Terug
Gepubliceerd op 24/10/2025

2025_CBS_09374 - OMV_2025026493 - aanvraag omgevingsvergunning voor Stadsbader - R4WO Werfzone - Betoncentrale Mendonk - met openbaar onderzoek - , - Advies

college van burgemeester en schepenen
do 23/10/2025 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 23/10/2025 - 09:18
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2025_CBS_09374 - OMV_2025026493 - aanvraag omgevingsvergunning voor Stadsbader - R4WO Werfzone - Betoncentrale Mendonk - met openbaar onderzoek - , - Advies 2025_CBS_09374 - OMV_2025026493 - aanvraag omgevingsvergunning voor Stadsbader - R4WO Werfzone - Betoncentrale Mendonk - met openbaar onderzoek - , - Advies

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

STADSBADER NV met als contactadres Kanaalstraat 1, 8530 Harelbeke heeft een aanvraag (OMV_2025026493) ingediend bij de Vlaamse overheid op 21 maart 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: Stadsbader - R4WO Werfzone - Betoncentrale Mendonk

• Adres: , 

Kadastrale gegevens: afdeling 14 sectie F nrs. 202B, 202C, 328A, 598B, 599D, 603B, 608A, 609B, 609C, 612C, 613D, 613A, 613E, 616A, 617B, 617C, 621A, 621B, 623A, 624B, 624A, 625_, 627A, 630A, 631B, 634C, 638B, 639B, 640A, 641_, 642A, 643_, 644_, 645_, 646_, 661_, 662_, 663_, 664_, 695A, 695B, 697A en 697B

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 10 juni 2025.

De Vlaamse overheid heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 10 juni 2025.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 16 oktober 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit. Het betreft een tweede adviesvraag na een wijzigingslus (PIV 3)

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het inrichten van een werfgebonden opslag van gronden en uitgebroken

puinfracties ten behoeve van hoofdzakelijk de aanleg van de R4. De werfzone Knippegroen

vergund onder OVA5 (ref. OMV_2022005844) is niet voldoende om al de grond die uitgegraven

worden en het puin afkomstig van de wegenwerken te verwerken. Hierdoor werd beslist om

nog een bijkomende werfzone te zoeken en aan te duiden in het kader van deze wegenwerken. Dit werd vergund volgens OMV_2024014697.

 

Tijdens de besprekingen voor de werkzaamheden aan de R4WO is gebleken dat de nabijheid van een betoncentrale een positieve impact kan hebben op de werkzaamheden die nodig zijn. Door de ligging van de site kunnen diverse grondstoffen – komende van de werken aan de R4 – in de nabijheid van de werfzone gestapeld en verwerkt worden. Hiervoor wordt de inrichting van zone 2 hertekend.

 

In de nieuwe toestand blijft de vergunde indeling van de zones 1, 3 en 4 ongewijzigd. De indeling van zone 2 staat nu volledig in functie van de werking van de betoncentrale. De stedenbouwkundige handelingen die voorzien waren op de betrokken kadastrale percelen van zone 2 zullen deel behouden blijven zoals de plaatsing van een geluidsmuur rond de breekinstallatie. Anderzijds zal de oppervlakte van de verharding wijzigen evenals de reliëfwijziging. Ook worden er bijkomende kantoorunits voorzien alsook de constructie die noodzakelijk is voor een betoncentrale.

 

De volgende oppervlakten worden gebruikt:

-  Grondbermen bestaande uit teelaarde: 930 m²

-  Te breken asfalt 3.910 m² 

-  Te breken beton: 2.855 m² 

-  Steenslag voor grondstoffen: 9.070 m² 

-  Magazijn: 60 m² 

-  Tijdelijke containerunit: 90 m² - 180 m² vloeroppervlakte 

-  Verharding voor parkeerplaatsen rondom betoncentrale: 3.080 m² 

 

Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

Het betreft Stadsbader - R4WO Werfzone -Exploitatie van betoncentrale Mendonk + bijstelling van de milieuvoorwaarden.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

2.2.2.a)2°

opslag en mechanische behandeling van inerte afvalstoffen (meer dan 1 000 m³) | Door de plaatsing van de betoncentrale verdwijnt de vergunde opslag van (32.606 m³) en mengpuin  (43.267 m³) uit zone 2.

