Terug
Gepubliceerd op 08/08/2025

2025_CBS_06932 - OMV_2024118548 - aanvraag omgevingsvergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een technisch gebouw met kantoren - met openbaar onderzoek - Skaldenstraat, 9042 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 07/08/2025 - 09:02 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 07/08/2025 - 09:16
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter; Sofie Bracke, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester; Astrid De Bruycker, schepen; Evita Willaert, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur
2025_CBS_06932 - OMV_2024118548 - aanvraag omgevingsvergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een technisch gebouw met kantoren - met openbaar onderzoek - Skaldenstraat, 9042 Gent - Vergunning 2025_CBS_06932 - OMV_2024118548 - aanvraag omgevingsvergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een technisch gebouw met kantoren - met openbaar onderzoek - Skaldenstraat, 9042 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

De heer Filip Remmerie met als contactadres Skaldenstraat 54, 9000 Gent en North Sea Port Flanders NV PR met als contactadres John Kennedylaan 32, 9042 Gent hebben een aanvraag (OMV_2024118548) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 14 januari 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het verder exploiteren en veranderen van een technisch gebouw met kantoren

• Adres: Skaldenstraat 54, 56, 58 en 58A, 9042 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 13 sectie B nrs. 16G3 en 16Y6

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 12 mei 2025.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 4 augustus 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

 

Voorliggende vergunningsaanvraag betreft de hernieuwing en regularisatie van de bestaande milieuvergunning van North Sea Port, voorheen gekend als Havenbedrijf Gent NV. De huidige vergunning met ref. loopt af op 1/02/2026.

 

North Sea Port is een strategische havenlocatie die is ontstaan uit de fusie tussen de zeehavens Gent, Terneuzen en Vlissingen. 

 

North Sea Port stelt in Vlaanderen 129,9 VTE tewerk, verdeeld over drie vestigingseenheden. Volgens de jaarrekening voor het boekjaar 2020 heeft het bedrijf een balanstotaal van bijna 600 miljoen EUR. De haven biedt een veelzijdig aanbod aan faciliteiten en diensten, en is essentieel voor het vervoer en de logistiek van goederen in verschillende sectoren, waaronder industrie, energie en landbouw.

 

Huidige aanvraag betreft het gebouw gelegen aan de Skaldenstraat nr. 54, 56, 58 en 58a (vroegere nummering 56-58), kadastraal bekend Gent-Desteldonk (afd. 13) sectie B perceel 16Y6 en sectie B perceel 16G3. 

  

Het gebouw van North Sea Port aan de Skaldenstraat nr. 54, 56, 58 en 58a belichaamt drie functies: 

opslagruimtes en werkplaatsen voor North Sea Port, burelen van het FOD (Financiën Douane en Accijnzen Gent) en burelen van het FAVV (Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen). De haven biedt toegang tot belangrijke transportverbindingen, waaronder zee-, spoor- en wegtransport, wat de efficiëntie van de supply chain vergroot. 

  

Volgende ingedeelde inrichtingen krijgen een hernieuwing: 

- Rubriek 3.6.3.1°a): het lozen van 5m3/u bedrijfsafvalwater via een afvalwaterzuiveringsinstallatie en een IBA. Later komt dit via een lozingspijp uit op het oppervlaktewater Kanaal Gent - Terneuzen. 

- Rubriek 15.4.1°: wassen van 5 voertuigen per dag

- Rubriek 17.4: opslag van 2.000 kg gevaarlijke producten in kleine recipiënten

 

Volgende ingedeelde inrichtingen en activiteiten ondergaan een verandering: 

-Rubriek 15.1.1°: het stallen van 13 autovoertuigen vermindert naar het stallen van slechts 7 voertuigen. 

-Rubriek16.3.2°a): het vermogen van de koelinstallaties, luchtcompressoren en airco’s vergroot van 21,1 kW naar 60 kW.

-Rubriek 29.5.2.1°a): het vermogen van de toestellen voor metaalbewerking vermindert van 61,85 kW naar 9,46 kW

-Rubriek 50: de opslag van strooizout vermindert van 125 ton naar 50 ton.

