Terug
Gepubliceerd op 05/01/2026

2025_CBS_11425 - OMV_2025120621 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen en exploiteren van een transportbedrijf met het plaatsen van een HS cabine, het plaatsen van waterdoorlatende verharding en het verplaatsen van de fietsenstalling - zonder openbaar onderzoek - Eddastraat, 9042 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
wo 24/12/2025 - 09:02 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: wo 24/12/2025 - 09:04
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Evita Willaert, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Mathias De Clercq, burgemeester

Secretaris

Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur
2025_CBS_11425 - OMV_2025120621 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen en exploiteren van een transportbedrijf met het plaatsen van een HS cabine, het plaatsen van waterdoorlatende verharding en het verplaatsen van de fietsenstalling - zonder openbaar onderzoek - Eddastraat, 9042 Gent - Vergunning 2025_CBS_11425 - OMV_2025120621 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het veranderen en exploiteren van een transportbedrijf met het plaatsen van een HS cabine, het plaatsen van waterdoorlatende verharding en het verplaatsen van de fietsenstalling - zonder openbaar onderzoek - Eddastraat, 9042 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Van Hove en Co BV met als contactadres Eddastraat 31, 9042 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025120621) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 8 oktober 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het veranderen en exploiteren van een transportbedrijf met het plaatsen van een HS cabine, het plaatsen van waterdoorlatende verharding en het verplaatsen van de fietsenstalling

• Adres: Eddastraat 31, 9042 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 13 sectie B nr. 120F2

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 17 november 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 18 december 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag situeert zich op een transportbedrijf gelegen op een bedrijventerrein langs de Eddastraat in de haven (Skaldenpark), in de onmiddellijke nabijheid van de R4. Deze straat maakt deel uit van het Skaldenpark, een bedrijfsterrein ten oosten van de John Kennedylaan en gelegen tussen de noordelijke rand van Oostakker en het woonlint van Desteldonk. Op dit terrein bevindt zich een kantoorgebouw met loods van eerder beperkte omvang, de rest van het terrein is sterk verhard in functie van parkeren voor vrachtwagens.

 

Met deze aanvraag wordt links vooraan op het terrein een hoogspanningscabine geplaatst met een grondoppervlakte van 3 m op 4,70 m en een hoogte van 2,39 m. De cabine wordt ingeplant in de bestaande groenzone, op minstens 6 m van de rooilijn en 1,15 m van de linker zijperceelsgrens, en bevat een transformator van 1.250 kVA. De bestaande cabine die wat verder staat wordt verwijderd.

 

Daarnaast wordt nieuwe waterdoorlatende verharding aangelegd:

-          een toegangsweg (9,39 m²) naar de hoogspanningscabine

-          een parkeerstrook in klinkers (315,8 m²)     met zeven laadpalen voor het gelijktijdig opladen van 14 vrachtwagens

-          de heraanleg van de bestaande verharding van de linker parkeerzone (5813,33 m²), momenteel verhard met grind, met klinkers (nieuwe verharde oppervlakte bedraagt 6183,14 m²) . Deze verharding wordt beperkt uitgebreid met een verbindingsdoorgang tussen beide zones voor een efficiënte circulatie.

-          de totale oppervlakte van de nieuw/bijkomende aan te leggen verharding bedraagt 695 m².

 

Ten slotte wordt de bestaande fietsstalling verplaatst naar een reeds verharde locatie dichter bij het kantoorgebouw, om een praktische en vlot toegankelijke oplossing te bieden. De fietsenstalling bestaat uit een luifel met een footprint van 15,6 m².


Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

Het betreft het veranderen van een transportbedrijf met het plaatsen van een HS cabine, het plaatsen van waterdoorlatende verharding en het verplaatsen van de fietsenstalling.

 

Van Hove & Co werd opgericht in 1978 en is actief binnen de automotive-industrie,staal- en metaalsector, de voedingsindustrie en de bouw.

 

Ligging

Het bedrijf gelegen in de Eddastraat 31 te Gent is gelegen in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.

De percelen zijn kadastraal gekend volgens stad Gent, 13e afdeling, sectie B perceel: 120F2.

 

Het bedrijf is gelegen op een afstand van hindergevoelige gebieden, met name : 

• 150 m van een agrarisch gebied  

• 460 m van een woongebieden met landelijk karakter

  1,580 m van een Natura 2000 gebied. Het gaat over een zone met Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei. 

