Terug
Gepubliceerd op 11/09/2025

2025_MV_00661 - Mondelinge vraag van raadslid Tom De Meester: De geplande besparingen bij de Buitenschoolse Kinderopvang

commissie welzijn, werk, onderwijs, participatie en personeel (WWOPP)
di 09/09/2025 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt

Afwezig

Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme

Secretaris

Maarten De Grauw

Voorzitter

Dilek Arici
2025_MV_00661 - Mondelinge vraag van raadslid Tom De Meester: De geplande besparingen bij de Buitenschoolse Kinderopvang 2025_MV_00661 - Mondelinge vraag van raadslid Tom De Meester: De geplande besparingen bij de Buitenschoolse Kinderopvang

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Op 3 augustus 2025 diende ik een schriftelijke vraag in, gericht aan  Evita Willaert, met onderwerp: 2025_SV_00638 Opvolgvraag buitenschoolse opvang. Op 2 september 2025 werd deze schriftelijke vraag uitgebreid beantwoord door schepen Willaert.

Er blijven echter verschillende discussiepunten en onduidelijkheden over. Ook bij het personeel en de vakbonden blijft er de grootste onduidelijkheid en verwarring bestaan over de geplande besparingen bij de buitenschoolse opvang. Vandaar volgende vragen ter verduidelijking.

Indiener(s)

Tom De Meester

Gericht aan

Evita Willaert

Tijdstip van indienen

wo 03/09/2025 - 16:51

Toelichting

1/ Er blijft onduidelijkheid over het aantal functies die geschrapt wordt. Schepen Willaert maakt een onderscheid tussen 20 VTE die geschrapt wordt door ‘de stedelijke besparingen’ en 15 VTE die verdwijnen door het wegvallen van de huidige Vlaamse subsidielijnen - goed voor 2 miljoen euro per jaar - en de vervanging ervan door een fors hogere BOA-subsidiëring (waar wel ook een bredere scope tegenover staat). De stelling van schepen Willaert is dat het effect op de werkvloer minimaal is, vermits van die 20 VTE 15 VTE openstaande vacatures betreft. In werkelijkheid verdwijnen natuurlijk ook die 15 VTE die geschrapt worden omdat de Vlaamse subsidies zogezegd wegvallen. Het totaal aantal geschrapte arbeidsplaatsen betreft dus wel degelijk 35 VTE, waarvan 20 VTE effectief ingevulde arbeidsplaatsen. Kan de schepen die redenering bevestigen?

2/ Volgens de schepen kunnen een aantal van die 15 VTE “zeker nog deels gecompenseerd worden” door de bijkomende BOA-middelen die Gent krijgt in het kader van de BOA-hervorming. Vraag is waarom die arbeidsplaatsen dan nu al niet gered worden? Ook al moeten de bijkomende BOA-middelen dienen om het geheel van de buitenschoolse kinderopvang in Gent te financieren, de middelen die DIKO bijkomend zal krijgen zullen in elk geval ruimschoots volstaan om de 20 effectieve VTE die geschrapt worden aan boord te houden. Gent zal namelijk 6 tot 7 miljoen aan middelen krijgen voor de buitenschoolse opvang, in plaats van de huidige 2 miljoen. Het gaat dus niet over een inkrimping, maar een verdriedubbeling van de subsidies.

3/ Bovendien krijgt Gent als overgangssubsidie 3,4 miljoen euro voor 2025-2026 (de BOOST-subsidie), bedoeld voor de overgang naar de nieuwe BOA-regeling. Tot onze verbazing zet Gent die middelen nauwelijks in, maar is op het college van 30 april 2025 beslist om 2,9 miljoen euro niet te gebruiken, maar als reserve aan de kant te zetten voor de volgende jaren. Waarom worden deze middelen, die geoormerkt zijn en enkel voor buitenschoolse kinderopvang kunnen gebruikt worden, niet ingezet om de huidige jobs te behouden?