Een opslag van 18.961 m³ te breken beton, 4100 m³ te breken mengpuin (betonpuin) , 3800 m³ te breken betonpuin en 2800 m³ te breken menguin (betonpuin) 0/56 komt erbij. In totaal zal er een opslag zijn van  29661 m³. Er is dus een vermindering van 46212 m³. De vergunde breek- en zeefinstallatie en crushen door kraan met elk een vermogen van 375 kW blijft behouden | klasse 1 | Verandering

-46212 m³

2.2.2.f)2°

opslag en mechanische behandeling van andere niet gevaarlijke afvalstoffen (meer dan 100 ton) | Door wijzigingen is er een toename van 75.956 ton opslag van (te breken en gebroken )niet teerhoudend asfalt.  De totale opslag zal 123.566 ton zijn. | klasse 1 | Verandering

75956 ton

3.4.1°b)

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (tot en met 2 m³/u) | De tankpiste wordt aangesloten via kws-afscheider op het hooggeleed via lozingspunt 1 van zone2. De lozing van het bedrijfsafvalwater tankpiste  beperkt zich tot 20,4 m³/jaar - 0.83 m³/d en 0.32 m³/u | klasse 2 | Verandering

-4,18 m³/uur

6.5.1°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen met maximaal 2 verdeelslangen | verplaatsing van brandstofverdeelinstallatie binnen de site. | klasse 3 | Verandering

1 verdeelslang

12.1.1.2°b)

wisselspanning opwekken met een geïnstalleerd totaal elektrisch vermogen van meer dan 200 kVA tot en met 10.000 kVA als de inrichting volledig of gedeeltelijk in een ander gebied dan een industriegebied ligt | De tijdelijke plaatsing van een generator van 600 kVA | klasse 2 | Nieuw

600 kVA

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Verplaatsing van 5 voertuigen binnen zone 2 en uitbreiding met 5 voertuigen tot max 10 voertuigen type dumper, tractor, vrachtwagen, wiellader, kraan | klasse 3 | Verandering

10 voertuigen

15.4.2°b)

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan het industriegebied waar 10 en meer motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag worden gewassen | Spoeling van (beton) mixers , max 60 stuks per dag | klasse 2 | Nieuw

60 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Airconditioningsinstallatie van 3,1 kW per werfkeet, verhoging van 9.3 kW | klasse 3 | Verandering

9,3 kW

17.3.2.1.1.1°b)

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt  ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | een dubbelwandige houder van 2.000 liter voor gasolie met bijhorende verdeelslangen, verplaatsing binnen vergunde site. | klasse 3 | Verandering

0 ton

17.3.4.3°

bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton | Opslag van bijtende vloeistoffen en vaste stoffen (GHS05): uitbreiding met 470 ton, zijnde 150 t kalksilo en 4 x 80 ton cementsilo. Totaal in opslag  500 ton | klasse 1 | Verandering

470 ton

17.3.6.3°

schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering met gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton | Opslag van bijtende vloeistoffen en vaste stoffen (GHS05): uitbreiding met 470 ton, zijnde 150 ton kalksilo en 4 x 80 ton cementsilo. Totaal in opslag  500 ton | klasse 1 | Verandering

470 ton

30.3.c)

mortel en betonmortelcentrales met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW | Betoncentrale van 300 kW | klasse 1 | Nieuw

300 kW

30.10.1°

opslag of overslag van ertsen of andere minerale producten, met uitzondering van de producten, vermeld in rubriek 48, met een oppervlakte van 1 tot en met 10 ha | Inrichting voor de opslag en overslag van minerale producten met een oppervlakte kleiner dan 10 ha | klasse 2 | Nieuw

1,17 ha

31.1.2°b)

vast opgestelde motoren (meer dan 500 kW tot en met 5 000 kW) volledig of gedeeltelijk gelegen in een gebied ander dan industriegebied | 2 generatoren van 20 kVA en 600 kVA, met een gezamenlijk thermisch ingangsvermogen van 1.302 kW | klasse 2 | Nieuw

1302 kW

61.2.2°

tussentijdse opslagplaatsen voor uitgegraven bodem die langer dan 1 jaar in exploitatie zullen zijn met een capaciteit van meer dan 10.000 m³ | Door de herinrichting van zone 2 zal de maximale opslag van uitgegraven bodem dalen naar 101234,4 m². Dit is een vermindering met 75.873,6 m³ | klasse 2 | Verandering