 

het perceel ligt op 6,3 km van een VEN en IVON gebeide, namelijk de moervaartvallei. Er is geen Ramsar-gebied binnen een straal van 700 m rond het bedrijf gelegen.

 

Het bedrijf is niet gelegen in of in de nabijheid van een beschermingszone van een grondwaterwinning. Het bedrijf is ingedeeld volgens klasse 2 

 

Onderwerp

Met deze aanvraag vragen we in het bijgevoegde stedenbouwkundige luik de plaatsing van een HS cabine, de plaatsing van extra waterdoorlatende verharding en de verplaatsing van fietsenstalling en de actualisatie van enkele rubrieken. 

 

Het bedrijf is tot 12 oktober 2030 vergund voor onderstaande rubrieken: 

• 3.4.1.a: het lozen van 2.000m3/jaar bedrijfsafvalwater 

• 12.2.1: 100 kVA transformator  

• 15.1.2: stallen van 215 voertuigen 

• 15.2: 2 schouwputten 

• 15.4.1: wassen van 12 voertuigen  

• 16.3.1.1.: 90 kW luchtcompressor

• 16.7.1: 400l opslag gas in verplaatsbare houders

• 17.3.3.1.a: 3.3535 kg opslag oxiderende goederen 

• 17.3.6.2: opslag van 50505l vloeistof met ontvlammingspunt 55° - 100°C

• 17.3.7.1: opslag van 18.330l vloeistof met ontvlamingspunt + 100°C

• 17.3.9.1: 1 verdeelslang

• 17.4: opslag van 1.000l gevaarlijke stoffen

• 29.5.2.1.a 38,51 kw voor het mechanisch behandelen van metalen 

• 29.5.7.1.a.1: ontvetten van metalen voorwerpen 200l 

• 43.1.1.a: 542 kW stookinstallaties 

 

Rubriek 12.2.1 wordt uitgebreid met een vermogen van 1.150 kVA. Rubriek 17.3.7.1 wordt heringedeeld onder rubriek 6.4.1 en de hoeveelheid wordt aangepast naar 13.300 liter. Rubriek 17.3.9.1 wordt eveneens heringedeeld naar rubriek 6.5.1.

Daarnaast wordt rubriek 17.3.6.2 op twee manieren heringedeeld: enerzijds naar rubriek 16.3.2.a met een aangepaste waarde van 15 kW, en anderzijds naar rubriek 17.2.2.1.1.2 met een aangepaste hoeveelheid van 42,67 ton. De hoeveelheid voor rubriek 17.4 wordt gewijzigd naar 200 liter. De rubrieken 16.7.1, 17.3.3.1.a en 43.1.1.a zijn niet langer van toepassing.

 

Zodoende het bedrijf vanaf heden vergund is voor: 

• 3.4.1.a: het lozen van 2.000m3/jaar bedrijfsafvalwater 

• 6.4.1: opslag van 13.300l vloeistof met ontvlamingspunt + 100°C

• 6.5.1: 1 verdeelslang

• 12.2.1: 1.250 kVA transformator  

• 15.1.2: stallen van 215 voertuigen 

• 15.2: 2 schouwputten 

• 15.4.1: wassen van 12 voertuigen  

• 16.3.2.a.: 15 kW luchtcompressor

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

6.4.1°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | tank van 2.500 liter is niet meer aanwezig en het aantal vaten is ook verminderd. | klasse 3 | Verandering

-5030 liter

6.5.1°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | herschikking van de brandstofverdeelslang | klasse 3 | Verandering

0 verdeelslang

12.2.2°

transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | transformator van 100 kVA wordt vervangen door 1250 kVA | klasse 2 | Verandering

1150 kVA

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Er is een nieuw toestel geplaatst | klasse 3 | Verandering

-75 kW

17.3.2.1.1.2°

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | aanpassing hoeveelheden | klasse 2 | Verandering

-0,26 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | aanpassing voorraad | klasse 3 | Verandering

-800 liter

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | aanpassing materiaal | klasse 3 | Verandering

-19,81 kW

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

3.4.1°a) | lozen van max. 0,219 m3/uur, 5,479 m3/dag, 2.000 m3/jaar bedrijfsafvalwater in openbare riolering | 0,456 m³/uur