 

Volgende ingedeelde inrichtingen en activiteiten zijn niet langer van toepassing:

-Rubriek 12.3.2.: de bestaande accumulatoren blijven behouden, doch deze zijn niet langer

indelingsplichtig

-Rubriek 19.3.1.a) het vermogen van de toestellen voor houtbewerking vermindert van 53,7 kW naar 4,9 kW, bijgevolg is deze activiteit niet langer indelingsplichtig

-Rubriek 43.1.1.a): het vermogen van de stookinstallaties vermindert van 657 kW naar 185 kW bijgevolg is deze activiteit niet langer indelingsplichtig

 

 

Er is op de site zowel huishoudelijk als bedrijfsafvalwater. Beide stromen worden geloosd via hetzelfde lozingspunt op de riolering (wat uiteindelijk uitkomt in oppervlaktewater). Bedrijfsafvalwater afkomstig van de wasplaats wordt geloosd via een KWS-afscheider (incl. coalescentiefilter) en een IBA. Huishoudelijk afvalwater wordt geloosd via een van de twee aanwezige IBA’s. In totaal zijn er dus 3 IBA’s aanwezig; 1 voor bedrijfsafvalwater, en 2 voor huishoudelijk afvalwater. Er worden geen lozingsnormen aangevraagd.

Er is op de site geen meetgoot aanwezig ondanks een lozingsdebiet van >2m³/u. Er wordt een afwijking aangevraagd hiervoor.

 

Het aantal tewerkgestelde personen blijft ongewijzigd.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

 

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.6.3.1°a)

afvalwaterzuiveringsinstallaties (met lozen effluentwater en ontwateren slibproductie) voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen bevat (bijlage 2C VLAREM II) in concentraties hoger dan de geldende milieukwaliteitsnormen voor het uiteindelijk ontvangende oppervlaktewater - andere dan rubriek 3.6.5 (tot en met 5 m³/u) | klasse 3 | Hernieuwing

5 m³/uur

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Vermindering van het stallen van voertuigen met 6 voertuigen | klasse 3 | Verandering

6 voertuigen

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | klasse 3 | Hernieuwing

5 per dag

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Uitbreiding met 34,22 kW | klasse 3 | Verandering

34,22 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | klasse 3 | Hernieuwing

2000 kg

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | Vermindering van 52,39 kW | klasse 3 | Verandering

-52,39 kW

50.

opslagplaatsen van strooizout, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, van meer dan 20 ton | Vermindering van 75 ton strooizout | klasse 2 | Verandering

-75 ton

 

Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:

12.3.2 | vaste inrichting voor het laden van accumulatioren | 11,6 kw

19.3.1.a | mechanische behandelen en vervaardigen van artikelen van hout ed, volledig gelegen in een industriegebied | 53,7 kW

43.1.1.a | Stookinstallaties volledig gelgen in industriegebeid en gestookt met vloeibare brandstoffen, aargad of vloeibaar gemaakt gas | 656,7 kW

 

 

Volgende bijstelling van de sectorale voorwaarden wordt aangevraagd:
 

Artikel: 4.2.5.1.1.§1

 

Omschrijving: "Bedrijfsafvalwater van inrichtingen die een maximum hoeveelheid bedrijfsafvalwater van meer dan 2m³ per dag of 50 m³ per maand of 500 m³ per jaar lozen, moet worden geloosd via een controle-inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters van het geloosde water te nemen.”

 

Motivatie: Er is op de site een controleput aanwezig die toelaat om meerdere malen per jaar het bedrijfsafvalwater te analyseren en die toelaat gemakkelijk monsters van het geloosde water te nemen. Bijgevolg is het overbodig om een controle-inrichting te gaan voorzien bijkomend op deze controleput.

 

Voorstel: In afwijking van art. 4.2.3.1.1° §1 dient geen controle-inrichting op de inrichting aanwezig te zijn.