-75873,6 m³

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

2.1.3.2° | Tijdelijke opslag van uitgegraven verontreinigde grond met een capaciteit van 56.070 m³. De opslaghopen worden tussen de 5m en 8 m gestapeld. | 56070 m³

3.6.3.1°a) | Het lozen van verontreinigd hemelwater en wielwasinstallatie via WZI met een debiet van 5 m³/u in oppervlaktewater | 5 m³/uur

 

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 26/07/2021 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor r4wo - omv 5: het uitvoeren van infrastructuurwerken en vegetatiewijzigingen voor het herinrichten van de r4 oost tot primaire weg type ii: tussen de knoop o4bis, net ten zuiden van arcelor mittal en de knoop o6, net ten zuiden van de moervaart en de afschaffing en wijziging van verschillende buurt- en voetwegen (OMV_2020169518).

 

* Op 02/06/2023 werd een gedeeltelijke voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor r4wo - ova 5: de heraanleg en herinrichting van de r4 ten oosten van de gentse kanaalzone tot primaire weg type ii voor het gedeelte van  arcelor-mittal tot voorbij de moervaart,  het inrichten van tijdelijke werfzones en de afschaffing en wijziging van verschillende buurt- en voetwegen (OMV_2022005844).

 

* Op 03/10/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor ova bemaling r4 oost + bijstellingen (OMV_2022101372).

 

* Op 27/10/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor bemalingen r4 oost farys: het plaatsen en exploiteren van een bemaling + lozing + zuivering die technisch noodzakelijk is voor het uitvoeren van bouwkundige werken (uitgraven sleuf voor plaatsing kabels en leidingen) + bijstellingen (OMV_2023061226).

 

* Op 13/11/2024 werd een gedeeltelijke voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een werfzone voor de heraanleg van de r4 (r4wo) (OMV_2024014697).

 

* Op 13/03/2025 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een bemaling noodzakelijk voor de aanleg van de aanvoerleiding voor waterstofgas en enkele stations in de haven van gent (OMV_2024029249).

 

* Op 21/03/2025 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de verandering (door vermeerdering) van de exploitatie van de bronbemalingen r4 oost farys: het plaatsen en exploiteren van een bemaling + lozing + zuivering die technisch noodzakelijk is voor het uitvoeren van bouwkundige werken (uitgraven sleuf voor plaatsing kabels en leidingen) + bijstellingen (OMV_2024149667).

 

3.       WIJZIGINGSAANVRAAG

Op 16 september 2025 werd een wijzigingsverzoek ingediend. Op 18 september 2025 werd dit wijzigingsverzoek aanvaard en er werd beslist dat er een nieuw openbaar onderzoek gevoerd moest worden. De uiterste beslissingsdatum werd hierdoor verlengd met 60 dagen.

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

4.       EXTERNE ADVIEZEN

Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.

5.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

5.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent -

Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005)

in deelgebied 7: zeehavenondersteunend bedrijventerrein Moervaart Noord reserve en

koppelingsgebied Sint-kruis-winkel Zuid.


De grootste deel van het projectgebied is volgens dit GRUP gelegen in artikel 42: zone voor

zeehavenondersteunende regionale bedrijvigheid. In deze zone wordt de betoncentrale, opstelplaats voor rollend materiaal en opslagzone voor steenslag, gebroken betonpuin ed. voorzien.

 

Dit gebied is uitsluitend bestemd voor niet-milieubelastende industriële activiteiten, distributieactiviteiten, logistieke activiteiten en opslag- en overslagactiviteiten in zoverre deze een band hebben met de Gentse zeehaven.

 

De zone dichts bij de R4 is volgens het GRUP gelegen in artikel 44: zone voor

havenontsluitingsweg. In deze zone wordt infrastructuur en de betoncentrale aangelegd.

 

Het gebied is bestemd voor de aanleg, het beheer en de exploitatie van de weg, fiets- en voetpaden, bovengrondse en ondergrondse leidingen en nutsvoorzieningen. De inrichting is afgestemd op de functie als havenontsluitingsweg.

