Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
THUISPUNT GENT BV met als contactadres Lange Steenstraat 54, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025138048) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 14 november 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het slopen van residentie Wauters (inclusief zaal en garageboxen), Alfa, Omega en een loods + het rooien van een boom
• Adres: Aloïs Joosstraat 1-115, 106-238, Cornelis Sneyssonestraat 1-80 en Madeleine Schauvliegestraat 40, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 10 sectie K nrs. 71A4, 255K7, 257V2, 258E, 258F, 593S en 593F
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 17 november 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 18 december 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
1.1. Omgeving en plaats
Huidige aanvraag is gelegen aan de westzijde van de Gentse stadswijk Rabot-Blaisantvest en beslaat een groot deel van het bouwblok gevormd tussen de Gebroeders de Smetstraat, de Aloïs Joosstraat, de Madeleine Schauvliegestraat, de Elyzeese Velden en de Schaliestraat.
De aanvraag omvat de sloop van verscheidene gebouwen in eigendom van Thuispunt Gent, plus het rooien van een boom. De werken kaderen in een groter project waarbij Thuispunt Gent op deze locatie voorziet in een nieuwbouwproject, vooroverleg is hiervoor lopende. Het nieuwbouwproject is geen onderdeel van deze aanvraag.
1.2. Project: beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Gefaseerde sloop
Huidige aanvraag omvat louter een gefaseerd sloopdossier. De sloop van de woonresidenties Alfa, Omega en Wauters (fase 1) is voorzien in het voorjaar 2026. De start van de sloop van fase 2 wordt pas voorzien vanaf 1 april 2028.
Fase 1 (de werken zullen na het verkrijgen van een uitvoerbare omgevingsvergunning aanvatten)
Fase 2 (aanvang 1 april 2028)
Werken en afwerking na sloop
Met de sloop worden alle kelders en funderingen verwijderd, zo ook alle private ondergrondse putten/tanks en de private verhardingen rondom de gebouwen. Om in fase 2 de ondergrondse stookolietank in de tuin van het gebouw Wauters te kunnen verwijderen, wordt op dat moment ook 1 boom gerooid (berk, omtrek 218cm).
De bestaande rioleringen en nutsleidingen worden ter hoogte van de perceelsgrenzen afgekoppeld en uitgebroken. De publieke verlichting die momenteel aan het gebouw is bevestigd (zoals bij residentie Wauters), wordt vervangen door vrijstaande armaturen.
De publieke ruimte en parkeervoorzieningen worden behouden en blijven tijdens de werken gevrijwaard, ook deze die zich binnen de contouren van de private percelen van de aanvraag bevinden.
Beschadigingen aan omliggende infrastructuur en groen (zoals wegenis, voetpaden, boordstenen, straatmeubilair, afsluitingen, kasten en nutsleidingen, openbare verlichting, bomen, struiken, hagen, gras …) zullen worden hersteld. Dit geldt in het bijzonder t.h.v. het Alfa-gebouw waar boven het openbaar domein een passerelle (niveau +1 t.e.m. + 6) moet afgebroken worden, en op dezelfde plaats onder het openbaar domein een onderdoorgang van het gebouw (niveau -1) moet uitgebroken worden.
Het terrein zal na afbraak genivelleerd worden en ingezaaid worden met gras.
Na de afbraak van de verschillende gebouwen komen diverse gevels, tuin- en scheidingsmuren vrij te liggen:
1/ Alfa: vrije gevel Elyzeese Velden 1-3
2/ Omega: scheidingsmuur perceel 3719C3 (Odisee Campus)
3/ Wauters: vrije gevel Gebroeders De Smetstraat 3
4/ Wauters: scheidingsmuren Schaliestraat 14 tem 46 (even nummers) + scheidingsmuur en vrije gevel Elyzeese Velden 13
5/ Loods: scheidingsmuur perceel 257W2 (yogastudio Zensangha)
6/ Loods: vrije gevels perceel 257W2 (yogastudio Zensangha) en 256G7 (Steinerschool De Teunisbloem)
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunningen
Omgevingsvergunningen
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
3.1. Brandweerzone Centrum
Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 19 november 2025 met kenmerk 062566-009/PV/2025. Het integraal advies kan nagelezen worden op het Omgevingsloket. De conclusie kan hieronder gevonden worden:
De brandweer heeft geen bezwaar tegen het slopen van residentie Wauters (inclusief zaal en garageboxen), Alfa, Omega en een loods + het rooien van een boom.
