Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
ALLESISGOED VZW met als contactadres Driebeekstraat 4, 9050 Gent en Stefen Moens met als contactadres Gentbruggestraat 68, 9040 Gent hebben een aanvraag (OMV_2025085550) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 8 juli 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het exploiteren van een feestzaal met het afwijken van geluidsnormen
• Adres: Driebeekstraat 3, 9050 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 21 sectie A nrs. 443N en 443M
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 12 augustus 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 22 september 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het exploiteren van een feestzaal met het afwijken van geluidsnormen.
Voorliggende vergunningsaanvraag beoogt het splitsen, hernieuwen en uitbreiden van de vergunning van de vzw 'Alles is Goed' aan de Driebeekstraat 2-6 te 9050 Gentbrugge. De huidige vergunning (ref. 082/44021/1409/1/A/1/LDR/VDM) loopt tot 1 februari 2027.
De vzw 'Alles is Goed' en de vzw ‘Rock- en Metal Jeugdhuis Asgaard’ baten elk een afzonderlijk deel van het gebouw uit. Door de vergunning van de vzw 'Alles is Goed' te splitsen (overdracht rubriek polyvalente zaal naar vzw ‘Rock- en Metal Jeugdhuis Asgaard’ die hier een verandering aanvragen en dit ook een feestzaal wordt), wordt het mogelijk om de verantwoordelijkheden tussen beide exploitanten duidelijker af te bakenen en kunnen beide exploitanten onafhankelijk van elkaar toekomstige wijzigingen aanvragen. Aangezien de activiteiten van beide exploitanten aan elkaar grenzen, worden de milieuaspecten wel samen beoordeeld.
De vzw “Alles is Goed” wenst de feestzaal ‘vierdezaal’ verder te exploiteren ten behoeve van culturele activiteiten. De ‘vierdezaal’ wordt uitgebaat door Alles Is Goed vzw, de overkoepelende vzw van Plek, Anamma, go BOOM en Minus One.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen | klasse 3 | Nieuw | 105 liter |
32.1.2° | muziekactiviteiten: feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is | klasse 2 | Hernieuwing | 102 DB(A)_LAEQ_15 |
Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:
3.3 | Lozing huishoudelijk afvalwater | 2042 m³/jaar
32.2.1. | polyvalente zaal | 1 Zaal
Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd: Artikel: 5.32.2.2 §2
Motivatie
Het is wenselijk dat het einduur van de feesten of overige activiteiten die georganiseerd worden later kan zijn dan 3 uur.
Er is geen geluidsoverlast voor de buurt (zie geluidsstudie in bijlage E5bis) gezien de eerder genomen maatregelen:
- Het gebouw is voldoende geïsoleerd om geluidshinder te vermijden (massieve dakplaat, ramen met gelaagde beglazing).
- De deuren in de feestzaal zijn zware akoestische deuren.
- Op alle plafonds is er geluidsabsorptie voorzien.
Een later sluitingsuur zorgt voor het druppelsgewijs verspreiden van vertrekkende mensen en dus voor minder potentiële druk op de omgeving. Er zijn geen klachten uit de buurt. Een later sluitingsuur zal de ruimte voor potentiële klachten nog verder verkleinen.
Veiligheid & mobiliteit: bij een later sluitingsuur is er een (groter) aanbod aan openbaar vervoer. Dat is niet enkel goed wat betreft bereikbaarheid en toegankelijkheid, maar ook voor de veiligheid in het verkeer.
Een later sluitingsuur is meer conform binnen de huidige tijdsgeest.
Gelet op het voorgaande lijkt het geen probleem en zelfs wenselijk om de openingsuren voor de feestzaal te verlengen tot 7u ’s morgens.
Voorstel
In afwijking van artikel 5.32.2.2 §2 titel II van het Vlarem wordt de exploitatie van de inrichting en het gebruik van (een) elektronische versterker(s) die muziek voortbrengt(en) ook toegestaan tussen 3 uur tot 7 uur, ongeachte de dag van de week.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 17/02/1969 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen administratief en representatief centrum. (1968 GB 370/29)
* Op 19/12/1985 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een dubbelzijdig lichtgevend bord met stadsplan en reclame. (1985/1161 (BB 85/3 GB))
* Op 21/04/2000 werd een vergunning afgeleverd voor het omheinen en overdekken van een containerhoek. (1999/20260)
* Op 09/09/2005 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van twee masten met een hoogte van 4m bovenop het dak van een bestaand gebouw waar reeds een bestaande mast van de politie opstaat. de bijhorende technische installatie wordt voorzien binnenin het gebouw.. (2005/20103)
* Op 18/07/2006 werd een vergunning afgeleverd voor het rooien van enkele bomen, het verplaatsen van een containerberging en het bouwen van een polyvalent zaal en een jeugdhuis op het parkeerterrein gelegen achter het dienstencentrum. (2005/20272)
* Op 06/03/2012 werd een vergunning afgeleverd voor het bijbouwen van een koele drankenberging (onverwarmd). (2011/20268)
* Op 31/05/2012 werd een vergunning afgeleverd voor de omgevingswerken in de toegangszone van de groenpool gentbrugse meersen. (2011/20270)
* Op 05/06/2014 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een dubbele garage. (2014/20073)
* Op 09/11/2016 werd een vergunning afgeleverd voor het leveren, plaatsen en demonteren van een gehuurde traptoren. (2016/03139)
Milieuvergunningen
* Op 01/02/2007 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een nieuwe polyvalente zaal en jeugdhuis. (11257/E/1)
Omgevingsvergunningen
* Op 06/02/2025 werd door het college van burgemeester en schepenen een akte genomen voor overname van jeugdhuis asgaard met polyvalente zaal door allesisgoed. (OMV_2025006646)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgend extern advies is gegeven:
Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 20 augustus 2025.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woonuitbreidingsgebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977). De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005).
De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg LUSTHOFWIJK, goedgekeurd op 13 april 1989, en is bestemd als aantal bouwlagen en zone voor openbaarnut: overheidsdiensten.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5. WATERPARAGRAAF
1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
Overstromingen
Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen, waterlopen of het reliëf. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen (indelingsplichtig volgens Vlarem II, bijlage 1). De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.
3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Volgens de impactscore analyse toegevoegd in het dossier is de emissie kleiner dan 1%.
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 22 augustus 2025 tot en met 20 september 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
OMGEVINGSTOETS
Ruimtelijke ordening
In de aanvraag worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd. Er wordt dus aangenomen dat de aanvraag zich situeert binnen de afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen. Er mogen geen stedenbouwkundige handelingen gebeuren zonder vergunning.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Aspect afval
De voortgebrachte afvalstoffen worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Aspect afvalwater
De inrichting ligt in centraal gebied volgens het zoneringsplan van Stad Gent. Er is enkel lozing van huishoudelijk afvalwater (niet ingedeeld).
Aspect geluid
Algemeen
De feestzaal wordt onder meer gebruikt voor fuiven, recepties en optredens, maar eveneens voor toneel. De capaciteit van de feestzaal bedraagt 500 personen. Er kan ook een uitbreiding geboekt worden, namelijk ‘De Bokaal’ genoemd. Deze zaal kan een extra 80 personen ontvangen. De bokaal kan niet apart geboekt worden, enkel samen met de feestzaal, in dat geval heeft de ‘vierdezaal’ een capaciteit van 580 personen.
Om geluidsoverlast te voorkomen werden volgende maatregelen genomen door de exploitant:
* Geluidsmeter;
* Geluiddempende mousse;
* Geluiddempende, brandwerende gordijnen;
* Inkomsas;
* Ramen en deuren worden zo veel mogelijk gesloten gehouden.
Bij de exploitatie van een lokaal met elektronisch versterkte muziek zijn de omgevingsnormen van de VLAREM-regelgeving van toepassing. Deze regelgeving voorziet dat het specifieke geluid (Lsp) van de onderzochte inrichting (i.c. een lokaal met elektronisch versterkte muziek) moet getoetst worden aan één of meerdere beoordelingspunten (BP).
Volgende BP wordt beschouwd:
* MP1(a);
* MP2(a).
Voor de BP hangt de toe te passen normering af van volgende factoren:
1. Binnen- of buitenshuis. Indien er bewoning is palend aan de exploitatie (gemene vloer en/of muur) dan moet er getoetst worden aan binnennormen. De richtwaarden voor respectievelijk binnenshuis en buitenshuis worden weergegeven in bijlage 2.2.2 en bijlage 4.5.4 van Vlarem II.
