Terug
Gepubliceerd op 08/08/2025

2025_CBS_06847 - OMV_2025058197 R - aanvraag omgevingsvergunning voor 2 tijdelijke mobipunten Oost en West: het aanleggen van verharding en parkeerplaatsen, het plaatsen van overdekte fietsenstallingen en refliëfwijziging i.f.v. heraanleg R4 - zonder openbaar onderzoek - Eilandstraat en Langerbruggestraat, 9000 Gent - Tijdelijke Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 07/08/2025 - 09:02 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 07/08/2025 - 09:08
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter; Sofie Bracke, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester; Astrid De Bruycker, schepen; Evita Willaert, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur
2025_CBS_06847 - OMV_2025058197 R - aanvraag omgevingsvergunning voor 2 tijdelijke mobipunten Oost en West: het aanleggen van verharding en parkeerplaatsen, het plaatsen van overdekte fietsenstallingen en refliëfwijziging i.f.v. heraanleg R4 - zonder openbaar onderzoek - Eilandstraat en Langerbruggestraat, 9000 Gent - Tijdelijke Vergunning 2025_CBS_06847 - OMV_2025058197 R - aanvraag omgevingsvergunning voor 2 tijdelijke mobipunten Oost en West: het aanleggen van verharding en parkeerplaatsen, het plaatsen van overdekte fietsenstallingen en refliëfwijziging i.f.v. heraanleg R4 - zonder openbaar onderzoek - Eilandstraat en Langerbruggestraat, 9000 Gent - Tijdelijke Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent tijdelijk  de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

TM BRAVO4 EPC VVZRL met als contactadres Rijvisschestraat 126, 9052 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025058197) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 13 mei 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

• Onderwerp: 2 tijdelijke mobipunten Oost en West: het aanleggen van verharding en parkeerplaatsen, het plaatsen van overdekte fietsenstallingen en refliëfwijziging i.f.v. heraanleg R4

• Adres: Eilandstraat en Langerbruggestraat zn, 9000 Gent

• Kadastrale gegevensafdeling 12 sectie A nrs. 531T en  sectie Q nrs. 652C

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 30 juni 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 30 juli 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag omvat het inrichten van 2 tijdelijke mobi-punten Oost en West: het aanleggen van verharding en parkeerplaatsen, het plaatsen van overdekte fietsenstallingen en refliëfwijziging i.f.v. heraanleg R4.

 

Het eerste Mobipunt aan de westzijde van het kanaal is gelegen aan de Eilandstraat nabij het veer Langerbrugge - Oostakker. Hier is nog een bestaande betonverharding aanwezig. Hier worden 51 plaatsen inclusief 3 mindervaliden plaatsen gevraagd en de plaatsing van een tijdelijke fietsenstalling voor 50 fietsen. Er wordt een tijdelijke vergunning gevraagd tot eind 2030.

 

Het tweede Mobipunt aan de oostzijde van het kanaal is gelegen op de hoek Langerbruggestraat en Göteborgstraat nabij het veer Oostakker – Langerbrugge. Deze wordt ingericht deels op de bestaande verharding en deel in de groenberm. Hier worden 50 plaatsen inclusief 3 mindervaliden plaatsen gevraagd en de plaatsing van een tijdelijke fietsenstalling voor 50 fietsen. Er wordt een tijdelijke vergunning gevraagd tot eind 2030. Er wordt een tijdelijke vergunning gevraagd tot eind 2030.

 

De werken strekken tot doel mobiliteitsondersteunend te zijn, zowel ifv:

- de werken tot heraanleg van de R4 west + oost volgens R4WO project met verwachte duur: eind 2030

- de nakende en tijdelijke uitdienstname van de veerdienst Langerbrugge voor voertuigen als gevolg van werken door het Vlaams Gewest Deze uitdienstname wordt ingeschat op 8 maanden met ingang in de loop van 2026.

- De nakende uitdienstname van de tramverbinding T2 omwille van wegenwerken die nodig zijn in Gent, Deze uitdienstname wordt ingeschat op 2 à 3jaar met ingang in de loop van september 2025.

Dit kan een mogelijk in tweede orde een mobilteitseffect veroorzaken in de oost/west relatie.

Beide mobipunten zullen toelaten dat weggebruikers op een vlotte en gereorganiseerde manier hun weg kunnen verderzetten als zachte weggebruiker.