15.1.2° | stallen van 213 vrachtwagens/trailers

stallen van een heftruck

stallen van een schaarlift | 215 voertuigen

15.2. | 2 Schouwputten | 2 stuks

15.4.1° | wasplaats vrachtwagens | 1 stuks

29.5.7.1°a)1) | 200l ontvetter in kleine verpakkingen | 200 liter

 

Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:

16.7.1 | opslag samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden gassen in verplaatsbare

recipiënten - andere dan 15.5 en 19.8 (van 300 tot en met 1000 1) /400 1/ klasse: 3 | 400 l

17.3.3.1.a | opslag van oxiderende, schadelijke, corrosieve en irriterende stoffen - andere dan rubriek

48 van 200 kg tot en met 10 000 kg), indien volledig gelegen in industriegebied l 3535 kg I klasse:3 | 3535 kg

43.1.1.a | stookinstallaties volledig gelegen in industriegebied én gestookt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas (van 300 kW tot en met 2 000 kW) / 542 kWth /klasse: 3 | 542 kW

 

Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
 

Artikel: 5.15.0.6.§1

Omschrijving:

Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk 4.5. zijn rustverstorende werkzaamheden verboden op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen, tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.

 

Motivering en voorstel:

Om een optimale dienstverlening aan de klanten te garanderen, wenst de exploitant werkzaamheden te kunnen uitvoeren van 6u30 tot uiterlijk 20u. Daarnaast zal er sporadisch op zaterdag worden gewerkt. Er wordt enkel een afwijking gevraagd op de start- en eindtijd van de toegestane activiteiten. In dit kader wordt een bijstelling van de bijzondere voorwaarden aangevraagd. Gezien de ligging van de site in een zone voor bedrijvigheid en de beperkte aard van de activiteiten, kan deze afwijking als aanvaardbaar worden beschouwd.

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 10/04/1990 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een werkplaats en kantoren. (1989/1765)

* Op 18/02/1992 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van stapelloodsen. (1991/50180)

* Op 19/10/2000 werd een vergunning afgeleverd voor het wijzigen van 2 gevels van een bedrijfsgebouw. (2000/50201)

* Op 24/12/2008 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een bestaand kantoorgebouw. (2008/50238).

 

Milieuvergunningen

* Op 27/12/2001 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor Het veranderen (door uitbreiding/vermindering) van een vergund transportbedrijf zodat de inrichting thans omvat. (9591/E/1)

* Op 16/06/2005 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door uitbreiding) van een vergund transportbedrijf met een waterzuiveringsinstallatie. (9591/E/3)

* Op 26/02/2009 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het veranderen van de lozingsdebieten van het afvalwater en uitbreiding van het totaal geïnstalleerd vermogen van de koelinstallaties/airco's. (9591/E/4)

* Op 07/10/2010 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het verder exploiteren en het veranderen (door wijziging/uitbreiding) van een transportbedrijf en een verzoek tot het wijzigen van de sectorale voorwaarden met betrekking tot de openingsuren. (9591/E/5)

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

-          Gunstig advies van North Sea Port afgeleverd op 25 november 2025:
Wij verwijzen naar uw bovenvermelde adviesvraag via het Omgevingsloket van 18/11/2025 met referentie OMV_2025120621.

De aanvraag heeft betrekking op terrein in eigendom van North Sea Port Flanders, uitgegeven in concessie.

De werken kunnen gunstig geadviseerd worden.

 

-          Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 28 november 2025:
Besluit: GUNSTIG ADVIES, voor het plaatsen van een hoogspanningscabine. GEEN BEZWAAR, voor het plaatsen van waterdoorlatende verharding en verplaatsen van een fietsenstalling.

 

-          Geen tijdig advies van Polder Moervaart en Zuidlede. De adviesvraag is verstuurd op 17 november 2025. Op 11 december 2025 is nog géén advies ontvangen. Omdat de decretaal omschreven adviestermijn verstreken is, kan aan de adviesvereiste voorbij gegaan worden.

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.
 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 1: Afbakeningslijn zeehavengebied Gent.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

 

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste havenweg.

 

5.       WATERPARAGRAAF

 

1. Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Polder Moervaart en Zuidlede. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Het algemeen uitgangsprincipe hierbij is dat regenwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt wordt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie slechts een beperkte hoeveelheid water met een vertraging wordt afgevoerd. De plaatsing van de overloop van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening dient aan dit principe te beantwoorden.