 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Milieuvergunningen

* Op 02/02/2006 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een technisch gebouw. (11036/E/1)

* Op 30/11/2006 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor de uitbreiding met een opslagplaats van strooizout. (11036/E/3)

* Op 21/02/2008 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor akte van de melding van een inrichting klasse III bij het havenbedrijf aan de skaldenstraat 56. (11036/E/4)

* Op 13/01/2011 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het veranderen (door uitbreiding/toevoeging) van een technisch gebouw. (11036/E/5)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 26 mei 2025 onder ref. 044775-005/PVH/2025:
BESLUIT GUNSTIG ADVIES, mits naleving van de hierboven vermelde maatregelen!

 

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid. Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 1: Afbakeningslijn zeehavengebied Gent.

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

5.       WATERPARAGRAAF

 

1. Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Polder Moervaart en Zuidlede. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Het algemeen uitgangsprincipe hierbij is dat regenwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt wordt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie slechts een beperkte hoeveelheid water met een vertraging wordt afgevoerd. De plaatsing van de overloop van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening dient aan dit principe te beantwoorden.

 

In 2023 zijn er hemelwaterputten geplaatst met een totale inhoud van 50.000 liter. 

In het kader van deze aanvraag worden er verder geen nieuwe verhardingen geplaatst. 

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Er worden geen wijzigingen aangebracht aan gebouwen, verhardingen, waterlopen of het reliëf. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

De lozing van het afvalwater is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing wordt besproken onder het aspect afvalwater. De lozing moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

Er wordt bodemvreemd materiaal opgeslagen (indelingsplichtig volgens Vlarem II, bijlage 1). De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De opslag moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

3. Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen>de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd (hervergunning met wijzigingen zonder ruimtelijke impact).

 

Stikstof

Het beoordelingskader voor stationaire bronnen is van toepassing. Er zijn ook emissies door mobiliteit.

Volgens de impactscore analyse toegevoegd in het dossier is de emissie kleiner dan 1%.

 

Het bedrijfsafvalwater en huishoudelijk afvalwater wordt via een zuiveringsinstallatie geloosd in oppervlakte water.

Het oppervlakte water staat niet direct in verbindingen met speciale beschermingszones of VEN gebieden.

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

 

8.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 20 mei 2025 tot en met 18 juni 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.


9.       OMGEVINGSTOETS


Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
 

aspect afval

De voortgebrachte afvalstoffen worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

aspect afvalwater

De inrichting ligt in niet gerioleerd gebied volgens het zoneringsplan van Stad Gent.

 

Het bedrijfsafvalwater is afkomstig van de wasplaats en wordt via een KWS-afscheider met coalescentiefilter en een IBA geloosd op oppervlaktewater. Het huishoudelijk afvalwater is niet ingedeeld en wordt via 2 IBA’s geloosd op oppervlaktewater.

 

aspect hemelwater

Het hemelwater van het bedrijf wordt opgevangen in hemelwaterputten met een volume van 50.000 liter en hergebruikt voor de carwash.

 

aspect bodem

De gevaarlijke stoffen opgeslagen in vaten of kleine verpakkingen worden opgeslagen op lekbakken.

 

De wasinstallatie bevindt zich op een vloeistofdichte vloer aangesloten op een KWS-afscheider en een coalescentiefilter. De goede werking van de koolwaterstofafscheider moet altijd verzekerd zijn. De koolwaterstofafscheider dient zo dikwijls geledigd en gereinigd als nodig is om de goede werking ervan te waarborgen. De exploitant dient hiervoor om de drie maanden de afscheider te inspecteren. Van de inspecties dient een logboek bijgehouden te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

De accumulatoren bevinden zich op vloeistofdichte vloer.

 

Bij het stallen van de voertuigen kan er mogelijks olie lekken op de grond. 

Er wordt ten allen tijde absorptiemateriaal ter beschikking gehouden.

 

De opslag van zout in bigbags gebeurt binnen op een betonnen (vloeistofdichte) vloer. Er mogen geen afvoerputjes in de opslagloods aanwezig zijn. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.

 

De metaalbewerkingsmachines worden regelmatig onderhouden, de vloer wordt vaak gekuist zodat metaalsnippers niet naar buiten kunnen en in de juiste vuilnisbak belanden.

