Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 77.
De raad voor maatschappelijk welzijn keurde op 25 november 2024 het addendum bij de partnerschapsovereenkomst Jobteam Gent 2024-2029 goed omtrent de arbeidsbegeleiding van EU 13-burgers met complexe problematiek. Europa WSE keurde immers het projectvoorstel van de Stad Gent goed voor de begeleiding van deze doelgroep, als uitbreiding van het bestaande lokale partnerschap 'Jobteam Gent' voor kwetsbare werkzoekenden in Gent.
Op verzoek van de VDAB wordt artikel 7 van het addendum omtrent de arbeidsbegeleiding van EU 13-burgers met een complexe problematiek gewijzigd. De VDAB subsidieert maximaal 15 % van het door Europa WSE toegewezen subsidiebudget aan de promotor (Stad Gent) en partners, en dit voor de werking van het partnerschap. In het oorspronkelijke addendum is voorzien dat de VDAB deze cofinanciering volstort via geldmiddelen. In het gewijzigde addendum is voorzien dat na evaluatie van de projectwerking de VDAB vanaf werkingsjaar 2026 extra personeel kan inzetten in het project op basis van de noden. De cofinanciering door VDAB met geldmiddelen wordt verminderd met de kosten van hun personeelsinzet in het project.
Het initiële addendum werd niet ondertekend door de betrokken partnerorganisaties. Het is bijgevolg niet vereist om in het nieuwe addendum te verwijzen naar het initiële addendum.
Het nieuwe gewijzigde addendum bij de partnerschapsovereenkomst 'Jobteam 2024-2029' voor de arbeidsbegeleiding van EU 13-burgers met complexe problematiek ligt nu voor ter goedkeuring.
Keurt goed het gewijzigde addendum bij de partnerschapsovereenkomst Jobteam 2024 - 2029: arbeidsbegeleiding van EU 13-burgers met complexe problematiek.
Het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 77, 1e lid.
Het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 482, 2e lid.
Audio is een welzijnsvereniging in de zin van deel 3, titel 4, hoofdstuk 2 van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (hierna: Audio).
OCMW Gent was in 2010 mede oprichtend lid van Audio.
Artikel 482, 2e lid van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur bepaalt dat beslissingen aangaande de toelating van deelgenoten in welzijnsverenigingen enkel kunnen worden genomen indien alle deelgenoten hier voorafgaand mee instemmen.
De gemeente Heusden-Zolder heeft gevraagd om toe te treden tot de welzijnsvereniging Audio.
In het kader van de groeistrategie die goedgekeurd werd door de algemene vergadering van Audio van 24 mei 2024 heeft Audio gevraagd om de toetreding van de gemeente Heusden-Zolder formeel goed te keuren.
Keurt goed de toetreding van de gemeente Heusden-Zolder tot de welzijnsvereniging Audio.
Het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 77, 1e lid.
Het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 490.
Het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 490, § 2 en § 3.
Audio is een welzijnsvereniging in de zin van deel 3, titel 4, hoofdstuk 2 van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (hierna: Audio).
OCMW Gent was in 2010 mede oprichtend lid van Audio.
Artikel 485, 1e lid van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur bepaalt dat welzijnsverenigingen onderworpen zijn aan dezelfde regels aangaande het bestuurlijk toezicht als OCMW's.
Artikel 490, §2 van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur schrijft voor dat de algemene vergadering van welzijnsverenigingen zich vóór 30 juni dienen uit te spreken over de vaststelling van de jaarrekening van het voorgaand boekjaar en dat ze hiervan binnen de 20 dagen een afschrift dienen te bezorgen aan de betrokken OCMW's.
Artikel 490, §3 van het Decreet van 22 december 2017 bepaalt dat de betrokken raden voor maatschappelijk welzijn advies uit kunnen brengen over voormelde jaarrekening. Indien zij binnen de 50 dagen na ontvangst door het OCMW van voormelde jaarrekening geen advies uitbrengen bij de toezichthoudende overheid, de provinciegouverneur, worden zij geacht positief te hebben geadviseerd.
Op 28 mei 2025 stelde de algemene vergadering van Audio de jaarrekening van 2024 vast. Audio maakte hiervan op 6 juni 2025 een afschrift met toelichting over aan OCMW Gent.
De jaarrekening van 2024 met toelichting van Audio wordt ter kennisneming voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn van OCMW Gent.
Neemt kennis van de jaarrekening van 2024 zoals vastgesteld door de algemene vergadering van de welzijnsvereniging Audio van 28 mei 2025.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 32 en 74.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de notulen door de algemeen directeur worden opgesteld en dat die notulen in de eerstvolgende vergadering ter goedkeuring moeten worden voorgelegd.
Elk lid van de vergadering heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
De notulen zijn te vinden in de interne toepassing eBesluitvorming bij de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 2 juli 2025 onder 'Publicaties' (link: https://ebesluitvorming.gentgrp.gent.be/vergadering/14428)
Keurt de notulen goed van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 2 september 2025.
De hoofdmaatschappelijk werkers van de Gentse sociale dienst hebben in twee opeenvolgende brieven aan schepen De Bruycker hun bezorgdheid geuit over de impact van de geplande besparingen bij het OCMW.
In hun eerste brief wezen zij op de toenemende werkdruk, de afbouw van essentiële ondersteunende diensten (zoals bijvoorbeeld de juridische dienst en de Dienst Werk en Activering), en de negatieve gevolgen daarvan voor de kwaliteit van de hulpverlening. In hun opvolgnota herhalen zij dat de huidige besparingsplannen de continuïteit van de dienstverlening bedreigen en dat een herziening noodzakelijk is.
Deze signalen komen van ervaren personeelsleden die dagelijks geconfronteerd worden met de noden van Gentenaars in armoede, met schulden of complexe hulpvragen. Zij doen een oproep om hun basistaken degelijk te kunnen blijven uitvoeren en dus ook de nodige middelen hiervoor.
Tijdens de commissie WWOPP van 9 september 2025 bleek dat het stadsbestuur voorlopig vasthoudt aan het huidige besparingskader. Het is echter duidelijk dat de uitrol van deze plannen, zonder grondig overleg en bijsturing, een ernstige impact zal hebben op personeel én cliënten.
Het is dan ook aangewezen dat het vast bureau in overleg treedt met het OCMW-personeel, en in het bijzonder de hoofdmaatschappelijk werkers, om te onderzoeken hoe het besparingskader en -plan kan worden bijgestuurd.
De raad voor maatschappelijk welzijn kan de duidelijke noodkreten uit het werkveld niet meer negeren. De kwaliteit van de sociale dienstverlening is een kerntaak van het OCMW. Wanneer de eigen medewerkers aangeven dat de kwaliteit van de dienstverlening in gevaar komt door politieke keuzes, is het onze plicht om over te gaan tot reflectie en bijsturing.
Door overleg met het personeel en de hoofdmaatschappelijk werkers te organiseren, kan het stadsbestuur samen met de werkvloer tot oplossingen komen die wél gedragen zijn en die de slagkracht van het OCMW versterken in plaats van ondermijnen.
Een herziening van het besparingskader en -plan is noodzakelijk om te garanderen dat de Gentse sociale dienst haar opdracht – het ondersteunen van kwetsbare Gentenaars – correct kan blijven vervullen.
De raad voor maatschappelijk welzijn vraagt het vast bureau om dringend overleg op te starten met het OCMW-personeel en de hoofdmaatschappelijk werkers over de impact van het huidige besparingskader en besparingsplan.
De raad voor maatschappelijk welzijn vraagt het vast bureau om op basis van dit overleg het huidige besparingskader en -plan te herzien, met als doel de continuïteit en de kwaliteit van de sociale dienstverlening te garanderen.
Het vast bureau rapporteert hierover op de bevoegde commissie en de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het Decreet over het lokaal van bestuur van 22 december 2017 voorziet in een geïntegreerde planning van de gemeente en het OCMW.
De decreetgever beperkt voortaan de verplichte rapportering aan de raad omwille van kredietwijziging en autorisatie van de kredieten door meer de nadruk te leggen op de rapportering over realisatie van het geplande beleid in een opvolgingsrapportering.
De toepassing van deze regels impliceert dat er over de tussentijdse realisatie van dit meerjarenplan wordt gerapporteerd middels deze opvolgingsrapportering.
De decreetgever versterkt de inhoudelijke rapportering naar de raad. Deze bevat een overzicht van de realisatie van de prioritaire doelstellingen, een update van de financiële risico's en de grondslagen en assumpties waarop de aanpassing van het meerjarenplan bij budgetopmaak 2025 is gebouwd. De aanrekeningen die in de rapporteringen worden getoond, betreffen in regel de boekingen tot en met eind juni 2025. Deze realisaties worden telkens vergeleken met de laatste planningscijfers van de budgetopmaak 2025.