 

Alle verharding en constructies moeten uitgevoerd worden in waterdoorlatende materialen of natuurlijk infiltreren cfr. de bepalingen in conform de richtlijnen zoals uiteengezet in het Technisch Achtergronddocument bij de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater. Er mag geen afvoer zijn via de riolering.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

De impact van het bouwproject op het overstromingsregime wordt behandeld in de waterparagraaf voor SH.

 

Waterkwaliteit

Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagenc(indelingsplichtig volgens Vlarem II, bijlage 1). De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

3. Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

 

6.       NATUURTOETS

Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd bij de aangevraagde wijzigingen. Wel wordt een strook gazon ingenomen om een nieuwe parkeerzone (met laadpalen) aan te leggen. Op deze wijze wordt de totale verharde zone van het bedrijf uiteraard nog iets groter. De te versmallen groenstrook grenst alvast niet aan een tracé van het Groen Raamwerk binnen de kanaalzone.

 

De NOx uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1 % minimisdrempel.

 

Er is geen bijkomende lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

 

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

 

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag voorziet in de bouw van een nieuwe hoogspanningscabine, het verplaatsen van een fietsenstalling en de aanleg en heraanleg van verhardingen. De nieuwe cabine is een kleinschalige constructie in deze industriële omgeving. De cabine wordt ingeplant op 6 m achter de rooilijn, op deze manier wordt er langs deze straat een groene onbebouwde 'voortuinstrook' gevrijwaard. De bijkomende verharding is voornamelijk in functie van de aanleg van bijkomende parkeerplaatsen voor het elektrisch laden van trekkers van vrachtwagens, daarnaast wordt ook een deel van de bestaande verharding heraangelegd en geoptimaliseerd. Hiertegen zijn geen bezwaren.  Het terrein is op vandaag reeds sterk verhard, de bijkomende verharding is vrij beperkt in omvang tot de reeds bestaande verharding. De bijkomende verharding is noodzakelijk voor de bedrijfsvoering. Er blijven brede groenstroken langs de perceelsgrenzen behouden.


Mobiliteitsimpact

De vrachtwagens en trekkers van het bedrijf worden niet op het terrein zelf geladen, maar bij klanten. Ze komen voornamelijk naar het bedrijfsterrein voor onderhoud of wissel. De voertuigen zijn dus grotendeels onderweg in functie van klantentransport. Na afloop van de werkdag vertrekken de vrachtwagens mee met de chauffeurs. De site beschikt over een bovengrondse parking met 124 parkeerplaatsen voor vrachtwagens en 54 voor personenwagens

 

Er worden geen nieuwe gebouwen of functiewijzigingen aangevraagd en ook geen noemenswaardige veranderingen in de exploitatie waardoor de parkeerrichtlijnen niet van toepassing zijn voor deze aanvraag.

 

Parkeren

Wat het parkeren betreft, wordt er een nieuwe parkeerstrook van 14 plaatsen aangelegd voor (de trekkers van) vrachtwagens, specifiek voor het elektrisch laden. Er worden hierbij 7 laadpalen voorzien. Gezien de stijgende trend van het elektrisch laden bij vrachtwagens kunnen we in dit geval akkoord gaan om i.h.k.v. de bedrijfsvoering van deze site en dus specifiek voor vrachtwagens 14 extra parkeerplaatsen te voorzien. Deze plaatsen dienen voorbehouden te blijven voor vrachtwagens en niet ingenomen te worden door personenwagens (personeel). 

 

Daarnaast wordt de bestaande fietsenstalling verplaatst. Deze bevindt zich nu in het verlengde van de autoparkeerplaatsen (waar in deze aanvraag de extra vrachtwagenplaatsen komen) en wordt verplaatst naar net voor de ingang van het gebouw. Het is positief dat de fietsenstalling zich dichter bij de ingang zal bevinden. De afmetingen ervan zullen behouden blijven, namelijk 2,5m op iets meer 6m. De fietsenstalling blijft ook op de nieuwe locatie halfoverdekt en niet afgesloten. We doen hierbij de vrijblijvende suggestie (geen verplichting) om in kader van het comfort en diefstalveiligheid de fietsenstalling volledig overdekt en afgesloten te voorzien, rekening houdend met de afmetingen uit de stedelijke parkeerrichtlijnen. Op die manier kan nog extra kwaliteit worden toegevoegd aan de fietsenstalling en kunnen wellicht meer medewerkers worden overtuigd om met de fiets naar het werk te komen (zeker aangezien ook de fietsroutes richting de site via het project R4WO in de toekomst beter zullen worden).

