Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41-7° en artikel 78-8°.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41-7° en artikel 78-8°.
In het kader van de uitwerking van het organisatiebeheersingssysteem van Stad en OCMW en meer bepaald in de uitwerking van het organisatiemodel voor de interne auditfunctie voor Stad en OCMW, werd een gezamenlijk Intern Auditcomité opgericht, goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn van 25/03/2019.
Daarbij werd ook één gezamenlijk auditcharter opgemaakt, goedgekeurd in zitting van 23/04/2019 (2019_GRMW_00472).
Het auditcharter is ondertussen aan actualisatie toe, om volgende redenen:
Er werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook de structuur van het auditcharter te verbeteren.
Het geactualiseerde auditcharter werd op 03/11/2025 goedgekeurd door het interne auditcomité.
Het vernieuwd interne auditcharter is terug te vinden in bijlage bij huidig besluit.
In het ‘Interne Auditcharter voor Stad en OCMW’ worden onder de respectievelijke hoofdstukken de volgende onderwerpen behandeld:
1. Het Interne Auditcomité
1.1. Opdracht / Doelstelling / Taken
1.2. Samenstelling
1.3. Zelfevaluatie
1.4. Werking
1.5. Rapportering
1.6. Discretieverplichting voor de leden
2. De Interne Auditfunctie
2.1. Missie/doelstelling/taak
2.2. Normen voor de professionele praktijk van interne audit
2.2.1. De Global Internal Audit Standards (GIAS)
2.2.2. Ethiek en professionaliteit
2.3. Mandaat
2.4. Onafhankelijkheid
2.5. Objectiviteit
2.6. Reikwijdte en werkterrein
2.7. Planning
2.8. Rapportering en communicatie
2.9. Rollen van ambtelijke actoren die betrokken zijn bij interne audits
2.9.1. De algemeen directeur
2.9.2. Management
2.9.3. Dienst Organisatieontwikkeling
2.9.4. De interne auditfunctie
2.10. Coördinatie met andere actoren inzake risicobeheersing
2.11. Kwaliteitsborgings- en verbeterprogramma
2.12. Wijziging aan het charter
Keurt goed het ‘Interne Auditcharter Stad en OCMW Gent’.
Jaarlijks wordt de gemeenteraad in kennis gesteld van een geactualiseerd overzicht van alle organisaties, instellingen en vennootschappen waarin afgevaardigden van de Stad Gent zetelen.
Deze rapportering, die wordt opgelegd door artikel 56, §6 van het Decreet over het lokaal bestuur, vond reeds plaats in 2014, 2015, 2016, 2017, 2018, 2019, 2020, 2021, 2022 en 2023.
Het overzicht dat conform artikel 56, §6 van het Decreet over het lokaal bestuur jaarlijks aan de gemeenteraad wordt voorgelegd, wordt - in uitvoering van het hogervermelde raadsbesluit - aangevuld met een mandatenlijst (voor het kalenderjaar 2024).
Deze lijst bevat een overzicht van alle publieke en private mandaten die rechtstreeks of onrechtstreeks voortvloeien uit het mandaat van gemeenteraadslid of lid van het college van burgemeester en schepenen, en die worden opgenomen door een fractielid of door personen afgevaardigd vanuit een fractie. Deze lijst bevat ook informatie over het al dan niet bezoldigd karakter van de vergaderingen en het aantal vergaderingen die hebben plaatsgevonden.
Deze verplichting vloeit voort uit artikel 32 van de deontologische code voor lokale mandatarissen dat als volgt luidt:
Artikel 32
De mandatarissen, met inbegrip van de externe personen die namens de Stad Gent of namens het OCMW een mandaat bekleden, melden aan algemeen directeur alle mandaten die zij opnemen in andere organisaties.Enkel voor wat de aangifteplichtige mandaten betreft, kan deze melding ook gebeuren door aan de algemeen directeur uiterlijk op 15 april een kopie te bezorgen van de mandatenlijst die jaarlijks aan het Rekenhof moet worden bezorgd.
Bij de melding wordt meegedeeld wat de bezoldiging van het mandaat is.
De dienst Bestuursondersteuning houdt van de gemelde mandaten een mandatenregister bij.
Een mandataris mag geen andere functies opnemen wanneer die een structureel risico vormen voor een integere invulling van zijn mandaat.
In geen geval mag een bijkomend mandaat of dienstverlenende activiteiten de eer en waardigheid van het ambt in het gedrang brengen.
Neemt kennis van de geactualiseerde overzichtslijst, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, van de instellingen, organisaties en vennootschappen waarin afgevaardigden van de Stad Gent zetelen.
Neemt kennis van de mandatenlijsten, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit, voor het kalenderjaar 2024.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017, artikel 40 §3 en artikel 41, lid 2, 2° en 14°.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017, artikel 2.
In 2015 en 2024 stelde het projectteam KUS de Reglementen vast dat verschillende reglementen als 'slapend' beschouwd konden worden: de betrokken reglementen werden niet meer toegepast, maar werden tot dan toe niet formeel opgeheven. Deze reglementen werden door de gemeenteraad opgeheven.
Inmiddels stelde het projectteam vast dat opnieuw diverse reglementen niet meer worden toegepast, om de volgende redenen:
1. De subsidie die het voorwerp is van het reglement, wordt niet meer toegekend;
2. De materie wordt inmiddels geregeld in een ander reglement;
3. De materie behoort niet meer tot de bevoegdheid van de Stad Gent;
4. Het reglement is algemeen gedateerd of niet meer van toepassing.
Het projectteam contacteerde de betrokken diensten en departementen i.v.m. deze slapende reglementen.
Het is wenselijk om de 'slapende' reglementen op te heffen, aangezien zij administratieve onduidelijkheid creëren. Daartoe wordt de gemeenteraad verzocht om de lijst met 7 slapende reglementen, in bijlage gevoegd bij dit besluit, op te heffen.
Heft op de slapende reglementen zoals vermeld op de lijst in bijlage.
Het betreft de toekenning van een subsidie in het kader van Gentsters for Life, de actie voor het goede doel vanuit Stad Gent. Op het managementteam van 4 november werd beslist om de opbrengst aan de Warmste Week te schenken (via het DeWarmsteWeek-fonds). Dit betreft de toekenning van een eenmalige subsidie, die noch door een reglement, noch door een overeenkomst geregeld wordt en die niet nominatief in de meerjarenplanning werd opgenomen.
De Dienst Communicatie en het Departement HR werken sinds 2019 voor Stad Gent vanuit een gecoördineerde aanpak rond Goede Doelen.
Inzetten op maatschappelijk verantwoord ondernemen als organisatie is van directe toegevoegde maatschappelijke waarde en richt zich meteen ook op de volgende doelstellingen:
Organisatiebreed initiatief 2024-2025
Voor de Gentsters for Life actie 2024-2025 werden opnieuw verschillende producten te koop aangeboden aan de medewerkers, via de Stadswinkel en op een beperkt aantal stadslocaties o.a. een Gentstertrui, drinkfles, inpakpapier, rompertje, gymzakje, sporttruitjes, fietsoutfits en Gentsters for life sokken.
De subsidie is samengesteld uit de opbrengst van de verkoop van de producten voor Gentsters for life, ten belope van 1.248 euro. De subsidie wordt integraal aan het 'DeWarmsteWeek'-fonds gestort in het kader van 'Gentsters for life'. Het overmaken van de gift is bevoegdheid van de gemeenteraad.
Overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen, dient een subsidie gebruikt te worden voor het doel waarvoor ze wordt toegekend en dient het gebruik ervan gerechtvaardigd, zo niet dient de subsidie terugbetaald te worden. Het 'DeWarmsteWeek'-fonds is vrijgesteld van de verplichting tot het bijbrengen van haar balans en rekeningen alsook van het verslag inzake beheer en financiële toestand.
Voormelde wet geeft de Stad Gent tevens het recht om ter plaatse de aanwending van de subsidie te doen controleren. Bij verzet tegen de uitoefening van de controle, dient de subsidie terugbetaald te worden.
De uitbetaling van de subsidie zal na goedkeuring van de gemeenteraad via overschrijving gebeuren op het 'DeWarmsteWeek'-fonds, Brederodestraat 21, 1000 Brussel, rekeningnummer BE79 7330 6193 4833.
| Dienst* | Dienst Communicatie |
| Budgetplaats | 345520009 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT |
| 2025 | 1248 |
| Totaal | 1248 |
Op 23 september 2024 werd door de gemeenteraad een ruil goedgekeurd tussen de Stad en Thuispunt Gent betreffende verscheidene delen van een perceel grond gelegen te 9000 Gent, Jubileumlaan.
Thuispunt Gent heeft de middelste toren in de Jubileumlaan intussen gesloopt en bouwt deze herop. Tijdens de uitvoering is echter gebleken dat het gebouw breder zal zijn dan voorzien in het oorspronkelijke plan, dat als basis diende voor de voorgaande ruil. Hierdoor dient Thuispunt Gent enkele m² extra grond te verwerven van de Stad om dit project te realiseren.
Aangezien Thuispunt Gent reeds begonnen is met bouwen zal er vervroegd genot en vrij gebruik zijn vanaf goedkeuring door de gemeenteraad.
Er wordt aan de gemeenteraad voorgesteld het ontwerp van de authentieke akte met betrekking tot kosteloze overdracht van de hierna beschreven onroerende goederen goed te keuren:
Voor voormelde goederen werd een proces-verbaal van opmeting en opsplitsing opgemaakt op 28 mei 2025 door Kris Audenaert, landmeter-expert, hiertoe beëdigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent.
Deze overdracht gebeurt kosteloos, omwille van het voordeel in natura van het hebben van meer sociale woningen op Gents grondgebied.
Beslist tot het goedkeuren van het ontwerp van de authentieke akte met betrekking tot kosteloze overdracht van de hierna vermelde onroerende goederen:
Sinds 01/01/2017 huurt de Stad een loods gelegen te Gent, Vliegtuiglaan 5 van nv Adviesburo M.J.P. voor onbepaalde duur. De loods wordt enerzijds door de Stad zelf gebruikt als stockageruimte (voor materiaal kerk, materiaal speelpleinwerking, ...) en anderzijds wordt een deel verhuurd aan vzw-huurders voor het stockeren van materiaal.
Vzw Jong huurt een gebouw (sporthal en werkingslokalen) gelegen te 9000 Gent, Dracenastraat 8 van de Stad. Die locatie is om brandveiligheidsredenen (tijdelijk) buiten gebruik gesteld. Een deel van het materiaal dat daar gestockeerd staat, dient elders gestockeerd te worden. In de loods in de Vliegtuiglaan 5 is een klein compartiment van +- 30m² dat hiervoor zou kunnen dienen.
De werking die voordien doorging in de Dracenastraat 8, zal tijdelijk doorgaan op het derde verdieping van het Balenmagazijn. Daarvoor zijn reeds afspraken gemaakt met de betrokken diensten en een overeenkomst wordt binnenkort voorgelegd aan het college en de gemeenteraad. Daarnaast zal de overeenkomst van de Dracenastraat 8 beëindigd worden eenmaal het materiaal verhuisd is, ook daarvoor zal een afzonderlijke besluitvorming volgen.
In overleg met de Jeugddienst wordt voorgesteld om met vzw Jong een contract af te sluiten voor het verhuren van dit compartiment voor de periode van 01/10/2025 totdat de vzw terug haar werking kan heropstarten aan/in de Dracenastraat 8, en met een maximum van 3 jaar, tot 30/09/2028.
De huurwaarde voor dit compartiment bedraagt 1.015,00 EUR/jaar en wordt volledig gesubsidieerd door de Jeugddienst. Gezien het gebruik als opslag en het beperkte verbruik i.f.v. daarvan, wordt geen vergoeding voor nutsvoorzieningen gevraagd. De vzw zal wel een verzekering moeten afsluiten en een huurwaarborg voorzien.
Aan het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd de huurovereenkomst met vzw Jong goed keuren betreffende een deel van de loods gelegen te Gent, Vliegtuiglaan 5.
De overeenkomst wordt afgesloten voor een jaar van 01/10/2025 totdat de vzw terug haar werking kan heropstarten aan de Dracenastraat 8, en met een maximum van 3 jaar, tot 30/09/2028.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de toekenning van een nominatieve subsidie goed te keuren ter waarde van de gederfde huurinkomsten voor het bedrag van 1.015,00 euro per jaar aan vzw Jong voor de huur van een deel van het onroerend goed, gelegen te Gent, Vliegtuiglaan 5 onder volgende voorwaarden:
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Jeugddienst |
| Budgetplaats | 3406300WK |
| Categorie* | E SUBS |
| Subsidiecode | XHU.HUU |
| 2025 | 253,75 |
| 2026 | 1.015,00 |
| 2027 | 1.015,00 |
| 2028 | 1.015,00 |
| Totaal | 3.045,00 |
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Vastgoed |
| Budgetplaats | 347250003 |
| Categorie* | E SUBS |
| Subsidiecode | XHU.HUU |
| 2025 | 253,75 |
| 2026 | 1.015,00 |
| 2027 | 1.015,00 |
| 2028 | 761,25 |
| Totaal | 1.015,00 |
Keurt goed de toekenning van een nominatieve subsidie ter waarde van de gederfde huurinkomsten voor het bedrag van 1.015,00 euro per jaar aan vzw Jong voor de huur van een deel van het onroerend goed, gelegen te Gent, Vliegtuiglaan 5 onder volgende voorwaarden:
De vzw 'Broeders van Liefde' is eigenaar van het onroerend goed, gelegen te 9000 Gent, Ebergiste De Deynestraat 1, kadastraal bekend onder Gent, 24ste afdeling, sectie B, perceelnummer 18/G.
De vzw 'Broeders van Liefde' verleende een erfpachtrecht aan de vzw 'Provincialaat der Broeders van Liefde' op voormeld onroerend goed, voor een periode van 50 jaar, ingaand op 10 januari 2004 en eindigend op 9 januari 2054.
Bij gemeenteraadsbesluit d.d. 26 oktober 2009 werd tussen voornoemde partijen en de Stad Gent goedkeuring verleend aan het sluiten van een gebruiksovereenkomst tussen de Stad Gent en de vzw Provincialaat der Broeders van Liefde waarbij de Stad Gent een sportcomplex gelegen te 9000 Gent, Ebergiste de Deynestraat, in gebruik neemt voor een periode van 8 maanden ingaande op 1 september 2009 en eindigend op 30 april 2010. Het gaat in het bijzonder over de inhuurneming van een sporthal met bijhorende cafetaria en andere aanhorige ruimten, en dit tijdens de buitenschoolse uren.
Bij gemeenteraadsbesluit d.d. 28 juni 2010 werd voormelde gebruiksovereenkomst verlengd voor een periode van 8 jaar en 8 maanden, ingaande op 1 september 2010 en te eindigen op 30 april 2019.
Bij gemeenteraad 27 mei 2019 werd voormelde gebruiksovereenkomst een 2de maal hernieuwd tussen partijen voor een periode van 9 jaar, ingaande op 1 mei 2019 en eindigend op 30 april 2028.
De feitelijke vereniging 'Minivoetbalkern Voetbal' maakt al jaren gebruik van de sporthal via toepassing van het retributiereglement van de Sportdienst van Stad Gent.
Daarnaast maakt de vereniging ook gebruik van de cafetaria aan de sporthal. Op 3 juni 2010 sloot de Stad Gent voor dat gebruik een gebruiksovereenkomst af met de feitelijke vereniging 'Minivoetbalkern Gent', waarbij de cafetaria van het gebouw, gelegen te Gent, Ebergiste De Deynestraat 1, in gebruik werd gegeven aan de feitelijke vereniging, voor een periode van 8 jaar, ingaande op 1 september 2010 en eindigend op 30 april 2019. Na 2019 volgde geen verlenging van de overeenkomst, maar verliep het gebruik van de cafetaria als aanhorigheid van de sporthal via het retributiereglement.
In het kader van de uitbating van de cafetaria werd een aanvraag ingediend voor een permanent horecavergunningsattest. Dit attest werd toegekend op 3 april 2025.
Gezien het gebruik van de cafetaria door de Minivoetbalkern Voetbal is het opportuun om terug een overeenkomst af te sluiten voor het verhuur van de cafetaria en alle bijhorende modaliteiten, in eerste instantie voor het huidige voetbalseizoen. Een verlenging nadien kan, aan de op dat moment geldende voorwaarden binnen het toepasselijke kader.
De geschatte huurprijs voor de cafetaria bedraagt 3.614,62 euro. De huurder zal een bedrag van 1.000,00 euro betalen, en voor het saldo van 2.614,62 euro wordt een huursubsidie toegekend ter waarde van de gederfde huurontvangsten, binnen de bevoegdheid van de Sportdienst.
Door middel van dit besluit wordt gevraagd om de toekenning van een nominatieve subsidie ter waarde van de gederfde huurontvangsten goed te keuren voor een bedrag van 2.614,62 euro aan de feitelijke vereniging Minivoetbalkern Gent, voor de huur van de cafetaria van het sportcomplex, gelegen te Ebergiste De Deynestraat, en dit onder de volgende voorwaarden:
Tot slot wordt door middel van dit besluit gevraagd om het sluiten van de overeenkomst met de feitelijke vereniging Minivoetbalkern Gent goed te keuren, voor de huur van de cafetaria van het sportcomplex, gelegen te Ebergiste De Deynestraat 1, voor de duur van 8 maanden, ingaande op 1 september 2025 en eindigend op 30 april 2026, en onder opschortende voorwaarde van de goedkeuring door de gemeenteraad van het verstrekken van een nominatieve subsidie aan deze gebruiker.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Sportdienst |
| Budgetplaats | 344740000 |
| Categorie* | E subs. |
| Subsidiecode | XHU.HUU |
| 2025 | 1.307,31 |
| 2026 | 1.307,31 |
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Sportdienst | Sportdienst |
| Budgetplaats | 344740000 | 344740000 |
| Categorie* | E. subs. | E |
| Subsidiecode | XHU.HUU | NIET_RELEVANT |
| 2025 | 1.307,31 | 500,00 |
| 2026 | 1.307,31 | 500,00 |
Keurt goed de toekenning van een nominatieve subsidie ter waarde van de gederfde huurinkomsten voor het bedrag van 2.614,62 euro per jaar aan de feitelijke vereniging Minivoetbalkern Gent, voor de huur van de cafetaria van een sportcomplex, gelegen te Ebergiste De Deynestraat 1, en dit onder de volgende voorwaarden:
Het stadsgebouw de Felix, het voormalige dienstencentrum van Gentbrugge, is vanaf augustus/september 2025 in gebruik genomen door de verschillende hoofdgebruikers; de lagere afdeling van Freinetschool 't Groen Drieske, de Academie voor Muziek, Woord en Dans De Kunstbrug, het Secundair Kunstinstituut Gent (SKI), de wijkpolitie, Dienst Burgerzaken en de wijkbibliotheek. Het Felixcafé is vanaf oktober 2025 geopend. De officiële opening stond gepland op 10/10/2025. Buurtbewoners, (buurt)organisaties en -verenigingen zullen vanaf januari 2026 de gedeelde ruimtes in de Felix kunnen gebruiken voor hun activiteiten.
Een aantal visieaspecten vanuit de Stad vormden de basis voor het ontwerptraject, waarbinnen sterk werd ingezet op gedeeld en multifunctioneel gebruik en het realiseren van een ontmoetingsplek voor de buurt waarbij het gebouw als volwaardige publieke ruimte wordt ervaren. Een facilitair gebouw- en gemeenschapsbeheerder, binnen Dienst FM Onderwijs, zorgt enerzijds voor het dagelijks facilitair beheer van de Felix, en leidt anderzijds het gemeenschappelijk gebruik tussen de hoofdgebruikers onderling en het breed gebruik naar de buurt en verenigingen toe in goede banen.
40 zalen zullen gedeeld worden in het gebouw de Felix, waarvan de Stad Gent 11 zalen, die worden beheerd door Dienst FM Onderwijs, ter beschikking stelt van particulieren, (feitelijke) verenigingen en andere organisaties, onder de voorwaarden bepaald in het Algemeen huishoudelijk reglement voor het gebruik van zalen van de Stad Gent en in een Bijzonder huishoudelijk reglement, dat bij deze wordt voorgelegd aan de gemeenteraad en waarin de aanvullende bepalingen worden opgenomen die specifiek zijn voor de zalen in de Felix.
De overige 29 zalen worden tussen de hoofdgebruikers/partners onderling gedeeld, waarvoor de praktische afspraken over het gebruik en beheer in de Felix uitgewerkt worden in een interne afsprakennota die ter goedkeuring aan het college van burgemeester en schepenen zal worden voorgelegd.
FM Onderwijs is belast met de uitvoering van dit reglement.
Het nieuw 'Bijzonder huishoudelijk reglement voor het gebruik van zalen in de Felix ' treedt in werking op 01/01/2026.
De drie klantengroepen Dienst FM Onderwijs, FM Themagebouwen en FM Welzijn worden frequent geconfronteerd met herstellingen aan binnen- en buitenzonweringen. Sommige werken zijn te omvangrijk of te complex waardoor een beroep moeten kunnen worden gedaan op gespecialiseerde aannemers. Omdat er voor bepaalde locaties kort op de bal moet worden gespeeld en er niet kan worden gewacht met de uitvoering tot er een ontwerpdossier is opgemaakt, wordt de uitvoering van deze werken best voorzien via een raamovereenkomst.
De huidige "Raamovereenkomst voor het onderhoud, herstel en vernieuwen van binnen- en buitenzonwering" volgens bestek FEG/2020/046/GDR/5054 loopt ten einde op 31/05/2026.
De raad voor maatschappelijk welzijn heeft in zitting van 21 juni 2021 de Stad Gent gemachtigd om wat betreft zijn aandeel in diverse opdrachten op te treden als aanbestedende overheid en aankoopcentrale.
Het OCMW Gent wenst voor haar aandeel in deze opdracht beroep te doen op de Stad Gent welke laatste optreedt als aankoopcentrale. Hierdoor is het OCMW Gent vrijgesteld van de verplichting zelf een plaatsingsprocedure te organiseren.
Op die manier kan het OCMW Gent binnen de opdracht rechtstreeks bestellingen afnemen bij de gekozen leverancier/dienstverlener.
Hiertoe werd het bestek van de overheidsopdracht van werken - Raamovereenkomst voor het onderhoud, herstel en vernieuwen van binnen- en buitenzonwering - FWG/2025/007/EV/5838, opgemaakt.
Procedure: openbare procedure.
Wijze van prijsbepaling: volgens een gemengde opdracht.
Uitvoeringstermijn: 48 maanden.
Gunningscriteria: de prijs is het enige gunningscriterium.
Het geraamd aandeel voor het OCMW bedraagt 690.000 euro, inclusief btw.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | FM Onderwijs | FM Onderwijs | FM Onderwijs |
| Budgetplaats | 352000003 | 352000003 | 3512300L9
|
| Categorie* | EXP 6% btw | EXP 21% btw | INV 6% btw |
| 2026 | € 27.000 | € 20.000 | € 37.000 |
| 2027 | € 40.000 | € 30.000 | € 55.000 |
| 2028 | € 40.000 | € 30.000 | € 55.000 |
| 2029 | € 40.000 | € 30.000 | € 55.000 |
| 2030 | € 13.000 | € 10.000 | € 18.000 |
| Totaal | € 160.000 | € 120.000 | € 220.000 |
| Dienst* |
FM Onderwijs
|
FM Themagebouwen
|
FM Themagebouwen
|
| Budgetplaats |
3512300L9
|
3470100WE
|
3512400L9
|
| Categorie* |
INV 21% btw
|
EXP
|
INV
|
| 2026 |
€ 30.000
|
€ 20.000 | € 30.000 |
| 2027 |
€ 45.000
|
€ 45.000
|
€ 60.000
|
| 2028 |
€ 45.000
|
€ 45.000
|
€ 60.000
|
| 2029 |
€ 45.000
|
€ 45.000
|
€ 60.000
|
| 2030 |
€ 15.000
|
€ 45.000
|
€ 60.000
|
| Totaal |
€ 180.000
|
€ 200.000
|
€ 270.000
|
| Dienst* |
Politie
|
Politie
|
HVZC |
| Budgetplaats | 33000/125-06 | 33000/125-06 |
|
| Categorie* | EXP | INV | EXP |
| 2026 | € 20.000 | € 15.000 | € 7.500 |
| 2027 | € 35.000 | € 60.000 | € 12.500 |
| 2028 | € 35.000 | €60.000 | € 12.500 |
| 2029 | € 35.000 | € 60.000 | € 12.500 |
| 2030 | € 60.000 | € 60.000 | € 12.500 |
| Totaal | € 185.000 | € 255.000 | € 57.500 |
| Dienst* | HVZC | FM Welzijn | FM Welzijn |
| Budgetplaats |
|
OCMW | OCMW |
| Categorie* | INV | EXP | INV |
| 2026 | € 5.000 | € 50.000 | € 10.000 |
| 2027 | € 5.000 | € 150.000 | € 30.000 |
| 2028 | € 5.000 | € 150.000 | € 30.000 |
| 2029 | € 5.000 | € 150.000 | € 30.000 |
| 2030 | € 5.000 | € 75.000 | € 15.000 |
| Totaal | € 25.000 | € 575.000 | € 115.000 |
Stelt vast het bij dit besluit gevoegde bestek van de overheidsopdracht van werken - Raamovereenkomst voor het onderhoud, herstel en vernieuwen van binnen- en buitenzonwering - FWG/2025/007/EV/5838.
Procedure: openbare procedure.
Wijze van prijsbepaling: volgens een gemengde opdracht.
Uitvoeringstermijn: 48 maanden.
Gunningscriteria: de prijs is het enige gunningscriterium.
Het project betreft instandhoudingswerken aan de Sint-Baafsabdij; in het verleden heeft FM reeds meerdere tijdelijke schoringen laten plaatsen om te verzekeren dat er geen delen van de constructie zullen instorten. De toelatingen die voor deze schoringen verleend zijn hebben een tijdelijk karakter.
Verder verkeren de muren die grenzen aan het Coyendanspark en de Oostenrijkersstraat in zeer slechte staat daar klimop de muren overwoekert en er stammen doorheen de muur groeien. T.h.v. de hoek op de Spanjaardstraat met de Oostenrijkersstraat is er een structurele scheur die aangepakt moet worden. Hier staan momenteel hekkens om te vermijden dat bezoekers te dicht bij de site komen.
Hiertoe werd het bestek van de overheidsopdracht van werken - Sint-Baafsabdij - instandhoudingswerken - FAG/2025/026/GB/INV/5826, opgemaakt.
Procedure: openbare procedure.
Wijze van prijsbepaling: opdracht met gemengde prijsvaststelling.
Uitvoeringstermijn: 180 werkdagen.
Gunningscriteria:
- prijs (60 punten)
- plan van aanpak (40 punten).
|
Dienst |
FM Themagebouwen |
|
Budgetplaats |
3512400EC |
|
Categorie (INV of EXP) |
INV |
|
Subsidiecode |
RBM.RBM |
|
2026 |
435.000,00 |
|
2027 |
865.861,39 |
|
Totaal |
1.300.861,39 |
|
Dienst |
FM Themagebouwen |
|
Budgetplaats |
3512400EC |
|
Categorie (INV of EXP) |
INV |
|
Subsidiecode |
RBM.RBM |
|
2026 |
66.878,76 |
|
2027 |
133.121,24 |
|
Totaal |
200.000,00 |
Stelt vast het bij dit besluit gevoegde bestek van de overheidsopdracht van werken - Sint-Baafsabdij - instandhoudingswerken - FAG/2025/026/GB/INV/5826.
Procedure: openbare procedure.
Wijze van prijsbepaling: opdracht met gemengde prijsvaststelling.
Uitvoeringstermijn: 180 werkdagen.
Gunningscriteria:
- prijs (60 punten)
- plan van aanpak (40 punten).
Een eredienstbestuur dient een budgetwijziging op te maken als het totaal van de ontvangsten of uitgaven van een hoofdfunctie wijzigt of als er kredieten worden opgenomen op een artikel waarop in het budget nog geen kredieten waren opgenomen of wanneer de investeringen wijzigen. De budgetwijziging 2025 (reeks 7) van het eredienstbestuur O.-L.-Vrouw Presentatie (Gent) werd onderzocht, heeft geen aanleiding gegeven tot het formuleren van opmerkingen en lijkt het financieel belang van de gemeente niet te schaden. De bedragen in het goedgekeurde meerjarenplan of meerjarenplanwijziging worden in de voorgestelde budgetwijziging niet overschreden.
De integrale betoelaging van de exploitatie- en/of investeringstoelagen komt in aanmerking voor kennisneming, omdat de gemeentelijke bijdrage in de voorgestelde budgetwijziging het bedrag, opgenomen in het goedgekeurde meerjarenplan of meerjarenplanwijziging, niet overschrijdt.
Voor het onderstaand vermelde eredienstbestuur wordt de volgende investeringstoelage gevraagd:
Naam eredienstbestuur | Bedrag (euro) | Omschrijving |
| O.-L.-Vrouw Presentatie (Gent) (BW25III)
| 148.000,00 | Vernieuwen elekrische installatie (kerk) |
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | FAG |
| Budgetplaats | 347810000 |
| Categorie* | I |
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT |
| 2025 | 148.000,00 |
| Totaal | 148.000,00 |
Neemt kennis van de budgetwijziging-III 2025 (reeks 7) van het eredienstbestuur O.-L.-Vrouw Presentatie (Gent) waarbij geen beroep wordt gedaan op een exploitatietoelage en waarbij een investeringstoelage wordt gevraagd ten bedrage van 148.000,00 euro voor het vernieuwen van de elektrische installatie (kerk).
Een eredienstbestuur dient jaarlijks een budget op te stellen op basis van het door de gemeenteraad goedgekeurde meerjarenplan of wijziging ervan.
Het ontwerp van het budget 2026 van diverse eredienstbesturen (Gent) werd besproken met de subsidiërende overheid i.c. de Stad Gent. Het voorgestelde budget overschrijdt de grenzen van de in het goedgekeurde meerjarenplan opgenomen bedragen niet.
Het budget werd onderzocht en heeft geen aanleiding gegeven tot het formuleren van opmerkingen en lijkt het financieel belang van de gemeente niet te schaden.
Eredienstbestuur | Bedrag Exploitatie (euro) |
Anglicaanse kerk Saint-John (Gent) | 23.651,81 |
Christus Koning (Gent) | 32.394,30 |
Heilig Kruis (Sint-Kruis-Winkel) | 6.878,25 |
OLV Sint Pieters (Gent) | 108.128,71 |
OLV Sint-Amandsberg (Sint-Amandsberg) | 19.299,04 |
Protestantse kerk Gent-noord (Gent) | 13.081,71 |
Sint-Amandus (Oostakker) | 9.264,76 |
Sint-Bernadette (Gent) | 19.571,26 |
Sint-Eligius (Gentbrugge) | 19.935,32 |
Sint-Gerulfus (Drongen) | 13.709,31 |
Sint-Jan-de-Doper (Afsnee) | 3.245,85 |
Sint-Livinus (Ledeberg) | 22.286,31 |
Sint-Martinus (Gent) | 30.120,51 |
Sint-Niklaas (Gent) | 76.257,63 |
Sint-Niklaas (Zwijnaarde) | 6.298,07 |
Sint-Pieters-Buiten (Gent) | 31.716,66 |
Sint Simon en Judas (Gentbrugge) | 33.370,83 |
Sint-Stefanus (Gent) | 59.752,86 |
Sint-Vincentius à Paulo (Gent) | 1.368,92 |
Het voorgestelde budget 2026 (reeks 1) van de onderstaand vermelde eredienstbesturen, waarbij om tekorten bij te passen een exploitatietoelage en waarbij eveneens voor de uitvoering van noodzakelijke werken een investeringstoelage wordt gevraagd, komt in aanmerking voor kennisneming.
Eredienstbestuur | Bedrag Exploitatie (euro) | Bedrag Investeringen (euro) | Omschrijving |
OLV Geboorte (Desteldonk) | 10.610,32 | 13.500,00 | Herstellingswerken torenuurwerk kerk |
Sint-Bavo (Mendonk) | 14.436,68 | 18.000,00 | Herstellingswerken torenuurwerk kerk |
Sint-Dionysius (Sint-Denijs-Westrem) | 29.506,66 | 12.000,00 | Voegen van de westgevel en onderzoek glasraam kerk |
Sint-Jacobs (Gent) | 52.735,50 | 21.485,00 | Herstellingswerken kerk en orgel |
Sint-Salvator (Gent) | 25.743,38 | 18.000,00 | Herstellingswerken kerk |
Het voorgestelde budget 2026 (reeks 1) van de onderstaand vermelde eredienstbesturen, waarbij noch een exploitatietoelage noch een investeringstoelage wordt gevraagd, komt in aanmerking voor kennisneming.
Eredienstbestuur |
Evangelische Kerk Bourgoyen (Gent) |
OLV Mariakerke (Mariakerke) |
OLV Presentatie (Gent) |
Protestantse kerk Gent-centrum (Gent) |
Sint-Antonius van Padua (Gent) |
Sint-Catharina (Wondelgem) |
Sint-Godelieve (Wondelgem) |
Sint-Michiels (Gent) |
Sint-Paulus (Gent) |
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | FAG | FAG
|
| Budgetplaats | 347810000 | 347810000
|
| Categorie* | E | I |
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT | NIET_RELEVANT
|
| 2026 | 663.364,65 | 82.985,00 |
| Totaal | 663.364,65 | 82.985,00 |
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Anglicaanse Kerk Saint-John (Gent) waarbij een exploitatiebudget van 23.651,81 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Christus Koning (Gent) waarbij een exploitatiebudget van 32.394,30 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Heilig Kruis (Sint-Kruis—Winkel) waarbij een exploitatiebudget van 6.878,25 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur O.L.Vrouw Sint-Pieters (Gent) waarbij een exploitatiebudget van 108.128,71 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur O.L.Vrouw Sint-Amandsberg (Sint-Amandsberg) waarbij een exploitatiebudget van 19.299,04 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Protestantse kerk Gent-Noord (Gent) waarbij een exploitatiebudget van 13.081,71 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Amandus (Oostakker) waarbij een exploitatiebudget van 9.264,76 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Bernadette (Gent) waarbij een exploitatiebudget van 19.571,26 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Eligius (Gentbrugge) waarbij een exploitatiebudget van 19.935,32 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Gerulfus (Drongen) waarbij een exploitatiebudget van 13.709,31 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Jan-de-Doper (Afsnee) waarbij een exploitatiebudget van 3.245,85 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Livinus (Ledeberg) waarbij een exploitatiebudget van 22.286,31 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Martinus (Gent) waarbij een exploitatiebudget van 30.120,51 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Niklaas (Gent) waarbij een exploitatiebudget van 76.257,63 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Niklaas (Zwijnaarde) waarbij een exploitatiebudget van 6.298,07 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Pieters-Buiten (Gent) waarbij een exploitatiebudget van 31.716,66 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Simon en Judas (Gentbrugge) waarbij een exploitatiebudget van 33.370,83 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Stefanus (Gent) waarbij een exploitatiebudget van 59.752,86 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Vincentius à Paulo (Gent) waarbij een exploitatiebudget van 1.368,92 euro wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur O.L.Vrouw Geboorte (Desteldonk) waarbij een exploitatietoelage van 10.610,32 euro en een investeringstoelage van 13.500,00 euro voor het uitvoeren van herstellingswerken aan het torenuurwerk van de kerk wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Bavo (Mendonk) waarbij een exploitatietoelage van 14.436,68 euro en een investeringstoelage van 18.000,00 euro voor het uitvoeren van herstellingswerken aan het torenuurwerk van de kerk wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Dionysius (Sint-Denijs-Westrem) waarbij een exploitatietoelage van 29.506,66 euro en een investeringstoelage van 12.000,00 euro voor het voegen van de westgevel en onderzoek van het glasraam van de kerk wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Jacobs (Gent) waarbij een exploitatietoelage van 52.735,50 euro en een investeringstoelage van 21.485,00 euro voor het uitvoeren van herstellingswerken aan de kerk en het orgel wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Salvator (Gent) waarbij een exploitatietoelage van 25.743,38 euro en een investeringstoelage van 18.000,00 euro voor het uitvoeren van herstellingswerken aan de kerk wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Evangelische Kerk Bourgoyen (Gent) waarbij noch een exploitatietoelage noch een investeringstoelage wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur O.L.Vrouw Mariakerke (Mariakerke) waarbij noch een exploitatietoelage noch een investeringstoelage wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur O.L.Vrouw Presentatie (Gent) waarbij noch een exploitatietoelage noch een investeringstoelage wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Protestantse Kerk Gent-centrum (Gent) waarbij noch een exploitatietoelage noch een investeringstoelage wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Antonius van Padua (Gent) waarbij noch een exploitatietoelage noch een investeringstoelage wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Catharina (Wondelgem) waarbij noch een exploitatietoelage noch een investeringstoelage wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Godelieve (Wondelgem) waarbij noch een exploitatietoelage noch een investeringstoelage wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Michiels (Gent) waarbij noch een exploitatietoelage noch een investeringstoelage wordt gevraagd.
