Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent gedeeltelijk de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
GUPTESWOR BV met als contactadres Zwijnaardsesteenweg 45, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025097417) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 13 augustus 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het wijzigen van de functie handel naar horeca met kleine verbouwing en het plaatsen van zaakgebonden publiciteit
• Adres: Wondelgemstraat 75, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 10 sectie K nr. 67L7
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 8 september 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 27 oktober 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de omgeving, de plaats en de bestaande toestand
OMGEVING
Voorliggend perceel is gelegen langs de Wondelgemstraat in de wijk Rabot-Blaisantvest. De straat wordt gekenmerkt door gesloten bebouwing van overwegend drie bouwlagen afgewerkt met hellende dakvlakken. Het betreft veelal woningen met een economische plint (handel, diensten of horeca).
PERCEEL
Het voorliggende perceel heeft een rechthoekige vorm en beschikt aan de straatzijde over een breedte van 5,44 m en over een maximale perceeldiepte (gemeten langsheen de rechterperceelsgrens) van 28,17 m. Het perceel beschikt over een oppervlakte van ongeveer 157 m².
MORFOLOGIE
Op perceel bevindt zich aan de straatzijde een perceelsbreed hoofdvolume van drie volwaardige bouwlagen afgewerkt met een zadeldak. Aan de achterzijde beschikt het pand slechts over twee volwaardige bouwlagen. De kroonlijsthoogte van de voor-en achtergevel (gemeten t.o.v. het trottoirpeil) bedraagt respectievelijk 10,73 m en 8,54 m. De nok van het hellend dak bedraagt 13,50 m. Het hoofdvolume beschikt over een bouwdiepte (gemeten t.o.v. het voorgevelvlak) van 9,13 m. Het pand beschikt over verschillende aanbouwvolumes:
Langsheen het achtergevelvlak van het aanbouwvolume bevindt zich een wederechtelijk aangebrachte terrasconstructie (16,50 m²). Het pand beschikt over een vergunde onbebouwde buitenruimte van 48 m² waarvan 14 m² verhard is aangelegd.
PROGRAMMA
Het voorliggend pand betreft een handelswoning waarbij de gelijkvloerse handelsruimte onlosmakelijk verbonden is met de woondelen.
INDELING
Op het gelijkvloers beschikt het pand aan de rechterzijde over een inkomhal- met aansluitende traphal. De rest van het gelijkvloers is ingericht als handelsruimte voorzien van een eigen toilet en keuken aan de achterzijde. Op de eerste verdieping bevindt zich in het hoofdvolume een leefruimte aan de straatzijde en een eerste slaapkamer en traphal aan de achterzijde. In het aanbouwvolume bevindt zich een keuken, badkamer en berging. Op de tweede verdieping bevindt zich een tweede slaapkamer en dressing.
VERGUNDE TOESTAND
De ingediende plannenset vergunde toestand komt niet overeen met de laatst vergunde toestand van het pand (OMV_2023075358):
Na onderzoek kan het volgende vastgesteld worden:
Conclusie:
De aangereikte plannenset van de vergunde toestand, in voorliggende aanvraag, kan beschouwd worden als de rechtmatige toestand van het pand. Enige uitzondering vormt daarbij de ingetekende terrasconstructie langsheen het achtergevelvlak. Deze werd wederrechtelijk aangebracht en is bijgevolg niet vergund.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
1/ Functiewijziging:
De gelijkvloerse ruimte van het pand wordt omgevormd van handel naar horeca (sushi-restaurant). Het horecagedeelte wordt volledig afgescheiden van het woongedeelte zodat twee autonome entiteiten ontstaan. Na verbouwingswerken beschikt het pand over een horecazaak met een oppervlakte van 77,92 m² waarvan 56,80 m² voor het publiek toegankelijk.