 

Het aantal parkeerplaatsen voor personenwagens (54) en reguliere vrachtwagenplaatsen (124) blijft behouden.

 

Er dient ook rekening gehouden te worden met de Vlaamse regelgeving rond laadpunten bij parkings: https://www.vlaanderen.be/milieuvriendelijke-voertuigen/een-elektrische-wagen-laden/verplichtingen-voor-laadpunten-bij-parkings . Hierin staat dat vanaf 1 januari 2025 voor bestaande niet-woongebouwen een parkeerterrein met meer dan 20 parkeerplaatsen minstens 2 laadpunten dient te hebben. Als de volledige parking (dus zowel vrachtwagens als personenwagens) in beschouwing wordt genomen, voldoet het project hieraan. Als enkel de personenwagenwagenparking in beschouwing wordt genomen, voldoet het project hier niet aan aangezien er geen oplaadpunten bij de personenwagenparking worden voorzien.

 

Er wordt aangegeven in het dossier dat er voldoende parkeerruimte en manoeuvreerruimte op eigen terrein is, zodat het verkeer op de openbare weg niet wordt gehinderd. Gezien de ruimte op de plannen en gezien er een verbindingsdoorgang komt tussen de 2 grote parkeerstroken van de bestaande grote vrachtwagenparking waardoor de circulatie nog vlotter kan verlopen, kunnen we hier zeker mee akkoord gaan.

 

Algemene mobiliteitsimpact
Wat de algemene mobiliteitsimpact betreft, wordt er volgens het dossier geen toename van verkeer verwacht ten opzichte van de bestaande situatie. De site is vlot bereikbaar via de onmiddellijke nabijheid van de R4. Gelet op de aard van de activiteiten, de gunstige ligging en de beschikbare parkeercapaciteit, wordt aangegeven in de nota dat er geen impact op de mobiliteit verwacht wordt.

We verwachten geen noemenswaardige verandering in de mobiliteitsimpact waardoor we deze aanvraag gunstig kunnen adviseren.

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

 

aspect bodem

De verandering in opslag van gevaarlijke stoffen en de brandstofverdeelslang betreffen verminderingen en herrubriceringen. Er wordt een nieuwe transfo van 1.250 kVA geplaatst.

 

De olietransformator  zal worden geplaatst volgens de vigerende milieutechnische voorschriften. Deze wordt opgesteld in een lekbak met een inhoud die in verhouding staat tot de maximale olie-inhoud van de transformator, zodat lekkages opgevangen kunnen worden zonder risico op bodem- of waterverontreiniging.

 

aspect lucht

Er wordt een compressor aangevraagd met een vermogen van 15 kW. Indien het product van de toelaatbare druk (bar) en het volume (liter) groter is dan 3.000 bar.liter, moet de compressor , conform artikel 5.16.3.2, §4 van Vlarem II voor ingebruikname en ten minste om de vijf jaar onderworpen te worden aan een periodiek onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline houder voor gassen of gevaarlijke stoffen zodat een maximale beveiliging voor de buurt wordt verzekerd. Binnen de 3 maanden na dit besluit wordt aan de dienst Toezicht (toezicht@stad.gent) meegedeeld of het periodiek onderzoek van toepassing is op de compressor, desgevallend wordt het keuringsattest bezorgd. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

aspect bijstellen milieuvoorwaarden

Er wordt een bijstelling gevraagd van artikel 5.15.0.6. § 1. van Vlarem 2 :

“Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk 4.5. zijn rustverstorende werkzaamheden verboden op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen, tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.”

 

De exploitant geeft hiervoor volgende motivering:

 

“Om een optimale dienstverlening aan de klanten te garanderen, wenst de exploitant werkzaamheden te kunnen uitvoeren van 6u30 tot uiterlijk 20u. Daarnaast zal er sporadisch op zaterdag worden gewerkt. Er wordt enkel een afwijking gevraagd op de start- en eindtijd van de toegestane activiteiten. In dit kader wordt een bijstelling van de bijzondere voorwaarden aangevraagd. Gezien de ligging van de site in een zone voor bedrijvigheid en de beperkte aard van de activiteiten, kan deze afwijking als aanvaardbaar worden beschouwd.”

