Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
RINKKAAI NV met als contactadres Foreestelaan 86 bus 201, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025053513) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 16 juli 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het wijzigen van de goedgekeurde vergunning OMV_2022154780 voor het oprichten van 6 woongebouwen met parkeergarage, private buitenruimtes, en buurtondersteunende functies
• Adres: Bevergracht 1-2 en Koningin Fabiolalaan 145-159, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 9 sectie I nrs. 193L en 193S
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 13 augustus 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 2 oktober 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
Het project Rinkkaai werd in 2023 voorwaardelijk goedgekeurd (OMV_2022154780 voor het oprichten van 6 woongebouwen met parkeergarage, private buitenruimtes, en buurtondersteunende functies). Deze aanvraag betreft een wijziging aan het vergunde woonproject:
Bescheiden wonen
In deze aanvraag wordt uitgegaan van een aandeel bescheiden wooneenheden volgens onderstaande verdeling. Gezien de specifieke eigendomsstructuur, is deze verdeling gewijzigd t.a.v. de originele vergunningsaanvraag.
Het Paviljoen werd vergund als een project voor groepswonen met een gemeenschapsruimte en gemeenschappelijke tuin op parkniveau. Deze bestemming wordt gewijzigd naar budgetvriendelijke huurappartementen. In lijn met deze nieuwe bestemming zijn de appartementen aangepast. De gemeenschappelijke ruimte in de plint worden omgevormd tot een appartement.
Het Brughuis werd vergund als een project met zorgwoonfunctie, met een gemeenschapsruimte en gemeenschappelijk terras op parkniveau. Deze bestemming wordt gewijzigd naar budgetvriendelijke huurappartementen. De woningen blijven daarbij rolstoeltoegankelijk, zodat het integrale karakter en inclusiviteit behouden blijft. De gemeenschappelijke ruimte in de plint worden omgevormd tot een appartement.
Aangezien een deel van de appartementen nu als budgethuur voorzien worden, heeft men een deel van de kleinere wooneenheden omgevormd tot appartementen met 3 slaapkamers.
In totaal wijzigt het aantal wooneenheden van 308 naar 304.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
Verkavelingsvergunningen
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
Voorwaardelijk gunstig advies van Farys afgeleverd op 10 september 2025 onder ref. AD-18-904 – 4de advies
Drinkwater
Om de verschillende eenheden van het woonproject op normale en reglementaire wijze aan te sluiten op het drinkwaterdistributienet zijn volgende werken noodzakelijk:
Uitbreiding van het drinkwaterdistributienet vanaf de bestaande waterleiding in Koningin Fabiolalaan en/of Gordunakaai/Snepkaai tot langs de volledige verkaveling. Hiervoor is reeds een project opgestart met als dossiernummer DOM-061/17/015-D – verk. Rinkkaai Gent.
De verantwoordelijke projectcoördinator hiervoor is Tiago Cardoso da Silva.
Email: Tiago.CardosodaSilva@farys.be
Gelieve u tot de verantwoordelijke projectcoördinator te richten voor verdere vragen en inlichtingen betreffende dit project.
Riolering
Huidige aanvraag betreft een wijzigingsaanvraag van de omgevingsvergunning van project Rinkkaai. Deze wijzigingsaanvraag betreft een (beperkte) herwerking van het woonprogramma voor verschillende gebouwen in dit project. Deze wijziging hebben geen impact op het waterverhaal.
Vorige adviezen blijven van toepassing.
Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 8 september 2025 onder ref. 045580-030/MLE/2025:
Besluit: VOORWAARDELIJK GUNSTIG Mits te voldoen aan de vermelde maatregelen en reglementeringen.
Bijzondere aandachtspunten:
- Er moet een plan opgemaakt worden bij de verdere uitwerking van het technisch dossier van de heraanleg van het openbaar domein, waarop aangeduid staat waar en hoe breed er verlaagde boordstenen moeten voorzien worden in de Koningin Fabiolalaan om alle opstelplaatsen tussen de gebouwen conform het plan te kunnen bereiken en de op- en afritten voor de brandweer van het fietspad naar de Koningin Fabiolalaan mogelijk te maken zodat voldaan kan worden aan de voorwaarden opgelegd in brandpreventie verslag 045580- 016/JC/2021 horende bij de omgevingsaanvraag 2021053113. In deze zones mogen ook geen obstakels zoals verkeersborden voorzien worden. Dit plan dient voorafgaandelijk de werken, eerst het akkoord bekomen te worden van de brandweer over het definitieve uit te voeren wegenisontwerp.
- In functie van eventuele fasering van het bouwproject dient rekening gehouden te worden met bovenvermelde bepaling. Gebouwen kunnen niet in gebruik genomen worden wanneer de brandweerwegen en opstelplaatsen nodig voor de bereikbaarheid van het gebouw niet gerealiseerd zijn.
- In functie van eventuele fasering van het bouwproject dient rekening gehouden te worden met bovenvermelde bepaling. Specifiek betekent dit dat de gebouwen pas in gebruik kunnen genomen worden wanneer de tweede ontsluitingsweg Bevergracht / Rinkhoutpad volledig gerealiseerd is, inclusief de beide aansluitingen, enerzijds van Bevergracht aan Fabiolalaan en anderzijds van Rinkhoutpad aan Fabiolalaan of Boentweg. Indien het definitieve tracé van het Rinkhoutpad richting Fabiolalaan of Boentweg nog niet bepaald is bij ingebruikname van de gebouwen dient er een tijdelijke brandweerweg aangelegd te worden met dezelfde karakteristieken als die van een brandweerweg, die het oostelijke uiteinde van het Rinkhoutpad verbindt met de Koningin Fabiolalaan of de Boentweg.
- De ramen van de ruimte voor diensten in Paviljoen die uitgeven op de overdekte hellingen van de parking moeten vaste ramen zijn en een brandweerstand EI60 hebben.
- Er moet een ontroking voorzien worden in de horizontale evacuatiewegen van Rink en Kaai die voldoet aan art 6.9.3 uit bijlage 4/1 van het KB.
- Een advies van de ASTRID-veiligheidscommissie is vereist.
- Gezien de complexiteit van de site vraagt de brandweer om een interventiedossier op te maken van de hele site met de 6 woontorens. Het beëindigen van de werken moet gemeld worden aan de brandweer via de website www.brandweerzonecentrum.be/preventie teneinde een controlebezoek te kunnen laten plaatsvinden.
Gunstig advies van Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken - ASTRID afgeleverd op 2 september 2025 onder ref. 10985:
De wijzigingen vallen buiten de criteria. Wel wijst de commissie er op dat de beslissing in dossier VCA_2023040108 (OMV_2022154780) nog steeds van toepassing blijft en dient gerespecteerd/uitgevoerd te worden. “Dit dossier werd reeds behandeld met ref. 2018110045 en 2019030022. Gezien de oppervlakte van de sokkel heeft de commissie beslist dat er indoordekking dient aanwezig te zijn op niveau’s -1 en 0.”
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005), maar niet in een gebied waarvoor er stedenbouwkundige voorschriften zijn bepaald.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Stationsomgeving Gent Sint-Pieters en Fabiolalaan' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 december 2006. De aanvraag is gelegen in de zone ‘stationsomgeving Gent Sint-Pieters’ (art. 1) en komt overeen met de in het RUP afgebakende zone C, en de zone ‘wegenis’ (art. 3) met symbolische aanduidingen voor ‘slanke toren’, ‘pad doorheen het plangebied’, ‘gestippelde zone’ en ‘geluidsscherm’.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
De voorschriften van het GRUP zijn – voor wat betreft de projectzone Rinkkaai – verfijnd in een verkavelingsplan (OMV_2021053113 met intern nr. 2021 GE 180/00). Aangezien het plan in overeenstemming is met de verkavelingsvoorschriften (zie volgend punt), is het per definitie ook in overeenstemming met de voorschriften van het GRUP.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling (ref. nr. 2021 GE 180/00 van 14 oktober 2021). De aanvraag heeft betrekking op loten 1, 2, 3 (geschikt voor de realisatie van de 6 woongebouwen) en lot 4 (het sokkelvolume en de ondergrondse parkeergarage).
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften van de verkaveling
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement te brengen.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt in de nabijheid van een waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv -Afdeling Regio West.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het terrein wordt momenteel bebouwd
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Er worden geen handelingen gevraagd waarop de hemelwaterverordening van toepassing is.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er is geen waardevol groen of boom verwijderd.
De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Volume
Het volume wijzigt niet, dit wordt binnen deze vergunning bijgevolg niet meer beoordeeld.
Wijzigingen daklagen
Bij iedere toren zijn er beperkte wijzigen van de dakinrichting. Meestal betreft dit het anders inrichten van de terrasvloer. Evengoed zijn er wijzigingen aan de luifels. De architecturale luifel met buiging van de ‘Parkwachter’ wordt gewijzigd naar een kleinere luifel van vierkant formaat. De kroonlijsthoogte van deze luifel wijzigt niet. De nieuwe luifel meet 9,7m op 9,7m. Dit doet geen afbreuk aan de kwaliteit van het gebouw. De luifels van de andere torens blijven verder ongewijzigd.
Programma
Het programma wordt zo aangepast dat bijna alle woonentiteiten als bescheiden wooneenheden volgens het ABR worden beschouwd. Het is algemene ook positief dat meer op budgetwonen wordt ingezet.
De gemeenschappelijke ruimtes bij ‘Paviljoen’ en ‘Brughuis’ worden omgevormd naar appartementen. De overige functies van de plint blijven ongewijzigd.
Bijkomend zijn er in iedere toren enkele niveaus waarvan het plan wijzigt en de verhouding van typologieën wijzigt. Deze wijzigingen doen geen afbreuk aan een gezonde mix aan entiteiten. Deze wijzigingen zijn daarom aanvaardbaar.
Er zijn verder beperkte wijzigingen waarbij een inkom verschuift, een trap anders wordt voorzien of de inrichting van slaapkamers op een niveau verwisselt met leefruimte op een ander niveau. Deze wijzigen behouden alle nodige leef- en woonkwaliteiten van een appartement en zijn positief te beoordelen.
Gevelwijzigingen
Het wijzigen van de gevels heeft geen stedenbouwkundige impact, of impact op de leefkwaliteit. Dit kan bijgevolg worden aanvaard.
Mobiliteit
In totaal wijzigt het aantal wooneenheden van 308 naar 304. Het aantal slaapkamers wijzigt uiteindelijk wel wat, maar er werd beslist om de aantallen parkeerplaatsen voor fietsen en auto’s gelijk te laten aan wat er in de vorige vergunning voorzien was (238 autoparkeerplaatsen en 971 inpandige fietsenstallingen voor bewoners, 20 voor werknemers, en 64 plaatsen in openlucht voor bezoekers). Voor wagens maakt een reductie van 4 appartementen amper verschil – voor het nodige aantal fietsen daalt dit door de herindeling van de appartementen met 27 plaatsen. Men kiest er echter voor om toch alle voorziene plaatsen uit te voeren, opdat er wat overcapaciteit zou zijn.
Het is positief dat het overschot aan fietsenstallingen gewoon bewaard wordt waardoor het voor de bewoners eenvoudiger zal zijn om een vrije plaats te vinden.
Huisnummering
De bouwheer is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van een huisnummeringsattest na goedkeuring van de bouwvergunning. Aanvragen worden online ingediend. Deze informatie vindt men op de website van Stad Gent. https://stad.gent/nl/burgerzaken/verhuizen-en-adres/nieuw -huisnummer-aanvragen
Binnen een termijn van 30 dagen na de aanvraag vergezeld van de nodige documenten stelt de Stad het huisnummer dan wel de wijziging of schrapping vast, of worden de aanvrager en/of de eigenaar in kennis gesteld van de richttermijn waarbinnen de aanvraag zal worden behandeld.
Relatie openbaar domein
Berlinerwanden mogen in geen geval blijven zitten onder het openbaar domein, deze dienen integraal weggehaald te worden.
Het is niet toegestaan om funderingen onder het openbaar domein te voorzien! (plan: BA_C1_S_N_CC'_Rink)
Voor alle gebouwen geldt dat de opslagtank voor gezuiverd afvalwater niet voorzien mag zijn van een overloop. De lozing van gezuiverd afvalwater op de riolering is niet toegestaan. Het betreft maw een gesloten circuit puur voor hergebruik. In de openbare DWA-riolering mag enkel ongezuiverd afvalwater geloosd worden.
CONCLUSIE
Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de goedgekeurde vergunning OMV_2022154780 voor het oprichten van 6 woongebouwen met parkeergarage, private buitenruimtes, en buurtondersteunende functies aan RINKKAAI nv (O.N.:0656553309) gelegen te Bevergracht 1-2 en Koningin Fabiolalaan 145-159, 9000 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
Legt volgende voorwaarden op:
Het voorwaardelijk gunstig advies van Farys afgeleverd op 10 september 2025 met kenmerk AD-18-904 – 4de advies dient strikt gevolgd te worden.
Zie volledig advies op het omgevingsloket.
Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 8 september 2025 met kenmerk 045580-030/MLE/2025:
Besluit: VOORWAARDELIJK GUNSTIG Mits te voldoen aan de vermelde maatregelen en reglementeringen.
Bijzondere aandachtspunten:
- Er moet een plan opgemaakt worden bij de verdere uitwerking van het technisch dossier van de heraanleg van het openbaar domein, waarop aangeduid staat waar en hoe breed er verlaagde boordstenen moeten voorzien worden in de Koningin Fabiolalaan om alle opstelplaatsen tussen de gebouwen conform het plan te kunnen bereiken en de op- en afritten voor de brandweer van het fietspad naar de Koningin Fabiolalaan mogelijk te maken zodat voldaan kan worden aan de voorwaarden opgelegd in brandpreventie verslag 045580- 016/JC/2021 horende bij de omgevingsaanvraag 2021053113. In deze zones mogen ook geen obstakels zoals verkeersborden voorzien worden. Dit plan dient voorafgaandelijk de werken, eerst het akkoord bekomen te worden van de brandweer over het definitieve uit te voeren wegenisontwerp.
- In functie van eventuele fasering van het bouwproject dient rekening gehouden te worden met bovenvermelde bepaling. Gebouwen kunnen niet in gebruik genomen worden wanneer de brandweerwegen en opstelplaatsen nodig voor de bereikbaarheid van het gebouw niet gerealiseerd zijn.
- In functie van eventuele fasering van het bouwproject dient rekening gehouden te worden met bovenvermelde bepaling. Specifiek betekent dit dat de gebouwen pas in gebruik kunnen genomen worden wanneer de tweede ontsluitingsweg Bevergracht / Rinkhoutpad volledig gerealiseerd is, inclusief de beide aansluitingen, enerzijds van Bevergracht aan Fabiolalaan en anderzijds van Rinkhoutpad aan Fabiolalaan of Boentweg. Indien het definitieve tracé van het Rinkhoutpad richting Fabiolalaan of Boentweg nog niet bepaald is bij ingebruikname van de gebouwen dient er een tijdelijke brandweerweg aangelegd te worden met dezelfde karakteristieken als die van een brandweerweg, die het oostelijke uiteinde van het Rinkhoutpad verbindt met de Koningin Fabiolalaan of de Boentweg.
- De ramen van de ruimte voor diensten in Paviljoen die uitgeven op de overdekte hellingen van de parking moeten vaste ramen zijn en een brandweerstand EI60 hebben. - Er moet een ontroking voorzien worden in de horizontale evacuatiewegen van Rink en Kaai die voldoet aan art 6.9.3 uit bijlage 4/1 van het KB.
- Een advies van de ASTRID-veiligheidscommissie is vereist.
- Gezien de complexiteit van de site vraagt de brandweer om een interventiedossier op te maken van de hele site met de 6 woontorens. Het beëindigen van de werken moet gemeld worden aan de brandweer via de website www.brandweerzonecentrum.be/preventie teneinde een controlebezoek te kunnen laten plaatsvinden.
Zie volledig advies op het omgevingsloket.
Gunstig advies van Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken - ASTRID afgeleverd op 2 september 2025 met kenmerk 10985:
De wijzigingen vallen buiten de criteria. Wel wijst de commissie er op dat de beslissing in dossier VCA_2023040108 (OMV_2022154780) nog steeds van toepassing blijft en dient gerespecteerd/uitgevoerd te worden. “Dit dossier werd reeds behandeld met ref. 2018110045 en 2019030022. Gezien de oppervlakte van de sokkel heeft de commissie beslist dat er indoordekking dient aanwezig te zijn op niveau’s -1 en 0.”
Zie volledig advies op het omgevingsloket.
Bergruimte
De appartementen waarbij er wel een te kleine berging voorzien wordt (blok RINK verdieping 1-14 de centrale appartementen langs de zuidzijde) moet van voldoende kastruimte voorzien worden om het tekort aan berging van 0,5m² te compenseren.
Openbaar domein
Brug:
Openbaar – privaat:
Riolering – leidingen:
Verder is het rioleringsplan nog in deze zin aan te passen:
Er dient per bouwblok voldaan te worden aan volgende;
Riolering algemeen:
Volgens het zoneringsplan is het perceel gelegen binnen centraal gebied of collectief geoptimaliseerd buitengebied: er is riolering aanwezig en die is aangesloten op een waterzuivering. Het is verplicht om afvalwater aan te sluiten op de riolering.
Wettelijke bepaling rioolaansluiting:
De regels rond de rioolaansluiting zijn terug te vinden in het Algemeen en het Bijzonder Waterverkoopreglement. Deze reglementen zijn terug te vinden op.
Op www.farys.be/nl/rioolaansluiting vindt u meer info over :
- de specificaties en prijzen van de rioolaansluiting
- de belangrijkste aspecten voor de aanleg van de privéwaterafvoer (onder “Mijn privéwaterafvoer”).
Aanwezige (wacht)aansluiting(en) dienen steeds gebruikt/(her)bruikt te worden. Je bent gebonden door de locatie, de diepteligging en het type aansluiting, namelijk afvalwater (=DWA) of regenwater (=RWA) ter hoogte van de rooilijn.
Je dient het ontwerp en de aanleg van de privéwaterafvoer -op privéterrein- hierop af te stemmen.
Hoe je nagaat of er al een rioolaansluiting aanwezig is, vind je terug op www.farys.be/nl/rioolaansluiting.
In geval geen bestaande aansluiting werd teruggevonden kan een aanvraag voor een nieuwe rioolaansluiting ingediend worden via www.farys.be/nl/rioolaansluiting.
De exacte locatie van de nieuwe aansluiting op openbaar terrein moet in overleg met FARYS bepaald worden. Hou rekening met een mogelijk maximale diepte aan de rooilijn van 50 cm (onderkant buis).
Je dient in principe zelf te zorgen voor de verbinding van de privéwaterafvoer met de rioolaansluiting ter hoogte van het overnamepunt (scheiding tussen privaat perceel en openbaar domein). De verbinding van de privéwaterafvoer met de rioolaansluiting op het openbaar domein kan door FARYS gebeuren. De voorwaarden vind je terug op www.farys.be/nl/rioolaansluiting (onder “Verbinding huisaansluiting - privéwaterafvoer”).
Hou er rekening mee dat je ingeval van sloop en herbouw of grondige renovatie bij de aanvraag van een nieuwe rioolaansluiting zal moeten aantonen hoe het afvalwater op het betreffende perceel voorheen werd afgevoerd.
De aansluiting van afvalwater (DWA) op het rioleringsnet is verplicht als een riolering aanwezig is. De aansluiting van het regenwater (RWA) op het rioleringsnet is niet verplicht.
Privéwaterafvoer:
De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht bij nieuwbouw en herbouw of het realiseren van een bijkomende huisaansluiting. Meer informatie vind je op www.farys.be/keuring-privéwaterafvoer.
Om geurhinder als gevolg van de eigen privéwaterafvoer te voorkomen werden er enkele richtlijnen opgesteld, die je kan terugvinden op www.farys.be/nl/rioolaansluiting (onder “Mijn privéwaterafvoer”).
De openbare riolering kan onder druk komen te staan. Dit betekent dat het waterpeil in de buizen en aansluitingen kan stijgen tot het maaiveld niveau. Houd hier rekening mee bij de aanleg van de privéwaterafvoer.
Je bent verplicht om een septische put te plaatsen:
* enkel voor zwart/fecaal afvalwater
* van minimaal 2000 liter tot 5 IE (IE = inwoner equivalent)
* +300 l/ IE tem 10 IE
* +225 l/IE vanaf de 11e IE
Een hulpmiddel om het aantal IE van gebouwen te bepalen is terug te vinden op de technische toelichting van deel 4 van de code van goede praktijk https://www.integraalwaterbeleid.be/nl/publicaties/code-goede-praktijk-rioleringssystemen/Deel4_DWAsystemen_07_2014.pdf
De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een aansluiting op het gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater). Het is toegestaan het regenwater in een gracht te laten lozen.
Er moet blijvend voorzien worden in een voldoende grote septische put. Alle en enkel de toiletten zijn hierop aan te sluiten.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Openbaar domein
De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.