 

De achterste zone is volgens het GRUP gelegen in artikel 43: zone voor buffer. Deze zone heeft

een breedte van 25m. Er wordt een afstand van ca. 5m gehouden van het natuurgebied. Daarna

wordt een grondberm van 5m breed en 4,50m hoog aangelegd. De overige 10m van de zone

wordt aangelegd als zone voor te breken asfalt en beton.

 

Het gebied is bestemd voor de aanleg en de instandhouding van een bos waarbij dit gebied dienst doet als buffer en voor de aanleg, beheer en exploitatie van de afwateringsgracht conform de technieken van de natuurtechnische milieubouw.

 

De aanvraag voor het aanleggen van een tijdelijke werfzone is niet in overeenstemming met de

voorschriften van het Gewestelijk RUP en wordt als afwijking aangevraagd in het kader van

handeling van algemeen belang met een ruimtelijk beperkte impact.

 

Overeenkomstig art. 4.4.7 §2 van de VCRO kan een afwijking worden aangevraagd voor

handelingen van algemeen belang met een beperkte ruimtelijke impact. Deze handelingen

zitten vervat in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de

handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, §2, en artikel 4.7.1, §2, tweede lid, van

de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

In art. 2 van dit besluit wordt bepaald welke werken, handelingen en wijzigingen worden

beschouwd als handelingen van algemeen belang:

1° de openbare wegen, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals tunnels,

viaducten,

bruggen, duikers, langsgrachten, tolinfrastructuur en parkings;

8° alle handelingen van algemeen belang, aangewezen in artikel 3 van dit besluit;

Volgens art. 3 §1 kunnen volgende werken of combinaties van deze werken, beschouwd worden

als handelingen van algemeen belang die een beperkte ruimtelijkje impact hebben en die van

toepassing zijn op de werken voor dit project:

1° de aanleg, wijziging of uitbreiding van openbare fiets-, ruiter- en wandelpaden, en andere

paden voor de zwakke weggebruiker;

9° de aanleg, wijziging of uitbreiding van ondergrondse leidingen die voor het openbaar net

bedoeld zijn, en voorzieningen voor het verzamelen en afvoeren van hemel-, oppervlakte- en

afvalwater en de bijbehorende kleinschalige infrastructuur, zoals controlepunten, pomp- en

overslagstations;

10° de aanleg, wijziging of uitbreiding van infrastructuren en voorzieningen met het oog op de

omgevingsintegratie van een bestaande of geplande infrastructuur of voorziening, zoals bermen

of taluds, groenvoorzieningen en buffers, werkzaamheden in het kader van natuurtechnische

milieubouw, geluidsschermen en geluidsbermen, grachten en wadi's, voorzieningen met het oog

op de waterhuishouding en de inrichting van oevers;

14° werfzones en tijdelijke (grond)stockages met het oog op de uitvoering van de handelingen,

vermeld in punt 1° tot en met 13°;

 

Ook de werken vermeld in art. 3 §2 kunnen beschouwd worden als werken van algemeen

belang met een beperkte ruimtelijke impact. Deze handelingen mogen niet in ruimtelijk

kwetsbaar gebied uitgevoerd worden en de aanvrager dient te motiveren waarom deze

handelingen een ruimtelijke beperkte impact hebben. Volgende handelingen, die betrekking

hebben op de werken die zullen uitgevoerd worden, kunnen hier betrekking op hebben:

1° de aanleg van gewestwegen met maximaal twee rijstroken die over een lengte van maximaal

1 kilometer afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften;

3° de wijziging of uitbreiding van :

c) bestaande of geplande openbare verkeerswegen, met inbegrip van het wijzigen en uitbreiden

van bestaande of geplande op- en afritcomplexen;

14° werfzones en tijdelijke (grond)stockages met het oog op de uitvoering van de handelingen,

vermeld in punt 1° tot en met 13°;

 

Deze tijdelijke werfinnames worden gemotiveerd waarbij wordt aangetoond dat de tijdelijke

inname geen significante invloed heeft op de bestemming. De terreinen worden na de werken

hersteld in oorspronkelijke staat.

 

Alle stedenbouwkundige handelingen alsook tijdelijke werfinnames worden afdoende

gemotiveerd in functie van onverenigbaarheid ten opzichte van de bestemming of ligging

binnen een ruimtelijk kwetsbaar gebied. Op basis van deze motivatie zijn we van oordeel dat

alle werken en handelingen in overeenstemming zijn met de bestemming of beschouwd worden

als handelingen van algemeen belang met een beperkte ruimtelijke impact.


