoog – nogmaals geduid. In de vervolgstappen is daar door UNIA ook werk van gemaakt.

Intussen zijn we enkele weken verder en kan ik u zeggen dat Unia in dialoog is met de grote meerderheid van deze bedrijven. Navraag bij Unia leert ons dat er met slechts 4% van de destijds 766 geteste bedrijven nog een traject loopt. Concreet zijn er dus 58 van de 90 gevallen al afgerond. En staan er vandaag nog 32 open en dit om diverse redenen: omdat er nog geen reactie kwam, er nog onduidelijkheid is, of er reële vermoedens van discriminatie zijn. Dit cijfer zal vermoedelijk nog zakken wanneer Unia en de bedrijven verder met elkaar in gesprek gaan. Opnieuw, ook deze verdere opvolging hoort tot de exclusieve bevoegdheid van Unia.

Hoewel de initiële communicatie van Unia ook volgens ons anders had gemoeten, stel ik samen met u vast dat er wordt ingezet op dialoog en sensibilisering. Pas wanneer de discriminatie aangetoond zou zijn, schakelt UNIA over naar de rechter. In die fase zijn we vandaag voor alle duidelijkheid nog niet, want ook in op moment wordt er voor de openstaande dossiers eerst nog een reminder verstuurd om verder in dialoog te kunnen gaan, in de hoop dat zo veel mogelijk dossiers kunnen worden afgesloten.

Over de casuïstiek, we hebben geen inzicht in de dossiers, het is dan ook niet aan mij om uitspraken te doen over de inhoudelijke opvolging van Unia. Met andere woorden, ze doen hun job. Bij wijze van voorbeeld, wil ik stellen dat het zeker niet onmogelijk is voor een dove persoon om te werken als zaalmedewerker of receptioniste. In Gent wordt een soepbar gerund door dove mensen. Ook op andere plekken is tewerkstelling van dove personen verre van uitzonderlijk.

Meneer Naeyaert, ik ben de zoon van dove ouders. Het is nét omdat ik heb gezien hoe is om over mensen te praten, in plaats van met mensen; om algemeenheden te zien en invulling te geven in plaats van talenten te zien, dat ik jaren geleden besloot om in de politiek te stappen. Dus nee, ik ga  niet mee in uw framing dat het normaal is om niet in te gaan op sollicitaties van dove mensen.

We hebben op basis van de praktijktesten twee keer vastgesteld dat dove mensen veel minder uitgenodigd worden voor een gesprek. Dit gaat ontegensprekelijk om ongelijke behandeling. Of deze ongelijke behandeling gerechtvaardigd is, maakt deel uit van verder onderzoek dat Unia met de betrokken bedrijven loopt. Bovendien, we hebben op basis van die bevindingen met de Stad Gent en met Doof.Vlaanderen ook een extra traject lopen om de drempels rond werken met dove werknemers weg te werken.

Ook de communicatie naar de bedrijven en de verdere opvolging van de dossiers is de taak van Unia.

Met de betrokken bedrijven heb ik zelf geen rechtstreeks contact gehad. De stad heeft geen inzicht over welke bedrijven het juist gaat, omwille van privacy redenen.  De opvolging van individuele dossiers zit bij Unia. Ik heb hierover ook met Unizo en Voka contact gehad.

Voka is van bij het begin van de praktijktesten tegenstander geweest. Dat is op zich geen nieuws.

We hebben onlangs ook overleg gehad met  Voka, naar aanleiding van bedrijven die begrijpelijkerwijs bezorgd waren na het ontvangen van de ingebrekestelling, die met hen contact opnemen, waarna Voka ook met ons contact opnam. Ook in het overleg met VOKA hebben we vanuit de Stad geduid dat wij verrast waren door de initiële communicatie vanuit Unia, en dit zeker over de manier waarop, met name via een ingebrekestelling.   

Ook Unia zat eind vorige week samen met Voka, en deed hen een voorstel met een  gedifferentieerde aanpak – met zo weinig als nodig juridische stappen. Er ligt ook al een nieuwe datum vast voor verder overleg, heb ik begrepen en dit begin oktober. We hebben echter begrepen dat VOKA dit overleg niet zou afwachten om toch juridische stappen te zetten. Meer weet ik daar op dit moment niet over, maar als dat zo zou zijn betreuren we dat.  

Wat toekomstige plannen betreft:

Als stadsbestuur blijven we achter praktijktesten staan zoals ook vastgelegd in het bestuursakkoord, maar modaliteiten en afspraken doen er wel toe.

Zowel Unia als de stad erkennen dat de communicatie na de praktijktesten anders had gemoeten,  maar we moeten erkennen dat de verdere opvolging van de dossiers exclusief tot de bevoegdheid van Unia behoort. Als er in de toekomst zou beslist worden om opnieuw praktijktesten in te voeren, zal de stad net als nu louter fungeren als opdrachtgever. Het spreekt voor zich dat we dan extra zullen toezien op het maken van goede afspraken maken met de betrokken partners.

Een feit is wel dat we als stad verder werk willen maken van een inclusieve arbeidsmarkt. En laat het duidelijk zijn: een grote meerderheid van de Gentse ondernemers zijn daarin een partner en medestander.

Dus nogmaals, luid en duidelijk: een formele ingebrekestelling is voor ons geen uitnodiging tot dialoog. We betreuren ten zeerste dat UNIA dit op deze wijze deed. Dat Voka tegen praktijktesten is, is geen geheim. Al er voor een juridische procedure zou worden gekozen, betreuren we dat. Maar in het geval, zullen we de resultaten hiervan afwachten vooraleer we zelf al dan niet werk maken van nieuwe praktijktesten. Een juridische procedure is niet bevorderlijk voor wederzijds begrip, we hebben die boodschap ook nog eens bij UNIA gebracht, maar doen dit ook naar VOKA. Als het gaat over het engagement voor een inclusieve arbeidsmarkt waar talent niet verloren gaat, is dialoog noodzakelijk om vooruitgang te boeken en het belangrijkste doel te bereiken: geen discriminatie op de arbeidsmarkt. Daarom blijven we achter praktijktesten staan zoals die door ons geconcipieerd zijn, en te lezen staat in ons bestuursakkoord.

wo 10/09/2025 - 11:42
IR 10.

2025_MV_00657 - Mondelinge vraag van raadslid Jonas Naeyaert: leerlingenparticipatie in onderwijsbeleid

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici
IR 10.