 

aspect lucht

-Rubriek 43.1.1.a): het vermogen van de stookinstallaties vermindert van 657 kW naar 185 kW bijgevolg is deze activiteit niet langer indelingsplichtig. De stookinstallaties worden regelmatig onderhouden.

 

Het gebruikte koelmiddel in de koelinstallaties is van het type HFK.

 

De koelinstallaties worden periodiek onderworpen aan onderhoud en lekdichtheidscontroles. Een logboek wordt bijgehouden.

 

aspect geluid

Er zijn enkele verandering met betrekking tot bronnen van geluid in vergelijking met de vorige vergunningsaanvraag. De machines in de hout -en metaalwerkplaats verminderen sterk; het totale vermogen daalt respectievelijk met 90% en 84%.

Deze luidruchtige werkzaamheden vinden achter gesloten deuren plaats tijdens reguliere werkuren. Daarentegen neemt het totale vermogen van de airco’s met 143% toe.

 

Gezien de maatregelen (bv omkasting, gesloten deuren,…) en de ligging van de site (te midden van industriegebied in de Gentse haven) kan er besloten worden dat de verandering van het geluid geen aanzienlijke effecten op de omgeving zal uitoefenen.

 

aspect mobiliteit

Wat betreft mobiliteit wordt het volgende aangegeven in het dossier: “Aangezien de aanvraag louter kadert binnen een hernieuwing en regularisatie zullen er geen aanzienlijke effecten op mobiliteit zijn. De verkeersbewegingen zijn ongewijzigd. De site werd bovendien heringericht met het oog op optimalisatie. Zo kunnen vrachtwagens die langs de inspectie van de douane moeten, oprijden langs de Skaldenstraat, zich vervolgens nabij het gebouw parkeren om daarna de site te verlaten langs de Mai Zetterlingstraat. En als laatste zal het aantal stelplaatsen voor motorvoertuigen die geen personenwagens zijn verminderen van 13 naar 7 plaatsen”.

 

Wat historiek betreft, is er in 2017 een voorwaardelijk gunstig advies (dossiernummer 2017_01005) gegeven voor deze site.

 

Parkeren

Aangezien er geen stedenbouwkundige handelingen worden uitgevoerd, er geen noemenswaardige wijzigingen zijn in de werking of bestemming van de gebouwen en het aantal tewerkgestelde personen ongewijzigd blijft, baseren we ons voor het aantal fiets- en autoparkeerplaatsen op hetgeen we in de vorige vergunning uit 2017 hebben geadviseerd:

 

Fietsparkeren:

-     In 2017 dienden er minstens 18 overdekte en afgesloten fietsparkeerplaatsen voorzien te worden. Op de plannen zijn er 18 fietsparkeerplaatsen ingetekend. Het lijkt er niet op alsof deze afgesloten kunnen worden maar hiermee kan akkoord worden gegaan aangezien het op de plannen lijkt dat er een toegangspoort aanwezig is. Indien mogelijk, wordt wel aangeraden om de fietsenberging an sich ook afsluitbaar te maken gezien de vele in-en uitritbewegingen van extern verkeer zodat het veiligheidsgevoel van de fietsgebruiker met vaak dure elektrische fietsen vergroot wordt en het fietsgebruik verder gestimuleerd wordt.

 

Autoparkeren:

-          In 2017 was de vorkwaarde voor het aantal autoparkeerplaatsen 23 – 37.

-          Op de plannen tellen we 22 parkeerplaatsen in “wit” ingetekend, zie hieronder

  • Afbeelding met tekst, diagram, Plan, schematisch

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

-          Daarnaast tellen we op de plannen ook 22 parkeerplaatsen in “grijs” ingetekend, zie hieronder. 

  • Afbeelding met tekst, schermopname, diagram, kaart

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

-     In totaal zijn er dus 44 parkeerplaatsen voor wagens ingetekend. Dit is meer dan het maximale van de vorkwaarde van de 37 uit het vorige advies. Zonder bijkomende gegronde motivatie waarom er zoveel parkeerplaatsen noodzakelijk zijn, dient het aantal autoparkeerplaatsen beperkt te worden tot maximaal 37. Er dienen daarom dus 7 autoparkeerplaatsen gesupprimeerd te worden. 

