Terug
Gepubliceerd op 03/10/2025

2025_CBS_08575 - OMV_2025028113 K - aanvraag omgevingsvergunning voor de sloop van een loods en plaatsing van klas- en scoutscontainers en fietsenstallingen en de verandering van de exploitatie van het Freinetatheneum De Wingerd - zonder openbaar onderzoek - Neermeerskaai en Offerlaan, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 02/10/2025 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 02/10/2025 - 09:22
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Verontschuldigd

Sofie Bracke, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2025_CBS_08575 - OMV_2025028113 K - aanvraag omgevingsvergunning voor de sloop van een loods en plaatsing van klas- en scoutscontainers en fietsenstallingen en de verandering van de exploitatie van het Freinetatheneum De Wingerd - zonder openbaar onderzoek - Neermeerskaai en Offerlaan, 9000 Gent - Vergunning 2025_CBS_08575 - OMV_2025028113 K - aanvraag omgevingsvergunning voor de sloop van een loods en plaatsing van klas- en scoutscontainers en fietsenstallingen en de verandering van de exploitatie van het Freinetatheneum De Wingerd - zonder openbaar onderzoek - Neermeerskaai en Offerlaan, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Stad Gent met als contactadres Botermarkt 1, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025028113) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 17 juli 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: de sloop van een loods en plaatsing van klas- en scoutscontainers en fietsenstallingen en de verandering van de exploitatie van het Freinetatheneum De Wingerd

• Adres: Neermeerskaai 1A, Offerlaan 3 en 5, 9000 Gent

• Kadastrale gegevensafdeling 16 sectie K nrs. 955V13, 955P13 en 955S13

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 12 augustus 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 26 september 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit

 

De aanvraag is gelegen langsheen de Neermeerskaai in de wijk Watersportbaan – Ekkergem. De site beschikt over een schoolgebouw Freinetschool de Wingerd met aanpalend een autoparking. Naast het schoolgebouw (hoger gelegen terrein rechterkant) bevindt zich een loods met inpandige fietsenstalling en een autoparking. De omgeving bestaat aan de linkerzijde van de site voornamelijk over vrijstaande school- en overheidsgebouwen en aan de rechterzijde gesloten bebouwing met woonfuncties. Aan de overzijde van de straat is de Leie gelegen. 

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft de sloop van de loods (incl. aanhorende verharding), het plaatsen van tijdelijke klas- en scoutscontainers, het rooien van bomen en het ontharden en vergroenen van de site:

De loods en aanpalend aanbouwvolume met een totale grondoppervlakte van 1.807m² wordt integraal afgebroken. Het totaal volume van de afbraak bedraagt 12.500m³. De bestaande fietsenberging (250 fietsstalplaatsen) die zich in de loods bevindt, wordt hiermee ook weggenomen. De bestaande verharding van de steenslag parking (16 plaatsen voor personeel) van ca. 704m² en bestaande klinker-/tegelverharding rondom de loods (ca. 250m²) worden alsook integraal weggenomen.

 

Er worden nieuwe tijdelijke klas- en scoutscontainers geplaatst (tijdelijke aanvraag voor 10 jaar) op het noordelijk deel waar eerder de loods stond. De totale grondoppervlakte van de nieuwe containers bedraagt 565m². De containers zijn 1 bouwlaag hoog en beschikken over een totale hoogte van 2,90m. De containerunits worden voorzien als leslokaal. In de nieuwe containerunits zijn er ook lokalen voor de scouts voorzien waarvan 5 taklokalen, een kleine keuken en een ruimte die gebruikt kan worden voor zowel scouts als examenruimte voor de school. Om de containers vlot toegankelijk te maken worden aansluitende voetpaden voorzien in klinkerverharding.

 

Centraal op de campussite worden nieuwe doorsteken aangelegd. Een nieuwe doorsteek wordt voorzien om de bereikbaarheid van de brandweervoertuigen en de voetgangers vanuit de Neermeerskaai naar de site te vergroten. Er wordt een verbinding tussen het hoger gelegen verhard deel zijde school de Wingerd en een lager gelegen centraal gebied voorzien. Dit als een flauwe helling in karrenspoor met betonverharding (oppervlakte 2x26m²).