Neemt kennis van de opvolgingsrapportering voor het jaar 2025 over de inhoudelijke voortgang van het meerjarenplan, zoals toegevoegd in bijlage.
District09 AG met Kbo nr. 0749.998.654, Botermarkt 1, 9000 Gent heeft als aankoopcentrale op 24 juni 2024 beslist tot de plaatsing van de opdracht perceel 3: QR-code op factuur/betalingsuitnodiging en betaallink in mail – 1 op 1 relatie
De procedure is als volgt verlopen
- keuze van de Openbare procedure EU als plaatsingsprocedure;
− Aankondiging van de opdracht d.d. 24/06/2024 in het Publicatieblad van de Europese Unie en het Bulletin der Aanbestedingen;
− Gemotiveerde selectiebeslissing d.d. 7/10/2024;
− Kennisgeving d.d. 08/10/2024 tot wijziging van de plaatsingsprocedure op basis van artikel 38 §1,2° Wet inzake overheidsopdrachten naar de mededingingsprocedure met onderhandeling EU op basis van een nieuw bestek nr. G000899 ;
− Aankondiging van het nieuw bestek nr. G000899 d.d. 11/10/2024 ;
− Proces-verbaal van de opening van de offertes d.d. 28/10/2024;
− Gunningsverslag d.d. 17/02/2025.
De vergadering van de raad van bestuur van District09 AG heeft op 17 maart 2025 beslist het gunningsverslag goed te keuren met betrekking tot de overheidsopdracht van diensten – perceel 3: QR-code op factuur/betalingsuitnodiging en betaallink in mail – 1 op 1 relatie. Daarnaast werd de opdracht PSP perceel 3: QR-code op factuur/betalingsuitnodiging en betaallink in mail – 1 op 1 relatie (bestek nr. G000988) toegewezen aan Digiteal NV, Emile Francqui straat 6 bus 9 te 1435 Mont-Saint-Guibert met ondernemingsnummer 0630.675.588, tegen de prijzen van de goedgekeurde offerte op datum van 15 januari 2025.
Het Departement Financiën stelt voor om toe te treden tot de door District09 AG afgesloten overeenkomst met de firma Digiteal NV voor perceel 3: QR-code op factuur/betalingsuitnodiging en betaallink in mail - 1 op 1 relatie.
Volgende bepalingen zijn van toepassing op de raamovereenkomst:
Aanbestedende overheid: District09 AG
Duur van de overeenkomst: 4 jaar
Wijze van prijsbepaling: gemengde opdracht
Leiding en toezicht bij District09 AG: voorheen Els Theuns en thans Els Van Kerckhove
Er wordt goedkeuring gevraagd om gedurende de periode van de overeenkomst af te nemen op perceel 3: QR-code op factuur/betalingsuitnodiging en betaallink in mail - 1 op 1 relatie bij Digiteal NV, Emile Francqui straat 6 bus 9 te 1435 Mont-Saint-Guibert tegen de prijzen van de goedgekeurde offerte.
De totale afname van perceel 3 en perceel 1 (zie gekoppeld besluit) overschrijden de grens van 143.000 euro waardoor de goedkeuring valt onder de bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De aanvangsdatum voor deze beslissing tot afname is voorzien op 22 september 2025.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Diverse diensten Stad Gent | Diverse Diensten OCMW Gent |
| Budgetplaats | Divers | Divers |
| Categorie* | Exploitatie | Exploitatie |
| Subsidiecode | Niet_relevant | Niet_relevant |
| 2025 (3/12) | 22.576,18 | 2.024,63 |
| 2026 | 25.109,92 | 983,73 |
| 2027 | 25.109,92
| 983,73 |
| 2028 | 25.109,92
| 983,73 |
| 2029 (4/12) | 8.369,97 | 327,91 |
| Totaal | 97.905,94 | 4.975.82 |
Keurt goed de toetreding tot de door District09 afgesloten raamovereenkomst voor perceel 3 QR-code op factuur/betalingsuitnodiging en betaallink in mail - 1 op 1 relatie - Bestek G000899
Volgende bepalingen zijn van toepassing op de raamovereenkomst:
Aanbestedende overheid: District09 AG
Duur van de overeenkomst: 4 jaar
Wijze van prijsbepaling: gemengde opdracht
Leiding en toezicht: voorheen Els Theuns en thans Els Van Kerckhove
Keurt goed om gedurende de looptijd van de door District09 AG afgesloten raamovereenkomst perceel 3: QR-code op factuur/betalingsuitnodiging en betaallink in mail - 1 op 1 relatie af te nemen op perceel 3: QR-code op factuur/betalingsuitnodiging en betaallink in mail - 1 op 1 relatie bij Digiteal NV, met ondernemingsnummer 0630.675.588, Emile Francqui straat 6 bus 9 te 1435 Mont-Saint-Guibert, tegen de prijzen van de goedgekeurde offerte.
De aanvangsdatum voor deze beslissing tot afname is voorzien op 22 september 2025.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 77
Op 27 september 2021 keurden de gemeenteraad (2021_GR_00181) en de raad voor maatschappelijk welzijn (2021_RMW_00028) de bijzondere samenwerkingsovereenkomst tussen de Stad, het OCMW en sogent betreffende het pilootproject SVK Wonen site Gentbrugge – site Libertyt (hierna ‘BSO’) goed. De goedkeuring door de raad van bestuur van sogent volgde op 29 september 2021.
Het doel van het pilootproject is de realisatie van een nieuw huisvestingsmodel. Het houdt in dat op gronden die eigendom zijn van een publieke partij een private partner woningen ontwikkelt die na realisatie verhuurd worden als sociale woning. Er werden oorspronkelijk twee sites geselecteerd: de site Burvenichstraat te Gentbrugge en de site De Liberteyt gelegen te Wondelgem.
De schrapping van de site Burvenich en de gewijzigde aanpak voor de site De Liberteyt maakten een aanpassing van de BSO via een addendum noodzakelijk. Op 29 januari 2024 keurden de gemeenteraad (2024_GR_00101) en de raad voor maatschappelijk welzijn (2024_RMW_00016) addendum 1 goed.
Voor de site Liberteyt werd zoals gepland een bijkomend inplantingsonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek en de bijhorende infomomenten met de buurt tonen aan dat de projectdefinitie van het woonproject moet worden bijgestuurd. Het aantal woningen wordt bijgesteld, er wordt een gemeenschapsvoorziening opgenomen en ook de tuin van het woonzorgcentrum wordt heraangelegd.
Daarnaast werd het huisvestingsmodel waarbij OCMW Gent een deel van de site van het WZC De Liberteyt in erfpacht zou geven aan een private partner die het woonproject zou realiseren en verhuren aan Thuispunt Gent vergeleken met het model waarbij de erfpacht rechtstreeks wordt gegeven aan Thuispunt Gent die het woonproject realiseert en beheert. Deze laatste optie is financieel gunstiger en wordt daarom verkozen. De uitvoering van het project wordt daarnaast uitgebreid met de heraanleg van de tuin.
De gewijzigde projectdefinitie en gewijzigde uitvoering van het project resulteren in een wijziging van de projectorganisatie. Sogent nam tot op heden de projectleiding op zich. Dit blijft van toepassing totdat de verkavelingsvergunning er is. Daarna stopt de taak en betrokkenheid van sogent en zal OCMW Gent de heraanleg van de tuin opvolgen en een erfpachtovereenkomst sluiten met Thuispunt Gent in functie van de realisatie van het sociaal woonproject en de gemeenschapsvoorziening.
De gewijzigde projectdefinitie en projectorganisatie resulteren ten slotte in een verlaging van het projectbudget voorzien binnen de BSO. Het budget voorzien voor de heraanleg van de tuin maakt geen deel meer uit van de BSO.
Deze wijzigingen maken een aanpassing van de BSO via dit addendum 2 noodzakelijk.
Keurt goed addendum nr. 2 bij de bijzondere samenwerkingsovereenkomst met sogent, Voldersstraat 1, 9000 Gent en Stad Gent, Botermarkt 1, 9000 Gent voor het pilootproject SVK Wonen site Gentbrugge - site Liberteyt, zoals gevoegd in bijlage.
Het vast bureau heeft op 30 april 2025 en 28 mei 2025 kennis genomen van een aantal wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent en opdracht gegeven om de wijzigingen voor te leggen aan de vakbonden.
Thans blijkt dat de inleidende zin in artikel 1 van het beschikkend gedeelte fout werd geformuleerd.
De volgende zin: 'Legt het ontwerp van hiernavolgende wijziging aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent dat op 1 januari 2026 in werking treedt ter onderhandeling voor aan de vakbonden:' moet vervangen worden door: 'Keurt goed de hiernavolgende wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent die op 1 januari 2026 in werking treden:'.