4/ De ochtendopvang verhuist naar de stedelijke scholen (de BBO’s van SOG). Dat betekent dat de opvang voortaan door het stedelijke onderwijs moet gebeuren, die daarvoor geen bijkomende middelen of mensen krijgen. Hoe moet dit opgelost worden? In haar antwoord stelt de schepen dat er “op sommige plaatsen” oplossingen mogelijk zijn, bijvoorbeeld door het combineren van kleuteropvang en opvang van lagere schoolkinderen. Maar quid elders? Volgens de schepen zal SOG de “noden identificeren” en een brede oefening maken, maar hoe moet ze die noden invullen? SOG zal uiteraard beroep kunnen doen op de bijkomende BOA-middelen: klopt die redenering? Maar opnieuw: waarom wordt er dan nu bespaard, als uiteindelijk de bijkomende BOA-middelen de oplossing zijn?

5/ Het blijft ook totaal onduidelijk waarom de tarieven in de buitenschoolse kinderopvang moeten verhogen. Volgens de schepen volstaan de BOA-middelen niet om kostendekkend te zijn ondanks de forse verhoging van de middelen. Maar er zijn wel meer middelen. Waarom worden dan de tarieven verhoogd? Hoeveel geld wil het stadsbestuur hiermee besparen? En waarom wordt deze besparing niet uitgesteld tot de implementatie van het BOA-decreet doorgevoerd is en er meer zicht komt op de inkomsten en uitgaven?

Bespreking

Antwoord

Dank u wel, raadslid Heyndrickx, voor uw vragen. Sommige raken aan thema’s die ook door collega De Meester zijn opgeworpen. Laat me daarom eerst heel kort schetsen wat BOA precies verandert in onze stad.

BOA is echt een gamechanger: het gaat om een kwalitatieve kinddag voor álle Gentse kinderen van 3 tot 12 jaar, ongeacht in welk onderwijsnet ze schoollopen, tijdens het schooljaar en ook in de vakanties. 

Er is vandaag een beperkte Vlaamse subsidiëring voor opvang. Vandaag krijgen twee organisaties in onze stad – DIKO en Klein & Wijs rechtstreekse kleuterlabelcenten vanuit Vlaanderen.  Vlaanderen schrapt nu de subsidielijn voor kleuterlabel en verruimt de scope, met een andere, grotere subsidie: 6,8 miljoen euro. En die centen worden verdeeld over veel meer organisatoren van opvang én activiteiten. Dat zal gebeuren via een billijk erkennings- en subsidiekader, zoals bepaald door het decreet. 

Wij als lokaal bestuur krijgen de regie in handen. Het is dus onze verantwoordelijkheid om die middelen op een verstandige en rechtvaardige manier te verdelen, in lijn met wat Vlaanderen oplegt én met wat Gent nodig heeft om zo de BOA-doelstellingen te realiseren.

 Zal Gent deze Vlaamse subsidie aanvragen om de regierol in de buitenschoolse opvang verder uit te werken? Zo ja, op welke manier wordt dit momenteel voorbereid of gepland? 

Ja, collega Heyndrickx, Gent heeft die Vlaamse subsidies (de zogenaamde voorbereidingssubsidies) niet alleen aangevraagd, we hebben ze ook al gekregen. In de voorbije jaren hebben we ze vooral ingezet om drie proefprojecten op te starten in een aantal pilootwijken en één stadsbreed project.

Voor de periode 2025-2026 krijgen we van Vlaanderen een BOOST-subsidie. Dat is een eenmalige subsidie die specifiek dient om de uitrol van het nieuwe BOA-decreet voor te bereiden. De begroting daarvoor is nog in opmaak, maar wat ik nu al kan zeggen: die middelen gebruiken we om de proefprojecten te verlengen, om medewerkers te financieren die het erkennings- en subsidiekader uitwerken, om aanbevelingen uit de proefprojecten verder uit te testen, etc. Denk bijvoorbeeld aan clustersamenwerkingen tussen scholen met ondersteuning van BOA-coördinatoren en BOA-animatoren, maar ook acties rond toegankelijkheid.

