Het college van burgemeester en schepenen heeft dit besluit gewijzigd op 4 december 2025 (cfr. 2025_CBS_10716)
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
De belasting op het verstrekken van logies werd voor het laatst door de gemeenteraad d.d. 18 december 2019 goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
1. Belast voorwerp
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor het verstrekken van logies op het grondgebied van Stad Gent. Voor de gebruikte begrippen wordt verwezen naar het Logiesdecreet.
Het is gerechtvaardigd om een financiële bijdrage te vragen aan de logiesverstrekkende sector, die specifiek voordeel haalt uit de financiële inspanningen van het stadsbestuur om de Stad toeristisch te promoten en aantrekkelijk te maken voor o.a. verblijfstoerisme. Gezien de Stad Gent het jeugdtoerisme bijkomend wenst te promoten, is het bovendien gerechtvaardigd alleen die overnachtingen van volwassenen – vanaf 18 jaar – te laten meetellen voor het berekenen van de belasting.
2. Belastingplichtige en tarief
De belastingplichtige is de natuurlijke- of rechtspersoon die de toeristische logies exploiteert. Het is hij die het voordeel haalt uit de investeringen van de Stad Gent in het toerisme, gezien dit een vraag naar overnachtingen creëert waar de uitbater op inspeelt met zijn activiteit.
Het reglement voorziet in een tariefstructuur die bestaat uit drie categorieën. De eerste categorie omvat terreingerelateerde logies en hostels. De tweede categorie betreft enerzijds hotels en B&B’s, en anderzijds vakantiewoningen en kamergerelateerde logies waarbij de uitbater op de eerste dag van het semester is ingeschreven in het bevolkingsregister. De derde categorie omvat vakantiewoningen en kamergerelateerde logies waarbij de uitbater niet is ingeschreven in het bevolkingsregister op de eerste dag van het semester.
Met deze opdeling worden twee nevendoelstellingen nagestreefd.
Enerzijds wordt in onze stad een financieel laagdrempelig logiesaanbod voorzien in de vorm van campings (terreingebonden logies) en de hostels. Voor dit type logies wordt een lager tarief voorzien, dan in de meer comfortabeler logiestypes als hotels, B&B’s en vakantiewoningen. Door een lager tarief te voorzien voor de campings (terreingebonden logies) en de hostels, wordt aangesloten bij de idee dat de sterkste schouders de grootste bijdrage leveren. Deze differentiatie kent al positieve rechtspraak (zie o.m. Brussel 25 juni 2020, 2016/AF/7, FJF 2021, afl. 1, 29).
Anderzijds worden sommige logies uitgebaat in woningen, die ook voor vaste bewoning zouden kunnen gebruikt worden. Het bestuursakkoord stelt dat de Airbnbs (bedoeld wordt de informele logies, ongeacht het platform via dewelke zij worden aangeboden) de reguliere woonmarkt niet mogen verstoren. Door een hoger tarief te hanteren voor deze woningen/logies, stelt de nieuwe tariefstructuur een ontradend effect in wat betreft dit gebruik van woningen. Het gaat dan over vakantiewoningen en andere kamergerelateerde logies.
Weliswaar bevat deze categorie ook een aantal woningen waar weldegelijk vaste bewoning is, maar waar de eigenaar/bewoner een of twee kamers heeft leegstaan (bvb na vertrek van de kinderen) en deze wenst te verhuren. Dat is een andere situatie dan wanneer woningen uitsluitend met oog op toeristisch verhuur worden gebruikt. Kamergerelateerde logies waar de uitbater wel zelf is ingeschreven (inclusief de klassieke B&B, in hun uitbatingsvoorwaarden is immers opgenomen dat dit de gebruikelijke en dagelijkse woning van de exploitant moet zijn) vervullen al hun rol als woning voor vaste inwoners. Er wordt voor gekozen om de vakantiewoningen en kamergerelateerde logies, waar de belastingplichtige ook ter plaatse is ingeschreven, aan het gemiddelde tarief te onderwerpen. Dit kan in principe eenvoudig worden nagekeken door de belastingadministratie.
Ook de hotels, die enerzijds niet uitgebaat worden in woningen en anderzijds bezwaarlijk gelijkgesteld kunnen worden met campings en hostels wat betreft comfort, vallen in die gematigde categorie.
