Terug
Gepubliceerd op 05/09/2025

2025_CBS_07602 - OMV_2025079606 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van het plaatsen van een overkapping - zonder openbaar onderzoek - Hoppestraat, 9000 Gent - Weigering

college van burgemeester en schepenen
do 04/09/2025 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 04/09/2025 - 08:46
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Burak Nalli, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Bram Van Braeckevelt, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Mathias De Clercq, burgemeester

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur
2025_CBS_07602 - OMV_2025079606 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van het plaatsen van een overkapping - zonder openbaar onderzoek - Hoppestraat, 9000 Gent - Weigering 2025_CBS_07602 - OMV_2025079606 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het regulariseren van het plaatsen van een overkapping - zonder openbaar onderzoek - Hoppestraat, 9000 Gent - Weigering

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Mevrouw Leentje Van Aerde met als contactadres Hoppestraat 44, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025079606) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 25 juni 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het regulariseren van het plaatsen van een overkapping

• Adres: Hoppestraat 44, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 10 sectie K nr. 169X10

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 14 juli 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 25 augustus 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de omgeving en de plaats

De te regulariseren werken worden gevraagd aan de eengezinswoning die zich bevindt langs de Hoppestraat in de Bloemekenswijk. De omgeving bestaat voornamelijk uit rijwoningen. Het pand in kwestie betreft een eengezinswoning (2 bouwlagen en een hellend dak).

 

Het gebouw op het bouwperceel is opgenomen als 'Tuinwijk Generaal Drubbel' in de inventaris van het bouwkundig erfgoed (relictid: 133363).

 

Historiek

Deze aanvraag heeft als doel de regularisatie van de overdekte buitenruimte aan de linkse perceelsgrens, die werd gerealiseerd nadat de oorspronkelijke vergunning was vervallen (zie Historiek hieronder).

In 2010 werd een gelijkaardige aanvraag voorwaardelijk goedgekeurd (2010/40205), met als voorwaarde dat het aanbouwvolume op het gelijkvloers beperkt moest blijven tot een diepte van 3,50 meter.

De bijgevoegde plannen zorgen echter voor verwarring:

  • De ‘vergunde toestand’ toont de situatie zoals die bestond vóór 2010, met het oude aanbouwvolume en zonder de overdekte buitenruimte.
  • De ‘bestaande en nieuwe toestand’ weerspiegelt eigenlijk de situatie zoals die in 2010 werd aangevraagd, en dus niet de huidige toestand.
  • Bovendien geven deze plannen een kroonlijsthoogte van 3,75 meter weer voor het gelijkvloerse aanbouwvolume, terwijl in 2010 expliciet werd opgelegd dat deze hoogte beperkt moest blijven tot 3,50 meter.

 

Aangezien de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op de regularisatie van de overdekte buitenruimte, zal het onderstaande verslag zich enkel op dit onderdeel baseren.
Indien het gelijkvloerse aanbouwvolume niet werd uitgevoerd conform de voorwaarden van de eerder verleende vergunning (2010/40205), dient hiervoor een afzonderlijke regularisatieaanvraag te worden ingediend.

 

Beschrijving van de stedenbouwkundige handelingen

Ter hoogte van de linker perceelsgrens is een overdekte ruimte geplaatst als achterinkom en fietsenberging. De totale hoogte van deze overkapping is onduidelijk weergegeven in de omgevingsaanvraag. Ook is het niet duidelijk of hierbij de scheimuur van de linkse aanpaler wijzigt. Het plan van de achtergevel toont een totale hoogte van 2,80 meter en hierbij wordt het volume afgewerkt met een plat dak. De snede heeft een analoge vermelding van eenzelfde hoogte, 2,80 meter, maar deze komt niet tot de bovenkant van de kroonlijst maar tot de hoogte van de scheimuur.

Daarnaast tonen foto’s dat het een licht hellend dak betreft.

De omgevingsaanvraag is onduidelijk m.b.t. totale hoogte van het aangevraagde en of er wijzigingen zijn aan de scheimuren.