2025_MV_00657 - Mondelinge vraag van raadslid Jonas Naeyaert: leerlingenparticipatie in onderwijsbeleid

2025_MV_00657 - Mondelinge vraag van raadslid Jonas Naeyaert: leerlingenparticipatie in onderwijsbeleid

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

In Gent kregen scholieren recent de kans om hun stem te laten horen over het onderwijs in de stad. Zij formuleerden voorstellen rond die cruciale thema’s: een sterker antipestbeleid, de verbetering van de kwaliteit van lespraktijken en het verminderen van de werkdruk die voortvloeit uit het lerarentekort.  

Deze thema’s komen rechtstreeks van de leerlingen zelf via het Gentse scholierenoverleg.  

In het kader van participatie stel ik wat vragen in welke mate de stad deze input structureel verwerkt in haar onderwijsbeleid.  

Indiener(s)
Jonas Naeyaert
Gericht aan
Evita Willaert
Tijdstip van indienen
wo 03/09/2025 - 12:59
Toelichting
  1. Hoe volgt de stad de recente voorstellen van Gentse scholieren rond antipestbeleid, kwaliteitsverbetering en werkdruk door het lerarentekort concreet op? 

  1. Op welke manier worden deze voorstellen effectief omgezet in beleidsacties of projecten binnen het stedelijk onderwijsbeleid? 

  1. Bestaan er al structurele mechanismen (zoals werkgroepen of een vaste overlegstructuur) die garanderen dat leerlingeninspraak duurzaam geïntegreerd wordt in het onderwijsbeleid? 

  1. Hoe en via welke kanalen wordt aan de betrokken scholieren teruggekoppeld wat er met hun input gebeurt? 

Bespreking
Antwoord

Beste raadslid Naeyaert, 

Bedankt voor uw vraag. Ik geef graag wat meer achtergrond bij dit mooie initiatief, dat Gentse scholieren de kans geeft om hun ideeën over onderwijs te delen. 

Het Gentse Scholierenoverleg brengt vertegenwoordigers van de verschillende Gentse leerlingenraden samen. De werking wordt ondersteund door de Vlaamse Scholierenkoepel, die lokale werkingen organiseert in 5 Vlaamse gemeentes, en het LOP Gent secundair. Het Gentse Scholierenoverleg werkte doorheen het schooljaar aan voorstellen, die ze in juni presenteerden aan het LOP, dus aan de Gentse onderwijspartners. De Stad staat, via het Onderwijscentrum, ook in contact met het Scholierenoverleg: ze toetsen bijvoorbeeld zaken proactief af, zijn aanwezig bij de bijeenkomsten en ondersteunen de verdere verspreiding van de voorstellen.  

Dan geef ik u graag een antwoord op uw specifieke vragen. Ik neem de eerste twee vragen – rond opvolging van de voorstellen en omzetting in concrete acties – even samen. 

De scholieren deden vorig schooljaar aanbevelingen over drie thema’s, namelijk: 

  • Het invoeren van een antipestplan op school 

  • De kwaliteit van lesgeven (dus vooral de manier van lesgeven) 

  • Het opvangen van het lerarentekort 

De ideeën zijn heel uiteenlopend: de scholieren hebben heel wat concrete ideeën waar scholen mee aan de slag kunnen. Denk bijvoorbeeld aan voorstellen rond een beleid tegen pesten en kwaliteit van lesgeven. Ook voor de pedagogische begeleidingsdiensten van de verschillende netten is een rol weggelegd: zij begeleiden scholen op die thema’s. De voorstellen rond lerarentekort zitten dan weer vooral op niveau van Vlaanderen. 

Maar er zijn zeker ook suggesties waar we als lokaal beleid mee aan de slag gaan. Enkele voorbeelden: 

  • Rond pesten: 

  •  bestaat er het gratis aanbod van omstaanderstrainingen voor alle Gentse scholen.  

  • De stedelijke Dienst Preventie voor Veiligheid ontwikkelde het videospel BARST die jongeren vanaf 12 jaar helpt omgaan met conflictsituaties in hun leefwereld.  

  • Via de werking rond gekwalificeerde uitstroom zetten we netoverschrijdend in op een verbindend school- en klasklimaat.  

  • De Pedagogische Begeleidingsdienst van het Stedelijk Onderwijs heeft vormingen voor scholen om een stevig antipestbeleid op te bouwen. 

Ook aan de kwaliteit van lesgeven bouwen we als stad mee. Voor het Stedelijk Onderwijs biedt de Pedagogische Begeleidingsdienst een uitgebreid begeleidings- en vormingsaanbod voor leerkrachten. 

Dan vraagt u naar structurele mechanismen rond leerlingenparticipatie. Participatie wordt op verschillende niveaus georganiseerd: in de eerste plaats op scholen zelf. Zo kunnen leerlingen heel direct wegen op het beleid van hun eigen school. Dat gebeurt in het Stedelijk Onderwijs bijvoorbeeld via de leerlingenraad. Sommige scholen organiseren bijkomend ook een “klassenraad” of kindgesprekken.  

Via het LOP komen de voorstellen van de scholieren terecht bij alle scholen en bij de Stad: de bezorgdheden en aanbevelingen zijn dus ook bekend bij de relevante stadsdiensten die ze meenemen in hun werking. 

Tot slot het antwoord op uw laatste vraag: Hoe en via welke kanalen wordt aan de betrokken scholieren teruggekoppeld wat er met hun input gebeurt? 

In eerste instantie werden de ideeën van de scholieren gecommuniceerd aan de scholen: dat gebeurde via het LOP en via de website van het Onderwijscentrum. Ter opvolging werd een bevraging uitgestuurd naar de scholen: hoe ze naar de ideeën kijken en of ze ermee aan de slag willen gaan. Die feedback zal zeker teruggekoppeld worden naar de scholieren: eens de resultaten binnen zijn, bundelen de trekkers van dit mooie project die en zullen ze ook gecommuniceerd worden aan de scholieren. Dat geeft de scholieren meteen zelf ook inspiratie hoe ze op hun eigen school aan de slag kunnen. 

wo 10/09/2025 - 14:27
IR 11.

2025_MV_00661 - Mondelinge vraag van raadslid Tom De Meester: De geplande besparingen bij de Buitenschoolse Kinderopvang

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici
IR 11.