De beslissing onder artikel 2 van het beschikkend gedeelte, nl. 'Legt voor aan de vakbonden dat in een overgangsmaatregel zal bepaald worden dat alle evaluaties uitgesproken voor 1 januari 2026 onderworpen blijven aan de bepalingen van de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent van toepassing voor die datum.' werd fout geformuleerd en dient vervangen te worden door 'Keurt goed dat in een overgangsmaatregel zal bepaald worden dat alle evaluaties uitgesproken voor 1 januari 2026 onderworpen blijven aan de bepalingen van de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent van toepassing voor die datum.'
De amendering van het ontwerp OCMW-raadsbesluit betreffende de wijziging aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent - Opvolging, feedback en evaluatie tijdens de loopbaan, geagendeerd op de raad voor maatschappelijk welzijn van juni 2025, is bijgevolg noodzakelijk en goedgekeurd in het vast bureau van 19 juni 2025 (2025_VB_00216).
Keurt goed de amendering van het ontwerp OCMW-raadsbesluit betreffende de wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent - Opvolging, feedback en evaluatie tijdens de loopbaan, zoals geagendeerd op de raad voor maatschappelijk welzijn van juni 2025, als volgt:
Vervangt de inleidende zin van artikel 1 in het beschikkend gedeelte, nl. 'Legt het ontwerp van hiernavolgende wijziging aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent dat op 1 januari 2026 in werking treedt ter onderhandeling voor aan de vakbonden:' door ''Keurt goed de hiernavolgende wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent die op 1 januari 2026 in werking treden:'.
Keurt goed de amendering van het ontwerp OCMW-raadsbesluit betreffende de wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent - Opvolging, feedback en evaluatie tijdens de loopbaan, zoals geagendeerd op de raad voor maatschappelijk welzijn van juni 2025, als volgt:
Vervangt artikel 2 van het beschikkend gedeelte, nl. 'Legt voor aan de vakbonden dat in een overgangsmaatregel zal bepaald worden dat alle evaluaties uitgesproken voor 1 januari 2026 onderworpen blijven aan de bepalingen van de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent van toepassing voor die datum.' door 'Keurt goed dat in een overgangsmaatregel zal bepaald worden dat alle evaluaties uitgesproken voor 1 januari 2026 onderworpen blijven aan de bepalingen van de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent van toepassing voor die datum.'
In zitting van september 2019 hebben de gemeente- en OCMW-raad een gemeenschappelijke rechtspositieregeling goedgekeurd voor het stadspersoneel en het OCMW-personeel, m.u.v. de personeelsleden van artikel 186, § 2, 3° Decreet Lokaal Bestuur en artikel 60-personeelsleden.
De huidige rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent is nog gebaseerd op het Vlaamse Rechtspositiebesluit van 7 december 2007.
Ondertussen is er een nieuw Vlaams Rechtspositiebesluit van 20 januari 2023 met minimale voorwaarden waaraan de rechtspositieregeling moet voldoen. Het nieuwe rechtspositiebesluit voor Vlaamse lokale besturen is sinds 18 maart 2023 in werking en geeft lokale besturen meer vrijheid om een hr-beleid op maat te ontwikkelen.
Er is in het Vlaamse Rechtspositiebesluit van 20 januari 2023 geen verplichte timing opgenomen om de lokale rechtspositieregeling aan te passen.
Er wordt voorgesteld om stapsgewijs de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent aan te passen. Het eerste luik dat wordt voorgesteld om aan te passen, gaat over opvolging, feedback en evaluatie van de medewerkers.
De voorgestelde wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent werden met de vakbonden besproken op 5, 6 en 21 mei 2025. Naar aanleiding van de vakbondsonderhandelingen werden volgende aanpassingen doorgevoerd:
Het nieuw voorstel voor opvolging, feedback en evaluatie steunt op drie principes eigen aan onze organisatiecultuur:
Hierbij krijgen medewerkers eerlijke kansen. En worden ze aangespoord om zich verder te ontwikkelen.
Het voorstel gaat ervan uit dat medewerkers die kansen ook grijpen en loyaal meewerken om kwaliteit te leveren en resultaten te behalen.
Zo wordt gezorgd voor een goed evenwicht tussen het belang van het individu en van de organisatie.
Jaarlijks samenwerkingsgesprek
De feedbackcultuur vormt de basis voor het nieuw voorstel. Jaarlijks worden een aantal thema's besproken in het samenwerkingsgesprek. In dit samenwerkingsgesprek worden naast de doelstellingen en verwachtingen ook de functie gerelateerde competenties, de samenwerking, de persoonlijke ontwikkeling en het welzijn van de betrokken medewerker besproken. De opvolging van het functioneren gebeurt door elkaar continu feedback te geven. Dit leidt tot een betere samenwerking. En een betere samenwerking leidt ook tot een betere dienstverlening.
Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP)
Om medewerkers te ondersteunen in hun functioneren kan gebruik worden gemaakt van een persoonlijk ontwikkelingsplan. Hiervoor staat een sjabloon ter beschikking. In een samenwerkingsgesprek maakt de leidinggevende samen met de medewerker afspraken over persoonlijke ontwikkeling. Dit kan gaan over ontwikkelen in de huidige functie of op langere termijn in een toekomstige functie.
In dit samenwerkingsgesprek gaat het over ontwikkeling in brede zin:
…
Als er ontwikkelpunten zijn, dan is een persoonlijk ontwikkelingsplan verplicht. In het POP wordt concreet beschreven welk doel moet bereikt worden, welk resultaat tegen wanneer moet behaald zijn en welke hulpbronnen of ondersteuning ter beschikking staan van de medewerker. De medewerker neemt hierbij initiatief voor de eigen ontwikkeling. De leidinggevende moet de medewerker waar nodig ondersteunen via opvolggesprekken.
Alarmgesprek
Als de medewerker de doelstellingen en resultaten niet behaalt, ondanks de aangeboden ondersteuning in het ontwikkelingsplan, volgt een alarmgesprek. Hierbij wordt een termijn bepaald waarbinnen er een verbetering moet optreden. Komt die verbetering er niet binnen de vooropgestelde termijn, dan is de volgende stap een evaluatiegesprek.
Er gebeurt enkel een evaluatie in geval van beroepsongeschiktheid. In het evaluatiegesprek wordt een ongunstige evaluatie uitgesproken met voorstel tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid.
De medewerker kan beroep aantekenen tegen de ongunstige evaluatie en het hieraan gekoppelde voorstel van ontslag wegens beroepsongeschiktheid.
De bestaande beroepsprocedure na een ongunstige evaluatie werd administratief vereenvoudigd. De adviescommissie evaluaties wordt hervormd naar een beroepscommissie evaluaties, die niet langer een advies zal formuleren aan het hoofd van het personeel, maar een beslissing zal nemen over het ingediende beroep.
De doorlooptijd van de beroepsprocedure wordt ook ingekort om sneller rechtszekerheid te geven aan medewerkers en leidinggevenden.
In functie van een snellere looptijd wordt niet langer een hoorzitting georganiseerd, maar zal de medewerker de mogelijkheid krijgen om een schriftelijk en gemotiveerd beroepsschrift in te dienen.
De beroepscommissie evaluaties kan beslissen om de ongunstige evaluatie al dan niet te behouden.
Keurt goed de hiernavolgende wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent die op 1 januari 2026 in werking treden:
* In elk artikel waar het ‘ontslag wegens disfunctioneren’ voorkomt, wordt dit vervangen door het ‘ontslag wegens beroepsongeschiktheid’.
* In artikel 41, 4de lid moet de verwijzing naar artikel 50 vervangen worden door een verwijzing naar artikel 127, § 3.
* In titel III. De loopbaan wordt hoofdstuk V. Het functioneren tijdens de loopbaan met de daarin opgenomen artikelen 49 tot en met 82 opgeheven en vervangen door een nieuw Hoofdstuk V. Opvolging, feedback en evaluatie tijdens de loopbaan als volgt:
“Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 49
§ 1. Alle documenten die verband houden met het functioneren moeten voor kennisname aan de medewerker (m/v/x) worden overgemaakt.
§ 2. Als de medewerker (m/v/x) weigert om de opgemaakte documenten te tekenen of afwezig is op een gesprek, wordt daarvan melding gemaakt door de leidinggevende. Bij afwezigheid van de medewerker (m/v/x) worden de opgemaakte documenten toegevoegd aan het evaluatiedossier en aangetekend verstuurd naar de medewerker (m/v/x) ter kennisname.
Artikel 50
Elke leidinggevende heeft een recht van inzage en toezicht op de documenten opgemaakt voor alle ondergeschikte medewerkers (m/v/x).