5.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.


5.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

5.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gewestweg.


5.5.   Archeologienota

Het dossier bevat een archeologienota met als onderwerp Vooronderzoek Gent R4 oost

Moervaartvallei en ID nummer 27539 te raadplegen via

https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/27539.

 

Deze nota is bekrachtigd door het agentschap Onroerend Erfgoed op 17/10/2023. De

archeologienota toont gemotiveerd aan dat er geen verder archeologisch onderzoek moet

plaatsvinden.

6.       WATERPARAGRAAF

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:

 

Toetsing gewestelijke verordening (GSV) en algemeen bouwreglement stad Gent (ABR) inzake hemelwater

 

Een deel van de verharding wordt voorzien in waterdoorlatende materialen of kan afwateren naar de omgeving.

Waterdoorlatende verharding:

De waterdoorlatende verharding moet uitgevoerd worden met waterdoorlatende materialen, geplaatst op een waterdoorlatende funderingslaag en onderfunderingslaag. De hellingsgraad bedraagt minder dan 2%.

Er mogen geen afvoerkolken voorzien worden. Een verhoogde veiligheidskolk kan, indien deze minimaal 5 cm boven de verharding wordt voorzien.

Natuurlijke infiltratie:

De verhardingen of overdekte constructies moeten, zonder dat hiervoor een afvoersysteem wordt aangelegd (met uitzondering van dakgoten en regenpijpen) afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 25% van de oppervlakte van de afwaterende oppervlakte zijn. Er mogen geen afvoerkolken of boordstenen voorzien worden die de doorstroming van het water onmogelijk maken.

 

Hemelwaterput en groendak

Er wordt een hemelwaterput voorzien van 20 m³ voor opvang van het hemelwater van het kantoorgebouw (90 m²) en magazijn (60 m²). Het hemelwater wordt hergebruikt voor sanitaire toepassingen in het kantoorgebouw. Er is geen groendakformulier met berekening van het hemelwaterhergebruik toegevoegd aan de aanvraag. In bijlage C6 van de IIOA wordt een gebruik van 55 m³/j vermeld, dit komt overeen met 4,5 m³/maand. Er wordt dus 90 m² gecompenseerd. Er moet nog 60 m² aan dakoppervlakte aangelegd worden als groendak.

Er worden 9 hemelwaterputten van 20 m³ voorzien voor de opvang van potentieel verontreinigd hemelwater dat op de verhardingen valt en afvalwater met hergebruik voor de betoncentrale.

Infiltratievoorziening

 

De infiltratievoorziening is bovengronds (infiltratiegracht).

De bouwheer voorziet een infiltratievoorziening van 155 m³ en een oppervlakte van 659 m². Deze doet bijkomend dienst als compensatie voor de reliëfwijziging in pluviaal overstromingsgevoelig gebied.

 

Er kan voldaan worden aan de GSV en het ABR indien bovenstaande maatregelen worden toegepast.

 

Voor de praktische toepassing van de regelgeving wordt verwezen naar het Technisch achtergronddocument bij de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater.

 

7.       NATUURTOETS

De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.

Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:

 

Hierbij wordt een extra strook van zo'n 0,4 ha extra werfzone ingericht op een weiland gelegen in agrarisch gebied met nabestemming industriezone. De aanwezige kleine landschapselementen worden grotendeels gerespecteerd of voldoende gecompenseerd (grachtjes). Bij de uitbreiding wordt geen extra opgaand groen verwijderd. Er is bijgevolg geen extra impact op vegetaties.
 

8.       OPENBAAR ONDERZOEK

8.1.   Eerste openbaar onderzoek

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 20 juni 2025 tot en met 19 juli 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.


8.2.   Tweede openbaar onderzoek

Een tweede openbaar onderzoek werd gehouden naar aanleiding van een wijzigingslus van 26 september 2025 tot en met 25 oktober 2025.


De vergunningverlenende overheid staat in voor de behandeling van de bezwaren.