2025_MV_00661 - Mondelinge vraag van raadslid Tom De Meester: De geplande besparingen bij de Buitenschoolse Kinderopvang

2025_MV_00661 - Mondelinge vraag van raadslid Tom De Meester: De geplande besparingen bij de Buitenschoolse Kinderopvang

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Op 3 augustus 2025 diende ik een schriftelijke vraag in, gericht aan  Evita Willaert, met onderwerp: 2025_SV_00638 Opvolgvraag buitenschoolse opvang. Op 2 september 2025 werd deze schriftelijke vraag uitgebreid beantwoord door schepen Willaert.

Er blijven echter verschillende discussiepunten en onduidelijkheden over. Ook bij het personeel en de vakbonden blijft er de grootste onduidelijkheid en verwarring bestaan over de geplande besparingen bij de buitenschoolse opvang. Vandaar volgende vragen ter verduidelijking.

Indiener(s)
Tom De Meester
Gericht aan
Evita Willaert
Tijdstip van indienen
wo 03/09/2025 - 16:51
Toelichting

1/ Er blijft onduidelijkheid over het aantal functies die geschrapt wordt. Schepen Willaert maakt een onderscheid tussen 20 VTE die geschrapt wordt door ‘de stedelijke besparingen’ en 15 VTE die verdwijnen door het wegvallen van de huidige Vlaamse subsidielijnen - goed voor 2 miljoen euro per jaar - en de vervanging ervan door een fors hogere BOA-subsidiëring (waar wel ook een bredere scope tegenover staat). De stelling van schepen Willaert is dat het effect op de werkvloer minimaal is, vermits van die 20 VTE 15 VTE openstaande vacatures betreft. In werkelijkheid verdwijnen natuurlijk ook die 15 VTE die geschrapt worden omdat de Vlaamse subsidies zogezegd wegvallen. Het totaal aantal geschrapte arbeidsplaatsen betreft dus wel degelijk 35 VTE, waarvan 20 VTE effectief ingevulde arbeidsplaatsen. Kan de schepen die redenering bevestigen?

2/ Volgens de schepen kunnen een aantal van die 15 VTE “zeker nog deels gecompenseerd worden” door de bijkomende BOA-middelen die Gent krijgt in het kader van de BOA-hervorming. Vraag is waarom die arbeidsplaatsen dan nu al niet gered worden? Ook al moeten de bijkomende BOA-middelen dienen om het geheel van de buitenschoolse kinderopvang in Gent te financieren, de middelen die DIKO bijkomend zal krijgen zullen in elk geval ruimschoots volstaan om de 20 effectieve VTE die geschrapt worden aan boord te houden. Gent zal namelijk 6 tot 7 miljoen aan middelen krijgen voor de buitenschoolse opvang, in plaats van de huidige 2 miljoen. Het gaat dus niet over een inkrimping, maar een verdriedubbeling van de subsidies.

3/ Bovendien krijgt Gent als overgangssubsidie 3,4 miljoen euro voor 2025-2026 (de BOOST-subsidie), bedoeld voor de overgang naar de nieuwe BOA-regeling. Tot onze verbazing zet Gent die middelen nauwelijks in, maar is op het college van 30 april 2025 beslist om 2,9 miljoen euro niet te gebruiken, maar als reserve aan de kant te zetten voor de volgende jaren. Waarom worden deze middelen, die geoormerkt zijn en enkel voor buitenschoolse kinderopvang kunnen gebruikt worden, niet ingezet om de huidige jobs te behouden?

4/ De ochtendopvang verhuist naar de stedelijke scholen (de BBO’s van SOG). Dat betekent dat de opvang voortaan door het stedelijke onderwijs moet gebeuren, die daarvoor geen bijkomende middelen of mensen krijgen. Hoe moet dit opgelost worden? In haar antwoord stelt de schepen dat er “op sommige plaatsen” oplossingen mogelijk zijn, bijvoorbeeld door het combineren van kleuteropvang en opvang van lagere schoolkinderen. Maar quid elders? Volgens de schepen zal SOG de “noden identificeren” en een brede oefening maken, maar hoe moet ze die noden invullen? SOG zal uiteraard beroep kunnen doen op de bijkomende BOA-middelen: klopt die redenering? Maar opnieuw: waarom wordt er dan nu bespaard, als uiteindelijk de bijkomende BOA-middelen de oplossing zijn?

5/ Het blijft ook totaal onduidelijk waarom de tarieven in de buitenschoolse kinderopvang moeten verhogen. Volgens de schepen volstaan de BOA-middelen niet om kostendekkend te zijn ondanks de forse verhoging van de middelen. Maar er zijn wel meer middelen. Waarom worden dan de tarieven verhoogd? Hoeveel geld wil het stadsbestuur hiermee besparen? En waarom wordt deze besparing niet uitgesteld tot de implementatie van het BOA-decreet doorgevoerd is en er meer zicht komt op de inkomsten en uitgaven?

Bespreking
Antwoord

Dank u wel, raadslid Heyndrickx, voor uw vragen. Sommige raken aan thema’s die ook door collega De Meester zijn opgeworpen. Laat me daarom eerst heel kort schetsen wat BOA precies verandert in onze stad.

BOA is echt een gamechanger: het gaat om een kwalitatieve kinddag voor álle Gentse kinderen van 3 tot 12 jaar, ongeacht in welk onderwijsnet ze schoollopen, tijdens het schooljaar en ook in de vakanties. 

Er is vandaag een beperkte Vlaamse subsidiëring voor opvang. Vandaag krijgen twee organisaties in onze stad – DIKO en Klein & Wijs rechtstreekse kleuterlabelcenten vanuit Vlaanderen.  Vlaanderen schrapt nu de subsidielijn voor kleuterlabel en verruimt de scope, met een andere, grotere subsidie: 6,8 miljoen euro. En die centen worden verdeeld over veel meer organisatoren van opvang én activiteiten. Dat zal gebeuren via een billijk erkennings- en subsidiekader, zoals bepaald door het decreet. 

Wij als lokaal bestuur krijgen de regie in handen. Het is dus onze verantwoordelijkheid om die middelen op een verstandige en rechtvaardige manier te verdelen, in lijn met wat Vlaanderen oplegt én met wat Gent nodig heeft om zo de BOA-doelstellingen te realiseren.

 Zal Gent deze Vlaamse subsidie aanvragen om de regierol in de buitenschoolse opvang verder uit te werken? Zo ja, op welke manier wordt dit momenteel voorbereid of gepland? 

Ja, collega Heyndrickx, Gent heeft die Vlaamse subsidies (de zogenaamde voorbereidingssubsidies) niet alleen aangevraagd, we hebben ze ook al gekregen. In de voorbije jaren hebben we ze vooral ingezet om drie proefprojecten op te starten in een aantal pilootwijken en één stadsbreed project.