Afdeling II. Recht op opvolging en feedback tijdens de loopbaan
Artikel 51
§ 1. Elk kalenderjaar wordt minimaal één samenwerkingsgesprek gevoerd. Het samenwerkingsgesprek is een persoonlijk en vertrouwelijk gesprek tussen de medewerker (m/v/x) en de leidinggevende(n).
In dit samenwerkingsgesprek komen onder andere de volgende onderwerpen aan bod:
§ 2. Na elk samenwerkingsgesprek beschikt de medewerker (m/v/x) over de mogelijkheid om schriftelijk opmerkingen te formuleren binnen 15 kalenderdagen.
Artikel 52
§1. Als de medewerker (m/v/x) leiding geeft, maakt de feedback van de directe medewerkers (m/v/x) over het leidinggeven om de 2 jaar verplicht deel uit van het samenwerkingsgesprek. Voor de mandaathouders is dit een verplicht deel in het midden en op het einde van de mandaatperiode.
§ 2. De feedback van de directe medewerkers (m/v/x) over het leidinggeven wordt anoniem verzameld en komt terecht bij de rechtstreeks leidinggevende van de medewerker (m/v/x) die leiding geeft.
Artikel 53
§ 1. Het functioneren wordt verder besproken en opgevolgd in bijkomende samenwerkingsgesprekken. Als er ontwikkelpunten zijn, dan wordt een persoonlijk ontwikkelingsplan opgesteld door de leidinggevende en de medewerker (m/v/x). In dit persoonlijk ontwikkelingsplan wordt concreet beschreven welk doel moet bereikt worden, welk resultaat tegen wanneer moet behaald zijn en welke hulpbronnen of ondersteuning ter beschikking staan van de medewerker (m/v/x).
§ 2. Het is aan de medewerker (m/v/x) om het persoonlijk ontwikkelingsplan te realiseren. De leidinggevende moet de medewerker (m/v/x) waar nodig ondersteunen via opvolggesprekken.
Artikel 54
Als de medewerker (m/v/x) de doelstellingen en resultaten uit het ontwikkelingsplan niet behaalt, ondanks de aangeboden ondersteuning, volgt een alarmgesprek. Hierbij wordt de medewerker (m/v/x) verwittigd dat een ongunstige evaluatie zal volgen wanneer de ontwikkelpunten niet verbeteren binnen een bepaalde termijn.
Afdeling III. Ongunstige evaluatie
Artikel 55
Indien het functioneren van de medewerker (m/v/x) na het alarmgesprek onvoldoende is verbeterd, wordt een ongunstige evaluatie uitgesproken met het voorstel tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid.
De ongunstige evaluatie wordt toegelicht aan de medewerker (m/v/x) in een evaluatiegesprek.
Afdeling IV. Het beroep tegen de ongunstige evaluatie met het voorstel tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid
Artikel 56
De medewerker (m/v/x) kan beroep aantekenen tegen de ongunstige evaluatie en het daaraan gekoppelde gevolg van ontslag wegens beroepsongeschiktheid. Dit beroep wordt schriftelijk behandeld door de beroepscommissie evaluaties.
Het beroep schorst de uitwerking van de evaluatie.
Artikel 57
De beroepscommissie evaluaties is samengesteld als volgt:
Aan de beroepscommissie evaluaties wordt, als secretaris, een medewerker (m/v/x) van niveau A van het Departement HR, die geen dossierbeheerder is, toegevoegd. De secretaris is niet stemgerechtigd.
Artikel 58
§ 1. Om ontvankelijk te zijn, wordt het beroep gemotiveerd en schriftelijk ingediend. Dit kan per gewone brief of mail te versturen uiterlijk binnen de 15 werkdagen volgend op de dag van ontvangst van de ongunstige evaluatie gericht aan de secretaris van de beroepscommissie.
§ 2. Als de evaluatie aangetekend werd verstuurd door afwezigheid van de medewerker (m/v/x) begint de beroepstermijn van 15 werkdagen te lopen 3 werkdagen na verzending van de aangetekende brief.
Artikel 59
§ 1. De beroepscommissie evaluaties beraadslaagt over het beroep en beslist binnen de 15 kalenderdagen nadat het beroep werd ontvangen of de ongunstige evaluatie al dan niet behouden blijft. Van zodra er een beslissing is, worden de medewerker (m/v/x) en de leidinggevende(n) hiervan op de hoogte gebracht.
§ 2. Als de ongunstige evaluatie niet werd behouden, dan vervalt het voorstel om over te gaan tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid. De ongunstige evaluatie blijft wel deel uitmaken van het evaluatiedossier van de medewerker (m/v/x) samen met de beslissing van de beroepscommissie evaluaties.
§ 3. Als de ongunstige evaluatie wel werd behouden, dan resulteert dit in een voorstel om over te gaan tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid.
§ 4. De aanstellende overheid beslist over het ontslag wegens beroepsongeschiktheid nadat de medewerker (m/v/x) werd gehoord. Dit gebeurt schriftelijk.”
* In artikel 121 §1 moet de verwijzing naar artikel 50, § 1 vervangen worden door een verwijzing naar artikel 127, § 3.
* In artikel 121, § 2 moet de verwijzing naar artikel 50, § 2 vervangen worden door een verwijzing naar artikel 127, § 4.
* In artikel 127 wordt de eerste paragraaf gewijzigd als volgt:
‘§ 1. Titel III, Hoofdstuk V is van overeenkomstige toepassing op de evaluatie van de mandaathouder.
Bij ontslag wegens beroepsongeschiktheid conform artikel 55 wordt de mandaathouder van het mandaat ontheven.’
* In artikel 127 wordt een derde en een vierde paragraaf toegevoegd als volgt:
“§ 3. Elke evaluatie van de algemeen directeur, de adjunct-algemeendirecteur en de financieel directeur gebeurt door een evaluatiecomité bestaande uit het college van burgemeester en schepenen en de voorzitter van de gemeenteraad. Die evaluatie vindt plaats op basis van een voorbereidend rapport, opgesteld door externe deskundigen in het personeelsbeleid. Het voorbereidend rapport wordt opgemaakt op basis van een evaluatiegesprek tussen de externe deskundigen en de medewerkers (m/v/x) die de decretale graad bekleden en op basis van een onderzoek over de wijze van functioneren van de te beoordelen medewerker (m/v/x), waarbij de burgemeester, de leden van het managementteam en de voorzitter van de gemeenteraad betrokken worden. De onafhankelijkheid waarmee de financieel directeur bepaalde in het Decreet over het lokaal bestuur vermelde taken uitvoert, mogen niet het voorwerp zijn van de evaluatie.
Het evaluatiecomité stemt over het evaluatieresultaat. Bij staking van stemmen is het evaluatieresultaat gunstig.
§ 4. Elke evaluatie van de directeur van de Ombudsdienst gebeurt door een bijzondere gemeenteraadscommissie die hierin wordt bijgestaan door een extern bureau. Het extern bureau bevraagt hierbij de rechtstreekse medewerkers (m/v/x) van de directeur van de Ombudsdienst. Het verslag van het externe bureau is niet bindend voor de gemeenteraad. De onafhankelijkheid waarmee de directeur van de Ombudsdienst de voorgelegde zaken, behandelt mag niet voorwerp zijn van evaluatie.
* In artikel 146 wordt in § 3., 2° het ontslag wegens disfunctioneren zoals vermeld in de artikels 53 en 54 vervangen door ‘2° het ontslag wegens beroepsongeschiktheid zoals vermeld in artikel 55’.
* In artikel 149 moet ‘het ontslag wegens disfunctioneren zoals vermeld in de artikels 53 en 54' vervangen worden door ‘het ontslag wegens beroepsongeschiktheid zoals vermeld in artikel 55’.
Keurt goed dat in een overgangsmaatregel zal bepaald worden dat alle evaluaties uitgesproken voor 1 januari 2026 onderworpen blijven aan de bepalingen van de Rechtspositieregeling Stad en OCMW Gent van toepassing voor die datum.
Neemt kennis van de rapporteringen over het 2de kwartaal van 2025 m.b.t. overheidsopdrachten dagelijks bestuur, zoals gevoegd in bijlagen.
Jaarlijks ontvangt het OCMW Gent een subsidie van het Federaal Energiefonds om energie-armoede te bestrijden.
Deze steun dient voor de doelgroep waarbij het OCMW, na sociaal onderzoek en individuele motivatie via een verslag aan het BCSD, begeleiding en financiële maatschappelijke steunverlening opzet, zodat energielevering (gas en elektriciteit) gegarandeerd kan zijn.
Dit besluit gaat over de beschikbare subsidiemiddelen 2025 vanuit het federaal Energiefonds en de steunmaatregelen die we hiermee willen financieren.