De tariefstructuur kan dus samengevat worden als volgt:
• Een goedkoop tarief voor campings (terreingebonden) en hostels (voor zover zij al niet vrijgesteld zouden zijn) om deze goedkope logiesvorm toegankelijk te houden
• Een gemiddeld tarief voor de ‘reguliere’ logiessector, met name hotels en B&Bs; en de overige logies waar naast het logiesverhuur ook vaste bewoning plaatsvindt
• Een hoger tarief voor woningen zonder vaste bewoning die als logies gebruikt worden, met name de vakantiewoningen en kamergerelateerde logies.
Met het oog op de vlotte toepassing, werden de tarieven zo gekozen dat zij na toepassing van het door de aanbieder eventueel verschuldigde btw-tarief van 6% op afgeronde tarieven uitkomen. Met oog op eenvoudige communicatie naar de toerist, wordt het tarief niet jaarlijks geïndexeerd, maar driejaarlijks. Voor de periode 2026 tot en met 2028 bedraagt het tarief per overnachting 1,89/ euro voor categorie 1, 3,96 euro voor categorie 2 en 6,60 euro voor categorie 3. Voor de periode 2029 tot en met 2031 worden deze tarieven verhoogd tot respectievelijk 1,98 euro, 4,24 euro en 6,98 euro. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
Het tarief is van toepassing per overnachting. Op die manier wordt de financiële last van deze bijkomende belasting, gespreid over alle aanbieders van toeristische logies naargelang het aantal toeristen dat zij ontvangen. Er wordt uitdrukkelijk geen rekening gehouden met het tarief van de bedden die worden aangeboden, om enige discussie rond de toepassing van artikel 464 WIB92 te vermijden (verbod op belastingen bepaald op de omzet).
Daardoor wordt de belasting slechts bij benadering verdeeld overeenkomstig de financiële draagkracht van de logiesuitbaters. Het Hof van Cassatie heeft in het verleden echter bevestigd dat de verschillende vermogenstoestanden van de belastingplichtigen slechts op vereenvoudigde en benaderende wijze kunnen opgevangen worden in een belastingreglement (Cass. 1 oktober 1999, AR F.98.0111.N, Provincie Limburg / Mijnen NV, Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2000/5, 80)
Het is voor de toepassing van dit belastingreglement niet relevant of de concrete overnachting al dan niet betalend is. Hoewel het Logiesdecreet van 5 februari 2016 de toeristische logies aanduid als de inrichting die aan een of meer toeristen tegen betaling wordt aangeboden op de toeristische markt, verhindert dit niet om de occasionele niet-betalende overnachtingen gelijk te belasten met de betalende overnachtingen, zo lang het logies maar doorgaans tegen betaling wordt aangeboden op de markt en dus principieel onder de toepassing van het decreet (en het belastingreglement) valt.
Er wordt voorzien in een aangifte per semester, waarbij de belastingplichtige ten laatste op 14 juli en 14 januari na het semester, een aangifte moet indienen op een door het stadsbestuur voorgeschreven formulier. Er wordt geen register meer opgelegd aan de uitbaters. Controle op de overnachtingen kan nog steeds gebeuren, op basis van alle andere nuttige stukken zoals de boekhouding.
Verder wordt er gebruik gemaakt van een getrapt systeem van belastingverhoging. Hierbij wordt de belasting enerzijds verhoogd naargelang de frequentie van de inbreuken op de aangifteverplichting en anderzijds naargelang de inbreuken te goeder of te kwader trouw plaatsvonden. Met een tarief van 0% voor een eerste inbreuk voor een welbepaalde belasting wordt uiting gegeven aan de in het bestuursakkoord opgenomen gedachte van het “recht op vergissing”. De maximale belastingverhoging van 200% is slechts van toepassing op de belastingplichtige die herhaaldelijk of te kwader trouw inbreuken pleegt op de aangifteverplichting.
3.Vrijstellingen
Bepaalde logies of overnachtingen worden aangemoedigd in het kader van het beleid van de Stad Gent. Het is dan gepast een vrijstelling voor die overnachtingen te voorzien, gezien de belasting in de praktijk wordt doorgerekend en de belasting deze doelgroepen dus zou ontraden om in Gent verblijfstoerisme te beleven.