2. De beoordelingsperiode. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de dagperiode (van 7-19u); de avondperiode (van 19-22u) en de nachtperiode (22-7u). In dit geval wordt, gezien de aard van de activiteiten, uitgegaan van de (strengste) nachtperiode.
3. De ligging op het gewestplan.
Zie ook punt 1.
In dit geval liggen alle BP’s in een gebied op minder dan 500 meter van industriegebieden/gemeenschapsvoorzieningen.
4. Bestaande of nieuwe inrichtingen. De geluidsnormen voor een bestaande inrichting zijn soepeler dan voor een nieuwe inrichting. Rekening houdend met artikel 5.32.2.3§2 van Vlarem II gaat het om een nieuwe inrichting.
Samenvattend kan gesteld worden (cfr. beslissingsschema’s in bijlage 4.5.6 van Vlarem II) dat het Lsp getoetst moet worden aan een norm van 40 dB(A) tijdens de nachtperiode.
Bij het aanvraagdossier is een akoestisch onderzoek (AO) opgenomen, uitgevoerd door een erkende deskundige in de discipline geluid. Het doel van een AO bestaat erin om het maximaal geluidsniveau te bepalen dat in het lokaal mag gespeeld worden zodat in de BP aan de normen voldaan is.
Bij het beoordelen van geluidshinder afkomstig lokalen waar elektronisch versterkte muziek wordt gespeeld wordt uitgegaan van muziek met voldoende energie in de lage frequenties (veel basgeluid). Op die manier wordt een situatie met een ongunstige situatie (worst-case) aan de zendzijde van de muziek beoordeeld.
In het AO wordt gesteld dat bij een aangelegd geluidsniveau van 100 dB(A) LAeq, voldaan is aan de omgevingsnormen voor geluid in alle BP tijdens de nachtperiode.
Het geluidsniveau moet dus in eerste instantie beperkt worden tot 100 dB(A);
Als het geluid tonaliteit vertoont (~ een 'zuivere toon' bevat) dan voorziet de Vlarem-regelgeving dat dit geluid als meer storend voor de omgeving moet beschouwd worden. Indien tonaliteit vastgesteld wordt, dan moet het geluid van de inrichting met een extra 5 dB(A) (en in sommige gevallen met 2 dB(A)) bestraft worden.
In het geval er tonaliteit zou aanwezig zijn in de muziek, bedraagt het Lsp in het slechtste geval dan 38 dB(A), zodat de grenswaarde nog steeds wordt gerespecteerd
Concluderend kan gesteld worden dat het geluid in de zaal verder beperkt worden tot 100 dB(A) tijdens de nachtperiode.
Lokalen met elektronisch versterkte muziek die ondergebracht worden in rubriek 32 van de indelingslijst (bijlage 1 van Vlarem II) leiden in de regel tot een beslissing van het college van burgemeester en schepenen. In deze beslissingen hanteert de stad Gent een beleid waarbij een maximaal geluidsniveau wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden van de exploitatie, zodat voldaan is aan de omgevingsnormen.
In het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 29 november 2012 werd als algemene richtlijn opgenomen om dit maximale toegestane geluidsniveau doorgaans uit te drukken met behulp van de parameter LAeq,30 seconden. Dit is een energetisch gemiddelde van een geluidsniveau over 30 seconden.
De keuze voor deze parameter is ingegeven omwille van volgende redenen:
* de maximale geluidsniveaus in milieuvergunningen bij de Stad Gent werden sedert ca. 2002 doorgaans opgenomen met deze parameter (gelijkheidsbeginsel);
* de geluidsniveaus op een kortere tijdsmiddeling dan bijvoorbeeld een kwartier laten efficiënt toezicht toe;
* een middeling over een korte tijd concordeert met een gevoelsmatige beleving van geluidshinder;
Naast deze effectieve geluidsnorm (gemiddelde over een bepaalde tijd) voorziet de wetgeving eveneens in een toetsingsnorm om op een relatief eenvoudige manier zelfcontrole mogelijk te maken.
Het maximaal toegestane geluidsniveau bedraagt 100 dB(A) tijdens de nachtperiode, gemeten als LAeq,30 seconden. De toetsingsnorm bedraagt 102 dB(A), gemeten als LA,slow,max.
Als er voldaan is aan de toetsingsnorm van 102 dB(A), dan wordt geacht voldaan te zijn aan de opgelegde norm van 100 dB(A) LAeq, 30 seconden. De toegestane geluidsniveaus gelden in het midden van de zaal. Deze elementen worden opgenomen als bijzondere voorwaarde.