 

De overkapping is opgericht met houten balken, niet-doorzichtige kunststof platen als dakbedekking (polycarbonaat) en de wanden van de gemene muren zijn afgewerkt met houten panelen. In de scheidingsmuur op de achterste perceelsgrens is een opening gemaakt en een deur (PVC) geplaatst.

 

Verder wordt er opgemerkt dat er in de tuinzone nog een berging werd voorzien (ingeplant tegen de rechtse en achterste perceelsgrens) en dat de buitenruimte 100% verhard werd. De aanvraag vermeld beide aspecten niet.

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Stedenbouwkundige vergunningen

  • Op 25/06/2010 werd een vergunning afgeleverd voor de verbouwing van een rijwoning. (2010/40205)

 

Stedenbouwkundig misdrijf

Op 27/05/2025 werd het plaatsen van een afdak tegen en over de ganse lengte van de perceelsmuur (ongeveer 8 meter) met de linker buur vastgesteld, met een breedte van 200 cm en een hoogte van 265 cm (hoogste punt). Het afdak steekt uit boven de perceelsmuur. Het volume is vergund volgens vergunning 2010/40205, maar werd uitgevoerd ruimschoots (2024) na het vervallen ervan.

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Overeenkomstig artikel 35 van het omgevingsvergunningsbesluit zijn er geen externe adviezen vereist.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005).

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgende punten:

 

- artikel 3.2 Beperken van verhardingen

Dit artikel stelt dat het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt moet worden. Verhardingen moeten waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden.

Toetsing: Met de plaatsing van de overdekte constructie verhoogt de verhardingsgraad op het perceel. Bovendien blijkt uit orthofoto’s dat de tuinzone volledig verhard werd en er tegen de achterste perceelsgrens een bijgebouw werd opgericht. De tuinzone bij de woning (van circa 66 m²) is met andere woorden volledig bebouwd of verhard waardoor natuurlijke infiltratie niet langer mogelijk is.

 

- artikel 3.8 Groendak

Dit artikel stelt dat bij nieuwbouw, herbouw en bij verbouwing (al dan niet met uitbreiding) elke nieuwe dakoppervlakte groter dan 6 m² met een hellingsgraad tot 15 graden aangelegd moet worden als een groendak. Dit groendak moet een buffervolume hebben van minimaal 35 liter per m². Deze verplichting geldt niet voor dakoppervlaktes van woongebouwen die aangesloten zijn op een hemelwaterput.

Toetsing: Uit de plannen kan niet afgeleid worden waar het hemelwater dat op de overdekte constructie valt naar afvloeit. Op de foto’s die bij de aanvraag werden meegeleverd is een dakgoot zichtbaar, maar het is onduidelijk of deze aangesloten is op een hemelwaterput. De regenwaterafvoer (RWA) van de nieuwe overkapping mag in geen geval aangesloten worden op de vuilwaterleiding (DWA) van het interne rioleringsstelsel. Deze dient te infiltreren, aangesloten te worden op de regenwaterput of op de interne RWA leiding.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1.  Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

5.2.  Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

Hemelwater

De bestaande woning wordt uitgebreid waardoor de plaatsing van een hemelwaterput verplicht is. De in rekening te brengen horizontale dakoppervlakte bedraagt ca. 52 m². Hierdoor moet een hemelwaterput geplaatst worden met een minimale inhoud van 5000 l.

 

Het is onduidelijk of er reeds een hemelwaterput aanwezig is op het terrein of dat er een nieuwe wordt voorzien.

 

Verharding

De gehele buitenruimte is verhard, dit betreft geen beperkte verharding meer. Wat conform het ABR en de GSV onaanvaardbaar is.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Overstromingen

Volgens de pluviale overstromingskaart bestaat er een middelgrote overstromingskans ter hoogte van de wegenis. Indien de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement inzake hemelwater correct toegepast worden, wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3.  Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets niet doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er is geen waardevol groen of boom verwijderd. De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen. Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

 

Aangezien de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, werd met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen gevraagd. Er werd 1 bezwaarschrift ingediend binnen de vervaltermijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de dag van ontvangst van het verzoek om een standpunt.  