Voor dit voorstel vertrekken we - net zoals de voorgaande jaren - vanuit een aantal basisvoorwaarden en uitgangspunten:
We stellen voor om in 2025 de maatregelen van 2024 te herhalen. Deze behoren tot onze reguliere werking in het kader van de bestrijding van energie-armoede:
Korte toelichting wat de reguliere maatregelen inhouden:
OCMW Gent kan achterstallige energiefacturen ten laste nemen. Als uit het sociaal en financieel onderzoekt blijkt dat de aanvrager over onvoldoende financiële middelen beschikt om zijn energieschuld te betalen, dan kan het OCMW hierin tussenkomen. Zowel schulden bij commerciële energieleveranciers als de sociale energieleverancier Fluvius komen hiervoor in aanmerking.
Bij vrijwel alle OCMW-cliënten laten we een energiescan uitvoeren in hun woning. Tijdens deze energiescan krijgt de energiecentrale zicht op het energieverbruik. Vaak zijn oude huishoudtoestellen aan vervanging toe omdat ze te veel energie verbruiken.
Met het toekennen van een energiezuinige maatregel stellen we de doelgroep in de mogelijkheid een oud energieverslindend toestel (bv. koelkast of wasmachine) te vervangen door een nieuw, energiezuinig toestel.
Deze maatregel bedraagt 600 euro en kan om de 7 jaar worden toegekend. We behouden in 2025 deze maatregel, maar we verengen de doelgroep.
De doelgroep ligt momenteel op 43.820 euro/jaar. We willen deze doelgroep beperken naar gerechtigden op (equivalent) leefloon en verhoogde tegemoetkoming.
De redenen om de doelgroep te verengen zijn enerzijds budgettaire redenen, en anderzijds willen we deze doelgroep gelijktrekken met andere vormen van maatschappelijke dienstverlening binnen onze Sociale Dienst.
Ingangsdatum van de wijziging in doelgroep is:
Wanneer een burger zijn woning verwarmt met een digitale prepaidmeter aardgas/elektriciteit (de vroegere budgetmeter), dan kan het OCMW tijdens de 5 wintermaanden (november tot en met maart) een premie toekennen. Deze premie wordt betaald aan Fluvius en wordt rechtstreeks op de meter van de klant gezet. Het bedrag van de premie wordt jaarlijks (aan de hand van 2 parameters) bepaald door de Vlaamse Regering. 70% van het bedrag wordt door Fluvius gesubsidieerd, de overige 30% brengen we in het Federaal Energiefonds. Deze premie is bedoeld om gebruikers van een budgetmeter te ondersteunen in de koude wintermaanden (met een hoger energieverbruik).
In 2023 en 2024 verleenden we een tussenkomst aan het project Gent Knapt op, zowel aan deelnemers als aan afvallers. Na positieve beoordeling, en gezien de meerwaarde van deze tussenkomst, stellen we voor dit te hernemen in 2025. We herhalen de modaliteiten van vorig jaar en we reserveren hiervoor een budget van maximum 60.000 euro, met een maximum bedrag van 7500 euro per woning. De tussenkomst geldt zowel voor deelnemers en afvallers van Gent Knapt Op, alsook voor tussenfase-klanten.
De hoofdmaatschappelijk werker van GKO bepaalt (na overleg met vzw Rots die het technisch advies geeft) welke gezinnen en voor welk bedrag in aanmerking komen.
Bovenstaande maatregelen worden voor 2025 geraamd op een totaal van 784.600 EUR. hetgeen reeds recurrent gebudgetteerd is.
Twee maatregelen van 2023-2024 worden in 2025 niet hernomen gezien deze geen voorwerp meer hebben en niet meer van toepassing zijn:
We hebben de premie warmtenetten ingevoerd in 2023, op een moment dat het sociaal tarief voor deze nieuwe verwarmingsbron (thermische energie of stadsverwarming via het warmtenet) nog niet operationeel was. Ondertussen is het sociaal tarief voor warmtenetten via de wetgeving geregeld en wordt dit overal toegepast (standaard in sociale appartementen). De toepassing van het sociaal tarief, in combinatie met lage verbruiksfacturen, maakt dat deze maatregel op vandaag niet meer nodig is.
We hebben de energiepremie van 200 euro ingevoerd als een crisismaatregel, om voor kwetsbare doelgroepen tegemoet te komen aan de prijsstijgingen tijdens de energiecrisis en omdat we hiervoor extra federale middelen hadden ontvangen. Anno 2025 is extra budget niet meer aan de orde, vandaar de stopzetting van deze tijdelijke maatregel. Ook de Vlaamse extra middelen ter versterking van de energiecellen van de OCMW's zijn stopgezet waardoor de bezetting van de energiecel dit jaar daalt met 1 VTE.
| Dienst* | C99 Decentraal maatschappelijk werk |
| Budgetplaats | C99000000 |
| Categorie* | Exploitatie - steun |
| Subsidiecode | CRG.SES |
| 2025 | €784600,00 |
| Totaal | €784600,00 |
| Dienst* | C99 Decentraal maatschappelijk werk |
| Budgetplaats | C99000000 |
| Categorie* | exploitatie - subsidies |
| Subsidiecode | CRG.SES |
| 2025 | 702.534,67 |
| Totaal | 702.534,67 |
Keurt de besteding van de middelen van het federaal Energiefonds en de daarin voorziene steunmaatregelen in het kader van bestrijding/preventie van energie-armoede voor 2025 goed.
Keurt tevens de recurrente toepassing van de voorgestelde maatregelen goed.
Het OCMW van Gent is eigenaar van een pachtvrij perceel grond gelegen in de Heirweg 2, 4 en 6 in Nazareth-De Pinte en kadastraal gekend als Nazareth-De Pinte, 3de afdeling, sectie C, nummers 232A, 232B, 232C (deel), 233E, 233F en 234C met een opgemeten oppervlakte van 3.066 m² en is volgens het gewestplan gelegen in woongebied met landelijk karakter.
Op 12 mei 2025 werd een omgevingsvergunning verkregen om dit perceel te verdelen in 3 loten voor open bebouwing met een oppervlakte van 978 m², 985 m² en 1.104 m². De omgevingsvergunning legt wel volgende beperkte voorwaarden op:
Er werd een schattingsverslag opgemaakt door landmeter-expert Lander Callens op 2 juni 2025. In dit schattingsverslag wordt rekening gehouden met bovenstaande verkavelingsvergunning maar dat de lasten en voorwaarden nog uitgevoerd moet worden door de koper. Gelet op de ontwikkelingskosten en kosten voor aanleg nutsvoorzieningen, archeologie en de risico- en financieringsmarge wordt de totale venale waarde geschat op 970.000,00 euro of 316,00 euro/m².
In de nota met betrekking tot het door sogent beheerde OCMW-patrimonium (goedgekeurd door de OCMW-raad van 27 april 2021) werd bepaald dat de verkoop van bouwgronden in een aan Gent grenzende gemeente mogelijk is, indien deze eerst voorgesteld wordt aan schattingswaarde aan de desbetreffende gemeente of sociale huisvestingsmaatschappij, op voorwaarde dat deze grond ingezet wordt voor sociaal wonen. Om hieraan te voldoen werden de gemeente Nazareth-De Pinte en de sociale huisvestingsmaatschappij Dimensa op 24 juni 2025 op de hoogte gebracht van de verkoop van deze percelen. Gemeente Nazareth - De Pinte liet op 16 juli 2025 weten dat zij niet wensen in te gaan op dit aanbod. Sociale huisvestingsmaatschappij Dimensa liet de termijn van 30 kalenderdagen verstrijken waarbinnen ze hun interesse kenbaar konden maken.
Er wordt voorgesteld dit perceel via Biddit te koop te stellen. Hiervoor wordt notariskantoor Hulsbosch, Rijckbosch & Hulsbosch (Keistraat 113 - 9840 Nazareth-De Pinte) aangesteld voor het opstellen van de verkoopsvoorwaarden, voeren van de Biddit-procedure en verlijden van de authentieke akte.
De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie wordt ontslaan van de verplichting tot het nemen van een ambtshalve inschrijving bij overschrijving van de akte voor zover de nodige kwijtingen voorhanden zijn bij overschrijving.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | O15 Vastgoed |
| Budgetplaats | Z20000002 |
| Categorie* | 2600100 |
| 2025 | 970.000 |
| Totaal | 970.000 |
Keurt goed de verkoop via Biddit van een pachtvrij perceel grond gelegen in de Heirweg in Nazareth-De Pinte door notariskantoor Hulsbosch, Rijckbosch & Hulsbosch (Keistraat 113, 9840 Nazareth-De Pinte), deze grond is kadastraal gekend als Nazareth-De Pinte, 3de afdeling, sectie C, nummers 232A, 232B, 232C (deel), 233E, 233F en 234C met een opgemeten oppervlakte van 3.066 m² tegen een minimumprijs van 970.000,00 euro volgens de verkoopvoorwaarden als bijlage.
