Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Stad Gent met als contactadres Botermarkt 1, 9000 Gent hebben een aanvraag (OMV_2024041378) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 30 juni 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het bouwen van een nieuw kinderdagverblijf en het uitvoeren van kleine verbouwingswerken in de bestaande school + de verandering (door uitbreiding) van de exploitatie van een onderwijsinrichting en kinderdagverblijf
• Adres: Wasstraat 120, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 4 sectie D nrs. 90D, 92H, 92M en 92N
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 4 augustus 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 24 oktober 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit.
De aanvraag is gelegen langsheen de Wasstraat in de deelgemeente Sint-Amandsberg. Het terrein in kwestie is een schoolsite van de Freinetschool De Vlieger (kleuter en lagere school).
Het bestaand schoolgebouw is opgenomen op de lijst van Scholen van Rysselberghe en heeft een bepaalde erfgoedwaarde. Het complex bestaat uit verschillende panden bestaande uit 2 bouwlagen afgewerkt met een zadeldak. De gebouwen bevinden zich teruggetrokken ten opzichte van de rooilijn aan de Wasstraat.
Rechts van de school bevindt zich een pand vzw Jong de Wasserette en een Spelotheek. Aan de overkant van de Wasstraat bevindt zich een groenzone, de speeltuin van de Wasstraat. De schoolsite is toegankelijk via drie straten: de Wasstraat, Nieuwhof en Dendermondsesteenweg.
De site is opgenomen op de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed en wordt er als volgt beschreven: ‘Tegenover het speelplein (voormalig kerkhof) begrensd door de Engelbert van Arenbergstraat, de Zeemstraat en de Wasstraat, bevindt zich een stadsschool met peutertuin, kindertuin en lagere school. De wit bepleisterde, neoclassicistisch getinte dwarsvleugel werd in 1913 toegevoegd naar ontwerp van architect Charles Van Rysselberghe (1912) aan de oorspronkelijke schoolgebouwen van 1883. Aanvankelijk omvatten die een jongensschool met nog bewaarde toegang in Nieuwhof (tussen nummer 25 en 27) en een meisjesschool aan de Dendermondsesteenweg gelegen achter de huizenrij.’ Stadsarchief Gent, reeks F, nummer 65 & 81.
Aan deze opname zijn rechtsgevolgen verbonden, meer informatie is te vinden via volgende weblink: https://www.onroerenderfgoed.be/juridische-gevolgen-van-een-vaststelling
Een belangrijk rechtsgevolg is de zorg- en motiveringsplicht voor administratieve overheden. Administratieve overheden, zoals Stad Gent, moeten zo veel mogelijk zorg in acht nemen voor vastgestelde inventarisitems. Voor alle eigen werken of activiteiten moeten ze onderzoeken of ze een directe impact hebben op geïnventariseerd erfgoed. Bovendien moeten ze motiveren welke maatregelen ze hebben genomen om aan de zorgplicht te voldoen. De administratieve overheid geeft in al haar beslissingen over een eigen werk of activiteit met directe impact op geïnventariseerd erfgoed aan hoe ze rekening heeft gehouden met deze verplichting. In de beslissing dient ook opgenomen te worden welke geïnventariseerde onroerende goederen er directe impact ondervinden en desgevallend met welke maatregelen er uitvoering is gegeven aan de zorgplicht.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Voorliggende aanvraag betreft het bouwen van een nieuw kinderdagverblijf en het uitvoeren van verbouwingswerken in de bestaande school en de verandering (door uitbreiding) van de exploitatie van een onderwijsinrichting en kinderdagverblijf.
1/ De sloop van constructies en het oprichten van een nieuwbouwvolume aan de Wasstraat
De aanvraag betreft het slopen van bestaande gebouwen (bergingen van 1 bouwlaag, HS-cabine en berging met meterkasten), het wegnemen van bestaande verharding en het ontmantelen van een fietsoverkapping. Het slopen van deze constructies heeft geen wijziging van gemene muren met aanpalende buren als gevolg.
Er wordt een nieuwbouwconstructie kinderdagverblijf/schoolgebouw opgericht die deels teruggesprongen wordt voorzien (ca. 4,36m achter de rooilijn). De voorste ruimte wordt ingericht als buitenruimte bij het kinderdagverblijf. De tuinmuur blijft behouden maar wordt voorzien van nieuwe doorbrekingen (raamopeningen).
Het nieuwbouwvolume van het kinderdagverblijf/schoolgebouw is ca. 13m diep (volgens de snede), hierachter bevindt zich nog een buitenpasserelle met een diepte van ca. 2,30m. De totale bouwdiepte van deze constructies samen bedraagt ca. 19,70m gemeten vanaf de rooilijn (zowel gelijkvloers als verdiepingen). Grenzend aan de linker aanpalende buur wordt er een nieuwbouwvolume opgericht op de rooilijn tot een bouwdiepte van ca. 12m (= technisch gebouw).
