Terug
Gepubliceerd op 03/10/2025

2025_CBS_08495 - OMV_2025111233 - melding voor de exploitatie van een danscafé - Vlasmarkt, 9000 Gent - Aktename

college van burgemeester en schepenen
do 02/10/2025 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 02/10/2025 - 09:05
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Verontschuldigd

Sofie Bracke, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2025_CBS_08495 - OMV_2025111233 - melding voor de exploitatie van een danscafé - Vlasmarkt, 9000 Gent - Aktename 2025_CBS_08495 - OMV_2025111233 - melding voor de exploitatie van een danscafé - Vlasmarkt, 9000 Gent - Aktename

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 107.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Gregory Vandenberghe met als contactadres Kammerstraat 6, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025111233) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 16 september 2025.

 

De melding van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: de exploitatie van een danscafé

• Adres: Vlasmarkt 13, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 2 sectie B nr. 690_

 


Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 25 september 2025.

 

OMSCHRIJVING MELDING

 

1.  BESCHRIJVING VAN DE GEMELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT

De melding omvat de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse.

 

De melding heeft betrekking op de exploitatie van een danscafé (Zeppos).

 

Volgende rubriek wordt gemeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

32.1.1°

muziekactiviteiten: feestzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min is | Danscafé | klasse 3 | Nieuw

95 DB(A)_LAEQ_15

 

2.  HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Omgevingsvergunningen

Op 13/03/2024 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig  bevonden voor de exploitatie van een danscafé (Zeppos). (OMV_2024030084)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

Op 22/12/2016 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een horecazaak. (2016/08221)

 

BEOORDELING MELDING

 

3.  TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

 

BEVOEGDHEID

De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.

 

ONDERZOEK MELDINGSPLICHT, NIET-VERBODEN KARAKTER EN STEDENBOUWKUNDIGE INPLANTING

De gemelde exploitatie is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.

 

Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandsregels.

De gemelde exploitatie is niet verboden.

 

Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.

 

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

De melding is in overeenstemming met de voorschriften.

 

CONCLUSIE

Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent is bevoegd voor de aktename.

 

De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden en de inplanting van de inrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften conform artikel 4.1.1.1 van Vlarem II.

 

4.  NATUURTOETS

Er worden geen wijziging aan bouwvolumes, constructies of verharding voorzien. Het project heeft geen negatieve effecten op (mogelijks) aanwezige waardevol groen.

 

Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar. De NOX uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1 % minimisdrempel.

 

Het huishoudelijk afvalwater (niet ingedeeld) wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de melding de natuurtoets doorstaat.

 

5.  OMGEVINGSTOETS

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

 

Aspect afval

Er moet voldoende ruimte binnen de uitbating voorzien worden zodat het afval inpandig kan worden opgeslagen. Afval mag enkel buiten geplaatst worden op dag van de ophaling. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect geluid

Bij de exploitatie van een lokaal met elektronisch versterkte muziek zijn de omgevingsnormen van de VLAREM-regelgeving van toepassing. Deze regelgeving voorziet dat het specifieke geluid (Lsp) van de onderzochte inrichting (i.c. een lokaal met elektronisch versterkte muziek) moet getoetst worden aan één of meerdere beoordelingspunten (BP).

 

Volgende BP worden beschouwd:

BP1bi: de binnenomgeving bij bewoning gelegen te Koningsstraat 19, 2de verdieping (dichtste buur) – metingen dd. 13 juni 2024)

BP2bu: de buitenomgeving hoek overkant Zeppos (metingen dd. 11 maart 2025, uitgevoerd na saneringsmaatregelen).

BP3bu: de buitenomgeving op 1 meter muur metselwerk Zeppos (metingen dd. 11 maart 2025, uitgevoerd na saneringsmaatregelen).

BP4bu: de buitenomgeving op 1 meter nieuw raam Zeppos (metingen dd. 11 maart 2025, uitgevoerd na saneringsmaatregelen).

 

Voor de BP hangt de toe te passen normering af van volgende factoren:

1. Binnen- of buitenshuis. Indien er bewoning is palend aan de exploitatie (gemene vloer en/of muur) dan moet er getoetst worden aan binnennormen. De richtwaarden voor respectievelijk binnenshuis en buitenshuis worden weergegeven  in bijlage 2.2.2 en bijlage 4.5.4 van Vlarem II.

Aangezien in het voorliggende geval sprake is van bewoning die paalt aan de exploitatie, dient er getoetst te worden aan de binnennormen. De binnennormen zijn hier dus richtinggevend voor de beoordeling.