Ontslaat de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de verplichting tot het nemen van een ambtshalve inschrijving bij overschrijving voor zover de nodige kwijtingen voorhanden zijn bij overschrijving.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 78, 11°.
Burgerlijk Wetboek, artikel 1582 en volgende en Titel XVIII.
Omzendbrief KB/ABB 2019/3 van 3 mei 2019 over de transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door de besturen van de erkende erediensten.
Nota beheer en verkoop patrimonium OCMW Gent in beheer van sogent voor de periode 2020-2025, vastgesteld door de OCMW-raad op 27 april 2021.
Op 1 april 2019 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd om het kadastraal perceel Lievegem, 4de afdeling Waarschoot, sectie C, nummer 1174B te verkavelen in 4 loten voor open bebouwing. Alle infrastructuurwerken werden uitgevoerd en op 19 december 2023 werd een verkoopbaarheidsattest afgeleverd door de gemeente Lievegem. Na goedkeuring van de OCMW-raad van 29 januari 2024 werd een verkoop opgestart via Biddit tegen een minimumprijs van 268.000,00 euro voor de loten 1, 2 en 3 en een minimumprijs van 279.000,00 euro voor het lot 4 (in totaal 1.083.000,00 euro). De biedingen waren lager dan het schattings- en minimumbedrag waardoor de verkopen niet konden worden toegewezen. De verkavelingsvergunning was bijgevolg vervallen aangezien niet 1/3 van de loten werd verkocht binnen de 5 jaar na afleveren van de vergunning.
Een nieuwe verkavelingsaanvraag moest ingediend worden en op het vast bureau van 29 januari 2024 werd hiervoor goedkeuring gegeven. De gemeente Lievegem verleende op 28 januari 2025 de omgevingsvergunning af en bezorgde het verkoopbaarheidsattest op 10 juli 2025, bijgevolg kan de verkavelingsakte worden verleden en een verkoop worden opgestart.
Landmeter-expert Michel Daeninck maakte op 15 mei 2025 een schattingsverslag op voor de vier loten, als volwaardige bouwgrond voor open bebouwing. De schatting resulteert als volgt:
een totale geschatte opbrengst van 988.000,00 euro. (318 euro/m²).
Sogent stelt voor om deze vier loten gespreid te koop aan te bieden via de openbare verkoopprocedure Biddit. Deze verkoopprocedure zorgt voor de nodige transparantie, marktbevraging en snelheid. Er zal voldoende publiciteit en mededingen gevoerd worden, zowel online (biddit.be, sogent website, immoweb,…) als geschreven publiciteit. Bij ons reeds gekende kandidaat-kopers zullen worden aangeschreven alsook zal ter plaatse de nodige publiciteit worden voorzien. Sogent stelt voor om bovenvermelde schattingswaarden als minimumprijzen te nemen.
Zoals bepaald in de nota “beheer en verkoop van het privaat OCMW-patrimonium in beheer van sogent”, goedgekeurd door de OCMW-raad van 27 april 2021 dient er bij verkoop van bouwgrond in een aanpalende gemeente van de Stad Gent eerst worden afgetoetst bij de gemeente alsook bij de in deze gemeente actieve sociale bouwmaatschappij of er interesse is tot aankoop. Sogent ontving van zowel de gemeente Lievegem noch van de Woonmaatschappij Dimensa enige reactie op dit aanbod. Er wordt dus vanuit gegaan dat beiden geen interesse hebben in een aankoop.
Besloten vennootschap Notariaat Sleidinge geassocieerde notarissen (Sleidinge-dorp 102 - 9940 Evergem) werd aangesteld voor het opmaken van de verkavelingsakte en organiseren van deze openbare verkoop via Biddit.
De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie wordt ontslaan van de verplichting tot het nemen van een ambtshalve inschrijving bij overschrijving van de akte voor zover de nodige kwijtingen voorhanden zijn bij overschrijving.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | O15 Vastgoed |
| Budgetplaats | Z20000002 |
| Categorie* | 2600100 |
| 2025 | 988000 |
| Totaal | 988000 |
Keurt goed de verkavelingsakte zoals opgemaakt door notaris Ruben Van Maelzaeke (bv Notariaat Sleidinge geassocieerde notarissen, Sleidinge-dorp 102 - 9940 Evergem) zoals opgenomen in de verkavelingsakte als bijlage met volgende loten:
Keurt goed de verkoop via Biddit van vier loten bouwgrond voor open bebouwing, gerealiseerd uit het perceel gelegen in Arisdonk in Lievegem (Waarschoot) tussen huisnummer 10 en 12 en kadastraal gekend als Lievegem, 4de afdeling Waarschoot, sectie C, nummer 1174B met een kadastrale oppervlakte van 3.174 m² en tegen een minimumprijs van
en tegen de voorwaarden zoals opgenomen in het bijgevoegde ontwerpen van de verkoopsvoorwaarden opgesteld door notaris Ruben Van Maelzaeke (bv Notariaat Sleidinge geassocieerde notarissen, Sleidinge-dorp 102 - 9940 Evergem).
Ontslaat de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de verplichting tot het nemen van een ambtshalve inschrijving bij overschrijving voor zover de nodige kwijtingen voorhanden zijn bij overschrijving.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 78, 11°.
• Burgerlijk Wetboek, artikel 1582 en volgende en Titel XVIII;
• Omzendbrief KB/ABB 2019/3 van 3 mei 2019 over de transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door de besturen van de erkende erediensten;
• Nota beheer en verkoop patrimonium OCMW Gent in beheer van sogent voor de periode 2020-2025, vastgesteld door de OCMW-Raad op 27 april 2021.
Het OCMW van Gent is eigenaar van het kadastrale perceel Zottegem, 5de afdeling, sectie A, nummer 472C met een kadastrale oppervlakte van 3.951 m². Dit perceel is pachtvrij en werd in bruikleen gegeven.
Volgens het gewestplan is dit perceel grotendeels gelegen in woongebied met landelijk karakter en voor een klein deel in agrarisch gebied (ongeveer 50 m²). Dit perceel is niet gelegen in een BPA of GRUP.
Op 14 juni 2023 werd door Benjamin Hellebaut, landmeter-expert bij METAE bv (BE0501.969.951, 9860 Oosterzele - Houtemstraat 2D), een waardebepaling opgemaakt. Hij schatte de venale waarde van dit perceel op 473.000,00 euro (= 119,72 euro/m²). Bij deze waardebepaling werd rekening gehouden met de eventuele ontwikkelingsmogelijkheden van dit perceel. Om deze mogelijkheden in kaart de brengen heeft de heer Hellebaut overleg gehad met de stedenbouwkundig ambtenaar van Stad Zottegem. Hieruit blijkt dat het perceel volgens het woonomgevingsplan van Stad Zottegem gelegen is in een “woonlint”, een zone waarin geen verdichting gewenst is. Wat als gevolg heeft dat naar de onmiddellijke omgeving moet gekeken worden en gestreefd moet worden naar open bebouwingen met een zijdelingse bouwvrije strook van minimaal 4 meter en een minimum voorgevelbreedte van 8 meter. Rekening houdend met deze informatie zou het perceel opgedeeld kunnen worden in 2 of 3 loten voor een open bebouwing, bij 3 loten zou er nog een ontsluitingsweg gerealiseerd moeten worden.
Op 26 februari 2024 werd door de raad van maatschappelijk welzijn de verkoop van dit perceel goedgekeurd tegen een minimumbedrag van 473.000,00 euro aan de hand van een Biddit-procedure. Er werd door notariskantoor de Vuyst en Berlengé een biedingsperiode voorzien op Biddit van 13 mei 2024 tot 21 mei 2024 (de publiciteit voor deze verkoop werd een paar weken daarvoor gepubliceerd). Helaas werd tijdens de biedingsperiode geen bod uitgebracht.
Op 23 september 2024 werd door de raad van maatschappelijk welzijn een tweede verkoopprocedure goedgekeurd via makelaar Immo Da Vinci aan de hand van een bieding onder gesloten omslag, opnieuw met de schattingswaarde als minimumprijs. Ook tijdens deze procedure mochten we geen biedingen ontvangen.
Door de onzekerheid of een verkavelingsvergunning (vlot) zal verkregen worden, durven eventuele kandidaat-kopers geen bod te doen zonder opschortende voorwaarde van het bekomen van een verkavelingsvergunning. Dit bleek uit de feedback die verkregen werd via de makelaar Immo Da Vinci.