Neemt kennis van het budget 2026 (reeks 1) van het eredienstbestuur Sint-Paulus (Gent) waarbij noch een exploitatietoelage noch een investeringstoelage wordt gevraagd.
• Het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, artikel 13, § 2
• Het Decreet over het lokaal bestuur, artikel 40• Het Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, artikel 13, § 2
Namens de buurtbewoners van de kanaaldorpen vraagt de stuurgroep van Bark.Gent (een vzw die zich inzet voor leefbaarheid, cultuur, veiligheid, samenhang en communicatie in Desteldonk, Mendonk, Sint-Kruis-Winkel en Terdonk), om de verbinding tussen Windgat en Speurdonkstraat officieel te erkennen als gemeenteweg en opnieuw open te stellen voor publiek gebruik.
In functie van het vaststellen van het publiek gebruik en het formeel opnemen van de verbinding Windgat-Speurdonksstraat als gemeenteweg dient door de gemeenteraad te worden vastgesteld dat in deze verbinding reeds meer dan 30 jaar sprake is van een continu, ononderbroken, ondubbelzinnig gebruik door het publiek. Het is, op grond van het decreet gemeentewegen, de taak van de gemeente om de trage wegen te vrijwaren en te beschermen. Gezien het publiek gebruik dient de verantwoordelijkheid qua beheer en aansprakelijkheid duidelijk aan de Stad Gent toe te behoren. Het feit dat recent deze doorgang echter ter hoogte van het kanaal werd afgesloten met prikkeldraad en een bord "Privaat" werd geplaatst aan het begin van de verbinding via Windgat is een gevaar voor deze druk gebruikte trage weg.
Uit het decreet houdende de gemeentewegen:
Art. 3. Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.
Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;
2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak
Artikel 13, § 2, van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen (hierna: het gemeentewegendecreet), dat in werking is getreden op 1 september 2019, bepaalt:
De gemeenteraad die op eigen initiatief of op grond van een verzoekschrift vaststelt dat een grondstrook gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek gebruikt werd, belast het college van burgemeester en schepenen met de opmaak van een rooilijnplan, en met de vrijwaring en het beheer van de weg overeenkomstig de in dit decreet opgenomen instrumenten en handhavingsbevoegdheden.
De vaststelling door de gemeenteraad van een dertigjarig gebruik door het publiek heeft van rechtswege de vestiging van een publiek recht van doorgang tot gevolg.
In bijlage de nota waarin omstandig wordt beschreven aan de hand van plannen, foto’s en getuigenverklaringen dat de verbinding Windgat-Speurdonksstraat al meer dan 30 jaar continu, ononderbroken en ondubbelzinnig gebruikt wordt door het publiek.
Ter voldoening aan artikel 19, tweede lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State wordt hierbij gewezen op de mogelijkheid een beroep tot nietigverklaring en/of een vordering tot schorsing in te stellen, tegen de beslissing die u heden wordt betekend.
Beroepen tot nietigverklaring (en eventueel vordering tot schorsing) moeten op straffe van niet-ontvankelijkheid worden ingesteld binnen de zestig dagen nadat de beslissingen, reglementen of besluiten werden bekendgemaakt of betekend. Op hetzelfde ogenblik als zij haar verzoekschrift indient, stuurt de verzoekende partij een kopie daarvan ter informatie naar Stad Gent, p.a. Botermarkt I, 9000 Gent.
Het ondertekende verzoekschrift kan per aangetekende zending aan de griffie van de Raad van State, Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel worden gericht of elektronisch via http://eproadmin.raadvst-consetat.be.
Meer informatie op http://www.raadvst-consetat.be, doorklikken naar ‘procedure’ > ‘bestuursrechtspraak’.
Mededeling
De Stad Gent behandelt uw persoonsgegevens met respect voor uw privacy. We volgen hiervoor de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Ga voor meer informatie naar http://www.stad.gent en zoek op 'Met respect voor uw privacy'.Op basis van het voorliggende bewijsmateriaal de weg te erkennen als gemeenteweg, met de vestiging van een publieke erfdienstbaarheid van doorgang tot gevolg, volgens art. 13, §2 van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019;
Het college van burgemeester en schepenen te belasten met de opmaak van een gemeentelijk rooilijnplan voor de weg in kwestie en met de vrijwaring en beheer van de weg overeenkomstig het gemeentewegendecreet, eveneens volgens art. 13, §2 van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 3 mei 2019.
De gemeenteraad stelde op 22 september 2025 de naam ‘Jules Trenteseaustraat’ principieel vast voor de gedeeltelijke straatnaamwijziging van Jubileumlaan te Gent voor de ventweg.
Conform het Decreet tot bescherming van de namen van de openbare wegen en pleinen van 28 januari 1977, werd na de principiële vaststelling door de gemeenteraad een openbaar onderzoek georganiseerd.
Tijdens het openbaar onderzoek, dat werd gehouden van 6 oktober 2025 tot 9 november 2025, werden geen bezwaren ingediend. Er kan bijgevolg worden overgegaan tot de definitieve vaststelling van de naam.
De gedeeltelijke straatnaamwijziging heeft geen adreswijziging tot gevolg en gaat onmiddellijk in voege op datum van de definitieve vaststelling.
Op het straatnaambord 'Jules Trenteseaustraat' kan volgend onderschrift worden aangebracht: ‘Gents architect, °1913 - +1974’.
De Cultuurraad werd op 23/09/2025 op de hoogte gebracht van de organisatie van het openbaar onderzoek en bracht binnen de gestelde termijn gunstig advies uit.
Stelt de naam ‘Jules Trenteseaustraat' definitief vast voor de gedeeltelijke straatnaamwijziging van Jubileumlaan te Gent voor de ventweg, zoals aangeduid met blauwe kleur op bijgevoegd plan nieuwe toestand en situatieplan.
Keurt goed het aanbrengen van het onderschrift ‘Gents architect, °1913 - +1974’ op het straatnaambord 'Jules Trenteseaustraat'.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
In de samenwerkingsovereenkomst van 9 juli 2004 aangaande de herinrichting van het station en de stationsomgeving van Gent-Sint-Pieters werd de financiering van de bouw van fietsenstallingen met een capaciteit van 6.800 plaatsen door NMBS (Holding) en de Stad Gent geregeld.
In de overeenkomst aangaande de ondergrondse autoparking en aangaande de uitbreiding van de (brom-)fietsenstallingen verbonden aan het station van 21 juni 2010 besliste de Stad Gent om niet verder over te gaan tot de voorwaardelijk aankoop van 900 autoparkeerplaatsen in de ondergrondse parking gelegen aan het station Gent-Sint-Pieters, maar in plaats daarvan bij te dragen in de realisatie van in totaal 10.000 brom- en fietsenstallingen aan het station. Dit houdt een uitbreiding in met 3.200 bijkomende stallingen ten opzichte van de oorspronkelijke samenwerkingsovereenkomst van 2004. Deze bijkomende investering wordt gefinancierd via een te indexeren forfaitaire tussenkomst van 6.400.000EUR door de Stad Gent, zoals bepaald in artikel 2 van de vermelde overeenkomst uit 2010. De betalingstermijnen werden vastgelegd in artikel 4 waarbij (I) 19,5% van de prijs opeisbaar is bij de voorlopige oplevering van de fietsenstallingen binnen projectonderdeel GSP.070, en (II) 80,50% ervan binnen projectonderdeel GSP.080.
De voorlopige oplevering van deelproject GSP.070 kon pas tegen eind 2018 plaatsvinden, terwijl oorspronkelijk juli 2015 als streefdatum was vastgelegd in de overeenkomst 21 juni 2010. De financiële afrekening ervan vond plaats eind 2018 bij de afsluiting van in deelproject GSP.070. Voor deelproject GSP.080 is de voorlopige oplevering voorzien in 2028 in afwijking van de geplande termijn van juli 2019. Tijdens de werkgroepen van de deelprojecten hebben partijen hierover steeds transparant gecommuniceerd en gezamenlijk ingestemd met deze aangepaste termijnen.
Omdat heden de target van 10.000 brom- en fietsenstallingen bereikt is (onder- en bovengronds), wensen partijen thans over te gaan tot de afrekening van de financiële tussenkomst van de Stad Gent, zonder de voorlopige oplevering van deelproject GSP.080 te moeten afwachten en dit om bijkomende indexeringskosten te vermijden. Voormelde overeenkomst van 21 juni 2010 kan, bij ondertekening dezer, als afgesloten beschouwd worden, voor slot van alle rekeningen.
Het door de Stad Gent verschuldigde bedrag is samengesteld uit een gedeelte bouwkost ten belope van 5.152.000 EUR (80,5% van 6.400.000,00EUR) en een gedeelte indexering ten belope van 2.583.462,60 EUR, voor een totaal van 7.735.462,60 EUR.
De finale capaciteit van de brom- en fietsenstallingen is momenteel vastgelegd op ca 18.500 plaatsen, die beschikbaar zullen zijn bij oplevering van deelproject GSP.080
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | IVA Mobiliteitsbedrijf |
| Budgetplaats | 40051.00.01 |
| Categorie* | I Subs |
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT |
| 2026 | 7.735.462,60 EUR |
| Totaal | 7.735.462,60 EUR |
Keurt goed het Addendum aan de overeenkomst met NMBS van 21 juni 2010 Station Gent-Sint-Pieters - Overeenkomst aangaande de ondergrondse autoparking en aangaande de uitbreiding van (brom-)fietsenstallingen verbonden aan het station, zoals gevoegd in bijlage.
Thuispunt Gent plant de vernieuwing van meerdere woongebouwen in de omgeving van de Watersportbaan. Op 13 juni 2024 nam het college kennis van de conceptstudie omgeving Watersportbaan, waarin de opmaak van een masterplan voor de sociale huisvesting aan de Watersportbaan is opgenomen als actieprogramma met hoogste prioriteit.
Op basis van de resultaten van de conceptstudie is een bestek opgemaakt voor de opmaak van een omvattend masterplan dat verder bouwt op de inzichten en sociaal-ruimtelijke ontwerpprincipes van de conceptstudie om te komen tot een samenhangende en kwalitatieve woonomgeving die leefbaar en toekomstbestendig is. Dit masterplan wordt de basis voor de sociale huisvestingsprojecten van Thuispunt Gent de komende decennia, de nodige omgevingsaanleg en de integratie van voorzieningen in het gebied.
De ruimtelijke scope voor het masterplan is het gebied dat bij benadering omsloten wordt door de Jubileumlaan, de Neermeerskaai, de Nekkersberglaan en de Watersportlaan.
De opmaak van het masterplan omvat volgende onderdelen die in sterke wisselwerking met elkaar staan:
De stad fungeert als opdrachtgever voor de opmaak van het Masterplan. Het masterplan wordt echter opgemaakt in functie van toekomstige ontwikkelingen in verband met sociaal wonen. Daarom is er een zeer nauwe samenwerking voorzien bij de studie met Thuispunt Gent. De samenwerkingsovereenkomst dient in hoofdlijnen om:
Keurt goed de samenwerkingsovereenkomst met Thuispunt Gent BV, met maatschappelijke zetel te 9000 Gent, Lange Steenstraat 54, betreffende de opmaak van het Masterplan Wonen aan de Watersportbaan.
Binnen de koppelingsgebieden van de Gentse kanaalzone zijn verschillende overheidsdiensten bevoegd voor het beheer. Daarom werd na de definitieve oplevering van het eerste aangelegde koppelingsgebied Desteldonk Noord en Zuid beslist dat het beheer gebeurt onder de coördinatie van het Projectbureau Gentse Kanaalzone.
Het Project Gentse Kanaalzone is een samenwerkingsverband tussen de Stad Gent, de gemeenten Evergem en Zelzate, de provincie, het Vlaams gewest en North Sea Port. Voorzitter van het Project Gentse Kanaalzone is de gouverneur van Oost-Vlaanderen. Het Projectbureau Gentse Kanaalzone staat in voor de dagdagelijkse werking van het project.
Voor de periode 2020 - 2025 werd een gelijkaardige samenwerkingsovereenkomst gemeenschappelijk beheer koppelingsgebieden afgesloten.
De coördinatie van het beheer van de koppelingsgebieden in de Gentse Kanaalzone door het Projectbureau Gentse Kanaalzone en vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst gemeenschappelijk beheer koppelingsgebieden voor de periode 2020 -2025 werd positief geëvalueerd.
Het grote voordeel is dat deze groengebieden, verspreid over verschillende gemeentegrenzen, eenduidiger en efficiënter kunnen worden beheerd dan indien de verschillende bevoegde overheidsdiensten elk voor hun deel moeten instaan voor het beheer.
Gezien in de volgende jaren nog koppelingsgebieden worden afgewerkt en het beheer van de reeds aangelegde groenzones uiteraard verder moet gebeuren, wordt dus voorgesteld om opnieuw alle koppelingsgebieden te laten beheren onder de coördinatie van het Projectbureau Gentse Kanaalzone (één aanspreekpunt, goede opvolging, goed overleg).
Om dit officieel te regelen, werd een samenwerkingsovereenkomst opgemaakt met de Provincie Oost-Vlaanderen, de gemeente Evergem, de gemeente Zelzate, North Sea Port Flanders en het Vlaamse Departement mobiliteit en openbare werken afdeling Maritieme Toegang.
De overeenkomst gaat in op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2032.
| Dienst* | Groendienst |
| Budgetplaats | 357260500 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | Niet_Relevant |
| 2026 | 68000 |
| 2027 | 75000 |
| 2028 | 77000 |
| 2029 | 90000 |
| 2030 | 91000 |
| 2031 | 93000 |
| Later | |
| Totaal | 494000 |
Keurt goed de samenwerkingsovereenkomst met de Provincie Oost-Vlaanderen, de gemeente Evergem, de gemeente Zelzate, North Sea Port Flanders en het Vlaams Departement mobiliteit en openbare werken afdeling Maritieme Toegang voor het gemeenschappelijk beheer van de koppelingsgebieden in de Gentse Kanaalzone, ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 1 januari 2032, zoals gevoegd in bijlage.
Op 25 juni 2025 heeft de gemeenteraad de benoeming van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO) van de Stad Gent goedgekeurd.
Artikel 1.3.3, §8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO) haar huishoudelijk reglement opstelt en dat dit reglement en zijn wijzigingen ter goedkeuring aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 2000 tot vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale, intergemeentelijke en de gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening, bepaalt dat dit reglement met eenparigheid van stemmen wordt aangenomen, alsook welke zaken minimaal in het huishoudelijk reglement moeten opgenomen worden.
Tijdens de vergadering van 7 oktober 2025 heeft de GECORO beraadslaagd over het ontwerp van huishoudelijk reglement. Na deze beraadslaging, waarin een aantal aanpassingen en aanvullingen zijn gevraagd, heeft de GECORO in het volgende overleg van 4 november 2025 het huishoudelijk reglement met eenparigheid van stemmen aangenomen.
Overeenkomstig artikel 1.3.3, §8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening haar huishoudelijk reglement op en neemt dit aan met eenparigheid van stemmen. Dit reglement en zijn wijzigingen worden ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
Keurt goed het bij dit besluit gevoegde huishoudelijk reglement van GECORO Gent, dat de GECORO op 4 november 2025 met eenparigheid van stemmen heeft aangenomen, en dat met deze beslissing het vorige huishoudelijk reglement van GECORO Gent dat op 27 april 2020 door de gemeenteraad werd goedgekeurd, opheft.
Het betreft de toekenning van een nominatieve subsidie aan vzw Gilde der Gentse Gastenkamers - Wolterslaan 183 te 9040 Gent, van 7.000 euro, opgenomen in de meerjarenplanning 2020-2025, goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 december 2019 en overeenkomstig het gemeenteraadsbesluit van 25 november 2024 tot de vaststelling van de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025.
De subsidie dient gebruikt te worden om :
1) opstartende B&B's te informeren over de vigerende regelgeving en bij te staan in hun dagelijkse werking;
2) Gent te promoten naar hun specifiek doelpubliek, via hun eigen kanalen.
Overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen, dient een subsidie gebruikt te worden voor het doel waarvoor ze wordt toegekend en dient het gebruik ervan gerechtvaardigd, zo niet dient de subsidie terugbetaald te worden.
vzw Gilde der Gentse Gastenkamers is vrijgesteld van de verplichting tot het bijbrengen van haar balans en rekeningen alsook van het verslag inzake beheer en financiële toestand.
Als bijlage twee nota's van de vzw die verduidelijken welke acties mee mogelijk gemaakt zijn met de stedelijke subsidie 2024.
Voormelde wet geeft de Stad Gent tevens het recht om ter plaatse de aanwending van de subsidie te doen controleren. Bij verzet tegen de uitoefening van de controle, dient de subsidie terugbetaald te worden.
Aan de vereniging kan een subsidie van 7.000 euro worden toegekend.
De uitbetaling van de subsidie zal gebeuren na de goedkeuring van de raad door overschrijving op rekeningnummer BE45.0012.6890.4789 van de vzw Gilde der Gentse Gastenkamers - Wolterslaan 183 - 9040 Gent.
De begunstigde van de subsidie dient elke wijziging van het rekeningnummer schriftelijk mee te delen aan het stadsbestuur.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Toerisme |
| Budgetplaats | 344670001 |
| Categorie* | E subs. |
| Subsidiecode | Niet_Relevant |
| 2025 | 7.000,00 EUR |
| Totaal | 7.000,00 EUR |
Op 24 oktober 2025 ontving de Jeugddienst een aanvraag tot investeringssubsidie van het erkend en gesubsidieerd jeugdwerkinitiatief vzw Lejo. De aanvraag betreft de grondige renovatie van de lokalen gebruikt door de lokale werking van vzw Lejo. De werken betreffen het vernieuwen van de vloeren; gerichte akoestische ingrepen (akoestische panelen); de renovatie en inrichting van de keuken (incl. inox en technieken) en veilige matten/babymeubilair voor het tienerouderlokaal.
De totaalkost van de werken wordt geraamd op 126.984,68 euro, en wordt bevestigd door de opgevraagde offertes. Conform het reglement bedraagt de subsidie 75% van de geraamde kost, of 95.238,51 euro. Vzw Lejo verkreeg nog geen eerdere subsidies in kader van dit reglement.
De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van het reglement.
Conform het subsidiereglement wordt een subsidieaanvraag van meer dan 25.000 euro (inclusief voorgaande subsidies binnen dit reglement) ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad. In de overeenkomst worden onderstaande bijzondere voorwaarden opgelegd:
- De vzw staat open voor gedeeld gebruik van het lokaal met andere (jeugdwerk-)organisaties, in zoverre dit praktisch haalbaar is voor de vzw en bovenvermelde jeugdwerkinitiatieven. De Jeugddienst van de Stad Gent kan hiertoe organisaties aanbrengen. De praktische haalbaarheid wordt in onderling overleg tussen de vzw, de jeugdwerkinitiatieven en de Jeugddienst afgetoetst.
- De vzw verbindt zich ertoe op alle communicatie over het project zoals omschreven in artikel 1 ‘met steun van de Stad Gent’ te vermelden.
- De vzw maakt zich sterk dat de Stad of een door de Stad erkend of betoelaagd initiatief gedurende de looptijd van de subsidie zoals bepaald in artikel 3, §3, maximaal 5 dagen per jaar gratis gebruik kan maken van de infrastructuur, waarbij het tijdstip en de verdere modaliteiten in onderling overleg, en op basis van beschikbaarheid van de infrastructuur zal worden bepaald. In geval er voor de vzw kosten verbonden zijn aan de ter beschikking stelling, zoals de aanwezigheid van een technicus, kan dit doorgerekend worden aan de Stad of het initiatief. De aanvragen tot gebruik van de infrastructuur lopen via de Jeugddienst, waarbij voorrang wordt gegeven aan jeugdgerichte activiteiten.
|
Dienst |
Jeugddienst |
|
budgetplaats |
3406300LE |
|
budgetpositie |
66420000 |
|
categorie |
Investeringssubsidie |
|
subsidiecode |
NIET_RELEVANT |
|
2025 |
85.714,66 EUR |
|
2027 |
9.523,85 EUR |
Keurt goed de bij dit besluit gevoegde subsidieovereenkomst voor een investeringssubsidie van 95.238,51 euro voor het uitvoeren van werken aan het jeugdlokaal in de Antwerpsesteenweg 701 te 9040 Sint-Amandsberg met vzw Lejo (Antwerpsesteenweg 701 te 9040 Sint-Amandsberg) op basis van het Subsidiereglement voor investeringssubsidies aan jeugdwerkinitiatieven, goedgekeurd door de gemeenteraad van 21 juni 2021.
Het betreft de toekenning van een eenmalige subsidie aan vzw Ondersteuning Jeugdwerking Kolegem, Marmotstraat 4, 9032 Wondelgem, die noch door een reglement, noch door een overeenkomst geregeld wordt en niet nominatief in de meerjarenplanning werd opgenomen.
Erkende jeugdverenigingen Scouts en Gidsen Ardu en Chiro De Kaproenen gebruiken jeugdlokalen op het domein van het Kollekasteel in Mariakerke. Zij gebruiken het domein ook als speelruimte voor hun activiteiten. Een deel van de tuinen van het kasteel (percelen 382 X en 382Y) is stedenbouwkundig bestemd als woonzone en onderdeel van een vergunde verkaveling.
Vzw Kollekasteel is eigenaar van perceel 382X; vzw Ondersteuning Jeugdwerking Kolegem is eigenaar van perceel 382Y.
Omdat de gronden deel uitmaken van de tuinen van het Kollekasteel, en in die hoedanigheid gebruikt worden door allerlei Gentse verenigingen en de bredere buurt, wenst de Stad Gent dat het ter beschikking stellen van deze onbebouwde percelen voor de betrokken vzw geen financiële impact heeft.
Overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen, dient een subsidie gebruikt te worden voor het doel waarvoor ze wordt toegekend en dient het gebruik ervan gerechtvaardigd, zo niet dient de subsidie terugbetaald te worden.
Vzw Ondersteuning Jeugdwerking Kolegem heeft volgende verantwoordingsstukken overgemaakt aan de Stad Gent:
De stukken werden in orde bevonden.
Vzw Ondersteuning Jeugdwerking Kolegem is vrijgesteld van de verplichting tot het bijbrengen van haar balans en rekeningen alsook van het verslag inzake beheer en financiële toestand.
Voormelde wet geeft de Stad Gent tevens het recht om ter plaatse de aanwending van de subsidie te doen controleren. Bij verzet tegen de uitoefening van de controle, dient de subsidie terugbetaald te worden.
De uitbetaling van de subsidie zal gebeuren na de goedkeuring van de gemeenteraad door overschrijving op rekeningnummer BE21 8909 5432 2003 van Vzw Ondersteuning Jeugdwerking Kolegem. De begunstigde van de subsidie dient elke wijziging van het rekeningnummer schriftelijk mee te delen aan het stadsbestuur.
|
Dienst |
Jeugddienst |
|
budgetplaats |
3406300WK |
|
budgetpositie |
6491000 |
|
categorie |
Exploitatie subsidies |
|
subsidiecode |
NIET_RELEVANT |
|
2025 |
3.722,40 euro |
|
Totaal |
3.722,40 euro |
Keurt goed de toekenning van een eenmalige subsidie ten bedrage van 3.722,40 euro – die noch nominatief in de meerjarenplanning is opgenomen, noch door een reglement of overeenkomst geregeld – aan vzw Ondersteuning Jeugdwerking Kolegem, Marmotstraat 4, 9032 Wondelgem, met als doel tijdelijk in gebruik houden van een onbebouwd perceel als speelterrein.
Student Kick-Off is het openingsevenement van het academiejaar. Dit evenement wil de meer dan 84.000 studenten, zowel hogeschool- als universiteitsstudenten, welkom heten in Gent. Student Kick-Off is uitgegroeid tot het grootste studentenevenement van Vlaanderen. Door Student Kick-Off werd een hiaat ingevuld, de grootste studentenstad van Vlaanderen kreeg eindelijk een heus onthaalevenement. Het evenement is het product van een intense samenwerking tussen de Gentse studenten(verenigingen), Stad Gent en alle hoger onderwijsinstellingen.
Het betreft de toekenning van een subsidie aan Student Kick-Off vzw, Blekerijstraat 75, bus 3, 9000 Gent, die nominatief in het meerjarenplan 2020 - 2025 werd opgenomen.
De subsidie dient gebruikt te worden voor de organisatie van een onthaalevenement voor en door studenten.
Op woensdag 24 september 2025 vond het evenement plaats. Het Sint-Pietersplein werd omgebouwd tot één groot feestterrein. Met randanimatie en optredens zorgde Student Kick Off vzw voor een groots studentenfeest.
Overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen, dient een subsidie gebruikt te worden voor het doel waarvoor ze wordt toegekend en dient het gebruik ervan gerechtvaardigd, zo niet dient de subsidie terugbetaald te worden.
Student Kick-Off vzw legt jaarlijks haar balans en rekeningen alsook een verslag inzake beheer en financiële toestand voor aan de algemene vergadering van de vzw, waarin de Stad Gent wordt vertegenwoordigd door een lid van het team talent, student en event van de Jeugddienst van Stad Gent.
Begroting 2025
Jaarrekening 2024
Werkingsverslag 2024
Financieel verslag 2024
De stukken werden in orde bevonden.
Aan Student Kick-Off vzw kan een subsidie van 5.500 euro worden toegekend.
Voormelde wet geeft de Stad Gent tevens het recht om ter plaatse de aanwending van de subsidie te doen controleren. Bij verzet tegen de uitoefening van de controle, dient de subsidie terugbetaald te worden.
De uitbetaling van de subsidie zal gebeuren na de goedkeuring van de gemeenteraad door overschrijving op rekeningnummer BE95 8900 1531 9058. van Student Kick-Off vzw, Blekerijstraat 75, bus 3, 9000 Gent.
De begunstigde van de subsidie dient elke wijziging van het rekeningnummer schriftelijk mee te delen aan het stadsbestuur.
Dienst | Jeugddienst |
budgetplaats | 3440000WK |
budgetpositie | 6491000 |
categorie | exploitatie-subsidies |
subsidiecode | NIET_RELEVANT |
2025 | 5.500 euro |
Totaal | 5.500 euro |
NVT
Op de gemeenteraad van 23 september 2024 werd de Subsidieovereenkomst Generalistische ondersteuningstrajecten voor Gentse gezinnen' goedgekeurd voor de periode 1 oktober 2024 t.e.m. 30 september 2025 met vzw TOPunt, maatschappelijke zetel Halvemaanstraat 96, 9040 Sint-Amandsberg.
Deze overeenkomst werd verlengd voor de periode van 1 oktober 2025 tot 31 december 2025 en goedgekeurd op de gemeenteraad van 23 juni 2025.
Huis van het Kind Gent is een netwerk van meer dan 40 partners in jeugdzorg en gezinsondersteuning. Het netwerk Huis van het Kind realiseert binnen het Decreet PGO (Preventieve GezinsOndersteuning) van het Vlaams Agentschap Opgroeien acties met als doel alle (aanstaande) gezinnen en gezinnen met kinderen en jongeren zo vroeg mogelijk en zo nabij mogelijk bij hun leefwereld te ondersteunen, door diverse levens- en beleidsdomeinen met elkaar te verbinden.
Stad Gent is sinds 1 januari 2024 door het netwerk Huis van het Kind Gent aangesteld als vertegenwoordiger van het netwerk en als financieel beheerder van deze volledig gesubsidieerde middelen van het netwerk. Deze Vlaamse middelen dienen steeds verantwoord te kunnen worden aan de subsidieverstrekker, het Agentschap Opgroeien.
Het samenwerkingsverband van het netwerk Huis van het Kind besliste op 4 november 2025 om de overeengekomen prestaties in de subsidieovereenkomst 'Generalistische ondersteuningstrajecten voor Gentse gezinnen', verder te verlengen tot eind augustus 2026, met middelen van het netwerk.
Dankzij haar brede inzetbaarheid kan de generalistische trajectondersteuning gezinnen begeleiden op momenten waarop partners, door hun specificiteit, moeilijker continuïteit kunnen garanderen. Deze praktijk is van fundamenteel voor het realiseren van het Gentse gezinsbeleid.
Hiertoe werd een addendum bij de subsidieovereenkomst 'Generalistische ondersteuningstrajecten voor Gentse gezinnen voor werkingsjaar 2026', met vzw TOPunt Halvemaanstraat 96, 9040 Sint-Amandsberg, opgemaakt, dat ingaat op 1 januari 2026 en eindigt op 31 augustus 2026 en waarbij een bijkomende subsidie wordt toegekend van 11.274 euro.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Staf Departement Onderwijs, Opvoeding en Jeugd |
| Budgetplaats | 355480HK |
| Categorie* | E subs |
| Subsidiecode | OPG.HVK |
| 2025 | 10.146,6 |
| 2026 | 1.127,4 |
| Totaal | 11.274 |
Dienst* | Staf Departement Onderwijs, Opvoeding en Jeugd |
Budgetplaats | 355480HK |
Categorie* | E subs |
Subsidiecode | OPG.HVK |
2025 | 10.146,60 |
2026 | 1.127,40 |
Totaal | 11.274,00 |
Het 'subsidiereglement ter ondersteuning van de private organisatoren van kinderopvang in Gent voor periode 2020 - 2025', eindigde op 31 augustus 2025. De Stad Gent wil organisatoren van kinderopvang voor baby’s en peuters met kinderopvanglocaties op het Gentse grondgebied blijven ondersteunen. In overleg met het Lokaal Overleg Kinderopvang werd een nieuw subsidiereglement opgemaakt.
De Stad Gent wil inzetten op kwaliteitsvolle en duurzame kinderopvang en verleent daarvoor financiële ondersteuning voor private vergunde organisatoren van kinderopvang voor baby’s en peuters met kinderopvanglocaties op het Gentse grondgebied.
Er worden twee vormen van subsidies voorzien:
De Kinderopvangpunt Gent is belast met Kinderopvangpunt Gent de uitvoering van dit reglement.
Het nieuw 'Subsidiereglement voor de private organisatoren van kinderopvang in Gent' treedt in werking op 1 januari 2026.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Dienst Kinderopvang |
| Budgetplaats | 344170000 |
| Categorie* | I subs |
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT |
| 2026 | 53.500 |
| 2027 | 53.500 |
| 2028 | 53.500 |
| 2029 | 53.500 |
| 2030 | 53.500 |
| 2031 | 53.500 |
| Totaal | 321.000 |
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om goedkeuring te verlenen aan de vacantverklaring van 1 betrekking van commissaris van politie binnen het operationeel kader van Politiezone Gent in het raam van het erratum bij de vijfde mobiliteitscyclus van 2025.
De politiezone stemt op het vlak van de rekruteringen en aanwerving haar voorstellen af op het budgettaire kader dat het stadsbestuur voor de jaren 2026-2031 heeft vastgelegd en waakt erover om de aanwervingen te beperken tot wat voor een goede operationele werking noodzakelijk is.
De korpschef adviseert, in samenspraak met het directiecomité, om 1 betrekking van commissaris van politie, meer bepaald de functie van adjunct-directeur operaties binnen de Directie Operaties, vacant te verklaren in het raam van het erratum bij de vijfde mobiliteitscyclus van 2025.
De raming van de brutoloonkost (op jaarbasis) gebeurt op basis van de begrotingstool van het SSGPI (Sociaal Secretariaat van de Geïntegreerde Politie):
| aantal en graad | bedrag |
| 1 commissaris van politie | € 126.646,84 |
Keurt goed de vacantverklaring van 1 betrekking van commissaris van politie, meer bepaald de functie van adjunct-directeur operaties binnen de Directie Operaties, in het operationeel kader van Politiezone Gent in het raam van het erratum bij de vijfde mobiliteitscyclus 2025.
Nieuwe Gemeentewet, artikel 234 en 236.
De Wet inzake overheidsopdracht van 17 juni 2016.
Politiezone Gent beschikt over een uitgebreid en gevarieerd voertuigenpark, bestaande uit onder meer voertuigen voor het Genegotieerd Beheer van de Openbare Ruimte (GBOR), kantoorwagens, arrestwagens, snelle interventievoertuigen, personenwagens, monovolumes en SUV’s (administratief, anoniem of volledig politioneel uitgerust). Jaarlijks wordt binnen het investeringsplan een budget voorzien voor de vernieuwing en modernisering van deze vloot. Bij de vervanging wordt prioritair gekeken naar de voertuigen met de hoogste ouderdom (minimum acht jaar) of naar voertuigen die om specifieke redenen vroegtijdig moeten worden afgevoerd, zoals bij onherstelbare defecten, totaal verlies of brand.
Voor het dienstjaar 2025 stelt het korps voor om over te gaan tot de aankoop van twee voertuigen voor troepentransport in het kader van het Genegotieerd Beheer van de Openbare Ruimte. Deze voertuigen – waaronder troepentransportvoertuigen en commandowagens – vervullen een cruciale functie binnen GBOR: ze maken het mogelijk om politiepersoneel en hun uitrusting snel, veilig en efficiënt te verplaatsen naar plaatsen waar ze nodig zijn voor interventies, crowd management of het handhaven van de openbare orde.
De organieke tabel voor de GBOR-troepentransportvoertuigen werd door het directiecomité van Politiezone Gent vastgesteld op tien voertuigen. In de afgelopen vier jaar werden reeds acht voertuigen vervangen. Met de geplande investering in 2025 beoogt de zone de aankoop van de twee resterende voertuigen zodat de volledige vloot opnieuw conform de gewenste operationele normen is.