2/ Inrichting van publiciteit aan de voorgevel:
In de voorgevel worden verschillende publiciteitsinrichtingen aangebracht:
3/ Sloop van bepaalde gebouwdelen:
De wederrechtelijk aangebrachte terrasconstructie, gelegen langsheen het achtergevelvlak, en het aanbouwvolume gelegen langsheen de rechterperceelsgrens worden gesloopt.
4/ Inrichting van een buitentrap:
Langsheen de rechterperceelsgrens wordt een buitentrap voorzien. De buitentrap reikt tot een bouwdiepte (gemeten t.o.v. het voorgevelvlak) van 22,50 m. De buitentrap reikt tot een maximale hoogte (gemeten t.o.v. het trottoirpeil, inclusief borstwering) van 4,18 m. De buitentrap behoudt 4,48 m afstand t.o.v. de linkerperceelsgrens.
Om zichten op het rechteraanpalend perceel te beperkten wordt er langsheen de perceelsgrens een zichtscherm voorzien. Het zichtscherm leidt tot een ophoging van de scheidingsmuur met rechteraanpalende van 1,90 m tot een meerdiepte van 2,96 m. Het zichtscherm wordt voorzien in houten schrijnwerk.
5/ Heraanleg van de buitenruimte:
Achter het aanbouwvolume wordt een nieuw verhard terras aangelegd met een oppervlakte van 19,93 m². Aansluitend bevindt zich een onverharde en onbebouwde buitenruimte van 35,60 m². De tuin en het terras worden van elkaar gescheiden met een nieuwe omheining met een hoogte van 2 m. De tuin wordt exclusief toegekend aan het woongedeelte en is ermee verbonden via de nieuwe buitentrap. De terraszone wordt ingericht als horecaterras voor de horecazaak.
6/ Interne aanpassingswerken:
Op het gelijkvloers wordt de inkomhal gecompartimenteerd. Aan de straatzijde ontstaat een gemeenschappelijke inkomhal voor de horecazaak en de woning. De woning en de horecazaak worden volledig van elkaar gescheiden. De kelderruimte van het pand wordt daarbij toegevoegd aan de horecazaak. Hier wordt een afvalberging voor de horecazaak voorzien. De interne indeling van de woning blijft verder ongewijzigd.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen:
Stedenbouwkundige vergunningen:
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgend extern advies is gegeven:
Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 23 september 2025 onder ref. 075551-003/LT/2025. Het integrale advies kan worden nagelezen op het Omgevingsloket.
Samenvatting:
Onverminderd de bepalingen uit de hierboven vernoemde reglementeringen moeten de hierna vermelde maatregelen uitgevoerd zijn op het ogenblik dat het gebouw in gebruik wordt genomen:
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977). De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Cfr. Artikel 3 van de verordening moet de toegang van een publiek toegankelijke ruimte kleiner dan 150 m² voldoen aan artikel 10 §1, artikel 12 tot en met 14, artikel 16, 18, 19, artikel 22 tot en met 25 en artikel 33. Die verplichting geldt echter niet bij verbouwingswerken als de normen alleen gehaald kunnen worden door werkzaamheden die constructief niet in verhouding staan tot de gevraagde verbouwing.
In voorliggende aanvraag worden geen ingrijpende aanpassingswerken verricht aan de voorgevel of aan de interne indeling van het pand. De aanvraag heeft voornamelijk betrekking op de functiewijziging van een publiek toegankelijke handelszaak naar horeca. Er worden geen constructieve werkzaamheden uitgevoerd aan de voorgevel. Het niveauverschil tussen de zaak en het trottoir is betrekkelijk en wordt overbrugd via een te behouden trap. Er wordt geoordeeld dat de werkzaamheden noodzakelijk om deze toegang in overeenstemming te brengen met bovenstaande voorschriften niet in verhouding staan t.o.v. de aangevraagde handelingen.
Het ontwerp is bijgevolg in overeenstemming met deze verordening.