Ter ondersteuning van het jeugdtoerisme in brede zin (ruimer dan minderjarigen), is een vrijstelling voorzien voor de logiesverstrekkende bedrijven erkend als hostel met label jeugdtoerisme zoals bedoeld in artikel 9 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en de financiële ondersteuning van verblijven in het kader van “Toerisme voor Allen” van 28 mei 2004. Het begrip ‘jeugdherberg’ wordt in de Vlaamse regelgeving niet gedefinieerd, maar sluit nog het best aan bij deze omschrijving.
Er wordt uitdrukkelijk gekozen voor een erkenning, zodat geen discrepantie kan ontstaan tussen de beoordeling van Toerisme Vlaanderen en de eigen stedelijke diensten. Er wordt specifiek voor deze erkenning gekozen, omdat zij inhoudt dat een hostel voor minimaal 50% van haar overnachtingen per kalenderjaar door jongeren onder de 26 jaar wordt bezet.
Verder zijn in artikel 3 van het decreet een aantal verblijfsvormen opgenomen die typisch het jeugd- en jongerentoerisme betreffen, en om diezelfde reden zijn vrijgesteld. Gezien zij buiten de toepassing van het decreet vallen, en het reglement uitdrukkelijk naar het decreet verwijst, is dit in feite slechts een verduidelijking. Het betreft de kampeerterreinen voor maximaal 75 kalenderdagen voor georganiseerde kampen, de jeugdverblijfcentra, bivakzones, en de lokalen van jeugdverenigingen waar maximaal 60 kalenderdagen per jaar gekampeerd/verbleven kan worden.
Bijkomend wordt het budgetvriendelijk toerisme ondersteund door specifiek die boekingen geplaatst via het Steunpunt Vakantieparticipatie vrij te stellen van de berekening van de belasting. Het steunpunt Vakantieparticipatie is een krachtig netwerk en uniek in de wereld. De Vlaamse overheid brengt vraag en aanbod samen en speelt de rol van facilitator: Steunpunt Vakantieparticipatie onderhandelt met attracties, logiesuitbaters en vakantie-aanbieders over sociale tarieven voor kansarme vakantiegangers. Via sociale organisaties komt dit aanbod terecht bij de mensen die het echt nodig hebben. In Gent gaat het onder meer over de stadsmusea en enkele hostels.
Deze vrijstelling versterkt dat effect, en wordt in de praktijk verrekend met de belasting verschuldigd voor het 2e semester, wanneer de cijfers voor het hele voorbije jaar via het Steunpunt verkregen worden. In de praktijk is slechts een miniem aantal overnachtingen niet al vrijgesteld omdat zij in een ‘jeugdherberg’ plaatsvinden. Toch is de vrijstelling een signaal van het beleid van de Stad Gent.
Tot slot wordt voorzien in een vrijstelling wanneer logies worden gebruikt op vraag van Stad Gent. Strikte toepassing van het logiesdecreet en de definities van het belastingreglement zou ertoe leiden dat overnachtingen die op zichzelf niet toeristisch van aard zijn, op vraag van Stad Gent zelf, toch belastbaar zijn. Nochtans tonen de uitbaters hier de bereidheid zich in te zetten voor de noden van Stad Gent. Het is verantwoord deze overnachtingen, waarvan de stad of – in het geval van studentenhuisvesting – de Gentse onderwijsinstellingen zelf de tijdelijke onttrekking aan de toeristische markt hebben gevraagd, niet te belasten.
De vrijstelling is een bestendiging van de tijdelijke regeling voor noodopvang voor daklozen tijdens de zwaarste lockdowns van de coronacrisis. Ook in het kader van studentenhuisvesting blijkt soms nood aan tijdelijke voorzieningen.
Team Belastingen Wonen+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Wonen+ |
| Budgetplaats | |
| Categorie* | 7342400 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 7.004.181 |
| 2027 | 7.251.336 |
| 2028 | 7.861.300 |
| 2029 | 8.608.610 |
| 2030 | 8.924.783 |
| 2031 | 9.244.278 |
| Totaal | 48.894.489 |