Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Stad Gent met als contactadres Botermarkt 1, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025083460) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 14 juli 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het herinrichten van de speelplaats, het inrichten van overdekte fietsenstallingen en het slopen van een berging en sanitair en het oprichten van een nieuwe berging en sanitair
• Adres: Francisco Ferrerlaan 250, 252 en Frans van Ryhovelaan 191, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 10 sectie K nr. 335S2
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 18 augustus 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 2 oktober 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
De aanvraag is gelegen in een bouwblok omgeven door de straten Francisco Ferrerlaan, Frans van Ryhovelaan, Lavendelstraat en Edmond Van Beverenplein in de Bloemekenswijk. Op het perceel (totale oppervlakte van 5.552m²) bevindt zich 1 schoolgebouw, een bestaande berging, een luifelconstructie, een sanitair blok en een fietsenstalling. Het schoolterrein van de basisschool De Dialoog beschikt over 3 toegangen. De hoofdtoegang voor de leerlingen en de bezoekers bevindt zich langsheen de Frans van Ryhovelaan. De secundaire toegangen, hoofdzakelijk gebruikt door personeelsleden, bevinden zich langsheen de Francisco Ferrerlaan en de Lavendelstraat.
De stadsschool is opgenomen in de Inventaris van bouwkundig erfgoed (https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/133328). Het complex werd opgericht in 1904 naar ontwerp van Charles Van Rysselberghe. De school werd gerealiseerd in twee fasen: de meisjesschool met toegang aan de Frans Van Ryhovelaan in 1904 en de jongensschool met toegang in de Lavendelstraat in 1911.
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Voorliggende aanvraag omvat een gefaseerde realisatie van volgende werken:
Fase 1 (de werken zullen na het verkrijgen van een uitvoerbare omgevingsvergunning aanvatten):
- Speelplaats 1 (groene speelplaats):
- Het verwijderen van een omheining, bestaande verhardingen, funderingen en onderfunderingen.
- Het rooien van bestaande bomen tegen de achterbouw. In totaal worden 4 bomen gerooid: 1 boom (Fraxinus excelsior) met een stamomtrek van 207cm, 1 boom (Alnus glutinosa) met een stamomtrek van 144cm, 1 boom (Crataegus monogyna) met een stamomtrek van 68cm) en 1 boom (Betula Pubescens) met een stamomtrek van 148cm. De bomen zorgen voor stabiliteitsproblemen van de achterbouw. Ter compensatie worden nieuwe bomen aangeplant (zie inplantingsplan).
- Onderschoeiingswerkzaamheden van de fundering achterbouw.
- Plaatsen nieuwe hemelwaterputten voor regenwaterrecuperatie (2x 15.000liter) en rioleringswerkzaamheden.
- Het aanleggen van nieuwe waterdoorlatende verhardingen inclusief fundering en onderfundering.
- Het oprichten van een nieuwe overdekte fietsenstalling (voor personeel) voor het stallen van 20 fietsen ter hoogte van de ingang Francisco Ferrerlaan. In totaal zullen zich 27 overdekte en afgesloten plaatsen bevinden voor personeelsleden, waarvan 4 voor buitenmaatse fietsen. De overdekte stalling beschikt over een totale bouwhoogte van 2,85m. De grondoppervlakte van de stalling bedraagt 24,30m².
- Het aanplanten van nieuwe onderbeplantingen en hoogstammige bomen.
- Het plaatsen van spelelementen.
- De plaatsing van nieuwe omheining ter afbakening van de speelzones in functie van toezicht.
- Speelplaats 2 (grote speelplaats):
- Het verwijderen van bestaande verhardingen, funderingen en onderfunderingen.
- Het slopen van een bestaande luifel van de fietsenstalling en buitenberging met eventuele onderschoeiingswerkzaamheden van de fundering van de tuinmuur.
- Het plaatsen van nieuwe hemelwaterputten voor regenwaterrecuperatie (3x20.000liter) en rioleringswerkzaamheden.
- Het aanleggen van nieuwe waterdoorlatende verhardingen en sportveld inclusief fundering en onderfundering.
- Het inrichten van een nieuwe afvalstockageplaats ter hoogte van de ingang Frans van Ryhovelaan.