Voor deze aankoop wenst Politiezone Gent gebruik te maken van de meerjarige raamovereenkomst (7 jaar) van de Federale Politie, met referentienummer Procurement 2021 R3 157 (Bestek nr. 2019 R3 050 van 02 september 2019) , betreffende de aankoop, levering en onderhoud van troepentransportvoertuigen via de aankoopcentrale.
Conform deze raamovereenkomst zal voor elk voertuig eveneens een onderhoudscontract worden afgesloten, volgens de vastgelegde voorwaarden en modaliteiten. Hierdoor wordt niet alleen de continuïteit van de operationele inzetbaarheid gewaarborgd, maar ook een efficiënte en budgetvriendelijke levenscyclusondersteuning van de voertuigen.
De Politiezone Gent stelt voor om toe te treden tot de door Federale Politie gesloten meerjarige raamovereenkomst met de firma D’IETEREN SA voor de aankoop, levering en onderhoud van troepentransportvoertuigen via de aankoopcentrale.
Volgende bepalingen zijn van toepassing op de raamovereenkomst:
Aanbestedende overheid: Federale Politie - Algemene directie van het middelenbeheer en de informatie - Directie van de Financiën - Dienst Procurement (DLPROC)
Duur van de overeenkomst: 7 jaar (einde raamovereenkomst: 30 juni 2028)
Wijze van prijsbepaling: tegen prijslijst
Er wordt goedkeuring gevraagd om gedurende de periode van overeenkomst twee voertuigen voor troepentransport af te nemen op voorliggende raamovereenkomst bij D’IETEREN SA, Rue du Mail 50 te 1050 BRUSSEL voor een totaal geraamd bedrag van 410.000 euro (incl. 21% BTW).
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Politiezone Gent (5415) | Politiezone Gent (5415) |
| Budgetplaats | 3300000/743-98 | 33000PO/127-06 |
| Categorie* | I | E |
| Subsidiecode | ||
| 2025 | 410.000,00 euro | |
| 2026 | 3.523,62 euro | |
| 2027 | 3.523,62 euro | |
| 2028 | 3.523,62 euro | |
| 2029 | 3.523,62 euro | |
| 2030 | 3.523,62 euro | |
| 2031 | 3.523,62 euro | |
| Later | 3.523,62 euro | |
| Totaal | 410.000,00 euro | 24.665,34 euro |
Keurt goed de toetreding tot de door de Federale Politie gesloten meerjarige raamovereenkomst (7 jaar) betreffende de aankoop, levering en onderhoud van troepentransportvoertuigen in aankoopcentrale - Raamovereenkomst: Nr. Procurement 2021 R3 157 (Bestek nr. 2019 R3 050 van 02 september 2019) - met D’IETEREN SA, Rue du Mail 50 te 1050 BRUSSEL goed te keuren.
Aanbestedende overheid: Federale Politie
Duur van de overeenkomst: 7 jaar
Wijze van prijsbepaling: tegen prijslijst
Stefaan Saeys namens Katholieke Universiteit te Leuven AV diende een omgevingsvergunningsaanvraag in voor gronden gelegen aan Aloïs Joosstraat , Bargiekaai 5, 9, 22, 23 en Gebroeders De Smetstraat 1 kadastraal gekend als afdeling 10 sectie K nrs. 71W3, 71T3, afdeling 15 sectie F nrs. 3658D, 3658G, 3666C, 3677H, 3677E, 3677L, 3677F, 3677G, 3685D2, 3685B2, 3719C3, 3719D3, 3719G3, 3719A3, 3719H3, 3719F3 en 3719E3.
Deze aanvraag werd op 04/07/2025 ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. Op 01/09/2025 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.
Voorliggende aanvraag heeft betrekking op het ‘Bargiekaaiproject’, een eerste aanvraag die volgt uit het masterplan ’Technologiecampus Bargiekaai Gent’ dat voor de volledige campus werd uitgewerkt en goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen. Voor de realisatie van een nieuw onderwijsgebouw, gebouw voor studentenhuisvesting en de aanleg van de omgeving met een nieuwe publieke doorsteek, een buurtpark en de aansluiting van de nieuwe omgevingsaanleg met de omliggende bestaande omgeving werd op 15/06/2023 een (voorwaardelijke) vergunning afgeleverd (OMV_2022135262). De werken voortvloeiend hieruit zijn op dit moment in uitvoering.
De aanvraag strekt tot het regulariseren van wijzigingen ten opzichte van de vergunde toestand en het aanpassen van het rooilijnplan:
Voorliggende aanvraag omvat een aangepast rooilijnplan (ten opzichte van de goedgekeurde toestand), aanleiding hiervoor zijn aan het licht gekomen inconsistentiestussen tussen het goedgekeurde inplantingsplan en het goedgekeurde rooilijnplan. Tijdens het uitzetten van de bouwlijn werd opgemerkt dat de rooilijn van het vergunde rooilijnplan ter plaatse van het Onderwijsgebouw (OG) niet op de gevel van het gebouw werd getekend, maar op de wand van de ondergrondse kelder. Het in kader van de verleende vergunning goedgekeurde rooilijnplan bleek dus niet in overeenstemming te zijn met het technisch dossier. Het bij de nu voorliggende aanvraag gevoegde aangepaste rooilijnplan vervangt integraal het vorige goedgekeurde rooilijnplan (in gemeenteraad van 30 mei 2023). Het omvat een wijziging aan de bestaande rooilijnen en het vestigen van nieuwe rooilijnen.
Op vandaag wordt de projectzone met het nieuwe onderwijsgebouw, studentenresidentie en park met doorsteek (‘projectzone 1’) afgebakend door de rooilijn van de Guldenvliesstraat, de Madeleine Schauvliegestraat en de Bargiekaai. Door de inplanting van het nieuwe onderwijsgebouw zijn de Guldenvliesstraat en Madeleine Schauvliegestraat niet langer met elkaar verbonden. In de nieuwe toestand volgt de nieuwe openbare weg en rooilijn enerzijds de langse gevel van het studentenhuisvesting en anderzijds de lijn van de buitenste wand van de Engelse koer van het onderwijsgebouw. De nieuwe doorsteek takt ten noorden aan op de Madeleine Schauvliegestraat en ten zuiden op de Bargiekaai. De rooilijnbreedte van deze nieuwe weg bedraagt 10,05 meter gemeten ter hoogte van de Bargiekaai. De nieuwe weg zal enkel toegankelijk zijn voor fietsers en voetgangers en krijgt het verkeersjuridisch statuut van een woonerf. Door de beperkte breedte van de verharding en met groenzones aan weerszijden heeft de weg een groen karakter.
De gevels van het onderwijsgebouw en de studentenhuisvesting aan de kant van de Bargiekaai worden ingeplant op enkele tientallen centimeters achter de huidige (gekromde) rooilijn. In functie van een leesbare grens tussen openbaar en privaat domein wordt de rooilijn hier rechtgetrokken en valt die samen met de gevel kant Bargiekaai van het onderwijsgebouw en de studentenhuisvesting.
Aan de rechterzijde van het onderwijsgebouw, en de kant van het nieuwe buurtpark, blijft de huidige rooilijn van de Guldenvliesstraat behouden. Het park zelf wordt als openbaar park aangelegd met de vestiging van een eeuwigdurende publieke erfdienstbaarheid maar blijft eigendom van Odisee. Een gedeelte van de huidige Guldenvliesstraat wordt binnen de bestaande te behouden rooilijnen mee heraangelegd zodat de aanleg ongeveer in het midden van de resterende straat overgaat van een straat voor gemotoriseerd vervoer (huidige aanleg) naar een fiets- en voetgangerspad dat aantakt op de bestaande padenstructuur van de campus. De Guldenvliesstraat blijft nog deels behouden voor gemotoriseerd vervoer zodat de gebouwen langs de Guldenvliesstraat blijven grenzen aan een openbare weg. De bestaande route van Bargiekaai naar/doorheen de campus blijft behouden, maar dus gedeeltelijk enkel voor traag verkeer. De aansluiting met de Bargiekaai blijft ongewijzigd.
De aangevraagde handelingen gaan gepaard met een wederzijds grondafstand: enerzijds desaffectatie van het openbaar domein aan de initiatiefnemer en anderzijds opname in het openbaar domein. De zone tussen de rooilijnen in functie van de nieuwe gemeenteweg, alsook de strookjes aan de Bargiekaai tussen de huidige en de nieuwe rooilijn, zullen na inrichting kosteloos worden afgestaan door Odisee VZW en opgenomen worden bij het openbaar domein van de stad Gent.
De zone waar het nieuwe onderwijsgebouw wordt voorzien en dat samenvalt met het huidige openbaar domein zal door de stad worden afgestaan aan Odisee, eveneens kosteloos.
De aflevering van de vergunning houdt nog geen bouwrecht in. Daartoe dient de aanvrager over het nodige zakelijk recht/gebruiksrecht te beschikken jegens de eigenaar zijnde concreet het te overbouwen en te desaffecteren deel van de Guldenvliesstraat, wat zich juridisch vertaalt in een ruil met het nieuwe aan te leggen deel ervan. De onderhandse overeenkomst tussen Odisee en Stad Gent waarbinnen deze elementen vastgelegd worden, maakt deel uit van een afzonderlijke (op heden lopende) procedure bij de dienst Vastgoedbeheer.
Procedure:
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 9 september 2025 tot 8 oktober 2025.
Resultaat: geen bezwaren
De gemeentelijk omgevingsambtenaar heeft deze aanvraag voorwaardelijk gunstig geadviseerd. Het advies van de omgevingsambtenaar is aan dit besluit toegevoegd. Dit verslag bevat eveneens een samenvatting en bespreking van de bezwaren.
In uitvoering van artikel 12 van het decreet over de gemeentewegen keurt de gemeenteraad een rooilijnplan goed. In uitvoering van artikel 31 van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning neemt de gemeenteraad een beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg alvorens de bevoegde overheid een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. De gemeenteraad spreekt zich ook uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein.
Het vergunningverlenend bestuursorgaan is van oordeel dat een vergunning kan verleend worden op basis van het advies van de omgevingsambtenaar.
De gemeenteraad is van oordeel dat het voorstel van wegaanleg kan goedgekeurd worden om volgende redenen:
Het project Bargiekaai draagt bij aan een verbeterde ruimtelijke kwaliteit en draagkracht door de site op een slimme manier te organiseren en de gebouwen in te planten met oog voor voldoende open ruimte. Er wordt met andere woorden verdicht en verlucht op een manier die rekening houdt met de toekomst en waarbij duurzaam gebruik van de site centraal staat. Concreet gaat het ordenen van de site hier gepaard met het desaffecteren van een deel van het openbaar domein zodat het onderwijsgebouw op een ruimtelijk logische wijze kan ingeplant worden en de campus niet langer in twee gedeeld wordt door de openbare weg. Ter compensatie wordt een nieuwe verbinding van de Madeleine Schauvliegestraat met de Bargiekaai voorzien door de aanleg en overdracht van een nieuwe weg.
Daarnaast houdt het project ook rekening met het mobiliteitsplan Gent. Het project zet namelijk in op een verkeersafwikkeling in en rondom het project waarbij de zwakke weggebruiker telkens zonder al te veel hinder en obstakels zijn weg kan vinden. Het mobiliteitsplan draagt een visie uit waarbij de bereikbaarheid van de stad een belangrijke pijler is en er voldoende aandacht is voor de voetganger en de fietser. Het masterplan Technologiecampus Gent alsook het project Bargiekaai dragen hier hun steentje in bij met behulp van geclusterde autoparkeervoorzieningen, een autovrije campus met een groen hard om de veiligheid voor fietsers en voetgangers te garanderen alsook verbeterde infrastructuur voor zachte mobiliteit.
Bij de aanleg van de nieuwe wegenis ligt de focus op de veiligheid en comfort voor fietsers en voetgangers. Zo krijgt de nieuwe weg het verkeersjuridisch statuut van een woonerf en is enkel toegankelijk voor fietsers en voetgangers. Door het inkorten van de Guldenvliesstraat gaat de verbindende functie voor gemotoriseerd vervoer verloren, maar door het voorzien van een nieuw voetgangers- en fietspad ter compensatie blijft wel voor traag verkeer de verbinding tussen de campus en Bargiekaai behouden.
Verder werkt stad Gent aan het project Groenklimaatassen, waarbij men een netwerk van groene en autoluwe stroken wil realiseren waarlangs men veilig kan fietsen en wandelen, zowel functioneel als recreatief. De Bargiekaai maakt deel uit van één van deze groene klimaatassen en zal opnieuw worden ingericht, waarbij er meer aandacht wordt voorzien voor de zwakke weggebruiker enerzijds en groen anderzijds. Het project Bargiekaai sluit hierop aan: er wordt namelijk een parkzone aangelegd ter hoogte van de Bargiekaai en de nieuwe wegen en paden uit voorliggende aanvraag zijn gericht op zacht verkeer waardoor nieuwe veilige fietsverbindingen ontstaan en de groenklimaatas verder wordt opgeladen en uitgebreid. Daarnaast is het eveneens de bedoeling om een groene long te creëren in het hart van de campussite, met verbindingen naar het overige groen in de nabije omgeving alsook de groene klimaatassen rondom de campus. Dit aspect werd voorzien in het masterplan.
Tenslotte kadert het project ook binnen het masterplan Technologiecampus Gent. Dit masterplan werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen en vormt daarmee ook een richtinggevend kader voor de ontwikkelingen op de site. Het voorgestelde project voldoet aan de bepalingen uit het masterplan.
De voorgestelde aanpassingen aan de rooilijnen zorgen voor een eenduidige grens tussen het openbaar en privaat domein en stemmen overeen met de op de reeds vergunde plannen van de gebouwen aangegeven grenzen.
De voorgestelde werken voldoen dus aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit. Er wordt voldaan aan de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Het algemeen bouwreglement van de Stad Gent omvat geen reglementering inzake het opleggen van lasten bij omgevingsvergunningen. Op basis van bovenstaande beoordeling is het redelijk en proportioneel te verantwoorden om in deze omgevingsvergunningsaanvraag lasten op te leggen aan de houder van de vergunning.
De aanleg van het openbaar domein zal nog verder worden verfijnd. Als bijzondere voorwaarden worden al een aantal opmerkingen over het openbaar domein opgenomen die daarbij moeten worden verwerkt, zie artikel 2 van dit besluit.
Keurt het rooilijnplan, met inbegrip van de kosteloze grondafstand, zoals opgenomen in bijlage, goed. Dit plan vervangt het rooilijnplan dat in zitting van 30 mei 2023 door de gemeenteraad werd goedgekeurd in kader van de vergunningsaanvraag OMV_2022135262.
keurt de ligging, breedte en uitrusting van de gemeentewegen, zoals ontworpen in de omgevingsvergunningsaanvraag, gelegen Aloïs Joosstraat , Bargiekaai 5, 9, 22, 23 en Gebroeders De Smetstraat 1 en kadastraal gekend als afdeling 10 sectie K nrs. 71W3, 71T3, afdeling 15 sectie F nrs. 3658D, 3658G, 3666C, 3677H, 3677E, 3677L, 3677F, 3677G, 3685D2, 3685B2, 3719C3, 3719D3, 3719G3, 3719A3, 3719H3, 3719F3 en 3719E3, goed mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
Voorwaarden voortvloeiend uit externe adviezen:
De voorwaarden opgenomen in de adviezen van Brandweerzone Centrum, Farys, Fluvius, Wyre en De Vlaamse Waterweg – Afdeling Regio West dienen strikt nageleefd te worden.
legt aan de houder(s) van de omgevingsvergunning, bij afgifte van de vergunning, de hiernavolgende lasten op:
LAST 1 – Aanleg openbare weg en riolering
Als vergunninghouder ben je verplicht om de openbare weg bij het project aan te leggen op eigen kosten. Ook de riolering hoort daarbij, zoals aangegeven op de plannen en eventueel aangepast aan de voorwaarden.
LAST 2 – Openbaar groen
Als vergunninghouder ben je verplicht om het openbaar groen bij het project aan te leggen op eigen kosten. Je baseert je daarvoor op de plannen, eventueel aangepast aan de voorwaarden.
TER INFORMATIE: VERPLICHTINGEN BIJ DE CONCRETE UITVOERING VAN LAST 1 EN LAST 2
TECHNISCH DOSSIER
De Stad Gent en Farys stellen minimale kwaliteitseisen aan de technische uitvoering van de werken. Zij zijn immers de toekomstige eigenaars-wegbeheerder en beheerder van het openbaar domein. Het gaat bijvoorbeeld om de materiaalkeuze en de samenstelling van de fundering.
Daarom vragen we om een technisch dossier op te stellen.
Je vraagt de vereisten waaraan deze plannen en documenten moeten voldoen, op bij de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen. Ze moeten ook aan het standaardbestek SB 250 (laatste geldende versie - model Gent) voldoen.
Het technisch dossier moet zeker volgende zaken bevatten:
Deze zaken zijn waar nodig aangepast aan de voorwaarden uit de vergunning.
Maak het dossier digitaal over aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen. Deze dienst bezorgt dit dossier aan de andere betrokken diensten voor nazicht.
Deze diensten kunnen hierop opmerkingen geven, aanbevelingen doen en aanpassingen vragen.
Als vergunninghouder heb je er alle belang bij om de aanbevelingen van de technische diensten na te leven en de gevraagde aanpassingen door te voeren.
Je bent verplicht de lasten in natura financieel te waarborgen (voor meer details zie verder).
De omvang van de borg wordt bepaald op basis van het technisch dossier. De uiteindelijke waarborg zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan het college van burgemeester en schepenen.
Je mag de werken pas starten nadat
1° het technisch dossier volledig beantwoordt aan de aanbevelingen van de Stad Gent en de betrokken diensten, en
2° de waarborg door het college van burgemeester en schepenen is aanvaard.
Zo zorgen we er samen voor dat de geplande rioleringswerken, wegenwerken of de groenaanleg, na uitvoering voorlopig kunnen opgeleverd worden en we de waarborg kunnen vrijgeven.
AANBESTEDING OF ONDERHANDSE OVEREENKOMST
Het technisch dossier dient als basis voor de aanbesteding of onderhandse overeenkomst.
Eenmaal je een aannemer hebt aangeduid, leg je dit voor aan de Stad Gent. Hiervoor maak je een kopie van de inschrijving over aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen en de Groendienst.
START VAN DE WERKEN
Je meldt de start van de werken van je bouwproject in het Omgevingsloket.
Deel de aanvangsdatum van de werken die betrekking hebben op het bestaand of toekomstig openbaar domein minstens 14 kalenderdagen vooraf mee aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen.
Je belegt vooraf een startvergadering met de ontwerper, de aannemer en het stadsbestuur (Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Farys en de Groendienst).
WEGGRENZEN UITZETTEN
Vóór de start van de wegen- en rioleringswerken moet je als vergunninghouder de weggrenzen ter plaatse uitzetten met voldoende en duidelijk zichtbare tekens. Deze afpaling op het terrein zet je om in een ‘uitzetplan’ dat je aan Projectbureau Ruimte voorlegt ter goedkeuring.
PLAN VAN GRONDOVERDRACHT
Uiterlijk 60 kalenderdagen voor de voorlopige oplevering leg je een ‘plan van grondoverdracht’ voor de kosteloze grondafstand voor aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen ter goedkeuring. Dit ‘plan van grondoverdracht’ moet exact overeen komen met het vergunde rooilijnplan.
De technische vereisten waaraan het plan van grondoverdracht moet voldoen, vind je hier. Bij vragen hierover kan je terecht bij Dienst Vastgoed.
VERKEERSBORDEN, STRAATMEUBILAIR EN WEGMARKERINGEN
Als vergunninghouder moet je, op eigen kosten, de nodige verkeersborden en straatmeubilair, zoals paaltjes, laten leveren en plaatsen. Je brengt eveneens de nodige wegmarkeringen aan, zowel aan de wegen binnen de vergunning als aan de bestaande, aanpalende wegen, volgens de aanduidingen van het IVA Mobiliteitsbedrijf van de Stad Gent.
Je kan de opmaak van een signalisatieplan aanvragen bij het Mobiliteitsbedrijf van zodra het technisch dossier volledig beantwoordt aan de aanbevelingen van de Stad Gent/Farys.
In de e-mail naar het Mobiliteitsbedrijf geef je mee wanneer de voorlopige oplevering gepland is. Voor het opmaken van een goedgekeurd signalisatieplan geldt immers een zekere doorlooptijd, wat betekent dat de aanvraag minstens 5 maanden voor de voorlopige oplevering moet gebeuren.
Bij je aanvraag stuur je alle nodige informatie over de geplande heraanleg mee: een gegeorefereerd PDF- en DWG-bestand van het grondplan met daarop aangeduid de eventuele geplande paaltjes (met vermelding van het type) en laadpalen, de route(s) en draaicirkels voor de voertuigen van de brandweer en IVAGO, info over welke weggebruikers welke wegsegmenten wel/niet mogen gebruiken, aanleg conform (woon)erf is (indien van toepassing) en alle andere informatie die nodig is voor de opmaak van het signalisatieplan.
AS-BUILT DOSSIER
Voor de voorlopige oplevering moet je als vergunninghouder een as-built dossier opmaken op eigen kosten. Onder as-built dossier verstaan we meer dan enkel het ‘plan’.
Het bevat minstens volgende zaken:
* Enkel het as-built plan dien je in bij Informatie Vlaanderen. De voorlopige oplevering kan pas doorgaan als er een schriftelijke goedkeuring van Informatie Vlaanderen is over de conformiteit aan het Grootschalig Referentie Bestand of Basiskaart Vlaanderen (GRB).
AFSLUITING WERF
Zolang de openbare weg, de riolering en het openbaar groen niet voorlopig zijn opgeleverd moet de werf afgesloten blijven met een voldoende en stevig hekwerk. Tot zolang duid je de straten aan met een verkeersbord ‘privaat’, en dit aan alle toegangen.
OPLEVERING
Je voert de wegen- en rioleringswerken en de groenaanlegwerken in principe in één geheel uit. De afgewerkte weg, de riolering en het openbaar groen worden voorlopig en definitief opgeleverd in aanwezigheid van de Stad Gent in functie van een latere kosteloze afstand aan de Stad Gent.
De werken (wegen, riolering en openbaar groen) worden in 1 keer opgeleverd.
De termijn tussen de voorlopige en de definitieve oplevering bedraagt 3 jaar en gaat in op datum van de voorlopige oplevering. In die periode valt het groenonderhoud ten laste van jou als vergunninghouder.
De Stad Gent neemt het onderhoud van het openbaar groen over vanaf de definitieve oplevering van de werken.
EINDE VAN DE WERKEN
Nadat de openbare weg is aangelegd en de rioleringswerken zijn uitgevoerd, laat je dit weten aan de Dienst Wegen Bruggen en Waterlopen. De beëindiging van de groenaanleg deel je mee aan de Groendienst.
CONTACTGEGEVENS
LAST 3 – Aanleg van nutsvoorzieningen
Als vergunninghouder ben je verplicht om nieuwe nutsvoorzieningen naar en in het project aan te leggen op eigen kosten en/of om bestaande nutsvoorzieningen aan te passen.
Het is verplicht om minimaal volgende nutsvoorzieningen aan te leggen:
Je volgt daarbij strikt de voorwaarden uit de adviezen van de nutsbedrijven.
Je staat zelf in voor de kosten en lasten van het installeren van de openbare verlichting. Dit gebeurt volgens de richtlijnen van de Stad Gent en Fluvius. De Stad Gent neemt bij overdracht van het openbaar domein immers ook het beheer van de verlichting over.
Je vraagt direct na het bekomen van de vergunning advies bij de lichtcel, via openbareverlichting@stad.gent.
Je plaatst de openbare verlichting conform het Lichtplan van de Stad Gent. Alle info over het Lichtplan is te raadplegen via www.stad.gent/gentverlicht.
Voor je start met de werken, vraag je bij de nutsmaatschappijen die in de voorwaarden bij deze vergunning vermeld zijn, een offerte op om de omvang van de te stellen waarborg te bepalen. De nutsmaatschappij laadt die offerte op op het omgevingsloket.
LAST 4– Kosteloze grondafstand
Groenvoorziening
In functie van de realisatie van een nieuw park verleent de aanvrager, als last van de vergunning, aan de stad, een eeuwigdurende en kosteloze erfpacht op een partij grond, aangelegd door en op kosten van de aanvrager, zoals bepaald in het technisch dossier.
De stad verkrijgt het gebruik en genot ervan binnen het jaar na de definitieve oplevering ervan.
Openbare weg
In functie van de realisatie van een nieuw deel van de Guldenvliesstraat staat de aanvrager, als last van de vergunning, een partij grond, kosteloos af aan de stad, aangelegd door en op kosten van de aanvrager, zoals bepaald in het technisch dossier.
Deze afstand zal juridisch verankerd worden in een ruil van grond, eigendom van de stad, die de aanvrager nodig heeft voor de nieuwbouw.
De stad verkrijgt de eigendom van de af te stane grond binnen het jaar na de definitieve oplevering ervan.
De Stad Gent controleert het plan van grondoverdracht zoals ingediend in last 2 digitaal als op het terrein alvorens de definitieve oplevering kan plaatsvinden. Eenmaal het plan van overdracht conform verklaard is, ben je verplicht de prekadastratie (= voorafgaande perceelsidentificatie) ervan aan te vragen.
Een notaris van je keuze maakt vervolgens het conform verklaarde plan in analoge versie, samen met een ontwerp van de akte, over aan de Dienst Vastgoed, Sint-Salvatorstraat 16, 9000 Gent, voor nazicht en goedkeuring door de gemeenteraad.
Na goedkeuring door de gemeenteraad zal een notaris van je keuze de akte verlijden. Alle kosten met betrekking tot deze akte (opmaken, verlijden, registreren, overschrijven, ...) zijn ten laste van jou als vergunninghouder.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
In de zitting van 24 mei 2004 heeft de gemeenteraad de samenwerkingsovereenkomst tussen de Stad Gent, NMBS, de VVM De Lijn, het Vlaams Gewest (AWV) en Eurostation nv goedgekeurd. De overeenkomst werd door alle betrokkenen ondertekend op 6 juli 2004. In deze overeenkomst werden afspraken vastgelegd inzake de herinrichting van het station Gent Sint-Pieters en de stationsomgeving. In de zitting van 19 december 2005 heeft de gemeenteraad het voorontwerp goedgekeurd, evenals een aangepaste raming van het totale stadsaandeel.
De samenwerkingsovereenkomst van 2004 voorziet niet in een regeling over minder hinder. Nochtans heeft het project een grote invloed op de buurt, de gebruikers van het station, de verkeersstromen van en naar het station en de doorgaande verkeersstromen in de buurt van het station. Daarom beslisten de projectpartners om de samenwerking uit te breiden voor het aspect Minder Hinder. De gemeenteraad heeft in zitting van 20 oktober 2008 de aanvullende overeenkomst Minder Hinder goedgekeurd. In die aanvullende overeenkomst aan de samenwerkingsovereenkomst van 6 juli 2004 worden wederzijdse afspraken gemaakt tussen de Stad Gent, NMBS Holding, Infrabel, VVM De Lijn, het Vlaamse Gewest en het AG SOB enerzijds en Eurostation anderzijds inzake de maatregelen van Minder Hinder. Deze overeenkomst werd door de betrokken partijen ondertekend op 18/07/2008.
De gemeenteraad heeft in zitting van 24 oktober 2011 het addendum 1 bij de aanvullende overeenkomst Minder Hinder goedgekeurd. In dat addendum worden een aantal bijkomende afspraken en aanpassingen vastgelegd. Dit addendum 1 werd door de betrokken partijen ondertekend op 13/07/2012. De gemeenteraad heeft in zitting van 25 juni 2013 de nieuwe aanvullende overeenkomst Minder Hinder van medio 2011 t.e.m. medio 2014 tussen de Stad Gent, NMBS Holding, Infrabel, VVM De Lijn en het Vlaamse Gewest goedgekeurd. Deze overeenkomst vervangt de aanvullende overeenkomst Minder Hinder van 18/07/2008 zoals gewijzigd door addendum 1 van 13/07/2012. In die overeenkomst wordt o.a. afgesproken om de Minder Hinder-organismen ook aan te wenden ter beheersing van de hinder veroorzaakt door de werken in de ruimere perimeter. De perimeter wordt uitgebreid en omvat niet langer enkel de onmiddellijke stationsomgeving.
De gemeenteraad heeft in zitting van 26 mei 2015 de samenwerkingsovereenkomst Minder Hinder gecombineerd met mobiliteit 2014-2018 tussen de Stad Gent, NMBS, De Lijn, Vlaamse Gewest en Eurostation goedgekeurd. Naast de Minder Hinder-taken voor de werken in de stationsomgeving en in de ruimere perimeter worden ook een aantal taken inzake mobiliteitsstudie toevertrouwd aan Eurostation. De samenwerkingsovereenkomst Minder Hinder gecombineerd met mobiliteit 2014-2018 eindigde van rechtswege op 12 juli 2018.
Eurostation nv is op 1 november 2018 opgeslorpt door NMBS, die de rechten en verplichtingen van Eurostation nv volledig overneemt. Ook in de periode 2018 tot einde project wordt hinder ondervonden en verwacht in de stationsomgeving door het Project Gent Sint-Pieters. Aangezien in de periode vanaf 2018 de grote wegwerkzaamheden in de ruimere omgeving van het station grotendeels gedaan zijn en de Stad Gent inmiddels zelf een Minder Hinder-ambtenaar in dienst heeft genomen, wordt het niet langer noodzakelijk geacht om de Minder Hinder-organismen die uitgewerkt zijn in het kader van het project ook aan te wenden ter beheersing van de hinder veroorzaakt door de werken in ruimere omgeving van het station. Het takenpakket van voormelde Minder Hinder-organismen zal voortaan beperkt blijven tot de oorspronkelijke perimeter, i.e. de onmiddellijke omgeving van het station. Bijgevolg werden de verdeelsleutels aangepast aan dit gegeven en het feit dat AWV geen partij meer is bij de overeenkomst. De gemeenteraad heeft in zitting van 28 september 2020 de samenwerkingsovereenkomst Minder Hinder gecombineerd met mobiliteit 2018-2022/einde project tussen de Stad Gent, NMBS en De Lijn goedgekeurd.
De samenwerkingsovereenkomst eindigt in beginsel van rechtswege op 12 juli 2022. Indien het project op die datum nog niet is beëindigd, wordt de overeenkomst volgens artikel 9 stilzwijgend telkens met één jaar verlengd tot het daadwerkelijke einde van het project, behoudens opzegging door één van de partijen op de verjaardag mits inachtneming van een opzegtermijn van 3 maanden. De partijen komen overeen om alle prestaties waartoe de stuurgroep opdracht heeft gegeven in het kader van deze samenwerkingsovereenkomst sinds 13 juli 2018 te vergoeden volgens de voorwaarden van deze overeenkomst.
Vanuit de partijen werd geen opzegging gevraagd waardoor een akkoord gegeven werd voor de stilzwijgende verlenging voor dit jaar.
| Budgetplaats | 401200001 |
| Categorie* | I |
| Subsidiecode | |
| 2025 | 33500 |
| Totaal | 33500 |
Neemt kennis van de stilzwijgende verlenging met één jaar voor 2025 van de Samenwerkingsovereenkomst Minder Hinder gecombineerd met mobiliteit voor de periode 2018-2022 / einde project.
Collegium Vocale Gent (CVG) heeft Archief Gent verzocht om het eerder geschonken archief over te dragen aan de Universiteitsbibliotheek Gent. Deze herbestemming is cruciaal om de gehele collectie op één centrale locatie te beheren en zo de consistentie en het behoud ervan te garanderen.
Het archief, dat momenteel deel uitmaakt van de collectie van Archief Gent, omvat twee eerdere schenkingen (2020_0228 en 2022_0106), in totaal circa 73 archiefdozen en 3 kokerdozen. De inhoud bestaat voornamelijk uit correspondentie, boekhouding, productiedossiers, documentatie, boeken en affiches van Collegium Vocale Gent. Een gedetailleerde inhoudslijst is bij het besluit gevoegd.
Hoewel Archief Gent een geschikte plek is, wordt de Universiteitsbibliotheek in dit specifieke geval als de meest geschikte bewaarplaats beschouwd. Dit komt door de gespecialiseerde erfgoedfocus van de Bibliotheek, met name de Gandavensia-collectie, waar dit archief inhoudelijk en contextueel beter bij aansluit.
Op 23 september 2025 bereikten Archief Gent, de Universiteitsbibliotheek en Collegium Vocale Gent unaniem overeenstemming dat de Universiteitsbibliotheek de meest gespecialiseerde plek is om de samenhang en het correcte, lange-termijnbehoud van dit belangrijke archief te waarborgen.
De herbestemming biedt doorslaggevende voordelen voor onderzoek en ontsluiting:
Wetenschappelijke waarde voor muziekonderzoek: Het archief van het internationaal gerenommeerde ensemble bevat uniek materiaal (zoals geannoteerde partituren en interpretatiecorrespondentie) dat van cruciaal belang is voor musicologisch onderzoek. De Universiteitsbibliotheek biedt de specifieke onderzoekscontext en expertise om dit materiaal optimaal te valoriseren voor de wetenschap, wat voor Archief Gent moeilijker te realiseren is.
Versterking van Universitaire onderzoeksinfrastructuur: De overdracht versterkt direct de onderzoeksinfrastructuur van de universiteit. Het materiaal wordt onmiddellijk toegankelijk voor studenten en internationale wetenschappers. Bovendien vormt het archief een logische aanvulling op de bestaande gespecialiseerde collecties in de Boekentoren, die reeds archieven van prominente kunstenaars en culturele verenigingen beheert.
Optimaal behoud en toegankelijkheid: De Boekentoren beschikt over de gespecialiseerde conservatie- en digitaliseringsmogelijkheden om het archief op lange termijn veilig te stellen. De integratie in het bestaande universiteitsnetwerk garandeert tevens een maximale internationale toegankelijkheid voor het gespecialiseerde wetenschappelijke publiek.
Keurt goed de afstoting door herbestemming van het archief van Collegium Vocale Gent uit de collectie van Archief Gent aan Universiteitsbibliotheek Gent.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Reglement over de werking van de dienst van de Ombudsvrouw/man, goedgekeurd in de gemeenteraad van 25 april 2016, artikel 3.
Eind 2023 werd de jarenlange samenwerking tussen de Gentse Ombudsdienst en Thuispunt Gent inzake de behandeling van tweedelijnsklachten formeel vastgelegd in een samenwerkingsprotocol en goedgekeurd door zowel de gemeenteraad als de Raad van Bestuur van Thuispunt Gent.
Artikel 13 van het protocol bepaalt dat de overeenkomst eindigt op 31 december 2025. Daarnaast verbinden beide partijen zich ertoe om vanaf de installatie van de nieuwe Raad van Bestuur van Thuispunt Gent in 2025 de voorbereiding van een nieuwe overeenkomst voor de periode 2026–2031 op te starten.
Tot op vandaag blijkt de lokale aanwezigheid van de Gentse Ombudsdienst een duidelijke meerwaarde te bieden voor de Gentse sociale huurders, aanvullend op de dienstverlening van de Vlaamse Ombudsdienst. De werkwijze van de Gentse Ombudsdienst wijzigt niet en behandelt de klachten van Thuispunt Gent op dezelfde manier als van andere stadsdiensten en/of instanties waarvoor ze bevoegd is.
