Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°.
De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
1. Belast voorwerp
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor het openhouden van nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie. Deze uitbatingen, die onder de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening aan aparte openingsuren en een vergunningenstelsel zijn onderworpen, brengen nachtelijk publiek op de been en lopen een verhoogd risico om aanleiding te geven tot overlast.
Deze belasting is verantwoord enerzijds door de overlast voor omwonenden die veroorzaakt wordt door de aanwezigheid van bedoelde uitbatingen en anderzijds door de kosten die gemaakt worden inzake toezicht door politie en uitreiking van vergunningen teneinde deze doelgroep in kaart te brengen en alert te zijn voor mogelijke verstoringen van de openbare veiligheid en rust.
2. Belastingplichtige en tarief
De belastingplichtige is de uitbater van de vestiging. De eigenaar van het gebouw wordt hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de belasting, om deze mee te responsabiliseren voor het gebruik dat van zijn gebouw wordt gemaakt. De eigenaar/verhuurder staat immers een bepaald gebruik van zijn gebouw toe, waarvan hij zich bewust moet zijn dat dit een verhoogd risico tot overlast oplevert.
De belasting is een vast forfait per uitbating. Het tarief is verantwoord doordat voor nachtwinkels een speciale behandeling is voorzien in de wet van 10 november 2006, waardoor er mag aangenomen worden dat zij meer overlast met zich meebrengen dan bijvoorbeeld cafés die, voor zover zij na het gebruikelijk sluitingsuur open blijven, ook belast worden in het reglement op openhouden van drankgelegenheden. (Rb. Antwerpen 9 oktober 2017, Juristenkrant 2017)
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
3. Vrijstellingen en vermindering
De maanden waarin de hogere overheid op algemene wijze een vroeger sluitingsuur oplegt dan voorzien in de politieverordening op het sluitingsuur van drankgelegenheden, zijn van de belasting vrijgesteld. Deze maanden worden, (in afwijking van Artikel 3) naar verhouding van de verschuldigde belasting afgetrokken. Op deze manier wordt vermeden dat de belastingplichtige onderworpen is aan de belasting, terwijl de vestiging in werkelijkheid geen activiteiten uitoefent na het sluitingsuur van drankgelegenheden.
Team Belastingen Wonen+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Wonen+ |
| Budgetplaats | |
| Categorie* | 7340800 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 125.766 |
| 2027 | 124.598 |
| 2028 | 119.146 |
| 2029 | 113.428 |
| 2030 | 107.432 |
| 2031 | 101.151 |
| Totaal | 691.521 |