 

Vrachtparkeren:

-     Er worden in deze aanvraag 5 vrachtwagenparkeerplaatsen / wachtzoneplaatsen voorzien op de site. Gezien de werking van de site kan hiermee akkoord worden gegaan. 

-     Het is belangrijk dat al het parkeren (inclusief het wachten, laden en lossen, het manoeuvreren en toegang tot sanitair 24/7 indien noodzakelijk van de vrachtbewegingen/logistiek) op eigen terrein wordt opgevangen. Het openbaar domein mag hier niet door gehinderd worden.

Verkeersgeneratie naar de site en circulatie op en naar de site 

-     In het dossier wordt aangegeven dat het aantal verkeersbewegingen ongewijzigd blijft.

-     Er wordt wel een wijziging qua circulatie/ontsluiting voorzien. Zo kunnen vrachtwagens die langs de inspectie van de douane moeten, oprijden langs de Skaldenstraat, zich vervolgens nabij het gebouw parkeren om daarna de site te verlaten langs de Mai Zetterlingstraat.

  • Dit betekent dat er in deze aanvraag een ontsluiting als uitrit voor het vrachtverkeer wordt voorzien. (Personenwagens blijven in-en uitrijden langs de Skaldenstraat zoals op het plan wordt aangegeven). Er kan akkoord worden gegaan met deze extra uitrit voor vrachtverkeer.

-     Het is aan te raden om een markeringsstrook (bvb 1 m breed met fietssymbolen op de weg) te voorzien op de inrit richting de fietsenberging ikv verkeersveiligheid zodat het gemotoriseerd verkeer er op gewezen wordt dat er zich ook fietsers op de in/uitrit kunnen begeven. 

-     Het bestaande zebrapad over de Skaldenstraat is niet volledig correct ingetekend. Dit bevindt zich iets meer naar het westen. Het is wellicht niet de bedoeling (en ook niet wenselijk) om dit aan te passen. 

 

Hierbij werden volgende voorwaarden voorgesteld:
- In totaal zijn er 44 parkeerplaatsen voor wagens ingetekend. Dit is meer dan het maximale van de vorkwaarde van de 37 uit het vorige advies. Zonder bijkomende gegronde motivatie waarom er zoveel parkeerplaatsen noodzakelijk zijn, dient het aantal autoparkeerplaatsen beperkt te worden tot maximaal 37. Er dienen daarom dus 7 autoparkeerplaatsen gesupprimeerd te worden.

- Al het parkeren (inclusief het wachten, laden en lossen, het manoeuvreren en toegang tot sanitair 24/7 indien noodzakelijk van de vrachtbewegingen/logistiek) dient op eigen terrein te worden opgevangen. Het openbaar domein mag hier niet door gehinderd worden.

 

Hierbij werden volgende opmerkingen gemaakt:
- Het is aan te raden aan om de fietsenberging afsluitbaar te maken. Dit gezien de vele in-en uitritbewegingen van extern verkeer zodat het veiligheidsgevoel van de fietsgebruiker met vaak dure elektrische fietsen vergroot wordt en het fietsgebruik verder gestimuleerd wordt.

- Het is aan te raden om een markeringsstrook (bvb 1 m breed met fietssymbolen op de weg) te voorzien op de inrit richting de fietsenberging ikv verkeersveiligheid zodat het gemotoriseerd verkeer er op gewezen wordt dat er zich ook fietsers op de in/uitrit kunnen begeven.

- Het bestaande zebrapad over de Skaldenstraat is niet volledig correct ingetekend. Dit bevindt zich iets meer naar het westen. Het is wellicht niet de bedoeling (en ook niet wenselijk) om dit aan te passen.