Tussen de school de Wingerd en de containers worden nieuwe treden aangelegd in halfverharding. De totale oppervlakte daarvan is 46m².

De overige zone op het terrein wordt aangelegd als groenzone. Er wordt in totaal ca. 2.075m² nieuwe groenzone (grasveld) aangelegd op de site (incl. infiltratievoorziening).

 

Er worden 2 bomen gerooid: Er wordt 1 knotpopulier (stamomtrek op 1m is 250cm) gerooid voor het realiseren van een nieuwe voetgangersdoorsteek. Een bestaande knotpopulier (stamomtrek op 1m is 90cm) wordt gerooid voor het plaatsen van de nieuwe tellerkast (elektriciteit) vooraan het perceel t.h.v. de rooilijn Neermeerskaai. Er worden 2 nieuwe bomen aangeplant ter compensatie voor het rooien van de 2 bomen, namelijk een esdoorn en een notelaar.

 

Er worden rioleringswerken gedaan. Zo wordt een hemelwaterput voorzien van 10.000liter en een septische put van 5.000liter. In de naastgelegen groenzone wordt een bovengrondse infiltratievoorziening (wadi) geplaatst met een oppervlakte van 100m² en een volume van 20.000liter. De wadi is 20cm diep.

 

De aanvraag betreft het plaatsen van een nieuwe overdekte fietsenstalling ter hoogte van Freinetschool de Wingerd:

Op de bestaande verharding palend aan het schoolgebouw Freinetschool de Wingerd worden twee nieuwe overdekte fietsenbergingen geplaatst in een staalstructuur. De totale grondoppervlakte van de fietsenstallingen bedraagt 344m². De totale hoogte van beide fietsenstallingen bedraagt 2,80m. De fietsstallingen beschikken over een groendak waarvan de overloop afwatert in de naastgelegen groenzone. In de noordelijke fietsenstalling kunnen 108 gewone fietsen worden gestald. In de zuidelijke fietsenstalling kunnen 60 gewone fietsen en 18 buitenmaatse fietsen worden gestald.

Er zullen in totaal 168 gewone fietsen (h.o.h. 50cm) en 18 buitenmaatse fietsen (100/250cm) kunnen gestald worden. Op de aanpalende campus worden ingrepen voorzien om extra (overdekte) fietsenstallingen te plaatsen (zie plan BA_Neermeerskaai_I_N_3_Inplanting mobiliteit).

 

Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Koelinstallaties en warmtepompen met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 46,3 kW | klasse 3 | Nieuw

46,3 kW

32.2.2°

schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte | Verandering door uitbreiding met 1 polyvalente zaal

Hernieuwing | klasse 3 | Verandering

1 zalen

43.1.1°b)

stookinstallaties met een vermogen van 300 kW tot en met 2000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en  gestookt wordt met aardgas | Verandering door uitbreiding met 142,1 kW

Hernieuwing | klasse 3 | Verandering

142,1 kW

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

17.4. | Opslag diverse gevaarlijke producten in kleine verpakkingen: kuismiddelen, onderhoudsproducten... | 200 kg

24.1. | 1 laboklas voor didactische doeleinden met afvalwater dat extern verwerkt wordt. | 1 Laboklas

 

Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:

3.4.1. | lozen (zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie) van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan de geldende milieukwaliteitsnormen voor het uiteindelijk ontvangende oppervlaktewaterlichaam (tot en met 2m³/u) - klasse: 3 | 2 m³/h

3.2.2..a | lozen van huishoudelijkafvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) - klasse:3 | 4000 m³/j

12.2.1 | transformator - ander dan 15.5 en 19.8 (van 100 kVA tot en met 1 000 kVA) -  2x 250 kVA - klasse:3 | 500 kVA

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 16/07/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het slopen van oude schoolgebouwen op campus Leerdorp. (OMV_2020054217)

* Op 28/09/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het verbouwen van het kinderdagverblijf de Petteflet en het plaatsen van 2 tijdelijke modulaire gebouwen en het exploiteren van een warmtepomp. (OMV_2023063328)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 19/06/1970 werd een vergunning afgeleverd voor oprichten van een loods voor het onderbrengen van een atelier-drukkerij. (Litt. O-7-70)

* Op 08/12/1980 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van een textielinstituut. (Litt. O-15-80)

* Op 12/10/2011 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van tijdelijke containerklassen gelegen op een sportterrein van de school 'de wingerd'. (2011/512)

* Op 16/10/2012 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van blok 5-6-11 en een deel van 17, de voormalige carrosserie, leegstaande panden en het magazijntje van de metsers. (2012/453)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

1/ BRANDWEER

Advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 14 augustus 2025 onder ref. 073185-004/SP/2025: voorwaardelijk gunstig, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen. Zie bijlage op het Omgevingsloket.