Besluit: GUNSTIG.
3.2. De Lijn
Geen tijdig advies van Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn. De adviesvraag is verstuurd op 17 november 2025. Op 18 december 2025 is nog géén advies ontvangen. Omdat de decretaal omschreven adviestermijn verstreken is, kan aan de adviesvereiste voorbij gegaan worden.
3.3. Farys
Voorwaardelijk gunstig advies van Farys afgeleverd op 24 november 2025 met kenmerk AD-25-1047 – 2de advies. Het integraal advies kan nagelezen worden op het Omgevingsloket. Een verkorte versie kan hieronder gevonden worden:
Drinkwater
M.b.t. het slopen van de bestaande bebouwing moet door of i.o.v. Farys vooreerst de meter(s) worden afgesloten en de drinkwateraftakking(en) worden opgebroken vooraleer over te gaan tot de slopingswerken.
Deze kosten vallen ten laste van de aanvrager.
Riolering
Bij de sloop dient de nodige aandacht besteed te worden aan het goed afsluiten van de bestaande riolering in de straat. De bestaande aansluitingen worden best in kaart gebracht zodat bij herbouw gebruik kan gemaakt worden van deze bestaande aansluitingen.
De bestaande wegenis en riolering is niet opgenomen in dit dossier. Uitzondering hierop is Residentie Omega. Hier wordt wel de wegenis verwijderd. De bestaande riolering dient ook verwijderd te worden. Voor het afdichten van de riolering op openbaar domein dient contact te worden opgenomen met Farys door afdichten van de openbare riolering.
3.4. Fluvius
Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius afgeleverd op 27 november 2025 met kenmerk 5000115497. Het integraal advies kan nagelezen worden op het Omgevingsloket. Een verkorte versie kan hieronder gevonden worden:
Voor dit project dient Fluvius geen werken uit te voeren, noch kosten aan te rekenen indien de gevraagde vermogens de standaardwaarden zoals hieronder beschreven onder de technische bepalingen niet overschrijden.
Bij een eventuele wijziging, zeker indien het gaat om een wijziging van de gevraagde vermogens, of herverkaveling, moet u een nieuwe aanvraag indienen. Op basis van de gewijzigde gegevens zullen wij een studie uitvoeren om te bepalen of een netuitbreiding en/of het plaatsen van een nieuwe distributiecabine vereist is om het project te kunnen aansluiten. De bouwheer dient in dat geval een grond of lokaal op het gelijkvloers ter beschikking te stellen voor deze distributiecabine.
3.5. Vlaamse Waterweg afdeling Regio West
Gunstig advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West afgeleverd op 11 december 2025 met kenmerk omv-2025138048 Behandeling in eerste aanleg-001. Het integraal document kan nagelezen worden op het Omgevingsloket. Het besluit kan hieronder gevonden worden:
Het project is verenigbaar met het watersysteem en het beheer van De Vlaamse Waterweg N.V. van haar patrimonium. Het project voldoet aan de doelstellingen en beginselen zoals geformuleerd in art.1.2.2 en 1.2.3 van het gecoördineerde decreet integraal waterbeleid.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Stedelijk Wonen – deelgebied Gent Centrum – Elyzeese Velden' (definitief vastgesteld door de gemeenteraad op 27 juni 2017). De aanvraag is gelegen in de zone SW1 en SW2 van het stedelijk woongebied Elyzeese Velden. In overdruk op de zone SW2 ligt tevens een indicatieve aanduiding voor een ‘fiets- en voetgangersverbinding’.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
Een deel van het project van de aanvraag (loods + zaal Wauters + een deel van de garageboxen) is gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling (ref. OMV_2021088142 met intern nr. 2021 GE 182/00 van 10 februari 2022). De aanvraag heeft betrekking op lot B en C.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften van de verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023). Zie punt 5 WATERPARAGRAAF.
