Radicalisering bij jongeren is terug van nooit weggeweest. Dat bevestigt de geplande aanslag op premier Bart De Wever en andere politici. De aangehouden verdachten zijn 18 en 23 jaar oud. De dienst staatsveiligheid wijst in recente rapporten op dezelfde trend, met bijzondere aandacht ook voor minderjarige jongeren en het gebruik (of misbruik) van sociale mediaplatforms. Bij minderjarigen gaat het in 75% van de gevallen om islamitische radicalisering, in de andere gevallen gaat het om extreemrechtse of anti-establishment radicalisering.
In de uitzending van Ter Zake van 9 oktober getuigde de Gentse islamtheoloog Khalid Benhaddou dat ook vandaag heel wat jeugdwerkers en leerkrachten signalen opvangen over radicalisering. In dezelfde uitzending getuigde een Gentse jongere over hoe snel het proces richting radicalisering kan gaan (met een radicale zwart/wit-opdeling van de wereld in haram/halal). Gelukkig bleek het proces in zijn geval omkeerbaar. Zowel op Vlaams als op Gents niveau wordt al jaren werk gemaakt van een antiradicaliseringsbeleid, met o.a. hier in onze stad de lokale veiligheidscel (LIVC) en het team EXPO-R. De burgemeester gaf hierover toelichting in zowel de commissie FABAZ als de gemeenteraad van september naar aanleiding van de vragen van collega Van Bossuyt.
Eén aspect in het El Albani-debat vorige maand in deze gemeenteraad betrof het feit dat één van de bestuurders/vertrouwenspersonen van de moskee een voormalige medewerker was van de vzw Jong. In de pers werd er over getuigd dat net die voormalige positie bij vzw Jong ervoor zorgt dat heel wat jongeren bij de El Albani-moskee terecht komen. Jongeren met een kwetsbaar profiel – een doelpubliek van de vzw Jong – blijken extra vatbaar voor radicalisering aldus radicaliseringsexpert Youcef Naimi. Zoals bekend voert de vzw Jong het leeuwendeel van het Gentse jeugdwelzijnsbeleid (met een jaarlijkse subsidie van ruim 3 miljoen euro). De burgemeester gaf in dit verband al beknopt het volgende mee:
“De organisatie bouwt duidelijke buffers in tegen radicale of discriminerende invloeden. Een kernwaarde legt de nadruk op diversiteit, menselijkheid en gelijkwaardigheid. Ze werken met een deontologische code die professionele integriteit en neutraliteit garandeert. Ook een aanwervings- en evaluatiebeleid en de verplichting tot een attest van goed gedrag en zeden.”
En ook: “Dat staat natuurlijk ook in het afsprakenkader en de convenanten. Hier gaat het over onze jeugdbeweging of jeugdorganisatie. Het is aan de jeugddienst om de convenanten op te volgen.”
Dat er een theoretisch kader (kernwaarden, deontologische code, evaluatieprocedure, convenanten, enz.) voorhanden is dat radicalisme moet tegengaan en uitsluiten, is op zich prima en ook vanzelfsprekend. Maar even belangrijk is natuurlijk dat die theorie in de praktijk wordt omgezet, zodat radicalisme in het Gentse jeugdwelzijnsbeleid geen enkele kans krijgt.
1. Hoe ziet de vzw Jong er in de praktijk op toe dat medewerkers of vrijwilligers geen radicale ideeën verspreiden bij de jongeren waarmee ze in contact komen? Welke opvolging of toezicht is er via de jeugddienst? Zijn er de voorbije jaren concrete problemen vastgesteld of meldingen/klachten (zowel intern als extern) geweest op dit vlak? Hoe zit dit bij andere via het stadsbestuur gesubsidieerde jeugdwelzijnsorganisaties?
2. Is de El Albani-casus aanleiding geweest om de tot nu toe door de jeugddienst, door de vzw Jong of andere gesubsidieerde jeugdwelzijnsorganisaties op dit vlak gehanteerde aanpak te herbekijken of bij te sturen?