De gemene muur met de linker aanpalende buur wordt hiermee opgehoogd aan het dakvolume over een lengte van ca. 1,90m en schuin oplopend tot max. 1,73m. De gemene muur met de linkerbuur wordt ter hoogte van het gelijkvloers aanbouwvolume, van de aanpalende buur, over een lengte van 1,29m met 6,62m en over een lengte van 7,69m met 71cm verhoogd.
Het nieuwbouwvolume (zowel volume kinderdagverblijf/schoolgebouw als technisch gebouw) beschikt over een totale bouwhoogte van ca. 9,30m (gemeten vanaf de nulpas) en sluit hiermee aan bij de kroonlijst van de linker aanpalende buur. Het bestaat uit 2 bouwlagen en wordt afgewerkt met een plat dak. Het platte dak wordt ingericht als intensief groendak (366m² + 60m²) en semi-intensief groendak (32m²).
De gevel van het technisch gebouw wordt afgewerkt met bakstenen. Het teruggetrokken grootste nieuwbouwvolume kinderdagverblijf/schoolgebouw wordt afgewerkt met grijze gevelcementplaten en grijs aluminium schrijnwerk.
Verder wordt er ook een rechte steektrap voorzien vanaf de bestaande speelplaats (ballenkoer) naar de nieuwe passerelle. Deze wordt ingeplant op 1m naast de zijgevel van het bestaande schoolgebouw. De trap zelf is 1,30m breed en ca. 7,70m lang. De trap biedt toegang naar de nieuwe buitenpasserelle die de 1e verdieping van de nieuwbouw en de bestaande school ontsluit. De passerelle is niet afgeschermd en betreft een buitenvolume. Op de eerste verdieping houdt de passerelle een afstand van min. 5,80m ten opzichte van de linker aanpalende buur. De passerelle is voorzien van leikabels om te laten begroeien met klimplanten. De vloeren van de passerelles bestaan uit betonnen prefabplaten.
Indeling: Het nieuwbouwvolume kinderdagverblijf/schoolgebouw wordt op de gelijkvloerse verdieping ingericht als kinderdagverblijf met bijhorende buitenbergingen en vuilnisruimte. Op de verdieping worden klaslokalen ingericht. De klaslokalen worden voorzien zodat de school toekomstbestendig kan uitbreiden.
In het technisch gebouw wordt een nieuw HS-cabine ingericht met achterliggend een wasruimte, poetslokaal, koude berging en keuken. De verdieping is volledig voorzien voor technieken.
Tot slot wordt bij het nieuwbouwvolume een nieuwe septische put geplaatst van 5.000 liter en 3 nieuwe hemelwaterputten van elk 20.000 liter die overlopen in een wadi.
Er wordt onder het nieuwbouwvolume een BEO-veld geplaatst.
2/ Het voorzien van een passerelle (brandveiligheid) aan het bestaand schoolgebouw
Er wordt een passerelle (voor brandveiligheid) voorzien die een nieuwe buitentoegang biedt tot het 1e niveau van de bestaande rechtse vleugel, flankerend aan de groene speelruimte.
Deze passerelle heeft een diepte van ca. 3,10m en wordt voorzien over de volledige breedte van deze vleugel. Hij houdt met ca. 1,90m afstand tot de rechtse perceelsgrens. Deze nieuwe overloop wordt bediend met één trap die zich naar de rechtse perceelsgrens inplant, deze houdt afstand met ca. 5,64m tot deze grens. De passerelle heeft een totale lengte van ca. 46m. De totale hoogte (incl. balustrade op de 1e verdieping) van deze constructie bedraagt ca. 5,79m t.o.v. het maaiveldniveau. Er worden hiervoor geen wijzigingen voorzien aan de perceelsgrens.
Deze nieuwe overloop en toegang bestaat uit een losstaande staalconstructie met een betonnen vloer die naast de gevel van de vleugel wordt ingeplant.
3/ Interne verbouwingswerken
Er worden enkele interne verbouwingswerken voorzien. Er worden voornamelijk aanpassingen voorzien op het gelijkvloers ten behoeve van het kinderdagverblijf. Daarnaast worden er ook toegankelijke kleedkamers en sanitair voorzien in het bestaand schoolgebouw.
4/ Heraanleg buitenruimte en fietsenstalling
De bestaande fietsenstallingen (tussen de spelotheek en het nieuwe kinderdagverblijf) worden deels onverhard. In totaal is er plaats voor het stallen van 112 fietsen (waarvan 60 volwassenfietsen en 56 kinderfietsen) aan de inkom. Tussen de fietsenstalling en het nieuwbouwvolume wordt een groenstrook aangelegd, gecombineerd met een helling.
De fietsen voor de kleuters worden onder de nieuwe passerelle voorzien aan vleugel C1. Daar worden rekken voorzien voor kleuterfietsen en plaatsen voor steps en driewielers. De fietsenstalling voor het personeel wordt inpandig voorzien en is bereikbaar via Nieuwhof.