 

Bijzondere aandachtspunten: 

* Deze bijzondere brandweerweg moet gerealiseerd zijn alvorens de fietsenstalling wordt gerealiseerd. 

* De brandweerweg in grasdalverharding moet duidelijk afgebakend worden. 

* Deze brandweerweg moet periodiek onderhouden en gemaaid worden.

 

2/ DE VLAAMSE WATERWEG NV

Advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West afgeleverd op 8 september 2025 onder ref. omv-2025028113 Behandeling in eerste aanleg-001: gunstig. Zie adviesdocument op het Omgevingsloket. 

  

3/ FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN - ASTRID

Advies van Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken - ASTRID afgeleverd op 2 september 2025 onder ref. 10978: gunstig. Zie bijlage op het Omgevingsloket.


Noodzaak van een ASTRID-indoorradiodekking: NEE. Het advies is: GUNSTIG.

Motivering: Gezien de afzonderlijke beperkte bezetting van elke ruimte apart (schooluren = in de week en Scoutswerking = weekend of vakantie), heeft de commissie beslist dat er geen verplichting is tot ASTRID indoordekking.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied en gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. 
In de gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen zijn de voorzieningen toegelaten, welke gericht zijn op het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. Woongelegenheid kan toegestaan worden voor zover die noodzakelijk is voor de goede werking van de inrichtingen (artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen)

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

 

De tijdelijke containerunits zijn volledig gelijkvloers en vanaf de Neermeerskaai drempelloos bereikbaar. De gehele containerconfiguratie is verdiept geplaatst zodat deze drempelloos toegankelijk zijn. De voorziene deurbreedtes en opstelruimtes zijn conform. Er worden in het ontwerp drempelloze voetpaden in klinkerverharding en verlaagde boordstenen voorzien.

Het ontwerp is bijgevolg in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

Het project omvat de afbraak van een loods en het plaatsen van containerunits en overdekte fietsenstalling. Een deel van de verharding wordt onthard en een wadi wordt voorzien.

5.1.  Ligging project

Het projectgebied is gelegen langs en stroomt af naar de Leie (beheerder: De Vlaamse Waterweg nv). 

Het projectgebied is gevoelig voor overstromingen volgens de watertoetskaarten 2023.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- op het perceel is een kleine overstromingskans onder huidig en toekomstig klimaat, deze contouren bevinden zich echter niet waar de werken zullen worden uitgevoerd.

- niet gelegen in een signaalgebied.

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

5.2. Advies m.b.t. het beheer en exploitatie van de waterweg en het patrimonium van De Vlaamse Waterweg nv

Er is geen interferentie met het beheer en/of de exploitatie van de waterweg. Het projectgebied ligt op voldoende afstand van de Leie (ca. 25 m).

 

5.3. Watertoetsadvies

a. Gegevens relevant voor de watertoets: 

Het horizontale dakoppervlak van de containerklassen bedraagt 565 m² en zal worden aangesloten op een hemelwaterput van 10.000 liter. Het dagelijks hergebruik (547l/dag) wordt berekend en dient als basis om een afwijking te vragen voor het volume van de hemelwaterput. Het hergebruik zal worden gebruikt voor toiletspoeling en buitenkraantjes. De overloop van de hemelwaterput zal afwateren naar een wadi met een infiltratieoppervlak van 100 m² en een infiltratievolume van 20.000 liter. De diepte van de infiltratievoorziening bedraagt 20 cm. De noodoverloop van de infiltratievoorziening wordt aangesloten op de openbare riolering. Een deel van de bestaande verharding wordt onthard (1.067 m²), een nieuwe klinker verharding (150m²) rondom de containerklassen wordt aangelegd. Deze zal afwateren naar een groenzone op eigen terrein. Boven de fietsstalling zal een overkapping worden geplaatst met groendak, welke zal afwateren naar het omliggende terrein. 