Voor de periode 2025-2026 krijgen we van Vlaanderen een BOOST-subsidie. Dat is een eenmalige subsidie die specifiek dient om de uitrol van het nieuwe BOA-decreet voor te bereiden. De begroting daarvoor is nog in opmaak, maar wat ik nu al kan zeggen: die middelen gebruiken we om de proefprojecten te verlengen, om medewerkers te financieren die het erkennings- en subsidiekader uitwerken, om aanbevelingen uit de proefprojecten verder uit te testen, etc. Denk bijvoorbeeld aan clustersamenwerkingen tussen scholen met ondersteuning van BOA-coördinatoren en BOA-animatoren, maar ook acties rond toegankelijkheid.

Vanaf 2026 komt de regie over de buitenschoolse opvang en activiteiten dan volledig in handen van de stad. Vlaanderen voorziet daarvoor een jaarlijkse subsidie – daar verwees ik zonet al even naar. Die is natuurlijk welkom, maar volgens de VVSG veel te beperkt om de ambities en doelstellingen van het decreet waar te maken. 

Gent bereidt zich al jaren op voor op die uitrol: er loopt een breed traject met talrijke betrokkenen, en onze regiecel werkt volop aan het Gentse BOA-model. Dat is stevig werk en dat is nodig want BOA zal – zoals ik al zei – een echte gamechanger zijn voor onze stad.

Wat het extra moeilijk maakt, is dat Vlaanderen vaak heel laat en onduidelijk communiceert. Denk aan ingrijpende wijzigingen die pas eind februari kwamen 

– vb dat we als lokaal bestuur ook controle en handhaving moeten opnemen 

– of deze zomer nog, toen de regels rond het aanleggen van reserves voor BOOST-subsidies plots veranderden. 

En intussen is er zelfs nog geen definitief decreet. Dat zorgt voor grote druk, zowel op ons als lokaal bestuur als op de partners waarmee we samenwerken.

Welke acties zal de stad ondernemen om te zorgen voor een lokaal gedragen plan, inclusief samenwerking met scholen, verenigingen en opvanginitiatieven? Is er al een samenwerkingsverband opgezet? Hoe zal Gent ouders en partners uit het jeugd-, onderwijs- en welzijnsveld betrekken bij het opzetten van dit aanbod?

Ik neem hier graag vraag 2 en 3 samen. U vraagt of er al een samenwerkingsverband is?

 Zeker, raadslid Heyndrickx. Gent is daar trouwens pionier in. We waren de eerste stad in Vlaanderen die al in 2021 een officieel BOA-samenwerkingsverband oprichtte. Daarin zitten alle actoren die betrokken zijn bij buitenschoolse opvang en activiteiten. 

Maar we bereiden BOA al langer voor. Sinds 2016 hebben we uitgebreid onderzoek gedaan bij gezinnen en sleutelfiguren, en is er een brede denktank opgezet met mensen uit verschillende sectoren, ook ouders. Op basis daarvan is een gedeelde visie ontstaan, die we hebben getest in vier pilootwijken (Oostakker, Gentbrugge en de Binnenstad in 2023-2025, Sluizeken-Tolhuis-Ham in 2018-2020) én in stadsbrede projecten voor kinderen met extra zorgnoden.

Om dat alles te trekken hebben we sinds 2017 een BOA-regisseur. In 2025 hebben we dat verder uitgebouwd met een BOA-regiecel én een werkgroep die stadsdiensten verbindt. Kortom: we bouwen stap voor stap, samen met scholen, verenigingen, opvanginitiatieven en ouders en kinderen, aan een breed gedragen plan voor BOA in onze stad.

Hoe zal de stad een lokaal erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten uitwerken? Wat is de stand van zaken? Gaat dit tijdig uitgewerkt zijn voor de start op 1 september 2026?

Collega Heyndrickx, u vraagt naar een stand van zaken en de timing van het lokaal erkenningskader.

Onze BOA-regiecel is volop bezig met het lokaal erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten. Daarbij werken ze nauw samen met de Vlaamse administratie en met onze juridische dienst, zodat alles klopt met de Vlaamse regels én past bij de Gentse realiteit.

Ze baseren zich hiervoor op de ervaringen uit het traject tot nu toe: de proefprojecten, de samenwerking met de onderwijsnetten, de input van jeugd en vrijetijdspartners enz. In september leggen we het ontwerpreglement voor advies voor aan het samenwerkingsverband, en daarna komt het naar de gemeenteraad.

Zo zorgen we ervoor dat we vanaf 1 januari 2026 klaarstaan met een duidelijk erkennings- en subsidiekader. En vanaf 1 september 2026 rollen we BOA breed uit, met als doel: zoveel mogelijk kwaliteitsvol en inclusief aanbod, voor zoveel mogelijk Gentse kinderen.

Hierop aansluitend ga ik graag over naar de vragen van raadslid De Meester. 

Er blijft onduidelijkheid over het aantal functies die geschrapt wordt. Schepen Willaert maakt een onderscheid tussen 20 VTE die geschrapt wordt door ‘de stedelijke besparingen’ en 15 VTE die verdwijnen door het wegvallen van de huidige Vlaamse subsidielijnen - goed voor 2   miljoen euro per jaar - en de vervanging ervan door een fors hogere BOA-subsidiëring (waar wel ook een bredere scope tegenover staat). De stelling van schepen Willaert is dat het effect op de werkvloer minimaal is, vermits van die 20 VTE 15 VTE openstaande vacatures betreft. In werkelijkheid verdwijnen natuurlijk ook die 15 VTE die geschrapt worden omdat de Vlaamse subsidies zogezegd wegvallen. Het totaal aantal geschrapte arbeidsplaatsen betreft dus wel degelijk 35 VTE, waarvan 20 VTE effectief ingevulde arbeidsplaatsen. Kan de schepen die redenering bevestigen?

Meneer De Meester, u verwijst naar de beslissingen uit het Meerjarenplan van de Stad. 

Het klopt dat er in de personeelsbehoefte met stedelijke financiering 20 VTE verdwijnen en met Vlaamse financiering 15 VTE. En het klopt evengoed dat er nu ongeveer de helft van deze plaatsen niet ingevuld zijn. In de sector van de kinderopvang, met de personeelstekorten die er zijn, is dit helaas een dynamisch gegeven: de aanwervingen lopen permanent en er komen doorlopend mensen bij, en helaas verliezen we ook doorlopend mensen. En daaraan zijn de diensten hard aan het werken. 

