Terug
Gepubliceerd op 11/09/2025

2025_MV_00644 - Mondelinge vraag van raadslid Ronny Rysermans: Ingebrekestelling Unia aan 90 Gentse werkgevers

commissie welzijn, werk, onderwijs, participatie en personeel (WWOPP)
di 09/09/2025 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: di 09/09/2025 - 23:23
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Rudy Coddens, Voorzitter Gemeenteraad; Zeneb Bensafia, Plaatsvervangende voorzitter Gemeenteraad; Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Karlijn Deene; Patricia De Beule; Ronny Rysermans; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Laura Schuyesmans; Sophie Vanonckelen; Lies Vanpeperstraete; Veerle Baert; Sabena Donkor; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Tom De Meester, Fractievoorzitter PFDA; Maarten De Grauw; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Dilek Arici; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Evita Willaert; Hafsa El-Bazioui; Wouter Decoodt

Afwezig

Yüksel Kalaz; Els Roegiers; Stefaan De Winter; Frederik Sioen; Liesbet De Weder; Fourat Ben Chikha; Charlotte Coucke; Pascal Vlaeminck; Simon Smagghe; Filip Van Laecke; Julie Steendam; Barbara Bonte; Johan Deckmyn; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman; Sherley Blomme

Secretaris

Maarten De Grauw

Voorzitter

Dilek Arici
2025_MV_00644 - Mondelinge vraag van raadslid Ronny Rysermans: Ingebrekestelling Unia aan 90 Gentse werkgevers 2025_MV_00644 - Mondelinge vraag van raadslid Ronny Rysermans: Ingebrekestelling Unia aan 90 Gentse werkgevers

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Eind juni raakte bekend dat Unia in het kader van het Gentse praktijktestbeleid op de arbeidsmarkt naar 90 Gentse werkgevers een ingebrekestelling had gestuurd. Dit was het gevolg van het recentste praktijktestonderzoek, waarbij volgens het EVA Amal bij 18% van de aangeschreven bedrijven sprake zou kunnen geweest zijn van discriminatie. Met die bedrijven zou een gesprek gevoerd worden in samenwerking met Unia, over de reden om op bepaalde (fictieve) sollicitatiebrieven niet te antwoorden. Deze gesprekken kwamen er echter niet en Unia ging meteen over tot het versturen van ingebrekestellingen wegens discriminatie, die naderhand verkocht werden als “een uitgestoken hand”. 

De schepen gaf in de pers de volgende reactie over deze manier van werken: “Ik begrijp dat werkgevers boos zijn. Ook als stad vinden we een juridische ingebrekestelling geen goede basis voor een dialoog.” Tegelijk wees de schepen elke verantwoordelijkheid voor de aanpak door Unia van de hand. Nochtans is het gevoerde praktijktestbeleid heel duidelijk een initiatief van dit stadsbestuur. 

 


Indiener(s)

Ronny Rysermans

Gericht aan

Bram Van Braeckevelt

Tijdstip van indienen

ma 01/09/2025 - 13:23

Toelichting

1. Heeft de schepen hierover overleg gehad met Unia en de betrokken werkgevers? Wat is het resultaat hiervan? Welke lessen trekt de schepen hieruit?

2. Zal het stadsbestuur zijn praktijktestbeleid bijsturen in het licht van dit incident? Of blijft men erbij “de strijd te moeten opvoeren” en de aanpak uit te breiden naar extra sectoren zoals nightlife, gezondheidszorg en de banksector? 

Bespreking

Antwoord

Meneer Naeyaert, collega Rysermans,

Beste allen,

bedankt voor uw vragen. Er is inderdaad heel wat gezegd en geschreven over de praktijktesten. Ik merk dat het debat - ook in de media - vaak gevoerd wordt op basis van casuïstiek

Als schepen van gelijke kansen en schepen van werk benadruk ik graag dat de Gentse ondernemers een belangrijke partner zijn als het gaat om een inclusieve arbeidsmarkt. In tal van projecten werken we dan ook actief en goed samen.

 Als stad stellen we vast dat discriminatie op de arbeidsmarkt nog steeds bestaat en dat bovendien ook de bovenlokale aanpak hiervoor niet toereikend is. We willen dat elk talent ingezet kan worden op de arbeidsmarkt, ondanks handicap, leeftijd, of migratieachtergrond. Misschien is het daarom goed om nog eens te recapituleren.