9.       OMGEVINGSTOETS

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag betreft het aanpassen van een tijdelijke werfzone (ref. OMV_2024014697) voor de werken aan de R4 (ref. OMV_ 2022005844). Zone 3 wordt heringericht als een betoncentrale met de nodige opslag van materialen. De handelingen situeren zich op percelen die momenteel

in functie staan van de landbouw maar bestemd zijn voor zeehavenondersteunende regionale

bedrijvigheid en bufferzone. Er wordt een afwijking gevraagd voor handelingen van algemeen

belang met een beperkte ruimtelijke impact.

 

Alle stedenbouwkundige handelingen alsook tijdelijke werfinnames worden afdoende

gemotiveerd in functie van onverenigbaarheid ten opzichte van de bestemming of ligging

binnen een ruimtelijk kwetsbaar gebied. Op basis van deze motivatie zijn we van oordeel dat

alle werken en handelingen in overeenstemming zijn met de bestemming of beschouwd worden

als handelingen van algemeen belang met een beperkte ruimtelijke impact.

 

Mobiliteitseffecten

Parkeerplaatsen
In de vergunde toestand zijn 5 parkeerplaatsen vergund (Stallen van maximaal 5 voertuigen andere dan personenvoertuigen zoals dumper, tractor, vrachtwagen, wiellader, kraan). Er wordt gevraagd om dit te wijzigen naar maximaal 10 voertuigen (stalplaats zwaar materiaal).

Er is daarnaast ook sprake van 8 autoparkeerplaatsen voor personeelsleden.

Logistiek verkeer
Laden en lossen dient zo veel mogelijk op eigen terrein te gebeuren.

Voor alle vrachtwagenbewegingen (van eigen vloot of van externen in opdracht) dient een wachtzone op eigen terrein voorzien te worden die 24/7 toegankelijk is. Op die manier vermijden we dat er hinder ontstaat op het openbaar domein. Deze wachtzone is idealiter voorzien van voorzieningen, maar minimaal dient dit sanitair te zijn. Ook na de opdracht dient de chauffeur deze wachtzone te kunnen gebruiken (ook na de werkuren), inclusief de voorzieningen, en dit voor minstens 11u na de activiteit (gelet op de minimale verplichtingen die vastgelegd zijn in de Europese Wetgeving).

Algemeen is het belangrijk dat het parkeren en alle vrachtwagenbewegingen inclusief het wachten, het laden en lossen en het manoeuvreren op eigen terrein gebeurt. De openbare weg mag hier niet door gehinderd worden.

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.


 

 

CONCLUSIE

 

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.

 

De aanvraag wordt beslist door de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen aan de Vlaamse Regering over omgevingsvergunningsaanvragen die door de Vlaamse Regering worden behandeld (vlaamse projecten).

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

Communicatie

Niet van toepassing.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor Stadsbader - R4WO Werfzone - Betoncentrale Mendonk van STADSBADER nv, gelegen te ,  .

Artikel 2

Verzoekt de Vlaamse Regering om volgende voorwaarden voor de geplande werken op te nemen:

Hemelwater:

Een deel van de verharding wordt voorzien in waterdoorlatende materialen of kan afwateren naar de omgeving.

 

Waterdoorlatende verharding:

De waterdoorlatende verharding moet uitgevoerd worden met waterdoorlatende materialen, geplaatst op een waterdoorlatende funderingslaag en onderfunderingslaag. De hellingsgraad bedraagt minder dan 2%.

Er mogen geen afvoerkolken voorzien worden. Een verhoogde veiligheidskolk kan, indien deze minimaal 5 cm boven de verharding wordt voorzien.

 

Natuurlijke infiltratie:

De verhardingen of overdekte constructies moeten, zonder dat hiervoor een afvoersysteem wordt aangelegd (met uitzondering van dakgoten en regenpijpen) afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 25% van de oppervlakte van de afwaterende oppervlakte zijn. Er mogen geen afvoerkolken of boordstenen voorzien worden die de doorstroming van het water onmogelijk maken.

 

Volgens het algemeen bouwreglement van de stad Gent (art. 3.8), moet 60 m² dakoppervlakte aangelegd worden als groendak.

 

 

Mobiliteit:

De openbare weg mag in geen geval gehinderd worden. Het parkeren en alle vrachtwagenbewegingen inclusief het wachten, het laden en lossen en het manoeuvreren op moet op het eigen terrein opgevangen worden.

 

Artikel 3

Er worden geen aandachtspunten meegegeven.