Gewestelijke verordening publiciteit
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van de gewestelijke publiciteitsverordening. (Besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023)
Het ontwerp kan niet getoetst worden aan bepaalde voorschriften (artikel 5-8) uit deze verordening gezien verschillende onduidelijkheden met betrekking tot de belichting:
Om conformiteit met de verordening te verzekeren worden volgende zaken opgelegd:
De publiciteitsinrichtingen kunnen enkel verlicht worden met stabiele (niet flikkerende of dynamische) verlichting. De lichtinstallatie moet voorzien worden van een dimmer. Bij vermoeden/melding van lichthinder zal ter plaatse a.d.h.v. een proefopstelling geëvalueerd en bepaald worden hoeveel de lichtinstallatie moet gedimd worden (volgens bestaande normen en richtlijnen). Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
4.5. Milieutechnische aspecten
Afval
De opgeloste vetten in het afvalwater moeten gescheiden worden van het afvalwater voordat deze in de openbare riolering terecht komt. Hiertoe dient een correct gedimensioneerde vetafscheider te worden geïnstalleerd. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Er wordt een voldoende groot afvallokaal voorzien in de kelderruimte. Het is onduidelijk of deze kelderruimte voldoende kan worden verlucht. De horecazaak moet voorzien worden van een voldoende groot inpandig afvallokaal (minstens 3m²) dat voldoende kan worden verlucht. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Geur
Volgens de aangereikte nota wordt er in de keuken van het restaurant geen luchten of dampen gegenereerd. Indien er op termijn alsnog lucht of dampen worden afgevoerd uit de horecazaak moet dit gebeuren via afgezonderde kanalen waarvan de uitlaat zich minstens 1 meter boven de nok van het hellend dak of de dakrand van het platte dak waarop de uitlaat geplaatst wordt situeren en in ieder geval 2 meter boven elk terras en de bovenrand van alle deur-, venster- en ventilatieopeningen die zich bevinden binnen een straal vann10meter, horizontaal gemeten vanaf de uitlaat van het afvoerkanaal. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Geluid
Voor lokalen met elektronisch versterkte muziek worden in de Vlaamse regelgeving (Vlarem) 3 categorieën afgebakend:
In principe mag de exploitant zelf kiezen tot welke categorie deze wenst te behoren. Bij het spelen van achtergrondmuziek heeft de horecazaak waarschijnlijk voldoende met een categorie 1 - geluidsniveau. Voor dergelijke inrichtingen mag het maximaal geluidsniveau, voortgebracht door muziek, LAeq,15min 85dB(A) niet overschrijden. Als het maximale geluidsniveau gemeten als LAmax,slow 92 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. In het pand moet echter ook aan de omgevingsnormen in de buurt worden voldaan: De muziekactiviteiten moeten zo ingericht zijn dat de LAeq,1s,max gemeten in de buurt : 1° niet hoger is dan 5 dB(A) boven de LA95,5min, indien deze lager is dan 30 dB(A); 2° niet hoger is dan 35 dB (A) indien de LA95,5min ligt tussen 30 en 35 dB(A); 3° niet hoger is dan de LA95,5min indien die hoger is dan 35 dB (A). LA95,5min wordt gemeten bij uitschakeling van alle muziekbronnen. De omgevingsnormen in de buurt zijn niet gekoppeld aan dag-, avond- of nachtperiodes, dit betekent dat deze normen te allen tijde gelden. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Hoe hoger het geluidsniveau hoe meer flankerende maatregelen de exploitant moet nemen. Er moet ook steeds voldaan zijn aan de omgevingsnormen voor geluid. Hierdoor zal in een pand met minder gunstige akoestische eigenschappen minder luide muziek kunnen geproduceerd worden dan in een pand met goede akoestische isolatie. Er moeten voldoende akoestische isolatiemaatregelen genomen worden om bij de uitbating geluidshinder bij de buren te voorkomen. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd. Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
Sloop en buitentrap:
In voorliggende aanvraag wordt geen uitbreiding voorzien van de bestaande bebouwing. Een deel van het bestaande aanbouwvolume wordt afgebroken en er wordt een nieuwe buitentrap geplaatst. Het hemelwater neerkomend op deze constructie infiltreert op natuurlijke wijze in de aanpalende groenzone.