 

Deze bijstelling kan toegestaan worden gezien de ligging van de site en werd reeds eerder opgenomen als bijzondere voorwaarde (zie gecoördineerde bijzondere voorwaarden).

 

CONCLUSIE

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

6.4.1°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | tank van 2.500 liter is niet meer aanwezig en het aantal vaten is ook verminderd. | Verandering

-5030 liter

6.5.1°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | herschikking van de brandstofverdeelslang | Verandering

0 verdeelslang

12.2.2°

transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | transformator van 100 kVA wordt vervangen door 1250 kVA | Verandering

1150 kVA

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Er is een nieuw toestel geplaatst | Verandering

-75 kW

17.3.2.1.1.2°

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | aanpassing hoeveelheden | Verandering

-0,26 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | aanpassing voorraad | Verandering

-800 liter

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | aanpassing materiaal | Verandering

-19,81 kW

 

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer ) is:

 

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.1°a)

lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende indelingscriteria (tot en met 2 m³/u) | lozen van max. 0,219 m3/uur, 5,479 m3/dag, 2.000 m3/jaar bedrijfsafvalwater in openbare riolering | klasse 3

0,456 m³/uur

6.4.1°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | opslag van olie in:

ondergrondse tank 10.000l

bovengrondse tank 1x 2500l

vaten 4 x 200l | klasse 3

13300 liter

6.5.1°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | 1 verdeelslang | klasse 3

1 verdeelslang

12.2.2°

transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | 1250 kVA transformator | klasse 2

1250 kVA

15.1.2°

al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | stallen van 213 vrachtwagens/trailers

stallen van een heftruck

stallen van een schaarlift | klasse 2

215 voertuigen

15.2.

herstellen van motorvoertuigen (+ carrosseriewerkzaamheden) anders dan vermeld in rubriek 15.3 | 2 Schouwputten | vlarebo : A | klasse 3

2 stuks

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | wasplaats vrachtwagens | klasse 3

1 stuks

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | luchtcompressor van 15 kW | klasse 3

15 kW

17.3.2.1.1.2°

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | ondergrondse dieseltank 30.000l

ondergrondse mazouttank 10.000l

ondergrondse mazouttank 10.000l

opslag vat 200l | vlarebo : A* | klasse 2

42,67 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | vat Screenwash 200l | klasse 3

200 liter

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | pers: 6 kW

3 slijpmolens: 3x0,9 kW

afkortzaag: 10 kW | vlarebo : O | klasse 3

18,7 kW

29.5.7.1°a)1)

ontvetten van metalen of voorwerpen van metaal door middel van gehalogeneerde oplosmiddelen of oplosmiddelen met een ontvlammingspunt tot en met 55° C, volledig gelegen in een industriegebied (van 10 l tot en met 1 000 l)  - andere dan rubriek 15.5 | 200l ontvetter in kleine verpakkingen | vlarebo : O | klasse 3

200 liter

 

TERMIJN

De IIOA worden vergund tot de einddatum van de basisvergunning: 12 oktober 2030.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het veranderen en exploiteren van een transportbedrijf met het plaatsen van een HS cabine, het plaatsen van waterdoorlatende verharding en het verplaatsen van de fietsenstalling aan Van Hove en Co bv (O.N.:0404809506) gelegen te Eddastraat 31, 9042 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

De rubrieken voor de inrichting/activiteit beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

6.4.1°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | tank van 2.500 liter is niet meer aanwezig en het aantal vaten is ook verminderd. | Verandering

-5030 liter

6.5.1°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | herschikking van de brandstofverdeelslang | Verandering

0 verdeelslang

12.2.2°

transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | transformator van 100 kVA wordt vervangen door 1250 kVA | Verandering

1150 kVA

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Er is een nieuw toestel geplaatst | Verandering

-75 kW

17.3.2.1.1.2°

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | aanpassing hoeveelheden | Verandering

-0,26 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | aanpassing voorraad | Verandering

-800 liter

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | aanpassing materiaal | Verandering

-19,81 kW

 

 

 De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit is:


 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.1°a)

lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende indelingscriteria (tot en met 2 m³/u) | lozen van max. 0,219 m3/uur, 5,479 m3/dag, 2.000 m3/jaar bedrijfsafvalwater in openbare riolering | klasse 3

0,456 m³/uur

6.4.1°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | opslag van olie in:

ondergrondse tank 10.000l

bovengrondse tank 1x 2500l

vaten 4 x 200l | klasse 3

13300 liter

6.5.1°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | 1 verdeelslang | klasse 3

1 verdeelslang

12.2.2°

transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | 1250 kVA transformator | klasse 2

1250 kVA

15.1.2°

al dan niet overdekte ruimte waarin de volgende voertuigen gestald worden: meer dan 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of voertuigen zijn | stallen van 213 vrachtwagens/trailers

stallen van een heftruck

stallen van een schaarlift | klasse 2

215 voertuigen

15.2.

herstellen van motorvoertuigen (+ carrosseriewerkzaamheden) anders dan vermeld in rubriek 15.3 | 2 Schouwputten | vlarebo : A | klasse 3

2 stuks

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | wasplaats vrachtwagens | klasse 3

1 stuks

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | luchtcompressor van 15 kW | klasse 3

15 kW

17.3.2.1.1.2°

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3: gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55 °C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 500 ton | ondergrondse dieseltank 30.000l

ondergrondse mazouttank 10.000l

ondergrondse mazouttank 10.000l

opslag vat 200l | vlarebo : A* | klasse 2

42,67 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | vat Screenwash 200l | klasse 3

200 liter

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | pers: 6 kW

3 slijpmolens: 3x0,9 kW

afkortzaag: 10 kW | vlarebo : O | klasse 3

18,7 kW

29.5.7.1°a)1)

ontvetten van metalen of voorwerpen van metaal door middel van gehalogeneerde oplosmiddelen of oplosmiddelen met een ontvlammingspunt tot en met 55° C, volledig gelegen in een industriegebied (van 10 l tot en met 1 000 l)  - andere dan rubriek 15.5 | 200l ontvetter in kleine verpakkingen | vlarebo : O | klasse 3

200 liter

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

Er wordt een compressor aangevraagd met een vermogen van 15 kW. Indien het product van de toelaatbare druk (bar) en het volume (liter) groter is dan 3.000 bar.liter, moet de compressor , conform artikel 5.16.3.2, §4 van Vlarem II voor ingebruikname en ten minste om de vijf jaar onderworpen te worden aan een periodiek onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline houder voor gassen of gevaarlijke stoffen zodat een maximale beveiliging voor de buurt wordt verzekerd. Binnen de 3 maanden na dit besluit wordt aan de dienst Toezicht (toezicht@stad.gent) meegedeeld of het periodiek onderzoek van toepassing is op de compressor, desgevallend wordt het keuringsattest bezorgd.

 

 

Volgende sectorale voorwaarden wordt bijgesteld:

Artikel: 5.15.0.6.: In afwijking van artikel 5.15.0.6.§1 van VLAREM II wordt toegestaan te exploiteren van maandag tem vrijdag van 6h30 tot en met 20h00 en sporadisch op zaterdag.

 

Volgende geactualiseerde milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:

1. In afwijking van artikel 5.15.0.6.§1 van VLAREM II wordt toegestaan te exploiteren van maandag tem vrijdag van 6h30 tot en met 20h00 en sporadisch op zaterdag.

 

2. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen gebeurt in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden opgenomen in het advies van het Departement Brandweer, Afdeling Brandpreventie, dienen steeds nageleefd te worden.

 

3. Er wordt een compressor aangevraagd met een vermogen van 15 kW. Indien het product van de toelaatbare druk (bar) en het volume (liter) groter is dan 3.000 bar.liter, moet de compressor , conform artikel 5.16.3.2, §4 van Vlarem II voor ingebruikname en ten minste om de vijf jaar onderworpen te worden aan een periodiek onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline houder voor gassen of gevaarlijke stoffen zodat een maximale beveiliging voor de buurt wordt verzekerd. Binnen de 3 maanden na dit besluit wordt aan de dienst Toezicht (toezicht@stad.gent) meegedeeld of het periodiek onderzoek van toepassing is op de compressor, desgevallend wordt het keuringsattest bezorgd.