Ten behoeve van de nieuwe brandweerweg die doorloopt naar de rechter zijvleugel van de lagere school dient er groen te worden weggenomen en bomen te worden gerooid. Er worden in totaal 8 bomen gerooid (omtrek genomen op 1m hoogte): een Japanse honingboom (17cm), een Es (9cm), een Treurwilg (58cm), een Vlinderstruik (meerstammig: buitenomtrek alle stammen samen, 75cm) en een Vlinderstruik (meerstammig: buitenomtrek alle stammen samen, 40cm). Specifiek om het nieuwbouwvolume voor het kinderdagverblijf/schoolgebouw te kunnen realiseren worden volgende bomen gerooid (allen gemeten op 1m hoogte en aangeduid op de plannen): Esdoorn van 30cm, Amerikaanse Vlier van 84cm en Esdoorn van 84cm. Er worden 11 nieuwe bomen aangeplant in het nieuw ontwerp waaronder Acacia's, Witte Els, Sering, gewone Hazelaar, Boomhazelaar, Mispel en Vlier.
Bij het kinderdagverblijf wordt er een buitenruimte langs de voorzijde voorzien van ca. 100m², waarvan ca. 15,50m² onverhard. Langs de achterzijde (onder de nieuwe passerelle) wordt er ook een buitenruimte voorzien van 70m², onverhard, horende bij het kinderdagverblijf. Rondom deze nieuwe groenzone wordt er een groene bebording voorzien van ca. 35m², horende bij de speelplaats van het lagere onderwijs.
De toegang vanaf de Dendermondsesteenweg wordt heraangelegd met een toegangspad, graszones en ruimte voor zitbank.
5/ Luifel en toegangspoort
Tussen de ingang van het kinderdagverblijf en de Spelotheek word een toegangspoort geplaatst. Ter hoogte van de fietsenberging wordt een luifel voorzien. Deze fungeert als beschutte wachtzone voor de ouders die wachten op hun kind. De luifel is 4m hoog, 4m diep en heeft een totale oppervlakte van ca. 34m². Vooraan op de luifel komen de letters: ‘DE VLIEGER’.
Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten
De verandering (door uitbreiding) van de exploitatie van een onderwijsinrichting en kinderdagverblijf
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.2.2°a) | lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | het lozen van het afvalwater van het kinderdagverblijf en het nieuw sanitair in de school wordt de totale lozing opgeschaald naar maximaal 1500 m3/jaar | klasse 3 | Verandering | 307 m3 |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | 2 maal een geothermische warmtepomp van elk 30kW en 5kW aan overige installaties. Technische fiche te vinden bij 'effecten op de omgeving - geluid' bij 'KDV Dampoort' | klasse 3 | Nieuw | 65 kW |
32.2.2° | schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte | Polyvalente zaal met podium dat na de schooluren als PTI (publiek toegankelijke inrichting) dient voor max 342 personen. De PTI-ruimte wordt gebruikt als refter voor leerlingen tijdens de schooluren en vervult daarnaast een polyvalente functie voor schoolfeesten, optredens, ouderavonden en andere bijeenkomsten. Tafels en stoelen zijn stapelbaar en eenvoudig te verplaatsen. Tijdens feesten blijft de opstelling zo dat nooduitgangen altijd bereikbaar zijn. Er zijn voldoende brede toegangsdeuren en vrije vluchtwegen die te allen tijde vrij blijven en goed zichtbaar zijn. Het maximaal aantal personen is bepaald en wordt gerespecteerd. Bij de préau wordt het bestaande glas zorgvuldig uitgehaald, gereinigd en voorzien van een brandwerende folie. Het kaderwerk wordt behandeld met brandwerende verf volgens de geldende eisen. | klasse 3 | Nieuw | 1 zaal |
43.1.1°b) | stookinstallaties met een vermogen van 300 kW tot en met 2000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en gestookt wordt met aardgas | Remeha Gas 310 ECO PRO: hoogrendement gascondensatieketel met nominaal vermogen van 530 kW. | klasse 3 | Verandering | 530 kW |
Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:
17.4 | de opslag van 1 18 kg en 103 I gevaarlijke producten (schoonmaakproducten)
in kleine verpakkingen. | 221 kg
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 22/03/2007 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een speelpleinoverkapping. (2006/60163)
* Op 02/07/2015 werd een vergunning afgeleverd voor het aanleggen van een speelheuvel op de speelplaats van een school. (2015/02095)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
BRANDWEER
Advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 6 augustus 2025 onder ref. 069196-004/EHA/2025: voorwaardelijk gunstig, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen. Zie bijlage op het Omgevingsloket.
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN - ASTRID
Advies van Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken - ASTRID afgeleverd op 12 augustus 2025 onder ref. 10951: gunstig. Zie bijlage op het Omgevingsloket.
Noodzaak van een ASTRID-indoorradiodekking NEE.
Motivering: Gezien de beperkte wijzigingen aan de bestaande school en gezien de beperkte onthaalcapaciteit van het KDV, heeft de commissie beslist dat er geen verplichting is tot ASTRID indoordekking voor de projecten binnen deze aanvraag.
DIENST VR - TEAM EXTERNE VEILIGHEID
Advies van Dienst VR - Team Externe Veiligheid afgeleverd op 12 augustus 2025: geen bezwaar.