Verharding:
De nieuwe terrasverharding kan afwateren naar een voldoende groot aandeel aan aansluitende onverharde tuin.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
6.1. Ligging en biologische waarderingskaart:
De aanvraag is niet gelegen in een Habitat-gebied noch VEN-gebied. De aanvraag heeft tevens geen betrekking op een erkend park. De aanvraag is niet opgenomen op Vlaamse biologische waarderingskaart. Een deel van de achterzijde van het perceel is opgenomen op de Gentse biologische waarderingskaart als een zone met een zorgplicht.
6.2. Impact op speciale beschermingszones en VEN-gebieden:
Groen
Er worden geen wijzigingen uitgevoerd aan waardevol groen en/of hoogstammige bomen.
Stikstof
Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar.
Daarnaast zijn er nog mogelijke stikstofemissies afkomstig van niet-ingedeelde stationaire bronnen van het project en tijdens de aanlegfase door vervoer of niet-ingedeelde stationaire bronnen. Deze zijn echter beperkt. De NOX uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1 % minimisdrempel.
Lozing
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI. Er wordt niet geloosd op oppervlaktewater.
6.3. Conclusie:
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN. Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
Aangezien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, werd met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen gevraagd. Er werden geen bezwaarschriften ingediend binnen de vervaltermijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de dag van ontvangst van het verzoek om een standpunt.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
1/ Functiewijziging:
De omvorming van handel naar horeca is aanvaardbaar binnen deze omgeving. In de straat komen verschillende panden voor met een horecafunctie op het gelijkvloers. De invulling met horeca is bijgevolg voldoende inpasbaar binnen de omgeving en komt de verwevenheid van functies ten goede.
De horecazaak moet voldoende maatregels nemen om de hinder op aanpalende (en bovenliggende) bewoners te beperken. Daartoe worden verschillende bijzondere voorwaarden opgelegd:
2/ Inrichting van publiciteit aan de voorgevel:
Voorliggende aanvraag is onduidelijk voor wat betreft de uitsprong van de publiciteitsinrichtingen t.o.v. het voorgevelvlak:
Om de inpasbaarheid in het straatbeeld voldoende te verzekeren wordt opgelegd dat de langs aangebrachte publiciteitsinrichtingen maximaal 10cm mogen uitreiken t.o.v. het voorgevelvlak. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Voorliggende aanvraag is onduidelijk voor wat betreft de verlichting van de voorgestelde publiciteitsinrichtingen:
Om inpasbaarheid in het straatbeeld voldoende te verzekeren wordt het volgende opgelegd. De publiciteitsinrichtingen kunnen enkel verlicht worden met stabiele (niet flikkerende of dynamische) verlichting. De lichtinstallatie moet voorzien worden van een dimmer. Bij vermoeden/melding van lichthinder zal ter plaatse a.d.h.v. een proefopstelling geëvalueerd en bepaald worden hoeveel de lichtinstallatie moet gedimd worden (volgens bestaande normen en richtlijnen). Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Bijkomend worden volgende zaken meegegeven:
Dit wordt opgenomen als opmerking.
3/ Sloop van bepaalde gebouwdelen:
Er is geen bezwaar tegen de sloop van de voorgestelde gebouwdelen en de wederrechtelijk aangebrachte terrasconstructie.
4/ Inrichting van een buitentrap:
Ten gevolge van de nieuwe buitentrap neemt de bouwdiepte van het pand op de eerste verdieping bijkomend toe tot 22,50 m. Dergelijke bouwdiepte wordt zeer maximaal bevonden in een stedelijke context. De trap reikt ook veel dieper dan de bouwdiepte op de eerste verdieping van de linker-en rechteraanpalende. Dit leidt bovendien tot het bijkomend ophogen van de scheidingsmuur met rechteraanpalende. Dit leidt, zeker gezien de oriëntatie van beide percelen, tot een bijkomende schaduwinslag in de buitenruimte van rechteraanpalende.