De exploitant is verplicht om het geluidsniveau te meten en te registreren tijdens de productie van elektronisch versterkte muziek (artikel 5.32.2.2.bis §2 lid 3 van Vlarem II), tenzij er een geluidsbegrenzer wordt geplaatst.
De exploitant heeft een geluidsbegrenzer geplaatst. De meet- en registratieverplichting vervalt. Op 13 juli 2020 maande de Dienst Toezicht van Stad Gent de exploitant aan om een bewijs van afregeling van de geluidsbegrenzer door een erkend deskundige te bezorgen. Het bewijs van afregeling van de begrenzer werd echter nog niet bezorgd. Ter staving wordt een bijzondere voorwaarde opgenomen.
Uiterlijk 1 december 2025 moet de exploitant een bewijs van afregeling van de geluidsbegrenzer door een erkend deskundige bezorgen aan de Dienst Toezicht van Stad Gent (toezicht@stad.gent – met vermelding van het dossiernummer).
De exploitant informeert de bezoekers en de persoon die hij heeft aangesteld, over het maximaal toegestane geluidsniveau. Daarvoor wordt het maximaal toegestane geluidsniveau, weergegeven als LAeq,60min en LAeq,15min, op een duidelijk zichtbare plaats geafficheerd, zowel ter hoogte van de toegang tot de muziekactiviteit als ter hoogte van de mengtafel. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Om gehoorbeschadiging te voorkomen moet de exploitant voldoende maatregelen nemen zodat het publiek niet te dicht bij de luidsprekers kan komen. Op algemene vraag en advies van de politie moet de exploitant de geldende bijzondere voorwaarden van dit besluit uithangen ter hoogte van de bar, zodat bij eventuele politiecontroles de vergunningstoestand direct zichtbaar is. Tijdens de productie van elektronisch versterkte muziek moeten ramen en deuren gesloten blijven. Deze elementen worden opgenomen als bijzondere voorwaarde.
De exploitant moet kosteloos gehoorbescherming voor eenmalig gebruik ter beschikking stellen aan alle bezoekers en een geluidsplan opmaken (cfr. artikel 5.32.2.2.bis §2 lid 4 van Vlarem II). Dit wordt opgenomen als opmerking.
Einduur
Om de geluidshinder afkomstig van lokalen met elektronisch versterkte muziek te beperken voert de stad Gent een beleid waarbij een periode van verbod op elektronisch versterkte muziek opgenomen wordt in het milieuvergunningsbesluit in plaats van een einduur. Artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II stelt:
De exploitatie van de inrichting en het gebruik van (een) elektronische versterker(s) die muziek voortbrengt(en) is, behalve op zon- en feestdagen, verboden vanaf 3 uur tot 7 uur.
In afwijking van de in deze paragraaf vermelde verbodsbepalingen kan, in functie van de plaatselijke omstandigheden, elke andere regeling inzake openings- en sluitingsuren worden vastgesteld in de bijzondere voorwaarden.
De exploitant heeft in de aanvraag een specifiek exploitatieregime aangevraagd. Met name: “In afwijking van artikel 5.32.2.2 §2 titel II van het Vlarem wordt de exploitatie van de inrichting en het gebruik van (een) elektronische versterker(s) die muziek voortbrengt(en) ook toegestaan tussen 3 uur tot 7 uur, ongeachte de dag van de week.”.
Er zijn geen klachten of vermoedens van hinder bekend. Hierdoor wordt volgende regeling van toepassing gesteld, geïnspireerd op artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II. Er wordt een periode van verbod ingevoerd voor het produceren van elektronisch versterkte muziek tussen 7.00 uur en 9.00 uur. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Afgeleide hinder
Rekening houdend met de (grote) capaciteit van de zaal en daaruit volgend het groot aantal bezoekers rondom de zaal, rekening houdend met een gemiddeld stemvolume van een mens en rekening houdend met de korte afstand van bewoning, wordt aangenomen dat aankomende en vertrekkende bezoekers geluidsoverlast kunnen veroorzaken in bewoonde gebouwen in de buurt;
De exploitant moet, in navolging van artikel 4.1.3.2 en 4.5.1.1 van VLAREM II, de nodige maatregelen nemen om hinder naar de omgeving te beperken.
