Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Molymet Belgium NV met als contactadres Langerbruggekaai 13, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025008929) ingediend bij de deputatie op 23 mei 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het veranderen van een chemisch bedrijf voor de productie van molybdeenhoudende producten (IIOA)
• Adres: Langerbruggekaai 13, 9000 Gent
• Kadastrale gegevens: sectie A nrs. 1313F, 1787A, afdeling 13 sectie R nrs. 1249L en 1525X
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 25 juni 2025.
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 25 juni 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 29 juli 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het hernieuwen en veranderen van een chemisch bedrijf voor de productie van molybdeenhoudende producten (IIOA).
1. INLEIDING
Molymet Belgium N.V. is een dochteronderneming binnen de “Molymet” groep, een Chileense beursgenoteerde Molybdeenproducent. Deze groep bezit fabrieken in Chili, Mexico, Duitsland en België en verkoopkantoren in o.a. de Verenigde Staten, U.K. en China. “Molymet” produceert diverse producten op basis van molybdeen, die hun toepassing vinden in de volgende sectoren:
-de staalindustrie;
- de (petro)chemische industrie;
-en de metaalindustrie.
Er werd een hervergunning aangevraagd op 16 november 2005 en toegestaan op 1 juni 2006 voor een periode van 20 jaar, dit is tot 1 juni 2026. Deze aanvraag verzoekt
tot hervergunning van de bestaande vergunning, inclusief enkele kleinere regulsarisaties.
Bij Molymet Belgium zijn, in de huidige situatie, 3 productie-afdelingen te onderscheiden:
a) Roostoven (productie RMC en PCF) :
In deze installatie produceert het bedrijf RMC (roasted molybdenum concentrate), wat vooral gebruikt wordt in de productie van roestvast staal, katalysatoren en speciale staalsoorten. Het molybdeenoxide wordt bekomen door de grondstof molybdeensulfide te roosten in een roostoven. De warmte voor de roostoven is hoofdzakelijk afkomstig van het roostingsproces (exotherm proces). Er worden ook aardgasbranders ingezet als steunbranders. Bij dit proces ontstaan rookgassen, die zwavelhoudend zijn, vanwege het sulfide in de grondstof. Ze ondergaan een rookgaszuivering en worden vervolgens naar de natte rookgasontzwaveling geleid. Daar wordt de SO2 uit de rookgassen omgezet in zwavelzuur, en verkocht. De gezuiverde rookgassen worden via een schoorsteen (140 m) in de lucht geëmitteerd. Bij het zuiveren van de rookgassen ontstaat afvalwater, dat in een vervolgstap wordt gezuiverd in de waterzuivering.
Het molybdeenoxide product wordt nog behandeld door het te malen, te zeven en eventueel te persen in briketten, alvorens het verkocht wordt.
b) Ferromolybdeen (FeMo):
Ferromolybdeen is eveneens een grondstof voor de productie van roestvast staal. Het wordt geproduceerd door een autotherme metallurgische reactie van molybdeenoxide (RMC) met ijzer, silicium (en/of aluminium) en kalk. Deze vaste stoffen worden gemengd en in een reactiekuip gebracht, alles binnen in een gebouw. De reactie wordt gestart en duurt slechts enkele minuten. Tijdens de reactie komt veel warmte vrij, waardoor de meeste producten smelten. De met stof beladen luchtstroom die ontstaat bij de reactie wordt afgezogen, gezuiverd en in de lucht geëmitteerd. Na de reactie ontstaan in het gesmolten metaalmengsel 2 lagen:
- een laag slakken, die men laat stollen, in stukken breekt en naar de slakkenbehandeling afvoert.
- een gesmolten laag ferromolybdeen, die na stolling in stukken gebroken, gemalen, gezeefd en verkocht wordt.
c) Purox afdeling
Deze afdeling dient voor het leachen van concentraten of van geroost molybdeen concentraat (RMC). De Purox afdeling kan ook instaan voor de productie van molybdeen eindproducten (bvb. Molybdeen trioxide of ammonium molybdaat) in een nat chemisch proces.
Naast deze productieafdelingen zijn er nog een aantal ondersteunende installaties:
- Slakkenbehandeling:
In deze afdeling worden de slakken ontdaan van resterende hoeveelheden metalen, gebroken en gezeefd. Men bekomt een granulaat dat aan de bouwsector verkocht wordt als alternatief voor grind of zand.