Aangezien biedingen met verschillende opschortende voorwaarden moeilijk te vergelijken zijn, het OCMW voor een bepaalde termijn geen zekerheid heeft dat de verkoop effectief doorgaat en deze verkoop op de planning 2025 staat, wordt voorgesteld om niet te werken met de mogelijkheid van een opschortende voorwaarde.
Er wordt voorgesteld om de grond nog één keer te koop aan te bieden via een Biddit-procedure. Omdat dit goed al sinds april 2024 te koop wordt aangeboden, de minimumprijs niet behaald werd en om nieuwe interesse in de grond te creëren, stellen we voor de minimumprijs met ongeveer 15% te verlagen:
Om kandidaat-kopers voldoende tijd te geven om alle informatie te verzamelen met betrekking tot de toekomstige verkaveling, zal de publiciteit van deze verkoop minimum 8 weken duren in plaats van de gebruikelijke 6 weken. Op deze manier kunnen de kandidaat-kopers met meer zekerheid een bod uitbrengen en hopen we biedingen te ontvangen zonder opschortende voorwaarden.
Voor de akte en het opvolgen van de Biddit-procedure zal terug gewerkt worden met notariskantoor de Vuyst en Berlengé, geassocieerde notarissen (9620 Zottegem - Steenweg op Aalst 125).
De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie wordt ontslaan van de verplichting tot het nemen van een ambtshalve inschrijving bij overschrijving van de akte voor zover de nodige kwijtingen voorhanden zijn bij overschrijving.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | O15 Vastgoed |
| Budgetplaats | Z20000002 |
| Categorie* | 2600100 |
| 2025 | 399000 |
| Totaal | 399000 |
Keurt goed de verkoop via Biddit van het perceel gelegen in de Crocusstraat te 9620 Zottegem en kadastraal gekend als Zottegem, 5de afdeling Godveerdegem, sectie A, nummer 472C met een kadastrale oppervlakte van 3.951 m² tegen een minimumprijs van 399.000,00 euro, zoals bepaald in de bijgevoegde verkoopsvoorwaarden opgesteld door de geassocieerde notarissen de Vuyst en Berlengé (9620 Zottegem - Steenweg op Aalst 125).
Ontslaat de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de verplichting tot het nemen van een ambtshalve inschrijving bij overschrijving voor zover de nodige kwijtingen voorhanden zijn bij overschrijving.
Het vast bureau heeft op 30 april 2025 en 28 mei 2025 kennis genomen van een aantal wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Ouderenzorg en opdracht gegeven om de wijzigingen voor te leggen aan de vakbonden.
Thans blijkt dat de inleidende zin in artikel 1 van het beschikkend gedeelte fout werd geformuleerd.
De volgende zin: 'Legt het ontwerp van hiernavolgende wijziging aan de Rechtspositieregeling Ouderenzorg dat op 1 januari 2026 in werking treedt ter onderhandeling voor aan de vakbonden:' moet vervangen worden door: 'Keurt goed de hiernavolgende wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Ouderenzorg die op 1 januari 2026 in werking treden:'.
De beslissing onder artikel 2 van het beschikkend gedeelte, nl. 'Legt voor aan de vakbonden dat in een overgangsmaatregel zal bepaald worden dat alle evaluaties uitgesproken voor 1 januari 2026 onderworpen blijven aan de bepalingen van de Rechtspositieregeling Ouderenzorg van toepassing voor die datum.' werd fout geformuleerd en dient vervangen te worden door 'Keurt goed dat in een overgangsmaatregel zal bepaald worden dat alle evaluaties uitgesproken voor 1 januari 2026 onderworpen blijven aan de bepalingen van de Rechtspositieregeling Ouderenzorg van toepassing voor die datum.'.
De amendering van het ontwerp OCMW-raadsbesluit betreffende de wijziging aan de Rechtspositieregeling Ouderenzorg - Opvolging, feedback en evaluatie tijdens de loopbaan, geagendeerd op de raad voor maatschappelijk welzijn van juni 2025, is bijgevolg noodzakelijk en goedgekeurd in het vast bureau van 19 juni 2025 (2025_VB_00215).
Keurt goed de amendering van het ontwerp OCMW-raadsbesluit betreffende de wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Ouderenzorg - Opvolging, feedback en evaluatie tijdens de loopbaan, zoals geagendeerd op de raad voor maatschappelijk welzijn van juni 2025, als volgt:
Vervangt de inleidende zin van artikel 1 in het beschikkend gedeelte, nl. 'Legt het ontwerp van hiernavolgende wijziging aan de Rechtspositieregeling Ouderenzorg dat op 1 januari 2026 in werking treedt ter onderhandeling voor aan de vakbonden.' door ''Keurt goed de hiernavolgende wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Ouderenzorg die op 1 januari 2026 in werking treden.'
Keurt goed de amendering van het ontwerp OCMW-raadsbesluit betreffende de wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Ouderenzorg - Opvolging, feedback en evaluatie tijdens de loopbaan, zoals geagendeerd op de raad voor maatschappelijk welzijn van juni 2025, als volgt:
Vervangt artikel 2 van het beschikkend gedeelte, nl. 'Legt voor aan de vakbonden dat in een overgangsmaatregel zal bepaald worden dat alle evaluaties uitgesproken voor 1 januari 2026 onderworpen blijven aan de bepalingen van de Rechtspositieregeling Ouderenzorg van toepassing voor die datum.' door 'Keurt goed dat in een overgangsmaatregel zal bepaald worden dat alle evaluaties uitgesproken voor 1 januari 2026 onderworpen blijven aan de bepalingen van de Rechtspositieregeling Ouderenzorg van toepassing voor die datum.'
De huidige Rechtspositieregeling Ouderenzorg is nog gebaseerd op het Vlaamse Rechtspositiebesluit van 12 november 2010.
Ondertussen is er een nieuw Vlaams Rechtspositiebesluit van 20 januari 2023 met minimale voorwaarden waaraan de rechtspositieregeling moet voldoen. Het nieuwe rechtspositiebesluit voor Vlaamse lokale besturen is sinds 18 maart 2023 in werking en geeft lokale besturen meer vrijheid om een hr-beleid op maat te ontwikkelen.
Er is in het Vlaamse Rechtspositiebesluit van 20 januari 2023 geen verplichte timing opgenomen om de lokale rechtspositieregeling aan te passen.
Er wordt voorgesteld om stapsgewijs de Rechtspositieregeling Ouderenzorg aan te passen. Het eerste luik dat wordt voorgesteld om aan te passen, gaat over opvolging, feedback en evaluatie van de medewerkers.
De voorgestelde wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Ouderenzorg werden met de vakbonden besproken op 5, 6 en 21 mei 2025. Naar aanleiding van de vakbondsonderhandelingen werden volgende aanpassingen doorgevoerd:
Het nieuw voorstel voor opvolging, feedback en evaluatie steunt op drie principes eigen aan onze organisatiecultuur:
Hierbij krijgen medewerkers eerlijke kansen. En worden ze aangespoord om zich verder te ontwikkelen.
Het voorstel gaat ervan uit dat medewerkers die kansen ook grijpen en loyaal meewerken om kwaliteit te leveren en resultaten te behalen.
Zo wordt gezorgd voor een goed evenwicht tussen het belang van het individu en van de organisatie.
Jaarlijks samenwerkingsgesprek
De feedbackcultuur vormt de basis voor het nieuw voorstel. Jaarlijks worden een aantal thema's besproken in het samenwerkingsgesprek. In dit samenwerkingsgesprek worden naast de doelstellingen en verwachtingen ook de functie gerelateerde competenties, de samenwerking, de persoonlijke ontwikkeling en het welzijn van de betrokken medewerker besproken. De opvolging van het functioneren gebeurt door elkaar continu feedback te geven. Dit leidt tot een betere samenwerking. En een betere samenwerking leidt ook tot een betere dienstverlening.
Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP)
Om medewerkers te ondersteunen in hun functioneren kan gebruik worden gemaakt van een persoonlijk ontwikkelingsplan. Hiervoor staat een sjabloon ter beschikking. In een samenwerkingsgesprek maakt de leidinggevende samen met de medewerker afspraken over persoonlijke ontwikkeling. Dit kan gaan over ontwikkelen in de huidige functie of op langere termijn in een toekomstige functie.
In dit samenwerkingsgesprek gaat het over ontwikkeling in brede zin:
…
Als er ontwikkelpunten zijn, dan is een persoonlijk ontwikkelingsplan verplicht. In het POP wordt concreet beschreven welk doel moet bereikt worden, welk resultaat tegen wanneer moet behaald zijn en welke hulpbronnen of ondersteuning ter beschikking staan van de medewerker. De medewerker neemt hierbij initiatief voor de eigen ontwikkeling. De leidinggevende moet de medewerker waar nodig ondersteunen via opvolggesprekken.