Gewestelijke verordening voetgangersverkeer
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
4.5. Archeologienota
De maatregelen in de archeologienota (uitgesteld vooronderzoek) waarvan akte genomen op 7 november 2025 met referentienummer 34909 moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma in die archeologienota, de voorwaarden bij de aktename, en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. Dit wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde.
ID nota: https://loket.onroerenderfgoed.be/archeologie/notas/notas/34909
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het projectgebied is gelegen langs de Coupure en stroomt af naar het Verbindingskanaal (beheerder: De Vlaamse Waterweg nv).
Het projectgebied ligt op minder dan 50m van de Coupure (beheerder: De Vlaamse Waterweg nv).
Het projectgebied is niet gevoelig voor overstromingen volgens de watertoetskaarten 2023. Het
terrein kent geen overstroming gemodelleerd voor fluviale, pluviale overstromingen en voor
overstromingen vanuit de zee.
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Er worden geen handelingen gevraagd waarop de gewestelijke verordening hemelwater 2023, of de waterbepalingen van het algemeen bouwreglement van de Stad Gent, van toepassing zijn.
Na de sloopwerken worden de vrijgekomen zones aangevuld tot op het omliggende maaiveldniveau met gronden bovenop een beschermende laag geotextiel. Aansluitend wordt het terrein ingezaaid met gras. Er wordt 1 boom gerooid.
Waterinfiltratie wordt voorzien op eigen terrein. Er zal ondergrond gebruikt worden die bevorderend is voor de infiltratie van water.
De bestaande rioleringen worden ter hoogte van de perceelsgrenzen afgekoppeld en uitgebroken. De open aansluitpunten worden dichtgemetseld en gecementeerd, en vervolgens afgewerkt met koolteer om infiltratie van vuil- of regenwater te vermijden.
Gezien de aard van de aanvraag kan in alle redelijkheid verwacht worden dat er geen significante effecten op het watersysteem zullen optreden. De aanvraag is verenigbaar met de doelstellingen en beginselen van het ‘Decreet Integraal Waterbeleid’.
Het projectgebied is niet fluviaal overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het fluviaal overstromingsregime verwacht.
Een grondwaterbemaling kan wel noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.
Dit wordt meegegeven als opmerking.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
6.1. Ligging en biologische waarderingskaart
Het project is niet gelegen in biologisch waardevol gebied. Er wordt geen waardevol groen verwijderd.
Er wordt wel 1 boom gerooid. Er is geen bezwaar tegen het rooien van deze boom aangezien dit noodzakelijk is i.f.v. het verwijderen van de aanwezige stookolietank die zich onder de stam en het wortelgestel bevindt.
Bij de slopingswerken wordt er sowieso ook aandacht besteed aan het beschermen van de andere aanwezige bomen in het project. In het bestek voor de aanstelling van de sloopaannemer wordt hierover een specifiek artikel opgenomen.
Er wordt wel volgende opmerking meegegeven. Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten en verblijfplaatsen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli moet men er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Voor vleermuizen moet men vóór aanvang van de sloop na gaan of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, neem je contact op met de Groendienst (groendienst@stad.gent).
6.2. Impact op speciale beschermingszones en VEN-gebieden
Het project bevindt zich op afdoende afstand van speciale beschermingszones en VEN-gebieden. Het gebied ligt op ca. 1,3km van het eerste VEN-gebied (vallei van de Benedenleie), 3,6km van het eerste Habitatrichtlijngebied (bossen en heiden van zandig Vlaanderen: oostelijke deel). Het eerste Vogelrichtlijngebied (Durme en middenloop van de Schelde) ligt op meer dan 10km.
