Terug
Gepubliceerd op 24/10/2025

2025_CBS_09204 - OMV_2025062011 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van een herinrichting van de parking met laadinfrastructuur - zonder openbaar onderzoek - Antwerpsesteenweg, 9040 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 23/10/2025 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 23/10/2025 - 08:46
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2025_CBS_09204 - OMV_2025062011 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van een herinrichting van de parking met laadinfrastructuur - zonder openbaar onderzoek - Antwerpsesteenweg, 9040 Gent - Vergunning 2025_CBS_09204 - OMV_2025062011 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van een herinrichting van de parking met laadinfrastructuur - zonder openbaar onderzoek - Antwerpsesteenweg, 9040 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

ElectraBeLux BV met als contactadres Maliestraat 50, 1050 Elsene heeft een aanvraag (OMV_2025062011) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 17 juni 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het regulariseren van een herinrichting van de parking met laadinfrastructuur

• Adres: Antwerpsesteenweg 733, 9040 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 18 sectie B nr. 61D

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 3 september 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 8 oktober 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvraag bevindt zich op een hoekperceel gelegen langs de Oudebareelstraat en Antwerpsesteenweg in Oostakker. Het perceel grenst ten noordoosten aan de Carrefoursite. De omgeving wordt gekenmerkt door een grootschalige detailhandelszone en woonzone. Op het perceel in kwestie bevindt zich het fastfoodrestaurant ‘Quick’. De inrit naar de recazaak bevindt zich langs de Oudebareelstraat.

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft de regularisatie van de herinrichting van de parking met laadinfrastructuur bij een fastfoodrestaurant.

 

De aanvraag omvat:

-          Het herinrichten van de parking

-          Het plaatsen van drie elektrische laadpalen

-          Het plaatsen van een prefab transformatorcabine 

 

Herinrichten parking

Ten opzichte van de vergunde situatie (dossiernummer 2012/50101) werd de in- en uitrit van de site breder aangelegd. De oprit heeft in de huidige en nieuwe toestand een breedte van 8,80 meter. De breedte is noodzakelijk om het manoeuvreren van logistieke leveringen vlot te laten verlopen.

Daarnaast worden de wegmarkeringen op het terrein aangepast. De belijning van 14 parkeerplaatsen wordt verwijderd en opnieuw aangebracht. Na uitvoering van de werken zullen er in totaal 49 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Daarvan worden zes plaatsen specifiek aangeduid voor het laden van elektrische voertuigen. Deze laadplaatsen krijgen een breedte van ongeveer 2,76 m, terwijl de overige parkeerplaatsen 2,50 m breed zijn.

Verder werd de omgevingsaanleg niet volledig uitgevoerd zoals oorspronkelijk vergund in 2012. In de bestaande toestand is 40 m² van het terrein verhard, waar volgens de vergunning groenaanleg voorzien was. In de nieuwe situatie zal hiervan 30 m² worden onthard, waardoor een deel van de oorspronkelijke groenzone wordt hersteld.

 

Laadinfrastructuur

Zes parkeerplaatsen worden ingericht als laadplaatsen voor elektrische voertuigen. Hiervoor worden drie laadpalen geplaatst, telkens centraal tussen twee parkeerplaatsen. Naast elke laadpaal wordt een Electraline S geïnstalleerd, dit is een multifunctionele zuil die diverse ondersteunende functies vervult. Deze zuil fungeert onder andere als display voor gebruikersinformatie, camera voor toezicht, en verlichting voor zichtbaarheid en veiligheid. De zuil is 4,15 m hoog en is max. 3,48 m breed.

 

Cabine

De prefab betonnen transformatorcabine wordt ten noorden van de in- en uitrit, in de groenzone geplaatst. De cabine wordt op 1,05 m van de noordelijke perceelsgrens en op 15,90 m van de rooilijn geplaatst. De cabine meet 5,20 m bij 2,70 m en is 2,49 m hoog. De cabine betreft een prefab cabine type: gemini en wordt afgewerkt met gevelbepleistering (RAL-kleur 6003). Er wordt een verhard pad naar de cabine voorzien met een oppervlakte van 2 m².

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 06/08/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de renovatie van de gevelbekleding van een hamburgerrestaurant (OMV_2019147608).

* Op 25/08/2023 werd een vergunning afgeleverd voor de werken aan het N70 kruispunt Schuurstraat - Oude Bareelstraat : aanpassen infrastructuur (OMV_2023059447).