We begrijpen evenwel de wens om de woonentiteit op de verdiepingen te verbinden met deze buitenruimte. Om de impact op aanpalende te beperken moet de meerdiepte-en meerhoogte van het zichtscherm beperkt worden tot het strikt noodzakelijke. Het zichtscherm moet gedeeltelijk gereduceerd worden (zie rood-gearceerde zone). Het zichtscherm moet voorzien worden in een lichtdoorlatend materiaal (bv. mat glas). Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
5/ Heraanleg van de buitenruimte:
Na verbouwingswerken beschikt men op het perceel over een voldoende grote onbebouwde en onverharde buitenruimte. Een voldoende groot aandeel aan onverharde buitenruimte draagt niet alleen bij tot een groter wooncomfort maar draagt ook bij tot een betere waterhuishouding en een grotere biodiversiteit in de stad. Dit wordt gunstig beoordeeld.
In voorliggende aanvraag wordt de buitenruimte opgesplitst en afgescheiden in twee delen. Het onverharde deel wordt voorzien als tuin voor de woning. Het verharde deel wordt voorzien als horecaterras. Deze opdeling leidt ertoe dat de woning zelf niet beschikt over een terraszone in de tuinstrook. Bovendien leidt de inrichting van een horecaterras palend aan deze tuinzone tot een verminderde privacy. Het horecaterras is bovendien gelegen op een betrekkelijke bouwdiepte. Het horecaterras is daardoor gelegen in het binnengebied van het bouwblok wat aanleiding kan geven tot geluidsoverlast. Er kan bijgevolg niet akkoord gegaan worden met een permanente omvorming van een deel van de buitenruimte tot horecaterras. Het horecaterras wordt bijgevolg uit deze vergunning gesloten. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
Horecazaken kunnen in de stad evenwel een tijdelijke toestemming aanvragen voor de tijdelijke uitbating van dergelijk terras. In de toestemming staan de uitbatingsvoorwaarden opgelijst. De toestemming is te allen tijde herroepbaar. De Stad Gent heeft een charter opgesteld waarin je alle voorwaarden voor een tijdelijk terras op privaat domein kan nalezen. Dit wordt opgenomen als opmerking.
6/ Interne aanpassingswerken:
De interne aanpassingswerken staan in het teken van de functiewijziging en het afscheiden van het woongedeelte met de horecazaak. Deze aanpassingswerken zijn aanvaardbaar.
Voorliggende aanvraag komt mits toepassing van de bijzondere voorwaarden in aanmerking voor vergunning.
CONCLUSIE
Ongunstig voor het horecaterras.
Voorwaardelijk gunstig voor de overige handelingen. Mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent gedeeltelijk onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de functie handel naar horeca met kleine verbouwing en het plaatsen van zaakgebonden publiciteit aan GUPTESWOR bv (O.N.:1001398801) gelegen te Wondelgemstraat 75, 9000 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
Legt volgende voorwaarden op:
Volgende elementen worden uit deze vergunning gesloten:
De inrichting van het horecaterras in de buitenruimte wordt uit deze vergunning gesloten.
Brandweervoorschriften:
De bijzondere voorwaarden uit het advies van de Brandweerzone Centrum, afgeleverd op 23 september 2025 met kenmerk 075551-003/LT/2025, moet integraal worden nageleefd.
Buitentrap en zichtscherm:
Het zichtscherm moet gedeeltelijk gereduceerd worden (zie rood-gearceerde zone). Het zichtscherm moet voorzien worden in een lichtdoorlatend materiaal (bv. mat glas).
Publiciteit:
De langs aangebrachte publiciteitsinrichtingen mogen maximaal 10cm mogen uitreiken t.o.v. het voorgevelvlak.