Er werden vorig jaar 1935 praktijktesten bij 766 Gentse werkgevers praktijktesten uitgevoerd.

Vier discriminatiegronden werden getest: leeftijd, herkomst, genderidentiteit en fysieke beperking, specifiek rond doofheid.

Daaruit bleek dat 118 werkgevers (11%) kandidaten ongelijk behandelden.

Die praktijktesten zijn in opdracht van de stad gebeurd. De methodiek werd begeleid door professor Verhaeghe en uitgevoerd door Amal vzw. De algemene resultaten kent de stad en werden ook al gecommuniceerd.

Maar meer informatie over de 118 bedrijven die zijn bezorgd aan Unia, daarover kennen wij als stad de inhoud niet – omwille van de vertrouwelijkheid. Unia heeft die 118 gevallen onder de loep genomen en 90 bedrijven/organisaties gecontacteerd.

De wijze waarop Unia de communicatie heeft gedaan, strookt niet met onze intenties, met name het voeren van dialoog en in overleg zoeken naar oplossingen. Een formele ingebrekestelling – zoals ze in opdracht van Unia is verstuurd - is iets anders dan een oproep tot dialoog.

Ik kan me oprecht goed voorstellen dat als je als bedrijf zo’n formele ingebrekestelling krijgt, en je van geen kwaad bewust bent, dat dit echt wel schrikken is.

Om die reden betreuren we de wijze waarop UNIA in deze de bedrijven heeft laten contacteren: met   name via een ingebrekestelling met een advocatenkantoor en geen echte uitnodiging tot dialoog, wat in die fase uitdrukkelijk de bedoeling was van de Stad.

Dat bedrijven van de weerbots een advocaat onder de arm hebben genomen, had vermeden kunnen worden. De manier waarop Unia dit aanpakt behoort uiteraard tot de expertise en autonomie van Unia, maar niemand wordt graag verrast en het is te betreuren dat dit hier is gebeurd.

Dit gezegd zijnde:

Toen bleek dat een ingebrekestelling werd verstuurd in plaats van – in eerste instantie - uitnodiging tot dialoog, hebben we dan ook met Unia contact opgenomen om een meteen een tweede schrijven te versturen. In dat tweede schrijven werd de bedoeling van de initiële ingebrekestelling – dialoog – nogmaals geduid. In de vervolgstappen is daar door UNIA ook werk van gemaakt.

Intussen zijn we enkele weken verder en kan ik u zeggen dat Unia in dialoog is met de grote meerderheid van deze bedrijven. Navraag bij Unia leert ons dat er met slechts 4% van de destijds 766 geteste bedrijven nog een traject loopt. Concreet zijn er dus 58 van de 90 gevallen al afgerond. En staan er vandaag nog 32 open en dit om diverse redenen: omdat er nog geen reactie kwam, er nog onduidelijkheid is, of er reële vermoedens van discriminatie zijn. Dit cijfer zal vermoedelijk nog zakken wanneer Unia en de bedrijven verder met elkaar in gesprek gaan. Opnieuw, ook deze verdere opvolging hoort tot de exclusieve bevoegdheid van Unia.

Hoewel de initiële communicatie van Unia ook volgens ons anders had gemoeten, stel ik samen met u vast dat er wordt ingezet op dialoog en sensibilisering. Pas wanneer de discriminatie aangetoond zou zijn, schakelt UNIA over naar de rechter. In die fase zijn we vandaag voor alle duidelijkheid nog niet, want ook in op moment wordt er voor de openstaande dossiers eerst nog een reminder verstuurd om verder in dialoog te kunnen gaan, in de hoop dat zo veel mogelijk dossiers kunnen worden afgesloten.

Over de casuïstiek, we hebben geen inzicht in de dossiers, het is dan ook niet aan mij om uitspraken te doen over de inhoudelijke opvolging van Unia. Met andere woorden, ze doen hun job. Bij wijze van voorbeeld, wil ik stellen dat het zeker niet onmogelijk is voor een dove persoon om te werken als zaalmedewerker of receptioniste. In Gent wordt een soepbar gerund door dove mensen. Ook op andere plekken is tewerkstelling van dove personen verre van uitzonderlijk.

