Terug
Gepubliceerd op 08/08/2025

2025_CBS_06821 - OMV_2025050239 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het rooien van een boom - zonder openbaar onderzoek - Lange Violettestraat, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 07/08/2025 - 09:02 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 07/08/2025 - 09:05
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter; Sofie Bracke, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester; Astrid De Bruycker, schepen; Evita Willaert, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur
2025_CBS_06821 - OMV_2025050239 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het rooien van een boom - zonder openbaar onderzoek - Lange Violettestraat, 9000 Gent - Vergunning 2025_CBS_06821 - OMV_2025050239 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het rooien van een boom - zonder openbaar onderzoek - Lange Violettestraat, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Mevrouw Barbara Hellin met als contactadres Middendam 9B 9 bus B, 9160 Lokeren en Els De Grave met als contactadres Middendam 9B, 9160 Lokeren hebben een aanvraag (OMV_2025050239) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 18 april 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het rooien van een boom

• Adres: Lange Violettestraat 201, 9000 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 4 sectie D nr. 2358B

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 23 juni 2025.

De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 29 juli 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Het terrein bevindt zich langs de Lange Violettestraat in de Gentse Binnenstad. De gebouwen op de site maken deel uit van het Begijnhof Onze-Lieve-Vrouw ter Hoye.

Het pand op het perceel is opgenomen op de vastgestelde inventaris van het onroerend erfgoed als ‘Convent Sblonden’. Voor de aanduiding en beschrijving, zie: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/135013

 

En het pand maakt deel uit van ‘Begijnhof Onze-Lieve-Vrouw ter Hoye’, in het geheel opgenomen op de vastgestelde inventaris van het onroerend erfgoed. Voor de aanduiding en beschrijving, zie: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/135049

 

Het pand is beschermd als monument ‘Begijnhof Onze-Lieve-Vrouw ter Hoye’, samen met de andere gebouwen van het Begijnhof. Voor de intekening, beschrijving en het beschermingsbesluit, zie: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/10649

 

Het pand maakt deel uit van het beschermd cultuurhistorisch landschap ‘Begijnhof Onze-Lieve-Vrouw ter Hoye’. Voor de intekening, beschrijving en het beschermingsbesluit, zie: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/10647

 

Het Begijnhof Ter Hoye is erkend als UNESCO werelderfgoed. Voor de aanduiding en het dossier, zie: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/14990

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft de kapping van een berk opgesplitst in twee stammen, gesitueerd op 4,50m van de dichtste perceelsgrens.
 

Als motivatie voor de kapping van de berk wordt opgegeven dat de boom stervende / dood is. Hierdoor zou de boom een gevaar vormen voor mensen en infrastructuur.
Omwille van de bouwwerken voor de restauratie van het convent in 9 wooneenheden (zie historiek) heeft de berk wortelschade geleden. De kroon is volledig dood en de talrijke dode takken die zich in de kroon bevinden, zorgen voor een acuut gevaar voor de fietsenstalling en de fietsers die daar dagelijks passeren om hun fietsen te halen.

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 16/08/2018 werd een weigering afgeleverd voor de wegen en rioleringswerken ten behoeve van de realisatie van de heraanleg van de riolering. (OMV_2018053317)

* Op 02/05/2019 werd een gedeeltelijke voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de restauratie van convent 201 in 9 wooneenheden (restauratie fase 5d). (OMV_2018107545)

* Op 21/04/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de restauratie van convent 201 in 9 wooneenheden (fase 5d). (OMV_2021171012)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 24/05/1995 werd een vergunning afgeleverd voor het restaureren van beschermde woningen. (1995/139)

* Op 22/03/2007 werd een vergunning afgeleverd voor de restauratie van een convent en de inrichting van appartementen. (2006/1002)

* Op 25/01/2018 werd een weigering afgeleverd voor de restauratie van convent 201 in 10 wooneenheden (restauratie fase 5d). (2017/09206 Dig)

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies is gegeven:  

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Onroerend Erfgoed afgeleverd op 9 juli 2025 onder ref. 4.002/44021/32.137. Het integrale advies kan worden nagelezen op het Omgevingsloket.
Samenvatting:
Voor de gevraagde handelingen verlenen we onder voorwaarden een gunstig advies (art. 6.4.4, §2 Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013).

Motivering

Het Begijnhof Onze-Lieve-Vrouw ter Hoye is beschermd omwille van de esthetische erfgoedwaarden.

