Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de aanvraag.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
IMMODEG NV met als contactadres Wiedauwkaai 25, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025093907) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 4 augustus 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het oprichten van een milieulokaal voor het sorteren van afval
• Adres: Wiedauwkaai 25, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 7 sectie G nr. 227V2
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 22 september 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 13 november 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het oprichten van een lokaal voor het sorteren van afval op de site langsheen de Wiedauwkaai 25 in de deelgemeente Wondelgem. De omgeving wordt gekenmerkt door industrieterreinen die ontsloten worden door de Wiedauwkaai (in het westen) en de Nieuwevaart (in het zuiden). De Wiedauwkaai is gelegen langsheen het kanaal Gent-Terneuzen en de Nieuwevaart langsheen het Verbindingskanaal. Beide bevaarbare waterlopen (in het beheer van De Vlaamse Waterweg) verbinden de Gentse haven met de Gentse binnenstad.
Het lokaal zal dienen voor het sorteren, tijdelijk opslaan en organiseren van afvalstromen afkomstig van de site ‘Eskimofabriek’. De site wordt gekenmerkt door een industrieel karakter en is samengesteld uit verschillende bouwvolumes die in verschillende bouwfases tot stand zijn gekomen.
Het nieuwe lokaal wordt op de site ingepland ten zuiden van de parking en situeert zich achter rijwoningen die langsheen de Wiedauwkaai gelegen zijn. De constructie behoudt ca. 15,5 m afstand ten opzichte van de achterste perceelsgrenzen van de rijwoningen. Verder zijn er ter hoogte van de linkerperceelsgrens rijwoningen aanwezig die in de dwarse richting grenzen aan de Eskimofabriek site. Deze rijwoningen zijn gelegen in een zijstraat van de Wiedauwkaai, die tevens de naam Wiedauwkaai kent, en hebben een haakse oriëntatie op de site. Het afvallokaal is gelegen op ca. 4,80 m van de linkerperceelsgrens die tevens de achterste perceelsgrenzen vormt van de haakse rijwoningen.
De bomen die ter hoogte van de linker perceelsgrens aanwezig zijn blijven behouden. Tegen de linkerperceelsgrens zijn in een oksel van de Eskimofabriek site garageboxen gesitueerd. De zuidoostelijke hoek van het lokaal grenst aan de eerste garagebox uit de rij.
Het lokaal heeft de vorm van een rechthoek en wordt voorzien van een plat dak. Het heeft een breedte van 4 m en een diepte van ca. 8,08 m (totale oppervlakte ca. 32,32 m²). De kroonlijsthoogte van het bijgebouw ligt op een hoogte van 2,41 m ten opzichte van het maaiveld. De constructie wordt opgebouwd in een metalen frame (in het donkergrijs) en afgewerkt met verticale houten planken als gevelbekleding.
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
Stedenbouwkundige vergunningen
Stedenbouwkundige overtredingen
Op 15 februari 2017 werd het volgende vastgesteld:
Uit een geregistreerd huurcontract blijkt deze woongelegenheid reeds te bestaan sinds 2010.
Besluit: Gelet op de inrichting en het ontbreken van stedenbouwkundige vergunningen, oudere huurcontracten (van voor 1/8/1996) of inschrijvingen kunnen we aannemen dat de huidige woongelegenheid een verjaarde inbreuk is.
Op 30 september 2020 werd vastgesteld dat deze inbreuk (zie hierboven) werd ongedaan gemaakt.
De woongelegenheid rechts op de 1e verdieping van het gebouw achter de parking, evenwijdig met de straat bestaat niet langer.
Op 30 september 2020 is toen een nieuw bouwmisdrijf vastgesteld:
Op de 1e verdieping van het gebouw rechts van de parking, dwars op de straat is een nieuwe woongelegenheid ingericht.
Op 8 oktober 2020 werden betrokkenen aangemaand een omgevingsaanvraag in te dienen ter regularisatie van dit bouwmisdrijf. Er is geen verdere info hieromtrent gevonden of deze werd opgeheven of niet. Er werd tot op heden nog een regularisatieaanvraag ingediend.
Verder is er ook een proces-verbaal met het nummer 66.97.10079/90 opgemaakt op 14 september 1990 voor: Op de zijgevel van het gebouwencomplex werden drie reclamepanelen (elk van ca. 20m² groot) geplaatst zonder de vereiste vergunning.
Conclusie: er zijn nog 2 bouwmisdrijven
Deze bouwmisdrijven moeten ongedaan gemaakt worden of er moet hiervoor een omgevingsaanvraag ter regularisatie worden ingediend.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven:
Voorwaardelijk gunstig advies van AWV - District Gent Gewestwegen afgeleverd op 6 oktober 2025 onder ref. AV/411/2025/01564:
Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert GUNSTIG betreffende de voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met de op het Omgevingsloket vermelde inlichtingen en beperkingen.
Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de omschreven aandachtspunten (zie Omgevingsloket).
Geen advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West afgeleverd op 20 oktober 2025:
Gezien de aard van de aanvraag kan in alle redelijkheid verwacht worden dat er geen significante effecten op het watersysteem zullen optreden. De aanvraag is verenigbaar met de doelstellingen en beginselen van het ‘Decreet Integraal Waterbeleid’. Er wordt door de aangevraagde werken evenmin een impact op het beheer en/of de exploitatie van de waterweg en het patrimonium van De Vlaamse Waterweg nv verwacht.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in industriegebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
Deze zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de ander industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005).