 

De bezwaren worden als volgt samengevat:

Scheimuur: De bezwaarindiener geeft mee dat de gerealiseerde constructie 40 cm boven de bestaande scheidingsmuur met de aanpaler uitkomt. De ophoging naast de gemene muur verstoort de lichtinval van de linker aanpalende woning.

De afwerking (in zink) voor de regenafvoer loopt zichtbaar over de scheidingsmuur heen en zorgt ervoor dat de afwatering op het naastgelegen perceel verloopt, wat vochtproblemen kan creëren. Bovendien geeft de zinken afwerking een storende zonreflectie. 

 

Toegangsweg: Ook de gemeenschappelijke toegangsweg achteraan werd reeds verhard, met mogelijks de bedoeling om later te betegelen. Hieromtrent is geen duidelijkheid.

 

Naar aanleiding van het stedenbouwkundig onderzoek van deze aanvraag worden de bezwaren als volgt besproken:

Scheimuur: De aanvraag is onduidelijk over de aanpassingen van de scheimuren (zie ook beschrijving) waardoor een correcte beoordeling niet mogelijk is. Het ophogen van een tuinmuur is onder bepaalde condities wel mogelijk, echter moet er rekening worden gehouden met lichtinval naar de aanpalers toe. Het ophogen tot 2,80 meter lijkt bijzonder hoog voor een structuur die enkel als overdekking of fietsenberging dienst doet. Dit kan lager waardoor de impact op de aanpalers beperkt blijft. 

De afwerking van de scheimuren betreft geen zakelijk recht en heeft geen impact op de ruimtelijkheid van de constructie. Het kiezen van de afwerking van scheimuren betreft een burgerrechtelijke aangelegenheid en moet in onderling akkoord gebeuren van de relevante partijen. 

 

Toegangsweg: Foto’s tonen aan dat de bestaande weg reeds verhard was, met kiezels. De aangepaste verharding is beperkt in oppervlakte en mogelijks vrijgesteld van vergunning.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De voorliggende regularisatieaanvraag voor de overkapping is onduidelijk opgesteld.
Zo blijken de toegevoegde ‘vergunde plannen’ niet overeen te komen met de effectief vergunde plannen uit 2010. Daarnaast is de aanpassing van de scheimuur foutief weergegeven in de aanvraag, waartegen ook een formeel bezwaar werd ingediend.

 

Verder ontbreekt essentiële informatie over de afwatering van het te regulariseren volume, waardoor de watertoets niet grondig kan worden beoordeeld. Dit leidt tot een negatieve watertoets.

Ten slotte wordt vastgesteld dat de volledige tuinzone werd verhard, wat strijdig is met het Algemeen Bouwreglement.

 

Om bovenstaande redenen wordt voorgesteld om de regularisatieaanvraag te weigeren.

 

Bij een nieuwe omgevingsaanvraag, die noodzakelijk is om het te regulariseren volume correct te behandelen, dient rekening gehouden te worden met:

  • De plannen duidelijk en correct moeten weergeven wat effectief vergund werd in 2010, waarbij het aanbouwvolume beperkt werd tot 3,50 meter.
  • De aanpassing van de scheimuur correct moet worden voorgesteld.
  • Er duidelijke informatie moet worden toegevoegd over de afwatering, zodat de watertoets op een correcte manier kan worden uitgevoerd.
  • De volledige tuinzone, inclusief het tuinhuis en alle verhardingen, in beeld moet worden gebracht en beoordeeld in functie van het Algemeen Bouwreglement.

 

CONCLUSIE

Ongunstig wegens strijdige en onduidelijke informatie waardoor een beoordeling niet kan gebeuren en een negatieve watertoets.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het regulariseren van het plaatsen van een overkapping aan mevrouw Leentje Van Aerde gelegen te Hoppestraat 44, 9000 Gent.