Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft geen advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
OLEON NV met als contactadres Assenedestraat 2, 9940 Evergem heeft een aanvraag (OMV_2024112870) ingediend bij de deputatie op 8 augustus 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het veranderen van een bedrijf gespecialiseerd in het omzetten van natuurlijke vetten en oliën naar een breed gamma oleochemische producten (IIOA)
• Adres: Assenedestraat 2, 9940 Evergem
• Kadastrale gegevens: sectie A nrs. 66F3, 66G3, 97C3, 117F, 122A2, 122Y, 902P, afdeling 14 sectie X nrs. 69Z4, 69E4 en 69S4
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 12 november 2025.
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 12 november 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 11 december 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het veranderen van een bedrijf gespecialiseerd in het omzetten van natuurlijke vetten en oliën naar een breed gamma oleochemische producten (IIOA).
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
3.6.1. | afvalwaterzuiveringsinstallatie (+ lozen effluentwater en ontwateren slibproductie) voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater, ander dan afkomstig van woongelegenheden, met een debiet van meer dan 600 m³ per jaar | Een actualisatie van het geloosde debiet van 4.530 naar 4.800 m³ per jaar op basis van het huidige aantal werknemers. | klasse 3 | Verandering | 270 m³/jaar |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | De uitbreiding met diverse airco's en koelgroepen met een geïnstalleerd vermogen van 61,32 kW. Administratieve rechtzetting van het geïnstalleerd vermogen dat werd toegewezen aan de koelgroepen. | klasse 2 | Verandering | 61,32 kW |
17.3.2.3.2°a) | overige brandgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen niet vermeld in rubriek 17.3.2.1 en 17.3.2.2 met een gezamelijke opslagcapaciteit van meer dan 1 ton tot en met 50 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | De maximale opslag van 29,70 ton actieve kool CA3 (GHS02) waarvan 23,20 ton in een bovengrondse tank van 58 m3 en 6,50 ton in verplaatsbare recipiënten | klasse 2 | Nieuw | 29,7 ton |
Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:
3.5.3° | Het lozen van maximaal 500 m³/uur – 12.000 m³/dag en 2.500.000 m³/jaar koelwater in oppervlaktewater | 500 m³/uur
3.6.3.3° | Het lozen van maximaal 150 m³/uur – 3.600 m³/dag en 1.000.000 m³/jaar bedrijfsafvalwater met gevaarlijke stoffen via een waterzuiveringsinstallatie (een neutralisatiebekken, vetvangers, een bufferbekken, een biologische zuivering, een stabilisatie en een slibindikking) in oppervlaktewater | 150 m³/uur
6.4.3° | De maximale opslag van 32.421.000 liter brandbare vloeistoffen waarvan 31.126.000 liter in 102 bovengrondse houders van respectievelijk 2 x 40 m3 - 6 x 50 m3 - 2 x 60 m3 - 21 x 100 m3 - 150 m3 - 9 x 180 m3 - 10 x 200 m3 - 2 x 220 m3 - 3 x 250 m3 - 285 m3 - 295 m3 - 12 x 300 m3 – 2 x 310 m3 - 2 x 392 m3 - 10 x 400 m3 - 420 m3 - 485 m3 - 497 m3 - 7 x 500 m3 - 530 m3 - 2x 650 m3 - 750 m3 - 3 x 1.000 m3 - 3.500 m3 en 1.295.000 liter in verplaatsbare recipiënten | 32421000 liter
6.5.1° | Een verdeelslang voor stookolie | 1 verdeelslang
7.2. | Geïntegreerde chemische installaties voor de fabricatie op industriële schaal, door chemische omzetting waarin verschillende eenheden naast elkaar bestaan en functioneel met elkaar verbonden zijn, voor de fabricatie van basischemicaliën. | 533000 ton/jaar
7.11.1°b) | Chemische installaties voor de productie van 533.000 ton/jaar zuurstofhoudende koolwaterstoffen, waarvan: - 240.000 ton vetzuren; - 40.000 ton methylesters; - 120.000 ton biodiesel; - 35.000 ton mixed glycerine; - 40.000 ton plantaardige glycerine; - 28.000 ton propyleenglycol; - 28.000 ton dimeren - 2.000 ton ethyleenglycol. | 533000 ton/jaar
7.12.1°a) | Chemische installaties voor de productie van 533.000 ton/jaar organische chemicaliën, waarvan: - 240.000 ton vetzuren; - 40.000 ton methylesters; - 120.000 ton biodiesel; - 35.000 ton mixed glycerine; - 40.000 ton plantaardige glycerine; - 28.000 ton propyleenglycol; - 28.000 ton dimeren; - 2.000 ton ethyleenglycol | 533000 ton/jaar
12.2.2° | 6 transformatoren met een individueel nominaal vermogen van respectievelijk 1.250 kVA, 2 x 1.600 kVA en 3 x 2.000 kVA. | 10450 kVA
15.1.2° | De maximale stalling van 31 voertuigen andere dan personenwagens. | 31 voertuigen
16.4.1° | Een propaanvulstation voor heftrucks. | 1 vulstation
17.1.2.1.2° | De maximale opslag van 9.872 liter diverse gassen in gasflessen. | 9872 liter
17.1.2.2.3° | De maximale opslag van 3.000 liter LPG en 25.000 liter N2 in 2 bovengrondse vaste gastanks. | 28000 liter
17.2.1. | De maximale aanwezigheid van volgende Seveso-producten: - 0,09 ton waterstof - 1,93 ton LPG en aardgas - 0,06 ton acetyleen - 599,64 ton methanol (incl. oplossingen) - 0,1 ton zuurstof - 8,312 ton aardolieproducten - 0,1 ton ontvlambare gassen cat. 1 of 2 - 1 ton H2-producten - 195,175 ton milieugevaarlijke producten (E1) | 1 lagedrempelinrichting
17.3.2.1.1.1°a) | De maximale opslag van 8,312 ton diesel en stookolie (GHS02), waarvan 4,2 ton stookolie in 2 bovengrondse tanks van respectievelijk 2 x 2,4 m3 en 4,112 ton diesel in een bovengrondse houders van 4,7 m3. | 8,31 ton
17.3.2.2.3°b) | De maximale opslag van 458,2 ton methanol (incl. mengsels) (GHS02) in 3 bovengrondse tanks van respectievelijk 60 m3 - 200 m3 en 300 m3 | 458,2 ton
17.3.4.3° | De maximale opslag van 690,53 ton diverse bijtende vloeistoffen en vaste stoffen (GHS05) waarvan 50 ton ongebluste kalk in een silo, 617,15 ton in 11 bovengrondse tanks van respectievelijk 1,5 m3 -2 x 25 m3 - 8 m3 - 39 m3 - 40 m3 - 3 x 60 m3 - 63 m3 - 67 m3 en 23,375 ton in verplaatsbare recipiënten | 690,53 ton
17.3.5.3° | De maximale opslag van 459,2 ton methanol (incl. mengsels) (GHS06) in 3 bovengrondse tanks van respectievelijk 60 m3 – 200 m3 en 300 m3 en 1 ton mierenzuur in stukgoed. | 459,2 ton
17.3.6.3° | De maximale opslag van 1201,99 ton diverse schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen (GHS07) waarvan 50 ton ongebluste kalk in een bovengrondse silo , 1114,75 ton in 8 bovengrondse tanks van respectievelijk 6m3 - 2 x 25 m3 - 40 m3 - 67 m3 - 200 m3 - 2x300 m3 en 37,24 ton in verplaatsbare recipiënten. | 1201,99 ton
17.3.7.3° | De maximale opslag van 460 ton op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (GHS08) waarvan 458,2 ton methanol (incl. mengsels) in 3 bovengrondse tanks van respectievelijk 60 m3 – 200 m3 en 300 m3 en 1,8 ton thermische olie in verplaatsbare recipiënten | 460 ton
17.3.8.2° | De maximale opslag van 102,08 ton diverse voor het aquatische milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen waarvan 35,2 ton biodiesel met BHT in een bovengrondse houder van 40 m3 en het overige in verplaatsbare recipiënten. | 102,08 ton
17.4. | De maximale opslag van 2.150 kg en 2.000 liter diverse gevaarlijke stoffen in kleine verpakkingen. | 4150 kg
19.6.1°c) | De maximale opslag van 600 m3 houten paletten in een lokaal. | 600 m³
24.2. | 2 kwaliteitslabo's | 2 labo's
29.5.2.1°a) | Diverse metaalbewerkingstoestellen met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 27,45 kW | 27,45 kW
31.1.1°a) | 5 sprinklerinstallaties met een totaal nominaal vermogen van respectievelijk 2 x 172 kW en 3 x 197 kW (worden voor slechts 50% in rekening gebracht) (totaal: 935 kW) | 935 kW
39.1.1° | Een stoomgenerator met een individuele inhoud van 325 liter. | 325 liter
39.1.2° | 1 stoomgenerator met een inhoud van 600 liter. | 600 liter
39.1.3° | 2 stoomgeneratoren met een individuele inhoud van 16.000 liter en 45.700 liter | 61700 liter
39.2.1° | 39 stoomvaten met een individuele inhoud van respectievelijk 4 x 300 liter – 2 x 320 liter – 325 liter – 340 liter – 2 x 390 liter – 2 x 400 liter – 2 x 410 liter – 500 liter – 560 liter – 612 liter – 700 liter – 730 liter – 800 liter – 900 liter – 950 liter – 3 x 1.000 liter – 3 x 1.100 liter – 1.220 liter – 2 x 1.800 liter – 2 x 1.875 liter – 2.864 liter – 3.320 liter – 2 x 4.220 liter – 2 x 4.900 liter. | 49951 liter
39.2.2° | 8 stoomvaten met een individuele inhoud van respectievelijk 2 x 7.700 liter – 2 x 8.270 liter – 2 x 9.000 liter – 10.309 liter en 11.800 liter. | 72049 liter
39.4.1° | 5 warmtewisselaars met een individuele inhoud van 33 liter, 44 liter, 455 liter, 625 liter en 1.700 liter. | 2857 liter
39.4.2° | 4 warmtewisselaars met een individuele inhoud van 6.350 liter, 7.386 liter en 2 x 15.600 liter. | 44936 liter
43.1.3° | 5 stookinstallaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van respectievelijk 150 kW - 750 kW - 4.500 kW - 17.000 kW - 22.500 kW (totaal 44.900 kW) | 44900 kW
43.3.1° | 5 stookinstallaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van respectievelijk 150 kW - 750 kW - 4.500 kW - 17.000 kW - 22.500 kW en 5 dieselmotoren met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van respectievelijk 2 x 172 kW en 3 x 197 kW (totaal 45.835 kW). | 45,835 MW
43.4. | 5 stookinstallaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van respectievelijk 150 kW - 750 kW - 4.500 kW - 17.000 kW - 22.500 kW en 5 dieselmotoren met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van respectievelijk 2 x 172 kW en 3 x 197 kW (totaal 45.835 kW). | 45,835 MW
44.2.3°a) | Diverse toestellen en installaties voor het behandelen van plantaardige en/of dierlijke vetten en oliën met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 9.380,5 kW. | 9380,5 kW
44.3. | De maximale opslag van 63.277,54 ton niet-eetbare vetten en oliën die niet zijn ingedeeld onder de vergunde rubriek 17, waarvan 61.162,92 ton in bovengrondse tanks en 2.114,62 ton in verplaatsbare recipiënten. | 63277,54 ton
2. HISTORIEK
De vergunningverlenende overheid staat in voor de historiek van de inrichting.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in koppelingsgebied K1 / type 1 en gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor activiteiten die een buffering en/of koppeling
teweegbrengen ten opzichte van het omgevende gebied. In dit gebied kunnen de bestaande woningen en de bestaande activiteiten (inclusief landbouwactiviteiten) behouden blijven. Nieuwe inplantingen van woningen zijn niet toegelaten; vervanging, verbouwing en uitbreiding van bestaande woningen kan worden toegelaten. Aanleg of inrichting van bestaande infrastructuur voor de ontsluiting van het omgevende gebied zijn niet toegelaten. Toegelaten zijn nieuwe inplantingen van recreatieve activiteiten, gemeenschapsvoorzieningen en nutsvoorzieningen en dienstwoningen behorend bij deze functies voor zover deze functies complementair zijn met activiteiten in de omliggende gebieden, niet meer dan 50% van de totale terreinoppervlakte bezetten en geen afbreuk doen aan de bufferende functie of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteit van het omgevende gebied.
In het koppelingsgebied dient een actieve landschapsontwikkeling plaats te vinden; bestaande landbouwfuncties kunnen hierin worden geïntegreerd.
De Vlaamse regering kan bepalen dat vooraleer in het gebied werken en handelingen kunnen worden uitgevoerd een bijzonder plan van aanleg dient goedgekeurd te worden waarin de stedenbouwkundige aanleg van het gebied en de bijhorende voorschriften betreffende de aard en inplanting van gebouwen en nutsvoorzieningen en de terreinbezetting worden vastgesteld. In dat geval kan ook het wijzigen van de functie van bestaande gebouwen, het inplanten van nieuwe functies en het vervangen van bestaande woningen pas na goedkeuring van een bijzonder plan van aanleg.
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 1: Afbakeningslijn zeehavengebied Gent.
In de aanvraag worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd. Er wordt dus aangenomen dat de aanvraag zich situeert binnen de afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen. Er mogen geen stedenbouwkundige handelingen gebeuren zonder vergunning.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5. NATUURTOETS
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.
6. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 21 november 2025 tot en met 20 december 2025.
Op het moment van opmaak van dit advies, werden gedurende het openbaar onderzoek geen bezwaarschriften ingediend.
7. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Er wordt geen advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
CONCLUSIE
Er wordt geen advies gegeven.
De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen geeft geen advies over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een bedrijf gespecialiseerd in het omzetten van natuurlijke vetten en oliën naar een breed gamma oleochemische producten (IIOA) van OLEON nv, gelegen te Assenedestraat 2, 9940 Evergem.
Er worden geen aandachtspunten meegegeven.