Keurt goed het bij dit besluit gevoegde samenwerkingsprotocol met Thuispunt Gent bv, Lange Steenstraat 54, 9000 Gent, voor het behandelen van tweedelijnsklachten van Thuispunt Gent door de Gentse Ombudsdienst en waarbij het protocol in werking treedt op 1 januari 2026 en een einde neemt op 31 december 2031.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 249.
Het meerjarenplan voor de planningsperiode 2020 t.e.m. 2025 van Stad Gent en OCMW Gent maakt opnieuw voorwerp uit van een aanpassing. Hierbij worden zowel korte- als langetermijneffecten verrekend op basis van de inzichten van betrokken diensten en bovenlokale instellingen zoals o.a. het Federaal Planbureau. Het bestuur heeft hierbij de nodige keuzes gemaakt om een meerjarenplan op te leveren dat financieel in evenwicht is en blijft de macro-economische vooruitzichten nauwgezet opvolgen.
Artikel 257 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 stipuleert dat minstens een keer per jaar het meerjarenplan wordt aangepast, waarbij in elk geval de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld. Als dat nodig is, kunnen daarbij ook de kredieten voor het lopende boekjaar worden aangepast. Een aanpassing van het meerjarenplan omvat minstens een aangepaste financiële nota, een toelichting en de eventuele wijzigingen van de strategische nota.
In de strategische nota worden de beleidsdoelstellingen en actieplannen voor de periode 2020-2027 geïntegreerd weergegeven. In de financiële nota wordt verduidelijkt hoe de financiële evenwichten worden gehandhaafd en worden de financiële consequenties van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven.
Het voorontwerp van de aanpassing van het meerjarenplan werd besproken en vastgesteld door het managementteam op 12 november 2025.
Stelt zijn deel van de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 (budgetwijziging 2025) met titel 'BW 2025 - Boek 1 - Aanpassing MJP 20-25', zoals in bijlage toegevoegd, vast.
Keurt het deel van de aanpassing van het meerjarenplan, zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn, goed en stelt daarmee de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 in zijn geheel definitief vast.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 249.
Het nieuwe meerjarenplan voor de planningsperiode 2026 t.e.m. 2031 van Stad Gent en OCMW Gent werd opgemaakt. Het bestuur heeft hierbij de nodige keuzes gemaakt om een meerjarenplan op te leveren dat financieel in evenwicht is en blijft de macro-economische vooruitzichten nauwgezet opvolgen.
Artikel 254 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 stipuleert dat voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen een meerjarenplan wordt vastgesteld. Dat meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.
In de strategische nota worden de beleidsdoelstellingen en actieplannen voor de periode 2026-2031 geïntegreerd weergegeven. Op 24 oktober 2025 werd advies ingewonnen bij de adviesraden over de beleidsverklaring die deel uitmaakt van de strategische nota.
In de financiële nota wordt verduidelijkt hoe de financiële evenwichten worden gehandhaafd en worden de financiële consequenties van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven.
Artikel 256 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering in het eerste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan ook de kredieten omvatten voor de gemeente en de kredieten voor het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn voor dat boekjaar.
Het voorontwerp van de opmaak van het nieuwe meerjarenplan werd besproken en vastgesteld door het managementteam op 12 november 2025.
Stelt zijn deel van het meerjarenplan 2026-2031 (opmaak 2026) met titel 'BO 2026 - MJP 26-31', zoals in bijlage toegevoegd, vast.
Keurt het deel van het meerjarenplan, zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn, goed en stelt daarmee het meerjarenplan 2026-2031 in zijn geheel definitief vast.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
EVA vzw De Fietsambassade Gent, 0665.587.076 nodigt eerstdaags haar leden uit voor de Algemene vergadering die plaatsvindt op 17 december 2025, vanaf 16u00 via Microsoft Teams.
De agendapunten zijn:
Voor elke algemene vergadering moet het mandaat van de vertegenwoordigers van Stad Gent worden goedgekeurd, meer bepaald:
Neemt kennis van de dagorde en elke van de afzonderlijke punten van de dagorde van de Algemene vergadering van EVA vzw De Fietsambassade Gent, 0665.587.076 op 17 december 2025 om 16u00, via Microsoft Teams:
Keurt goed het mandaat aan de vertegenwoordigers van Stad Gent die zullen deelnemen aan de Algemene vergadering van EVA vzw De Fietsambassade Gent, die plaatsvindt op 17 december 2025 via Microsoft Teams om,
Na het eerste weekend van de Gentse Winterfeesten ontvingen we, zowel jij als ik, klachten van buurtbewoners over alcohol- en druggebruik, vechtpartijen en geluidsoverlast; ook de pers berichtte hierover. Zoals eerder aangegeven is het belangrijk om bewoners te betrekken bij de evaluatie van de feesten. Voor een goed verloop van deze editie heb ik de volgende vragen:
• Welke lessen zijn getrokken?
• Welke maatregelen volgden op de klachten?
• Wat zijn de geluidsafspraken en hadden deze effect?
• Zijn er nieuwe afspraken met de organisatoren en/of buurtbewoners?
• Bij wie kunnen bewoners terecht met klachten? De bereikbaarheid van de organisatoren bleek in de praktijk niet optimaal.
Het reglement "Retributie en tarief voor het verstrekken van administratieve gegevens en publicaties" werd voor het laatst gewijzigd door de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van september 2023.
Er wordt ter gelegenheid van de update van de vastgelegde retributietarieven, vastgesteld dat de in dit reglement opgenomen dienstverlening niet langer wordt uitgevoerd. Sommige informatie wordt ondertussen gratis online ontsloten voor het brede publiek via onder meer "Gent in cijfers", andere dienstverlening is uitgedoofd.
Het is dan ook gepast het retributiereglement op te heffen met ingang van 1 januari 2026.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
EVA vzw SodiGent, 0413.873.759 nodigt eerstdaags haar leden uit voor de algemene vergadering die plaatsvindt op 18 december 2025, vanaf 18u00 via Microsoft Teams.
De agendapunten zijn:
Voor elke algemene vergadering moet het mandaat van de vertegenwoordigers van Stad Gent worden goedgekeurd, meer bepaald:
Neemt kennis van de dagorde en elke van de afzonderlijke punten van de dagorde van de algemene vergadering van EVA vzw SodiGent, 0413.873.759 op 18 december 2025 om 18u00, via Microsoft Teams:
Keurt goed het mandaat aan de vertegenwoordigers van Stad Gent die zullen deelnemen aan de algemene vergadering van EVA vzw SodiGent, die plaatsvindt op 18 december 2025 via Microsoft Teams om,
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, lid 2, 14°.
De gemeenteraad heeft gedurende de laatste legislatuur het retributiereglement met betrekking tot beschikbaar stellen van stadszalen goedgekeurd en diverse malen gewijzigd. Ook de raad voor maatschappelijk welzijn keurde dit retributiereglement in november 2024 goed, zodat zalen beheerd door OCMW Gent eveneens conform de in het reglement bepaalde tarieven ter beschikking gesteld konden worden.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad en OCMW Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door de Stad of OCMW Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven voor het gebruik van zalen aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
Een uitzondering wordt gevraagd voor de tariefcategorieën 1e, 1f en 1g, die van toepassing zijn op de zalen in Hartetroef. Deze zalen worden pas sinds januari 2025 ter beschikking gesteld. De tarieven werden bepaald aan de hand van een uitvoerig marktonderzoek en een businesscase. Het tarief dat werd bepaald voor 2025 is nog steeds marktconform; dit tarief verhogen met 8,61% zou de marktconforme prijs in het gedrang brengen. Daarom wordt voorgesteld om het tarief van 2025 te vermelden als basistarief voor 2026, waarna dit vanaf 2027 op dezelfde manier geïndexeerd zal worden als de tarieven voor de overige zalen.
Verder worden volgende zaken gewijzigd in het retributiereglement:
- de titel wordt vereenvoudigd en de verwijzing naar 'stads'zalen wordt geschrapt, aangezien ook zalen beheerd door OCMW onder het toepassingsgebied vallen.
- in het reglement wordt expliciet vermeld dat het moment van gebruik van de zaal bepalend is voor het bedrag van de retributie.
- de vrijstelling van de retributiecategorieën 1a t.e.m. 1c voor partners van de Stad Gent en OCMW Gent in het kader van sociale economie wordt geschrapt.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de wijzigingen - opgenomen in de bijlage - goed te keuren. In afzonderlijke besluitvorming wordt hetzelfde gevraagd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
De volgende diensten zijn belast met de uitvoering van dit reglement, telkens voor de zalen die onder hun beheer vallen:
- Dienst Protocol;
- IVA Historische Huizen Gent (of de toekomstige organisatie die de zalen in de Historische Huizen zal beheren);
- Jeugddienst;
- Staf Departement Onderwijs, Opvoeding en Jeugd;
- Dienst Ontmoeten en Verbinden;
- Cultuurdienst;
- Educatieve Diensten;
- Team Mondiale Solidariteit van Dienst Internationale Netwerken en Subsidies;
- Dienst Activering en Werk;
- Dienst FM Onderwijs.
De wijzigingen treden in werking op 01/01/2026.
Wijzigt het 'Retributiereglement voor het beschikbaar stellen van zalen' zoals aangegeven in het document in bijlage.
De wijzigingen treden in werking op 01/01/2026.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het 'Retributiereglement voor het beschikbaar stellen van zalen' zoals gevoegd in bijlage.
Het managementteam heeft op voorstel van de algemeen directeur op 4 november 2025 een voorontwerp voor de geïntegreerde personeelsbehoefte 2025 van Stad en OCMW opgemaakt.
Met dit voorstel van besluit wordt de personeelsbehoefte voorgelegd. De personeelsbehoefte heeft een bindend karakter, nl. bij het opstarten van een sollicitatieprocedure gebonden blijven aan de vastgelegde middelen (VTE's).
Personeelsbehoefte 2025
Alle departementen hebben in functie van de budgetwijziging 2025 de personeelsbehoefte geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd.
Een algemeen overzicht van de personeelsbehoefte 2025 (B25) goedgekeurd op GR/RMW nov 2024 en de personeelsbehoefte 2025 (W25):
(VTE = voltijdse equivalenten)
GR/RMW nov 2024 | GR/RMW dec 2025 | |
| Politiek bestuur | 95,4 VTE | 94,4 VTE |
| Reguliere personeelsbehoefte | 5.713,7 VTE | 5.705,8 VTE |
| Niet-gesubsidieerd personeel met onderwijsstatuut | 181,6 VTE | 182,8 VTE |
| Tewerkstellingsmaatregelen | 464,9 VTE | 483,2 VTE |
| Externe tewerkstelling | 122,4 VTE | 116,9 VTE |
| Totaal | 6.578,0 VTE | 6.583,0 VTE |
Het aantal VTE van de personeelsbehoefte van jaar 2025 (B25) naar jaar 2025 (W25) stijgt met 5 VTE.
De meest significante wijzigingen bevinden zich bij de Reguliere personeelsbehoefte (-7,9 VTE) en de Tewerkstellingsmaatregelen (+18,3 VTE).
Bij de Reguliere personeelsbehoefte situeren deze zich vooral op de graad van adjunct van de directie (+6,1 VTE), consulent (+10,0 VTE), kinderbegeleider (-25,7 VTE), deskundig medewerker (+7,9 VTE) en onderhoudsmedewerker (-12,9 VTE).
Bij de Tewerkstellingsmaatregelen is de stijging bijna volledig te verklaren door de wijziging van formatiesoort van Reguliere personeelsbehoefte naar Tewerkstellingsmaatregelen bij de graad Onderhoudsmedewerker bij de DBSE.
Voor meer detail over de personeelsbehoefte wordt verwezen naar bijlage 1.
Deze personeelsbehoefte vormt een onderdeel van de budgetbeslissing W25 zoals opgenomen in het meerjarenplan 2020-2025. Daar waar het meerjarenplan informatie bevat voor verschillende jaren, bevat deze personeelsbehoefte cijfers voor het jaar 2025.
Financieel
Het financiële luik van de voorliggende personeelsbehoefte wordt opgenomen in het meerjarenplan 2020-2025. De aanwervingen kaderen steeds binnen de voorziene kredieten.
Het college van burgemeester en schepenen geeft opdracht het ontwerp van nieuwe personeelsbehoefte voor te leggen aan de vakbonden voor overleg.
De nieuwe personeelsbehoefte vervangt deze die vastgesteld werd in de gemeenteraad van 25 november 2024.
Stelt de geïntegreerde personeelsbehoefte 2025 van Stad Gent en OCMW Gent vast zoals opgesteld in Bijlage 1 - Personeelsbehoefte - overzichtstabellen, gevoegd in bijlage en die deze vastgesteld door de gemeenteraad van 25 november 2024 en de raad voor maatschappelijk welzijn van 25 november 2024 vervangt.
Het managementteam heeft op voorstel van de algemeen directeur op 4 november 2025 een voorontwerp voor de geïntegreerde personeelsbehoefte 2026 van Stad en OCMW opgemaakt.
Met dit voorstel van besluit wordt de personeelsbehoefte voorgelegd. De personeelsbehoefte heeft een bindend karakter, nl. bij het opstarten van een sollicitatieprocedure gebonden blijven aan de vastgelegde middelen (VTE's).
Personeelsbehoefte 2026
Alle departementen hebben in functie van de budgetopmaak 2026 de personeelsbehoefte geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd.
Een algemeen overzicht van de personeelsbehoefte 2025 (W25) en de personeelsbehoefte 2026 (B26):
(VTE = voltijdse equivalenten)
j2025 (W25) | j2026 (B26) | |
| Politiek bestuur | 94,4 VTE | 94,4 VTE |
| Reguliere personeelsbehoefte | 5.705,8 VTE | 5.632,9 VTE |
| Niet-gesubsidieerd personeel met onderwijsstatuut | 182,8 VTE | 179,8 VTE |
| Tewerkstellingsmaatregelen | 483,2 VTE | 567,5 VTE |
| Externe tewerkstelling | 116,9 VTE | 115,8 VTE |
| Totaal | 6.583,0 VTE | 6.590,3 VTE |
Het aantal VTE van de personeelsbehoefte van jaar 2025 (W25) naar jaar 2026 (B26) stijgt met 7,3 VTE. Deze stijging is niet alleen een gevolg van de beslissingen in ronde B26, maar ook van beslissingen in vorige rondes die impact hebben op jaar 2026.
De meest significante wijzigingen bevinden zich bij de Reguliere personeelsbehoefte (-72,9 VTE) en de Tewerkstellingsmaatregelen (+84,3 VTE).
Bij de Reguliere personeelsbehoefte situeren deze zich vooral op de graad van adjunct van de directie (-24,4 VTE), consulent (-17,8 VTE), maatschappelijk werker (+40,1 VTE) en deskundig medewerker (-33,8 VTE).
In totaal wordt er bij de reguliere personeelsbehoefte in het jaar 2026 117,6 VTE bespaard in ronde B26, maar bij de overige graden staan de besparingen min of meer in verhouding met stijgingen door nieuw beleid en subsidieprojecten of is de kleine daling in VTE een gevolg van de inkanteling van de AGB Kunsten en Erfgoed Gent.
Bij de Tewerkstellingsmaatregelen is de stijging bijna volledig te verklaren door de stijging van de behoefte van art. 60 personeelsleden, gebeurd in B24.
Voor meer detail over de personeelsbehoefte wordt verwezen naar bijlage 1.
Deze personeelsbehoefte vormt een onderdeel van de budgetbeslissing B26 zoals opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031. Daar waar het meerjarenplan informatie bevat voor verschillende jaren, bevat deze personeelsbehoefte cijfers voor het jaar 2026.
Financieel
Het financiële luik van de voorliggende personeelsbehoefte wordt opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031. De aanwervingen kaderen steeds binnen de voorziene kredieten.
Het college van burgemeester en schepenen geeft opdracht het ontwerp van nieuwe personeelsbehoefte voor te leggen aan de vakbonden voor overleg.
De nieuwe personeelsbehoefte vervangt deze die vastgesteld werd in de gemeenteraad van december 2025.
Stelt de geïntegreerde personeelsbehoefte 2026 van Stad Gent en OCMW Gent vast zoals opgesteld in Bijlage 1 - Personeelsbehoefte - overzichtstabellen, gevoegd in bijlage en die deze vastgesteld door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van december 2025 vervangt.
· Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1
De gemeenteraad keurde de huidige opleidingsmodaliteiten goed op 24 november 2020 welke van toepassing zijn voor alle opleidingen die startten vanaf 1 januari 2021.
Omwille van volgende evoluties:
worden een aantal aanpassingen voorgesteld.
De huidige opleidingmodaliteiten dienen te worden geactualiseerd:
1.Gedurende de voorbije jaren heeft de dienst Talent en Ontwikkeling vastgesteld dat een aantal afspraken best geformaliseerd worden in de opleidingsmodaliteiten om eventuele discussies te vermijden:
2. Naar aanleiding van de meerjarenplanning worden een aantal nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden gecreëerd met bijhorende modaliteiten om de kansen op de interne en externe arbeidsmarkt te vergroten
3. Een verdere vereenvoudiging van de aanvraag- en goedkeuringsprocessen wordt doorgevoerd
Heft de opleidingsmodaliteten op zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 24 november 2020.
Keurt goed de Opleidingsmodaliteiten, zoals gevoegd in bijlage.
De Opleidingsmodaliteiten hebben uitwerking op elke opleiding die start na 1 januari 2026 en waarvoor de aanvraag in 2025 wordt gedaan alsook op elke aanvraag die gebeurt na 1 januari 2026.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
EVA vzw Business Improvement District Gent, 0630.602.344 nodigt eerstdaags haar leden uit voor de algemene vergadering die plaatsvindt op 18 december 2025, vanaf 19u30 via Microsoft Teams.
De agendapunten zijn:
Voor elke algemene vergadering moet het mandaat van de vertegenwoordigers van Stad Gent worden goedgekeurd, meer bepaald:
Neemt kennis van de dagorde en elke van de afzonderlijke punten van de dagorde van de algemene vergadering van EVA vzw Business Improvement District Gent, 0630.602.344, op 18 december 2025 om 19u30, via Microsoft Teams:
Keurt goed het mandaat aan de vertegenwoordigers van Stad Gent die zullen deelnemen aan de algemene vergadering van EVA vzw Business Improvement District Gent, die plaatsvindt op 18 december 2025 via Microsoft Teams om,
De Wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, artikel 180;
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 § 1;
Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019;
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2;
De statuten van Vlaamse Energieholding BV.
De Stad Gent heeft momenteel een participatie (9,40%) in de Vlaamse Energieholding (VEH).
VEH heeft op 13 november 2025 een aankondiging gestuurd naar zijn aandeelhouders voor een kapitaalsverhoging in speciën via uitgifte van maximaal 123 nieuwe aandelen.
VEH wenst met deze kapitaalsverhoging in combinatie met beschikbare activa en liquiditeiten de volgende 5 jaar jaarlijks ca. 10 miljoen euro te investeren in 3 strategische domeinen mn. de ondersteuning van de kritische netinfrastructuur (via Publigas en Publi-T), investeren in de verdere groei van Aspiravi en offshore wind alsook selectieve investeringen in V2Hfin en andere innovatieve oplossingen.
De nieuwe aandelen worden bij voorkeur toegekend aan de aandeelhouders pro rata hun respectievelijke participaties. De Stad Gent, houder van 200 aandelen van VEH, wenst in het belang van de belangrijke investeringen in kritische netinfrastructuur in te tekenen op de 12 voor de Stad Gent voorbehouden aandelen categorie A waardoor de participatie van de Stad Gent binnen VEH niet verwatert ten opzichte van de andere aandeelhouders. De uitgifteprijs voor deze 12 aandelen bedraagt € 4.882.037,04.
Indien er door andere aandeelhouders niet werd ingeschreven op de voor hen gereserveerde aandelen wenst de Stad Gent, naargelang beschikbaar, in te tekenen op 15 bijkomende aandelen, voor een waarde van in totaal € 6.102.546,30, waardoor de participatie van de Stad Gent binnen VEH stijgt tot boven 10%.
De intekening op de kapitaalsverhoging is gestoeld op de wens om de participatie van de Stad niet te laten verwateren, meer nog te verhogen. De verhoging van de dividenden wordt voor het leeuwendeel gerealiseerd door het verhogen van de pay-out ratio en niet door het op peil houden van de participatie en voor een klein deel door het verhogen van deze participatie.
De Stad Gent wenst in te schrijven op de kapitaalverhoging binnen VEH via het inschrijvingsformulier.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Organisatiebrede budgetten |
| Budgetplaats | 351190001 |
| Categorie* | 2811000 |
| Subsidiecode | niet_relevant |
| 2026 | 10.984.583,34 |
| Totaal | 10.984.583,34 |
Keurt goed om, met verwijzing naar de door de raad van bestuur van VEH voorgestelde kapitaalverhoging in speciën, zoals geformuleerd bij brief d.d. 13 november 2025, in te schrijven op de kapitaalverhoging van VEH als volgt:
- in te schrijven op de 12 aandelen VEH die worden voorbehouden aan Stad Gent, voor een bedrag ten belope van € 4.882.037,04 EUR; en
- indien beschikbaar in te schrijven op 15 bijkomende aandelen, voor een bedrag ten belope van € 6.102.546,30
Keurt goed, het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving van het inschrijvingsformulier te verrichten aan VEH, met zetel te Noordlaan 9,8820 Torhout en/of per email aan secretariaat@vlhold.be.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
De statuten van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Imewo, artikel 38, punt 4.
1. De Stad Gent heeft een Reglement over nuts- en infrastructuurwerken in Gent (NINF-reglement). Dit reglement werd goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 25 januari 2021 en is sedertdien ongewijzigd gebleven. Voormeld reglement is gekoppeld aan een Retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein: de Stad Gent heft een retributie voor het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan nutsvoorzieningen die onder de toepassing vallen van het vigerend stedelijk reglement over nuts- en infrastructuurwerken in Gent.
Dit retributiereglement werd goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 25 december 2023 en is sedertdien ongewijzigd gebleven. Het retributiereglement legt aan de eigenaars van nutsvoorzieningen een retributie op in functie van de duur (kalenderdagen) en de ingenomen oppervlakte (in m²) aan openbaar domein.
Sommige operatoren hanteren een forfaitair vergoedingssysteem voor (riolerings)werken aan het openbaar domein. Ook Fluvius Imewo hanteert een forfaitair vergoedingssysteem, voor zover de gemeenten het model van retributiereglement dat door de raad van bestuur van Fluvius Imewo werd goedgekeurd, aanvaarden.
2. De statuten van Fluvius Imewo voorzien in een verbod van algemene rechtstreekse of onrechtstreekse belastingheffing door de openbare deelnemers, behalve de mogelijkheid tot belastingrecht of retributie voor het gebruik van de wegenis, onder voorbehoud van een algemeen kader gecreëerd door de raad van bestuur en aanvaarde opname in het distributienettarief (zie artikel 38, punt 4 van de statuten van Fluvius Imewo).
3. Om de 3 jaar stuurt Fluvius Imewo een brief naar de Stad Gent met een algemeen kader van een retributiereglement dat door de raad van bestuur van Fluvius Imewo werd goedgekeurd. Dat intergemeentelijk retributiereglement wijkt af van het retributiereglement van de Stad Gent op werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein.
Tezelfdertijd formuleert Fluvius Imewo een voorstel om voor een drie-jarige periode te opteren voor forfaitaire bedragen die door de raad van bestuur van Fluvius Imewo waren goedgekeurd.
Belangrijk is te noteren dat het intergemeentelijk retributiereglement vermeldt dat de berekende bedragen als maximum gelden. Indien een gemeente opteert om een hogere retributie op te leggen, dan zullen de door de distributienetbeheerder te betalen bedragen nooit meer zijn dan dit berekende maximum. In voorkomend geval zullen de hogere aanrekeningen worden afgehouden van de dividenden van de betrokken gemeente.
4. In het verleden lagen de bedragen die door Fluvius Imewo werden voorgesteld hoger dan de bedragen die de Stad Gent zou kunnen aanrekenen indien het retributiereglement van de Stad Gent (op werken aan nutsvoorzieningen op het openbaar domein) zou zijn toegepast.
Door te opteren voor de door Fluvius Imewo voorgestelde forfaitaire bedragen werd automatisch de maximaal toegelaten retributie uitbetaald aan de Stad Gent zonder de werklast om per individueel dossier te berekenen hoeveel de retributie zou bedragen, dit te factureren en op te volgen. Concreet resulteerde dit in meer inkomsten voor de Stad Gent, en minder werk.
De Stad Gent opteerde voor de forfaitaire bedragen van Fluvius Imewo voor het eerst voor de periode 2014-2016, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van de Stad Gent in zitting van 18 december 2013.
5. Op 25 september 2025 heeft Fluvius Imewo een brief naar de Stad Gent gericht met volgende bijlagen:
Aan de Stad Gent werden hierbij volgende forfaitaire bedragen voorgesteld voor de periode 2026-2028:
- voor de activiteit elektriciteit: € 351.514,90 ;
- voor de activiteit gas: € 86.301,20;
Totaal: € 437.816,11
Anders dan in het verleden zijn in deze bedragen de forfaitaire retributie voor kleine werken van € 1,00 per aansluiting en de forfaitaire vergoeding ter compensatie van diverse heffingen en belastingen van € 0,50 per aansluiting inbegrepen
De totale voorgestelde vergoeding ligt beduidend lager dan de vergoedingen voor de periode 2023-2025, die toen iets meer dan € 600.000 bedroeg. Vooral voor de activiteit gas is de vermindering substantieel.
6. Op 17 oktober 2025 heeft Fluvius Imewo een brief gestuurd naar de Stad Gent met een verklarende nota inzake de beperking van toewijzing van de retributiebedragen. In die brief werd uiteengezet dat de Vlaamse Nutsregulator (VNR, de vroegere VREG) op 21 juni 2024 de tariefmethodologie voor de periode 2025–2028 wijzigde. Als gevolg hiervan werden de retributiebedragen voor de periode 2026 tot 2028 gereduceerd. In de vorige reguleringsperiode beschouwde de VNR de retributie als een exogene kost, nl. een kost waarbij de distributienetbeheerder geen invloed heeft op de hoogte ervan. Voor de reguleringsperiode 2025-2028 verandert de VNR dat naar een endogene kost, nl. een kost die de distributienetbeheerder wel kan beïnvloeden en onderdeel uitmaakt van het toegelaten inkomen dat door de VNR wordt vastgesteld.
7. De eenzijdige beslissing van de Vlaamse regulator om de retributie-vergoedingen te beperken heeft als gevolg dat de fiscale autonomie van de gemeenten wordt aantast.
8. Het voorstel van de stadsdiensten (Juridische Dienst, Dienst Bruggen Wegen en Waterlopen, en de Dienst Belastingen) is om (voorlopig) enkel voor het jaar 2026 te opteren voor de forfaitaire bedragen die Imewo Fluvius voorstelt (en dus niet voor de drie-jarige periode 2026-2028), dit in tegenstelling tot de vorige jaren (gemeenteraden december 2013, 2016, 2019 en 2022) waar telkens voor een driejarige periode geopteerd werd voor de forfaitaire bedragen.
De redenen om slechts om (voorlopig) voor 1 jaar te opteren voor forfaitaire bedragen:
De toepassing van het eigen retributiereglement van de Stad Gent zou resulteren in een (aanzienlijke) meeropbrengst, maar zou ook de aanwerving van bijkomend personeel vereisen om dit retributiereglement toe te passen (op basis van de beschikbare gegevens in de systemen en eventuele controle ter plaatse). Bovendien dient rekening te worden gehouden met de statutaire bepaling (artikel 38, punt 4) en met de bepaling in het retributiereglement van Fluvius Imewo dat stelt dat indien een gemeente een hogere retributie oplegt dan de voorgestelde forfaitaire vergoedingen, de hogere aanrekeningen zullen worden afgehouden van de dividenden van de betrokken gemeente.
Voor de jaren 2027 en 2028 wordt thans nog geen voorstel gedaan.
Neemt kennis van het algemeen kader voor het retributiereglement 2026-2027-2028 van Fluvius Imewo.
Keurt goed om (voorlopig enkel) voor het jaar 2026 te opteren voor de forfaitaire bedragen die door Fluvius Imewo worden voorgesteld, in plaats van een effectieve facturatie aan Fluvius Imewo op basis van het retributiereglement van de Stad Gent voor werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein van 25 december 2023.
De Algemene Bedrijfsbelasting werd goedgekeurd op 7 september 2021 en laatst gewijzigd op 26 februari 2024. Bij arrest van 24 oktober 2025 werd het oppervlaktetarief voor elektriciteitsproducenten vernietigd.
Ingevolge de wijzigingen aan het Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen d.d. 10/06/2024 wordt er een wijziging doorgevoerd wat betreft de ambtshalve gevestigde belastingen. Deze wijziging is niet uniek voor het belastingreglement op de algemene bedrijfsbelasting, maar wordt doorgevoerd voor alle belastingen waarbij er een ambtshalve inkohiering van de belasting voorzien is.
Er wordt een getrapt systeem van belastingverhoging gehanteerd. Met een tarief van 0% voor een eerste inbreuk voor een welbepaald feit wordt uiting gegeven aan de in het bestuursakkoord opgenomen gedachte van het “recht op vergissing”. Door gebruik van een oplopend tarief tot het wettelijk toegelaten maximum van 200%, worden hardleerse belastingplichtigen aangemoedigd om correct en tijdig aan de aangifteverplichting te voldoen.
De belastingverhoging wordt niet langer berekend op de “ontdoken” belasting, maar op de volledige verschuldigde basisbelasting.
Voor elektriciteit en aardgas kan afgegaan worden op de meterstanden. De vorige versie van het belastingreglement voorzag dat de ondernemingen hiervoor de meternummers dienden door te geven. Uit de praktijk blijkt echter dat de meternummers niet altijd up to date zijn. De meternummers staan namelijk fysiek op de meter. Wanneer de meter zelf vervangen wordt, wijzigt het meternummer ook. Dergelijke wijzigingen van het meternummer bereiken de belastingadministratie zelden.
Om deze reden wordt voortaan het EAN-nummer opgevraagd. De EAN-code (European Article Number) is een uniek identificatienummer voor het leveringspunt, dus de aansluiting op de onderneming. Het EAN-nummer blijft hetzelfde, zelfs als de meter wordt vervangen De onderneming deelt de EAN-nummers van de aansluitpunten waar zij gebruik van maakt mee aan de administratie ter controle, en verleent daarmee volmacht de betrokken gegevens bij de netbeheerders op te vragen. Hierdoor kunnen deze waarden bovendien verkregen worden via de netbeheerders (EANDIS, ELIA, FLUVIUS, …). Dat vereenvoudigt de administratie voor de ondernemingen.
Samen met bovenstaande wijzigingen, worden enkele tekstuele aanpassingen doorgevoerd. Deze aanpassingen betreffen geen inhoudelijke wijzigingen van het belastingreglement, maar worden ingevoerd teneinde het belastingreglement tekstueel te vereenvoudigen en toegankelijker te maken ten aanzien van de burger.
Tot slot worden enkele wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot bepalingen in het belastingreglement die niet langer actueel zijn: de uitzonderlijke aangiftetermijn van 2024 en de overgangsbepaling bij de inwerkingtreding van het reglement. Daarnaast wordt de mogelijkheid geschrapt om het energieverbruik via de EBO-rapportering aan te geven, nu deze rapportering is veranderd en niet langer bruikbaar is voor dat doel. De deadline voor die rapportering ligt bovendien na 31 maart waardoor deze bepaling geen inhoudelijke meerwaarde heeft.
Het Team Belastingen Economie+ is belast met uitvoeren van dit reglement.
Wijzigt artikel 3 van het reglement 'Algemene bedrijfsbelasting'.als volgt:
De oppervlakte van de bedrijfsvestiging omvat alle gebouwde en onbebouwde oppervlakten die voor de activiteiten in Artikel 2 zijn bedoeld, worden gebruikt of kunnen worden gebruikt of tot gebruik worden voorbehouden. Dit omvat ook de onbebouwde gronden naast de gebouwen die een bestemming kregen of kunnen krijgen voor de activiteiten van de belastingplichtige en/of hiermee een functionele band hebben.
Deze wijziging treedt in werking op 1 januari 2026.
Vervangt artikel 7 van het reglement 'Algemene bedrijfsbelasting' als volgt:
"§ 1 De belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 28 februari van het aanslagjaar een aangifte indienen op een door het stadsbestuur aangeboden formulier. Een belastingplichtige die geen aangifteformulier gekregen heeft, vindt het formulier op de website van de Stad Gent of vraagt een exemplaar aan de administratie.
§ 2 De administratie kan aan de belastingplichtige een “voorstel van aangifte” bezorgen. De titel van dit document omschrijft duidelijk dat het om een “voorstel van aangifte” gaat.
Als de belastingplichtige geen opmerkingen bij het voorstel indient voor de aangiftedatum is verstreken, geldt het voorstel als een regelmatige aangifte. "
Deze wijziging treedt in werking op 1 januari 2026.
Vervangt artikel 9 van het reglement 'Algemene bedrijfsbelasting' als volgt:
"§ 1 Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, wordt de belasting ambtshalve gevestigd met inachtneming van de in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 voorziene bepalingen. Daarvan kan enkel afgeweken worden bij een laattijdige, maar voor het overige correcte en volledige aangifte.
§ 2 De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een percentage van de verschuldigde belasting zoals hieronder omschreven. Voor punt c geldt bovendien een maximum belastingverhoging van 500 euro. Voor de bepaling van de soort overtreding kan de administratie met alle overtredingen binnen eenzelfde reglement rekening houden, inclusief wijzigingen en vernieuwingen van het reglement.
a. In geval van overmacht met betrekking tot het tijdig indienen van een correcte en volledige aangifte, is de verhoging 0%
b. In geval geen aangifte werd ingediend en de belastingplichtige nog niet eerder met de belasting in aanraking kwam, is de verhoging 0%
c. In andere gevallen waarin te goeder trouw een overtreding op de aangifteplicht wordt vastgesteld is de verhoging:
1) 0% voor de eerste overtreding
2) 10% voor de tweede overtreding
3) 20% voor de derde overtreding
4) 30% voor de vierde overtreding
5) Vanaf de vijfde overtreding is punt d van toepassing
d. In gevallen waarin te kwader trouw een overtreding op de aangifteplicht wordt vastgesteld is de verhoging:
1) 50% voor de eerste overtreding
2) 75% voor de tweede en derde overtreding
3) 100% voor de vierde en vijfde overtreding
4) 150% voor de zesde en zevende overtreding
5) 200% vanaf de achtste overtreding
§ 3 De goede trouw wordt onder meer vermoed bij een eerste contact met de belasting. De kwade trouw wordt onder meer vermoed wanneer geen aangifte wordt gedaan, hoewel de belastingplichtige al eerder met de belasting in aanraking kwam."
Deze wijziging treedt in werking op 1 januari 2026.
Vervangt artikel 11 van het reglement 'Algemene bedrijfsbelasting' als volgt:
"Deze belasting is een kohierbelasting. De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Verwijl- en moratoriuminteresten zijn op deze belasting toepasselijk zoals betreffende de Rijksbelastingen op de inkomsten."