2. De beoordelingsperiode. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de dagperiode (van 7-19u); de avondperiode (van 19-22u) en de nachtperiode (22-7u).

In dit geval wordt, gezien de aard van de activiteiten, uitgegaan van de (strengste) nachtperiode.

3. De ligging op het gewestplan.

Zie ook punt 1.

In dit geval liggen alle BP’s in zuiver woongebied.

4. Bestaande of nieuwe inrichtingen. De geluidsnormen voor een bestaande inrichting zijn soepeler dan voor een nieuwe inrichting. Rekening houdend met artikel 5.32.2.3§2 van Vlarem II gaat het om een nieuwe inrichting.

 

Samenvattend kan gesteld worden (cfr. beslissingsschema’s in bijlage 4.5.6 van Vlarem II) dat het Lsp getoetst moet worden aan een norm tijdens de nachtperiode:

-       van 30 dB(A) buiten;

-       van 25 dB(A) binnen. 

 

Bij het aanvraagdossier is een akoestisch onderzoek (AO) opgenomen, uitgevoerd door een erkende deskundige in de discipline geluid. Het doel van een AO bestaat erin om het maximaal geluidsniveau te bepalen dat in het lokaal mag gespeeld worden zodat in de BP aan de normen voldaan is.

 

Bij het beoordelen van geluidshinder afkomstig lokalen waar elektronisch versterkte muziek wordt gespeeld wordt uitgegaan van muziek met voldoende energie in de lage frequenties (veel basgeluid). Op die manier wordt een situatie met een ongunstige situatie aan de zendzijde van de muziek beoordeeld.

 

In het AO wordt gesteld dat bij een aangelegd geluidsniveau van 95 dB(A) LAeq voldaan is aan de omgevingsnormen voor geluid in alle BP tijdens de nachtperiode.

 

Het geluidsniveau moet dus in eerste instantie beperkt worden tot 95 dB(A).

 

Als het geluid tonaliteit vertoont (~ een 'zuivere toon' bevat) dan voorziet de Vlarem-regelgeving dat dit geluid als meer storend voor de omgeving moet beschouwd worden. Indien tonaliteit vastgesteld wordt, dan moet het geluid van de inrichting met een extra 5 dB(A)  (en in sommige gevallen met 2 dB(A)) bestraft worden.

Er werd in het AO geen onderzoek naar tonaliteit uitgevoerd, waardoor vanuit het voorzorgsprincipe  5 strafdecibels in rekening gebracht worden.

 

Concluderend kan gesteld worden dat het geluid in de zaal verder beperkt worden tot 90 dB(A) tijdens de nachtperiode.

 

In verband met het geluidsniveau binnen bij de dichtste buur geeft de deskundige aan dat de normen zullen worden gerespecteerd. Hiervoor gebruikt men echter de gemeten geluidsniveaus buiten ter hoogte van een dicht gemetst venster. Deze berekening is niet bruikbaar aangezien deze manier geen rekening houdt met de isolatiewaarde van de gemene muur. Er dient een controlemeting bij de aanpalende buur worden uitgevoerd op een moment dat het oorspronkelijk omgevingsgeluid laag is. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Lokalen met elektronisch versterkte muziek die ondergebracht worden in rubriek 32 van de indelingslijst (bijlage 1 van Vlarem II) leiden in de regel tot een beslissing van het college van burgemeester en schepenen. In deze beslissingen hanteert de stad Gent een beleid waarbij een maximaal geluidsniveau wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden van de exploitatie, zodat voldaan is aan de omgevingsnormen.

 

In het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 29 november 2012 werd als algemene richtlijn opgenomen om dit maximale toegestane geluidsniveau doorgaans uit te drukken met behulp van de parameter LAeq,30 seconden. Dit is een energetisch gemiddelde van een geluidsniveau over 30 seconden.

De keuze voor deze parameter is ingegeven omwille van volgende redenen:

-       de maximale geluidsniveaus in milieuvergunningen bij de Stad Gent werden sedert ca. 2002 doorgaans opgenomen met deze parameter (gelijkheidsbeginsel);

-       de geluidsniveaus op een kortere tijdsmiddeling dan bijvoorbeeld een kwartier laten efficiënt toezicht toe;

-       een middeling over een korte tijd concordeert met een gevoelsmatige beleving van geluidshinder;

Naast deze effectieve geluidsnorm (gemiddelde over een bepaalde tijd) voorziet de wetgeving eveneens in een toetsingsnorm om op een relatief eenvoudige manier zelfcontrole mogelijk te maken.