Vanaf 2026 komt de regie over de buitenschoolse opvang en activiteiten dan volledig in handen van de stad. Vlaanderen voorziet daarvoor een jaarlijkse subsidie – daar verwees ik zonet al even naar. Die is natuurlijk welkom, maar volgens de VVSG veel te beperkt om de ambities en doelstellingen van het decreet waar te maken. 

Gent bereidt zich al jaren op voor op die uitrol: er loopt een breed traject met talrijke betrokkenen, en onze regiecel werkt volop aan het Gentse BOA-model. Dat is stevig werk en dat is nodig want BOA zal – zoals ik al zei – een echte gamechanger zijn voor onze stad.

Wat het extra moeilijk maakt, is dat Vlaanderen vaak heel laat en onduidelijk communiceert. Denk aan ingrijpende wijzigingen die pas eind februari kwamen 

– vb dat we als lokaal bestuur ook controle en handhaving moeten opnemen 

– of deze zomer nog, toen de regels rond het aanleggen van reserves voor BOOST-subsidies plots veranderden. 

En intussen is er zelfs nog geen definitief decreet. Dat zorgt voor grote druk, zowel op ons als lokaal bestuur als op de partners waarmee we samenwerken.

Welke acties zal de stad ondernemen om te zorgen voor een lokaal gedragen plan, inclusief samenwerking met scholen, verenigingen en opvanginitiatieven? Is er al een samenwerkingsverband opgezet? Hoe zal Gent ouders en partners uit het jeugd-, onderwijs- en welzijnsveld betrekken bij het opzetten van dit aanbod?

Ik neem hier graag vraag 2 en 3 samen. U vraagt of er al een samenwerkingsverband is?

 Zeker, raadslid Heyndrickx. Gent is daar trouwens pionier in. We waren de eerste stad in Vlaanderen die al in 2021 een officieel BOA-samenwerkingsverband oprichtte. Daarin zitten alle actoren die betrokken zijn bij buitenschoolse opvang en activiteiten. 

Maar we bereiden BOA al langer voor. Sinds 2016 hebben we uitgebreid onderzoek gedaan bij gezinnen en sleutelfiguren, en is er een brede denktank opgezet met mensen uit verschillende sectoren, ook ouders. Op basis daarvan is een gedeelde visie ontstaan, die we hebben getest in vier pilootwijken (Oostakker, Gentbrugge en de Binnenstad in 2023-2025, Sluizeken-Tolhuis-Ham in 2018-2020) én in stadsbrede projecten voor kinderen met extra zorgnoden.

Om dat alles te trekken hebben we sinds 2017 een BOA-regisseur. In 2025 hebben we dat verder uitgebouwd met een BOA-regiecel én een werkgroep die stadsdiensten verbindt. Kortom: we bouwen stap voor stap, samen met scholen, verenigingen, opvanginitiatieven en ouders en kinderen, aan een breed gedragen plan voor BOA in onze stad.

Hoe zal de stad een lokaal erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten uitwerken? Wat is de stand van zaken? Gaat dit tijdig uitgewerkt zijn voor de start op 1 september 2026?

Collega Heyndrickx, u vraagt naar een stand van zaken en de timing van het lokaal erkenningskader.

Onze BOA-regiecel is volop bezig met het lokaal erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten. Daarbij werken ze nauw samen met de Vlaamse administratie en met onze juridische dienst, zodat alles klopt met de Vlaamse regels én past bij de Gentse realiteit.

Ze baseren zich hiervoor op de ervaringen uit het traject tot nu toe: de proefprojecten, de samenwerking met de onderwijsnetten, de input van jeugd en vrijetijdspartners enz. In september leggen we het ontwerpreglement voor advies voor aan het samenwerkingsverband, en daarna komt het naar de gemeenteraad.

Zo zorgen we ervoor dat we vanaf 1 januari 2026 klaarstaan met een duidelijk erkennings- en subsidiekader. En vanaf 1 september 2026 rollen we BOA breed uit, met als doel: zoveel mogelijk kwaliteitsvol en inclusief aanbod, voor zoveel mogelijk Gentse kinderen.

Hierop aansluitend ga ik graag over naar de vragen van raadslid De Meester. 