- Afvalwaterzuivering met uiteindelijke lozing in het kanaal.
- MoNa/CaMo productie (1000 ton/jaar).
- Opslagvoorzieningen : tanks, magazijnen, …
-Werkplaats/atelier, labo, staalname, administratief gebouw, …
2. VOORWERP VAN DE AANVRAAG
De huidige milieuvergunning van Molymet Belgium eindigt op 01 juni 2026. Het voorwerp van deze aanvraag is de hernieuwing van de bestaande milieuvergunning voor een termijn van onbepaalde duur. Er zijn, op enkele kleine regularisaties na, geen uitbreidingen opgenomen in de milieuvergunningsaanvraag.
In deze aanvraag zal een regularisatie van enkele rubrieken worden aangevraagd (aangaande reeds aanwezige toestellen en opgeslagen producten alsook de plaatsing van batterijen in kader van een zonnepanelenproject). Voor de andere rubrieken zal er louter een hernieuwing worden aangevraagd.
In kader van een nieuw zonnepanelenproject, waarbij 1794 panelen worden geplaatst met een totaal piekvermogen van 1103 kWp, zouden er mogelijks batterijen worden geplaatst om de geproduceerde elektriciteit in op te slaan. Hierdoor wordt een transformator bijgeplaatst van 3150 kVA, die mee wordt aangevraagd in rubriek 12.2.2. De batterijen worden geïnstalleerd volgens de voorschriften van artikel 6.13.2 van Vlarem II.
Er waren voor de aanvraag drie lozingspunten bij Molymet Belgium: LP1 dient voor de lozing van bedrijfsafvalwater naar kanaal Gent-Terneuzen. LP3 is een overstort voor de noodlozing van niet-verontreinigd hemelwater naar kanaal Gent-Terneuzen. Dit punt wordt enkel gebruikt bij extreme regenval wanneer de verzamelput niet tijdig kan worden leeggepompt. Deze situatie doet zich maximaal 1-2 keer per jaar voor. LP2 is ook een overstort voor de noodlozing van niet-verontreinigd hemelwater van de parking. Echter wordt LP2 fysiek afgesloten en zal dit lozingspunt in deze aanvraag worden geschrapt.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
2.2.2.f)2° | opslag en mechanische behandeling van andere niet gevaarlijke afvalstoffen (meer dan 100 ton) | klasse 1 | Hernieuwing | 42000 ton |
2.2.5.e)3° | opslag en fysisch-chemische behandeling al of niet in combinatie met mechanische behandeling, van andere niet gevaarlijke afvalstoffen (meer dan 25 ton) | Kleine wijziging in omschrijving van de rubriek | klasse 1 | Verandering | 0 ton |
3.6.3.3° | afvalwaterzuiveringsinstallaties met inbegrip van het lozen van effluentwater voor de behandeling van bedrijfsafvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat - andere dan rubriek 3.6.5 (meer dan 50 m³/u) | klasse 1 | Hernieuwing | 200 m³/uur |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | klasse 3 | Hernieuwing | 5138,6 liter |
7.1.3° | productie of behandeling van organische of anorganische chemicaliën (jaarcapaciteit van meer dan 10 000 ton) | Kleine wijziging in omschrijving van de rubriek | klasse 1 | Verandering | 0 ton/jaar |
12.1.2.2°a) | inrichtingen die wisselspanning opwekken, met een geïnstalleerd totaal elektrisch schijnbaar vermogen van meer dan 800 kW tot en met 10.000 kW als de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied | klasse 2 | Hernieuwing | 2925 kW |
12.2.2° | transformatoren (gebruik van) met een individueel nominaal vermogen van meer dan 1.000 kVA | Hernieuwing van volgende transfo's: 4 x 2.500 kVA en 1 x 1.600 kVA
Vermindering van 1 transfo van 1600 kVA naar 630 kVA (waardoor niet langer meldingsplichtig).