- Het verbeteren van de afbakening van de verhoogde groenzone aan de hand van zitmuurtjes.
- Het realiseren van een nieuwe overdekte fietsenstalling (voor de leerlingen) voor het stallen van 30 fietsen. De overdekte stalling beschikt over een totale bouwhoogte van 2,85m. De grondoppervlakte van het gebouw bedraagt 31,29m².
- Het aanplanten van nieuwe onderbeplantingen en hoogstammige bomen op de speelplaats.
- Het inrichten van een speelheuvel en het plaatsen van spelelementen op de speelplaats.
Fase 2:
Uitvoeringsperiode van de werken fase 2: maximum 5 jaar.
- Speelplaats 2 (grote speelplaats):
- Slopen van het bestaande sanitaire bijgebouw.
- Eventuele onderschoeiingswerkzaamheden van de fundering van de tuinmuur/turnzaal.
- Funderings- en rioleringswerkzaamheden voor het nieuw sanitair bijgebouw.
- Het oprichten van een nieuw sanitair bijgebouw met berging, op dezelfde locatie maar compacter. De bouwhoogte van het nieuw bijgebouw bedraagt 3,36m. De totale grondoppervlakte bedraagt ca. 133,70m². Het gebouw zal bestaan uit een lichte structuur met een houten gevelafwerking. Het dak wordt aangelegd als een groendak met een buffercapaciteit van 94liter/m².
- Het inrichten van buitenaanleg verhoogde groenzone met zitmuurtje ter hoogte van het voormalig sanitair gebouw.
Alle bovenvermelde aangevraagde werken brengen geen wijzigingen aan de gemene muren met zich mee.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 25/07/2019 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de herbouw van een klassenpaviljoen en het plaatsen van een tijdelijke klassencontainer. (OMV_2019053440)
Stedenbouwkundige vergunningen
* Op 20/10/1977 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een hangaar. (KW R-7-77)
* Op 14/04/1986 werd een vergunning afgeleverd voor de sloping van twee woningen en een open sanitair blok ter verwezenlijking van een brandweertoegang. (1986/308)
* Op 30/03/2005 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een overdekte speelplaats. (2004/40327)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
1/ BRANDWEER
Advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 4 september 2025 onder ref. 045040-007/SS/2025: voorwaardelijk gunstig, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen. Zie bijlage op het Omgevingsloket.
Bijzondere aandachtspunten:
- Wanneer de luifel in het midden van de speelplaats verwijderd wordt, dient de brandweerweg verder doorgetrokken te worden.
- Indien de luifel vervangen wordt door een nieuwe luifel, dient deze luifel minstens 4m hoog te zijn.
- De brandreactieklasse van de gevel van het nieuwe gebouw dient minstens D-s3,d1. Verklaring dat hieraan voldaan is, dient voorgelegd te worden.
- Op de plannen is een technische ruimte voorzien. Deze dient voorzien te worden van wanden EI 60.
Inname openbare rijweg: VOORWAARDELIJK GUNSTIG, mits expliciete goedkeuring van de brandweer bij aanvang van de werken, in functie van de bereikbaarheid van de ruimere omgeving voor de voertuigen van de brandweer.
2/ FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN - ASTRID
Advies van Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken - ASTRID afgeleverd op 2 september 2025 onder ref. 10995: gunstig. Zie bijlage op het Omgevingsloket.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
Hemelwaterput + infiltratievoorziening + groendak
De totale horizontale dakoppervlakte bedraagt 1.631m² en zal worden aangesloten op hemelwaterputten van in totaal 90.000liter. Het dagelijks hergebruik werd berekend (zie hemelwaternota) en dient als basis om een afwijking te vragen voor het volume van de hemelwaterput. Het hergebruik zal worden gebruikt voor het spoelen van de bestaande en nieuwe toiletten in het schoolgebouw.
De overloop van de hemelwaterputten afwateren af naar 2 bovengrondse infiltratievoorzieningen (wadi’s). De wadi op ‘speelplaats 2’ beschikt over een infiltratieoppervlakte van 64,20m² en een infiltratievolume van 16.770liter. De wadi op ‘speelplaats 1’ beschikt over een infiltratieoppervlakte van 134,95m² en een infiltratievolume van 14.770liter. De noodoverloop van de infiltratievoorziening wordt aangesloten op de openbare riolering. Een deel van de bestaande verharding wordt onthard. Nieuwe verharding wordt aangelegd in waterdoorlatende verharding en zal afwateren naar een groenzone op eigen terrein.