Er blijft onduidelijkheid over het aantal functies die geschrapt wordt. Schepen Willaert maakt een onderscheid tussen 20 VTE die geschrapt wordt door ‘de stedelijke besparingen’ en 15 VTE die verdwijnen door het wegvallen van de huidige Vlaamse subsidielijnen - goed voor 2   miljoen euro per jaar - en de vervanging ervan door een fors hogere BOA-subsidiëring (waar wel ook een bredere scope tegenover staat). De stelling van schepen Willaert is dat het effect op de werkvloer minimaal is, vermits van die 20 VTE 15 VTE openstaande vacatures betreft. In werkelijkheid verdwijnen natuurlijk ook die 15 VTE die geschrapt worden omdat de Vlaamse subsidies zogezegd wegvallen. Het totaal aantal geschrapte arbeidsplaatsen betreft dus wel degelijk 35 VTE, waarvan 20 VTE effectief ingevulde arbeidsplaatsen. Kan de schepen die redenering bevestigen?

Meneer De Meester, u verwijst naar de beslissingen uit het Meerjarenplan van de Stad. 

Het klopt dat er in de personeelsbehoefte met stedelijke financiering 20 VTE verdwijnen en met Vlaamse financiering 15 VTE. En het klopt evengoed dat er nu ongeveer de helft van deze plaatsen niet ingevuld zijn. In de sector van de kinderopvang, met de personeelstekorten die er zijn, is dit helaas een dynamisch gegeven: de aanwervingen lopen permanent en er komen doorlopend mensen bij, en helaas verliezen we ook doorlopend mensen. En daaraan zijn de diensten hard aan het werken. 

Zoals ik al zei in antwoord aan mevrouw Heyndrickx: BOA is een echte gamechanger waarbij er heel wat zaken samenkomen en het is een bijzonder complexe oefening. De scope vergroot, maar ook het aantal partners vergroot. En er komen nieuwe spelregels. Ik zeg dit niet om mij erachter weg te steken, ik zeg dit omdat het echt de realiteit is.  

De vermindering van de personeelsbehoefte wordt trouwens ook niet van vandaag op morgen doorgevoerd. En het zal op een doordachte en zorgzame manier gebeuren. 

Dienst Kinderopvang startte deze maand met een reorganisatie-oefening om alle veranderingen voor te bereiden. Ze trekt daar 2 jaar voor uit. 

Deze oefening was overigens al langer gepland, nog voor de besparingsmaatregelen, ter voorbereiding van BOA enerzijds, en omdat er verschillen gegroeid zijn in de manier waarop de buitenschoolse opvanglocaties vandaag georganiseerd zijn: in de manier waarop ochtend-, middag- en avondopvang wordt gebruikt, in de inzet van personeel doorheen de dag, en in de kind/begeleider-ratio. Met die analyse wil de dienst dus tot een nieuwe personeelsbehoefte per basisteam komen, rekening houdend met de verwachtingen van het nieuwe BOA-decreet en –als onderdeel daarvan- met de overname van de ochtendopvang door het Stedelijk Onderwijs.

Het is de verwachting dat de natuurlijke rotatie binnen het team van kinderbegeleiders zal toelaten de vermindering te realiseren op natuurlijke wijze. Mocht er in 2027 toch nog een (vermoedelijk beperkt) teveel zijn, dan kunnen mensen - mits kwalificatie of via een kwalificerend traject - zeker overstappen naar de vele openstaande vacatures in de stedelijke crèches, als ze dat willen. We willen ten allen tijde blijven zorgen voor onze kinderbegeleiders. 

Volgens de schepen kunnen een aantal van die 15 VTE “zeker nog deels gecompenseerd worden” door de bijkomende BOA-middelen die Gent krijgt in het kader van de BOA-hervorming. Vraag is waarom die arbeidsplaatsen dan nu al niet gered worden? Ook al moeten de bijkomende BOA-middelen dienen om het geheel van de buitenschoolse kinderopvang in Gent te financieren, de middelen die DIKO bijkomend zal krijgen zullen in elk geval ruimschoots volstaan om de 20 effectieve VTE die geschrapt worden aan boord te houden. Gent zal namelijk 6 tot 7 miljoen aan middelen krijgen voor de buitenschoolse opvang, in plaats van de huidige 2 miljoen. Het gaat dus niet over een inkrimping, maar een verdriedubbeling van de subsidies.