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

Bijzondere voorwaarde voor de geplande werken:

 

Extern advies

De voorwaarden uit het advies van Brandweerzone Centrum, afgeleverd op 28 november 2025, moeten strikt nageleefd worden.
 

Hemelwater – verhardingen

Alle verharding en constructies moeten uitgevoerd worden in waterdoorlatende materialen of natuurlijk infiltreren cfr. de bepalingen in conform de richtlijnen zoals uiteengezet in het Technisch Achtergronddocument bij de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater. Er mag geen afvoer zijn via de riolering.

 

Parkeerplaatsen vrachtwagens

De extra 14 vrachtwagenparkeerplaatsen voor het elektrisch laden dienen voorbehouden te blijven voor vrachtwagens en niet ingenomen te worden door personenwagens (personeel).

 

BIJZONDERE MILIEU VOORWAARDEN

Er wordt een compressor aangevraagd met een vermogen van 15 kW. Indien het product van de toelaatbare druk (bar) en het volume (liter) groter is dan 3.000 bar.liter, moet de compressor , conform artikel 5.16.3.2, §4 van Vlarem II voor ingebruikname en ten minste om de vijf jaar onderworpen te worden aan een periodiek onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline houder voor gassen of gevaarlijke stoffen zodat een maximale beveiliging voor de buurt wordt verzekerd. Binnen de 3 maanden na dit besluit wordt aan de dienst Toezicht (toezicht@stad.gent) meegedeeld of het periodiek onderzoek van toepassing is op de compressor, desgevallend wordt het keuringsattest bezorgd.

 

BIJSTELLING SECTORALE VOORWAARDEN

Artikel: 5.15.0.6.: In afwijking van artikel 5.15.0.6.§1 van VLAREM II wordt toegestaan te exploiteren van maandag tem vrijdag van 6h30 tot en met 20h00 en sporadisch op zaterdag.

 

GEACTUALISEERDE BIJZONDERE MILIEU VOORWAARDEN

1. In afwijking van artikel 5.15.0.6.§1 van VLAREM II wordt toegestaan te exploiteren van maandag tem vrijdag van 6h30 tot en met 20h00 en sporadisch op zaterdag.

 

2. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen gebeurt in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden opgenomen in het advies van het Departement Brandweer, Afdeling Brandpreventie, dienen steeds nageleefd te worden.

 

3. Er wordt een compressor aangevraagd met een vermogen van 15 kW. Indien het product van de toelaatbare druk (bar) en het volume (liter) groter is dan 3.000 bar.liter, moet de compressor , conform artikel 5.16.3.2, §4 van Vlarem II voor ingebruikname en ten minste om de vijf jaar onderworpen te worden aan een periodiek onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline houder voor gassen of gevaarlijke stoffen zodat een maximale beveiliging voor de buurt wordt verzekerd. Binnen de 3 maanden na dit besluit wordt aan de dienst Toezicht (toezicht@stad.gent) meegedeeld of het periodiek onderzoek van toepassing is op de compressor, desgevallend wordt het keuringsattest bezorgd.

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Parkeren

- Er dient ook rekening gehouden te worden met de Vlaamse regelgeving rond laadpunten bij parkings: https://www.vlaanderen.be/milieuvriendelijke-voertuigen/een-elektrische-wagen-laden/verplichtingen-voor-laadpunten-bij-parkings . Hierin staat dat vanaf 1 januari 2025 voor bestaande niet-woongebouwen een parkeerterrein met meer dan 20 parkeerplaatsen minstens 2 laadpunten dient te hebben. Als de volledige parking (dus zowel vrachtwagens als personenwagens) in beschouwing wordt genomen, voldoet het project hieraan. Als enkel de personenwagenwagenparking in beschouwing wordt genomen, voldoet het project hier niet aan aangezien er geen oplaadpunten bij de personenwagenparking worden voorzien.

- We doen hierbij de vrijblijvende suggestie (geen verplichting) om in kader van het comfort en diefstalveiligheid de fietsenstalling volledig overdekt en afgesloten te voorzien, rekening houdend met de afmetingen uit de stedelijke parkeerrichtlijnen. Op die manier kan nog extra kwaliteit worden toegevoegd aan de fietsenstalling en kunnen wellicht meer medewerkers worden overtuigd om met de fiets naar het werk te komen (zeker aangezien ook de fietsroutes richting de site via het project R4WO in de toekomst beter zullen worden).