Deze wijziging treedt in werking op 1 januari 2026.
Vervangt artikel 12 van het reglement 'Algemene bedrijfsbelasting' als volgt:
"§ 1 De belastingschuldige of een vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete een schriftelijk bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen:
• per post, t.a.v. Dienst Belastingen - Departement Financiën - cel bezwaarschriften
• via het formulier te vinden op de website van de stad Gent
Op een andere manier kan geen bezwaar worden ingediend.
§ 2 Het bezwaar moet ingediend worden binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf:
• de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet per post
• de elektronische verzending van het aanslagbiljet
• de kennisgeving van de aanslag op een andere manier
• de datum van de inning van de contantbelasting.
Een bezwaar dat na deze termijn wordt ingediend is niet ontvankelijk.
§ 3 Het bezwaarschrift moet:
• schriftelijk ingediend worden
• ondertekend zijn door de belastingschuldige of de vertegenwoordiger
• gemotiveerd zijn, dat wil zeggen het onderwerp van het bezwaarschrift, de feiten en de argumenten vermelden.
Als de belastingschuldige of de vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd."
Deze wijziging treedt in werking op 1 januari 2026.
Schrapt artikel 13 van het reglement 'Algemene bedrijfsbelasting'.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van de 'Algemene bedrijfsbelasting' zoals gevoegd in bijlage.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
De belasting op de pompen werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
1. Belast voorwerp
Als belastbaar feit wordt omschreven de pompen die voor het bedelen van brandstof voor motorvoertuigen geplaatst zijn palende aan of op de openbare weg of op privaatterrein.
Deze inrichtingen worden belast vanwege het verhoogd milieurisico bij het bewaren en verplaatsen van gevaarlijke stoffen dat zij inhouden. De brandstofslangen van deze stoffen – waarbij een tijdelijke koppeling gemaakt wordt en zich dus meer risico op morsen voordoet – verhogen het risico dat deze stoffen zich ongewenst in de natuur verspreiden.
Als een brandstofslang wordt beschouwd: een leiding waarmee de brandstof naar het voertuig geleid wordt, ongeacht de aanwezigheid van een pomp.
2. Belastingplichtige en tarief
De belasting is in eerste instantie verschuldigd door de eigenaar van de pompen. Hij is immers degene die beslist tot de noodzaak van opslagplaatsen en verdeelslangen, en die er bij de exploitatie van de vestiging de vruchten van plukt. Wanneer deze persoon geen aangifte heeft gedaan zoals bepaald in dit reglement en niet gekend is, is de belasting verschuldigd door de vergunninghouder. De eigenaar en de vergunninghouder zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
De belasting wordt gevestigd op basis van de aanwezige brandstofslangen.
Vanuit een stimulering van duurzame stedelijke leefbaarheid en minder uitstoot van schadelijke stoffen, in lijn met de klimaatdoelstellingen die de stad voor zichzelf heeft gesteld, is het verantwoord om bijkomend een differentiatie toe te passen op basis van de aard van de brandstof die via de slang bedeeld wordt.
Diesel heeft door de uitstoot van CO² en kleine stofdeeltjes bij verbranding de grootste impact op de nabije (lokale) omgeving en kan daarom in de hoogste tariefcategorie ingedeeld worden. Benzine heeft een iets lagere CO² uitstoot per liter en is minder schadelijk wat kleine stofdeeltjes betreft, zodat hier in een lager tarief kan worden voorzien. Voor aardgas en LPG, die in een nog schonere verbranding met lagere CO²-uitstoot resulteren, kan het laagste tarief voorzien worden.
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
Er wordt een getrapt systeem van belastingverhoging gehanteerd. Met een tarief van 0% voor een eerste inbreuk voor een welbepaald feit wordt uiting gegeven aan de in het bestuursakkoord opgenomen gedachte van het “recht op vergissing”. Door gebruik van een oplopend tarief tot het wettelijk toegelaten maximum van 200%, worden hardleerse belastingplichtigen aangemoedigd om correct en tijdig aan de aangifteverplichting te voldoen.
3. Vrijstellingen en vermindering
Voor de brandstofslangen die niet toegankelijk zijn voor het publiek bedraagt het tarief slechts de helft van de hierboven vermelde tarieven. Pompen die niet voor het publiek toegankelijk zijn, worden minder vaak gebruikt dan deze die wel voor het publiek toegankelijk zijn. Er mag dan ook van uitgegaan worden dat het risico weliswaar aanwezig is, maar in beperktere mate.
Er wordt een vrijstelling voorzien voor tijdelijke mobiele pompen op werven, voor zover de werf minder dan een jaar loopt.
Team Belastingen Economie+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Economie+ |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7360500 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 515.372 |
| 2027 | 545.018 |
| 2028 | 558.181 |
| 2029 | 571.565 |
| 2030 | 582.997 |
| 2031 | 594.657 |
| Totaal | 3.367.790 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
De belasting op het openhouden van drankslijterijen na het gewoon sluitingsuur werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
1. Belast voorwerp
Als belastbaar feit wordt omschreven het openhouden van een drankgelegenheid na het sluitingsuur bepaald in het betrokken politiereglement (na 1u). Als een drankgelegenheid wordt beschouwd een publieke inrichting waar alcoholische dranken ter plaatse kunnen worden genuttigd.
Het zijn immers deze uitbatingen die, door het aantrekken van consumenten op nachtelijke uren, het risico verhogen op overlast. Zij veroorzaken dan ook specifieke kosten inzake toezicht en controle.
Het betreft hoofdzakelijk de drankgelegenheden die nog na het gewoon sluitingsuur open blijven. Ook eetgelegenheden (restaurants, frituren) die gedurende (een deel van) de nacht openblijven en alcoholische dranken verkopen of serveren vallen onder het belastingreglement . Fabrieken en andere productiefaciliteiten met nachtdienst staan niet open voor de consument, en vallen dus buiten de toepassing van dit belastingreglement. Een normale nachtdienst kent een gezamenlijk aankomen en vertrekken van werknemers, met daartussen geen noemenswaardige overlast voor de omgeving, anders dan bij handel en diensten waar de consument vrij in en uit loopt. Voor detailhandel waar na 1u alcoholische dranken verkocht worden, is het belastingreglement op nachtwinkels van toepassing.
Er zijn een aantal vrijstellingen voorzien voor specifieke uitbatingen waar de opening tussen 1u en 5u onlosmakelijk verbonden zijn met de activiteiten en als minder storend of risicovol wordt ingeschat (zie punt 3. vrijstellingen).
Het startuur van 1u is verantwoord door de bijkomende vergunning/melding die de meeste drankgelegenheden nodig hebben om na 1u te mogen openblijven conform het politiereglement van 21 maart 1977 op het sluitingsuur van drankgelegenheden en het openhouden van die gelegenheden na het gewoon sluitingsuur. Het is logisch, wanneer voor deze drankgelegenheden bijkomende toelating nodig is om na 1u open te blijven, dat dit is omdat verder openblijven na 1u als storend wordt ervaren.
2. Belastingplichtige en tarief
De belastingplichtige is de uitbater van de vestiging die tussen 1u en 5u toegankelijk is.
De eigenaar van het gebouw wordt hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de belasting, om deze mee te responsabiliseren voor het gebruik dat van zijn gebouw wordt gemaakt. De eigenaar/verhuurder staat immers een bepaald gebruik van zijn gebouw toe, waarvan hij zich bewust moet zijn dat dit een verhoogd risico tot overlast oplevert.
Voor de horeca-uitbatingen die uitdrukkelijk gekozen hebben voor een sluitingsuur na het gewoon sluitingsuur van drankgelegenheden, wordt eveneens een vermoeden ingesteld dat zij ook effectief na 1u open zijn.
Wanneer een permanente vergunning wordt opgestart of stopgezet in de loop van het aanslagjaar, wordt de belasting pro rata berekend op basis van het aantal maanden waarvoor de vergunning geldt. Elke begonnen maand wordt beschouwd als een volledige maand.
De uitbater die gedurende het belastingjaar al de belasting betaalde voor het permanent openhouden, betaalt voor dat aanslagjaar geen nieuwe belasting op het openhouden wanneer die exploitatie verhuist.
De tarieven behouden een afwijkend tarief voor occasionele nachtopeningen, waarbij gekozen wordt voor een tarief dat vanaf 4 nachten het gewoon tarief voordeliger maakt. Dit moedigt de uitbaters aan een duidelijke keuze te maken, en vermindert de administratieve last van de verwerking van het reglement.
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
3. Vrijstellingen en vermindering
In bepaalde periodes van feestelijkheden, is er een algemene sfeer van toegelaten ‘overlast’, waar de nachtelijke openingsuren van bepaalde uitbatingen evenzeer het gevolg als de oorzaak zijn. Gezien deze feesten voor een sociale samenhang zorgen, moeten zij worden aangemoedigd en kan voor occasionele nachtelijke openingen tijdens deze periodes, een vrijstelling worden ingesteld.
Het gaat dan om de nachtelijke openingen tijdens de Gentse Feesten, bij kerst- en oudejaarsavond, en bij de traditionele feesten van vastenavond of halfvasten. Dit zijn allen volksfeesten die in heel Gent tijdelijk voor nachtlawaai zorgen, maar die deel uitmaken van de sfeer van de stad en zorgen voor sociale samenhang.
Op kleinere schaal kan hetzelfde gezegd worden van de wijkkermissen en buurtfeesten, zij het dat de vrijstelling in die periodes beperkt moet worden tot de straten waar de festiviteiten plaatsvinden.
Gedurende de aanslagjaren 2020 en 2021 werd telkens in diverse aparte gemeenteraadsbesluiten, een pro rata vrijstelling verleend van deze jaarlijkse belasting voor de maanden waarin door de federale overheid een algemeen sluitingsuur voor de cafés werd opgelegd, dat vroeger ligt dan 1 uur. Ook begin 2022 was dit vervroegd sluitingsuur nog van toepassing. De coronacrisis heeft geleerd dat het moeilijk is federale maatregelen te voorspellen.
Ongeacht de reden is het gerechtvaardigd om de belasting te verlagen als een algemene maatregel van een hogere overheid het belastbaar feit verhindert. De regeling die oorspronkelijk als coronamaatregel was ingevoerd, kan daarom in algemene termen worden voortgezet. Er werd met ingang van 2022 voorzien in een vrijstelling, waarbij een aanvullende vrijstelling wordt toegestaan die overeenkomt met de periode waarin de verplichting om vroeger te sluiten van kracht is.
Er wordt ook een vrijstelling toegekend voor exploitanten voor wie de drankgelegenheid een onderdeel vormt van door de Stad Gent betoelaagde activiteiten. Voor deze exploitanten, zoals jeugdhuizen en de uitbaters van ontmoetingscentra, vormt de belasting een vermindering van de door de stad toegekende subsidie, waardoor een vestzak-broekzak operatie ontstaat waarbij de uitbater de belasting betaalt met de subsidie.
Team Belastingen Economie+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Economie+ |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7340700 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 288.322 |
| 2027 | 303.497 |
| 2028 | 309.567 |
| 2029 | 315.758 |
| 2030 | 322.073 |
| 2031 | 328.515 |
| Totaal | 1.867.732 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
De belasting op het privaat gebruik van het openbaar domein werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
1. Belast voorwerp
Als belastbaar feit wordt omschreven het privaat gebruik van het openbaar domein.
Het betreft hier een vergoeding die bijkomend gevraagd wordt van die personen die het openbaar domein, die dient voor het gebruik van allen, wensen te gebruiken voor private doeleinden zoals terrassen, blikvangers, infostands, …
Het is verantwoord, gezien het persoonlijk voordeel dat deze personen verkrijgen uit het openbaar domein, om van hen een bijkomende bijdrage te vragen met oog op de financiering van de openbare dienstverlening.
Enkel de uitdrukkelijk van een tarief voorziene innames kunnen worden belast, overeenkomstig art 170, §4 Grondwet: Geen last of belasting kan door de agglomeratie, de federatie van gemeenten en de gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van hun raad. Wat niet uitdrukkelijk belast wordt, is niet belastbaar (zie 2. Belastingplichtige en tarief). Het reglement voorziet in enkele definities van begrippen die in de tarifering voorkomen.
Er wordt gekozen voor een belasting in plaats van een retributie voor deze vergoeding. De Stad wenst immers aan de hand van de tarifering en bepaalde vrijstellingen, een sturend effect te bekomen in lijn met haar beleidsdoelstellingen waardoor het belastingtarief niet altijd een billijke vergoeding in de zin van een retributie vormt.
2. Belastingplichtige en tarief
De belastingplichtige is degene op wiens naam de stedelijke vergunning is uitgereikt of die het openbaar domein in gebruik neemt.
Doorgaans is dat dezelfde natuurlijke of rechtspersoon. De vergunning is immers verplicht voor een private inname, overeenkomstig het politiereglement op de privatieve ingebruikneming van de openbare weg van 19 maart 1990. Toch moet het reglement uiteraard ook die gevallen dekken waarin zonder vergunning het openbaar domein wordt ingenomen.
Het is logisch deze persoon als belastingplichtige aan te duiden, gezien dit ook de persoon is die het voordeel heeft van het (al dan niet wederrechtelijk) privatiseren van het openbaar domein.
De belasting wordt berekend naargelang de aard van de inname, de ligging, de oppervlakte en de duur van de inname.
Wat de oppervlakte betreft, wordt in eerste instantie het aantal m² vermeld in de vergunning als basis genomen. Dit is de oppervlakte die aan de vergunninghouder voor privatisering is toegestaan en waarvan moet worden aangenomen dat zij wordt gebruikt. Indien bij controle een grotere gebruikte oppervlakte wordt vastgesteld, of een inname zonder vergunning, wordt de oppervlakte belast zoals zij in het proces-verbaal van de vaststelling staat vermeld.
Wat de duur van de inname betreft, wordt voor een stedelijke vergunning waarin geen beperking van duur is opgenomen, een weerlegbaar (bv. bij aangetoonde stopzetting/verhuis) vermoeden ingesteld dat de openbare weg daadwerkelijk in gebruik wordt genomen voor een onbeperkte periode. In dit geval wordt het maximumtarief toegepast, zoals hieronder omschreven. Het maximumtarief geldt per belastingjaar. Bij tijdelijke innames geldt opnieuw de duur zoals vermeld in de vergunning.
Voor de toepassing van deze belasting wordt elke begonnen m² en elke begonnen periode als een volle m² of periode gerekend.
Wat de ligging betreft, wordt voor de meeste tarieven een onderscheid gemaakt tussen 4 tariefzones, waarbij zone 1 de duurste en zone 4 de goedkoopste is.
Zone 1 wordt gevormd door de Gentse Feestenzone zoals in de betreffende politieverordening vastgelegd. Het is de kern van de stad, die ook het hoogste aantal voetgangers/voorbijgangerskent en waar de inname enerzijds aan meer passanten het openbaar domein onttrekt, anderzijds de belastingplichtige ook het meeste rendement van zijn inname heeft.
Zone 2 wordt gevormd door de sfeergebieden, buiten deze die al in zone 1 begrepen zijn. In deze sfeergebieden wordt actief ingezet op promotie door de Stad via de EVA ‘Business Improvement District Gent (BIG)’ vzw. Deze sfeergebieden kennen bovendien een bovenlokale aantrekking, waar de gebieden in bv. de deelgemeenten vooral lokale passanten kennen. De winkelleegstand in de sfeergebieden is ook bijzonder laag (6,5% zoals blijkt uit de Visienota Detailhandel en Horeca 2018-2023), lager dan de rest van Gent, zodat kan worden vermoed dat er meer bezoekers komen. Het hoge aantal passanten blijkt ook uit de passantentellingen van vzw BIG, zodat de keuze voor deze zone(s) correct en onderbouwd is.
Zone 3 wordt gevormd door de kernwinkelgebieden van de deelgemeenten, zoals omschreven in de bijlagen van de Visienota Detailhandel en Horeca zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 19 februari 2018 en latere wijzigingen, met uitsluiting van de straten begrepen in zones 1 en 2.
Zone 4 tenslotte wordt gevormd door de resterende straten.
Voor de innames van terrassen, blikvangers, uitstallingen, zones voor verbruik van eten en drinken, ... geldt dat een bijkomende inname binnen de Gentse Feestenzone èn tijdens de Gentse Feestenperiode, belast wordt aan het betrokken tarief van categorie 1 vermeerderd met 50%. Onder bijkomend wordt verstaan, de oppervlakte die niet reeds belast wordt ingevolge een bestaande geldige vergunning. Het is verantwoord voor die innames een hogere bijdrage te vragen, gezien het aantal passanten – en dus zowel de hinder voor die passanten als het voordeel voor degene die de inname doet – ook sterk verhoogd is tijdens de Gentse Feesten. De andere innames die een apart tarief kennen, worden enkel tijdens de Gentse Feesten toegestaan. Het tarief is daar dan ook al op voorzien.
Daarnaast is ook een tariefverhoging vanaf de tweede vaststelling van 100% voorzien voor de onvergunde innames. Met die innames kan geen rekening gehouden worden bij de planning van andere innames in de buurt, zij worden als hinderlijk ervaren.
Indien een terrasvergunning wordt opgestart of stopgezet in de loop van het jaar, wordt de belasting pro rata berekend op basis van het aantal maanden waarvoor de vergunning geldt. Elke begonnen maand wordt beschouwd als een volledige maand.
Voor terrassen bestaande uit basisoppervlakte en zomeroppervlakte, en die worden stopgezet vóór de aanvang van de zomeropstellingsperiode, wordt de belasting uitsluitend op de basisoppervlakte geheven
a. Een uitstalling, een verkoopstand, een infostand, een blikvanger, wimpel, spandoek of bord voor aankondigingen van o.a. manifestaties of daarmee gelijkgestelde voorwerpen
Dit betreft hoofdzakelijk de zogenaamde ‘andere handelsinnames’, innames die aan handel gerelateerd zijn maar geen terras zijn of andere soort verder gedefinieerde inname. Het is een soort restcategorie. Hier is in een dagtarief voorzien, maar ook een maximumtarief: wanneer (na 10 dagen) dit tarief wordt bereikt stijgt de belasting niet langer.
Een uitstalling en verkoopstand betreffen het plaatsen van koopwaar op het openbaar domein voor de eigen zaak. Wordt koopwaar op het openbaar domein aangeboden, niet voor de eigen zaak, dan betreft het ambulante handel. Voor die vergunning is een retributiereglement van toepassing.
b. Terrassen
De (in dit reglement bedoelde) terrassen hebben uitdrukkelijk tot nut de publiek toegankelijke ruimte van een horecazaak uit te breiden op het openbaar domein. Daarvoor kan een iets hogere bijdrage gevraagd worden dan voor de meeste andere innames.
Het tarief voor terrassen voorziet enkel in een tarief per m² per jaar (dat dus geen maximumtarief is, maar gewoon het tarief is). De tarieven voor terrassen worden bovendien verder opgesplitst per categorie en naargelang het terras over een terrasverwarmer beschikt. Het gebruik van een terrasverwarmer is immers een milieubelastende maatregel: de buitenlucht wordt verwarmd, wat altijd een energie-inefficiënte oefening is. Dit strookt niet met het klimaatbeleid dat de stad wil voeren, zodat het verantwoord is bij gebruik van deze toestellen – of zij nu vast of draagbaar, elektrisch of anders zijn – een extra bijdrage te vragen nu de stad extra inspanningen zal moeten leveren om milieu- en klimaatdoelstellingen te behalen. Dit verhoogd tarief is enkel geldig voor de basisoppervlakte (zijnde de oppervlakte die heel het jaar mag worden gebruik, in tegenstelling tot de zomeroppervlakte). De bijkomende oppervlakte in zomeropstelling, mag immers nooit uitgerust zijn met een terrasverwarmer overeenkomstig het terrasreglement.
c. Tenten met verbruik van eet- en/of drankwaren
Het gaat hier om afgedekte zones waarbinnen eet- of drankwaren beschikbaar zijn, in tegenstelling tot de terrassen waar zij wel kunnen worden genuttigd, maar waar de eet- of drankwaren zelf in de horecazaak bewaard worden.
Rond dergelijke innames bevindt zich vaak publiek, waardoor het niet evident is een exacte oppervlakte te bepalen. Er is dan ook een forfait voor kleine (tot 100m²) en één voor grote tenten (>100m²) voorzien. Gezien dit steeds tijdelijke innames zijn, is er enkel voorzien in een dagtarief.
d. Tap- en schenkinstallaties binnen de Gentse Feestenzone én tijdens de Gentse Feestenperiode
Dit soort innames verhogen de verkoopscapaciteit per uur, door op het openbaar domein een bijkomende verkoopsinstallatie te voorzien. Dit tarief kan gecombineerd worden met het tarief voor een terras. Dit tarief betreft enkel de installatie zelf, en kent daarom een forfait per dag. Gezien opnieuw geen innames van onbepaalde duur van dit type toegelaten zijn, wordt enkel in een dagtarief voorzien.
Aangezien enkel binnen de Gentse Feestenzone wordt toegestaan, moet er geen tarief ‘categorie 2’ of ‘buiten de sfeergebieden’ voorzien worden.
Gezien dit soort inname enkel toegelaten wordt tijdens de Gentse Feesten, en binnen de Gentse Feestenzone wordt voorgesteld om niet in een verhoging te voorzien.
e. Straatanimatie, -muzikant binnen de Gentse Feestenzone én tijdens de Gentse Feestenperiode
Hoewel ook een inname van het openbaar domein, kan dit soort inname zich moeilijk in een aantal m² laten uitdrukken. De ingenomen ruimte zal afhangen van de passanten en valt ook niet op voorhand in te schatten. Toch is het verantwoord, gezien er duidelijk een persoonlijk voordeel voor de vergunninghouder is, een bijdrage te vragen. De bijdrage wordt gedifferentieerd naar het aantal personen in de artiestengroep.
Gezien dit soort inname enkel toegelaten wordt tijdens de Gentse Feesten, is het tarief hierop reeds voorzien en is er geen verhoging noodzakelijk.
f. Gebruik van plein, park of straat voor manifestaties in open lucht
Het betreft hier grootschalige tijdelijke manifestaties zoals optredens, waarvoor grote oppervlaktes worden ingenomen en waarvoor het raadzaam is een forfait te voorzien. Het Sint-Pietersplein is een plein met afmetingen buiten verhouding ten aanzien van de andere pleinen in Gent, en kent daardoor een hoger tarief waarbij ¼ van het plein overeenkomt met een ander Gents plein. Er wordt voorzien in een forfait per dag.
Pleininnames tijdens de Gentse Feesten vallen onder de vrijstelling van gesubsidieerde activiteiten (zie verder), zodat er geen apart Gentse Feesten-tarief voorzien is voor deze soort inname.
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
3. Vrijstellingen en vermindering
Indien de inname is toegestaan bij wijze van toewijzing per opbod, overheidsopdracht, concessie of andere overeenkomst kan bovendien aangenomen worden dat een vergoeding in lijn met de doelstellingen van dit reglement reeds in die specifieke procedure deel uitmaakt van de onderhandelingen, zodat toepassing van het belastingreglement ook daar een dubbele last zou uitmaken.
Verder kunnen de vrijstellingen ingedeeld worden in vrijstelling voor bepaalde belastingplichtige, of voor bepaalde soorten innames.
Tot slot kan het college van burgemeester en schepenen, mits bekrachtiging door de gemeenteraad, nog bijkomende gemotiveerde vrijstellingen toekennen. Het is immers niet mogelijk alle innames waarvoor een vrijstelling in lijn ligt met het doel van de belasting en de andere beleidsdoelen van de Stad Gent, vooraf te bepalen. Een bekrachtiging door de gemeenteraad verzekert conformiteit met art 41, 14° van het DLB.
a. Bepaalde belastingplichtigen
Gent zet in op jongeren en jeugdwerking. Daarom is het verantwoord innames door Gentse onderwijsinstellingen en de door hen erkende jeugd- en studentengroeperingen vrij te stellen van deze belasting voor de activiteiten die zij op het openbaar domein organiseren.
De erkende verenigingen dragen op sociaal, cultureel of sportief vlak bij aan een gezonde maatschappij. Door hun erkenning stelt de stad hun initiatieven te ondersteunen. Het zou niet productief zijn de vaak beperkte en in vele gevallen zelfs door de stad of de Federale, Vlaamse of andere lokale overheid gesubsidieerde werkingsmiddelen te beperken door hun werking op het openbaar domein te belasten. Daarom kan voor die verenigingen een vrijstelling ingesteld worden. Ook niet-erkende verenigingen die zijn aangesloten bij een erkende koepelorganisatie vallen onder deze vrijstelling. Op die manier wordt een ruimere en meer inclusieve toepassing van de vrijstelling mogelijk gemaakt, in lijn met de praktijk en het ondersteuningsbeleid ten aanzien van het verenigingsleven.
Openbare besturen en diensten beperkt tot de leden van Groep Gent vervullen per definitie een maatschappelijk verantwoord doel. In feite vervullen zij een overheidsfunctie. Het is ongepast dat de ene overheid zich van werkingsmiddelen voorziet door het belasten van de werking van een dergelijk openbaar bestuur of openbare dienst. Daarom is het verantwoord ten aanzien van hen in een vrijstelling te voorzien.
Terrasinnames worden van de vrijstellingen voor erkende verenigingen, onderwijsinstellingen, jeugd- en studentengroeperingen, betoelaagde activiteiten, openbare besturen en Groep Gent uitgesloten, om oneerlijke concurrentie tegen te gaan.
b. Bepaalde soorten innames
Innames die te maken hebben met officiële verkiezingen, volksraadplegingen of burgerinitiatieven (zoals bedoeld in art. 309, 1e lid DLB, art. 304, §1 DLB en het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad) vervullen een bijzonder maatschappelijk belang. Het gaat vaak over infostands. Het bestuur kiest immers bewust voor een participatief beleid waarin de drempel voor de burger laag moet zijn. Deze innames belasten zou een ontmoediging van het democratisch proces inhouden.
Circussen zorgen voor een positief effect op de omgeving doordat zij mensen naar de stad lokken. Ter compensatie voor dit positief effect, is het verantwoord vrijstelling van de belasting te verlenen.
Fietsrekken ondersteunen het mobiliteitsbeleid dat de Stad Gent wil voeren, door de stad aantrekkelijk te maken voor het 2e alternatief: Trappen (STOP-principe: stappen, trappen, openbaar vervoer, persoonlijk vervoer). Fietsrekken geplaatst door personen toch belasten, zou dat beleidsdoel net ontraden. Daarom is het verantwoord deze inname vrij te stellen.
Bepaalde activiteiten worden, hoewel zij niet door een erkende vereniging worden georganiseerd, toch specifiek betoelaagd door de Stad Gent. De innames van deze activiteiten dan toch nog belasten, zou op een vestzak-broekzak operatie neerkomen die de betoelaging uitholt. Daarom wordt voor deze activiteiten een vrijstelling voorzien. Activiteiten die er deels in bestaan een terras uit te baten, begeven zich in concurrentie met professionele horeca waardoor het niet verantwoord is de vrijstelling voor dit soort inname aan te houden.
Planten- en bloembakken, geplaatst als decoratief element (in tegenstelling tot deze geplaatst met oog op verkoop van de planten of bloemen) hebben een positief effect op het straatbeeld. Het betreffen initiatieven van de burger die zijn omgeving aantrekkelijker maken voor zichzelf en de anderen rond hem. Dit initiatief moet worden aangemoedigd, en kan dus worden vrijgesteld van deze belasting.
Dekenijfeesten en buurtfeesten zorgen voor lokale sociale samenhang, en dragen bij aan een gezonde maatschappij. Deze positieve effecten moeten ondersteund worden. Daarom is het verantwoord een vrijstelling van de belasting voor inname te voorzien.
Bepaalde lokale burgerinitiatieven hebben duidelijk geen commercieel doel maar willen (vaak op zeer lokaal vlak) de sociale cohesie bevorderen, zoals het plaatsen van een picknickbankje. Door het kleinschalig maar positief effect van deze innames is het verantwoord om ze vrij te stellen.
Specifiek voor de terrassen die ingevolge schorsingsbesluit van het college van burgemeester en schepenen minimum 1 maand niet kunnen worden geplaatst, is momenteel een vrijstelling voorzien. Deze vrijstelling vormt een compensatie voor de overlast die door wegenwerken of andere oorzaak waarbij het bestuur zich geneigd ziet een eerder vergunde inname van onbepaalde duur te schorsen, veroorzaakt wordt.
Team Belastingen Economie + is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
|
|
Terrassen | Andere innames in dit reglement | ||
| Dienst* | Feesten en Ambulante Handel | Belastingen Economie+ | Feesten en Ambulante Handel | Belastingen Economie+ |
| Budgetplaats |
|
|
|
|
| Categorie* | 7360800 | 7360800 | 7369900 | 7369900 |
| Subsidiecode |
|
|||
| 2026 | 399.559 | 838.346 | 160.396 | 78.847 |
| 2027 | 420.589 | 883.999 | 163.944 | 83.168 |
| 2028 | 429.000 | 903.052 | 167.222 | 84.986 |
| 2029 | 437.581 | 922.459 | 170.567 | 86.836 |
| 2030 | 446.332 | 940.808 | 173.978 | 88.573 |
| 2031 | 455.259 | 959.726 | 177.457 | 90.345 |
| Totaal | 2.588.320 | 5.448.490 | 1.013.564 | 512.755 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
De belasting op reclame zichtbaar van op de openbare weg werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening- ook op lange termijn - niet in het gedrang.
1. Belast voorwerp
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor reclame zichtbaar van op de openbare weg, groter of gelijk aan een A1-formaat ( 59,4 x 84,1 centimeter). Dit omvat eveneens reclame zichtbaar van op de openbare weg geplaatst op privaat domein of op gewestwegen.
2. Belastingplichtige en tarief
Het belastingreglement voorziet in een getrapte aanduiding van de belastingplichtige. De belastingplichtige is in eerste instantie de (natuurlijke of rechts-) persoon die de reclamevoering beheert en/of exploiteert. Indien deze persoon geen aangifte heeft gedaan en niet gekend is, is de belasting verschuldigd door de begunstigde van de reclamevoering.
Ondergeschikt kan de eigenaar van de grond, het gebouw andere constructie waarop de reclame is aangebracht als belastingplichtige worden aangeduid. Indien de reclame werd aangebracht op een voertuig kan de eigenaar en/of de kentekenplaathouder van het voertuig aangesproken worden als belastingplichtige. Deze laatste bepaling geeft de administratie een stok achter de deur om de eigenaar van een woning, die vaak voor het gebruik van zijn gevel wordt vergoed en dus ook mee het belastbaar feit mogelijk maakt, ertoe aan te zetten de werkelijke reclame-uitbater op te geven.
Bovendien zijn de hiervoor genoemde personen, teneinde de inning van de belasting te verzekeren, hoofdelijk aansprakelijk voor de belasting.
De tarieven houden rekening met de oppervlakte van de reclame. De oppervlakte van het reclamepaneel vormt een redelijk verantwoord en pertinent criterium om het tarief van de belasting te differentiëren, zo stelde ook de rechtbank (Rb. Oost-Vlaanderen (afd. Gent) 13 april 2010, nr. 10/4737, Media Advertising / Stad Gent).
Met uitzondering van de vaste reclame, wordt de duur van de reclamevoering ook in rekening gebracht bij de bepaling van het verschuldigde tarief. De duur kan als pertinent criterium worden beschouwd, en biedt de mogelijkheid occasionele aankondigingen aan een beperkt tarief te onderwerpen gezien hun geringere impact op de omgeving.
Voor de vaste reclame wordt echter niet voorzien in een dagtarief, maar in één (jaar)tarief. Vaste reclameborden worden namelijk zelden voor minder dan 20 dagen geplaatst. In de praktijk voerde de administratie pas een tweede controle na minimaal 20 dagen, zodat er bewijs is dat het maximumtarief van toepassing is. Hoewel dit systeem de correcte tarifering garandeert, brengt het een onnodige administratieve werklast met zich mee. Door een enkel tarief toe te passen, wordt deze werklast vermeden en wordt efficiënter gewerkt.
Voor gewone reclame bedraagt het (jaar)tarief 110 euro. Bij dynamische reclame ligt het tarief hoger omdat dynamische reclame de gebruikers van de openbare weg meer afleidt en dus voor een verhoogd mobiliteitsrisico staat.
Voor mobiele reclame, die hoofdzakelijk met het opzet van reclame op de openbare weg wordt verplaatst, wordt een hoger tarief vastgesteld omwille van de hinder die mobiele reclamevoering veroorzaakt in de stadskern (traag rijden met verschillende wagens na elkaar in druk verkeer…) terwijl dit voor de vaste reclame niet het geval is. Bij deze mobiele reclamedragers zal het gebruik van de openbare weg zich hierin veruitwendigen dat zo traag en zo dikwijls mogelijk de meest drukke straten worden aangedaan om een maximaal reclame effect te bereiken. Veeleer het tegenovergestelde is het geval wanneer het gebruik van de openbare weg door een andere reden is ingegeven dan het maken van reclame en wanneer het gebruik van de openbare weg in die omstandigheden slechts de aanleiding voor het maken van reclame is (R.v.St, 13 december 1991, nr. 38.338).
Voor zover een maximumtarief naast een dagtarief van toepassing is, bedraagt dit ca. 20x het dagtarief. Hierdoor valt het tarief na minder dan een maand al in het voordeel van de belastingplichtige uit. Dit vereenvoudigt de administratie (bij uitbater en stad) omdat het dagtarief hierdoor eerder uitzonderlijk wordt toegepast.
De tarieven worden afgerond tot op de euro, zowel wat de dagtarieven als de maximumtarieven betreft.
Tot slot wordt voorzien in een minimale belasting, om te vermijden dat bepaalde belastingdossiers meer zouden kosten aan verwerkingskosten dan zij opbrengen, wat in strijd zou zijn met het financieel doel van de belasting.
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
Er wordt een getrapt systeem van belastingverhoging gehanteerd. Met een tarief van 0% voor een eerste inbreuk voor een welbepaald feit wordt uiting gegeven aan de in het bestuursakkoord opgenomen gedachte van het “recht op vergissing”. Door gebruik van een oplopend tarief tot het wettelijk toegelaten maximum van 200%, worden hardleerse belastingplichtigen aangemoedigd om correct en tijdig aan de aangifteverplichting te voldoen.
3.Vrijstellingen
Een aantal reclamedragers zijn van de belasting vrijgesteld omwille van meestal intrinsieke eigenschappen van het soort reclame.
Zo is reclame door of bevolen door openbare besturen, openbare diensten en onderwijsinstellingen vrijgesteld. Deze reclame dient een publiek informatiedoel van per definitie maatschappelijk relevante diensten. In het geval van onderwijsinstellingen gaat het om de opvoeding van de jongeren die onze toekomst zijn, waarover zij en de ouders maximaal moeten kunnen worden geïnformeerd.
Notariële aankondigingen zijn vaak bij wet voorgeschreven (bvb aankondigingen openbare verkopen). Aankondigingen bij wet voorgeschreven moeten worden verondersteld een maatschappelijk doel te dienen, en kunnen om die reden uitgesloten worden van het belastingreglement.