U vraagt om het verlies van het kleuterlabel te compenseren met de BOA-middelen. 

Welnu meneer De Meester, dat kan niet, want de doelstellingen en spelregels zijn niet één op één hetzelfde.
 Wat dacht u, dat we het nieuwe reglement speciaal op maat van onze eigen kinderopvangdienst zouden schrijven? Ik ben eigenlijk wel benieuwd, raadslid Heyndrickx, wat u daarvan zou vinden met uw insteek, zou u dat een goed idee vinden?

De BOA-middelen kunnen we dus niet zomaar één op één gebruiken om het wegvallen van het kleuterlabel bij DIKO te compenseren.
 Ons uitgangspunt blijft om zoveel mogelijk medewerkers aan boord te houden. Dat doen we door waar het kan te compenseren in BOA, en door een slimme reorganisatie. En als het echt nog nodig blijkt, kan er eventueel een vrijwillige overstap gebeuren naar de kinderdagverblijven.

Bovendien krijgt Gent als overgangssubsidie 3,4 miljoen euro voor 2025-2026 (de BOOST-subsidie), bedoeld voor de overgang naar de nieuwe BOA-regeling. Tot onze verbazing zet Gent die middelen nauwelijks in, maar is op het college van 30 april 2025 beslist om 2,9 miljoen euro niet te gebruiken, maar als reserve aan de kant te zetten voor de volgende jaren. Waarom worden deze middelen, die geoormerkt zijn en enkel voor buitenschoolse kinderopvang kunnen gebruikt worden, niet ingezet om de huidige jobs te behouden? 

Beste Raadslid De Meester, Ik denk dat ik intussen al vaak genoeg heb uitgelegd dat één op één compenseren gewoon niet mogelijk, zelfs niet toegelaten is.
 En daarnaast: er is helemaal geen sprake meer van de mogelijkheid om een reserve op te bouwen. Wat u zegt, toont net het spanningsveld waarin élk lokaal bestuur zit dat verplicht is het BOA-decreet uit te rollen: we zijn afhankelijk van een Vlaamse regering die de spelregels zelf ook nog aan het bepalen is. 

Op 30 april was het inderdaad nog mogelijk om een deel van de BOOST-middelen opzij te zetten als reserve. Maar ondertussen zijn de spelregels alweer veranderd: het volledige eenmalige budget moet uitgegeven zijn tegen eind december 2026. Als dat niet gebeurt, wordt het teruggevorderd. Er mag dus géén reserve meer opgebouwd worden.

Dat is maar één van de vele koerswijzigingen die tonen hoe moeilijk het is om beleid te voeren. Nog maar eens een bewijs dat het ingewikkeld is, en ook nodeloos ingewikkeld gemaakt wordt.

Kort samengevat: ja, de BOOST-middelen worden wel degelijk ingezet, maar het gaat om éénmalige middelen.

De ochtendopvang verhuist naar de stedelijke scholen (de BBO’s van SOG). Dat betekent dat de opvang voortaan door het stedelijke onderwijs moet gebeuren, die daarvoor geen bijkomende middelen of mensen krijgen. Hoe moet dit opgelost worden? In haar antwoord stelt de schepen dat er “op sommige plaatsen” oplossingen mogelijk zijn, bijvoorbeeld door het combineren van kleuteropvang en opvang van lagere schoolkinderen. Maar quid elders? Volgens de schepen zal SOG de “noden identificeren” en een brede oefening maken, maar hoe moet ze die noden invullen? SOG zal uiteraard beroep kunnen doen op de bijkomende BOA-middelen: klopt die redenering? Maar opnieuw: waarom wordt er dan nu bespaard, als uiteindelijk de bijkomende BOA-middelen de oplossing zijn?

Over de ochtendopvang kan ik samenvatten: de ochtendopvang in de stedelijke scholen blijft gegarandeerd voor de Gentse gezinnen. Wat verandert, is de organisatie achter de schermen.