 

aspect brandveiligheid

Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 044775-005/PVH/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

CONCLUSIE

 

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.6.3.1°a)

afvalwaterzuiveringsinstallaties (met lozen effluentwater en ontwateren slibproductie) voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen bevat (bijlage 2C VLAREM II) in concentraties hoger dan de geldende milieukwaliteitsnormen voor het uiteindelijk ontvangende oppervlaktewater - andere dan rubriek 3.6.5 (tot en met 5 m³/u) | Hernieuwing

5 m³/uur

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Vermindering van het stallen van voertuigen met 6 voertuigen | Verandering

6 voertuigen

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | Hernieuwing

5 per dag

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Uitbreiding met 34,22 kW | Verandering

34,22 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Hernieuwing

2000 kg

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | Vermindering van 52,39 kW | Verandering

-52,39 kW

50.

opslagplaatsen van strooizout, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, van meer dan 20 ton | Vermindering van 75 ton strooizout | Verandering

-75 ton

 

  

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20240902-0027) is:

  

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.6.3.1°a)

afvalwaterzuiveringsinstallaties (met lozen effluentwater en ontwateren slibproductie) voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen bevat (bijlage 2C VLAREM II) in concentraties hoger dan de geldende milieukwaliteitsnormen voor het uiteindelijk ontvangende oppervlaktewater - andere dan rubriek 3.6.5 (tot en met 5 m³/u) | het lozen van 5m3/u bedrijfsafvalwater via een afvalwaterzuiveringsinstallatie en een IBA. Later komt dit via een lozingspijp uit op het oppervlaktewater Kanaal Gent - Terneuzen. | klasse 3

5 m³/uur

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Stallen van 7 voertuigen | klasse 3

7 voertuigen

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | wassen van 5 voertuigen per dag | klasse 3

5 per dag

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Airco monosplit 2 x 0,6 kW

Airco multisplit 1,79 kW

Airco douane 4,74 kW

vacuum frigo 3,9 kW

Vacuum diepvries 5,99 kW

Koelinstallatie FAVV (dak) 2 x 6,3 kW

Koelcel Douane 5Y   : 8,1 kW

Koelcel Douane 12Y :  17 kW | klasse 3

55,32 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | opslag van 2.000 kg gevaarlijke producten in kleine recipiënten | klasse 3

2000 kg

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | Metaal schuurmachine - 4,37 kW

Slijpschijf 1 - 2,2 kW

Kolom boormachine 1 - 0,89 kW

Slijpschijf 2 - 0,8 kW

Kolomboormachine 2 - 1,2 kW | vlarebo : O | klasse 3

9,46 kW

50.

opslagplaatsen van strooizout, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, van meer dan 20 ton | opslag van 50 ton strooizout | vlarebo : A | klasse 2

50 ton

 

De lopende vergunningen worden opgeheven.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een technisch gebouw met kantoren aan de heer Filip Remmerie en North Sea Port Flanders nv pr (O.N.:0218843678) gelegen te Skaldenstraat 54, 56, 58 en 58A, 9042 Gent.

 

De rubrieken voor de inrichting/activiteit North Sea Port Flanders met inrichtingsnummer 20240902-0027 beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.6.3.1°a)

afvalwaterzuiveringsinstallaties (met lozen effluentwater en ontwateren slibproductie) voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen bevat (bijlage 2C VLAREM II) in concentraties hoger dan de geldende milieukwaliteitsnormen voor het uiteindelijk ontvangende oppervlaktewater - andere dan rubriek 3.6.5 (tot en met 5 m³/u) | Hernieuwing

5 m³/uur

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Vermindering van het stallen van voertuigen met 6 voertuigen | Verandering

6 voertuigen

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | Hernieuwing

5 per dag

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Uitbreiding met 34,22 kW | Verandering

34,22 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Hernieuwing

2000 kg

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | Vermindering van 52,39 kW | Verandering

-52,39 kW

50.

opslagplaatsen van strooizout, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, van meer dan 20 ton | Vermindering van 75 ton strooizout | Verandering

-75 ton

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer 20240902-0027) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.6.3.1°a)

afvalwaterzuiveringsinstallaties (met lozen effluentwater en ontwateren slibproductie) voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat geen gevaarlijke stoffen bevat (bijlage 2C VLAREM II) in concentraties hoger dan de geldende milieukwaliteitsnormen voor het uiteindelijk ontvangende oppervlaktewater - andere dan rubriek 3.6.5 (tot en met 5 m³/u) | het lozen van 5m3/u bedrijfsafvalwater via een afvalwaterzuiveringsinstallatie en een IBA. Later komt dit via een lozingspijp uit op het oppervlaktewater Kanaal Gent - Terneuzen. | klasse 3