 

Het maximaal toegestane geluidsniveau bedraagt 90 dB(A) tijdens de nachtperiode, gemeten als LAeq,30 seconden; De toetsingsnorm bedraagt 92 dB(A), gemeten als LA,slow,max.

Als er voldaan is aan de toetsingsnorm van 92 dB(A), dan wordt geacht voldaan te zijn aan de opgelegde norm van 90 dB(A) LAeq, 30 seconden.

 

De geluidsnorm geldt in het midden van de zaal.

 

Deze elementen worden opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

De exploitant is verplicht om het geluidsniveau te meten tijdens de productie van elektronisch versterkte muziek (artikel 5.32.2.2.bis §1 lid 3 van Vlarem II), tenzij er een geluidsbegrenzer wordt geplaatst. De exploitant moet minstens de parameter LAeq,15min meten en dit zichtbaar houden voor de geluidsverantwoordelijke. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

De exploitant informeert de bezoekers en de persoon die hij heeft aangesteld, over het maximaal toegestane geluidsniveau. Daarvoor wordt het maximaal toegestane geluidsniveau, weergegeven als LAeq,15min, op een duidelijk zichtbare plaats geafficheerd, zowel ter hoogte van de toegang tot de muziekactiviteit als ter hoogte van de mengtafel. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Om gehoorbeschadiging te voorkomen moet de exploitant voldoende maatregelen nemen zodat het publiek niet te dicht bij de luidsprekers kan komen. Op algemene vraag en advies van de politie moet de exploitant de geldende bijzondere voorwaarden van dit besluit uithangen ter hoogte van de bar, zodat bij eventuele politiecontroles de vergunningstoestand direct zichtbaar is. Tijdens de productie van elektronisch versterkte muziek moeten ramen en deuren gesloten blijven. Deze elementen worden opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Einduur

Om de geluidshinder afkomstig van lokalen met elektronisch versterkte muziek te beperken voert de stad Gent een beleid waarbij een periode van verbod op elektronisch versterkte muziek opgenomen wordt in het milieuvergunningsbesluit in plaats van een einduur.  Artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II stelt:

De exploitatie van de inrichting en het gebruik van (een) elektronische versterker(s) die muziek voortbrengt(en) is, behalve op zon- en feestdagen, verboden vanaf 3 uur tot 7 uur.

In afwijking van de in deze paragraaf vermelde verbodsbepalingen kan, in functie van de plaatselijke omstandigheden, elke andere regeling inzake openings- en sluitingsuren worden vastgesteld in de bijzondere voorwaarden.

 

De exploitant heeft in de aanvraag geen  specifiek exploitatieregime aangevraagd. De algemene regeling wordt van toepassing gesteld,  geïnspireerd op artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II. Er wordt een periode van verbod ingevoerd voor het produceren van elektronisch versterkte muziek

- tussen 3.00 uur en 7.00 uur van maandag- tot en met zaterdagochtend en

- tussen 7.00 uur en 9.00 uur op zondagochtend en de ochtend van een officiële feestdag.

Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

Afgeleide hinder

De exploitant moet, in navolging van artikel 4.1.3.2 en 4.5.1.1 van VLAREM II, de nodige maatregelen nemen om hinder naar de omgeving te beperken. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren volgens de richtlijnen van de territoriaal bevoegde brandweer. De voorwaarden van de brandweer moeten steeds nageleefd worden.

 

Voor een nieuwe exploitatie van een publiek toegankelijke inrichting (toepassingsgebied: zie artikel 1 van de Politieverordening inzake van brand en ontploffing van publiek toegankelijke inrichtingen) geldt de meldingsplicht volgens de bepalingen zoals beschreven in artikel 4 van de Politieverordening inzake van brand en ontploffing van publiek toegankelijke inrichtingen.

 

Voor nieuwe  inrichtingen ≥100 m2 moet bijkomend een brandveiligheidsattest verkregen worden volgens de bepalingen zoals beschreven in artikel 5 van de voornoemde Politieverordening inzake van brand en ontploffing van publiek toegankelijke inrichtingen.

 

Het melden en de aanvraag van een controlebezoek voor het verkrijgen van het brandveiligheidsattest dienen te gebeuren via www.bwzc.be/preventie.

 

In het geval van een ongunstig brandpreventieverslag, kan de exploitatie niet starten.

 

 

CONCLUSIE

Het gevraagde project is milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving.

De gevraagde melding wordt geakteerd.

 

Volgende rubriek wordt geakteerd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

32.1.1°

muziekactiviteiten: feestzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min is | Danscafé | Nieuw

90 DB(A)_LAEQ_15

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen dient akte te nemen van de ingediende melding. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren vanaf de aanplakking van de meldingsakte.

Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.

De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : 'BEKENDMAKING MELDINGSAKTE'.

Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.

De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel

U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.

Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).

U bent een rolrecht verschuldigd van:
- 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
- 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.

U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
- het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
- het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
- het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door Gregory Vandenberghe voor de exploitatie van een danscafé, gelegen Vlasmarkt 13, 9000 Gent, met inrichtingsnummer 20240229-0037, omvattende volgende rubriek:

Rubriek

Conclusie

Omschrijving

Hoeveelheid

32.1.1°

Aktename

muziekactiviteiten: feestzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt en het maximaal geluidsniveau in de inrichting > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤ 95 dB(A) LAeq,15min is | Danscafé  (Nieuw)

90 DB(A)_LAEQ_15

 

Artikel 2

De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:

 

Bijzondere voorwaarden voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

1.Ter controle van het geluidsniveau bij de dichtst aanpalende buur dient een controlemeting binnenshuis te worden uitgevoerd in de aanpalende woning. Deze meting moet plaatsvinden op een moment waarop het oorspronkelijk omgevingsgeluid laag is, zodat een correcte beoordeling mogelijk is.

 

2.a. Het maximum toegestane geluidsniveau wordt vastgelegd in een effectieve geluidsnorm van 90 dB(A), gemeten als LAeq, 30 seconden. De toetsingsnorm bedraagt 92 dB(A), gemeten als LA,slow, max. Er wordt geacht voldaan te zijn aan de effectieve geluidsnorm, als voldaan is aan de toetsingsnorm.

2.b. De toegestane geluidsniveaus gelden in het midden van de zaal.

 

3. De exploitant moet voldoende organisatorische maatregelen nemen zodat het publiek niet te dicht bij de luidsprekers kan staan.

 

4. De bijzondere voorwaarden moeten opgehangen worden ter hoogte van de bar.

 

5. Tijdens het gebruik van de exploitatie moeten ramen en deuren gesloten zijn.

 

6. Verwijzend naar artikel 5.32.2.2.§2 van VLAREM II wordt een periode van verbod ingevoerd voor het produceren van elektronisch versterkte muziek:

- tussen 3.00 uur en 7.00 uur van maandag- tot en met zaterdagochtend en

- tussen 7.00 uur en 9.00 uur op zondagochtend en de ochtend van een officiële feestdag.

 

7. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren volgens de richtlijnen van de territoriaal bevoegde brandweer. De voorwaarden van de brandweer moeten steeds nageleefd worden.

Voor een nieuwe exploitatie van een publiek toegankelijke inrichting (toepassingsgebied: zie artikel 1 van de Politieverordening inzake van brand en ontploffing van publiek toegankelijke inrichtingen) geldt de meldingsplicht volgens de bepalingen zoals beschreven in artikel 4 van de Politieverordening inzake van brand en ontploffing van publiek toegankelijke inrichtingen.

Voor nieuwe inrichtingen ≥100 m2 moet bijkomend een brandveiligheidsattest verkregen worden volgens de bepalingen zoals beschreven in artikel 5 van de voornoemde Politieverordening inzake van brand en ontploffing van publiek toegankelijke inrichtingen.

Het melden en de aanvraag van een controlebezoek voor het verkrijgen van het brandveiligheidsattest dienen te gebeuren via www.bwzc.be/preventie

In het geval van een ongunstig brandpreventieverslag, kan de exploitatie niet starten.

 

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

1. Er moet voldoende ruimte binnen de uitbating voorzien worden zodat het afval inpandig kan worden opgeslagen. Afval mag enkel buiten geplaatst worden op dag van de ophaling.

 

2. De exploitant is verplicht om het geluidsniveau te meten tijdens de productie van elektronisch versterkte muziek (artikel 5.32.2.2.bis §1 lid 3 van Vlarem II), tenzij er een geluidsbegrenzer wordt geplaatst. De exploitant moet minstens de parameter LAeq,15min meten en dit zichtbaar houden voor de geluidsverantwoordelijke.

 

3. De exploitant informeert de bezoekers en de persoon die hij heeft aangesteld, over het maximaal toegestane geluidsniveau. Daarvoor wordt het maximaal toegestane geluidsniveau, weergegeven als LAeq,15min, op een duidelijk zichtbare plaats geafficheerd, zowel ter hoogte van de toegang tot de muziekactiviteit als ter hoogte van de mengtafel

 

4. De exploitant moet, in navolging van artikel 4.1.3.2 en 4.5.1.1 van VLAREM II, de nodige maatregelen nemen om hinder naar de omgeving te beperken.