Vandaag werken er twee stedelijke diensten samen in de ochtendopvang: DIKO voor de kleuters en soms ook de eerste graad, en SOG voor de oudere leerlingen. Dat zorgt er op sommige plaatsen voor dat er ’s morgens twee teams tegelijk paraat staan voor maar een handvol kinderen. Dat is inefficiënt, zeker in tijden van personeelsschaarste. Daarom reorganiseren we: de ochtendopvang wordt stapsgewijs volledig bij SOG ondergebracht.

Betekent dat dat SOG op sommige locaties bijkomende noden zal moeten opvangen? Ja. En daarom maken SOG en DIKO samen een grondige oefening, locatie per locatie waarbij ook de medewerkers betrokken worden. 

En ja, SOG kan – net als alle andere schoolnetten – daarbij een beroep doen op de BOA-centen. 

Maar laat ons een kat een kat noemen: Vlaanderen schuift – en dat meen ik oprecht - mooie doelstellingen naar voren, maar voorziet daar te weinig middelen voor. Wat doet Gent dan? Wij springen bij. Als we op het einde van de legislatuur ons bilan opmaken, zal je zien dat we dubbel zoveel eigen opvangmiddelen in BOA investeren als Vlaanderen. 

Heel concreet: twee derde van de financiering komt uit Gentse middelen, één derde uit Vlaamse. Terwijl Vlaanderen zegt dat het met dat ene derde zou moeten lukken. Ik ben benieuwd welk ander lokaal bestuur ons dat nadoet. En dan heb ik het alleen nog maar over de opvangmiddelen, nog niet over onze andere inspanningen. 

Dus, collega De Meester: zelfs in moeilijke budgettaire omstandigheden kiest Gent ervoor om te investeren in een kwalitatieve kinddag voor alle kinderen in onze stad. En tegen het einde van de legislatuur zal élk Gents kind – ongeacht waar het naar school gaat – toegang hebben tot een gelijkwaardig aanbod. 

Het blijft ook totaal onduidelijk waarom de tarieven in de buitenschoolse kinderopvang moeten verhogen. Volgens de schepen volstaan de BOA-middelen niet om kostendekkend te zijn ondanks de forse verhoging van de middelen. Maar er zijn wel meer middelen. Waarom worden dan de tarieven verhoogd? Hoeveel geld wil het stadsbestuur hiermee besparen? En waarom wordt deze besparing niet uitgesteld tot de implementatie van het BOA-decreet doorgevoerd is en er meer zicht komt op de inkomsten en uitgaven?

Over uw vraag over het verhogen van de tarieven en de BOA-middelen: u koppelt hier eigenlijk twee dingen die niks met elkaar te maken hebben.
 Mijn uitgangspunt is altijd, collega De Meester: de breedste schouders dragen de zwaarste lasten. En ik denk dat u dat ook met mij deelt.

We gaan inderdaad een oefening maken rond de tarieven en dat voorstel komt samen met ale retributiereglementen naar de gemeenteraad. Daarbij heb ik onze diensten heel expliciet gevraagd om de impact voor de meest kwetsbare gezinnen goed door te rekenen, zodat zij zo weinig mogelijk getroffen worden. En ik heb daar ook een compensatie voor voorzien.

Kijk, heel concreet: als mijn zoontje naar de vakantieopvang van DIKO gaat, betaal ik daar 60 euro per week voor. Ik denk dat u het met mij eens bent dat zowel u als ik daar best wat meer voor kunnen betalen, u kent ongetwijfeld de gangbare tarieven in de sector. 

Het extra geld dat Vlaanderen ter beschikking stelt via BOA is niet bedoeld om die prijzen in de stedelijke opvang te drukken. Dat zijn echt twee aparte zaken. Maar u weet, collega, dat ik het superbelangrijk vind dat kwetsbare mensen niet geraakt worden. Er komt dus een voorstel, maar altijd met hetzelfde uitgangspunt: we vragen een eerlijke bijdrage van ouders, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen.

wo 10/09/2025 - 14:38