Reclame in verband met partijen of kandidaten op een verkiezingslijst voor één van de verschillende officiële verkiezingen, wordt vrijgesteld. De vrijstelling is beperkt tot de sperperiode en tot twee weken na de verkiezingsdag. Deze reclame aan een belasting onderwerpen tijdens de sperperiode of vergelijkbare relevante periode, periode bij uitstek waarin de burger zich over de kandidaten of onderwerpen een mening moet vormen, zou een beperking inhouden van het democratisch proces die ongewenst is. Om die reden kunnen deze aankondigingen van de belasting worden vrijgesteld.
Om gelijkaardige redenen wordt reclame die verband houdt met het aanvragen of organiseren van burgerinitiatieven in de gemeenteraad (zoals bedoeld in art. 309, 1e lid DLB, art. 304, §1 DLB en het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad) niet belast. Het bestuur kiest immers bewust voor een participatief beleid waarin de drempel voor de burger laag moet zijn. Gezien deze initiatieven op om het even welk ogenblik kunnen worden opgestart, is deze vrijstelling niet in tijd beperkt. Deze laatste vrijstelling wordt ruim verwoord, zodat er geen twijfel kan zijn over het feit dat alle verspreidingen in het kader van burgerinitiatieven vrijgesteld zijn van de belasting.
Reclame op sportterreinen die uitsluitend gericht is naar de plaats van de sportbeoefening, is slechts bijkomstig zichtbaar van op de openbare weg. Het doel van deze reclamedragers is niet om de voorbijgangers op de openbare weg te bereiken, maar de spelers en toeschouwers van de sportactiviteit. Gezien de beperkte invloed op de voorbijgangers op de openbare weg – zowel naar reclamevoering als visuele verstoring – is het verantwoord, ook met het oog op ondersteunen van de sportclubs (zie ook verder), om voor deze reclamedragers in een vrijstelling te voorzien.
Reclame voor ter plaatse uitgeoefende activiteiten of uithangborden, vervullen eerder de functie om een locatie aan te duiden/identificeren dan om producten of diensten aan te prijzen. Dat gebeurt ook, maar is eerder bijkomstig aan het identificeren van de zaak. Het belasten van deze uithangborden zou een bijkomende belasting betekenen op zowat alle economische actoren van de stad, wat niet het doel is van deze belasting. Een uithangbord hoort bij een normale uitbating van een bedrijfsvestiging. De impact op het verkeer en visuele hinder kan als miniem omschreven worden, zodat een vrijstelling in het kader van deze belasting verantwoord is.
Reclame op voertuigen met een geldige inschrijving bij de DIV, die enkel betrekking heeft op de beroepsactiviteit van de eigenaar van het voertuig voor zover de reclame niet gevoerd wordt op een constructie aangebracht op of aan het voertuig, wordt van de belasting vrijgesteld om te vermijden dat een bedrijfslogo, aangebracht op de bedrijfswagens, als mobiele reclame zou worden belast. Door de vrijstelling te beperken tot reclame die niet op een aparte constructie is aangebracht, blijft zij beperkt tot normale bestickering van voertuigen.
Vele evenementen zijn slechts mogelijk door sponsoring van adverteerders. Wielerwedstrijden berusten op teams die door bedrijven worden gesponsord. Die reclamewagens maken deel uit van de wielerwedstrijd. Tijdens de wielerwedstrijd is de straat afgesloten. Deze voertuigen rijden ook niet opvallend traag, maar houden tred met de wielerwedstrijd zelf. Deze reclamewagens belasten, zou de organisatie mogelijk doen besluiten onze stad niet langer aan te doen, terwijl de doorgang van een wielerwedstrijd de burgers toch samen in een sociale samenhang op de been brengt. Met het oog op dat sociaal-maatschappelijk doel, is het verantwoord voor deze reclamewagens een vrijstelling te voorzien.
De Gentse Feesten zijn eveneens een vast kenmerk van de stad, en beogen een versterking van het sociaal weefsel door de Gentenaar samen te laten feestvieren in diens stad. Gezien dit evenement mede door sponsoring het feest kan zijn dat het vandaag de dag is, is het verantwoord de reclame tijdens deze Gentse Feesten van de belasting vrij te stellen. Hetzelfde kan gesteld worden over de buurtfeesten en dekenijfeesten, die op kleinere schaal eenzelfde positief sociaal effect teweegbrengen, en de kleinere evenementen die door het college van burgemeester en schepenen zijn toegelaten. Bij deze evenementen wordt de vrijstelling beperkt tot de locatie van de feesten.
Door de Stad Gent erkende verenigingen of niet-erkende verenigingen die aangesloten zijn bij een erkende koepelorganisatie, dragen op sociaal, cultureel of sportief vlak bij aan een gezonde maatschappij. Door hun erkenning stelt de stad hun initiatieven te ondersteunen. Het zou niet productief zijn de vaak beperkte en in vele gevallen zelfs door de stad gesubsidieerde werkingsmiddelen te beperken door de reclame voor die positieve activiteiten te belasten. Daarom kan voor die verenigingen een vrijstelling ingesteld worden. Hetzelfde kan gesteld worden voor die verenigingen en instellingen waarvan de federale overheid heeft aangeduid ze te willen ondersteunen door giften aan deze instellingen fiscaal aftrekbaar te maken: door ze nominatief op te nemen in art 145/33, §1, 1° WIB92 of ze op te nemen op de lijst van erkende instellingen overeenkomstig art 145/33, §1, 3° WIB92.
Tot slot wordt een vrijstelling voorzien voor reclame die aangebracht wordt op de daartoe voorziene aanplakborden, ongeacht het formaat van de affiches. Deze reclame brengt namelijk geen ongewenste visuele hinder met zich mee, aangezien zij uitsluitend geplaatst wordt op locaties die door het stadsbestuur gekozen werden.
Team Belastingen Economie+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Economie+ |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7342200 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 1.061.249 |
| 2027 | 1.085.986 |
| 2028 | 1.111.152 |
| 2029 | 1.136.754 |
| 2030 | 1.159.489 |
| 2031 | 1.182.679 |
| Totaal | 6.737.309 |
Het college van burgemeester en schepenen besliste op 20 november 2025 om de vernieuwing van het belastingreglement op de film- en erotische voorstellingen voor de periode 2026-2031 voor te leggen aan de gemeenteraad van december 2025.
In de bijlage is een verkeerd tarief opgenomen voor 2026. Het tarief is verkeerdelijk slechts 2% hoger dan het tarief van 2025.
Stadsbreed is behoudens afwijking een indexatie van 8,61% voorzien voor de startpositie van 2026 (als inhaalbeweging voor de inflatie van de afgelopen jaren).
De bijlagen bij huidig besluit vervangen de bijlagen van het te amenderen besluit.
Keurt goed de amendering van het ontwerp gemeenteraadsbesluit betreffende ‘Belasting op film- en erotische voorstellingen voor het aanslagjaar 2026-2031’, in die zin dat de bijlagen 'Belasting op film- en erotische voorstelling' en 'Belasting op film- en erotische voorstellingen - word' worden vervangen door de nieuwe versies zoals gevoegd bij dit besluit.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3 en artikel 41, 9° en 14°.
De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
De belasting op film- en erotische voorstellingen werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
1. Belast voorwerp
Als belastbaar feit wordt omschreven het gewoonlijk op commerciële basis organiseren van film-, video- of DVD-voorstellingen.Daarnaast wordt ook het aanbieden van erotische voorstellingen belast.
Dit is verantwoord nu deze voorstellingen een veiligheidsrisico en hinder voor de omgeving veroorzaken, die een bijkomend toezicht van de stads- en politiediensten noodzaken. Voor de filmvoorstellingen zit dit risico vooral in de samenloop van toeschouwers op dezelfde plek op hetzelfde tijdstip. Voor de erotische voorstellingen gaat het vooral om een veiligheidsrisico met betrekking tot live-voorstellingen die erop gericht zijn toeschouwers op te winden.
De belastingplichtige is de natuurlijke- of rechtspersoon die gewoonlijk commerciële film- of erotische voorstellingen organiseert.
De belasting wordt gevestigd op basis van een forfaitair bedrag per al dan niet betalend toegangsbewijs. Op die manier kan het aantal samenkomende personen worden benaderd, wat in lijn ligt met de veiligheidsmotivering. Dit wordt ook door de rechtspraak aanvaard (zie o.m. Cass. 16 juni 2016, F.15.0089.N). Een onderscheid tussen betalende en niet-betalende tickets zou een ongerechtvaardigd verschil betekenen nu een niet-betalende bezoeker evenzeer op hetzelfde tijdstip op dezelfde locatie komt.
Voor filmvoorstellingen wordt bijkomend een onderscheid gemaakt naargelang er per dag meer of minder dan 2.000 toeschouwers samenkomen, wat opnieuw in het verlengde ligt van de veiligheidsmotivering. Grotere toeschouwersstromen betekenen grotere risico’s.
Voor erotische voorstellingen wordt een onderscheid gemaakt naar het type voorstelling, waarbij live voorstellingen als meer risicovol worden beschouwd door de aanwezigheid van de performer, en privé-cabines nog meer risicovol door (de illusie van) persoonlijk contact.
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
Er wordt een getrapt systeem van belastingverhoging gehanteerd. Met een tarief van 0% voor een eerste inbreuk voor een welbepaald feit wordt uiting gegeven aan de in het bestuursakkoord opgenomen gedachte van het “recht op vergissing”. Door gebruik van een oplopend tarief tot het wettelijk toegelaten maximum van 200%, worden hardleerse belastingplichtigen aangemoedigd om correct en tijdig aan de aangifteverplichting te voldoen.
3. Vrijstellingen en vermindering
In dit belastingreglement zijn geen vrijstellingen voorzien.
Team Belastingen Economie+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Economie+ |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7351000 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 551.492 |
| 2027 | 580.519 |
| 2028 | 592.129 |
| 2029 | 603.972 |
| 2030 | 616.051 |
| 2031 | 628.372 |
| Totaal | 3.572.536 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°.
De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
1. Belast voorwerp
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor de inname van het openbaar domein voor het uitvoeren van werken, ofwel de 'werven'. Dit omvat elke inname van het openbaar domein voor de uitvoering van werken waarvoor een vergunning of andere toelating van de Stad Gent vereist is.
Een niet-limitatieve opsomming moet dit begrip verduidelijken: steigers, werfinrichtingen, bouwkranen, bouwliften, dakliften, hoogtewerkers, werfafsluitingen, werfketen, werftoiletten, stroomgroepen, opslag van materieel of materiaal, gevelschoring, big-bags, puincontainers, betonmolens, betonbakken, silo’s en de zone aangeduid door parkeerverbodsborden. Uiteindelijk is het gebruik bij het uitvoeren van werken van belang. Containers waarin een activiteit verder wordt uitgevoerd bij verhindering daarvan op de normale locatie door werken, worden uitdrukkelijk ook als werf beschouwd. Het is verantwoord voor deze innames een bijkomende vergoeding te vragen. Waar de inname specifiek voor werken een positief effect heeft op de uitstraling van de stad (na afloop van de werken althans), kan door een financiële prikkel de belastingplichtige ertoe aangezet worden de inname in oppervlakte en duur zoveel mogelijk te beperken en op die manier mee te zorgen voor Minder Hinder. Werven op het openbaar domein zorgen immers voor (verkeers)hinder voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en/of personenwagens.
Werken aan en in het openbaar domein zelf zijn uitgesloten van deze belasting. Het is niet mogelijk het openbaar domein waaraan gewerkt moet worden, niet in gebruik te nemen. Bovendien wordt voor werken aan nutsvoorzieningen in de openbare weg al een aparte retributie gevraagd.
Innames op de waterwegen worden eveneens uitdrukkelijk uitgesloten van de toepassing van het reglement. Deze innames zijn aanzienlijk minder hinderlijk dan de innames op de wegen te lande, zodat een verplaatsing van werfvervoer en -inname naar de waterweg tegemoet komt aan het nevendoel van de belasting en een belasting deze verplaatsing zou afremmen.
2. Belastingplichtige en tarief
De belasting is verschuldigd door de bouwheer van de werken. Deze heeft immers het overzicht over de verschillende aannemers (of heeft iemand aangesteld om dit in zijn naam en voor zijn rekening te doen) en kan bij de contractuele onderhandelingen de inperking van de inname bedingen. Bovendien blijft de bouwheer dezelfde voor de hele duur van de werf, terwijl aannemers mekaar kunnen afwisselen binnen één en dezelfde werf. Aannemers die zichzelf als bouwheer aanduiden op de aanvraagformulieren, worden onherroepelijk als bouwheer aangeduid. Van een aannemer mag een professionaliteit en aandacht verwacht worden, waardoor later (naar aanleiding van de belasting) geen discussie meer moet gevoerd worden over hun eigen vermeldingen.
Is de bouwheer niet gekend (bijvoorbeeld omdat geen vergunning werd aangevraagd), dan wordt de eigenaar (of andere houder van een zakelijk recht) van het perceel waaraan de bouwwerken plaatsvinden als belastingplichtige aangeduid. Meestal zal dit de bouwheer zijn, minstens zal de bouwheer in samenspraak met deze eigenaar handelen. In voorkomend geval kan de belasting verdeeld worden over de mede-eigenaars naar evenredigheid van hun aandeel eigendom.
De belasting wordt berekend in functie van de ingenomen oppervlakte en de duur van de inname. Daarbij is er een weerlegbaar vermoeden dat de periode en oppervlakte overeenstemmen met deze voorzien in de vergunning(en). Latere startdatum of vroegere beëindiging van de werf kan maar in rekening worden gebracht na verzoek tot wijziging van de vergunning aan de administratie. Bij de planning van werken en andere innames, houdt de administratie immers rekening met de haar gekende innames zoals zij ze vergund heeft. De door de bouwheer gereserveerde oppervlakte blijft hem toegewezen in de planning, ook al maakt hij er geen gebruik van. Hij blijft dus hinder veroorzaken. Indien er een grotere oppervlakte wordt vastgesteld, neemt de oppervlakte bepaald in het proces-verbaal voorrang op de oppervlakte bepaald in de vergunning.
Het tarief per vierkante meter, is groter voor grotere werven. Daarmee wordt uiting gegeven aan de toegenomen hinder. Voor kleine werven (<15m²) is een dagforfait voorzien. Daarnaast kunnen twee hindertoeslagen van toepassing zijn. Enerzijds is er een toeslag per dag naargelang het aantal meter ingenomen parkeerplaats. De inname van parkeerplaatsen voor werven creëert immers bijkomende parkeerdruk in de omgeving en dus extra hinder voor omwonenden en bezoekers. Het is daarbij niet belangrijk of de parkeerplaats al dan niet betalend is, gezien de omwonenden in een betalende zone doorgaans over een parkeerkaart beschikken en de hinder dus nagenoeg gelijk is. Anderzijds is er een toeslag per dag voor doorstromingshinder of omleidingen. Doorstromingshinder zorgt er immers voor dat voetgangers en fietsers een extra fysieke inspanning moeten leveren, gemotoriseerd verkeer moet dan weer een omweg maken die voor extra uitstoot in de stad zorgt.
Werven zonder vergunning zijn bij de administratie niet gekend (totdat zij bij controle worden opgemerkt). Zij kan er in de planning van andere innames dan ook geen rekening mee houden. Daardoor worden mogelijk onuitvoerbare vergunningen toegekend, of ontstaat ongeplande verkeershinder. Om die reden zijn die onvergunde innames extra hinderlijk, en worden die bij detectie aan een hoger tarief belast. Deze verhoging is om dezelfde redenen eveneens van toepassing op de parkeertoeslag en de toeslag wegens doorstroomhinder.
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken. De administratie bereidt echter een grondige herziening van dit belastingreglement voor, waarop in 2026 volop zal worden ingezet.
3. Vrijstellingen
Er is een vrijstelling voorzien voor de eerste kalenderdag van de werf, te rekenen vanaf de startdatum vermeld in de vergunning. Deze vrijstelling is bedoeld als toegift naar de bewoners die heel kleine onderhoudswerken aan hun woning moeten uitvoeren. Tegelijk betekent de vrijstelling een aansporing om de werven zo maximaal mogelijk te beperken, waardoor zij gratis zijn. In het kader van deze vrijstelling wordt gesproken van een nieuwe werf (en een nieuwe vrijstelling) wanneer er minstens 3 maanden geen inname is geweest. Om doorstroomhinder extra te ontraden, is de vrijstelling op die toeslag niet van toepassing. Werven zonder vergunning gestart, zijn extra hinderlijk - want er kan geen rekening mee gehouden worden in de planning - en zijn dus ook uitgesloten van de vrijstelling.
Verder is er een vrijstelling van de belasting voor de innames door de leden van Kerngroep Gent en door de Gentse Kerkfabrieken. Groep Gent is het geheel van publiekrechtelijke organisaties die specifiek actief zijn op het grondgebied van de stad Gent en waarvan de doelstellingen en activiteiten volledig of voor een significant deel voortvloeien uit het Strategisch Meerjarenplan zoals goedgekeurd door de democratisch verkozen organen van de Stad zoals opgenomen in het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 20 oktober 2016. Stad Gent is, samen met haar partners, bij uitstek gelast met het uitvoeren van haar beleidsdoelstellingen omtrent stedelijke ontwikkeling, mobiliteit en stadsplanning. Om deze doelstellingen te verwezenlijken zal Stad Gent haar beleid volgen en met andere woorden andere middelen aanwenden dan de betrokken belasting. Het heffen van een belasting in hoofde van Stad Gent (en haar partners) heeft ook geen nut, aangezien het heffen van de belasting er toe zou leiden dat men zichzelf een belasting betaalt. Dit zou resulteren in een vestzak-broekzak transactie, wat tot een nuloperatie leidt. Eenzelfde redenering gaat op voor de ergekende erediensten, waarvoor Stad Gent immers verplicht is tekorten bij te passen conform het Decreet betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
Een gelijkaardige vrijstelling is van toepassing wanneer de inname plaatsvindt in het kader van een sociaal woonproject. Dergelijke projecten worden opgezet om te voorzien in de huisvesting van gezinnen of alleenstaanden of om hun woonsituatie te verbeteren. Het behoort tot de beleidsdoelstellingen van Stad Gent om te voorzien in een voldoende sociaal woonaanbod. Om de realisatie van sociale huisvesting door private initiatiefnemers en ontwikkelaars (en alternatieve uitvoeringswijzen) extra te stimuleren is het wenselijk om dergelijke innames, die per definitie aanleiding geven tot een groter sociaal woonaanbod, vrij te stellen van de belasting. Gelet op de doelstelling van deze vrijstelling is, ingeval de inname plaatsvindt in het kader van een gemengd bouwproject, slechts pro rata van toepassing in verhouding tot de bruto vloeroppervlakte.
Voor de definiëring van een sociaal woonproject wordt verwezen naar het Vlaams Codex Wonen, meer bepaald artikel 1.3, §1, 70° VCW. Met deze definitie wordt de vrijstelling beperkt tot ‘zuivere’ sociale woonprojecten: enkel sociale huurwoningen die in eigendom of in huur komen van Thuispunt Gent, eventueel verweven met een gemeenschapsfunctie. De meeste projecten zullen door Thuispunt Gent gerealiseerd worden, maar ook andere initiatiefnemers (sogent, private ontwikkelaars, …) die sociale huurwoningen realiseren om aan Thuispunt Gent te verkopen of te verhuren worden niet uitgesloten.
De vrijstellingen voorzien voor innames door de leden van Groep Gent, door de Gentse Kerkfabrieken en door sociale woonprojecten zijn beperkt tot de eerste drie aanslagjaren Er wordt daarmee een evenwicht gezocht tussen twee beleidsdoelstellingen, met name het Minder Hinder beleid en het Woonbeleid/Patrimoniumbeheer.
Team Belastingen Economie+ is belast met toezicht op en de uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Economie+ |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7361000 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 4.353.394 |
| 2027 | 4.579.683 |
| 2028 | 4.705.272 |
| 2029 | 4.835.074 |
| 2030 | 4.969.256 |
| 2031 | 5.107.996 |
| Totaal | 28.550.675 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
De belasting op het verspreiden van niet-geadresseerde drukwerken werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening- ook op lange termijn - niet in het gedrang.
1. Belast voorwerp
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor het verspreiden van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten.
Deze belasting verhaalt een deel van de kosten van ophaling en verwerking van papierafval op de vervuiler. Door de ophaling van oud papier ontstaat milieuschade doordat er extra vrachtwagens moeten ingezet worden om het oud papier, los van de restfractie huisvuil, op te halen.
Er wordt uitdrukkelijk niet gesproken over ‘reclamedrukwerk’, maar alle niet-geadresseerde drukwerken. Onafhankelijk van de inhoud, belandt zo niet alle, dan toch het merendeel van het niet-geadresseerd drukwerk snel in de afvalstroom. Reclameboodschappen worden niet anders verwerkt dan ander drukwerk. De belasting vormt zo (een deel van) de uitvoering van art. 26 van het Decreet van 23 december betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
De Stad Gent vertrouwt haar afvalbeheer toe aan IVAGO en voorziet in haar jaarlijks budget een bijdrage aan Ivago van meer dan 52 mio. in 2024 werd dit verhoogd naar 55 mio, wegens overname van activiteiten DBSE. Het totaal ontvangstenbudget van deze afvalintercommunale bedroeg in 2023 81 mio. Zo werd in 2023 ongeveer 13.425 ton aan papier en karton ingezameld naast het volume rondslingerend papier bij het straatvegen.
Niet-geadresseerde drukwerken worden gezien als verspreidingen die niet gericht zijn aan een specifiek adres. Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt beschouwd als niet-geadresseerd.
De gelijkgestelde producten betreffen allerlei stalen en reclamedragers die tot verbruik of aankoop aanzetten, maar ook vaak ongebruikt in de afvalstroom terechtkomen.
Nominatief geadresseerd drukwerk valt niet onder de toepassing van het belastingreglement. Hier gaan we immers uit van gerichte communicatie zoals facturen, die voor de geadresseerde een bijzonder en individueel nut hebben, of gepersonaliseerd drukwerk waar de ontvanger via een (al dan niet betalend) abonnement zelf om vraagt. Het bestuur wil vermijden dat de verspreiders van geadresseerd drukwerk dit zouden doorrekenen aan de ontvangers, zijnde de gewone Gentenaars.
2. Belastingplichtige en tarief
Het belastingreglement voorziet in een getrapte aanduiding van de belastingplichtige. De belastingplichtige is in eerste instantie de (natuurlijke of rechts-)persoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid. Dit is immers de entiteit die voordeel doet bij de verspreiding. Het is gepast de belasting ten laste van die initiële opdrachtgever te leggen. Enkel wanneer die niet gekend is of geen aangifte heeft gedaan, wordt de verantwoordelijke uitgever vermeld op het drukwerk als belastingplichtige aangeduid.
Deze (subsidiaire) aanduiding van de verantwoordelijke uitgever is correct. Het gaat om een weerlegbaar vermoeden dat de VU de belastingplichtige is. Gezien de taak van de uitgever eveneens het publiek maken (lees: verspreiden) van het geschrift betreft, en hij/zij dus (al dan niet fysiek) deel uitmaakt van de belastbare handeling, is dit geen onverantwoord vermoeden. De belasting wordt hem/haar niet ten laste gelegd omwille van enige contractuele of niet contractuele fout, maar omwille van de rol in het verspreiden van het drukwerk waaraan de verantwoordelijke uitgever zijn of haar naam geeft. Het is belangrijk te benadrukken dat de verantwoordelijke uitgever de belasting in zijn/haar hoofde kan vermijden door de werkelijke opdrachtgever kenbaar te maken.
Verder wordt er een hoofdelijke aansprakelijkheid ingesteld ten aanzien van de drukker of producent, samen met de hierboven vermelde mogelijke belastingplichtigen. Ook zij zijn immers in zekere mate bij het belastbaar feit betrokken.
Er wordt voorzien in vier tariefschijven naargelang het gewicht van het verspreid drukwerk. Hoe hoger het gewicht, hoe hoger het tarief. Er is dan immers per verspreiding meer papier te verwerken. Het tarief van de zogenaamde gelijkgestelde producten, ligt gelijk met dat van de zwaarste drukwerken (>100g). Deze gelijkgestelde producten zijn immers moeilijker te verwerken dan papier en karton. Een minimumbelasting van 50 euro verhindert dat de verwerking van de belasting meer kost dan zij opbrengt. Deze tarieven zijn niet van die aard dat zij de handel (zie Raad van State arrest nr 50.241 dd. 16 november 1994) of de vrije meningsuiting (zie rechtbank van eerste aanleg Gent, 17 september 2018, rolnummer 17/904/A, onuitg.) belemmeren.
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
In principe wordt de belasting bepaald rekening houdend met het aantal verspreide exemplaren. Wanneer geen aangifte wordt gedaan, kan door detectie toch worden vastgesteld dat een verspreiding heeft plaatsgevonden. Het juiste aantal van de verspreidingen kan echter niet worden vastgesteld. Wanneer de belasting ambtshalve – dus zonder aangifte en op basis van detectie – wordt gevestigd, wordt voor de berekening dan ook een weerlegbaar vermoeden gehanteerd waarbij uitgegaan wordt van een fictief aantal verspreidingen. Voor de gewone bus-aan-bus bedelingen, is dit aantal afhankelijk van de deelgemeente. Via bpost werden het aantal postbussen dat niet is uitgerust met een ‘geen drukwerk’-sticker verkregen (gegevens 2024). Voor elke deelgemeente waarin een verspreiding wordt vastgesteld, wordt dat aantal brievenbussen als aantal verspreidingen genomen. Deze gegevens werden verkregen per postcode en wijken lichtjes af van de gegevens die gebruikt werden voor het belastingreglement gedurende de legislatuur 2020-2025.
In het Lokaal Materialenplan 2023-2030 van OVAM wordt verwezen naar een ‘ja sticker’ voor reclamedrukwerk waarbij dan van de omgekeerde redenering uitgegaan wordt als vandaag. De grote groep ‘passieve’ burgers die geen uitdrukkelijke keuze maakt, zullen dan in de ‘neen’ groep vallen ipv de ‘ja’ groep. Hoewel de belasting ruimer is dan reclame (en de sticker niet zou gelden voor ongeadresseerde pers bvb) betekent dit toch dat in de toekomst mogelijk een extra herijking van deze aantallen aangewezen kan zijn, ipv te wachten tot de nieuwe legislatuur.
Voor displays zonder aangifte wordt uitgegaan van 350 exemplaren per standaard. Voor andere verspreidingen (voornamelijk via persoonlijke afgifte) wordt een forfaitaire aanslag gevestigd van 3.500 exemplaren.
De tarieven kunnen gecombineerd worden, indien eenzelfde drukwerk op verschillende wijzen wordt bedeeld.
Er wordt een getrapt systeem van belastingverhoging voorzien. Hierbij wordt de belasting enerzijds verhoogd naargelang de frequentie van de inbreuken op de aangifteverplichting en anderzijds naargelang de inbreuken te goeder of te kwader trouw plaatsvonden. Met een tarief van 0% voor een eerste inbreuk voor een welbepaalde belasting wordt uiting gegeven aan de in het bestuursakkoord opgenomen gedachte van het “recht op vergissing”. De maximale belastingverhoging van 200% is slechts van toepassing op de belastingplichtige die herhaaldelijk of te kwader trouw inbreuken pleegt op de aangifteverplichting.
3.Vrijstellingen
Bepaalde boodschappen hebben een bijzondere functie, waardoor de verspreiding ervan via niet-geadresseerd drukwerk kan worden vrijgesteld.
Zo wordt het drukwerk, uitgaande van partijen of kandidaten op een verkiezingslijst voor één van de verschillende officiële verkiezingen, vrijgesteld. De vrijstelling is beperkt tot de sperperiode en tot twee weken na de verkiezingsdag. Tijdens deze periode, waarin de burger zijn mening dient te vormen om deze op georganiseerde manier te uiten in het stemhokje, is het verantwoord de noodzaak aan ideologische berichtgeving een tijdelijke voorrang te laten nemen op het ‘vervuiler betaalt’ principe van de belasting.
Om gelijkaardige redenen wordt drukwerk dat verband houdt met het aanvragen of organiseren van burgerinitiatieven in de gemeenteraad (zoals bedoeld in art. 309, 1e lid DLB, art. 304, §1 DLB en het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad) niet belast. Het bestuur kiest immers bewust voor een participatief beleid waarin de drempel voor de burger laag moet zijn. Gezien deze initiatieven op om het even welk ogenblik kunnen worden opgestart, is deze vrijstelling niet in tijd beperkt. Deze laatste vrijstelling wordt ruim verwoord, zodat er geen twijfel kan zijn over het feit dat alle verspreidingen in het kader van burgerinitiatieven vrijgesteld zijn van de belasting.
In diezelfde visie is drukwerk, uitgaande van een Gentse bewonersgroep, dat informatie of opinievorming beoogt aangaande enkele concrete thema's, kan worden vrijgesteld om de participatie van de burger op vlak van milieubescherming, natuurbehoud, stedenbouw, ruimtelijke ordening en wijkontwikkeling te vereenvoudigen. Het bestuur kiest immers bewust voor een participatief beleid waarin de drempel voor de burger laag moet zijn.
De vrijheid van vergaderen, van vereniging en vrije meningsuiting zoals veruitwendigd in betogingen en protestacties is een andere vorm van participatie die het bestuur wil ondersteunen. Het bestuur is van oordeel dat dit belang in de huidige maatschappij dusdanig belangrijk is geworden dat de milieudoelstelling moet wijken voor een mogelijkheid tot betogen die zo vrij en onbelemmerd mogelijk is, binnen de perken uiteraard van de grondwettelijke grenzen zoals de onderwerping aan de politiewetten. Er wordt daarom een vrijstelling voorzien voor drukwerk tijdens betogingen en ter voorbereiding ervan, voor zover zij een verband houden met het thema van de betogingen.
De term 'betoging' wordt uitdrukkelijk gedefinieerd in het belastingreglement, als een vreedzame en ongewapende samenkomst van twee of meer personen op openbare wegen en pleinen, of op daarbij aansluitende niet-afgesloten terreinen, om een collectieve mening te uiten.
Drukwerk, uitgaande van een erkende vereniging, mag geacht worden een boodschap te verspreiden met een zeker maatschappelijk belang - reden ook waarom de vereniging erkend is. Ook in dat geval kiest het bestuur ervoor om de boodschappen van die verenigingen te laten opwegen tegen de verwerkingskost van de verspreiding.
Verder is het drukwerk dat uitsluitend de jaarlijkse dekenijfeesten of een werking van ‘samen aan zet’ ter kennis brengt, vrijgesteld gezien de Stad deze activiteiten zelf actief ondersteunt.
Bus-aan-bus verspreidingen en verspreidingen via display zijn vrijgesteld onder de cumulatieve voorwaarden dat het drukwerk een totaal gewicht van 8gram heeft én de totale oppervlakte van het drukwerk kleiner is dan 1 A4 formaat. Dit moet kleine lokale handelaars en initiatieven, zoals een bakker of toneelvereniging, de mogelijkheid bieden kleine verspreidingen te doen zonder door deze belasting te worden gevat. De impact van deze kleine verspreidingen op de papierafvalstroom is immers beperkt. De verwerkingskost aan de zijde van de administratie weegt ook niet op tegen deze potentiële inkomsten.
Voor verspreidingen via persoonlijke afgifte, is het minimaal gewicht of de minimale oppervlakte niet van toepassing. Deze bedelingen worden vaak even verder op straat of in een restfractie-vuilnisbak achtergelaten, wat de ophaling en verwerking niet ten goede komt.
Team Belastingen Economie+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Economie+ |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7342400 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 927.123 |
| 2027 | 979.088 |
| 2028 | 1.001.516 |
| 2029 | 1.024.337 |
| 2030 | 1.044.824 |
| 2031 | 1.065.720 |
| Totaal | 6.042.607 |
Het college van burgemeester en schepenen besliste op 20 november 2025 om de vernieuwing van het belastingreglement op de banken voor de periode 2026-2031 voor te leggen aan de gemeenteraad van december 2025.
In de bijlage is een verkeerd tarief opgenomen voor 2026. Het tarief is verkeerdelijk slechts 2% hoger dan het tarief van 2025.
Stadsbreed is behoudens afwijking een indexatie van 8,61% voorzien voor de startpositie van 2026 (als inhaalbeweging voor de inflatie van de afgelopen jaren).
De bijlagen bij huidig besluit vervangen de bijlagen van het te amenderen besluit.
Keurt goed de amendering van het ontwerp gemeenteraadsbesluit betreffende ‘Belasting op de banken voor de aanslagjaren 2026-2031’, in die zin dat de bijlagen 'Reglement belasting op de banken' en 'Reglement belasting op de banken - word' worden vervangen door de nieuwe versies zoals gevoegd bij dit besluit.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
De belasting op de banken werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2026.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor het uitbaten van een vestiging die als hoofd- of nevenactiviteit bank-, financierings-, hypotheek-, krediet-, spaar- of wisselverrichtingen uitvoert, inclusief spaarverrichtingen.
De Stad Gent moet het financieel evenwicht bewaren, en mits een evenwichtige spreiding van de last de verschillende belanghebbenden op haar grondgebied laten bijdragen tot haar middelen. De bank- en daarmee gelijkgestelde instellingen gebruiken relatief weinig energie en oppervlakte voor het uitoefenen van hun bedrijfsactiviteiten. Deze instellingen zouden in de algemene belastingen die ten laste worden gelegd van de economische actoren binnen de stad dus steeds aan de minimumbelasting worden belast of zelfs vrijgesteld indien de Stad geen specifieke belasting op de bank- en daarmee gelijkgestelde instellingen zou vorderen. Van deze instellingen slechts een minimale bijdrage vragen komt niet billijk voor, aangezien dergelijke instellingen over een solide financiële draagkracht beschikken die in wanverhouding staat met hun benodigde oppervlakte. Het is daarom verantwoord een aparte belasting voor deze instellingen aan te houden.
De belastingplichtige is de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens handelsnaam, logo of embleem de instellingen (en automaten) geëxploiteerd worden. De kantoren die zich als zelfstandig agent, eventueel met aanbieding van producten van verschillende instellingen, profileren zullen dus zelf de belasting dragen, waar louter kantoren van één enkele bank op naam van de (hoofd-) bankinstelling worden belast.
Het tarief wordt berekend aan de hand van het aantal loketten en bankautomaten op de peildatum 1 januari. Dit is immers een goede indicator van het volume aan activiteiten en dus de financiële draagkracht van deze instellingen.
Met loketten worden bedoeld de typische loketten met tussenwanden, de open balies (aan 1,5m per eenheid) en de bedieningspunten, spreekruimten of bedieningsruimten die ingericht zijn om klanten te ontvangen of bedienen. Ook de bankautomaten (cash in/out, overschrijvingen, online banking) tellen als loketten.
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
Er wordt een getrapt systeem van belastingverhoging gehanteerd. Met een tarief van 0% voor een eerste inbreuk voor een welbepaald feit wordt uiting gegeven aan de in het bestuursakkoord opgenomen gedachte van het “recht op vergissing”. Door gebruik van een oplopend tarief tot het wettelijk toegelaten maximum van 200%, worden hardleerse belastingplichtigen aangemoedigd om correct en tijdig aan de aangifteverplichting te voldoen.
