Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
VOLT-ARCHITECTEN BV met als contactadres Burggravenlaan 264 bus 101, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025025144) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 21 mei 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: de verbouwing van de werkplaats tot kantoor voor vrije beroepen (architectuur) en enkele afbraakwerken thv het binnengebied
• Adres: Voskenslaan 137, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 9 sectie I nrs. 597X en 597W
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 16 juni 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 2 september 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Het perceel uit de aanvraag ligt in een binnengebied dat ontsloten wordt vanaf de Voskenslaan in de zuidelijke stationsbuurt van Gent-Sint-Pieters. In het binnengebied staat een loods. Op het perceel langs de straatzijde staat een rijwoning met doorgang op het gelijkvloers naar de loods. De loods en de woning staan op 2 verschillende kadastrale percelen maar vormen ruimtelijk één geheel. De loods bevat een bedrijfsfunctie (metaalbewerking).
Op 13/02/2025 werd de aanvraag tot functiewijziging van de loods – van bedrijvigheid naar kantoren – geweigerd (OMV_2024145910). Tegelijkertijd werd ook de aanvraag tot verbouwing van de rijwoning geweigerd (OMV_2024151640). In beide beslissingen werd aangegeven dat de loods en de woning één ruimtelijk geheel vormen. In de huidige aanvraag zijn daarom zowel de woning als de loods opgenomen.
Het doel van de aanvraag is het wijzigen van de functie van de loods van bedrijvigheid naar kantoren. Het kantoor zal een nuttige vloeroppervlakte van 319,05 m² hebben. Een deel van de bestaande loods wordt afgebroken:
- Aan de achterzijde wordt een oppervlakte van circa 36,50 m² vrijgemaakt om plaats te maken voor een infiltratiebekken.
- Centraal in de loods komt een open patio van circa 15,50 m².
Volgens de plannen zijn er geen wijzigingen aan de scheidingsmuren.
Volgens de project-MER-screening is het gebouw berekend op 19 werkplekken. In de nota “Aanvraag kleinere hemelwaterput” wordt echter uitgegaan van een bezetting van 24 personen.
De woning aan de straatzijde blijft behouden. Alleen de doorrit wordt verbreed van 2 m naar 2,50 m breedte.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 13/02/2025 werd een weigering afgeleverd voor het verbouwen van een eengezinswoning. (OMV_2024151640)
* Op 13/02/2025 werd een weigering afgeleverd voor de verbouwing van een werkplaats tot kantoor voor vrije beroepen (architectuur). (OMV_2024145910)
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 26/11/2009 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een eengezinswoning (rijwoning). (2009/827)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgend extern advies is gegeven:
Brandweerzone centrum
Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 4 juli 2025 onder ref. 010233-003/PJ/2025:
Er moet voldaan worden aan de in het advies vermelde maatregelen en reglementeringen. De aandacht wordt gevestigd op volgend bijzonder punt:
- De dragende (stalen) structuren en de daken dienen een brandstabiliteit R 30 te hebben.
Het volledig advies is raadpleegbaar op het omgevingsloket.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). Er zijn geen specifieke voorschriften van toepassing.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
Toetsing gewestelijke verordening (GSV) en algemeen bouwreglement stad Gent (ABR) inzake hemelwater
Gescheiden stelsel
Conform artikel 3.4 van het ABR dient bij verbouwingen waarbij het afvoerstelsel van afval- en hemelwater kan aangepast worden, de bouwheer verplicht een privaat gescheiden afvoerstelsel voor afvalwater en hemelwater te voorzien.
Het privaat afvoerstelsel voor hemelwater moet, in de mate dat het niet wordt geïnfiltreerd, in eerste instantie aangesloten worden op een waterloop indien technisch mogelijk is. Indien dit niet kan, mag er aangesloten worden op een RWA en in laatste instantie op een gemengde riolering.