Aspect bodem en grondwater
Opslag gevaarlijke producten
Er is een kleine hoeveelheid opslag van gevaarlijke producten aanwezig. Deze wordt nieuw aangevraagd. Het betreft een kleine hoeveelheid kuisproducten, die opgeslagen worden op lekbakken zodat potentiële lekvloeistoffen opgevangen kunnen worden.
Aspect veiligheid
Algemeen
Voorzie voldoende sensibilisering (o.m. door middel van harm reduction) voor bezoekers en personeel rond alcohol, ander middelengebruik en (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Vraag hiervoor indien nodig ondersteuning van de stadsdiensten. Tijdens nachten met een groter risico op middelengebruik vragen we extra aandacht vanuit de organisatie. Motiveer huurders van de zaal om in te zetten op het aanbieden van gratis drinkwater.
Maak een intern draaiboek op wat betreft het reageren op personen onder invloed van middelen of die dader en/of slachtoffer zijn van grensoverschrijdend gedrag. Deel deze richtlijnen met huurders van de zaal.
Voorzie voldoende sensibiliserende en preventieve maatregelen om bezoekers en personeel bewust te maken van de risico's m.b.t. middelengebruik en jullie aanpak wat betreft (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Beperk afgeleide hinder voor de buurt. Sensibiliseer bezoekers over de impact die ze kunnen hebben op de rust van buurtbewoners bij het toekomen en verlaten van de locatie. Hou in de gaten of er na evenementen meer afval ligt in de buurt en ruim dit indien nodig op.
Brandveiligheid
Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 015634-016/EVM/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde
Aspect bijstelling sectorale voorwaarden
Zie bespreking onder ‘aspect geluid – einduur’.
Aspect gecoördineerde bijzondere voorwaarden
De bijzondere milieuvoorwaarden uit het besluit d.d. 01.02.2007 worden als volgt gecoördineerd:
* Het hemelwater afkomstig van het dak van de bedrijfsgebouwen dient opgevangen te worden in een of meerdere regentanks met een gezamenlijke inhoud van minstens 50 m³. Het opgevangen hemelwater wordt maximaal aangewend en minstens gebruikt voor de toiletspoeling en/of andere laagwaardige toepassingen (reinigen lokalen, reinigen voertuigen, …).
Wordt opgeheven.
* Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen gebeurt in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer.
Wordt hernomen en geactualiseerd (cfr. aspect veiligheid)
* De zaal mag pas in gebruik genomen worden na voorlegging van een volledig akoestisch onderzoek uitgevoerd volgens de bepalingen van bijlage 4.5.2 van Vlarem II door een erkend deskundige in de discipline geluid en trillingen en dit op kosten van de exploitant. Dit onderzoek bepaalt het maximaal toegelaten emissieniveau van de muziek. De metingen dienen te gebeuren met een emissiespectrum gelijkwaardig aan rode ruis, waarvan het spectrum hiernavolgend wordt weergegeven:
f (Hz) | 63 | 125 | 250 | 500 | 1000 | 2000 | totaal |
Lp [dB(lin)] | 96 | 99 | 97 | 94 | 92 | 90 | 103 |
LpA [dB(A)] | 70 | 83 | 88 | 91 | 92 | 91 | 97 |
Wordt opgeheven
* De exploitant laat op zijn kosten een geluidsbegrenzer installeren om het emissieniveau van de muziek te beperken tot de waarde die voortvloeit uit bovengenoemd akoestisch onderzoek. De afregeling ervan dient te gebeuren middels een controlemeting uit te voeren door een erkend geluidsdeskundige met behulp van een spectrum gelijkwaardig aan rode ruis (voormeld). De resultaten van deze controlemeting, van de afregeling van de geluidsbegrenzer en een beschrijving van de aanwezige geluidsinstallatie dienen steeds beschikbaar te zijn in de inrichting en moeten op verzoek van de toezichthoudende ambtenaar kunnen voorgelegd worden. Verandering van de inrichting en/of de geluidsinstallatie dient schriftelijk gemeld aan de heer Gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen, de afdelingen Milieuvergunningen en Milieu-inspectie van het departement LNE en de milieudienst van de stad Gent.
Wordt opgeheven
* Het gebruik van externe muziekinstallaties ( in casu versterkers en geluidskasten) is verboden.