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

 

Omgevingsvergunningen

* Op 16/12/2019 werd een weigering afgeleverd voor het exploiteren van een containerbedrijf + een bijstelling. (OMV_2019015138)

* Op 01/10/2020 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het slopen van 3 aanwezige loodsen en het verwijderen van alle omliggende verhardingen. (OMV_2020035498)

* Op 20/07/2023 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een nieuw gasstation, het aanleggen van verharding en het verplaatsen van de omheining. (OMV_2023059114)

* Op 08/12/2023 werd een melding ongegrond/niet rechtsgeldig bevonden voor het veranderen van een havensleepbedrijf. (OMV_2023146738)

* Op 21/03/2024 werd een aktename afgeleverd voor het veranderen van een havensleepbedrijf. (OMV_2024010867)

* Op 10/07/2024 werd een aktename afgeleverd voor de exploitatie van een bronbemaling in functie van het herstel van het warmtenet. (OMV_2024090089)

* Op 05/08/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de exploitatie van een bronbemaling in functie van de aanleg van een gasleiding + bijstelling van de milieuvoorwaarden. (OMV_2024032509)

* Op 16/01/2025 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het veranderen en exploiteren van een tijdelijke bemaling voor de herstelling van een warmtenet. (OMV_2024151464)

* Op 04/02/2025 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het vernieuwen van veerhavens langerbrugge met de exploitatie van een bronbemaling + bijstelling van de milieuvoorwaarden. (OMV_2023070049)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 04/06/2015 werd een vergunning afgeleverd voor de aanleg van een warmtenetwerk en bijhorigheden tussen stora enso langerbrugge en volvo cars gent in havengebied gent - terreinaanlegwerken op de fabrieksterreinen van stora enso (afgravingen/aanvullingen) - kappen van bomen-rooien struikgewas in de werkzones voor de uitvoering van bovenvermelde werken. (2015/07047)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

3.1.   DE VLAAMSE WATERWEG

Geen advies van De Vlaamse Waterweg nv - Afdeling Regio West gemeld op 11 juli 2025:
Het projectgebied ligt op meer dan 50m van het deel van het kanaal Gent-Terneuzen dat onder beheer valt van De Vlaamse Waterweg nv. Het projectgebied stroomt af naar de IJzer (beheerder: De Vlaamse Waterweg nv), maar de aangevraagde bijkomende verharding/bebouwing is niet groter dan 1 hectare. Het projectgebied ligt conform de watertoetskaart bovendien niet in overstromingsgevoelig gebied vanuit de waterweg. Bijgevolg is De Vlaamse Waterweg nv niet bevoegd voor het geven van watertoetsadvies. De vergunningverlenende overheid dient dit advies zelf op te maken.

3.2.   NORTH SEA PORT

Gunstig advies van North Sea Port afgeleverd op 17 juli 2025:
Wij verwijzen naar uw bovenvermelde adviesvraag via het Omgevingsloket van 30 juni 2025 met referentie OMV_2025058197.

Mobipunt oost bevindt zich op terrein in eigendom van North Sea Port Flanders. Mobipunt west bevindt zich op terrein in privaat eigendom. De werken kunnen gunstig geadviseerd worden.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005).

De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg (havenweg).

5.       WATERPARAGRAAF

5.1.   Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West en in een afstroomgebied in beheer van Provincie Oost-Vlaanderen. Het project ligt in de nabijheid van een waterloop in beheer van De Vlaamse Waterweg nv -Afdeling Regio West.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het terrein west is momenteel braakliggend. Het terrein oost is momenteel verhard.

5.2.   Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

De aangevraagde verhardingen in de projectzone worden geïnfiltreerd op eigen terrein in nieuwe infiltratiegrachten. De dakoppervlakte van de nieuwe fietsenstalling (60,9 m²) wordt aangesloten op een naastliggende wadi met overloop aangesloten op de straatriolering.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Overstromingen

Om impact op het overstromingsregime te vermijden dienen de voorwaarden uit de gewestelijke verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater strikt toegepast te worden.

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

5.3.   Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd.

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.

De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing.

 

Er is geen lozing van huishoudelijk- of bedrijfsafvalwater.