 

b. Er zijn geen acties opgenomen in het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde (2022-2027) die betrekking hebben op de vergunningsaanvraag.

 

c. Beoordeling van verenigbaarheid met het watersysteem

i. gewijzigd overstromingsregime

Het projectgebied is niet fluviaal overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het fluviaal overstromingsregime verwacht.

 

Volgens de pluviale overstromingskaart bestaat er een middelgrote overstromingskans op het perceel. Deze contouren bevinden zich echter niet waar de werken zullen worden uitgevoerd.

Om de impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden. Ruimten met kwetsbare functies worden best beschermd tegen wateroverlast door het volgen van de richtlijnen omtrent overstromingsveilig bouwen https://www.vmm.be/water/overstromingen/hoe-je-woning-beschermen.

 

ii. gewijzigd afstromingsregime en gewijzigde infiltratie naar het grondwater

De aanvraag voorziet in een infiltratiezone die voldoende groot is gedimensioneerd. Verder vraagt de aanvraag een afwijking aan op het volume van de hemelwaterput. Het hergebruik werd berekend via de rekentool van groenblauwpeil waarop de hemelwaterput is afgestemd. Zowel de bestaande als nieuwe verharding en het afdak van de fietsenstelling wateren af naar omliggende groenzones. Het project werd voorafgaand besproken met De Vlaamse Waterweg nv als waterloop beheerder in de vorm van een preadvies. De aanvraag voldoet daarmee aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater en de aangevraagde afwijking kan worden toegestaan wegens voldoende gemotiveerd.

 

iii. gewijzigde oppervlaktewaterkwaliteit en gewijzigd aantal puntbronnen

Ten gevolge van de geplande ingrepen worden er geen betekenisvol nadelige effecten op de oppervlaktewaterkwaliteit verwacht. De riolering wordt gescheiden en aangesloten op de openbare riolering in de straat.

 

iv. gewijzigd grondwaterstromingspatroon en gewijzigde grondwaterkwaliteit

Het project voorziet geen nieuwe ondergrondse constructies, waardoor er geen impact op het grondwaterstromingspatroon wordt verwacht. Alsook worden geen effecten verwacht op de grondwaterkwaliteit.

 

v. watergebonden natuur en structuurkwaliteit

Er worden geen werken voorzien aan de oever van de Leie. Bijgevolg worden er geen effecten verwacht op de watergebonden natuur en structuurkwaliteit van de Leie.

 

d. Besluit

Het project is verenigbaar met het watersysteem en het beheer van De Vlaamse Waterweg N.V. van haar patrimonium. Het project voldoet aan de doelstellingen en beginselen zoals geformuleerd in art. 1.2.2 en 1.2.3 van het gecoördineerde decreet integraal waterbeleid.

 

5.3.  Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

6.1.   De 2 te rooien bomen

Het rooien van 2 bomen op het perceel wordt aangevraagd. Er kan akkoord worden gegaan voor het rooien van 2 bomen mits het aanplanten van 2 nieuwe bomen. Dit wordt zo voorzien op de plannen.

6.2.   Boombeschermingsmaatregelen:

Bij dit project worden de gebruikelijke beschermingsmaatregelen toegepast:

- Voorafgaandelijk aan de werken dient er een advies opgemaakt te worden door een ETW'er of ETT'er en het bijbehorende verslag moet te allen tijde op de werf aanwezig zijn.

- Betreft de te behouden bomen: De eventuele begeleidende snoeiwerken aan de te behouden bomen, voorafgaandelijk aan de werken, dienen te gebeuren door een erkend ETW’er of ETT’er. De werken in de buurt van de te bewaren bomen, dienen onder toezicht te gebeuren van een ETW’er of ETT’er. De te bewaren bomen moeten zo goed als mogelijk beschermd worden tegen schaden: hetzij met stambescherming (planken), hetzij door afbakenen van een de TBBZ (= totale boombeschermingszone)  rond de boom met herrashekkens (2 x2m) om te voorkomen dat er materialen gestapeld worden.

- Alle groenzones zijn verboden terrein voor het stockeren/plaatsen van materiaal, voertuigen, machines, containers en werfkranen.