Gelet op het feit dat de ontwikkeling niet gelegen is binnen de - voor de aard van het project - relevante consultatiezone van de naburige Seveso-inrichting heeft het Team Omgevingseffecten met betrekking tot de externe veiligheid geen bezwaar tegen deze aanvraag. Dergelijke consultatiezone is een door het Team Omgevingseffecten vastgelegde zone rond een Seveso-inrichting, afhankelijk van de risico’s die uitgaan van de Seveso-inrichting en de kans op indirecte effecten vanuit de omgeving op de Seveso-inrichting.
FLUVIUS
Advies van Fluvius afgeleverd op 14 augustus 2025 onder ref. 5000107415: gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig. Zie bijlage op het Omgevingsloket.
Naar aanleiding van uw vraag hebben wij een studie opgemaakt voor de aanleg en/of aanpassingen van de nutsleidingen voor het bovenvermeld project en dit op basis van de gegevens waarover wij vandaag beschikken.
Voor uw project zijn volgende voorwaarden van toepassing en noodzakelijk:
- Aanleg van nieuwe nutsleidingen voor elektriciteit
- Oprichting van een distributiecabine
Bij een eventuele wijziging, zeker indien het gaat om een wijziging van de gevraagde vermogens, of herverkaveling, moet u een nieuwe aanvraag indienen. Op basis van de gewijzigde gegevens zullen wij een studie uitvoeren om te bepalen of een netuitbreiding en/of het plaatsen van een nieuwe distributiecabine vereist is om het project te kunnen aansluiten. De bouwheer dient in dat geval een grond of lokaal op het gelijkvloers ter beschikking te stellen voor deze distributiecabine.
De kost voor de netuitbreiding wordt samen met aansluitingskosten van de appartementen met de offerte voor aansluiting afgerekend. Gelieve tijdig uw aansluitingsaanvraag te doen zodat we voor deze netuitbreiding de nodige doorlooptijd hebben.
Noot van de Omgevingsambtenaar: Indien de studie aangeeft dat een distributiecabine noodzakelijk is, dan moet deze ingericht worden in het vergund bouwvolume mits enige verschuiving van de achterliggende ruimtes.
Bijkomende kosten die moeten worden gemaakt naar aanleiding van het verplaatsen van bestaande leidingen of installaties, kunnen afzonderlijk worden aangerekend na de vaststelling van de noodzaak tot verplaatsing.
De volledige reglementering kunt u raadplegen op www.fluvius.be. U dient deze na te leven.
Dit advies blijft geldig tot zes maand na datum en is onder voorbehoud van wijzigingen zoals hierboven vermeld.
Technische bepalingen voor meergezinswoningen en appartementen Voor Elektriciteit:
Het appartement is aansluitbaar op het distributienet na aanpassing ervan, dit voor zover de gevraagde vermogens de gebruikte standaardwaarden niet overschrijden (17,3kVa (15,9kVa indien 230V)). Indien de gevraagde vermogens deze waarden overschrijden, kan het noodzakelijk zijn dat er alsnog een netversterking en/of het plaatsen van een distributiecabine noodzakelijk is. Deze netversterking zal dan ook aangerekend worden. Ruimte voor de distributiecabine dient dan voorzien te worden in het project.
Tellerlokaal:
Het tellerlokaal elektriciteit dient te voldoen aan volgende voorwaarden.
https://www.fluvius.be/nl/publicatie/algemene-richtlijnen-plaats-meteropstelling-elektriciteit-vanaf-2-meterkasten
Patrimonium en overdracht:
De oprichting van een distributiecabine voor elektriciteit is noodzakelijk. Voor meer informatie over grondafstand, zie bijlage: 'Gronden, lokalen en/of erfdienstbaarheden'.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
4.5. Archeologienota
Het dossier bevat een archeologienota:
(https://loket.onroerenderfgoed.be/archeologie/notas/notas/32084).
Er is akte genomen van deze nota door het Agentschap Onroerend Erfgoed op 22 januari 2025.
De inschatting van de archeologische waarde van het onderzochte gebied is plausibel en gemotiveerd onderbouwd. Bovendien zijn de voorgestelde maatregelen adequaat en voor derden begrijpelijk en uitvoerbaar.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
Hemelwaterput
De in rekening te brengen dakoppervlakte bedraagt 79m² (= luifel passerelle).
Het volume van de hemelwaterputten moet minimaal 100 l per m² horizontale dakoppervlakte bedragen bij een schoolgebouw.
De minimale inhoud van de hemelwaterput volgens de verordening bedraagt 7.900liter.
Er wordt in kader van het project een totaal van 60.000liter aan nieuwe regenwaterputten voorzien, die rechtstreeks zijn aangesloten op de luifel (passerelle) van de nieuwbouw kinderdagverblijf.