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag heeft geen milieueffectrapport of project-MER-screening nodig.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Op beide oevers van Veer B09 Langerbrugge-Oostakker wordt een Hoppinpunt ingericht. Hoppinpunt Oost wordt tussen de Langerbruggestraat en de Götenborgstraat gerealiseerd. Hoppinpunt West ligt ten zuiden van de Eilandstraat. Door de locatie kennen beide locaties een sterk autogericht karakter. Daarom werd in het proces beslist hier een P+R-formule te gebruiken en dus ook de nodige ruimte te zoeken voor autoparkeren. Het natransport gebeurt voornamelijk met de (deel)fiets.

 

Hoppinpunt West wordt in de buurt van de Eilandstraat ingericht met een fietsenstalling met ruimte voor 50 fietsen. Er worden 51 autoparkeerplaatsen voorzien. Hoppinpunt Oost wordt in de buurt van de Götenborgstraat ingericht met een fietsenstalling met ruimte voor 50 fietsen. Er worden 14 extra autoparkeerplaatsen voorzien.

De fietsenstallingen bieden theoretisch plaats aan 50 fietsen. Er wordt verder geen duidelijke informatie gegeven over het type fietsenstalling. Het ontwerp voldoet qua maatvoering niet aan de parkeerrichtlijnen van stad Gent. De as-op-as-afstand is te klein, het gangpad is geen 200 cm breed en er wordt geen ruimte voorzien voor buitenmaatse fietsen. Indien mogelijk wordt gevraagd hieraan te voldoen. Er wordt wél gevraagd om bij toekomstige fietsenstallingen aan Hoppinpunten het ontwerp af te stemmen op de maatvoering en dimensies volgens de parkeerrichtlijnen van Stad Gent. De modules zullen dan iets groter moeten worden. Om het gebruik van deze fietsenstallingen doorheen het jaar te ondersteunen wordt gevraagd voldoende verlichting te voorzien.

 

De realisatie van deze Hoppinpunten is gelinkt aan omgevingsvergunning 2023070049. Het renoveren van de veerhavens werd positief geadviseerd. Op vlak van mobiliteit gaven we de bezorgdheden mee in kader van de werken: “Er mag geen terugslag zijn op vlak van doorstroming van het openbaar vervoer dat rijdt aan beide zijden van de veerhavens en dat de verschillende werken op elkaar worden afgestemd, zodat de hinder niet cumuleert. Als het veer een omleidingsroute is bij één van die werken, dan kan die in tussentijds niet afgesloten worden.

Er zijn de werken R4WO Evergem, het wegvallen van Tram 2 door werken Poperingestraat, de werken aan Meulestedebrug die nog niet af zijn, de werken aan Verapazbrug die nog niet af zijn, de plannen over Tolhuis+ , … Alles hangt aan alles vast en dit dient afgestemd te worden. Deze werken voegen potentieel nog een extra hoeveelheid autoverkeer toe aan die tijdelijke Zuidelijke havenring. Qua bereikbaarheid met het openbaar vervoer maken Gent en Evergem (en de dorpen ten noorden) zich zorgen. In een vorige fase van Meulestedebrug was de hinder zo groot dat tot 25% van de busreizigers vanuit het noorden heeft afgehaakt.”

Dit blijft een bezorgdheid en dus vragen we voldoende aandacht voor een doordachte werk-planning.

 

Project heeft als doelstelling een duurzame mobiliteit te faciliteren en zijn ruimtelijk te verantwoorden binnen deze havencontext. Het niet-conform zijn van de fietsparkeerplaatsen is gelet op de tijdelijkheid geen breekpunt. Het zou naar de gebruikers toe wel helpen de maatvoering wat groter te voorzien.

 

CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor 2 tijdelijke mobipunten Oost en West: het aanleggen van verharding en parkeerplaatsen, het plaatsen van overdekte fietsenstallingen en refliëfwijziging i.f.v. heraanleg R4 aan TM BRAVO4 EPC vvzrl (O.N.:0787494597) gelegen te Eilandstraat en Langerbruggestraat zn, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Verleent de vergunning voor bepaalde duur vanaf 16 september 2025 tot en met 
31 december 2030.


  

Artikel 3

Legt volgende voorwaarden op:

 

Tijdelijke vergunning

De vergunning is tijdelijk tot en met 31 december 2030. Nadien moeten alle constructies worden verwijderd en moet het terrein worden hersteld in zijn oorspronkelijke niveau.

 

Fietsenstalling

De fietsenstalling moeten verlicht worden.


   

 

Artikel 4

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

We vragen rekening te houden met de verschillende werken in de buurt, zodat de bereikbaarheid gegarandeerd blijft en de hinder tot een minimum beperkt blijft.