Zoals ik al zei in antwoord aan mevrouw Heyndrickx: BOA is een echte gamechanger waarbij er heel wat zaken samenkomen en het is een bijzonder complexe oefening. De scope vergroot, maar ook het aantal partners vergroot. En er komen nieuwe spelregels. Ik zeg dit niet om mij erachter weg te steken, ik zeg dit omdat het echt de realiteit is.  

De vermindering van de personeelsbehoefte wordt trouwens ook niet van vandaag op morgen doorgevoerd. En het zal op een doordachte en zorgzame manier gebeuren. 

Dienst Kinderopvang startte deze maand met een reorganisatie-oefening om alle veranderingen voor te bereiden. Ze trekt daar 2 jaar voor uit. 

Deze oefening was overigens al langer gepland, nog voor de besparingsmaatregelen, ter voorbereiding van BOA enerzijds, en omdat er verschillen gegroeid zijn in de manier waarop de buitenschoolse opvanglocaties vandaag georganiseerd zijn: in de manier waarop ochtend-, middag- en avondopvang wordt gebruikt, in de inzet van personeel doorheen de dag, en in de kind/begeleider-ratio. Met die analyse wil de dienst dus tot een nieuwe personeelsbehoefte per basisteam komen, rekening houdend met de verwachtingen van het nieuwe BOA-decreet en –als onderdeel daarvan- met de overname van de ochtendopvang door het Stedelijk Onderwijs.

Het is de verwachting dat de natuurlijke rotatie binnen het team van kinderbegeleiders zal toelaten de vermindering te realiseren op natuurlijke wijze. Mocht er in 2027 toch nog een (vermoedelijk beperkt) teveel zijn, dan kunnen mensen - mits kwalificatie of via een kwalificerend traject - zeker overstappen naar de vele openstaande vacatures in de stedelijke crèches, als ze dat willen. We willen ten allen tijde blijven zorgen voor onze kinderbegeleiders. 

Volgens de schepen kunnen een aantal van die 15 VTE “zeker nog deels gecompenseerd worden” door de bijkomende BOA-middelen die Gent krijgt in het kader van de BOA-hervorming. Vraag is waarom die arbeidsplaatsen dan nu al niet gered worden? Ook al moeten de bijkomende BOA-middelen dienen om het geheel van de buitenschoolse kinderopvang in Gent te financieren, de middelen die DIKO bijkomend zal krijgen zullen in elk geval ruimschoots volstaan om de 20 effectieve VTE die geschrapt worden aan boord te houden. Gent zal namelijk 6 tot 7 miljoen aan middelen krijgen voor de buitenschoolse opvang, in plaats van de huidige 2 miljoen. Het gaat dus niet over een inkrimping, maar een verdriedubbeling van de subsidies.

U vraagt om het verlies van het kleuterlabel te compenseren met de BOA-middelen. 

Welnu meneer De Meester, dat kan niet, want de doelstellingen en spelregels zijn niet één op één hetzelfde.
 Wat dacht u, dat we het nieuwe reglement speciaal op maat van onze eigen kinderopvangdienst zouden schrijven? Ik ben eigenlijk wel benieuwd, raadslid Heyndrickx, wat u daarvan zou vinden met uw insteek, zou u dat een goed idee vinden?

De BOA-middelen kunnen we dus niet zomaar één op één gebruiken om het wegvallen van het kleuterlabel bij DIKO te compenseren.
 Ons uitgangspunt blijft om zoveel mogelijk medewerkers aan boord te houden. Dat doen we door waar het kan te compenseren in BOA, en door een slimme reorganisatie. En als het echt nog nodig blijkt, kan er eventueel een vrijwillige overstap gebeuren naar de kinderdagverblijven.

Bovendien krijgt Gent als overgangssubsidie 3,4 miljoen euro voor 2025-2026 (de BOOST-subsidie), bedoeld voor de overgang naar de nieuwe BOA-regeling. Tot onze verbazing zet Gent die middelen nauwelijks in, maar is op het college van 30 april 2025 beslist om 2,9 miljoen euro niet te gebruiken, maar als reserve aan de kant te zetten voor de volgende jaren. Waarom worden deze middelen, die geoormerkt zijn en enkel voor buitenschoolse kinderopvang kunnen gebruikt worden, niet ingezet om de huidige jobs te behouden? 

Beste Raadslid De Meester, Ik denk dat ik intussen al vaak genoeg heb uitgelegd dat één op één compenseren gewoon niet mogelijk, zelfs niet toegelaten is.
 En daarnaast: er is helemaal geen sprake meer van de mogelijkheid om een reserve op te bouwen. Wat u zegt, toont net het spanningsveld waarin élk lokaal bestuur zit dat verplicht is het BOA-decreet uit te rollen: we zijn afhankelijk van een Vlaamse regering die de spelregels zelf ook nog aan het bepalen is. 

Op 30 april was het inderdaad nog mogelijk om een deel van de BOOST-middelen opzij te zetten als reserve. Maar ondertussen zijn de spelregels alweer veranderd: het volledige eenmalige budget moet uitgegeven zijn tegen eind december 2026. Als dat niet gebeurt, wordt het teruggevorderd. Er mag dus géén reserve meer opgebouwd worden.

Dat is maar één van de vele koerswijzigingen die tonen hoe moeilijk het is om beleid te voeren. Nog maar eens een bewijs dat het ingewikkeld is, en ook nodeloos ingewikkeld gemaakt wordt.

Kort samengevat: ja, de BOOST-middelen worden wel degelijk ingezet, maar het gaat om éénmalige middelen.

De ochtendopvang verhuist naar de stedelijke scholen (de BBO’s van SOG). Dat betekent dat de opvang voortaan door het stedelijke onderwijs moet gebeuren, die daarvoor geen bijkomende middelen of mensen krijgen. Hoe moet dit opgelost worden? In haar antwoord stelt de schepen dat er “op sommige plaatsen” oplossingen mogelijk zijn, bijvoorbeeld door het combineren van kleuteropvang en opvang van lagere schoolkinderen. Maar quid elders? Volgens de schepen zal SOG de “noden identificeren” en een brede oefening maken, maar hoe moet ze die noden invullen? SOG zal uiteraard beroep kunnen doen op de bijkomende BOA-middelen: klopt die redenering? Maar opnieuw: waarom wordt er dan nu bespaard, als uiteindelijk de bijkomende BOA-middelen de oplossing zijn?

