Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
De belasting op de banken werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2026.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor het uitbaten van een vestiging die als hoofd- of nevenactiviteit bank-, financierings-, hypotheek-, krediet-, spaar- of wisselverrichtingen uitvoert, inclusief spaarverrichtingen.
De Stad Gent moet het financieel evenwicht bewaren, en mits een evenwichtige spreiding van de last de verschillende belanghebbenden op haar grondgebied laten bijdragen tot haar middelen. De bank- en daarmee gelijkgestelde instellingen gebruiken relatief weinig energie en oppervlakte voor het uitoefenen van hun bedrijfsactiviteiten. Deze instellingen zouden in de algemene belastingen die ten laste worden gelegd van de economische actoren binnen de stad dus steeds aan de minimumbelasting worden belast of zelfs vrijgesteld indien de Stad geen specifieke belasting op de bank- en daarmee gelijkgestelde instellingen zou vorderen. Van deze instellingen slechts een minimale bijdrage vragen komt niet billijk voor, aangezien dergelijke instellingen over een solide financiële draagkracht beschikken die in wanverhouding staat met hun benodigde oppervlakte. Het is daarom verantwoord een aparte belasting voor deze instellingen aan te houden.
De belastingplichtige is de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens handelsnaam, logo of embleem de instellingen (en automaten) geëxploiteerd worden. De kantoren die zich als zelfstandig agent, eventueel met aanbieding van producten van verschillende instellingen, profileren zullen dus zelf de belasting dragen, waar louter kantoren van één enkele bank op naam van de (hoofd-) bankinstelling worden belast.
Het tarief wordt berekend aan de hand van het aantal loketten en bankautomaten op de peildatum 1 januari. Dit is immers een goede indicator van het volume aan activiteiten en dus de financiële draagkracht van deze instellingen.
Met loketten worden bedoeld de typische loketten met tussenwanden, de open balies (aan 1,5m per eenheid) en de bedieningspunten, spreekruimten of bedieningsruimten die ingericht zijn om klanten te ontvangen of bedienen. Ook de bankautomaten (cash in/out, overschrijvingen, online banking) tellen als loketten.
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
Er wordt een getrapt systeem van belastingverhoging gehanteerd. Met een tarief van 0% voor een eerste inbreuk voor een welbepaald feit wordt uiting gegeven aan de in het bestuursakkoord opgenomen gedachte van het “recht op vergissing”. Door gebruik van een oplopend tarief tot het wettelijk toegelaten maximum van 200%, worden hardleerse belastingplichtigen aangemoedigd om correct en tijdig aan de aangifteverplichting te voldoen.
Het Team Belastingen Wonen+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Wonen+ |
| Budgetplaats | |
| Categorie* | 7341100 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 579.733 |
| 2027 | 610.338 |
| 2028 | 622.626 |
| 2029 | 635.159 |
| 2030 | 647.862 |
| 2031 | 660.819 |
| Totaal | 3.756.537 |