Het op te vangen hemelwater afkomstig van de bestaande school, ter hoogte van de ballenkoer, wordt niet rechtstreeks aangesloten op de nieuwe hemelwaterputten, maar stroomt eerst naar een bestaande regenwaterput die reeds in de ballenkoer zit en zal in de nieuwe situatie als bezinkput fungeren. Van daaruit loopt het water over naar de nieuwe regenputten van 60.000 liter. Deze nieuwe putten zijn vervolgens aangesloten op de wadi, waar het overtollige water vertraagd geïnfiltreerd wordt.
Het groendak van het nieuwbouwvolume wordt niet aangesloten op het puttenstelsel, maar loost rechtstreeks in de wadi.
Het opgevangen hemelwater wordt maximaal hergebruikt voor toiletspoeling, wasmachines en gebruik buiten.
Groendak
Voor de delen van het dakoppervlak die voorzien zijn van een groendak, is de aansluiting op een hemelwaterput niet verplicht.
Het ontwerp voorziet twee soorten groendaken waarbij een deel (32 m²) als semi-intensief wordt aangelegd, met een buffervolume minder dan 50 liter/m². Het overige deel 426 m² wordt wel als intensief met een buffervolume van 50 liter/m² aangelegd.
Infiltratievoorziening
De totaal te berekenen afwaterend dakoppervlakte bedraagt 328m². Dit mag verminderd worden met 30m² omdat er een hemelwaterput met hergebruik aanwezig is. De te rekenen oppervlakte voor de infiltratievoorziening bedraagt bijgevolg 298m².
Er moet minimaal een buffervolume voorzien worden van 9.834liter en een infiltratieoppervlakte van 23,84m².
Het buffervolume dat men voorziet in het ontwerp is 11.000liter en een infiltratieoppervlakte van 55m². De diepte van de infiltratieoppervlakte bedraagt 20cm.
Verharding/bodem
De voorziene verharding in de buitenruimte van het kinderdagverblijf moet als waterdoorlatend (maximum helling van 2%) worden aangelegd. Op deze manier kan het hemelwater dat hierop valt infiltreren in de onderliggende bodem.
Het hemelwater dat op de platte daken (buitenbergingen) valt in deze zone vloeien af naar de naastliggende groenzones. Deze zones zijn voldoende groot om dit afwaterend dakoppervlak in op te vangen.
Het hemelwater dat op de nieuwe luifel aan het bestaand schoolgebouw valt (ca. 142m²), vloeit af naar de naastgelegen groenzone. Deze groenzone is voldoende groot om dit afwaterende oppervlakte in op te vangen.
De aanleg van de ondergrondse constructies/elementen mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De ondergrondse constructie dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie di m²ent geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Het perceel is gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
Om impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden.
Ruimten met kwetsbare functies kunnen extra beschermd worden tegen wateroverlast door het volgen van de richtlijnen omtrent overstromingsveilig bouwen https://www.vmm.be/water/overstromingen/hoe-je-woning-beschermen.
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
6.1. Te rooien bomen
Er worden in totaal 8 bomen gerooid (omtrek genomen op 1m hoogte): een Japanse honingboom van 17cm, een Es van 9cm, een Treurwilg van 58cm, een Vlinderstruik (meerstammig: buitenomtrek alle stammen samen, 75cm), een Vlinderstruik (meerstammig: buitenomtrek alle stammen samen, 40cm), een Esdoorn van 30cm, Amerikaanse Vlier van 84cm en een Esdoorn van 84cm.
Er worden 11 nieuwe bomen gepland in het nieuw ontwerp ter hoogte van het nieuwbouwvolume waaronder Acacia's, Witte Els, Sering, gewone Hazelaar, Boomhazelaar, Mispel en Vlier.
Er kan akkoord worden gegaan voor het rooien van de bomen mits het aanplanten van de 11 nieuwe bomen zoals voorzien in het ontwerp.
6.2. Sloop
Er wordt een gebouw gesloopt. Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten en verblijfplaatsen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 april-30 juni moet men er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Voor vleermuizen moet men vóór aanvang van de sloop na gaan of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, neem je contact op met de Groendienst (groendienst@stad.gent). Dit wordt als opmerking opgenomen.
6.3. Stikstof
Het stikstofdecreet omvat een nieuw beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken en is in werking getreden op 23 februari 2024. Binnen de toetszone, gelegen binnen de SBZ-H (speciale beschermingszone van de Habitatrichtlijn) en binnen 20 km afstand tot de emissiebron(nen), moet bij een omgevingsvergunningsaanvraag nagegaan worden of de kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H door het project niet wordt overschreden. De stikstofdepositie wordt beoordeeld aan de hand van de impactscore op de SBZ-H.
In dit dossier is het beoordelingskader voor mobiliteit/stationaire bronnen van toepassing.
Er werd door de aanvrager een toelichting van de berekening van de impactscore toegevoegd aan het dossier:
A/ Aanlegfase
Voor de aanlegfase blijft de impactscore met 0,034% + 0,15% = 0,184% ver onder de 1%-minimisdrempel. Een verder onderzoek is niet opportuun.