Over de ochtendopvang kan ik samenvatten: de ochtendopvang in de stedelijke scholen blijft gegarandeerd voor de Gentse gezinnen. Wat verandert, is de organisatie achter de schermen.

Vandaag werken er twee stedelijke diensten samen in de ochtendopvang: DIKO voor de kleuters en soms ook de eerste graad, en SOG voor de oudere leerlingen. Dat zorgt er op sommige plaatsen voor dat er ’s morgens twee teams tegelijk paraat staan voor maar een handvol kinderen. Dat is inefficiënt, zeker in tijden van personeelsschaarste. Daarom reorganiseren we: de ochtendopvang wordt stapsgewijs volledig bij SOG ondergebracht.

Betekent dat dat SOG op sommige locaties bijkomende noden zal moeten opvangen? Ja. En daarom maken SOG en DIKO samen een grondige oefening, locatie per locatie waarbij ook de medewerkers betrokken worden. 

En ja, SOG kan – net als alle andere schoolnetten – daarbij een beroep doen op de BOA-centen. 

Maar laat ons een kat een kat noemen: Vlaanderen schuift – en dat meen ik oprecht - mooie doelstellingen naar voren, maar voorziet daar te weinig middelen voor. Wat doet Gent dan? Wij springen bij. Als we op het einde van de legislatuur ons bilan opmaken, zal je zien dat we dubbel zoveel eigen opvangmiddelen in BOA investeren als Vlaanderen. 

Heel concreet: twee derde van de financiering komt uit Gentse middelen, één derde uit Vlaamse. Terwijl Vlaanderen zegt dat het met dat ene derde zou moeten lukken. Ik ben benieuwd welk ander lokaal bestuur ons dat nadoet. En dan heb ik het alleen nog maar over de opvangmiddelen, nog niet over onze andere inspanningen. 

Dus, collega De Meester: zelfs in moeilijke budgettaire omstandigheden kiest Gent ervoor om te investeren in een kwalitatieve kinddag voor alle kinderen in onze stad. En tegen het einde van de legislatuur zal élk Gents kind – ongeacht waar het naar school gaat – toegang hebben tot een gelijkwaardig aanbod. 

Het blijft ook totaal onduidelijk waarom de tarieven in de buitenschoolse kinderopvang moeten verhogen. Volgens de schepen volstaan de BOA-middelen niet om kostendekkend te zijn ondanks de forse verhoging van de middelen. Maar er zijn wel meer middelen. Waarom worden dan de tarieven verhoogd? Hoeveel geld wil het stadsbestuur hiermee besparen? En waarom wordt deze besparing niet uitgesteld tot de implementatie van het BOA-decreet doorgevoerd is en er meer zicht komt op de inkomsten en uitgaven?

Over uw vraag over het verhogen van de tarieven en de BOA-middelen: u koppelt hier eigenlijk twee dingen die niks met elkaar te maken hebben.
 Mijn uitgangspunt is altijd, collega De Meester: de breedste schouders dragen de zwaarste lasten. En ik denk dat u dat ook met mij deelt.

We gaan inderdaad een oefening maken rond de tarieven en dat voorstel komt samen met ale retributiereglementen naar de gemeenteraad. Daarbij heb ik onze diensten heel expliciet gevraagd om de impact voor de meest kwetsbare gezinnen goed door te rekenen, zodat zij zo weinig mogelijk getroffen worden. En ik heb daar ook een compensatie voor voorzien.

Kijk, heel concreet: als mijn zoontje naar de vakantieopvang van DIKO gaat, betaal ik daar 60 euro per week voor. Ik denk dat u het met mij eens bent dat zowel u als ik daar best wat meer voor kunnen betalen, u kent ongetwijfeld de gangbare tarieven in de sector. 

Het extra geld dat Vlaanderen ter beschikking stelt via BOA is niet bedoeld om die prijzen in de stedelijke opvang te drukken. Dat zijn echt twee aparte zaken. Maar u weet, collega, dat ik het superbelangrijk vind dat kwetsbare mensen niet geraakt worden. Er komt dus een voorstel, maar altijd met hetzelfde uitgangspunt: we vragen een eerlijke bijdrage van ouders, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen.

wo 10/09/2025 - 14:38
IR 13.

2025_MV_00664 - Mondelinge vraag van raadslid Els Roegiers: Brief hoofdmaatschappelijk werkers OCMW aan schepen sociaal beleid

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici
IR 13.

2025_MV_00664 - Mondelinge vraag van raadslid Els Roegiers: Brief hoofdmaatschappelijk werkers OCMW aan schepen sociaal beleid

2025_MV_00664 - Mondelinge vraag van raadslid Els Roegiers: Brief hoofdmaatschappelijk werkers OCMW aan schepen sociaal beleid

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Op woensdagnamiddag 3 september jl. stuurden alle hoofdmaatschappelijk werkers van de Sociale Dienst en de Dienst Activering en Werk een mail plus brief, die in de eerste plaats gericht was aan schepen De Bruycker. De hoofdmaatschappelijk werkers uitten hun bekommernis over de impact (inzake coaching, adviesverlening, activering, enz.) van de aangekondigde en voorgenomen besparingen bij de Juridische Dienst, de staf van de Sociale Dienst en op de Dienst Werk en Activering.  Ook de geplande toename van de werklast van de hoofdmaatschappelijk werkers is eveneens een bezorgdheid.

De schrijvers van de brief wijzen ook een uitspraak in De Standaard van 19 augustus dat er van besparingen bij het OCMW geen sprake zou zijn (letterlijk: (…) Dat er besparingen komen op de OCMW’s, wordt ontkend bij het kabinet van Astrid De Bruycker, de Gentse OCMW-voorzitter en schepen voor Sociale Vooruitgang, Gezondheid, Ouderenbeleid en Cultuur. Haar woordvoerder beaamt dat er bij de dienst Activering zestien jobs op de helling staan, maar zegt dat er extra ingezet wordt op eerstelijnshulp en individuele hulp. “Vanaf 2026 zullen er minstens twintig extra werkkrachten aangeworven worden bij de OCMW’s. Van besparingen is er geen sprake.). 

 


 

Indiener(s)
Els Roegiers
Gericht aan
Astrid De Bruycker
Tijdstip van indienen
wo 03/09/2025 - 20:41
Toelichting

Daarom de volgende vragen: 

  1. Wat is de reactie van de schepen op deze brief? Is de schepen hierover al in overleg gegaan met de betrokkenen?
  2. Hoe evalueert de schepen de impact van de aangekondigde ingrepen op de OCMW-werking? Zijn de geuite bezorgdheden in haar ogen onterecht of voorbarig?
Bespreking
Antwoord

Het antwoord op de vraag kan nagekeken worden via deze link: Raadpleegomgeving - Open Data - Agendapunt

wo 10/09/2025 - 13:18
IR 14.