Verlichting:
De publiciteitsinrichtingen kunnen enkel verlicht worden met stabiele (niet flikkerende of dynamische) verlichting. De lichtinstallatie moet voorzien worden van een dimmer. Bij vermoeden/melding van lichthinder zal ter plaatse a.d.h.v. een proefopstelling geëvalueerd en bepaald worden hoeveel de lichtinstallatie moet gedimd worden (volgens bestaande normen en richtlijnen).
Milieuaspecten:
Riolering:
Volgens het zoneringsplan is het perceel gelegen binnen centraal gebied of collectief geoptimaliseerd buitengebied: er is riolering aanwezig en die is aangesloten op een waterzuivering. Het is verplicht om afvalwater aan te sluiten op de riolering.
Aanwezige (wacht)aansluiting(en) dienen steeds gebruikt/(her)bruikt te worden. Je bent gebonden door de locatie, de diepteligging en het type aansluiting, namelijk afvalwater (=DWA) of regenwater (=RWA) ter hoogte van de rooilijn.
De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht bij nieuwbouw en herbouw of het realiseren van een bijkomende huisaansluiting.
De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).
Er is nog geen aparte regenwaterafvoer (RWA)-aansluiting mogelijk. Voor zover het niet mogelijk is om het regenwater in de gracht te lozen is de RWA-leidingen naar de straat is te voorzien als wachtaansluiting. Voorlopig moeten het regen- en afvalwater gezamenlijk naar de riolering afgevoerd worden. Bovendien moeten de RWA-, en DWA-afvoeren naast elkaar worden aangeboden met een tussenafstand van 40 tot 60 cm. Hierbij loopt het DWA-gedeelte in een rechte lijn door naar de openbare riolering. Bij een toekomstige aanleg van het openbaar domein zal de riolering gescheiden worden.
Er moet blijvend voorzien worden in een septische put. Alle en enkel de toiletten zijn hierop aan te sluiten.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Openbaar domein:
De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.
De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken. Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: wegen@stad.gent of per post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent. Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden. U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).
In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).
Horecaterras:
Horecazaken kunnen in de stad evenwel een tijdelijke toestemming aanvragen voor de tijdelijke uitbating van een terras op privaat domein. In de toestemming staan de uitbatingsvoorwaarden opgelijst. De toestemming is te allen tijde herroepbaar. De Stad Gent heeft een charter opgesteld waarin je alle voorwaarden voor een tijdelijk terras op privaat domein kan nalezen.
Milieuaspecten:
Voor lokalen met elektronisch versterkte muziek worden in de Vlaamse regelgeving (Vlarem) 3 categorieën afgebakend:
In principe mag de exploitant zelf kiezen tot welke categorie deze wenst te behoren. Bij het spelen van achtergrondmuziek heeft de horecazaak waarschijnlijk voldoende met een categorie 1 - geluidsniveau. Voor dergelijke inrichtingen mag het maximaal geluidsniveau, voortgebracht door muziek, LAeq,15min 85dB(A) niet overschrijden. Als het maximale geluidsniveau gemeten als LAmax,slow 92 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan te zijn voldaan. In het pand moet echter ook aan de omgevingsnormen in de buurt worden voldaan: De muziekactiviteiten moeten zo ingericht zijn dat de LAeq,1s,max gemeten in de buurt : 1° niet hoger is dan 5 dB(A) boven de LA95,5min, indien deze lager is dan 30 dB(A); 2° niet hoger is dan 35 dB (A) indien de LA95,5min ligt tussen 30 en 35 dB(A); 3° niet hoger is dan de LA95,5min indien die hoger is dan 35 dB (A). LA95,5min wordt gemeten bij uitschakeling van alle muziekbronnen. De omgevingsnormen in de buurt zijn niet gekoppeld aan dag-, avond- of nachtperiodes, dit betekent dat deze normen te allen tijde gelden.
Verlichting: