Terug
Gepubliceerd op 19/12/2025

2025_CBS_11107 - OMV_2025143900 - een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties - Goedingenstraat 10, 9051 Gent - aktename

college van burgemeester en schepenen
do 18/12/2025 - 12:47 College Raadzaal
Datum beslissing: do 18/12/2025 - 13:11
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter

Afwezig

Christophe Peeters, schepen

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Voorzitter

Mathias De Clercq, burgemeester-voorzitter
2025_CBS_11107 - OMV_2025143900 - een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties - Goedingenstraat 10, 9051 Gent - aktename 2025_CBS_11107 - OMV_2025143900 - een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties - Goedingenstraat 10, 9051 Gent - aktename

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 107.

Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

Het Decreet over de programmatische aanpak stikstof van 24 januari 2024, artikel 8.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen dient akte te nemen van de ingediende melding. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

De Roo, Steven met als contactadres Goedingenstraat 10, 9051 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025143900) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 27 november 2025.

 

De melding handelt over:

Onderwerp: een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties

• Adres: Goedingenstraat 10, 9051 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 26 sectie A nrs. 11E, 13H, 32F, 32G en 33V

 

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 08/12/2025.

 

OMSCHRIJVING MELDING

1.  BESCHRIJVING VAN DE GEMELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT

De melding heeft betrekking op een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen.

 

De inrichting (internnummer: 1159/ inrichtingsnummer: 20220930-0061) is vergund tot 29 mei 2028.

 

2.  HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Omgevingsvergunningen

* Op 10/11/2022 werd een aktename afgeleverd voor de overname van het landbouwbedrijf van de heren de roo steven en johan door dhr de roo steven. (OMV_2022131203)

* Op 09/02/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een nieuwe loods, het uitbreiden van de bestaande loods na sloop van een garage, de aanleg van nieuwe erfverharding en infiltratievoorziening en het veranderen van de exploitatie van het landbouwbedrijf. (OMV_2022101201)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 26/01/1972 werd een vergunning afgeleverd voor bouwen van een nieuwe veestal. (1973 AF 2)

* Op 24/01/1985 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een ligbox en stal voor koeien. (1984/972)

* Op 12/12/1989 werd een vergunning afgeleverd voor het bijbouwen van een berging. (1989/890)

* Op 19/10/1993 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van een ondergrondse mestkelder. (1993/70076)

* Op 27/05/1997 werd een weigering afgeleverd voor het bouwen (uitbreiden) van een melkveestal + regularisatie reeds uitgevoerde mestkelder. (1995/70069)

* Op 28/10/1997 werd een vergunning afgeleverd voor het oprichten van gemetselde kabine. (1997/70065)

* Op 11/09/2003 werd een vergunning afgeleverd voor de verbouwing van een bestaande landelijke bedrijfswoning voor een landbouwer. (2003/70081)

* Op 13/03/2008 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een melkveestal, regularisatie sleufsilo's en slopen rundveestal. (2007/70193)

 

Milieuvergunningen

* Op 06/04/1993 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een landbouwbedrijf met twee stookolietanks van in totaal 3.000 l (rubriek 17.3.6.1.) en het lozen van normaal huisafvalwater in de gracht (rubriek 3.2.). (1159/E/1)

* Op 19/04/1994 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van het bedrijf met 40 runderen en de opslag van dierlijke mest tot 1264 m³. (1159/E/2)

* Op 11/04/2003 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor overname van de inrichting op naam van De Roo Johan door de heren De Roo Steven & Johan. (1159/E/3)

* Op 23/05/2003 werd door het college van burgemeester en schepenen akte genomen van de de melding van een overname voor een landbouwbedrijf (arab-vergunning). (5016/E/2)

* Op 29/05/2008 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor de uitbreiding, hernieuwing, wijziging en toevoeging van een landbouwbedrijf. (1159/E/4)

 

BEOORDELING MELDING

3.  TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

TOEPASSINGSGROND

Conform artikel 8 van het decreet over de programmatische aanpak stikstof (stikstofdecreet) dient de aanvraag behandeld te worden volgens de meldingsprocedure vermeld in hoofdstuk 10 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

 

BEVOEGDHEID

De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.

 

ONDERZOEK VOORWAARDEN ARTIKEL 8 STIKSTOFDECREET

Bestaande rundveehouderijen dienen tegen 31 december 2025 een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren.

 

Rundveehouderijen waarvoor een ingreep al vervat zit in de geldende omgevingsvergunning, worden geacht te hebben voldaan aan deze verplichting.

 

De aanvrager meldt een tussentijdse reductie van 8,73 %.

 

ONDERZOEK MELDINGSPLICHT, NIET-VERBODEN KARAKTER EN STEDENBOUWKUNDIGE INPLANTING

De gemelde exploitatie is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.

 

Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandsregels.

 

De gemelde exploitatie is niet verboden.

 

Het project ligt in woonpark, natuurgebied en landschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977). De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. De woonparken zijn gebieden waarin de gemiddelde woningdichtheid gering is en de groene ruimten een verhoudingsgewijs grote oppervlakte beslaan. Onder woningdichtheid van een op het plan begrensd gebied wordt het aantal woningen per hectare verstaan. De natuurgebieden omvatten de bossen, wouden, venen, heiden, moerassen, duinen, rotsen, aanslibbingen, stranden en andere dergelijke gebieden. In deze gebieden mogen jagers- en vissershutten worden gebouwd voor zover deze niet kunnen gebruikt worden als woonverblijf, al ware het maar tijdelijk. De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden. De landschappelijke waardevolle gebieden zijn gebieden waarvoor bepaalde beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen. In deze gebieden mogen alle handelingen en werken worden uitgevoerd die overeenstemmen met de in grondkleur aangegeven bestemming, voor zover zij de schoonheidswaarde van het landschap niet in gevaar brengen.

 

Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg AFSNEE ZUID, goedgekeurd op 2 februari 1989, en is bestemd als zone voor landschappelijk waardevol agrarisch gebied, zone voor landschappelijk waardevolle landbouwbedrijven en zone voor buffergroen.

 

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

 

De melding is in overeenstemming met de voorschriften.

 

CONCLUSIE

Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent is bevoegd voor de aktename.

 

De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden en de inplanting van de inrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften conform artikel 4.1.1.1 van Vlarem II.

 

4.  OMGEVINGSTOETS

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Bestaande rundveehouderijen dienen tegen 31 december 2025 een tussentijdse reductie van 5% ten opzichte van de huidige vergunde situatie te realiseren. De tussentijdse reductie voor rundveehouderijen kan worden gerealiseerd door de volgende ingrepen in de vergunning op te nemen:

*een ammoniakemissiereducerende maatregel;

*een vermindering van het aantal dierplaatsen;

*een combinatie van beide.

 

De aanvrager geeft aan volgende ammoniakemissiereducerende maatregelen toe te passen:

*PAS R-1.2: 140 dierplaatsen: mestrobot 6x rijden.

Deze maatregel wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden.

 

Na het toepassen van deze maatregel wordt een totale ammoniakemissie van 1902 kg NH3/ jaar verwacht. Dit komt overeen met een reductie van 182 kg NH3/ jaar of 8,73 %.

 

Als opmerking wordt meegegeven dat de exploitant de maatregelen ook in de Mestbankaangifte dient aan te geven.

 

De actualisatie van de bijzondere milieuvoorwaarden zal pas gebeuren bij een volgende omgevingsaanvraag. De in de lopende vergunningen opgelegde bijzondere

milieuvoorwaarden blijven onverminderd van toepassing:

1. Regenwater of recupwater dient prioritair gebruikt te worden voor laagwaardige toepassing.

2. De boorput moet voorzien zijn van een afzonderlijke, rechte onvervormbare PVC-peilbuis, die toelaat steeds peilmetingen uit te voeren. De binnendiameter van deze peilbuis dient minimaal 27 millimeter te bedragen.

3. Mazouttank

a. Voor de nieuwe dubbelwandige bovengrondse mazouttank (met verdeelslang) moeten een conformiteitsattest en attest vóór de ingebruikname voorgelegd worden binnen de 3 maand na het verlenen van de vergunning. De documenten moeten bezorgd worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent – met vermelding van het dossiernummer).

b. Er dient steeds voldoende absorptiemateriaal ter hoogte van de mazouttank (met verdeelslang) aanwezig te zijn om mogelijke morsverliezen op te nemen.

4. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 027315-004/PVH/2022) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

CONCLUSIE

Er wordt akte genomen van de melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties, voor de rundveehouderij.

 

De bestaande vergunning voor de ingedeelde inrichting of activiteit loopt tot 29 mei 2028, zoals opgenomen in de basisvergunning."

Communicatie

Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren vanaf de aanplakking van de meldingsakte.

Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.

De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : 'BEKENDMAKING MELDINGSAKTE'.

Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.

De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel

U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.

Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).

U bent een rolrecht verschuldigd van:
- 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
- 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.

U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
- het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
- het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
- het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door De Roo, Steven (O.N.:0896346316) voor een melding tussentijdse inspanning voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties, gelegen Goedingenstraat 10, 9051 Gent.

Artikel 2

De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:

 

Bijzondere voorwaarden voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

Volgende ammoniakemissiereducerende maatregel dient toegepast:

* PAS R-1.2: 140 dierplaatsen: mestrobot 6x rijden.

 

Volgende milieuvoorwaarden zijn van toepassing op de inrichting:

  1. Regenwater of recupwater dient prioritair gebruikt te worden voor laagwaardige toepassing.
  2. De boorput moet voorzien zijn van een afzonderlijke, rechte onvervormbare PVC-peilbuis, die toelaat steeds peilmetingen uit te voeren. De binnendiameter van deze peilbuis dient minimaal 27 millimeter te bedragen.
  3. Mazouttank
    1. Voor de nieuwe dubbelwandige bovengrondse mazouttank (met verdeelslang) moeten een conformiteitsattest en attest vóór de ingebruikname voorgelegd worden binnen de 3 maand na het verlenen van de vergunning. De documenten moeten bezorgd worden aan de Dienst Toezicht van de Stad Gent (toezicht@stad.gent – met vermelding van het dossiernummer).
    2. Er dient steeds voldoende absorptiemateriaal ter hoogte van de mazouttank (met verdeelslang) aanwezig te zijn om mogelijke morsverliezen op te nemen.
  4. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 027315-004/PVH/2022) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.
  5. Volgende ammoniakemissiereducerende maatregel dient toegepast:

* PAS R-1.2: 140 dierplaatsen: mestrobot 6x rijden.

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

De exploitant dient de PAS maatregelen ook in de Mestbankaangifte aan te geven.