Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Feroz Basharmal met als contactadres Charles de l'Epéeplein 76, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025112913) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 24 september 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het bouwen van 3 eengezinswoningen
• Adres: Brugsevaart 38, Paul van Tieghemlaan 30, 32 en 34, 9030 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 29 sectie A nrs. 459P, 459R, 459T en 459S
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 13 oktober 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 4 december 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag is gelegen in de deelgemeente Mariakerke, op de hoek van de Paul van Tieghemlaan en de Brugsevaart. De nabije omgeving betreft een woonomgeving gekenmerkt door zowel open bebouwing langsheen de Paul Van Tieghemlaan en gesloten bebouwing langsheen de Brugsevaart.
Op het perceel werd reeds een aanvraag ingediend voor de bouw van 4 nieuwe eengezinswoningen (OMV_2022081148 dd. 15 september 2022), alsook voor het verkavelen van het perceel in 4 loten voor eengezinswoningen (OMV_2023171008 dd. 2 mei 2024). Er werd besloten door de aanvragers besloten een nieuwe aanvraag in te dienen met een extra dakverdieping omdat er te weinig kamers waren in de vergunde woningen.
Het perceel heeft een oppervlakte van ca. 1172 m² en is reeds bouwrijp gemaakt. Een groot stuk van het perceel wordt bestemd als bosgrond en blijft onaangeroerd. Dit betreft het stuk op de hoek van Paul Van Tieghemlaan en Brugsevaart en een strook van 8 m breed langsheen de Brugsevaart.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het bouwen van 3 aaneengesloten eengezinswoningen
De woningen worden ingeplant langs de Paul van Tieghemlaan, op 5 m achter de rooilijn en op
4 m van de rechter perceelsgrens (muv. carport in de rechter zijtuinstrook).
De woningen worden voorzien van twee bouwlagen en een teruggetrokken derde bouwlaag, afgewerkt met een plat dak (dakrand eerste verdieping ca. 6,3 m; dakrand teruggetrokken tweede verdieping: ca. 9,2 m). De gelijkvloerse bouwdiepte bedraagt voor de 3 woningen maximaal 10 m, de bouwbreedte bedraagt 7,5 m voor de buitenste woningen en 8 m voor de middelste woning. De bouwdiepte op de eerste verdieping bedraagt telkens 10 m. De teruggetrokken bouwlaag heeft een diepte van 6 m en springt 2 m terug van de voor- en achtergevel.
De materialisatie van de woningen betreft in hoofdzaak een lichtgrijze gevelsteen en zwart aluminium buitenschrijnwerk. De teruggetrokken derde bouwlaag wordt afgewerkt met een donkerkleurige gevelsteen.
De linker en rechter woning worden in de zijtuinstroken telkens voorzien van een carport: oppervlakte ca. 18 m², hoogte 3 m, en ingeplant op ca. 9 m achter de rooilijn.
De carports worden afgewerkt in donkerkleurige aluminium. De middelste woning wordt voorzien van een inpandige fietsgarage.
De woningen hebben allen een tuinzone, waar een terras (oppervlakte gaande van ca. 20 m² tot ca. 26 m²) wordt aangelegd. In de voortuinstroken wordt telkens een oprit naar de carport/fietsgarage voorzien. De linker en rechter woning hebben ook nog een toegangspad.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 23/06/2022 werd een weigering afgeleverd voor het oprichten van 4 eengezinswoningen en het rooien van bomen. (OMV_2021190797)
* Op 15/09/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het oprichten van 4 eengezinswoningen en het rooien van bomen. (OMV_2022081148)
Verkavelingsvergunningen
* Op 19/09/1989 werd een vergunning afgeleverd voor nieuwe verkaveling. (1989 MA 153/00)
* Op 02/05/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het verkavelen van gronden in 4 loten bestemd voor eengezinswoningen. (OMV_2023171008 met intern nr. 2023 MA 200/00)
Stedenbouwkundige attesten
Op 13/02/2003 werd een positief attest afgeleverd voor de oprichting van een halfopen bebouwing als slotgebouw op de huizenreeks. (2002/80023)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgend extern advies is gegeven:
De voorwaarde waaraan voldaan moet worden, is
- Er dient voldaan te worden aan eventuele voorwaarden gesteld door stad Gent gezien zij waterloopbeheerder zijn van de Lieve en het projectgebied in het afstroomgebied van de Lieve gelegen is.
De aanvraag betreft het bouwen van 3 eengezinswoningen.
Voor de uitvoering van de kelder zal een droogzuiging nodig zijn. De aanvraag voor het verlagen van het grondwater zal in een afzonderlijke aanvraag worden gedaan in functie van de uitvoeringsperiode
Het projectgebied is gelegen langs de Brugse Vaart (beheerder: De Vlaamse Waterweg nv) maar stroomt af naar de Lieve (beheerder stad Gent).
Het projectgebied ligt op minder dan 50m van de Brugse Vaart.
Het projectgebied is niet gevoelig voor overstromingen volgens de watertoetskaarten 2023. Het terrein kent geen overstroming gemodelleerd voor fluviale, pluviale overstromingen en voor overstromingen vanuit de zee.
A) Advies m.b.t. het beheer en exploitatie van de waterweg en het patrimonium van De Vlaamse Waterweg nv
Er is geen interferentie met het beheer en/of de exploitatie van de waterweg.