De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing.
Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.
6.3. Conclusie
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.
Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
Aangezien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, werd met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen gevraagd. Er werden geen bezwaarschriften ingediend binnen de vervaltermijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de dag van ontvangst van het verzoek om een standpunt.
9. OMGEVINGSTOETS
9.1. Gefaseerde sloop
De bestaande gebouwen zijn verouderd, in slechte staat en moeten vervangen worden (bouwjaar Wauters en loods 1966, Alfa en Omega 1977). De sloop van de woonresidenties Alfa, Omega en Wauters (fase 1) is voorzien in het voorjaar 2026. Deze leegstaande gebouwen worden gesloopt om overlast en het mogelijk ‘kraken’ van de woningen tegen te gaan. De gebouwen in fase 2 (zaal Wauters, garageboxen en loods) zullen blijvend gebruikt worden, tot kort voor de geplande aanvang van de nieuwbouw. De start van de sloop van fase 2 wordt hierdoor pas voorzien vanaf 1 april 2028.
Deze aanpak wordt aanvaard gezien de gevraagde slopingswerken kaderen in een groter project waarbij Thuispunt Gent op deze locatie voorziet in een nieuwbouwproject. Vooroverleg is hiervoor lopende.
9.2. Werken en afwerking na sloop
Met de slopingswerken worden noodzakelijkerwijs ook alle kelders, funderingen, verhardingen, private ondergrondse putten en tanks verwijderd. Voor het verwijderen van de mazouttank in fase 2 dient een berk gerooid te worden. De stookolietank bevindt zich onder de stam en het wortelgestel van deze boom, waardoor het rooien noodzakelijk is en hierdoor toegestaan kan worden.
Na de afbraak van verschillende gebouwen komen diverse gevels, tuin- en scheidingsmuren vrij te liggen. De vrije gevel- en muurdelen moeten steeds als volwaardige muur afgewerkt worden, met een duurzame en kwalitatieve afwerking. Dit wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde. De wijze waarop dit gebeurt (isolatiepakket en gekozen materialen) is een burgerrechtelijke aangelegenheid en moet gebeuren in onderling overleg tussen de betrokken partijen.
Het terrein zal na afbraak genivelleerd worden en ingezaaid worden met gras. De ontstane sloopputten moeten worden aangevuld met voldoende verdichte grond tot op het niveau van het aangrenzende openbaar domein. Dit wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde.
De bestaande rioleringen en nutsleidingen worden ter hoogte van de perceelsgrenzen afgekoppeld, de bijzondere voorwaarden van de nutmaatschappijen dienen hiervoor nageleefd te worden.
De publieke verlichting die momenteel aan het gebouw is bevestigd (zoals bij residentie Wauters), zal worden vervangen door vrijstaande armaturen. De eigenaar dient hiervoor op tijd de nodige stappen te ondernemen en de dienst Wegen van de Stad daarbij te contacteren. Voor meer details hieromtrent wordt verwezen naar de bepalingen in de bijzondere voorwaarden.
De publieke ruimte en parkeervoorzieningen moeten worden behouden zoals voorzien op plan, ook deze die zich binnen de contouren van de private percelen van de aanvraag bevinden. Beschadigingen aan omliggende infrastructuur en groen moeten worden hersteld. Dit geldt in het bijzonder t.h.v. het Alfa-gebouw waar boven het openbaar domein een passerelle (niveau +1 t.e.m. + 6) moet afgebroken worden, en op dezelfde plaats onder het openbaar domein een onderdoorgang van het gebouw (niveau -1) moet uitgebroken worden. De modaliteiten m.b.t. het herstel van de voetpad en rijweg wordt verder verduidelijkt in het technisch plan bij de bijzondere voorwaarden.