De aanvraag betreft het vellen van een berk opgesplitst in twee stammen. Uit een plaatsbezoek blijkt dat de berk bovenaan dode toppen vertoont en een ijlere kruin. Uit navraag bij de aanvrager blijkt dat er bloedingen werden vastgesteld.

Op de luchtfoto’s is te zien dat er bij de werken aan de gebouwen grote schade is toegebracht aan de groeiplaats van de boom. De groeiplaats werd gebruikt voor stockage van materiaal (zie bijlage 1). Deze werken hebben ongetwijfeld de laatste fase van deze boom ingeluid. Wij vragen dan ook dat bij toekomstige werken meer aandacht is voor het groene erfgoed op de site. De aanwezigheid van bomen en groen in de individuele tuinen in het begijnhof zijn belangrijk voor de esthetische waarde van de site. Daarom vragen wij om de groeiplaats te verbeteren, een heraanplant te voorzien en het aanslaan van de heraanplant op te volgen.

Ons advies is gunstig als de handelingen voldoen aan volgende voorwaarden:

- De groeiplaats wordt over de volledige tuinzone losgemaakt en voorzien van een mulchlaag of gerijpte compost al dan niet met bijpassende beplanting (zaaigoed of plantgoed).

- Er wordt een nieuwe boom van de tweede orde aangeplant op dezelfde locatie volgens de regels van de kunst.

- Wanneer de boom (vroegtijdig) afsterft, wordt deze opnieuw aangeplant.

Als ze aan deze voorwaarden voldoen, doet geen van de gevraagde handelingen afbreuk aan de bescherming. Als ze niet aan de voorwaarden voldoen, dan is ons advies ongunstig.
 

Archeologie

 

Kijkt u zeker na of er geen in akte genomen archeologienota bij dit omgevingsvergunningdossier moet worden gevoegd. Meer informatie en een beslissingsboom kunt u terugvinden op https://www.onroerenderfgoed.be/archeologie-bij-vergunningsaanvragen-vergunningverleners.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.

Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'STEDELIJK WONEN' (Definitieve vaststelling door de Gemeenteraad op 27 juni 2017). De locatie is volgens dit RUP gelegen in stedelijk woongebied.

Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg BINNENSTAD - DEEL ZUID, goedgekeurd op 29 november 2002, en is bestemd als zone C voor woningen en tuinen.


De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.

 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)

Zie waterparagraaf.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1 Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv – Afd. Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het perceel is momenteel bebouwd.

 

5.2 Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

De voorliggende aanvraag wijzigt noch de bebouwde noch de verharde oppervlakte. Het afvoerstelsel wordt niet ingrijpend aangepast. Er worden geen nieuwe platte daken aangelegd. Hieruit volgt dat er vanuit de GSV of het Algemeen Bouwreglement van de Stad Gent geen verplichtingen zijn voor de aanleg van een hemelwaterput, infiltratievoorziening of een groendak.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3 Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er wordt binnen voorliggende aanvraag waardevol groen gerooid.
Er is geen bezwaar tegen het rooien van de berk. Deze boom stond tussen een werf en wortelschade zal onvermijdelijk zijn geweest. De kroon is wel niet volledig dood. Enkel de top en een aantal zijtakken. Ook enkele kleinere takken zijn afgestorven en hiervan zijn enkele al afgebroken. De boom is gevorkt en is ook aangetast met zwam. De wortelschade en onomkeerbare verdere verwachte aftakeling doen ons besluiten dat de boom kan verwijderd worden. Dit evenwel op voorwaarde dat er een volwaardige heraanplanting gebeurd. Dit wordt verder besproken onder paragraaf 9: Omgevingstoets.
De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.  

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag, mits voorwaarden, de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (MER-besluit) en heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. De opmaak van een milieueffectrapport of project-m.e.r.-screening is voor voorliggend project dan ook niet vereist.

8.       BEKENDMAKING

De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

De ligging in CHE-gebied, de opname op de vastgestelde inventaris van het onroerend erfgoed, de bescherming als monument, de ligging binnen het beschermd cultuurhistorisch landschap en de erkenning als UNESCO werelderfgoed zijn aanduidingen van de zeer hoge erfgoedwaarde van de site.

 

Voor het Begijnhof Ter Hoye werden twee goedgekeurde beheersplannen opgemaakt, een voor het landschap en een voor de gebouwen. Beide zijn online raadpleegbaar: https://plannen.onroerenderfgoed.be/plannen/34 en https://plannen.onroerenderfgoed.be/plannen/1036

In het landschapsbeheersplan is de boom aangeduid als ‘te behouden’. De aanvraag omvat het rooien van een boom, gemotiveerd vanuit pathologie (dood hout) en openbare veiligheid.