2025_MV_00665 - Mondelinge vraag van raadslid Isabelle Heyndrickx: Gratis schoolmaaltijden

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici
IR 14.

2025_MV_00665 - Mondelinge vraag van raadslid Isabelle Heyndrickx: Gratis schoolmaaltijden

2025_MV_00665 - Mondelinge vraag van raadslid Isabelle Heyndrickx: Gratis schoolmaaltijden

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

In mei vroegen we reeds of de stad meedoet met de gratis schoolmaaltijden. Het antwoord toen was dat de concrete oproep vanuit Vlaanderen pas begin juni zou verspreid worden en dat dan pas ook de concrete voorwaarden bekend zouden worden onder dewelke scholen kunnen intekenen op dit project.

Ondertussen is de oproep vanuit Vlaanderen verspreid.

Ik herhaal graag even mijn vragen aan de schepen:

Indiener(s)
Isabelle Heyndrickx
Gericht aan
Astrid De Bruycker
Tijdstip van indienen
wo 03/09/2025 - 22:01
Toelichting

-Welke van de 8 scholen die een proefproject draaiden doen weer mee?

-Zijn er andere scholen in Gent die mee intekenen op dit project? Dewelke?

-Hoe werd de oproep verspreid en bij de Gentse scholen bekend gemaakt?

-Wat was het tijdskader van deze oproep? Wanneer is de deadline voor Gentse scholen om in te tekenen?

-Wat is het totale budget van dit initiatief? Welk bedrag legt Vlaanderen en welk bedrag doet Gent daarbij?

-Is er reeds zicht op de verdeling van dit budget bij de deelnemende Gentse scholen?

Bespreking
Antwoord

Het antwoord op de vraag kan nagekeken worden via deze link: Raadpleegomgeving - Open Data - Agendapunt

wo 10/09/2025 - 13:17
IR 15.

2025_MV_00666 - Mondelinge vraag van raadslid Isabelle Heyndrickx: Witte scholen

Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig
Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
Afwezig
Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
Secretaris
Maarten De Grauw
Voorzitter
Dilek Arici
IR 15.

2025_MV_00666 - Mondelinge vraag van raadslid Isabelle Heyndrickx: Witte scholen

2025_MV_00666 - Mondelinge vraag van raadslid Isabelle Heyndrickx: Witte scholen

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Via een onderzoek van De Standaard konden we raadplegen hoe ‘wit’ scholen zijn in Vlaanderen. Ook in Gent.
Het onderzoek van De Standaard geeft de mogelijkheid om na te gaan hoeveel procent van de leerlingen van een bepaalde school: (a) thuis geen Nederlands spreekt en (b) laagopgeleide ouders heeft.

In Gent hanteren veel stedelijke scholen het methodeonderwijs. Eén van de redenen van deze keuze was omdat het de school de kans geeft in te spelen op de groeiende diversiteit.

Daarom mijn vragen aan de schepen:

Indiener(s)
Isabelle Heyndrickx
Gericht aan
Evita Willaert
Tijdstip van indienen
wo 03/09/2025 - 22:07
Toelichting

-Wat zijn de drijfveren van het stadsbestuur om voor methodeonderwijs te kiezen bij stedelijke scholen?

-Is de keuze voor methodeonderwijs afhankelijk van de diversiteitsgraad van de wijk waarin de school ligt?

-Welke andere maatregelen neemt het stadsbestuur om scholen te laten inspelen op de groeiende diversiteit?

Bespreking
Antwoord

Beste collega Heyndrickx

Ik wil je bedanken voor je vragen, en ook om aandacht te hebben voor dit thema.

Ik wil het graag eerst even hebben over het begrip ‘methodescholen’. We doelen daarmee op scholen die hun pedagogisch project invullen vanuit een visie zoals Freinet, Steiner, Jenaplan, Dalton, of die we ‘leefschool noemen’. Het insinueert onterecht dat andere scholen geen methode hebben. Het behoeft geen debat dat dat uiteraard niet zo is, en dat bedoelt u vanzelfsprekend ook niet zo.  Het is zelfs zo dat de ‘andere’ scholen doorheen de jaren in veel gevallen bepaalde insteken of werkvormen hebben overgenomen. Dat zorgt voor een boeiend landschap in ons onderwijs. Het is niet zo eenduidig.

Uw vragen haken in op het debat dat De Standaard lanceerde dat methodescholen drempels inhouden die diversiteit tegengaan. Ik wil daar een aantal kanttekeningen bij maken.

  • De krant lanceerde een tool waarbij de scholen worden afgezet tegen de 25 meest nabije scholen. Dat zorgt voor een grote perimeter die de stadswijken overstijgt. Basisonderwijs is veelal zeer lokaal/wijkgebonden. Er is dus voorzichtigheid geboden.
  • Uit deze cijfers kan je niet eenduidig vaststellen dat methodescholen drempels inhouden die (etnische) diversiteit bemoeilijken. Er zijn wel degelijk ‘witte scholen’, maar er zijn evengoed scholen die een goede afspiegeling zijn van de buurt. Evengoed zijn er niet-methodescholen die kunnen bestempeld worden als een ‘witte school’.

    Ik ga graag in op uw vragen.

    Vraag 1 Wat zijn de drijfveren van het stadsbestuur om voor methodeonderwijs te kiezen bij stedelijke scholen?

    Het Stedelijk Onderwijs Gent vervult een voortrekkersrol in het stimuleren van innovatie en het ondersteunen van initiatief. Het methodeonderwijs zien we dan ook als een manier om te blijven zoeken naar onderwijsvernieuwing in deze uitdagende en steeds veranderende maatschappij.

    De uitdagingen in onderwijs zijn groot. Daarom is het meer dan ooit nodig om in te zetten op sterke scholen, sterke schoolteams met visie en engagement voor kinderen, jongeren en cursisten. Methodeonderwijs doet stilstaan, nadenken, kritisch reflecteren. Het voert een blijvend onderzoek naar wat werkt voor welke leerling om tot maximale groei te komen. Deze zoektocht naar wat werkt in de klas, geeft bovendien zuurstof aan geëngageerde leerkrachten om op basis van wetenschappelijke argumenten vernieuwingen in de praktijk te brengen.