Toevoeging van 1 transfo 3150 kVA | klasse 2 | Verandering | 1550 kVA |
15.1.1° | stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | klasse 3 | Hernieuwing | 15 voertuigen |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | Regularisatie airco's | klasse 2 | Verandering | -151,96 kW |
17.1.2.1.3° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 10.000 liter | klasse 1 | Hernieuwing | 32420 liter |
17.1.2.2.1° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs, met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen tot en met 3000 liter | Door de vervanging van de bestaande vaste argon tank: verhoging van 800 l naar 3000 l | klasse 3 | Verandering | 2200 liter |
17.3.2.1.1.1°b) | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 : gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt ≥ 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton | Hernieuwing: - 12,18 ton diesel in twee bovengrondse houders, nl. één van 10.000 l en één van 4500 l - 0,24 ton petroleum in verplaatsbare recipiënten - 0,2 ton siliconenolie in verplaatsbare recipiënten
Verandering: - Verwijdering stookolie tank: reductie van 4,75 ton opslag stookolie | klasse 3 | Verandering | -4,75 ton |
17.3.2.2.1° | ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 50 kg tot en met 2 ton | klasse 3 | Hernieuwing | 1829 kg |
17.3.2.3.3° | overige brandgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen niet vermeld in rubriek 17.3.2.1 en 17.3.2.2 met een gezamelijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton | Kleine wijziging in omschrijving van de rubriek | klasse 1 | Verandering | 0 ton |
17.3.3.1°a) | oxiderende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS03 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied | Hernieuwing: -3 ton natriumchloraat -0,2 ton salpeterzuur
Verandering: Toevoeging van 3 ton waterbehandelingsproduct (Nalco purate) en 0,005 ton natriumnitraat | klasse 3 | Verandering | 3,01 ton |
17.3.4.3° | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton | Hernieuwing: - 600 ton ammoniumhydroxide-oplossing (2 x 300 ton in tanks) - 88,02 ton ammoniumhydroxide 24,5 % - 46,62 ton ammoniumhydroxide 18 % - 118,16 ton zoutzuur 37 % - 2 ton kaliumhydroxide - 73,9 ton ijzertrichloride - 1.319,8 ton zwavelzuur - 131,2 ton natriumhydroxide 50 % - 134,4 ton gebluste kalk - 100 ton ongebluste kalk - 20 ton natriumwaterstofsulfide (NASH)
Verandering: Reductie in opslag javel met 28 ton, verhoging opslag waterbehandelingsproducten met 0,5 ton | klasse 1 | Verandering | -27,5 ton |
17.3.5.3° | giftige vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 5 ton | Hernieuwing: -0,005 ton methanol -20 ton natriumwaterstofsulfide (NASH) -25 ton seleniumhoudend slib
Verandering: - Toevoeging 0,5 ton waterbehandelingsproduct - verhoging opslag Mo filterkoek met 35 ton | klasse 1 | Verandering | 35,5 ton |
17.3.6.3° | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering met gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton | Hernieuwing: - 700 ton ammoniumhydroxide-oplossing - 88,02 ton ammoniumhydroxide 24,5 % - 46,62 ton ammoniumhydroxide 18 % - 118,16 ton zoutzuur 37 % - 2 ton kaliumhydroxide - 10.000 ton molybdeenhoudende grondstoffen - 9.000 ton MoO3 - 3 ton natriumchloraat - 5 ton kopersulfide - 73,9 ton ijzertrichloride - 134,4 ton gebluste kalk - 100 ton ongebluste kalk - 20 ton natriumwaterstofsulfide (NASH)
Verandering: - reductie diverse producten met 1,5 ton | klasse 1 | Verandering | -1,5 ton |
17.3.7.3° | op lange termijn gezondheidsgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS08 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton | Hernieuwing: -40 ton FeMo stof -25 ton seleniumhoudend slib -4.000 ton RMC/PCF (als Mo) -9.000 ton MoO3 -0,005 ton methanol
Verandering: - Toevoeging 0,5 ton waterbehandelingsproduct - Verhoging opslag Mo filterkoek met 35 ton | klasse 1 | Verandering | 35,5 ton |
17.3.8.2° | voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS09 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton | Hernieuwing: -40 ton FeMo-stof -25 ton seleniumhoudend slib -5 ton koperchloride -3 ton natriumchloraat -20 ton natriumwaterstofsulfide
Verandering: - Toevoeging 0,005 ton ammoniumthiocyanaat - Toevoeging 0,005 ton ammoniumhydroxide 25% - Reductie opslag waterbehandelingsproduct met 1,5 ton - Reductie opslag javel met 28 ton | klasse 2 | Verandering | -29,49 ton |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | klasse 3 | Hernieuwing | 1000 liter |