CONCLUSIE
Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het slopen van residentie Wauters (inclusief zaal en garageboxen), Alfa, Omega en een loods + het rooien van een boom aan THUISPUNT GENT bv (O.N.:0400032156) gelegen te Aloïs Joosstraat 1-115, 106-238, Cornelis Sneyssonestraat 1-80 en Madeleine Schauvliegestraat 40, 9000 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
Legt volgende voorwaarden op:
Fasering van de werken
Fase 1: de werken zullen na het verkrijgen van een uitvoerbare omgevingsvergunning aanvatten
Fase 2: aanvang 1 april 2028
Voorwaarden uit externe adviezen
- De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 19 november 2025 met kenmerk 062566-009/PV/2025).
- De voorwaarden opgenomen in het advies van Farys (advies van 24 november 2025 met kenmerk AD-25-1047 – 2de advies) moeten strikt nageleefd worden.
- De voorwaarden opgenomen in het advies van Fluvius (advies van 27 november 2025 met kenmerk 5000115497) moeten strikt nageleefd worden.
- De voorwaarden opgenomen in het advies van de Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West (advies van 11 december 2025 met kenmerk omv-2025138048 Behandeling in eerste aanleg-001) moeten strikt nageleefd worden.
Vrije gevels, tuin- en scheidingsmuren
Na de afbraak van verschillende gebouwen komen diverse gevels, tuin- en scheidingsmuren vrij te liggen. De vrije gevel- en muurdelen moeten steeds als volwaardige muur afgewerkt worden, met een duurzame en kwalitatieve afwerking.
De wijze waarop dit gebeurt (isolatiepakket en gekozen materialen) is een burgerrechtelijke aangelegenheid en moet gebeuren in onderling overleg tussen de betrokken partijen.
Openbaar domein
Voor het tijdelijk wegnemen en terugplaatsen van (de gevelarmatuur van) de openbare verlichting, moet contact worden opgenomen met de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: openbareverlichting@stad.gent. Of per post: Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.
De aannemer van Fluvius heeft 2 maanden doorlooptijd om deze werken in te plannen en uit te voeren. Indien vereist kan er tijdelijke verlichting opgelegd worden. De armatuur mag onder geen beding door iemand anders behalve de aannemer van Fluvius weggenomen worden.
Voor het eventueel tijdelijk wegnemen en terugplaatsen van verlichtingspalen moet contact worden opgenomen met de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: openbareverlichting@stad.gent. Of per post: Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.
De aannemer van Fluvius heeft 2 maanden doorlooptijd om deze werken in te plannen en uit te voeren. Indien vereist kan er tijdelijke verlichting opgelegd worden. De paal mag onder geen beding door iemand anders behalve de aannemer van Fluvius weggenomen worden.
Sloop
Funderingsresten die vóór de rooilijn liggen, moeten worden uitgebroken.
Bestaande rioolvertakkingen, die niet worden hergebruikt, moeten op het terrein, ter hoogte van de feitelijke rooilijn, zorgvuldig worden dichtgemaakt.
Indien tijdens de werkzaamheden onvoorziene hindernissen opduiken (rioleringen, waterlopen, kelders e.d.) dan moet dit meteen worden meegedeeld aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, mail: wegen@stad.gent. Of per post: Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.
De ontstane sloopputten moeten worden aangevuld met voldoende verdichte grond tot op het niveau van het aangrenzende openbaar domein.
Bij de afbraak van de overbouw moet het voetpad en de rijweg hersteld worden volgens onderstaande technisch plan.
Archeologie
De maatregelen in de archeologienota (uitgesteld vooronderzoek) waarvan akte genomen op 7 november 2025 met referentienummer 34909 moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma in die archeologienota, de voorwaarden bij de aktename, en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
ID nota: https://loket.onroerenderfgoed.be/archeologie/notas/notas/34909
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Openbaar domein
De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de sloopactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.
De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken.
Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: wegen@stad.gent of per post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.
Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden.
U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).
Voor het eventueel wegnemen van de hydrantaanduiding moet contact worden opgenomen met Farys, e-mail: netexploitatie.gent@farys.be.