Meneer Naeyaert, ik ben de zoon van dove ouders. Het is nét omdat ik heb gezien hoe is om over mensen te praten, in plaats van met mensen; om algemeenheden te zien en invulling te geven in plaats van talenten te zien, dat ik jaren geleden besloot om in de politiek te stappen. Dus nee, ik ga  niet mee in uw framing dat het normaal is om niet in te gaan op sollicitaties van dove mensen.

We hebben op basis van de praktijktesten twee keer vastgesteld dat dove mensen veel minder uitgenodigd worden voor een gesprek. Dit gaat ontegensprekelijk om ongelijke behandeling. Of deze ongelijke behandeling gerechtvaardigd is, maakt deel uit van verder onderzoek dat Unia met de betrokken bedrijven loopt. Bovendien, we hebben op basis van die bevindingen met de Stad Gent en met Doof.Vlaanderen ook een extra traject lopen om de drempels rond werken met dove werknemers weg te werken.

Ook de communicatie naar de bedrijven en de verdere opvolging van de dossiers is de taak van Unia.

Met de betrokken bedrijven heb ik zelf geen rechtstreeks contact gehad. De stad heeft geen inzicht over welke bedrijven het juist gaat, omwille van privacy redenen.  De opvolging van individuele dossiers zit bij Unia. Ik heb hierover ook met Unizo en Voka contact gehad.

Voka is van bij het begin van de praktijktesten tegenstander geweest. Dat is op zich geen nieuws.

We hebben onlangs ook overleg gehad met  Voka, naar aanleiding van bedrijven die begrijpelijkerwijs bezorgd waren na het ontvangen van de ingebrekestelling, die met hen contact opnemen, waarna Voka ook met ons contact opnam. Ook in het overleg met VOKA hebben we vanuit de Stad geduid dat wij verrast waren door de initiële communicatie vanuit Unia, en dit zeker over de manier waarop, met name via een ingebrekestelling.   

Ook Unia zat eind vorige week samen met Voka, en deed hen een voorstel met een  gedifferentieerde aanpak – met zo weinig als nodig juridische stappen. Er ligt ook al een nieuwe datum vast voor verder overleg, heb ik begrepen en dit begin oktober. We hebben echter begrepen dat VOKA dit overleg niet zou afwachten om toch juridische stappen te zetten. Meer weet ik daar op dit moment niet over, maar als dat zo zou zijn betreuren we dat.  

Wat toekomstige plannen betreft:

Als stadsbestuur blijven we achter praktijktesten staan zoals ook vastgelegd in het bestuursakkoord, maar modaliteiten en afspraken doen er wel toe.

Zowel Unia als de stad erkennen dat de communicatie na de praktijktesten anders had gemoeten,  maar we moeten erkennen dat de verdere opvolging van de dossiers exclusief tot de bevoegdheid van Unia behoort. Als er in de toekomst zou beslist worden om opnieuw praktijktesten in te voeren, zal de stad net als nu louter fungeren als opdrachtgever. Het spreekt voor zich dat we dan extra zullen toezien op het maken van goede afspraken maken met de betrokken partners.

Een feit is wel dat we als stad verder werk willen maken van een inclusieve arbeidsmarkt. En laat het duidelijk zijn: een grote meerderheid van de Gentse ondernemers zijn daarin een partner en medestander.

Dus nogmaals, luid en duidelijk: een formele ingebrekestelling is voor ons geen uitnodiging tot dialoog. We betreuren ten zeerste dat UNIA dit op deze wijze deed. Dat Voka tegen praktijktesten is, is geen geheim. Al er voor een juridische procedure zou worden gekozen, betreuren we dat. Maar in het geval, zullen we de resultaten hiervan afwachten vooraleer we zelf al dan niet werk maken van nieuwe praktijktesten. Een juridische procedure is niet bevorderlijk voor wederzijds begrip, we hebben die boodschap ook nog eens bij UNIA gebracht, maar doen dit ook naar VOKA. Als het gaat over het engagement voor een inclusieve arbeidsmarkt waar talent niet verloren gaat, is dialoog noodzakelijk om vooruitgang te boeken en het belangrijkste doel te bereiken: geen discriminatie op de arbeidsmarkt. Daarom blijven we achter praktijktesten staan zoals die door ons geconcipieerd zijn, en te lezen staat in ons bestuursakkoord.

wo 10/09/2025 - 11:42