- Er mag niet machinaal worden gegraven in de natuurlijke kroonprojectie (°) van de bomen.

(°) Kroonprojectie = de visuele zone die onder de boom tot stand komt wanneer de boomkruin loodrecht naar beneden wordt geprojecteerd.

- Volgende minimale graafafstanden worden gehanteerd voor open sleuven, grondzuiging en airspade zijn wel toegelaten. Wortels dienen beschermd te worden tegen uitdroging. 

 

Diameterklasse boomstam in cm

Afstand tot de stam in meter

<15

1

15-30

1,5

30-50

2

50-70

2,5

>70

3 + ETW/ETT'er op werf aanwezig!

 

- Indien men dichter bij de stam moet zijn, kan men manueel ondergraven op een diepte van minstens 120 cm. Indien buiten deze zone toch nog dikke wortels (> 5cm diameter) worden aangetroffen mogen deze niet worden verwijderd en dient manueel te worden gegraven.

- Het Standaardbestek 250 laatste versie is van toepassing.

- De aannemer is verplicht om beschadigingen aan bomen en beplanting te melden bij de stad Gent voor de aanvang van de werken.

- Indien de bomen beschadigd worden gedurende de werken, zal de schade worden berekend volgens de Uniforme Methode voor de waardebepaling van bomen op het openbaar domein.

6.3.   Sloop loods

Er wordt een gebouw gesloopt. Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten en verblijfplaatsen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 april-30 juni moet men er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Voor vleermuizen moet men vóór aanvang van de sloop na gaan of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, neem je contact op met de Groendienst (groendienst@stad.gent). Dit wordt als opmerking opgenomen.

6.4.   Stikstof

Er werd door de aanvrager een toelichting van de berekening van de impactscore toegevoegd aan het dossier.

 

A/ Aanlegfase:

De NOX-emissies van de puntbronnen zal naar schatting max. 46,24 kgNOx/jaar bedragen. Dit bedraagt 0,63 % van de beschikbare ‘capaciteit’. 

Het aantal zware vervoersbewegingen op jaarbasis zal 960 bedragen. Dit bedraagt 0,08% van de beschikbare capaciteit. 

Het aantal lichte vervoersbewegingen op jaarbasis zal 720 bedragen. Dit bedraagt 0,008% van de beschikbare capaciteit. 

Aangezien het percentage voor de puntbronnen 0,62 % en de percentages voor de mobiliteit 0,08% en 0,008% (voor resp. zware en lichte voertuigen) bedraagt, is aan de voorwaarden voldaan. Bijgevolg kan geoordeeld worden dat de impactscore van het project (aanlegfase) minder dan 1% zal bedragen en de opmaak van een passende beoordeling niet vereist is voor voorliggende project.

 

B/ Exploitatiefase (beschrijft de dagdagelijkse mobiliteitsimpact):

Volgens de exploitant geldt volgende modal-split voor de inrichting:

- Openbaar vervoer (tramhalte op 200 meter): 25%

- Fiets/te voet: 65%

- Auto: 10%

 

De inrichting betreft een school (ongeveer 72 leerlingen en 3 leerkrachten) en wordt enkel in het weekend gebruikt door de jeugdbeweging (ongeveer 50 personen). Dagelijks (worst-case) zijn er dus max. 75 personen op de inrichting die, gelet op de modal-split, ongeveer 7,5 auto’s (i.e. lichte voertuigen) genereren. Uit de worst-case benadering volgt dat er onder de 95 lichte voertuigen per dag de impactscore van het project steeds minder dan 1% zal bedragen. Dit project genereerd slechts 7,5 lichte voertuigen per dag. Dit is slechts 7,9% van het maximumaantal toegelaten lichte voertuigen per dag in de worst-case benadering.

Aangezien voorliggend project de worst-case benadering niet overschrijdt, kan met zekerheid gesteld worden dat de impactscore van het project minder dan 1% zal bedragen en de opmaak van een passende beoordeling niet vereist is voor voorliggende project.

6.5.   Lozing

Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.

6.6.   Conclusie:

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.

Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

De aangevraagde werken zijn erop gericht om een oude loods te slopen, het terrein te ontharden en te vergroenen, nieuwe tijdelijke containers te plaatsen voor 10 jaar en het inrichten van overdekte fietsenstallingen op bestaande verharding.