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement, het wijkt af op volgend punt:
Artikel 3.8 – Groendak
Dit artikel stelt dat bij nieuwbouw, herbouw en bij verbouwing (al dan niet met uitbreiding) elke nieuwe dakoppervlakte groter dan 6 m² met een hellingsgraad tot 15 graden aangelegd moet worden als een groendak. Dit groendak moet een buffervolume hebben van minimaal 35 liter per m².
Voor gebouwen en constructies andere dan woongebouwen geldt de verplichting tot plaatsing van een groendak slechts in verhouding tot de mogelijkheden van hergebruik van hemelwater. Dakgedeelten waarvoor aangetoond wordt dat ze instaan voor opvang en nuttig hergebruik van het hemelwater, zijn vrijgesteld van de verplichting tot aanleg van een groendak.
Toetsing:
In voorliggende aanvraag wordt het platte dak van de constructie, met een oppervlakte van 32,32 m², niet aangelegd als een groendak. De Stad Gent legt op dat voor constructies en gebouwen met nieuwe platte daken en zonder wooneenheden, het nuttig gebruik altijd moet aangetoond worden in de vergunningsaanvraag. In voorliggende aanvraag ontbreekt de motivering omtrent het nuttig gebruik en blijkt tevens niet duidelijk of het hemelwater dat op de constructie valt wordt aangesloten op een (eventueel bestaande) hemelwaterput. Er is dan ook geen gegronde reden om een afwijking op dit artikel toe te staan. Het platte dak van de constructie zou als groendak moeten worden voorzien.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023 (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023): zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gewestweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1. Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West en in een afstroomgebied in beheer van Stad Gent. Het project ligt in de nabijheid van een waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv -Afdeling Regio West.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het terrein is momenteel bebouwd.
5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
Het hemelwater dat op het bijgebouw terecht komt, mag niet rechtstreeks worden afgevoerd naar de openbare riolering. Dit kan door de aanleg van het plat dak als groendak of door het opgevangen hemelwater dat op het bijgebouw terecht komt in een omliggende groenzone te laten infiltreren.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Volgens de pluviale overstromingskaart bestaat er een middelgrote overstromingskans ter hoogte van de wegenis. Indien de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement inzake hemelwater correct toegepast worden, wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3. Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets niet doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er is geen waardevol groen of boom verwijderd. De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen. Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater. Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Voorliggende aanvraag betreft het oprichten van een afvallokaal voor containers. Het gaat om een vrijstaand gebouw dat geen enkele link heeft met de andere bebouwing op de site. Bovendien grenst het gebouw aan garageboxen en wordt door afstand te houden ten opzichte van de perceelsgrens een ‘blinde zone’ gecreëerd achter het afvallokaal. De inplanting van dergelijk gebouw moet beter onderzocht worden in functie van andere aanwezige gebouwen en activiteiten op deze site. Er moet in eerste instantie gezocht worden naar een oplossing inpandig. Een losstaand afvallokaal op deze locatie zorgt voor een verdere verrommeling van de site en getuigt niet van zorgvuldig ruimtegebruik van een industriezone.
De aanvrager verwijst in de motiverende nota kort naar het doel van dit gebouw, namelijk “de afvalverwerking van de bedrijvensite op een efficiënte, veilige en milieuvriendelijke manier centraliseren”. In de motiverende nota wordt verwezen naar 2 vergunde activiteiten (OMV_2024155445 en OMV_2018029239) maar in de praktijk zijn er veel meer (bedrijfs)activiteiten in deze gebouwen gehuisvest. Op basis van de huidige informatie is niet duidelijk voor welke bedrijven en activiteiten op de site het gemeenschappelijke afvallokaal noodzakelijk is. Aangezien de hoeveelheid afval en de totale vraag niet in beeld gebracht werd, volgt hieruit ook dat de gevraagde dimensionering van het afvallokaal niet kan getoetst worden.
Een dergelijk afvallokaal is enkel aanvaardbaar indien op de site enkel bedrijven gehuisvest zijn die hier ook werkelijk thuishoren. De site is gelegen in industriegebied, hetgeen impliceert dat op deze site enkel industriële of ambachtelijke bedrijven gehuisvest mogen zijn.
In de huidige aanvraag ontbreekt het grotere geheel en de samenhang tot de aanwezige activiteiten en bedrijven op de site in zijn totaliteit. Er moet op zoek gegaan worden naar een doordachte inplanting waaruit ook de relatie met de aanwezige gebouwen en activiteiten op deze site blijkt. Bovendien moet er rekening gehouden worden met hemelwaterinfiltratie en
-recuperatie gelinkt aan het ruimere riolerings- en hemelwaterstelsel van de bedrijvensite. Tot slot moet ook rekening gehouden worden met de omliggende percelen en de mogelijke hinder naar de omgeving (zoals de rijwoningen).
Bij een eventuele nieuwe aanvraag moet de ruimere context van de site tot het afvallokaal verduidelijkt worden. Welk afval is afkomstig van welk bedrijf of welke activiteit? Over welke hoeveelheden gaat dit?
CONCLUSIE
Ongunstig voor het oprichten van een vrijstaand afvallokaal, omwille van strijdigheid met het Algemeen Bouwreglement (artikel 3.8 Groendak), het niet doorstaan van de watertoets en de onverenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsvergunning voor het oprichten van een milieulokaal voor het sorteren van afval aan IMMODEG nv (O.N.:0436271356) gelegen te Wiedauwkaai 25, 9000 Gent.