B) Watertoetsadvies
a. Gegevens relevant voor de watertoets:
Enkel het fluviaal overstromingsregime wordt in dit advies verder besproken gezien alle handelingen in de aanvraag gelegen in het afstroomgebied van de Lieve die in beheer is van de stad Gent. Voor advies met betrekking tot GSVH of de impact op het lokale netwerk van waterlopen verwijzen we naar advies van de stad Gent.
b. Er zijn geen acties opgenomen in het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde (2022-2027) die betrekking hebben op de vergunningsaanvraag.
c. Beoordeling van verenigbaarheid met het watersysteem
i. gewijzigd overstromingsregime
Het projectgebied is niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Besluit
Aangevuld met bovenvermelde maatregelen en/of voorwaarden is het project verenigbaar met het watersysteem en het beheer van De Vlaamse Waterweg nv. Indien de vergunningsverlener een vergunning voor dit project wenst te verlenen moet deze op zijn minst deze voorwaarden bevatten. Met deze voorwaarden voldoet het project aan de doelstellingen en beginselen zoals geformuleerd in art. 1.2.2 en 1.2.3 van het gecodificeerd decreet integraal waterbeleid. Het project voldoet aan het standstillbeginsel.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
GRUP
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005),maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
GEWESTPLAN
Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften van het gewestplan.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling (ref. OMV_2023171008 met intern nr. 2023 MA 200/00 van 2 mei 2024). De aanvraag heeft betrekking op Lot 1, Lot 2 en Lot 3. De zonering volgens deze verkaveling is zone voor voortuinen, zone voor bebouwing, zone voor bijgebouwen, zone voor terrassen en zone voor tuinen.
De aanvraag is niet in overeenstemming met de voorschriften van de verkaveling:
De woningen worden ingeplant op 5 m achter de rooilijn, en behouden de bouwdiepte van
10 m, waardoor de woningen voor een stuk van 1 m in de zone voor terrassen worden gebouwd en dus buiten de bouwzone. Dit is strijdig met de voorschriften van de verkaveling en komt niet voor vergunning in aanmerking. Dit is de weigeringsgrond voor deze aanvraag.
Ruimtelijk gezien is dit ook niet aanvaardbaar aangezien de reeds kleine tuinzone hierdoor nog kleiner wordt.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt in de nabijheid van een waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv -Afdeling Regio West.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel nog braakliggend.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
Hemelwaterput
Elke nieuwbouwwoning heeft een dakoppervlakte van maximaal 80 m², waarvoor een hemelwaterput met een inhoud van 5000 liter geplaatst moet worden. De aanvraag voldoet => elke woning wordt voorzien van een hemelwaterput van 5000 liter. Alle daken worden voorzien van een groendak met buffervolume van 50 l / m².
De hemelwaterputten moeten telkens uitgerust worden met een pompinstallatie die voorziet in het hergebruik van het opgevangen hemelwater voor toiletspoeling, poetswater, wasmachine en gebruik buiten.
Infiltratievoorziening
De overlopen van de hemelwaterputten worden aangesloten op één collectieve wadi.
Deze is voldoende ruim gedimensioneerd.
Verharding
Met de aanvraag worden op het perceel een aantal verhardingen aangelegd. De verhardingen worden waterdoorlatend aangelegd (en hebben geen helling van meer dan 2%) en/of de niet-waterdoorlatende verhardingen kunnen afwateren naar een voldoende grote onverharde groenzone (die minstens ¼ van de afwaterende oppervlakte is).
Kelders
De aanleg van de ondergrondse constructie mag er geenszins voor zorgen dat er een permanente drainage optreedt met lagere grondwaterstanden tot gevolg. Een dergelijke permanente drainage is immers in strijd met de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid waarin is opgenomen dat verdroging moet voorkomen worden, beperkt of ongedaan gemaakt. De ondergrondse constructie dient dan ook uitgevoerd te worden als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar. Daarnaast zijn er nog mogelijke stikstofemissies afkomstig van niet-ingedeelde stationaire bronnen van het project en tijdens de aanlegfase door vervoer of niet-ingedeelde stationaire bronnen. Deze zijn echter beperkt.
De NOx uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1 % minimisdrempel.
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag betreft het bouwen van drie gekoppelde, compacte en gezinsvriendelijke woningen. De grootte van het perceel leent zich tot het oprichten van drie volwaardige eengezinswoningen.
Het voorstel is echter fundamenteel in strijd met de voorschriften van de recente verkaveling OMV_2023171008 dd. 2 mei 2024 (zie ook hierboven ‘4.2. Vergunde verkavelingen’). De woningen worden naar achteren geschoven in functie van een grotere voortuin. Dit heeft tot gevolg dat de achtertuinzone nog verder verkleint tot een diepte van slechts 7 m. Dit is in strijd met de geldende voorschriften en ruimtelijk niet aanvaardbaar, aangezien bij eengezinswoningen een kwalitatieve, voldoende ruime tuinzone moet worden voorzien.
De verkavelingsvoorschriften zijn voldoende gedetailleerd opgesteld en worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven. Omdat het voorstel niet overeenstemt met deze voorschriften, is het dan ook strijdig met de goede ruimtelijke ordening en komt niet voor vergunning in aanmerking.
CONCLUSIE
Ongunstig, het ontwerp is strijdig met de voorschriften van de verkaveling omwille van het bouwen van de woningen buiten de bouwzone, en niet in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening omwille van een te kleine tuinzone.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het bouwen van 3 eengezinswoningen aan Feroz Basharmal gelegen te Brugsevaart 38, Paul van Tieghemlaan 30, 32 en 34, 9030 Gent.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Lot 2 wordt alleen voorzien van een inpandige fietsenberging, hierdoor is in de voortuinstrook alleen een toegangspad (breedte 1,5 m) toegestaan en geen oprit van 3 m. Dit dient te worden aangepast in een nieuwe aanvraag.