Het straatnaambord dat op de gevel bevestigd is, moet voor de aanvang van de werken voorzichtig worden afgenomen en bezorgd aan Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Proeftuinstraat 45, 9000 Gent, tel.: 09/269 97 40. Of met de post: Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.
Werfverkeer en werfzone
In functie van de werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld). U dient er rekening mee te houden dat de behandeling van deze aanvraag een bepaalde doorlooptijd nodig heeft (zie ook website).
In functie van de organisatie van het werfverkeer dient het Mobiliteitsbedrijf en de cel Minder Hinder, gecontacteerd te worden.
Binnen de R40 mogen geen tractoren gebruikt worden voor de werven omdat dit te veel hinder
met zich meebrengt en onveilige situaties creëert.
De Stad heeft samen met verschillende werkgeversorganisaties uit de bouwsector het ‘Charter Werftransport’ onderschreven (https://stad.gent/nl/over-gent-en-het-stadsbestuur/mobiliteit/plannen-projecten-subsidies-cijfers-scholenwerking/scholenwerking/charter-werftransport) .
De Stad Gent wil:
Beschermde vogelsoorten en vleermuizen
Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten en verblijfplaatsen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli moet men er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Voor vleermuizen moet men vóór aanvang van de sloop na gaan of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, neem je contact op met de Groendienst (groendienst@stad.gent).
Afval
De verplichting om selectief te slopen, renoveren en/of te ontmantelen staat in artikel 4.3.3 van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Vlarema).
Het opstellen van een sloopopvolgingsplan is vereist voor vergunningsplichtige sloop- en afbraakwerken van:
Het dossier bevat een sloopopvolgingsplan. De specifieke aandachtspunten en aanbevelingen uit het plan dienen opgevolgd te worden.
Elke afvoer van afvalstoffen moet gedocumenteerd worden met een identificatieformulier of een afgiftebewijs. De uitvoerder van de bouw-, infrastructuur-, sloop- en ontmantelingswerken bezorgt deze documenten aan de houder van de omgevingsvergunning. Deze dienen 5 jaar bijgehouden te worden.
Asbest
Bij de sloop moet de nodige aandacht besteed worden aan de aanwezigheid van asbest. Meer informatie over het correct omgaan met asbest is terug te vinden op de website van OVAM: https://www.ovam.be/veilig-omgaan-met-asbestafval#Slopen
Stofemissies
De uitvoerder van bouw-, sloop- en infrastructuurwerken moet de emissie van stof zo laag mogelijk houden en moet hiertoe maatregelen treffen. De verplichte maatregelen staan opgesomd in hoofdstuk 6.12 van Vlarem II. De aandacht wordt gevestigd op artikel 6.12.3 van deze regelgeving. Dit artikel vermeldt vier concrete maatregelen om stofemissies te voorkomen:
Minimaal één van deze vier maatregelen moet genomen worden.
Als er visueel waarneembare stofverspreiding optreedt kan bijkomende verneveling verplicht zijn.
Bodem
Indien grondverzet plaatsvindt, moet dit gebeuren overeenkomstig de regels m.b.t. het gebruik van de uitgegraven bodem (Hoofdstuk XIII van het nieuw VLAREBO). Als algemeen principe geldt dat voor iedere partij reeds uitgegraven bodem die groter is dan 250 m³ en die niet ter plaatse wordt gebruikt, een technisch verslag moet opgemaakt worden. Deze verplichting geldt ook voor een partij samengesteld uit verschillende partijen uitgegraven bodem kleiner dan 250 m³ waarvoor er geen verplichting tot technisch verslag was, en ook voor een partij groter dan 250 m³ die in verschillende partijen kleiner dan 250 m³ wordt afgevoerd en gebruikt (artikel 173, §2).
Meer info over grondverzet kan verkregen worden bij de infolijn van de OVAM op 015/284.284 en 015/284.459.
Bemaling
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.