Er is geen bezwaar tegen het rooien van de berk. Deze boom stond tussen een werf en wortelschade zal onvermijdelijk zijn geweest. De kroon is wel niet volledig dood. Enkel de top en een aantal zijtakken. Ook enkele kleinere takken zijn afgestorven en hiervan zijn enkele al afgebroken. De boom is gevorkt en is ook aangetast met zwam. De wortelschade en onomkeerbare verdere verwachte aftakeling doen ons besluiten dat de boom kan verwijderd worden. Dit evenwel op voorwaarde dat er een volwaardige heraanplanting gebeurd. Er moet bijgevolg minstens één nieuwe hoogstammige boom (met minimumstamomtrek HS12/14) worden heraangeplant en dit met een boomsoort van minstens tweede grootte-orde. Dit gebeurt ten laatste het eerstvolgend plantseizoen na het rooien en op ongeveer dezelfde positie na het optimaliseren van de groeiplaats, zodat de nieuw aangeplante boom duurzaam kan uitgroeien. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
 

Het landschapsbeheersplan stelt bovendien dat bomen die beeldbepalend zijn onder de bescherming vallen en dat stedenbouwkundige handelingen de aanwezige beeldkwaliteit niet mogen aantasten. (p. 17). Daarom omvat het landschapsbeheersplan ‘bijzondere voorschriften voor het behoud van waardevolle bomen’. Deze voorschriften stellen dat rooien van een boom enkel kan toegestaan worden als er nieuwe aanplantingen gebeuren die minstens leiden tot dezelfde stadslandschappelijke (beeld- en belevingswaarde) en ecologische kwaliteiten. (p. 17). Daarom wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen dat er een nieuwe boom moet worden aangeplant die op termijn dezelfde beeldkwaliteit moet bieden voor het Begijnhof. De boom moet dus kunnen uitgroeien tot een hoge boom die boven de tuinmuur uitgroeit. Er wordt eveneens als bijzondere voorwaarde opgenomen dat de nieuwe boom een inheemse soort moet zijn. Het landschapsbeheersplan definieert inheemse bomen als volgt (p. 54): Juglans nigra (Okkernoot), Tilia x europaea (Hollandse linde), Aesculus hippocastanum (Witte paardekastanje), Fagus sylvatica (Beuk), Acer pseudoplatanus (Gewone esdoorn), Carpinus betulus (haagbeuk), Betula pendula (Berk).

 

CONCLUSIE

Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het rooien van een boom aan mevrouw Barbara Hellin en Els De Grave gelegen te Lange Violettestraat 201, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Voorwaarden voortvloeiend uit externe adviezen
Agentschap Onroerend Erfgoed
Het advies van Onroerend Erfgoed (advies van 9 juli 2025, met kenmerk 4.002/44021/32.137) moet strikt nageleefd worden:

- De groeiplaats wordt over de volledige tuinzone losgemaakt en voorzien van een mulchlaag of gerijpte compost al dan niet met bijpassende beplanting (zaaigoed of plantgoed).

- Er wordt een nieuwe boom van de tweede orde aangeplant op dezelfde locatie volgens de regels van de kunst.

- Wanneer de boom (vroegtijdig) afsterft, wordt deze opnieuw aangeplant.

Heraanplant

De bestaande boom moet worden vervangen door het aanplanten van een nieuwe boom die op termijn dezelfde beeldkwaliteit moet bieden voor het Begijnhof; de boom moet dus kunnen uitgroeien tot een hoge boom die boven de tuinmuur uitgroeit.

Er moet bijgevolg minstens één nieuwe hoogstammige boom (met minimumstamomtrek HS12/14) worden heraangeplant en dit met een boomsoort van minstens tweede grootte-orde. Dit gebeurt ten laatste het eerstvolgend plantseizoen na het rooien en op ongeveer dezelfde positie na het optimaliseren van de groeiplaats, zodat de nieuw aangeplante boom duurzaam kan uitgroeien.

 

De nieuwe boom moet inheems zijn, te kiezen uit volgende soorten: Juglans nigra (Okkernoot), Tilia x europaea (Hollandse linde), Aesculus hippocastanum (Witte paardekastanje), Fagus sylvatica (Beuk), Acer pseudoplatanus (Gewone esdoorn), Carpinus betulus (haagbeuk), Betula pendula (Berk).