    We komen in het Gentse stedelijke onderwijs van een situatie in de jaren 70 van grijze gelijkheid naar gediversifieerde aantrekkelijkheid in de jaren 90 tot vandaag: elke school een eigen pedagogisch project. 

     

    Vraag 2 - Is de keuze voor methodeonderwijs afhankelijk van de diversiteitsgraad van de wijk waarin de school ligt?

    Neen. Dat speelt op geen enkele manier mee. De keuze voor methodeonderwijs is een keuze op basis van engagement van schoolteams en schoolbestuur om optimaal onderwijs te voorzien dat maximale kansen biedt aan alle leerlingen. Het is een afweging op basis van recente wetenschappelijk-pedagogische inzichten en een open dialoog met het team. In sommige gevallen staan ook gemotiveerde ouders mee aan de wieg van een methodeschool.  Er is dus geen één-op-één verband tussen de diversiteitsgraad van de wijk en het ‘soort school’. 

    Ik wil ook graag rechtzetten wat u in de inleiding vermeldde. Niemand kan bevestigen dat de methodescholen historisch werden opgericht om in te spelen op een groeiende diversiteit. De eerste Freinetschool van het SOG was de Boomgaard in 1985. Dat had meer te maken met een zoektocht naar een aantrekkelijk project voor een school die het op dat moment niet goed deed.
     

    Vraag 3 - Welke andere maatregelen neemt het stadsbestuur om scholen te laten inspelen op de groeiende diversiteit?

    Ik wil dit antwoord graag opdelen in een luik Stedelijk Onderwijs en een luik over de ondersteuning vanuit Onderwijscentrum Gent.

    De schoolteams en personeelsleden van het Stedelijk Onderwijs Gent zijn erop gericht om te werken met heterogeen samengestelde klasgroepen. Ze worden ondersteund en begeleid door verschillende partners, maar de pedagogische begeleidingsdienst van SOG speelt natuurlijk een belangrijke rol daarin. Het gaat over meertaligheid, handelingsgericht werken, differentiëren, breed evalueren …

    Vanuit PBSOG is de vaststelling dat de groeiende diversiteit voor veel leerkrachten een uitdaging is om vlot op in te spelen. Een begeleiding die nabij is, blijft dus van belang. Op verschillende scholen lopen daarom ook trajecten waarbij leraren nadenken over hun klaswerking en de groeiende diversiteit. 

    Scholen vragen ondersteuning om goed onderwijs te organiseren in een grootstedelijke context: die rol nemen we ook op binnen het flankerend onderwijsbeleid bij Onderwijscentrum Gent, dus voor scholen van de verschillende netten. Het thema diversiteit is verweven in het werk dat het Onderwijscentrum elke dag doet met scholen in onze stad. Brugfiguren en trajectbrugfiguren ondersteunen scholen en ouders bijvoorbeeld met zaken rond inschrijvingen, kleuterparticipatie en dergelijke, zodat meer ouders de weg vinden naar school.

    Daarnaast zijn er ook verschillende specifieke initiatieven rond diversiteit. Ik zal hier geen volledige opsomming geven, maar geef wel graag een aantal zaken mee. Op vraag van scholen kwam er bijvoorbeeld GIDS, de Gentse Inspiratiebank voor Diversiteit op School, waar het aanbod rond diversiteit voor schoolteams, leerkrachten en leerlingen gebundeld te vinden is. Het Onderwijscentrum organiseert ook verschillende vormingen, informatie- en inspiratiedagen rond het thema: waar nodig betrekken ze partners, zoals de buurtstewards of het Netwerk Islam Experten. Er zijn ook ronde tafelgesprekken en lerende netwerken rond meertaligheid, rond OKAN, rond omgaan met religieuze beleving, en omstaanderstrainingen voor schoolteams. Ten slotte is er ook trajectbegeleiding voor scholen: dat kan bijvoorbeeld gaan over vragen rond diversiteit. 

     

     

    wo 10/09/2025 - 14:43
    IR 16.

    2025_MV_00667 - Mondelinge vraag van raadslid Veerle Baert: Te Gek campagne

    Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
    Behandeld

    Samenstelling

    Aanwezig
    Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt
    Afwezig
    Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme
    Secretaris
    Maarten De Grauw
    Voorzitter
    Dilek Arici
    IR 16.

    2025_MV_00667 - Mondelinge vraag van raadslid Veerle Baert: Te Gek campagne

    2025_MV_00667 - Mondelinge vraag van raadslid Veerle Baert: Te Gek campagne

    Motivering

    Toelichting/Motivering/Aanleiding

    Ouder worden brengt heel wat moois met zich mee: levenservaring, wijsheid en vaak ook meer rust. Tegelijk kunnen er ook uitdagingen ontstaan. Geestelijke gezondheidsproblemen komen bij ouderen vaker voor dan gedacht.

    Zo ervaart één op de vijf 65- tot 74-jarigen psychische klachten. Bij 75-plussers loopt dit zelfs op tot bijna één op de drie. Voor een deel van hen gaat het om ernstigere psychische problemen: ongeveer één op de tien tussen 65 en 74 jaar, en één op de zes 75-plussers. In woonzorgcentra stijgt dat aantal tot bijna één op de vijf.

    Helaas bestaan er nog hardnekkige misvattingen en taboes, zoals het idee dat psychische klachten gewoon bij ouder worden horen.

    Precies daarom zet Te Gek!? een campagne op rond geestelijke gezondheid bij ouderen. Koningin Mathilde gaf het startschot van deze campagne in wzc de Vijvers. Een hele eer voor onze stad.

    Indiener(s)
    Veerle Baert
    Gericht aan
    Astrid De Bruycker
    Tijdstip van indienen
    wo 03/09/2025 - 23:32
    Toelichting
    • Welke initiatieven neemt de stad om ouderen met psychische klachten sneller te bereiken en te ondersteunen? 
    • Op welke manier wil de stad de boodschap van de campagne structureel verankeren in het lokale ouderenbeleid?
    • Hoe werkt de stad samen met woonzorgcentra, verenigingen en lokale dienstencentra om ouderen met psychische klachten beter te ondersteunen?
    • Zijn er plannen om partnerschappen uit te bouwen met organisaties zoals Te Gek!? voor blijvende sensibilisering?
    • Hoe zorgt de stad ervoor dat ook kwetsbare ouderen toegang krijgen tot deze campagne?
    Bespreking
    Antwoord

    Het antwoord op de vraag kan nagekeken worden via deze link: Raadpleegomgeving - Open Data - Agendapunt

    wo 10/09/2025 - 13:19