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 12/08/1965 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een reclame. (1965 SA 11.976)

* Op 07/06/1966 werd een vergunning afgeleverd voor het stallen van voertuigen voor verkoop. (1966 SA 12.229)

* Op 30/06/1971 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een handelsinrichting. (1970 SA 127)

* Op 09/02/1993 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een hamburgerrestaurant (nieuwe inplanting). (1992/50152)

* Op 15/02/2001 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een restaurant. (2000/50313)

* Op 11/12/2008 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van reclame. (2008/50225)

* Op 16/08/2012 werd een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van het Quick restaurant. (2012/50101)

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

3.1.   AWV – District Gent Gewestwegen

Voorwaardelijk gunstig advies van AWV - District Gent Gewestwegen afgeleverd op 15 september 2025 onder ref. AV/411/2025/01443:
Het agentschap Wegen en Verkeer adviseert gunstig betreffende voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met de vermelde inlichtingen en beperkingen.

Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de omschreven aandachtspunten. (zie integraal advies op het omgevingsloket)

3.2.   Brandweerzone Centrum

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 4 september 2025 onder ref. 025536-007OMG/DA/2025:
Besluit: VOORWAARDELIJK GUNSTIG ADVIES, mits voldaan aan de relevante reglementering en in bijlage vermelde maatregelen. (zie integraal advies op het omgevingsloket)

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Gewestelijk RUP

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
 

Gemeentelijk RUP
Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'ANTWERPSESTEENWEG - ORCHIDEESTRAAT' (Definitieve vaststelling door de Gemeenteraad op 26 juni 2018). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor handel: detailhandel grootschalig en zone voor wonen.


De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag is niet in overeenstemming met artikel 27 van de Stedenbouwkundige Verordening betreffende Toegankelijkheid mbt voorbehouden parkeerplaatsen.

De verordening beveelt aan 6% aangepaste en voorbehouden parkeerplaatsen te voorzien.

Dit betekent dat er drie aangepaste en voorbehouden parkeerplaatsen nodig zijn voor het project. Dit wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1.  Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Vlaamse Milieumaatschappij - Afdeling Operationeel Waterbeheer - Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

5.2.  Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

Het hemelwater dat op het dak van de cabine valt kan natuurlijk infiltreren.

 

Echter gaat het hier om een site met veel verharding die gevoelig is voor overstromingen door intense neerslag. De weinig oppervlakte groen opgeven voor de plaatsing van een cabine die perfect op bestaande verharding kan zorgt voor een bijkomende impact op het pluviale waterverhaal. Dit is onaanvaardbaar. Via bijzondere voorwaarden wordt opgelegd dat de cabine ingeplant moet worden op bestaande verharding. De cabine moet ingeplant worden ter hoogte van de parkeerplaats 49.

 

Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.

In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Overstromingen

Het perceel is gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering. Om impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden

Ruimten met kwetsbare functies kunnen extra beschermd worden tegen wateroverlast door het volgen van de richtlijnen omtrent overstromingsveilig bouwen https://www.vmm.be/water/overstromingen/hoe-je-woning-beschermen.

 

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3.  Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd. De cabine wordt geplaatst net op de rand van de kruin van de te behouden boom.

 

Volgens de impactscore analyse toegevoegd in het dossier is de emissie kleiner dan 1%.

 

De aanvraag voorziet geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Het doel van de aanvraag is het regulariseren van de herinrichting van de parking met laadinfrastructuur bij een fastfoodrestaurant.

 

Oprit

De aanvraag voorziet een oprit van 8,80 m breed, hiermee kan niet worden ingestemd. Er kan één oprit met een maximale breedte van 7 m worden toegestaan. Deze breedte wordt als voldoende beschouwd voor een veilige en vlotte afwikkeling van het logistieke verkeer. De motivering om een bredere oprit te voorzien – nl. het vergemakkelijken van logistieke bewegingen en het vermijden van impact op de openbare weg – wordt niet gevolgd.

 

Herinrichting parkeerplaatsen

De herinrichting van de parkeerplaatsen in functie van het voorzien van laadinfrastructuur is aanvaardbaar. Ten opzichte van de bestaande toestand vergroent de site wat positief is.
Er wordt opgemerkt dat er één parkeerplaats voor minder mobiele personen wordt voorzien. Dit is niet in overeenstemming met de toegankelijkheidsverordening (zie hoofdstuk 4.3 Verordeningen – Gewestelijke verordening toegankelijkheid). Als bijzondere voorwaarde wordt opgelegd dat er drie voorbehouden en aangepaste parkeerplaatsen voor minder mobielen ingericht moeten worden op de site. Er wordt gesuggereerd de parkeerplaatsen 22-24 of 36-38 anders in te richten, zodat voldaan wordt aan de Vlaamse normen. Deze zijn uitstekend gelegen t.o.v. de toegang voor minder mobiele personen. Dat impliceert dat het totale aantal parkeerplaatsen op de site zal dalen, echter resteren nog ruimschoots voldoende parkeerplaatsen voor de recazaak.