Alarmgesprek
Als de medewerker de doelstellingen en resultaten niet behaalt, ondanks de aangeboden ondersteuning in het ontwikkelingsplan, volgt een alarmgesprek. Hierbij wordt een termijn bepaald waarbinnen er een verbetering moet optreden. Komt die verbetering er niet binnen de vooropgestelde termijn, dan is de volgende stap een evaluatiegesprek.
Er gebeurt enkel een evaluatie in geval van beroepsongeschiktheid. In het evaluatiegesprek wordt een ongunstige evaluatie uitgesproken met voorstel tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid.
De medewerker kan beroep aantekenen tegen de ongunstige evaluatie en het hieraan gekoppelde voorstel van ontslag wegens beroepsongeschiktheid.
De bestaande beroepsprocedure na een ongunstige evaluatie werd administratief vereenvoudigd. De adviescommissie evaluaties wordt hervormd naar een beroepscommissie evaluaties, die niet langer een advies zal formuleren aan het hoofd van het personeel, maar een beslissing zal nemen over het ingediende beroep.
De doorlooptijd van de beroepsprocedure wordt ook ingekort om sneller rechtszekerheid te geven aan medewerkers en leidinggevenden.
In functie van een snellere looptijd wordt niet langer een hoorzitting georganiseerd, maar zal de medewerker de mogelijkheid krijgen om een schriftelijk en gemotiveerd beroepsschrift in te dienen.
De beroepscommissie evaluaties kan beslissen om de ongunstige evaluatie al dan niet te behouden.
Keurt goed de hiernavolgende wijzigingen aan de Rechtspositieregeling Ouderenzorg die op 1 januari 2026 in werking treden:
* In elk artikel waar het ‘ontslag wegens disfunctioneren’ voorkomt, wordt dit vervangen door het ‘ontslag wegens beroepsongeschiktheid’.
* In titel III. De loopbaan wordt hoofdstuk V. Het functioneren tijdens de loopbaan met de daarin opgenomen artikelen 49 tot en met 79 opgeheven en vervangen door een nieuw Hoofdstuk V. Opvolging, feedback en evaluatie tijdens de loopbaan als volgt:
“Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 49
§ 1. Alle documenten die verband houden met het functioneren moeten voor kennisname aan de medewerker (m/v/x) worden overgemaakt.
§ 2. Als de medewerker (m/v/x) weigert om de opgemaakte documenten te tekenen of afwezig is op een gesprek, wordt daarvan melding gemaakt door de leidinggevende. Bij afwezigheid van de medewerker (m/v/x) worden de opgemaakte documenten toegevoegd aan het evaluatiedossier en aangetekend verstuurd naar de medewerker (m/v/x) ter kennisname.
Artikel 50
Elke leidinggevende heeft een recht van inzage en toezicht op de documenten opgemaakt voor alle ondergeschikte medewerkers (m/v/x).
Afdeling II. Recht op opvolging en feedback tijdens de loopbaan
Artikel 51
§ 1. Elk kalenderjaar wordt minimaal één samenwerkingsgesprek gevoerd. Het samenwerkingsgesprek is een persoonlijk en vertrouwelijk gesprek tussen de medewerker (m/v/x) en de leidinggevende(n).
In dit samenwerkingsgesprek komen onder andere de volgende onderwerpen aan bod:
§ 2. Na elk samenwerkingsgesprek beschikt de medewerker (m/v/x) over de mogelijkheid om schriftelijk opmerkingen te formuleren binnen 15 kalenderdagen.
Artikel 52
§1. Als de medewerker (m/v/x) leiding geeft, maakt de feedback van de directe medewerkers (m/v/x) over het leidinggeven om de 2 jaar verplicht deel uit van het samenwerkingsgesprek. Voor de mandaathouders is dit een verplicht deel in het midden en op het einde van de mandaatperiode.
§ 2. De feedback van de directe medewerkers (m/v/x) over het leidinggeven wordt anoniem verzameld en komt terecht bij de rechtstreeks leidinggevende van de medewerker (m/v/x) die leiding geeft.
Artikel 53
§ 1. Het functioneren wordt verder besproken en opgevolgd in bijkomende samenwerkingsgesprekken. Als er ontwikkelpunten zijn, dan wordt een persoonlijk ontwikkelingsplan opgesteld door de leidinggevende en de medewerker (m/v/x). In dit persoonlijk ontwikkelingsplan wordt concreet beschreven welk doel moet bereikt worden, welk resultaat tegen wanneer moet behaald zijn en welke hulpbronnen of ondersteuning ter beschikking staan van de medewerker (m/v/x).
§ 2. Het is aan de medewerker (m/v/x) om het persoonlijk ontwikkelingsplan te realiseren. De leidinggevende moet de medewerker (m/v/x) waar nodig ondersteunen via opvolggesprekken.
Artikel 54
Als de medewerker (m/v/x) de doelstellingen en resultaten uit het ontwikkelingsplan niet behaalt, ondanks de aangeboden ondersteuning, volgt een alarmgesprek. Hierbij wordt de medewerker (m/v/x) verwittigd dat een ongunstige evaluatie zal volgen wanneer de ontwikkelpunten niet verbeteren binnen een bepaalde termijn.
Afdeling III. Ongunstige evaluatie
Artikel 55
Indien het functioneren van de medewerker (m/v/x) na het alarmgesprek onvoldoende is verbeterd, wordt een ongunstige evaluatie uitgesproken met het voorstel tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid.
De ongunstige evaluatie wordt toegelicht aan de medewerker (m/v/x) in een evaluatiegesprek.
Afdeling IV. Het beroep tegen de ongunstige evaluatie met het voorstel tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid
Artikel 56
De medewerker (m/v/x) kan beroep aantekenen tegen de ongunstige evaluatie en het daaraan gekoppelde gevolg van ontslag wegens beroepsongeschiktheid. Dit beroep wordt schriftelijk behandeld door de beroepscommissie evaluaties.
Het beroep schorst de uitwerking van de evaluatie.
Artikel 57
De beroepscommissie evaluaties is samengesteld als volgt:
Aan de beroepscommissie evaluaties wordt, als secretaris, een medewerker (m/v/x) van niveau A van het Departement HR, die geen dossierbeheerder is, toegevoegd. De secretaris is niet stemgerechtigd.
Artikel 58
§ 1. Om ontvankelijk te zijn, wordt het beroep gemotiveerd en schriftelijk ingediend. Dit kan per gewone brief of mail te versturen uiterlijk binnen de 15 werkdagen volgend op de dag van ontvangst van de ongunstige evaluatie gericht aan de secretaris van de beroepscommissie.
§ 2. Als de evaluatie aangetekend werd verstuurd door afwezigheid van de medewerker (m/v/x) begint de beroepstermijn van 15 werkdagen te lopen 3 werkdagen na verzending van de aangetekende brief.
Artikel 59
§ 1. De beroepscommissie evaluaties beraadslaagt over het beroep en beslist binnen de 15 kalenderdagen nadat het beroep werd ontvangen of de ongunstige evaluatie al dan niet behouden blijft. Van zodra er een beslissing is, worden de medewerker (m/v/x) en de leidinggevende(n) hiervan op de hoogte gebracht.
§ 2. Als de ongunstige evaluatie niet werd behouden, dan vervalt het voorstel om over te gaan tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid. De ongunstige evaluatie blijft wel deel uitmaken van het evaluatiedossier van de medewerker (m/v/x) samen met de beslissing van de beroepscommissie evaluaties.
§ 3. Als de ongunstige evaluatie wel werd behouden, dan resulteert dit in een voorstel om over te gaan tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid.
§ 4. De aanstellende overheid beslist over het ontslag wegens beroepsongeschiktheid nadat de medewerker (m/v/x) werd gehoord. Dit gebeurt schriftelijk.”
* In artikel 122 wordt de eerste paragraaf gewijzigd als volgt:
‘§ 1. Titel III, Hoofdstuk V is van overeenkomstige toepassing op de evaluatie van de mandaathouder.
Bij ontslag wegens beroepsongeschiktheid conform artikel 55 wordt de mandaathouder van het mandaat ontheven.’
* In artikel 142 wordt in § 3., 2° het ontslag wegens disfunctioneren zoals vermeld in de artikels 53 en 54 vervangen door ‘2° het ontslag wegens beroepsongeschiktheid zoals vermeld in artikel 55’.
* In artikel 145 moet ‘het ontslag wegens disfunctioneren zoals vermeld in de artikels 53 en 54' vervangen worden door ‘het ontslag wegens beroepsongeschiktheid zoals vermeld in artikel 55’.
Keurt goed dat in een overgangsmaatregel zal bepaald worden dat alle evaluaties uitgesproken voor 1 januari 2026 onderworpen blijven aan de bepalingen van de Rechtspositieregeling Ouderenzorg van toepassing voor die datum.