Het Team Belastingen Wonen+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Wonen+ |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7341100 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 579.733 |
| 2027 | 610.338 |
| 2028 | 622.626 |
| 2029 | 635.159 |
| 2030 | 647.862 |
| 2031 | 660.819 |
| Totaal | 3.756.537 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
De belasting op het verstrekken van logies werd voor het laatst door de gemeenteraad d.d. 18 december 2019 goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
1. Belast voorwerp
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor het verstrekken van logies op het grondgebied van Stad Gent. Voor de gebruikte begrippen wordt verwezen naar het Logiesdecreet.
Het is gerechtvaardigd om een financiële bijdrage te vragen aan de logiesverstrekkende sector, die specifiek voordeel haalt uit de financiële inspanningen van het stadsbestuur om de Stad toeristisch te promoten en aantrekkelijk te maken voor o.a. verblijfstoerisme. Gezien de Stad Gent het jeugdtoerisme bijkomend wenst te promoten, is het bovendien gerechtvaardigd alleen die overnachtingen van volwassenen – vanaf 18 jaar – te laten meetellen voor het berekenen van de belasting.
2. Belastingplichtige en tarief
De belastingplichtige is de natuurlijke- of rechtspersoon die de toeristische logies exploiteert. Het is hij die het voordeel haalt uit de investeringen van de Stad Gent in het toerisme, gezien dit een vraag naar overnachtingen creëert waar de uitbater op inspeelt met zijn activiteit.
Het reglement voorziet in een tariefstructuur die bestaat uit drie categorieën. De eerste categorie omvat terreingerelateerde logies en hostels. De tweede categorie betreft enerzijds hotels en B&B’s, en anderzijds vakantiewoningen en kamergerelateerde logies waarbij de uitbater op de eerste dag van het semester is ingeschreven in het bevolkingsregister. De derde categorie omvat vakantiewoningen en kamergerelateerde logies waarbij de uitbater niet is ingeschreven in het bevolkingsregister op de eerste dag van het semester.
Met deze opdeling worden twee nevendoelstellingen nagestreefd.
Enerzijds wordt in onze stad een financieel laagdrempelig logiesaanbod voorzien in de vorm van campings (terreingebonden logies) en de hostels. Voor dit type logies wordt een lager tarief voorzien, dan in de meer comfortabeler logiestypes als hotels, B&B’s en vakantiewoningen. Door een lager tarief te voorzien voor de campings (terreingebonden logies) en de hostels, wordt aangesloten bij de idee dat de sterkste schouders de grootste bijdrage leveren. Deze differentiatie kent al positieve rechtspraak (zie o.m. Brussel 25 juni 2020, 2016/AF/7, FJF 2021, afl. 1, 29).
Anderzijds worden sommige logies uitgebaat in woningen, die ook voor vaste bewoning zouden kunnen gebruikt worden. Het bestuursakkoord stelt dat de Airbnbs (bedoeld wordt de informele logies, ongeacht het platform via dewelke zij worden aangeboden) de reguliere woonmarkt niet mogen verstoren. Door een hoger tarief te hanteren voor deze woningen/logies, stelt de nieuwe tariefstructuur een ontradend effect in wat betreft dit gebruik van woningen. Het gaat dan over vakantiewoningen en andere kamergerelateerde logies.
Weliswaar bevat deze categorie ook een aantal woningen waar weldegelijk vaste bewoning is, maar waar de eigenaar/bewoner een of twee kamers heeft leegstaan (bvb na vertrek van de kinderen) en deze wenst te verhuren. Dat is een andere situatie dan wanneer woningen uitsluitend met oog op toeristisch verhuur worden gebruikt. Kamergerelateerde logies waar de uitbater wel zelf is ingeschreven (inclusief de klassieke B&B, in hun uitbatingsvoorwaarden is immers opgenomen dat dit de gebruikelijke en dagelijkse woning van de exploitant moet zijn) vervullen al hun rol als woning voor vaste inwoners. Er wordt voor gekozen om de vakantiewoningen en kamergerelateerde logies, waar de belastingplichtige ook ter plaatse is ingeschreven, aan het gemiddelde tarief te onderwerpen. Dit kan in principe eenvoudig worden nagekeken door de belastingadministratie.
Ook de hotels, die enerzijds niet uitgebaat worden in woningen en anderzijds bezwaarlijk gelijkgesteld kunnen worden met campings en hostels wat betreft comfort, vallen in die gematigde categorie.
De tariefstructuur kan dus samengevat worden als volgt:
• Een goedkoop tarief voor campings (terreingebonden) en hostels (voor zover zij al niet vrijgesteld zouden zijn) om deze goedkope logiesvorm toegankelijk te houden
• Een gemiddeld tarief voor de ‘reguliere’ logiessector, met name hotels en B&Bs; en de overige logies waar naast het logiesverhuur ook vaste bewoning plaatsvindt
• Een hoger tarief voor woningen zonder vaste bewoning die als logies gebruikt worden, met name de vakantiewoningen en kamergerelateerde logies.
Met het oog op de vlotte toepassing, werden de tarieven zo gekozen dat zij na toepassing van het door de aanbieder eventueel verschuldigde btw-tarief van 12% op afgeronde tarieven uitkomen. Met oog op eenvoudige communicatie naar de toerist, wordt het tarief niet jaarlijks geïndexeerd, maar driejaarlijks. Voor de periode 2026 tot en met 2028 bedraagt het tarief per overnachting 1,96 euro voor categorie 1, 3,93 euro voor categorie 2 en 6,61 euro voor categorie 3. Voor de periode 2029 tot en met 2031 worden deze tarieven verhoogd tot respectievelijk 2,05 euro, 4,20 euro en 6,96 euro. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
Het tarief is van toepassing per overnachting. Op die manier wordt de financiële last van deze bijkomende belasting, gespreid over alle aanbieders van toeristische logies naargelang het aantal toeristen dat zij ontvangen. Er wordt uitdrukkelijk geen rekening gehouden met het tarief van de bedden die worden aangeboden, om enige discussie rond de toepassing van artikel 464 WIB92 te vermijden (verbod op belastingen bepaald op de omzet).
Daardoor wordt de belasting slechts bij benadering verdeeld overeenkomstig de financiële draagkracht van de logiesuitbaters. Het Hof van Cassatie heeft in het verleden echter bevestigd dat de verschillende vermogenstoestanden van de belastingplichtigen slechts op vereenvoudigde en benaderende wijze kunnen opgevangen worden in een belastingreglement (Cass. 1 oktober 1999, AR F.98.0111.N, Provincie Limburg / Mijnen NV, Tijdschrift voor Fiscaal Recht 2000/5, 80)
Het is voor de toepassing van dit belastingreglement niet relevant of de concrete overnachting al dan niet betalend is. Hoewel het Logiesdecreet van 5 februari 2016 de toeristische logies aanduid als de inrichting die aan een of meer toeristen tegen betaling wordt aangeboden op de toeristische markt, verhindert dit niet om de occasionele niet-betalende overnachtingen gelijk te belasten met de betalende overnachtingen, zo lang het logies maar doorgaans tegen betaling wordt aangeboden op de markt en dus principieel onder de toepassing van het decreet (en het belastingreglement) valt.
Er wordt voorzien in een aangifte per semester, waarbij de belastingplichtige ten laatste op 14 juli en 14 januari na het semester, een aangifte moet indienen op een door het stadsbestuur voorgeschreven formulier. Er wordt geen register meer opgelegd aan de uitbaters. Controle op de overnachtingen kan nog steeds gebeuren, op basis van alle andere nuttige stukken zoals de boekhouding.
Verder wordt er gebruik gemaakt van een getrapt systeem van belastingverhoging. Hierbij wordt de belasting enerzijds verhoogd naargelang de frequentie van de inbreuken op de aangifteverplichting en anderzijds naargelang de inbreuken te goeder of te kwader trouw plaatsvonden. Met een tarief van 0% voor een eerste inbreuk voor een welbepaalde belasting wordt uiting gegeven aan de in het bestuursakkoord opgenomen gedachte van het “recht op vergissing”. De maximale belastingverhoging van 200% is slechts van toepassing op de belastingplichtige die herhaaldelijk of te kwader trouw inbreuken pleegt op de aangifteverplichting.
3.Vrijstellingen
Bepaalde logies of overnachtingen worden aangemoedigd in het kader van het beleid van de Stad Gent. Het is dan gepast een vrijstelling voor die overnachtingen te voorzien, gezien de belasting in de praktijk wordt doorgerekend en de belasting deze doelgroepen dus zou ontraden om in Gent verblijfstoerisme te beleven.
Ter ondersteuning van het jeugdtoerisme in brede zin (ruimer dan minderjarigen), is een vrijstelling voorzien voor de logiesverstrekkende bedrijven erkend als hostel met label jeugdtoerisme zoals bedoeld in artikel 9 van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en de financiële ondersteuning van verblijven in het kader van “Toerisme voor Allen” van 28 mei 2004. Het begrip ‘jeugdherberg’ wordt in de Vlaamse regelgeving niet gedefinieerd, maar sluit nog het best aan bij deze omschrijving.
Er wordt uitdrukkelijk gekozen voor een erkenning, zodat geen discrepantie kan ontstaan tussen de beoordeling van Toerisme Vlaanderen en de eigen stedelijke diensten. Er wordt specifiek voor deze erkenning gekozen, omdat zij inhoudt dat een hostel voor minimaal 50% van haar overnachtingen per kalenderjaar door jongeren onder de 26 jaar wordt bezet.
Verder zijn in artikel 3 van het decreet een aantal verblijfsvormen opgenomen die typisch het jeugd- en jongerentoerisme betreffen, en om diezelfde reden zijn vrijgesteld. Gezien zij buiten de toepassing van het decreet vallen, en het reglement uitdrukkelijk naar het decreet verwijst, is dit in feite slechts een verduidelijking. Het betreft de kampeerterreinen voor maximaal 75 kalenderdagen voor georganiseerde kampen, de jeugdverblijfcentra, bivakzones, en de lokalen van jeugdverenigingen waar maximaal 60 kalenderdagen per jaar gekampeerd/verbleven kan worden.
Bijkomend wordt het budgetvriendelijk toerisme ondersteund door specifiek die boekingen geplaatst via het Steunpunt Vakantieparticipatie vrij te stellen van de berekening van de belasting. Het steunpunt Vakantieparticipatie is een krachtig netwerk en uniek in de wereld. De Vlaamse overheid brengt vraag en aanbod samen en speelt de rol van facilitator: Steunpunt Vakantieparticipatie onderhandelt met attracties, logiesuitbaters en vakantie-aanbieders over sociale tarieven voor kansarme vakantiegangers. Via sociale organisaties komt dit aanbod terecht bij de mensen die het echt nodig hebben. In Gent gaat het onder meer over de stadsmusea en enkele hostels.
Deze vrijstelling versterkt dat effect, en wordt in de praktijk verrekend met de belasting verschuldigd voor het 2e semester, wanneer de cijfers voor het hele voorbije jaar via het Steunpunt verkregen worden. In de praktijk is slechts een miniem aantal overnachtingen niet al vrijgesteld omdat zij in een ‘jeugdherberg’ plaatsvinden. Toch is de vrijstelling een signaal van het beleid van de Stad Gent.
Tot slot wordt voorzien in een vrijstelling wanneer logies worden gebruikt op vraag van Stad Gent. Strikte toepassing van het logiesdecreet en de definities van het belastingreglement zou ertoe leiden dat overnachtingen die op zichzelf niet toeristisch van aard zijn, op vraag van Stad Gent zelf, toch belastbaar zijn. Nochtans tonen de uitbaters hier de bereidheid zich in te zetten voor de noden van Stad Gent. Het is verantwoord deze overnachtingen, waarvan de stad of – in het geval van studentenhuisvesting – de Gentse onderwijsinstellingen zelf de tijdelijke onttrekking aan de toeristische markt hebben gevraagd, niet te belasten.
De vrijstelling is een bestendiging van de tijdelijke regeling voor noodopvang voor daklozen tijdens de zwaarste lockdowns van de coronacrisis. Ook in het kader van studentenhuisvesting blijkt soms nood aan tijdelijke voorzieningen.
Team Belastingen Wonen+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Wonen+ |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7342400 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 7.004.181 |
| 2027 | 7.251.336 |
| 2028 | 7.861.300 |
| 2029 | 8.608.610 |
| 2030 | 8.924.783 |
| 2031 | 9.244.278 |
| Totaal | 48.894.489 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°.
De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
1. Belast voorwerp
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor het openhouden van nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie. Deze uitbatingen, die onder de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening aan aparte openingsuren en een vergunningenstelsel zijn onderworpen, brengen nachtelijk publiek op de been en lopen een verhoogd risico om aanleiding te geven tot overlast.
Deze belasting is verantwoord enerzijds door de overlast voor omwonenden die veroorzaakt wordt door de aanwezigheid van bedoelde uitbatingen en anderzijds door de kosten die gemaakt worden inzake toezicht door politie en uitreiking van vergunningen teneinde deze doelgroep in kaart te brengen en alert te zijn voor mogelijke verstoringen van de openbare veiligheid en rust.
2. Belastingplichtige en tarief
De belastingplichtige is de uitbater van de vestiging. De eigenaar van het gebouw wordt hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de belasting, om deze mee te responsabiliseren voor het gebruik dat van zijn gebouw wordt gemaakt. De eigenaar/verhuurder staat immers een bepaald gebruik van zijn gebouw toe, waarvan hij zich bewust moet zijn dat dit een verhoogd risico tot overlast oplevert.
De belasting is een vast forfait per uitbating. Het tarief is verantwoord doordat voor nachtwinkels een speciale behandeling is voorzien in de wet van 10 november 2006, waardoor er mag aangenomen worden dat zij meer overlast met zich meebrengen dan bijvoorbeeld cafés die, voor zover zij na het gebruikelijk sluitingsuur open blijven, ook belast worden in het reglement op openhouden van drankgelegenheden. (Rb. Antwerpen 9 oktober 2017, Juristenkrant 2017)
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
3. Vrijstellingen en vermindering
De maanden waarin de hogere overheid op algemene wijze een vroeger sluitingsuur oplegt dan voorzien in de politieverordening op het sluitingsuur van drankgelegenheden, zijn van de belasting vrijgesteld. Deze maanden worden, (in afwijking van Artikel 3) naar verhouding van de verschuldigde belasting afgetrokken. Op deze manier wordt vermeden dat de belastingplichtige onderworpen is aan de belasting, terwijl de vestiging in werkelijkheid geen activiteiten uitoefent na het sluitingsuur van drankgelegenheden.
Team Belastingen Wonen+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Wonen+ |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7340800 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 125.766 |
| 2027 | 124.598 |
| 2028 | 119.146 |
| 2029 | 113.428 |
| 2030 | 107.432 |
| 2031 | 101.151 |
| Totaal | 691.521 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
De belasting op het takelen en bewaren van voertuigen werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
1. Belast voorwerp
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor het takelen, de oproep zonder takelen en het bewaren van voertuigen op het grondgebied van de Stad Gent (in opdracht van de lokale politie).
De doelstelling blijft om de verkeersveiligheid op het grondgebied van de Stad Gent te blijven garanderen en de voertuigen te takelen die dit in het gedrang brengen. Een gedeelte van de kosten die daarmee gepaard gaan kunnen verhaald worden op de bestuurder van het betrokken voertuig of op de houder van de nummerplaat. Op die manier wordt het financieel evenwicht van de stad mee bewaard.
Ook een oproep tot takelen wordt aan de belasting onderworpen. Zodra de politie het takelbedrijf oproept, is in het kader van het raamcontract een vergoeding verschuldigd. Het is logisch, gezien de takeling zelf in dit geval enkel niet doorgaat omdat de bestuurder het voertuig tijdig zelf verplaatst, dat van deze bestuurder wel nog altijd een tussenkomt gevraagd wordt in de veroorzaakte kosten.
Er is sprake van een takeling (en dus niet langer van een oproep tot takelen) zodra het voertuig met minstens één wiel van de begane grond wordt getild. Als het voertuig geen wielen heeft, is er een takeling zodra het voertuig, zelfs gedeeltelijk, van de grond getild is.
De bewaring – de berging van het getakelde voertuig bij het takelbedrijf of in een loods of op een terrein van de stad – veroorzaakt eveneens kosten die verhaald kunnen worden.
2. Belastingplichtige en tarief
De belastingplichtige is de bestuurder van het voertuig. Bij afwezigheid van een identificeerbare bestuurder is de belastingplichtige de kentekenhouder. Deze laatste kan in het kader van de GAS-procedure over de parkeerinbreuk de identiteit van de werkelijke bestuurder nog bewijzen; in dat geval is toch de bestuurder de belasting verschuldigd. Voor zover er geen kenteken(houder) is, is de eigenaar van het voertuig de belastingplichtige. Er is een weerlegbaar vermoeden dat de eigenaar wordt aangeduid door de eventuele belettering op het voertuig.
Het is mogelijk dat een reglementair geparkeerd voertuig toch getakeld wordt. Het betreft dan tijdelijke parkeerverbodsborden, waarbij een voertuig al was geparkeerd voor het plaatsen van de borden. Op het moment van het parkeren, beging de bestuurder geen verkeersinbreuk. Het is dan ook ongepast deze – of de kentekenhouder – te belasten.
Er wordt voor gekozen in dat geval de vergunninghouder – van de vergunning tot plaatsen van de tijdelijke parkeerverbodsborden – als belastingplichtige aan te duiden. Deze heeft immers een onmiddellijk belang bij het takelen van het voertuig. Indien de plaatser van de tijdelijke parkeerverbodsborden nalaat een lijst op te stellen van de nummerplaten van de voertuigen die voor het plaatsen van de borden geparkeerd waren in de zone die door een tijdelijk parkeerverbod wordt getroffen, stelt zich een bewijsproblematiek: er kan niet bewezen worden dat het voertuig een parkeerinbreuk beging (wanneer de kentekenhouder aanvoert dat het voertuig al voordien was geparkeerd), maar evenmin kan worden bewezen dat het voertuig reglementair geparkeerd werd. Gezien de vergunninghouder die de tussenkomst van de politie vraagt, hier een rechtstreeks voordeel uit haalt, wordt het risico ook in dat geval bij de vergunninghouder gelegd.
Er wordt een apart tarief voorzien voor 5 categorieën van takelingen: voertuigen met een MTM (maximaal toegelaten massa) van 3.500 kg, voertuigen met een MTM van 3.500kg tot 19.000 kg (rol- en bestuurbaar of niet) en voertuigen met een MTM vanaf 19.000kg (opnieuw rol-en bestuurbaar of niet). Deze tarieven worden gebaseerd op de tarieven die aan de politie worden aangerekend op basis van het raamcontract met de takelfirma. De tarieven liggen hoger dan in het reglement dat tot en met 2025 van toepassing was, gezien de tarieven in het nieuwe raamcontract ook gestegen zijn.
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
3. Vrijstellingen en vermindering
In dit belastingreglement zijn geen vrijstellingen voorzien. Elke takeling veroorzaakt immers kosten die kunnen worden verhaald.
De Politie is belast met toezicht op en uitvoering op de openbare weg.
Team Belastingen Wonen+ is belast met toezicht op en uitvoering van het heffingsgedeelte.
| Dienst* | Belastingen Wonen+ | Politie |
| Budgetplaats |
|
|
| Categorie* | 7314000 | 7314000 |
| Subsidiecode |
|
|
| 2026 | 984.154 | 94.577 |
| 2027 | 1.035.952 | 99.555 |
| 2028 | 1.056.671 | 101.546 |
| 2029 | 1.077.805 | 103.577 |
| 2030 | 1.099.361 | 105.648 |
| 2031 | 1.121.348 | 107.761 |
| Totaal | 6.375.292 | 612.663 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Deze belasting werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Het belastingreglement lijst de verschillende documenten op die worden afgeleverd, en waarvan de afgifte aanleiding geeft tot betaling van een contantbelasting. Het betreft de verschillende identiteitsbewijzen en rijbewijzen en dit in verschillende tarieven naar gelang de spoedeisendheid van de procedure.
De belastingplichtige is de aanvrager van het administratief document.
Er is voorzien in een hogere bijdrage naar gelang de spoedeisendheid van de procedure. De dringende en zeer dringende of superdringende procedure, noopt immers tot extra inspanningen om de aanvragen tijdig en met voorrang te verwerken.
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
Enkel de administratieve stukken die krachtens een Wet, een Koninklijk Besluit of een andere overheidsbeslissing kosteloos dienen te worden gegeven zijn van de belasting vrijgesteld.
De Dienst Burgerzaken is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
Zie meerjarenplan dat in dezelfde gemeenteraad wordt goedgekeurd.Dit betreft de betaling aan FOD Binnelandse Zaken voor de documenten die centraal worden opgemaakt.
| Dienst* | Burgerzaken |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7315000 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 5.297.124 |
| 2027 | 5.803.711 |
| 2028 | 5.441.379 |
| 2029 | 5.113.262 |
| 2030 | 5.320.947 |
| 2031 | 5.504.374 |
| Totaal | 32.480.797 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°.
De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
De belasting op onbebouwde bouwgronden en kavels werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
De belastingen op de onbebouwde bouwgronden in een woongebied en op de onbebouwde kavels in een niet-vervallen verkaveling werden voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor het bezitten van een zakelijk recht op een onbebouwde bouwgrond (kadastraal perceel) in een woongebied aan de openbare weg, of een onbebouwde kavel (lot) in een verkaveling. Ook bouwgronden die via een ander perceel van dezelfde eigenaar uitgeven op de openbare weg, worden onder de toepassing opgenomen.
De Stad Gent moet het financieel evenwicht bewaren, en mits een evenwichtige spreiding van de last de verschillende belanghebbenden op haar grondgebied laten bijdragen tot haar middelen. De eigenaars van onbebouwde gronden en kavels beschikken over een onroerend goed, zodat voor hun een bijkomende financiële draagkracht vaststaat. Bovendien wenst de Stad Gent, door de eigenaars van specifiek die onroerende goederen die onbebouwd zijn en voor bewoning zouden kunnen gebruikt, een financiële impuls te geven zodat deze bouwgronden ter beschikking komen van de woonmarkt enerzijds, en grondspeculatie wordt tegengegaan anderzijds.
Het toepassen van een ‘activeringsheffing’ wordt overigens gemachtigd – voor zover dit nodig zou zijn – door art. 3.2.5 van het DGP, met het oogmerk potentiële woonlocaties vrij te maken en grondspeculatie tegen te gaan.
Het betreft enkel de gronden en kavels gelegen in woongebied. Enkel de vierkante meters die effectief in een woongebied gelegen zijn, worden voor de berekening van de belasting in aanmerking genomen.
Er wordt uitdrukkelijk bepaald wat onder woongebied moet worden begrepen. Het betreft de zones met woonbestemming volgens één van de verschillende instrumenten van ruimtelijke ordening. Een grond is onbebouwd indien er geen constructie op is gebouwd overeenkomstig de huidige stedenbouwkundige hoofdbestemming. Er wordt uitdrukkelijk bepaald dat een grond ophoudt onbebouwd te zijn, indien de werken, aangevat ingevolge een stedenbouwkundige vergunning, over de gehele oppervlakte op het niveau van de vloerplaat van het gelijkvloers zijn opgericht. Dit is aanzienlijk vroeger dan sommige andere besturen (die bvb voor wind- en waterdicht kiezen) maar toont volgens de Stad Gent voldoende aan dat de ruimtelijke doelstelling zal worden verwezenlijkt. Om te vermijden dat bouwgronden met een eenvoudige vloerplaat blijven braak liggen, wordt uitdrukkelijk voorbehoud gemaakt dat de werken daarna een normaal verloop moeten kennen. Daarvoor kan onder meer beroep gedaan worden op de termijnen voorzien voor verval van de vergunning in art 99 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014.
Het begrip 'woonbestemming' wordt verduidelijkt als de bestemmingzones (volgens gewestplan, BPA, RUP, ...) voor woningen en de aanhorigheden bij de woonbestemming zoals tuinen, tuinhuisjes, koeren, parkeergelegenheden, en hobbylandbouw. In bijvoorbeeld een BPA wordt immers op zeer gedetailleerde wijze beschreven welke zones voor effectieve bebouwing in aanmerking komen, en welke zones voor tuinaanleg. Om te vermijden dat een verschil in behandeling ontstaat tussen zones met en zonder BPA, is het aangewezen te verduidelijken dat ook die zones onder de belastbare oppervlakte vallen.
Het gaat niet om ongebruikte gronden: het is perfect mogelijk dat de grond wordt gebruikt voor een economische activiteit (landbouw, stockage, …). In dat geval is de belasting op onbebouwde gronden samen met de belasting op bedrijfsvestigingen van toepassing.
De belastingplichtige is de natuurlijke- of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar de zakelijk gerechtigde is van de onbebouwde bouwgrond of kavel. Dat is immers de persoon met de zeggenschap om de belasting te vermijden, en aan de nevendoelstelling van het reglement invulling te geven. In het geval van volle eigendom is dit uiteraard de eigenaar. Ook ingeval van een recht van opstal bestaat er geen discussie dat de opstalhouder het recht heeft een woning op te trekken. Dit is immers de kern van het opstalrecht. Hetzelfde geldt voor de erfpachter in geval van een recht van erfpacht.
Ingeval van vruchtgebruik neemt de rechtsleer (zie o.m. C. Engels, cursus Zakenrecht en zakelijke zekerheden, UGent, 2014-2015) en rechtspraak (Antwerpen, 27 september 2001) aan dat hierin een impliciet opstalrecht vervat is, zodat in dat geval de vruchtgebruiker als belastingplichtige wordt aangeduid.
Voor zover meerdere personen zakelijk gerechtigd zijn, is voorzien in een hoofdelijke aansprakelijkheid tussen de niet-vrijgestelde belastingplichtigen, die in eerste instantie wel voor hun eigen aandeel als belastingplichtige worden aangeduid. Op die manier kunnen bepaalde persoonlijke vrijstellingen (zie verder) correct verrekend worden.
Het tarief moet minstens voldoen aan de tarieven voorzien in art. 3.2.5 van het DGP. Het verleden heeft bovendien aangetoond dat een vlak, laag tarief onvoldoende aanspoort om de gronden te activeren. Daarom wordt gekozen voor een progressief tarief, gebaseerd op het aantal jaren dat de belastingplichtige eigenaar (of andere houder van belastbaar zakelijk recht) is. Dit systeem is sinds 2014 in voege.
Voor elke nieuwe eigenaar, verhoogt het tarief telkens na 3 jaar eigendom om uiteindelijk na 10 jaar, of 3 verhogingen, op een maximum te belanden. Er wordt een minimumbelasting voorzien die overeenkomt met een bouwgrond van 250m². Deze minimumbelasting stijgt dus ook elke 3 jaar.
Een aantal bijzondere gevallen worden gelijkgesteld met een nieuwe eigenaar.
Door de herbestemming van een kadastraal perceel tot woongebied na de verwerving van dit perceel door de zakelijk gerechtigde, wordt deze laatste plots eigenaar van een onbebouwde bouwgrond. Het getrapte tarief wil de eigenaars die ervoor kiezen gedurende lange tijd geen actie te ondernemen, een zwaardere bijdrage laten leveren. In het geval van een herbestemming, is er echter geen sprake van een eigenaar die een onbebouwde bouwgrond gedurende lange tijd braak laat liggen. Voorheen was er immers nog geen bouwgrond om te activeren. Het is daarom gepast om de beslissing, waarbij het perceel definitief tot woongebied wordt bestemd, als startdatum voor de berekening van de belasting te nemen.
Door de sloop van een gebouw, kan een perceel of kavel gelegen in woongebied terug onbebouwd worden en aan de belasting onderworpen worden. Ook hier kan de eigenaar van het perceel geen langdurig stilzitten verweten worden. Voorheen was het perceel immers volledig volgens zijn bestemming gebruikt. Niet zelden gaat het om bouwvallige constructies waarvan de verwijdering uit het straatbeeld vaak positief is. Verschil in dit geval is weliswaar dat de eigenaar de sloop doorgaans zelf in handen heeft, dit in tegenstelling tot de herbestemming.
Toch wordt, gezien de niet onaanzienlijke kosten van bouw en sloop, het risico beperkt geacht dat belastingplichtigen tot bouw en sloop zouden overgaan om de teller te 'resetten'. Het is daarom gepast om de sloop van een bestaande constructie, waardoor een bebouwd onroerend goed onbebouwd wordt, als startdatum voor de berekening van de belasting te nemen.
Voor alle andere gevallen bepaalt het reglement uitdrukkelijk dat de verwerving van het onroerend goed de startdatum is voor de berekening van de belasting, ongeacht enige andere wijzigingen die zich zouden hebben voorgedaan. Zo kan gedacht worden aan de verkaveling, waardoor een (wellicht al belaste) onbebouwde bouwgrond wordt omgevormd in meerdere onbebouwde kavels. Niet alleen is al voor de verkaveling sprake van een bouwgrond waarvan de activering gewenst was, bovendien heeft de belastingplichtige dit zelf in de hand. Het risico op doelbewust omzeilen van de belasting is reëel. In die optiek wordt bovendien in het reglement verduidelijkt dat een verkavelingswijziging niet als een verkavelingsvergunning wordt aanzien, dit om te vermijden dat de vrijstelling voor het bekomen van een verkavelingsvergunning zou worden misbruikt door een aaneenreigen van kleine verkavelingswijzigingen.
Ook het geval waarin een groot bebouwd perceel wordt opgesplitst in een bebouwd lot en een of meerdere onbebouwde loten (of eventueel vervreemding van het bebouwde deel van een perceel zonder verkaveling), wordt niet als afwijking weerhouden. Ook hier kan men het argument maken dat men pas na deze handeling eigenaar is van een onbebouwd perceel of kavel. Ook hier heeft de eigenaar dit echter volledig zelf in handen. Weliswaar werd voor de afsplitsing van de eigenaar nog niet actief werd verwacht het uiteindelijk afgesplitste gedeelte te bebouwen. De kans is echter reëel dat dergelijke constructie zou worden gebruikt om de belasting te omzeilen – bijvoorbeeld nadat eerder via het kadaster een bebouwd en een onbebouwd perceel net werden samengevoegd om de belasting uit te schakelen.
Om effect te hebben moet de belasting in verhouding staan met de grondwaarde op zich, maar ook met de jaarlijkse meerwaarde. Als de belasting maar een beperkt percentage bedraagt van die waarde of waardestijging zal de eigenaar die zonder veel problemen betalen en die beschouwen als een aanvaardbare afroming en zullen de gronden niet op de markt komen. In dat geval mist de belasting zijn doel en ondersteunt die de beleidsdoelstellingen niet. Is het percentage te hoog, dan kan de belasting als een verboden strafmaatregel gekwalificeerd worden. In 2014 werd gekozen voor tarieven die een belasting van 0,5% tot 1,25% t.o.v. de grondwaarde en van 10 tot 17,5% t.o.v. de jaarlijkse meerwaarde voor de laatste 10 jaar en 15 tot 27% van de meerwaarde voor de laatste 23 jaar zoals gekend voor de invoering uitmaakten.
De federale overheid publiceerde de statistische cijfers m.b.t. bouwgronden tot 2014. Met die cijfers werden de tarieven in 2019 (belastingreglement 2020-2025) herijkt op basis van de langetermijn meerwaarde. Daarna zijn zowel Statbel als de federatie van notarissen (in hun Vastgoedbarometer) gestopt met het opnemen van bouwgronden. Sinds 2024 volgen de tarieven een stadsbrede indexering.
Sinds 2015 voert HOGent via het onderzoekscentrum DRUM statistisch onderzoek naar de grondprijzen in Vlaanderen, dit als reactie op de leemte die Statbel heeft achtergelaten.
Uit een onderzoeksrapport uit 2024 blijkt de mediaan eenheidsprijs voor Gent als volgt:
| 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
| 242,34 | 261,63 | 273,63 | 280,00 | 318,87 | 379,18 | 349,99 | 434,10 | 457,00 |
In de periode 2016-2024 is er dus sprake van een vermeerdering van de waarde van 1 m² bouwgrond met ca 221 euro, ofwel gemiddeld ca 27,62 euro per jaar.
Hiertegenover staat een aanslagvoet (in het oude reglement) van 2,00 tot 3,30 euro/m² (na 10 jaar).
Tov. het 8-jarig gemiddelde is dit nog slechts ca. 7% tot 12% van de jaarlijkse meerwaarde die betaald dient te worden. Voor een gelijkaardig effect moet naar tarieven van 2,75 tot 4,80 euro/m² gekeken worden.
De tarieven in elke schaal worden bovendien voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een ABEX-index van ca 3,5%, die voor deze belasting beter geplaatst is dan de gezondheidsindex. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken
Verder wordt er gebruik gemaakt van een getrapt systeem van belastingverhoging. Hierbij wordt de belasting enerzijds verhoogd naargelang de frequentie van de inbreuken op de aangifteverplichting en anderzijds naargelang de inbreuken te goeder of te kwader trouw plaatsvonden. Met een tarief van 0% voor een eerste inbreuk voor een welbepaalde belasting wordt uiting gegeven aan de in het bestuursakkoord opgenomen gedachte van het “recht op vergissing”. De maximale belastingverhoging van 200% is slechts van toepassing op de belastingplichtige die herhaaldelijk of te kwader trouw inbreuken pleegt op de aangifteverplichting.
Het Decreet Grond- en Pandenbeleid voorziet een aantal vrijstellingen die van toepassing kunnen zijn op de activeringsheffing. Artikel 3.2.6 van het decreet bepaalt echter dat zij slechts van toepassing zijn indien de lokale overheid er niet van afwijkt. Ze zijn facultatief. De Stad Gent kiest er uitdrukkelijk voor af te wijken van artikel 3.2.7, 3.2.8, 3.2.9, 3.2.10 en 3.2.11 van het Decreet Grond- en Pandenbeleid.
Naast onderstaande vrijstellingen, is voorzien in de mogelijkheid voor het college van burgemeester en schepenen om in uitzonderlijke omstandigheden, mits gemotiveerd collegebesluit, één van de vrijstellingen met 1 jaar uit te breiden. Op die manier kan een uiting gegeven worden aan de wens van het bestuur om menselijke correcties toe te passen in situaties die weliswaar geen overmacht uitmaken, maar waar de belasting toch een ongewenst effect heeft. Omdat steeds de koppeling gemaakt moet worden met een van de opgelijste vrijstellingen, gaat het immers om een dossier waarin ofwel de eigenaar met bepaalde zaken werd geconfronteerd (bvb uitzonderlijk moeizaam overleg met de netbeheerders van nutsvoorzieningen bij verkavelingen), ofwel al bepaalde inspanningen heeft geleverd (bvb uitzonderlijke inspanningen om bouwplannen te herzien op vraag van de stad).
Een aantal vrijstellingen hebben te maken met de persoon of de situatie van de belastingplichtige.
Nieuwe zakelijk gerechtigden worden geacht te goeder trouw te zijn en een onbebouwde grond aan te kopen met het oog op bebouwing. Daarom kan een vrijstelling toegekend worden die overeenkomt met een realistische tijdsspanne om een project te realiseren. Binnen een periode van twee jaar moet het mogelijk zijn de volgende fase – verkrijgen van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen – te bekomen. Gezien deze bouwvergunning zelf ook recht geeft op een vrijstelling, volstaat twee jaar vrijstelling voor nieuwe eigenaars. Eigenaars wiens onroerend goed nieuw als woongebied wordt ingekleurd, worden ook voor deze vrijstelling met een nieuwe eigenaar gelijkgesteld.