 

Cabine

In het algemeen wordt bij de inplanting van transformatorcabines gestreefd naar een bundeling met bestaande bebouwing, om zo vrijstaande constructies te vermijden. In dit dossier wordt de cabine echter los van de bebouwing ingeplant, in een groenzone op het perceel. Dit betekent dat een deel van de groenzone verhard of bebouwd zou worden, terwijl de site reeds sterk verhard is. Hiermee kan niet worden ingestemd.

Bij de omgevingsaanleg van de volledige site moet voldoende aandacht gaan naar het behoud van groenzones. De site dient als een samenhangend geheel te worden benaderd, en niet ad hoc te worden opgedeeld en ingevuld. Een gefragmenteerde aanleg leidt tot verrommeling en tast de leesbaarheid van de site aan.

Als bijzondere voorwaarde wordt opgelegd dat de cabine moet worden ingeplant op bestaande verharding, met name op parkeerplaats 49. Op deze locatie wordt de cabine visueel onttrokken aan het straatbeeld en aan het aanpalende perceel. Door de positionering achter een haag wordt de integratie in de omgeving versterkt.

Hoewel de inplanting op een parkeerplaats leidt tot een vermindering van het aantal parkeerplaatsen, blijven er nog ruim voldoende plaatsen beschikbaar voor de recazaak.


Mobiliteit

Deze omgevingsvergunning behandelt de plaatsing van een hoogspanningscabine, gekoppeld aan drie dubbelzijdige elektrische snellaadpalen. Het is geen evidentie om overal publieke laadpalen te voorzien. Er is dus geen principieel bezwaar op het faciliteren van semipublieke laadinfrastructuur. Deze laadinfrastructuur biedt voornamelijk een service voor het cliënteel en zal geen extra verkeersgeneratie teweegbrengen. Door het semipubliek karakter kunnen deze laadpalen ook de buurt extra ondersteunen, buiten de openingsuren of de piekmomenten van de bedrijfsvoering.


Mits het naleven van de bijzondere voorwaarden komt de aanvraag voor vergunning in aanmerking.


CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in

overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

Communicatie

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het regulariseren van een herinrichting van de parking met laadinfrastructuur aan ElectraBeLux bv (O.N.:0792184845) gelegen te Antwerpsesteenweg 733, 9040 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Externe adviezen:
* De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 4 september 2025 met kenmerk 025536-007OMG/DA/2025).
* De voorwaarden opgenomen in het advies van Agentschap Wegen en Verkeer (advies van 15 september 2025, met kenmerk AV/411/2025/01443) moeten strikt nageleefd worden.

Oprit:

Er zal slechts één oprit met een breedte van maximum 7m meter worden toegestaan.

Alle parkeerplaatsen op het private domein moeten via deze oprit bereikbaar zijn.

 

Inplanting cabine:

De cabine moet ingeplant worden op bestaande verharding. De cabine moet ingeplant worden ter hoogte van de parkeerplaats 49 (zie aanduiding plannenset op plan BA_Antwerpsesteenweg 733 Gent_I_N_01).

 

Toegankelijkheidsverordening:

Er moeten drie voorbehouden en aangepaste parkeerplaatsen voor minder mobielen ingericht worden op de site.

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Bodemingrepen:

Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.

In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.

 

Overstromingsgebied:

De bijzondere aandacht van de bouwheer wordt erop gevestigd dat het perceel gelegen is in een gebied met risico's tot pluviaal overstromen. De bouwheer moet de nodige maatregelen treffen om wateroverlast te voorkomen. Het Stadsbestuur kan onder geen enkele voorwaarde aansprakelijk gesteld worden voor schade door wateroverlast ten gevolge van een overstroming.

Hogere waterpeilen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten. Er is dan ook geen enkele garantie dat het perceel in de toekomst gespaard zal blijven van wateroverlast.

 

Openbaar domein, plaatsbeschrijving, werfzone:

De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.

 

Werken op openbaar domein:

Er zijn werken gepland in 2030 die voor de uitvoering van de aangevraagde bouwwerken belangrijke hinder kunnen opleveren. Voor bijkomende informatie kan men contact opnemen met Farys, Stropstraat 1 te 9000 Gent, Aquafoon 078 35 35 99.