19.6.1°b) | opslag van hout e.d. volledig gelegen in industriegebied - andere dan rubriek 48 en 19.8 (meer 200 m³ tot en met 1 600 m³ in open lucht) | klasse 3 | Hernieuwing | 800 m³ |
20.2.5. | De productie van ruwe non-ferrometalen uit erts, concentraat of secundaire grondstoffen met metallurgische, chemische of elektrolytische procedés | Hernieuwing: - Productie van 14000 ton/jaar Mo in FeMo
Verandering: - Reductie tonnage productie Mo in RMC met 50 ton/jaar | klasse 1 | Verandering | -50 ton/jaar Mo in RMC |
20.4.3.2° | fabricage van anorganische chemische basisproducten, niet begrepen in rubriek 7 met een productiecapaciteit van 10 ton per jaar of meer | Hernieuwing: - productie van 1000 ton/jaar CaMo
Verandering: - Reductie tonnage productie Mo in RMC briketten met 50 ton/jaar | klasse 1 | Verandering | -50 ton/jaar |
24.2. | geïntegreerde, kleine laboratoria gericht op de interne controle van de eigen productieprocessen of de eigen waterzuiveringsinstallatie, waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | Kleine wijziging in omschrijving van de rubriek | klasse 3 | Verandering | 0 labo |
24.3. | laboratoria die biologische, scheikundige, of organische bedrijvigheid uitoefenen met het oog op opzoekingen, proeven, analyses, toepassing of ontwikkeling van producten, kwaliteitscontrole op producten, en waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | Kleine wijziging in omschrijving van de rubriek | klasse 2 | Verandering | 0 labo |
24.4. | laboratoria waar geen afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | klasse 3 | Hernieuwing | 1 labo |
29.5.2.1°a) | smederijen (andere dan rubriek 29.5.1) en mechanisch behandelen van metalen en vervaardigen van voorwerpen uit metaal, volledig gelegen in een industriegebied (van 5 kW tot en met 200 kW) | klasse 3 | Hernieuwing | 130 kW |
29.5.7.2°a)1) | ontvetten van metalen of voorwerpen van metaal door middel van andere organische oplosmiddelen volledig gelegen in een industriegebied - andere dan rubriek 15.5 (van 10 l tot en met 1 000 l) | klasse 3 | Hernieuwing | 100 liter |
31.1.2°a) | vast opgestelde motoren - andere dan rubriek 15.5 en rubriek 19.8 (van meer dan 2 000 kW tot en met 5 000 kW) indien volledig gelegen in een industriegebied | klasse 2 | Hernieuwing | 2925 kW |
39.1.2° | stoomgeneratoren, andere dan lagedruk stoomgeneratoren (waterinhoud van meer dan 500 l tot en met 5000 l) | klasse 2 | Hernieuwing | 4800 liter |
39.1.3° | stoomgeneratoren, andere dan lagedruk stoomgeneratoren (waterinhoud van meer dan 5000 l) | klasse 2 | Hernieuwing | 11600 liter |
39.2.1° | stoomvaten, met inbegrip van warmtewisselaars waarvan de primaire ruimte als stoomvat wordt beschouwd, met een individuele inhoud van 300 l tot en met 5000 l | klasse 3 | Hernieuwing | 4707 liter |
39.2.2° | stoomvaten, met inbegrip van warmtewisselaars waarvan de primaire ruimte als stoomvat wordt beschouwd, met een individuele inhoud van meer dan 5000 l | klasse 2 | Hernieuwing | 20423 liter |
39.4.1° | andere warmtewisselaars dan de warmtewisselaars, vermeld in rubriek 39.2, en de warmtewisselaars voor op een stoomdistributienet aangesloten woningen, met een individuele inhoud van de secundaire ruimte van 25 l tot en met 5000 l | klasse 3 | Hernieuwing | 591 liter |
43.1.3° | stookinstallaties meer dan 5000 kW | Hernieuwing: -Stookinstallaties van 5.800 kW, 3.530 kW, 1.870 kW, 1.450 kW, 1.302 kW, 1.150 kW, Verandering: - Verwijdering verbrandingsinstallatie magazijn van 350 kW - Verwijdering brander spray dryer van 244 kW - Verwijdering droger CaMo van 100 kW - Vermindering brander calcine 1 met 84 kW - Uitbreiding brander calcine 2 met 458 kW | klasse 1 | Verandering | -320 kW |
Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:
6.5.2° | 2 brandstofverdeelslangen | 2 brandstofverdeelslang
Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:
2.2.2.b.2 | de opslag van:
-400 ton houtafval voor verschredering met verhakselaar van 464 kW
-400 ton bouw- en sloopafval voor verwerking met breker van 200 kW | 800 ton
3.6.1 | Het lozen van 3.000 m³/jaar huishoudelijk afvalwater via een afvalwaterzuiveringsinstallatie in het kanaal Gent-Terneuzen | 3000 m³/jaar
53.8.2 | Een grondwaterwinning met een totaal opgepompt debiet van 60 m³/dag en 20.000 m³/jaar uit 1 put van 60 m diep (HCOC-code 0600) | 20000 m³/jaar
Volgende bijstelling van de bijzondere voorwaarden wordt aangevraagd:
Omschrijving:
1) Voor de lozingsnormen van molybdeen en koper in bedrijfsafvalwater naar kanaal Gent-Terneuzen.