 

Voor deze site werd eerder een masterplan uitgewerkt. Er kan akkoord worden gegaan met de sloop van de bestaande loods en het plaatsen van nieuwe tijdelijke containers voor een periode van 10 jaar. Deze werken passen zich in binnen het Masterplan Campus Offerlaan.

De nieuwe tijdelijke containers worden geplaatst op de locatie waar de loods zich op vandaag bevindt. De containers zijn max. 1 bouwlaag hoog en worden achteraan het perceel geplaatst. De impact naar de aanpalende buren en het openbaar domein is beperkt. De overige zone op het terrein (overige deel waar de loods stond en de bestaande autoparking) wordt onthard en groen aangelegd (grasveld, etc.). Het ontharden en vergroenen van de site is positief voor de beleving op het terrein door de gebruikers van de campussite en de onmiddellijke omgeving. De nieuwe verharding wordt beperkt in functie van de werking van de school en de toegankelijkheid op de site door de gebruikers. De nieuwe verharding wordt ofwel waterdoorlatend voorzien ofwel ingericht zodat deze kan afwateren op eigen terrein.

 

De nieuwe overdekte fietsenbergingen worden geplaatst op bestaande verharding. De daken worden voorzien van een groendak. Dit is positief. De overdekte stalling wordt -door het niveauverschil op het terrein - verdiept voorzien, waardoor de impact naar de aanpalende buren quasi onbestaand is. Er worden voldoende ingrepen gedaan om te voldoen aan de fietsparkeernoden op de campussite. Er kan akkoord worden gegaan met de inrichting van de overdekte fietsenbergingen.

 

Voorliggende aanvraag respecteert de principes die zijn opgenomen in het Masterplan Campus Offerlaan op lange termijn. De aangevraagde werken zijn verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening en hypothekeren geen toekomstige ingrepen. 

 

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Ten allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.

Om de geluidshinder tot een minimum te beperken kunnen volgende milderende maatregelen genomen worden:

- Plaats het toestel op een plaats waar ze het minste overlast creëert voor derden

- Lokale akoestische afschermingen rond het toestel voorzien

- Processturing waarbij de ventilatortoerentallen in de nachtperiode worden beperkt tot 70%.

Bij een erkend ‘milieudeskundige geluid en trillingen’ kan advies ingewonnen worden m.b.t. de controle van apparaten, akoestisch onderzoek, trillingsmetingen en het opstellen en begeleiden van saneringsplannen (https://www.vlaanderen.be/erkenning-als-milieudeskundige-geluid-en-trillingen).

 

CONCLUSIE

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Koelinstallaties en warmtepompen met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 46,3 kW | Nieuw

46,3 kW

32.2.2°

schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte | Verandering door uitbreiding met 1 poyvalente zaal

Hernieuwing | Verandering

1 zalen

43.1.1°b)

stookinstallaties met een vermogen van 300 kW tot en met 2000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en  gestookt wordt met aardgas | Verandering door uitbreiding met 142,1 kW

Hernieuwing | Verandering

142,1 kW

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer ) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Koelinstallaties en warmtepompen met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 46,3 kW | klasse 3

46,3 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag diverse gevaarlijke producten in kleine verpakkingen: kuismiddelen, onderhoudsproducten... | klasse 3

200 kg

24.1.

laboratoria met een uitsluitend didactisch doel, waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | 1 laboklas voor didactische doeleinden met afvalwater dat extern verwerkt wordt. | klasse 3

1 Laboklas

32.2.2°

schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte | 3 polyvalente zalen zonder muziekactiviteiten | klasse 3

3 zalen

43.1.1°b)

stookinstallaties met een vermogen van 300 kW tot en met 2000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en  gestookt wordt met aardgas | Stookinstallaties (200 kW en 291 kW) resp. SK1 tot en met SK2. | klasse 3

491 kW


Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor de sloop van een loods en plaatsing van klas- en scoutscontainers en fietsenstallingen en de verandering van de exploitatie van het Freinetatheneum De Wingerd aan Stad Gent gemeente (O.N.:0207451227) gelegen te Neermeerskaai 1A, Offerlaan 3 en 5, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