B/ Exploitatiefase
Voor de exploitatiefase blijft de impactscore met maximaal 0,001% voor het aspect vermesting en 0,003% voor het aspect verzuring dus ruimschoots onder de 1% minimiswaarde. Er zijn geen grensoverschrijdende effecten te verwachten.
Volgens de impactscore analyse toegevoegd in het dossier is de emissie kleiner dan 1%. Het project zal op vlak van stikstofemissies bijgevolg geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
6.4. Lozing
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.
6.5. Conclusie
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.
Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 12 augustus 2025 tot en met 10 september 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
1/ De sloop van constructies en het oprichten van een nieuwbouwvolume aan de Wasstraat het kinderdagverblijf
Het nieuwbouwvolume heeft een totale bouwdiepte van ca. 20m (over alle niveaus), terwijl het gebouw met gaanderij slechts 15,30m diep is. Dit ten gevolge van het voorzien van een buitenruimte langs de Wasstraat. Het voorzien van dergelijke bouwdiepte is gangbaar niet toegestaan, wegens een te grote impact naar bezetting en omgeving. In voorliggende voorstel is dit ruimtelijk en stedenbouwkundig wel inpasbaar. Dit omdat het gebouw zich volledig naar de eigen site richt en deze bouwdiepte (op de verdieping) geen impact heeft naar de aanpalende buren. Daarnaast wordt er een buitenruimte voorzien langsheen de voorgevel/tuinmuur met de Wasstraat. Dit zorgt, mits het zorgvuldig toepassen van enkele strategische doorbrekingen, voor een versterking van het bestaande park dat zich aan de overzijde bevindt. Het technische gebouw volgt langsheen de Wasstraat de linkse aanpalende buur en is qua afmetingen inpasbaar in de omgeving.
De bouwdiepte van het technische gebouw wordt op de verdieping voorzien tot 12m. De gemene muur met de linkerbuur moet hiervoor worden opgehoogd maar kan omwille van de oriëntatie t.o.v. de linkerbuur en de aansluiting bij de bebouwing, stedenbouwkundig worden aanvaard. Doordat deze ophoging van de gemene muren noordelijk is gelegen, zal de impact minder groot zijn. Dit kan bijkomend worden gemotiveerd aangezien er geen bezwaren werden ingediend door de aanpalende buren.
In de muur aan de straatzijde zijn (raam)openingen voorzien waardoor de levendige voorgevel aanwezig is. Ook in de deuropening naast het technisch lokaal is aandacht geschonken aan de leefbaarheid/zichtbaarheid van het gebouw naar het openbaar domein toe.
2/ Het voorzien van een passerelle (brandveiligheid) aan het bestaand schoolgebouw
De passerelle bevindt zich tegen de bestaande gevel (van vleugel C1) en is niet overdekt waardoor de impact naar de omgeving, qua volume, eerder beperkt blijft. De passerelle zal een bepaalde breedte krijgen op de verdieping, namelijk 3,10m breed. We beschouwen de passerelle als een evacuatieweg en toegangsweg naar de aanpalende klassen. Het ontwerp speelt hierop in door de trap niet tegen de perceelsgrens te voorzien en door de passerelle op ca. 1,90m van de perceelsgrens te laten stoppen. De bestaande scheimuur/tuinmuur is hier 1m65 hoog en het naastliggende gebouw betreft een woning. Er zal een bepaalde inkijk vanop deze gaanderij naar de naastgelegen woningen worden gegenereerd. Spelende kinderen worden niet aanschouwd als een hinderlijke activiteit. Desondanks kan het wel zijn dat bij gebruik van de circulatieruimte er tijdelijk beperkte hinder kan ontstaan. Dit kan vanuit de school worden verholpen door het plaatsen van een geluidsscherm op de passerelle en via sensibiliserende maatregelen en toezicht.
Het plaatsen van de passerelle (incl. borstweringen) op deze locatie is stedenbouwkundig aanvaardbaar.
3/ Interne verbouwingswerken
De interne verbouwingswerken zijn vanuit stedenbouwkundig standpunt aanvaardbaar. De werken staan voornamelijk in functie van een optimalisatie van het bestaande schoolgebouw. De ruimtes zijn allen voldoende groot, kwalitatief ingericht en worden van genoeg daglichttoetreding voorzien.
4/ Heraanleg buitenruimte en fietsenstalling
De bestaande speelplaats bij het Van Rysselberghe gebouw wordt aangepast in functie van de brandweertoegankelijkheid. De nieuwe verharding op de schoolsite wordt beperkt aangelegd. Er worden voldoende groenzones voorzien om infiltratie op eigen terrein mogelijk te maken voor de omliggende verhardingen.
Er zijn voldoende fietsenstallingen op de site voor zowel de kinderen, de bezoekers als de leerkrachten/werknemers. Alsook zijn deze stallingen allen voldoende vlot toegankelijk vanaf de straatzijde.
5/ Luifel
Ter hoogte van de fietsenstalling aan de ingang van de school wordt een luifel met signalisatie geplaatst. Er kan akkoord worden gegaan met het plaatsen van een luifel op deze locatie, op die manier wordt de toegang tot de school duidelijk aangegeven. De luifel en signalisatie past zich in binnen het bestaande bebouwingsweefsel.