2) Voor de verplichte staalname van put LP3 bij uitzonderlijk gebruik van lozingspunt LP3 bij hevige regenval.
Motivatie:
1) Momenteel geldt er voor Molymet een lozingsnorm van 2 mg/l voor molybdeen in bedrijfsafvalwater.
Echter werd de milieukwaliteitsnorm voor molybdeen recent opgetrokken in het stroomgebiedsbeheerplan van kanaal Gent-Terneuzen.
De oude norm van 340 µg/l werd hierin opgetrokken naar 7140 µg/l door recente studies en de PNEC waarde van 11,9 mg/l voor molybdeen.
Op basis van deze verhoogde milieukwaliteitsnorm, en na toetsing in de Wezer tool zouden wij graag onze lozingsnorm voor molybdeen verhogen naar 7140 µg/l in onze bijzondere voorwaarden.
Ook voor koper wensen we onze huidige lozingsnorm van 0,3 mg/l te verhogen naar 0,5 mg/l. Onze grondstoffen worden steeds schaarser op de markt, waardoor we genoodzaakt worden om grondstoffen met meer nevenelementen (zoals koper) aan te kopen. Hierdoor verwachten we in de toekomst een lichte stijging van koper in ons afvalwater. daarom wensen we onze lozingsnorm te verhogen naar 0,5 mg/l.
2) Er is een overstort aanwezig voor de lozing van niet-verontreinigd hemelwater naar kanaal Gent-Terneuzen (LP3) in periodes van extreme regenval. Echter wordt dit overstort slechts 1-2 keer per jaar gebruikt (obv de gegevens van de afgelopen jaren).
Aanvulling:
1) Een lozingsnorm voor molybdeen naar oppervlaktewater van 7,14 mg/l en voor koper van 0,5 mg/l.
2) De verplichte staalname van put LP3 dmv een schepstaal indien LP3 gebruikt wordt door hevige regenval.
2. HISTORIEK
De vergunningverlenende overheid staat in voor de historiek van de inrichting.
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid. Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 1: Afbakeningslijn zeehavengebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5. WATERPARAGRAAF
De vergunning verlenende overheid staat in voor het opmaken van de waterparagraaf.
6. NATUURTOETS
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.
Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:
Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd (betreft hervergunning met enkele kleine regularisaties zonder impact op groen).
7. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 5 juli 2025 tot en met 3 augustus 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden, op het moment van het opmaken van het verslag, geen bezwaarschriften ingediend.
8. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
Gezien de aard van de activiteiten wordt specifieke aandacht gevraagd voor het opvolgen en beperken van (lucht)emissies. De bijzondere voorwaarden rond opvolgen en beperken van luchtemissies moeten strikt worden opgevolgd. De voorgestelde maatregelen in het MER moeten strikt worden toegepast.
Er wordt advies gegeven m.b.t. de overige milieuhygiënische en veiligheidsaspecten.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
Er wordt voorwaardelijk gunstig advies gegeven over de milieuhygiënische en veiligheidsaspecten van de aangevraagde ingedeelde inrichtingen.
De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een chemisch bedrijf voor de productie van molybdeenhoudende producten (IIOA) van Molymet Belgium nv, gelegen te Langerbruggekaai 13, 9000 Gent.
Verzoekt de deputatie om volgende bijzondere milieuvoorwaarden op te nemen:
De bijzondere voorwaarden rond opvolgen en beperken van luchtemissies moeten strikt worden opgevolgd. De voorgestelde maatregelen in het MER moeten strikt worden toegepast.
Er worden geen aandachtspunten meegegeven.