Er wordt een nieuw plat dak aangelegd (sanitair gebouw) als groendak met een buffercapaciteit van 94liter/m².
Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.
In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Het project is gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
Om impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden.
Ruimten met kwetsbare functies kunnen extra beschermd worden tegen wateroverlast door het volgen van de richtlijnen omtrent overstromingsveilig bouwen https://www.vmm.be/water/overstromingen/hoe-je-woning-beschermen.
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Voorliggende aanvraag betreft het rooien van 4 bomen. Er kan akkoord worden gegaan met het rooien van de bomen mits het aanplanten van min. 4 nieuwe bomen. Dit is zo voorzien in het ontwerp.
Er wordt een gebouw gesloopt. Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten en verblijfplaatsen. Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 april-30 juni moet men er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Voor vleermuizen moet men vóór aanvang van de sloop na gaan of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, neem je contact op met de Groendienst (groendienst@stad.gent). Dit wordt als opmerking opgenomen.
Volgens de impactscore analyse toegevoegd in het dossier is de emissie kleiner dan 1%.
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Voorliggende aanvraag is erop gericht om twee gebouwen te slopen (sanitair en berging), een nieuw bouwvolume op te richten (sanitair gebouw met berging), bestaande verharding weg te nemen, nieuwe waterdoorlatende verharding aan te leggen en het inrichten van 2 overdekte fietsenstallingen.
Het nieuw en compacter bouwvolume met ruimte voor berging en sanitair wordt voorzien tegen de bestaande turnzaal en tegen de bestaande scheidingsmuur. De gemene muur met de aanpalende buren moet daarvoor niet worden opgehoogd. De impact naar de aanpalende buren en de directe omgeving is bijgevolg beperkt.
Het perceel is gelegen in het toepassingsgebied van de bouwblokvisie. Bij het invullen van een binnengebied met voorzieningen is het belangrijk om één vijfde van de oppervlakte van het totale terrein te ontharden en te vergroenen. Als er al waardevol groen aanwezig is op de site, is het evident dat daar rekening mee gehouden wordt. Het ontwerp bevat meer dan 20% onverharde ruimte en voldoet hiermee aan de bouwblokvisie. Er kan akkoord worden gegaan met de sloop van de bestaande bebouwing en het oprichten van nieuwe. De nieuwe verhardingen zijn in functie van circulatie, speelplaats voor de school en als brandweerweg op het terrein. Daarnaast bevinden de overdekte fietsenstalling en afvalberging zich op een logische locatie aan de ingangen van de school langsheen de straatzijde.
De te rooien bomen zorgen door hun wortelgestel onder de fundering van het gebouw voor schade aan de gevel en mogelijks in de toekomst voor structurele instabiliteit van de aanbouw. Het rooien van de bestaande bomen kan worden toegestaan mits nieuwe hoogstammige bomen aan te planten. Dit is zo voorzien in het ontwerp.
CONCLUSIE
Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het herinrichten van de speelplaats, het inrichten van overdekte fietsenstallingen en het slopen van een berging en sanitair en het oprichten van een nieuwe berging en sanitair aan Stad Gent (O.N.:0207451227) gelegen te Francisco Ferrerlaan 250, 252 en Frans van Ryhovelaan 191, 9000 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
Legt volgende voorwaarden op:
Fasering van de werken
Fase 1: Deze fasering start na het verkrijgen van een uitvoerbare omgevingsvergunning.
Fase 2: De werken zullen maximum 5 jaar na de aanvang van de werken fase 1 aanvatten.
Voorwaarden voortvloeiend uit externe adviezen:
-Brandweer
De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 4 september 2025 met kenmerk 045040-007/SS/2025). Zie bijlage op het Omgevingsloket.
-Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken
De voorwaarden opgenomen in het advies van Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (advies van 2 september 2025, met kenmerk 10995) moeten strikt nageleefd worden. Zie bijlage op het Omgevingsloket.