5 m³/uur

15.1.1°

stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | Stallen van 7 voertuigen | klasse 3

7 voertuigen

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, volledig gelegen in industriegebied | wassen van 5 voertuigen per dag | klasse 3

5 per dag

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | Airco monosplit 2 x 0,6 kW

Airco multisplit 1,79 kW

Airco douane 4,74 kW

vacuum frigo 3,9 kW

Vacuum diepvries 5,99 kW

Koelinstallatie FAVV (dak) 2 x 6,3 kW

Koelcel Douane 5Y   : 8,1 kW

Koelcel Douane 12Y :  17 kW | klasse 3

55,32 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | opslag van 2.000 kg gevaarlijke producten in kleine recipiënten | klasse 3

2000 kg

29.5.2.1°a)

smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | Metaal schuurmachine - 4,37 kW

Slijpschijf 1 - 2,2 kW

Kolom boormachine 1 - 0,89 kW

Slijpschijf 2 - 0,8 kW

Kolomboormachine 2 - 1,2 kW | vlarebo : O | klasse 3

9,46 kW

50.

opslagplaatsen van strooizout, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, van meer dan 20 ton | opslag van 50 ton strooizout | vlarebo : A | klasse 2

50 ton

 

De lopende vergunningen worden opgeheven.

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

1. Het bepalen en het aanbrengen van de noodzakelijke brandpreventie- en brandbestrijdingsmiddelen dient te gebeuren in overleg met en volgens de richtlijnen van de plaatselijke brandweer. De voorwaarden uit het advies (met referentie 044775-005/PVH/2025) van de Brandweerzone Centrum, Afdeling Brandpreventie dienen steeds nageleefd te worden.

 

2. Er mogen geen afvoerputjes in de opslagloods voor zout aanwezig zijn.

 

3. Mobiliteit

- In totaal zijn er 44 parkeerplaatsen voor wagens ingetekend. Dit is meer dan het maximale van de vorkwaarde van de 37 uit het vorige advies. Zonder bijkomende gegronde motivatie waarom er zoveel parkeerplaatsen noodzakelijk zijn, dient het aantal autoparkeerplaatsen beperkt te worden tot maximaal 37. Er dienen daarom dus 7 autoparkeerplaatsen gesupprimeerd te worden.

- Al het parkeren (inclusief het wachten, laden en lossen, het manoeuvreren en toegang tot sanitair 24/7 indien noodzakelijk van de vrachtbewegingen/logistiek) dient op eigen terrein te worden opgevangen. Het openbaar domein mag hier niet door gehinderd worden.

 

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Afval

De voortgebrachte afvalstoffen worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden.

 

KWS-afscheider

De goede werking van de koolwaterstofafscheider moet altijd verzekerd zijn. De koolwaterstofafscheider dient zo dikwijls geledigd en gereinigd als nodig is om de goede werking ervan te waarborgen. De exploitant dient hiervoor om de drie maanden de afscheider te inspecteren. Van de inspecties dient een logboek bijgehouden te worden.

 

Mobiliteit

- Het is aan te raden aan om de fietsenberging afsluitbaar te maken. Dit gezien de vele in-en uitritbewegingen van extern verkeer zodat het veiligheidsgevoel van de fietsgebruiker met vaak dure elektrische fietsen vergroot wordt en het fietsgebruik verder gestimuleerd wordt.

- Het is aan te raden om een markeringsstrook (bvb 1 m breed met fietssymbolen op de weg) te voorzien op de inrit richting de fietsenberging ikv verkeersveiligheid zodat het gemotoriseerd verkeer er op gewezen wordt dat er zich ook fietsers op de in/uitrit kunnen begeven.

- Het bestaande zebrapad over de Skaldenstraat is niet volledig correct ingetekend. Dit bevindt zich iets meer naar het westen. Het is wellicht niet de bedoeling (en ook niet wenselijk) om dit aan te passen.