De rubrieken voor de inrichting/activiteit  met inrichtingsnummer  beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Koelinstallaties en warmtepompen met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 46,3 kW | Nieuw

46,3 kW

32.2.2°

schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte | Verandering door uitbreiding met 1 poyvalente zaal

Hernieuwing | Verandering

1 zalen

43.1.1°b)

stookinstallaties met een vermogen van 300 kW tot en met 2000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en  gestookt wordt met aardgas | Verandering door uitbreiding met 142,1 kW

Hernieuwing | Verandering

142,1 kW

 

 

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer ) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Koelinstallaties en warmtepompen met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 46,3 kW | klasse 3

46,3 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag diverse gevaarlijke producten in kleine verpakkingen: kuismiddelen, onderhoudsproducten... | klasse 3

200 kg

24.1.

laboratoria met een uitsluitend didactisch doel, waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | 1 laboklas voor didactische doeleinden met afvalwater dat extern verwerkt wordt. | klasse 3

1 Laboklas

32.2.2°

schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte | 3 polyvalente zalen zonder muziekactiviteiten | klasse 3

3 zalen

43.1.1°b)

stookinstallaties met een vermogen van 300 kW tot en met 2000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en  gestookt wordt met aardgas | Stookinstallaties (200 kW en 291 kW) resp. SK1 tot en met SK2. | klasse 3

491 kW

 

  

Artikel 2

Verleent de vergunning voor het plaatsen van containers voor bepaalde duur vanaf
11 november 2025 tot en met 11 november 2035.


  

 

Artikel 3

Legt volgende voorwaarden op:

De vergunning is deels tijdelijk voor bepaalde duur voor volgende aangevraagde werken: 

Het plaatsen van containers.

De termijn van de verleende vergunning voor het plaatsen van de containers is beperkt tot 10 jaar. 

Na het verlopen van deze termijn worden de containers incl. aanpalende verharding weggenomen en de site aangelegd als groenzone conform Masterplan Campus Offerlaan of moet een nieuwe (tijdelijke) vergunning aangevraagd worden.


De vergunning is deels voor onbepaalde duur voor volgende aangevraagde werken:

De sloop van de loods (incl. aanhorende verharding), het plaatsen van overdekte fietsenbergingen, het rooien van bomen en het het heraanleggen van de site (ontharden en vergroenen).

 

Voorwaarden voortvloeiend uit externe adviezen:

-Brandweer

De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze Omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 14 augustus 2025 onder ref. 073185-004/SP/2025). Zie bijlage op het Omgevingsloket.

Bijzondere aandachtspunten: 

* Deze bijzondere brandweerweg moet gerealiseerd zijn alvorens de fietsenstalling wordt gerealiseerd. 

* De brandweerweg in grasdalverharding moet duidelijk afgebakend worden. 

* Deze brandweerweg moet periodiek onderhouden en gemaaid worden.

 

-Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken - ASTRID

De voorwaarden van Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken - ASTRID die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies op 2 september 2025 onder ref. 10978). Zie bijlage op het Omgevingsloket.


De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

  

Artikel 4

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:


OPMERKINGEN STEDENBOUW

Sloop loods

Er wordt een gebouw gesloopt. Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten en verblijfplaatsen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 april-30 juni moet men er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Voor vleermuizen moet men vóór aanvang van de sloop na gaan of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, neem je contact op met de Groendienst (groendienst@stad.gent).

 

Boombeschermingsmaatregelen

De aanvrager moet voldoende boombeschermingsmaatregelen nemen zoals omschreven in Hoofdstuk 6 ‘Natuurtoets’.

 

OPMERKINGEN MILIEU

Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.

Om de geluidshinder tot een minimum te beperken kunnen volgende milderende maatregelen genomen worden:

- Plaats het toestel op een plaats waar ze het minste overlast creëert voor derden

- Lokale akoestische afschermingen rond het toestel voorzien

- Processturing waarbij de ventilatortoerentallen in de nachtperiode worden beperkt tot 70%.

Bij een erkend ‘milieudeskundige geluid en trillingen’ kan advies ingewonnen worden m.b.t. de controle van apparaten, akoestisch onderzoek, trillingsmetingen en het opstellen en begeleiden van saneringsplannen (https://www.vlaanderen.be/erkenning-als-milieudeskundige-geluid-en-trillingen).