Hemelwaterput
Het dak van de loods van 353,56 m² wordt aangesloten op een hemelwaterput van 20.000 liter. De hemelwaterput werd gedimensioneerd op basis van het effectieve verbruik. Het hemelwater wordt hergebruikt voor de toiletten, buitenkraan en dienstkraan voor poetswater.
Groendak
Er dient geen groendak aangelegd te worden aangezien het dak een hellingsgraad van meer dan 15 graden heeft.
Infiltratievoorziening
De bouwheer voorziet een bovengrondse infiltratievoorziening van 11.560 liter en een oppervlakte van 33,94 m² (50 cm diepte).
De infiltratievoorziening is correct gedimensioneerd volgens de GSV.
Er kan voldaan worden aan de GSV en het ABR indien bovenstaande maatregelen worden toegepast.
Voor de praktische toepassing van de regelgeving wordt verwezen naar het Technisch achtergronddocument bij de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd.
De gevraagde activiteiten veroorzaken een bijkomende uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen. Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar. Daarnaast zijn er nog mogelijke stikstofemissies afkomstig van niet-ingedeelde stationaire bronnen van het project en tijdens de aanlegfase door vervoer of niet-ingedeelde stationaire bronnen. Deze zijn echter beperkt.
De NOx uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1 % minimisdrempel.
Het afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.
Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 24 juni 2025 tot en met 23 juli 2025. Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Over het algemeen wenst de Stad Gent in te zetten op het vergroenen en verweven van dichtbevolkte wijken. De wijk Zuidelijke stationsbuurt is dichtbevolkt met een bevolkingsdichtheid van 3052 inwoners per km² (tegenover het Gents gemiddelde van 1695 inwoners per km²). De bevolkingsdichtheid is vermoedelijk een onderschatting gezien het groot aantal kotstudenten in deze wijk. In de wijk is er weinig publiek groen, weinig plekken voor ontmoeting en spel en een grote verkeersdrukte (zie website www.hoeveelin.stad.gent/wijken/stationsbuurt-zuid). Het binnengebied aan de Voskenslaan kenmerkt zich door tuinen bij eengezinswoningen, loodsen en grootschalige bebouwing. Dit maakt het gebied kwetsbaar, en elke wijziging die de druk op de ruimte vergroot, moet zorgvuldig worden overwogen.
Het doel van de aanvraag is een functiewijziging en verbouwing van een bestaande loods in een binnengebied (30 m achter de rooilijn) van bedrijvigheid naar kantoren. Het perceel ligt in het toepassingsgebied van de bouwblokvisie. De bouwblokvisie is een beleidsmatig gewenste ontwikkeling. Het binnengebied is kleiner dan 3000 m².
In projectgebieden kleiner dan 3.000m² wordt uitgegaan van de bestaande toestand, wat overwegend een niet-woonfunctie zal zijn (groen, loodsen, opslag, tuinen, koeren, …). In dit geval staat een loods in het binnengebied. De bouwblokvisie wenst ruimte te geven aan voorzieningen. Welke voorziening een binnengebied kan opnemen, hangt sterk af van de bestaande toestand, de schaal van het projectgebied en het bouwblok, maar ook van het mobiliteitsprofiel van de functie zelf. Voor economische functies vraagt dit een grotere voorzichtigheid, gezien die meer impact hebben op de leefomgeving. Bijkomend vragen we om 20% van het terrein te vergroenen. Extra verharding is niet meer gewenst. Er wordt net gestreefd naar ontharding.
Kantoren worden zoveel mogelijk in de schil voorzien. In het binnengebied van een klein projectgebied kunnen kantoren enkel in een hybride vorm met maakeconomie. De reden om kantoren te koppelen met maakeconomie is om de kantooroppervlakte sterk te verminderen en zo ook het aantal werknemers met elk hun eigen dynamiek en mobiliteit te laten dalen. Het kantoor uit de aanvraag heeft geen enkele link met de plint of maakeconomie. De loods wordt als geheel omgevormd naar een kantoorruimte. Dit resulteert in een relatief hoge dynamiek: 24 werknemers kunnen dagelijks gebruik maken van het kantoor. Op het effectieve werknemersaantal heeft een omgevingsvergunning geen impact. De kantooroppervlakte van circa 320 m² staat ook een groter aantal werknemers toe.