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Ten allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.
Om de geluidshinder tot een minimum te beperken kunnen volgende milderende maatregelen genomen worden:
- Plaats het toestel op een plaats waar ze het minste overlast creëert voor derden
- Lokale akoestische afschermingen rond het toestel voorzien
- Processturing waarbij de ventilatortoerentallen in de nachtperiode worden beperkt tot 70%.
Bij een erkend ‘milieudeskundige geluid en trillingen’ kan advies ingewonnen worden m.b.t. de controle van apparaten, akoestisch onderzoek, trillingsmetingen en het opstellen en begeleiden van saneringsplannen (https://www.vlaanderen.be/erkenning-als-milieudeskundige-geluid-en-trillingen).
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.2.2°a) | lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | het lozen van het afvalwater van het kinderdagverblijf en het nieuw sanitair in de school wordt de totale lozing opgeschaald naar maximaal 1500 m3/jaar | Verandering | 307 m3 |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | 2 maal een geothermische warmtepomp van elk 30kW en 5kW aan overige installaties. Technische fiche te vinden bij 'effecten op de omgeving - geluid' bij 'KDV Dampoort' | Nieuw | 65 kW |
32.2.2° | schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte | Polyvalente zaal met podium dat na de schooluren als PTI (publiek toegankelijke inrichting) dient voor max 342 personen. De PTI-ruimte wordt gebruikt als refter voor leerlingen tijdens de schooluren en vervult daarnaast een polyvalente functie voor schoolfeesten, optredens, ouderavonden en andere bijeenkomsten. Tafels en stoelen zijn stapelbaar en eenvoudig te verplaatsen. Tijdens feesten blijft de opstelling zo dat nooduitgangen altijd bereikbaar zijn. Er zijn voldoende brede toegangsdeuren en vrije vluchtwegen die te allen tijde vrij blijven en goed zichtbaar zijn. Het maximaal aantal personen is bepaald en wordt gerespecteerd. Bij de préau wordt het bestaande glas zorgvuldig uitgehaald, gereinigd en voorzien van een brandwerende folie. Het kaderwerk wordt behandeld met brandwerende verf volgens de geldende eisen. | Nieuw | 1 zaal |
43.1.1°b) | stookinstallaties met een vermogen van 300 kW tot en met 2000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en gestookt wordt met aardgas | Remeha Gas 310 ECO PRO: hoogrendement gascondensatieketel met nominaal vermogen van 530 kW. | Verandering | 530 kW |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer ) is:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.2.2°a) | lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | Op basis van de hemelwaterstudie blijkt dat er 4 lozingspunten voor het huishoudelijk afvalwater zijn die allen aangesloten zijn op de straatriolering. Voor alle lozingspunten samen is een lozing van maximaal 1193 m³/jaar huishoudelijk afvalwater vergund." Met het kinderdagverblijf en nieuw sanitair wordt de totale lozing maximaal 1500 m3/jaar | klasse 3 | 1500 m3 |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | 2 maal een geothermische warmtepomp van elk 30kW en 5kW aan overige installaties. Technische fiche te vinden bij 'effecten op de omgeving - geluid' bij 'KDV Dampoort' | klasse 3 | 65 kW |
32.2.2° | schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte | Polyvalente zaal met podium dat na de schooluren als PTI (publiek toegankelijke inrichting) dient voor max 342 personen. De PTI-ruimte wordt gebruikt als refter voor leerlingen tijdens de schooluren en vervult daarnaast een polyvalente functie voor schoolfeesten, optredens, ouderavonden en andere bijeenkomsten. Tafels en stoelen zijn stapelbaar en eenvoudig te verplaatsen. Tijdens feesten blijft de opstelling zo dat nooduitgangen altijd bereikbaar zijn. Er zijn voldoende brede toegangsdeuren en vrije vluchtwegen die te allen tijde vrij blijven en goed zichtbaar zijn. Het maximaal aantal personen is bepaald en wordt gerespecteerd. Bij de préau wordt het bestaande glas zorgvuldig uitgehaald, gereinigd en voorzien van een brandwerende folie. Het kaderwerk wordt behandeld met brandwerende verf volgens de geldende eisen. | klasse 3 | 1 zaal |
43.1.1°b) | stookinstallaties met een vermogen van 300 kW tot en met 2000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en gestookt wordt met aardgas | de vroegere stookinstallatie werd in 2014 vervangen door de Remeha Gas 310 ECO PRO. | klasse 3 | 408 kW |
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw kinderdagverblijf en het uitvoeren van kleine verbouwingswerken in de bestaande school + de verandering (door uitbreiding) van de exploitatie van een onderwijsinrichting en kinderdagverblijf aan Stad Gent (O.N.:0207451227) gelegen te Wasstraat 120, 9000 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
De rubrieken voor de inrichting/activiteit met inrichtingsnummer beslist het college als volgt:
Vergunde rubrieken:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.2.2°a) | lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | het lozen van het afvalwater van het kinderdagverblijf en het nieuw sanitair in de school wordt de totale lozing opgeschaald naar maximaal 1500 m3/jaar | Verandering | 307 m3 |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | 2 maal een geothermische warmtepomp van elk 30kW en 5kW aan overige installaties. Technische fiche te vinden bij 'effecten op de omgeving - geluid' bij 'KDV Dampoort' | Nieuw | 65 kW |
32.2.2° | schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte | Polyvalente zaal met podium dat na de schooluren als PTI (publiek toegankelijke inrichting) dient voor max 342 personen. De PTI-ruimte wordt gebruikt als refter voor leerlingen tijdens de schooluren en vervult daarnaast een polyvalente functie voor schoolfeesten, optredens, ouderavonden en andere bijeenkomsten. Tafels en stoelen zijn stapelbaar en eenvoudig te verplaatsen. Tijdens feesten blijft de opstelling zo dat nooduitgangen altijd bereikbaar zijn. Er zijn voldoende brede toegangsdeuren en vrije vluchtwegen die te allen tijde vrij blijven en goed zichtbaar zijn. Het maximaal aantal personen is bepaald en wordt gerespecteerd. Bij de préau wordt het bestaande glas zorgvuldig uitgehaald, gereinigd en voorzien van een brandwerende folie. Het kaderwerk wordt behandeld met brandwerende verf volgens de geldende eisen. | Nieuw | 1 zaal |
43.1.1°b) | stookinstallaties met een vermogen van 300 kW tot en met 2000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en gestookt wordt met aardgas | Remeha Gas 310 ECO PRO: hoogrendement gascondensatieketel met nominaal vermogen van 530 kW. | Verandering | 530 kW |
De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer ) is:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.2.2°a) | lozen van huishoudelijk afvalwater (niet afkomstig van woongelegenheden) zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, in een lozingspunt gelegen in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied of buiten het zoneringsplan (meer dan 600 m³/jaar) | Op basis van de hemelwaterstudie blijkt dat er 4 lozingspunten voor het huishoudelijk afvalwater zijn die allen aangesloten zijn op de straatriolering. Voor alle lozingspunten samen is een lozing van maximaal 1193 m³/jaar huishoudelijk afvalwater vergund." Met het kinderdagverblijf en nieuw sanitair wordt de totale lozing maximaal 1500 m3/jaar | klasse 3 | 1500 m3 |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | 2 maal een geothermische warmtepomp van elk 30kW en 5kW aan overige installaties. Technische fiche te vinden bij 'effecten op de omgeving - geluid' bij 'KDV Dampoort' | klasse 3 | 65 kW |
32.2.2° | schouwburgen, variététheaters, andere zalen voor sportmanifestaties dan de zalen, vermeld in punt 3°, polyvalente zalen en feestzalen met een speelruimte | Polyvalente zaal met podium dat na de schooluren als PTI (publiek toegankelijke inrichting) dient voor max 342 personen. De PTI-ruimte wordt gebruikt als refter voor leerlingen tijdens de schooluren en vervult daarnaast een polyvalente functie voor schoolfeesten, optredens, ouderavonden en andere bijeenkomsten. Tafels en stoelen zijn stapelbaar en eenvoudig te verplaatsen. Tijdens feesten blijft de opstelling zo dat nooduitgangen altijd bereikbaar zijn. Er zijn voldoende brede toegangsdeuren en vrije vluchtwegen die te allen tijde vrij blijven en goed zichtbaar zijn. Het maximaal aantal personen is bepaald en wordt gerespecteerd. Bij de préau wordt het bestaande glas zorgvuldig uitgehaald, gereinigd en voorzien van een brandwerende folie. Het kaderwerk wordt behandeld met brandwerende verf volgens de geldende eisen. | klasse 3 | 1 zaal |
43.1.1°b) | stookinstallaties met een vermogen van 300 kW tot en met 2000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en gestookt wordt met aardgas | de vroegere stookinstallatie werd in 2014 vervangen door de Remeha Gas 310 ECO PRO. | klasse 3 | 408 kW |
Legt volgende voorwaarden op:
Voorwaarden voortvloeiend uit externe adviezen:
Archeologie
De maatregelen in de archeologienota waarvan akte is genomen met referentienummer 32084 moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma van maatregelen in de archeologienota, en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Geluid
Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.
Om de geluidshinder tot een minimum te beperken kunnen volgende milderende maatregelen genomen worden:
- Plaats het toestel op een plaats waar ze het minste overlast creëert voor derden
- Lokale akoestische afschermingen rond het toestel voorzien
- Processturing waarbij de ventilatortoerentallen in de nachtperiode worden beperkt tot 70%.
Bij een erkend ‘milieudeskundige geluid en trillingen’ kan advies ingewonnen worden m.b.t. de controle van apparaten, akoestisch onderzoek, trillingsmetingen en het opstellen en begeleiden van saneringsplannen (https://www.vlaanderen.be/erkenning-als-milieudeskundige-geluid-en-trillingen).