Wordt opgeheven
* De exploitant stelt de buurtbewoners in kennis van een centraal telefoonnummer waar klachten inzake burenhinder kunnen worden gemeld, ook en vooral tijdens evenementen 's nachts.
Wordt opgeheven
Tijdens het gebruik van de inrichting dienen deuren, ramen en poorten steeds gesloten te zijn.
Wordt hernomen en geactualiseerd (cfr. aspect geluid).
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen | Nieuw | 105 liter |
32.1.2° | muziekactiviteiten: feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is | Hernieuwing | 100 DB(A)_LAEQ_30sec |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20231208-0035) is:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen | klasse 3 | 105 liter |
32.1.2° | muziekactiviteiten: feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is | 1 feestzaal met een max. LAeq,30sec van 100 dB(A) en een capaciteit van 580 personen. | klasse 2 | 100 DB(A)_LAEQ_30sec |
De lopende vergunningen met betrekking op ‘vierdezaal’ worden opgeheven.
TERMIJN
De gevraagde vergunning kan verleend worden voor onbepaalde duur.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het exploiteren van een feestzaal met het afwijken van geluidsnormen aan ALLESISGOED vzw (O.N.:1009548185) en Stefen Moens gelegen te Driebeekstraat 3, 9050 Gent.
De rubrieken voor de inrichting/activiteit De Vierde Zaal met inrichtingsnummer 20231208-0035 beslist het college als volgt:
Vergunde rubrieken:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen | Nieuw | 105 liter |
32.1.2° | muziekactiviteiten: feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is | Hernieuwing | 100 DB(A)_LAEQ_30sec |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20231208-0035) is:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen | klasse 3 | 105 liter |
32.1.2° | muziekactiviteiten: feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 95 dB(A) LAeq,15min is | 1 feestzaal met een max. LAeq,30sec van 100 dB(A) en een capaciteit van 580 personen. | klasse 2 | 100 DB(A)_LAEQ_30sec |
De lopende vergunningen worden opgeheven.
Verleent de vergunning voor onbepaalde duur.
Legt volgende voorwaarden op:
Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
1. Het maximum toegestane geluidsniveau wordt vastgelegd in een effectieve geluidsnorm van 100 dB(A), gemeten als LAeq, 30 seconden. De toetsingsnorm bedraagt 102 dB(A), gemeten als LA,slow, max. Er wordt geacht voldaan te zijn aan de effectieve geluidsnorm, als voldaan is aan de toetsingsnorm.
De toegestane geluidsniveaus gelden in het midden van de zaal.
2. Uiterlijk 1 december 2025 moet de exploitant een bewijs van afregeling van de geluidsbegrenzer door een erkend deskundige bezorgen aan de Dienst Toezicht van Stad Gent (toezicht@stad.gent – met vermelding van het dossiernummer).
3. De exploitant moet voldoende organisatorische maatregelen nemen zodat het publiek niet te dicht bij de luidsprekers kan staan.
4. De bijzondere voorwaarden moeten opgehangen worden ter hoogte van de bar.
5. Tijdens het gebruik van de exploitatie moeten ramen en deuren gesloten zijn.
6. Verwijzend naar artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II wordt een periode van verbod ingevoerd voor het produceren van elektronisch versterkte muziek tussen 7.00 uur en 9.00 uur.
7. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 015634-016/EVM/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
Volgende sectorale voorwaarden wordt bijgesteld:
Artikel: 5.32.2.2 §2: Zie bijzondere voorwaarde 6.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Afval
* De voortgebrachte afvalstoffen worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.
Geluid
* De exploitant informeert de bezoekers en de persoon die hij heeft aangesteld, over het maximaal toegestane geluidsniveau. Daarvoor wordt het maximaal toegestane geluidsniveau, weergegeven als LAeq,60min en LAeq,15min, op een duidelijk zichtbare plaats geafficheerd, zowel ter hoogte van de toegang tot de muziekactiviteit als ter hoogte van de mengtafel.
* De exploitant moet kosteloos gehoorbescherming voor eenmalig gebruik ter beschikking stellen aan alle bezoekers en een geluidsplan opmaken (cfr. artikel 5.32.2.2.bis §2 lid 4 van Vlarem II).
Veiligheid
* Voorzie voldoende sensibiliserende en preventieve maatregelen om bezoekers en personeel bewust te maken van de risico's m.b.t. middelengebruik en jullie aanpak wat betreft (seksueel) grensoverschrijdend gedrag.