Het feit dat de tuinzone ingezet wordt om de parkeerbehoefte van de kantoren te dekken, benadrukt de impact van deze functie. De tuinzone zal nog bijkomend onder druk staan door het gemeenschappelijk gebruik door zowel het kantoor als de woning. Bij projecten in bouwblokken met een gebrek aan privégroen stimuleert de stad het herstel en de overdracht van stroken privégroen tussen schil en binnengebied. Bij de voorliggende aanvraag gebeurt net het omgekeerde. Er is een overdracht van de privé tuinzone richting het kantoor. Een kantoor van deze omvang is geen geschikte invulling binnen dit kleine binnengebied.
De open fietsenstalling in de tuin heeft onvoldoende kwaliteit. Een goede fietsenberging beschermt de fietsen tegen weersomstandigheden. Voor werknemers is een overdekte fietsenstalling nodig.
In de aanvraag wordt terecht opgemerkt dat de site in de nabijheid van het stedelijk knooppunt Gent-Sint-Pieters ligt. In deze knooppunten streeft de stad naar een maximale clustering van tewerkstelling. Dit betekent niet dat alle binnengebieden in de omgeving van een knooppunt automatisch geschikt zijn voor kantoorontwikkelingen. Er blijft een duidelijk onderscheid bestaan tussen de plint van de site en het binnengebied zelf. In de plint zijn gemengde functies met een zekere gebruiksintensiteit mogelijk en zelfs wenselijk. In het binnengebied zijn de mogelijkheden beperkter net omwille van de ontsluitingsmogelijkheden en het laagdynamisch karakter van een binnengebied.
Tot slot moet worden opgemerkt dat de stad Gent bijzondere aandacht heeft voor het behoud van maakbedrijvigheid, een kwetsbare stedelijke functie die cruciaal is voor de economische vernieuwing van de stad. De vraag naar maakbedrijvigheid wordt tevens ondersteund door de visie over verweving binnen Ruimte voor Gent:
“Opdat Gent economisch sterk zou blijven, moet de economie zich er blijven vernieuwen. Die vernieuwing moet strategisch verankerd worden in het weefsel van de stad. Er wordt bijzondere aandacht gevraagd voor maakbedrijvigheid. Het vinden van geschikte locaties om te ondernemen is een grote uitdaging in alle steden en zeker ook in Gent. Voornamelijk de maakbedrijven die zo belangrijk zijn voor het economisch weefsel staan onder druk ten voordele van het omvormen van (grotere) terreinen tot wooneenheden en andere functies (bijvoorbeeld handelszaken). Het is belangrijk om op te merken dat het verdwijnen van maakbedrijven uit een stad ook grote gevolgen heeft voor andere gerelateerde diensten en leveranciers, alsook voor de mobiliteit. Er is daarbij aandacht nodig voor de integratie van traditionele productieprocessen én het stimuleren van nieuwe niches. Dit door specifieke integratie, ruimtelijke ingrepen, investeringen, het zichtbaar maken van de maakbedrijvigheid vanuit de publieke ruimte...”
(Bron: Structuurvisie 2030 Ruimte voor Gent – p33)
De aanvraag is niet in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening. Een kantoor van deze omvang is geen geschikte invulling binnen dit kleine binnengebied.
CONCLUSIE
Ongunstig. De functiewijziging van de loods naar een kantoorruimte is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor de verbouwing van de werkplaats tot kantoor voor vrije beroepen (architectuur) en enkele afbraakwerken thv het binnengebied aan VOLT-ARCHITECTEN bv (O.N.:0472332689) gelegen te Voskenslaan 137, 9000 Gent.