Er wordt ook een vrijstelling voorzien voor eigenaars die voor de peildatum 1 januari hun woning hebben verkocht bij onderhandse overeenkomst maar waarvan de bevestiging in een notariële akte volgt binnen de 4 maanden na ondertekening van de onderhandse overeenkomst. Deze 4 maanden komen overeen met de verplichting akten van overdracht van onroerend goed binnen de 4 maanden te registreren, ook onderhandse (zoniet worden vertragingsboetes aangerekend, art 32,4° Wetboek Registratierechten). Voor verkoop onder opschortende voorwaarde, rekent men die 4 maanden vanaf het vervullen van de voorwaarde. In de vrijstelling wordt dan ook dezelfde kanttekening voorzien: de vrijstelling geldt vanaf de voorwaardenloze onderhandse overeenkomst, of vanaf het vervullen van de opschortende voorwaarde van de overeenkomst. Dat is immers het moment waarop de eigendom inter partes overgaat.
Er wordt een langere periode van vrijstelling toegekend aan de sociale huisvestingsmaatschappijen. Eenzelfde vrijstellingstermijn geldig voor particuliere eigenaars ligt moeilijk gezien de vele administratieve verplichtingen waaraan sociale huisvestingmaatschappijen moeten voldoen om een bouwproject te starten. Sociale huisvestingsmaatschappijen zijn immers volledig afhankelijk van overheidsgeld. Er zijn tevens wachtgronden nodig om sociale woningaantallen in de toekomst te behouden. De huisvestingsmaatschappijen hebben eveneens een maatschappelijk doel in te lossen, dat gelijk loopt aan de nevendoelstelling van dit reglement.
Gronden in eigendom van sociale huisvestingsmaatschappijen zijn per definitie niet onbebouwd met het oog op speculatie of om deze langdurig aan de woningmarkt te onttrekken. Zij worden de facto reeds ingezet om de (sociale) woondoelstellingen te behalen. Het heeft dan ook geen zin die organisaties fiscaal aan te zetten behoorlijk woonaanbod te creëren.
Wanneer zich op die manier gevallen kunnen voordoen waarbij die sociale woonorganisaties er langere tijd over doen (meer dan 2 jaar) om een bouwproject op te starten, dan moet worden aangenomen dat dit niet gebeurt omdat zij niet aan haar kernopdracht wil voldoen, maar wegens organisatorische redenen en (dus, want wegens de onderliggende reden) door een gebrek aan financiële armslag beperkt is. Er moet immers overwogen worden dat de belasting die woonorganisaties in de vervulling van hun taak van algemeen belang, meer bepaald hun (door henzelf te bepalen) huisvestingspolitiek, zou hinderen (Gent 20 november 2018, nr. 2018/8249, Bogaert / Stad Gent).
Deze organisaties hebben bovendien een budgettaire band met de Stad Gent of de Vlaamse overheid, waarbij deze overheid minstens voor een deel de financiering van de vrijgestelde entiteiten op zich neemt. Een belasting lastens deze rechtspersonen, komt dan ook neer op een 'vestzak-broekzak' operatie die bezwaarlijk tegemoetkomt aan het financieel doel van de belasting. De Stad zou immers belastingen ontvangen, die zij daarna in de rekeningen van de betrokken entiteiten dient te compenseren of die door de Vlaamse overheid moet worden bijgepast. Hierin kan geen verboden ongelijkheid gezien worden. Een onbeperkte vrijstelling, zoals voorzien in het DGP, acht het bestuur echter niet aangewezen. Om een duidelijk signaal te geven werd besloten om de vrijstellingstermijn te beperken tot 15 jaar.
Diezelfde budgettaire band is ook aanwezig voor de leden van Kerngroep Gent, zoals omschreven in de nota bij het collegebesluit van 20 oktober 2016: de publiekrechtelijke organisaties wiens activiteiten integraal deel uitmaken van het strategisch meerjarenplan. Deze entiteiten zijn zodanig vervlochten met Stad Gent, ook budgettair, dat de belasting ook hier een 'vestzak-broekzak' operatie uitmaakt.
Een aantal vrijstellingen hebben te maken met het belast goed.
Wanneer een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wordt verkregen voor het belaste goed, is de eigenaar duidelijk bezig met de voorbereiding van bouwwerken. Deze eigenaar staat al redelijk ver in zijn plannen voor een woning te bouwen (wanneer men een stedenbouwkundige vergunning aanvraagt heeft men al een architect en de financiële middelen om te bouwen). Het is logisch van hem nog een zekere vrijstellingsperiode te geven om de bouw effectief te starten. Het bestuur acht het realistisch dat de woning na 3 jaar kan worden gerealiseerd tot op het niveau van de vloerplaat, zodat de vrijstelling tot die periode wordt beperkt. Dit is ook conform de andere patrimoniumbelastingen. De maximale vrijstellingsperiode wordt berekend vanaf het definitief worden van de vergunning. Dit vangt in feite een (steeds vaker voorkomende) overmachtssituatie op, waarbij de bouwheer geconfronteerd wordt met een beroepsprocedure. De omgevingsvergunning is daardoor precair, en er kan niet verwacht worden dat de werken al starten.
Wanneer de omgevingsvergunning een verkaveling betreft, is het ook duidelijk dat de eigenaar bezig is met het aanwenden van de gronden voor hun doel. Ook voor die omgevingsvergunning kan dan ook een vrijstelling worden toegekend. Het moet realistisch zijn binnen twee jaar naar de volgende stap van de bouw (verkrijgen van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen) over te gaan.
Wanneer de eigenaar/verkavelaar dan bovendien het attest bekomt waaruit blijkt dat alle in de verkavelingsvergunning opgelegde voorwaarden en lasten zijn uitgevoerd of dat voor de uitvoering van de lasten een afdoende financiële waarborg is gestort of op onherroepelijke wijze door een bankinstelling werd verleend, is dit opnieuw een teken dat de nodige stappen worden gezet ter verwezenlijking van de nevendoelstelling van het reglement, en kan opnieuw een korte vrijstelling van 1 jaar worden toegekend.
Wanneer het belaste goed het voorwerp uitmaakt van een bodemsanering overeenkomstig het bodemsaneringsdecreet, wordt de eigenaar door omstandigheden buiten zijn wil tijdelijk het verbod opgelegd de werken aan te vatten. Zolang het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering bezig is, is de eigenaar niet bij machte aan de belasting te ontsnappen door vervulling van de nevendoelstellingen van het reglement. Daarom kan een vrijstelling toegekend worden die niet in jaren wordt uitgedrukt, maar een aanvang neemt vanaf het aanslagjaar waarin OVAM meldt dat een beschrijvend bodemonderzoek wordt opgelegd, tot en met het aanslagjaar waarin OVAM beslist dat er geen bodemsaneringsproject wordt opgelegd of dat de bodemsanering conform de wettelijke bepalingen werd beëindigd. Pas daarna kan de eigenaar opnieuw zelf in actie treden (en overgaan in een andere vrijstelling) of passief blijven (en opnieuw aan de belasting worden onderworpen).
Wanneer de overheid op één of andere manier officieel aangeeft dat zij niet langer wenst dat een bepaalde grond wordt bebouwd, kan eveneens een vrijstelling worden toegekend. Het gaat hier ook om bepaalde voorbereidende beslissingen die nog geen wettelijk afdwingbaar bouwverbod uitmaken – wat uiteraard zorgt dat de grond niet meer belastbaar is – maar dit wel op één of andere manier in het vooruitzicht zetten. Bij wijze van niet limitatief voorbeeld kan verwezen worden naar:
- de plaatsing op een ontwerplijst ter bescherming als landschap- dorp- of stadsgezicht wanneer deze een bouwverbod inhoudt;
- de klassering als landschap- dorp- of stadsgezicht wanneer deze een bouwverbod inhoudt;
- de bescherming als natuurreservaat wanneer deze een bouwverbod inhoudt;
- de (voorlopige) vaststelling van een onteigeningsplan;
- de voorlopige vaststelling van een ruimtelijk uitvoeringsplan dat een bouwverbod in het vooruitzicht stelt;
- goedkeuring van een startverklaring van een ruimtelijke uitvoeringsplan dat een bouwverbod in het vooruitzicht stelt, voor zover hierin al percelen of zones zijn bepaald;
- een collegebeslissing die de onmiddellijke ontwikkeling van een grond of kavel ongewenst beschouwt gezien de ruimere stedenbouwkundige context
Een aantal gronden bevinden zich in een woongebied, maar in de praktijk moet de administratie vaststellen dat er niet op kan worden gebouwd: omwille van fysieke eigenschappen (te klein, vorm, …); administratieve hinder buiten de wil van de eigenaar (bouwvergunning is in betwisting en kan dus niet tijdig worden uitgevoerd) of vooraf bestaande en destijds vergunde constructies die niet voldoen aan de woonfunctie, verhinderen dat nog een woning op het perceel kan worden gerealiseerd. In dat laatste geval gaat het dus duidelijk niet over bijvoorbeeld één tuinhuis of garage, maar over een zodanige constructie of constructies dat zij de bouw fysiek verhinderen. Het gaat telkens over een onmogelijkheid eender welke woning op te trekken, en is niet beperkt tot de woning die de eigenaar misschien gewild had. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met woningen met onderdoorgang.
Naast die (fysieke of administratieve) onmogelijkheid tot bebouwen, bestaan er ook percelen waarvan de bebouwing mogelijk is, maar (nog) niet gewenst in het kader van de ruimere goede ruimtelijke orde. Het gaat dan bijvoorbeeld om percelen die cruciaal zijn in de ontsluiting van achterliggend woongebied of woonuitbreidingsgebied. De eigenaars van deze percelen fiscaal aansporen om het perceel te bebouwen, kan een ongewenst effect hebben op de ruimere ontwikkeling van het gebied. Het college van burgemeester en schepenen kan gemotiveerd de percelen aanduiden waarvoor zij de onmiddellijke ontwikkeling vanuit de goede ruimtelijke orde ongewenst acht. De percelen, op die manier door het college aangeduid, worden van de belasting vrijgesteld zodat aan de eigenaars niet het dubbele signaal gegeven wordt dat bebouwing enerzijds (voorlopig) ongewenst is, anderzijds de bebouwing fiscaal aangemoedigd wordt. De vrijstelling loopt vanaf vanaf het aanslagjaar dat in dit collegebesluit wordt aangeduid (en bij gebrek daaraan, vanaf het aanslagjaar waarin het collegebesluit wordt genomen) tot en met het aanslagjaar waarin deze beslissing wordt ingetrokken.
Volgende vrijstellingen die vermeld worden in het decreet grond- en pandenbeleid worden uitdrukkelijk niet opgenomen in het Gentse belastingreglement.
Wanneer erkende jeugd- en sportverenigingen bouwgronden gebruiken, gaat het om oneigenlijk gebruik van de gronden. Ook vele andere oneigenlijke gebruiken – als landbouwgrond, als industriegrond, … – zijn denkbaar en leveren evenmin een vrijstelling op, noch zou dit wenselijk zijn. De doelstelling van het reglement is duidelijk, en het bestuur is van mening dat dergelijke vrijstelling niet strookt met de doelstellingen.
Ook de vrijstelling van één onbebouwde grond per kind ten laste wordt niet wenselijk geacht. Er is geen reden waarom ouders een bouwgrond aan de markt zouden mogen onttrekken voor vele decennia, terwijl er een tekort is en andere starters, die niet het geluk hebben gehad dat hun ouders een bouwgrond voor hen hebben verworven, er niet in slagen zich in Gent te vestigen. Wanneer ouders voor hun kinderen op die wijze willen sparen en een grond uit de woningmarkt onttrekken, dienen zij de belasting te betalen.
Het decreet voorziet in een vrijstelling voor gronden of kavels die aan dezelfde eigenaar toebehoren en een ruimtelijk geheel vormen met een aanpalende bebouwde grond. Het bestuur kan deze vrijstelling niet bijtreden. Wanneer het gaat over kavels, is het bestuur bij het goedkeuren van de vergunning uitgegaan van een bepaalde bouwdichtheid.
Wanneer deze vrijstelling voor een verkaveld perceel zou worden toegestaan, wordt afgeweken van de plannen voor de betrokken verkaveling, met een lagere bouwdichtheid tot gevolg. Dit strookt niet met de huidige stedenbouwkundige visie. Indien de eigenaar deze situatie toch wil bestendigen, dient een wijziging van de omgevingsvergunning/verkavelingsvergunning te worden aangevraagd.
Wanneer deze vrijstelling voor een niet-verkavelde grond zou worden toegestaan, wordt eveneens een bouwgrond waarop de administratie en het bestuur – doordat het in het ROP is opgenomen – op rekende voor bebouwing, niet ingevuld volgens de doelstellingen.
Team Belastingen Wonen+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Wonen+ | Belastingen Wonen+ |
| Budgetplaats |
|
|
| Categorie* | Bouwgronden - 73710000 | Kavels - 73720000 |
| Subsidiecode | ||
| 2026 | 1.669.009 | 1.280.832 |
| 2027 | 1.654.509 | 1.282.059 |
| 2028 | 1.640.177 | 1.283.285 |
| 2029 | 1.626.011 | 1.284.512 |
| 2030 | 1.609.751 | 1.284.512 |
| 2031 | 1.593.653 | 1.284.512 |
| Totaal | 9.793.110 | 7.699.712 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
De belasting op tweede verblijven (onder de naam 'woningen zonder inschrijving in het bevolkingsregister) werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor tweede verblijven. Als belastbaar tweede verblijf wordt beschouwd elke woning waar op 1 januari niemand is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de Stad Gent of waarvoor nog geen aanvraag tot inschrijving is ingediend. Hoewel dit ruimer is dan wat klassiek in de volksmond onder een tweede verblijf wordt verstaan, wordt toch naar deze voor de burger vertrouwde term teruggekeerd in de titel van het reglement.
De belasting heeft als doel een compenserende bijdrage te vragen voor die woningen waar bij het gewenst gebruik – door één of meerdere personen die er zich ook inschrijven in het rijksregister – de stad een aanvullende personenbelasting (de gemeentelijke opcentiemen of aanvullende gemeentelijke personenbelasting) zou ontvangen.
Gezien de toewijzing van die opcentiemen gebeurt op basis van de wettelijk geregistreerde verblijfplaats van de belastingplichtige inwoners op 1 januari, verliest de stad de inkomsten (doorgaans ten voordele van een andere stad) ook als de gebruiker van een woning er in de praktijk wel zijn hoofdverblijfplaats heeft. Om die reden is het niet in het rijksregister ingeschreven staan niet een weerlegbaar vermoeden van gebrek aan hoofdverblijfplaats, maar het belastbaar feit op zich.
Naast het compenseren van de gemiste opcentiemen in de personenbelasting, wil de Stad Gent hiermee ook een impuls geven om de nood aan huurwoningen te helpen lenigen. De belasting wil eigenaars stimuleren om woningen ter beschikking te stellen van personen die zich permanent in Gent willen vestigen.
Onder woning wordt de betekenis van deze term uit de Vlaamse Wooncode begrepen, inclusief weekendhuizen en grootschalige collectieve studentenaccommodaties.
Een woning die niet effectief wordt gebruikt, voldoet ook aan deze omschrijving (maar zie verder: vrijstelling voor woningen in het leegstandsregister).
De belastingplichtige is de eigenaar van de woning. Het is immers de eigenaar die in zijn volle beslissingsbevoegdheid kiest welk gebruik wordt gemaakt van de woning. Bij eigen gebruik kiest hij er zelf voor de woning niet als zijn hoofdverblijfplaats te gebruiken. Bij verhuring blijft het feit dat de eigenaar nog altijd meester is van de bestemming die hij in zijn verhuurde woning toelaat, in die zin dat hij aan elke huurder de verplichting tot gebruik als hoofdverblijf kan opleggen. Doet hij dat niet, dan kan hij bovendien bedingen dat de belasting op tweede verblijven die hij moet betalen aan de huurder zal doorgerekend worden (Rb. Oost-Vlaanderen (afd. Gent) 19 december 2015, nr. 250.241, LRB 2016/3–4, 64). Bovendien genieten niet alleen eigenaars van tweede verblijven die dit tweede verblijf zelf gebruiken, maar ook eigenaars van tweede verblijven die dit tweede verblijf verhuren of door een derde laten gebruiken, rechtstreeks dan wel onrechtstreeks het voordeel van de investeringen die de overheid doet in diverse voorzieningen. Het is niet onredelijk om de eigenaar als belastingplichtige aan te merken en daarbij geen onderscheid te maken tussen eigenaars die het tweede verblijf zelf gebruiken en eigenaars die het tweede verblijf verhuren of door een derde laten gebruiken (Cass 16 juni 2017, AR F.15.0186.N, A.V.B. / Provincie West-Vlaanderen). De eigenaar blijft bovendien veelal gedurende een langere periode dezelfde persoon waardoor de administratieve kost van het onderzoek, de verwerking, vestiging en invordering van deze in de regel beperkte belasting voor de stad beheersbaar is (Gent 31 januari 2017, AR 2015/AR/3176).
Wanneer er sprake is van een opstal, erfpacht of vruchtgebruik, berust het beslissingsrecht respectievelijk bij de opstalhouder, erfpachter of vruchtgebruiker, zodat zij in dat geval als belastingplichtige worden aangeduid. Bij mede-eigendom wordt in een hoofdelijke aansprakelijkheid tussen de eigenaars voorzien.
Er wordt gekozen voor een forfaitair basistarief van 2.000 euro (met indexaanpassingen). Dit bedrag ligt hoger dan het gemiddelde inkomen van de belasting die wordt gecompenseerd. Er moet rekening gehouden worden met het feit dat de eigenaar van een (extra) woning waar hij zelf niet in is ingeschreven, niet kan worden vergeleken met de gemiddelde Gentenaar. De eigenaar van een tweede verblijf is doorgaans kapitaalkrachtiger dan een huurder en het is verantwoord op basis van deze hogere financiële draagkracht een hogere bijdrage te vragen.
Zowel het standaardtarief als onderstaande verminderde tarieven betreffen forfaitaire tarieven, die geen verband hebben met de werkelijke inkomsten van de gebruiker, noch met het kadastraal inkomen van de eigenaar. Er is dan ook geen schending van het verbod bepaald in artikel 464-465 WIB. De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
Verder wordt er gebruik gemaakt van een getrapt systeem van belastingverhoging. Hierbij wordt de belasting enerzijds verhoogd naargelang de frequentie van de inbreuken op de aangifteverplichting en anderzijds naargelang de inbreuken te goeder of te kwader trouw plaatsvonden. Met een tarief van 0% voor een eerste inbreuk voor een welbepaalde belasting wordt uiting gegeven aan de in het bestuursakkoord opgenomen gedachte van het “recht op vergissing”. De maximale belastingverhoging van 200% is slechts van toepassing op de belastingplichtige die herhaaldelijk of te kwader trouw inbreuken pleegt op de aangifteverplichting.
Op te merken valt nog dat, naast de gewone aangifte, ook het succesvol verweer tegen de opname in het leegstandsregister aanzien wordt als (tijdige) aangifte. Op die manier wordt de administratieve last op de burger verminderd wanneer hij van de ene naar de andere regeling overgaat.
Als studentenstad dient Stad Gent er rekening mee te houden, dat vele duizenden studenten een tijdelijk verblijf zoeken nabij hun studieplaats. Stad Gent heeft een welbepaalde visie op studentenhuisvesting, waarbij studenten in bepaalde woningen 'thuis horen' en een evenwicht gevonden wordt tussen de verschillende beleidsdoelen (aantrekkelijke studentenstad, woonbeleid, leefbaarheid in de stad, ...). Voor zover studenten wonen in panden die specifiek op studenten gericht zijn en waarvan het gebruik door studenten past in de visie op studentenhuisvesting van Stad Gent, kan dan ook in verminderde tarieven voorzien worden. Dat verschil in behandeling steunt dus op een rechtmatig doel (en op een objectief onderscheid, zie hieronder). De eigenaars van die panden voorzien immers in een noodzakelijk aanbod voor een studentenstad, wat Stad Gent niet wil ontmoedigen. Die visie werd al herhaaldelijk bevestigd door de rechtspraak (o.a. Gent 15 juni 2021, 2020/AR/1201).
Het betreft in eerste instantie de grootschalige collectieve studentenaccommodaties (GCS), de klassieke ‘homes’ van universiteiten en hogescholen (die weliswaar nog niet onder die stedenbouwkundige term werden vergund, gezien deze term recenter in het leven is geroepen). Daarnaast zien we recenter steeds meer dat ook private ondernemingen de oprichting van GCS voor zich nemen. Voor zover zij aan de voorwaarden van het Algemeen Bouwreglement (ABR) voldoen, zijn zij duidelijk op studenten gericht en vertegenwoordigen zij geen potentieel voor de reguliere huurmarkt. Gebouwen die verhuurd worden door of in samenwerking met een erkende instelling voor hoger onderwijs, worden daarmee gelijkgeschakeld gezien de stedenbouwkundige term niet slaat op de historische panden met hetzelfde doel. De beheersovereenkomst (zoals bedoeld voor de GCS in het ABR) wordt (in het verhaal van de studentenhuisvesting) aanzien als een van de meest essentiële aspecten van de huidige term GCS. Ervaring leert dat een groter complex met een beheer, doorgaans minder zwaar doorweegt op een buurt dan een kleine kamerwoning zonder enige vorm van beheer en onderhoud. In de beheersovereenkomst verbindt de initiatiefnemer zich onder meer tot het verplicht voorzien van een meldpunt voor klachten inzake samenleven en het verplicht opmaken van een huishoudelijk reglement.
We noemen deze groep panden samen de 'beheerde studentenvoorzieningen'. Deze panden genieten van de sterkste vermindering, want zijn de eerste keus voor studentenhuisvesting in de visie van Stad Gent. Voor deze panden wordt geen expliciete voorwaarde naar woonkwaliteit gesteld, nu door de betrokkenheid van een instelling voor hoger onderwijs (als verhuurder of via een beheersovereenkomst) mag verwacht worden dat de woonkwaliteit al wordt bewaakt.
Verder zijn er de kamers en studio’s in een studentenhuis, gebruikt door studenten en beschikkend over een conformiteitsattest. Het begrip studentenhuis is uniek aan het reglement en wordt omschreven als een gebouw, uitsluitend bestaande uit minstens twee kamers en gebeurlijke gemeenschappelijke ruimten en/of studio’s die specifiek zijn gericht op de huisvesting van studenten. Daarmee worden de ‘klassieke koten’ omschreven. Omdat in de praktijk vaak toch één vaste bewoner in een gewoon appartement in het gebouw verblijft, meestal in een conciërge- of kotmadamrol wat past bij het beoogde beleid, wordt één uitzondering in het gebouw toegestaan zonder dat het gebouw daardoor de stempel van 'studentenhuis' verliest. De vereiste van voldoening aan stedenbouwkundige normering en een conformiteitsattest, zorgen ervoor dat enkel de koten die een zekere woonkwaliteit waarborgen aan de studenten van de vrijstelling kunnen genieten. Kroten genieten niet van een gunstmaatregel. Omdat eigenaars vaak pas bij het ontvangen van een aangifteformulier met die vereiste worden geconfronteerd, wordt aanvaard dat het conformiteitsattest aangevraagd wordt tot het einde van de aangiftetermijn. Voor zover bij eerste controle blijkt dat het conformiteitsattest toegekend kan worden, mag vermoed worden dat de woonkwaliteit ook op de peildatum van 1 januari al in orde was.
Een appartement dat met 2 huurcontracten verhuurd wordt als waren het 2 ‘kamers’ beantwoordt duidelijk niet aan de doelstelling van deze vrijstelling en wordt expliciet uitgesloten van het begrip studentenhuis. Kamers en studio's in een studentenhuis zijn de 'tweede keus' op vlak van studentenhuisvesting, en genieten daarom een minder sterke (maar nog steeds substantiële) vermindering. Studenten op andere locaties geven voor de door hun gebruikte woning geen recht op een vermindering.
Naast de opdeling tussen de 'beheerde studentenvoorzieningen' en de 'studentenhuizen' wordt bovendien een onderscheid gemaakt tussen basiskoten en andere woningen, voor een totaal van 4 studententarieven naargelang de mate waarin een pand bijdraagt aan het woonbeleid/studentenhuisvestingsbeleid: basiskoten in een beheerde studentenvoorziening, andere woningen in een beheerde studentenvoorziening, basiskoten in een studentenhuis, en andere woningen in een studentenhuis.
De vaststelling is dat er vraag is naar basiskoten, die omschreven worden als kamers waarin geen enkele van de faciliteiten toilet, bad/douche en kookgelegenheid voorzien zijn (n.b.: een kamer is een woning waarin minstens een van deze drie faciliteiten ontbreekt). Basiskoten beantwoorden aan een specifieke sociale behoefte (van betaalbare studentehuisvesting). Die vraag is dusdanig, dat onder bepaalde voorwaarden de bouw van basiskoten door de Vlaamse regering ondersteund wordt (zie Besluit Vlaamse Codex Wonen). Om deze doelstelling mee te verwezenlijken, wordt in een lager tarief voorzien voor dit soort woningen als bijkomende fiscale aanmoediging. In een pand kunnen zowel basiskoten als andere woningen voorkomen, zodat per pand mogelijk meerdere tarieven van toepassing zijn.
Woningen waarin uitsluitend een beroepsactiviteit wordt uitgeoefend, genieten ook van een verminderd tarief. Vaak gaat het om activiteiten / dienstverlening waarbij de maatschappij er baat bij heeft dat deze temidden de vaste bewoners worden ingebed. Opnieuw moet er dus een afweging gemaakt worden tussen verschillende beleidsdoelstellingen: het woonbeleid, de (collectieve) behoeften van de buurtbewoners, en de lokale economie. Het bestuur is van mening dat een verminderd tarief het juiste evenwicht raakt tussen deze beleidsdoelstellingen. Uiteraard moet het gaan om een uitsluitend gebruik voor de beroepsactiviteit: bij gemengd gebruiken (wordt bvb ook voor occasionele overnachting gebruikt) is het verminderd tarief uitgesloten.
Om misbruiken te vermijden en de controle eenduidig te maken, wordt het verminderd tarief bovendien afhankelijk gesteld van een ondernemingsnummer en vestigingsnummer. Dat vestigingsnummer slaat uiteraard op het tweede verblijf in kwestie. Hoewel een vestigingsnummer verplicht is, wordt dit in de realiteit vaak vergeten door (kleinere) ondernemers wiens vestiging en hoofdzetel niet overeenkomen (of na verhuis). Daarom wordt aanvaard, conform de regeling voor conformiteitsattesten bij studentenhuizen, dat het vestigingsnummer aangevraagd wordt tot het einde van de aangiftetermijn.
Naast onderstaande vrijstellingen, is voorzien in de mogelijkheid voor het college van burgemeester en schepenen om in uitzonderlijke omstandigheden, mits gemotiveerd collegebesluit, één van de vrijstellingen met 1 jaar uit te breiden. Op die manier kan een uiting gegeven worden aan de wens van het bestuur om menselijke correcties toe te passen in situaties die weliswaar geen overmacht uitmaken, maar waar de belasting toch een ongewenst effect heeft. Omdat steeds de koppeling gemaakt moet worden met een van de opgelijste vrijstellingen, gaat het immers om een dossier waarin ofwel de eigenaar met bepaalde zaken werd geconfronteerd (bvb uitzonderlijk moeizaam overleg met de netbeheerders van nutsvoorzieningen bij verkavelingen), ofwel al bepaalde inspanningen heeft geleverd (bvb uitzonderlijke inspanningen om bouwplannen te herzien op vraag van de stad).
Een reeks collectieve verblijfsaccommodaties die niet beantwoorden aan de klassieke woning waar een alleenstaande of gezin zich kan vestigen, zijn vrijgesteld. Het gaat onder meer om ziekenhuizen, woonzorgcentra, kloosters, gevangenissen, … De lijst dient als voorbeeld, het betreft telkens collectieve accommodaties met specifieke doelen.
Daarnaast wordt een verplaatsbare caravan of woonaanhangwagen vrijgesteld. In feite betreft het hier een verduidelijking van het begrip ‘woning’, dat immers een onroerend goed veronderstelt. Verplaatsbare caravans zijn – in tegenstelling tot bvb stacaravans – geen onroerend goed.
Woningen waarvan het (gebrek aan) gebruik reeds in andere reglementen wordt belast, worden eveneens vrijgesteld om een dubbele belasting te voorkomen. Het gaat om de woningen op de inventarissen van de leegstaande woningen en gebouwen en van de ongeschikt / onbewoonbaar verklaarde woningen.
Een aantal gebruiken zijn expliciet gewenst door de stad. Hier wordt een vrijstelling voorzien om dit gebruik niet te ontmoedigen.
Het ter beschikking stellen van de woning aan de rechtspersonen bedoeld in artikel 1717, 3elid van het burgerlijk wetboek of artikel 32, §1 van het Vlaams Woninghuurdecreet van 24 oktober 2018 met het oog op de onderverhuring voorzien in datzelfde artikel komt tegemoet aan het sociale woonbeleid van de stad. De eigenaar/hoofdverhuurder mag hier niet de dupe zijn van een eventueel tijdelijke frictieleegstand van de woning die hij aan deze organisaties verhuurd. Een gelijkaardig argument kan gemaakt worden voor de woningen waarbij de Stad Gent het beheer heeft overgenomen in het kader van het sociaal beheersrecht.
Woningen die in gebruik zijn in een of andere vorm van begeleid wonen (begeleid zelfstandig wonen, beschermd wonen, ...), dekken een sociale nood. Om praktische overwegingen (bvb opvolgen post) staan de bewoners vaak centraal ingeschreven, op het adres van de organisatie die hen opvolgt. Het is gepast om die woningen, die weldegelijk door een vaste bewoner gebruikt worden die enkel omwille van een specifieke nood tot opvolging ergens anders in het rijksregister is ingeschreven, niet te belasten. Het bestuur wenst alle vormen van begeleiding te ondersteunen waarbij personen omwille van hun kwetsbaarheid centraal worden ingeschreven bij de begeleidende organisatie, ook indien deze begeleiding niet decretaal geregeld is.
Bepaalde woningen kennen tijdelijk geen inschrijving in het bevolkingsregister. Het gaat dan in de regel niet om een bestendige toestand, maar om een overgangsperiode. Voor die gevallen wordt in welomlijnde en in de tijd beperkte vrijstellingen voorzien.
Zo kan de voormalige woning van een persoon die langdurig op een andere plek verblijft door ziekte, ongeval, hoge leeftijd of vrijheidsberoving, vrijgesteld worden omdat het langdurig verblijf niet altijd bij aanvang vaststaat. Eenmaal vaststaat dat de bewoner niet (of niet binnen afzienbare tijd) zal terugkeren naar de woning, wenst de stad rekening te houden met een periode van verwerking en het nemen van de beslissing wat te doen met de woning. Die periode is echter beperkt tot 2 (aanslag)jaren. Binnen deze periode moet voor bvb een bejaarde persoon die in het rusthuis is opgenomen, duidelijk zijn dat een terugkeer naar zelfstandig wonen niet meer aan de orde is en kunnen maatregelen genomen worden met betrekking tot de woning (verkoop, verhuur). De vrijstelling kan per eigenaar en per woning slechts éénmaal worden toegekend, en kan uiteraard enkel gelden voor zover de eigenaar er de laatste bewoner was (zodat het vertrek naar een rusthuis geen vrijstelling geeft voor alle onroerende goederen van de belastingplichtige) en voor zover de woning daarna niet verhuurd of ter beschikking gesteld wordt (wat impliceert dat de eigenaar minder tijd nodig had om maatregelen te nemen).
De nieuwe eigenaar van een woning wordt eveneens een periode gegund om eventuele kleine herstel- of aanpassingswerken uit te voeren (die niet de omvang van een renovatie hoeven te hebben) of grondiger herstelwerken voor te bereiden alvorens de woning te betrekken of een huurder te zoeken. Daarvoor moet een periode van twee jaar volstaan: hiermee worden de 2 volgende belastingaanslagen vermeden voor de nieuwe eigenaar.
Er wordt ook een vrijstelling voorzien voor eigenaars die voor de verjaardag van de inventarisatie hun pand hebben verkocht bij onderhandse overeenkomst maar waarvan de bevestiging in een notariële akte volgt binnen de 4 maanden na ondertekening van de onderhandse overeenkomst. Deze 4 maanden komen overeen met de verplichting akten van overdracht van onroerend goed binnen de 4 maanden te registreren, ook onderhandse (zoniet worden vertragingsboetes aangerekend, art 32,4° Wetboek Registratierechten). Voor verkoop onder opschortende voorwaarde, rekent men die 4 maanden vanaf het vervullen van de voorwaarde. In de vrijstelling wordt dan ook dezelfde kanttekening voorzien: de vrijstelling geldt vanaf de voorwaardenloze onderhandse overeenkomst, of vanaf het vervullen van de opschortende voorwaarde van de overeenkomst. Dat is immers het moment waarop de eigendom inter partes overgaat.
Een gelijkaardige vrijstelling bestaat voor de koop-verkoopbelofte, die weliswaar zelf nog niet in een eigendomsoverdracht resulteert maar eveneens de mogelijkheden van de (potentiële) verkoper beperkt. Uiteraard geldt dezelfde voorwaarde: binnen de 4 maanden dient een authentieke akte voor te liggen.
Zijn er grotere renovaties aan de orde, dan kan voor een woning die door die verbouwingen tijdelijk niet bewoonbaar is ook een vrijstelling tot drie jaar worden toegekend (conform de andere patrimoniumbelastingen). Slepen de verbouwingen aan, dan is er eerder sprake van leegstand en kan het dossier aan de voor dat register bevoegde dienst worden overgemaakt. Alternatief kan de vrijstelling in de omgekeerde richting toegepast worden (de woning waar tijdelijk verbleven wordt tijdens renovaties). Daarmee wordt vermeden dat de bewoners op korte termijn tweemaal hun adres moeten aanpassen, enkel om deze belasting te vermijden. Dit kadert in de administratieve vereenvoudiging voor de burger.
Het bestuursakkoord vermeldt: “Collectief renoveren wordt de prioriteit”. Vanuit die beleidsdoelstelling, wordt bovendien aanvaard dat woningen tijdelijk leegstaan in afwachting van een collectieve renovatie, hetzij van andere woningen in hetzelfde gebouw, hetzij van aanpalende gebouwen. Om een evenwicht te behouden tussen deze beleidsdoelstelling en de doelstellingen op vlak van woningbeleid hierboven aangegeven, wordt de vrijstelling beperkt tot twee jaar. Binnen die termijn moeten de andere mee te renoveren woningen, vrijgemaakt kunnen worden.
Aan de eigenaar die een nieuwe koper of huurder zoekt, na vertrek van de vorige bewoner of na renovatie, kan ook een tijdelijke vrijstelling van 1 aanslagjaar worden toegekend. Om te vermijden dat woningen die telkens voor bijzonder korte periodes verhuurd worden – wat evenmin in overeenstemming is met het beleid – wordt bovendien als voorwaarde opgelegd dat die laatste bewoning minimaal 6 maanden heeft geduurd.
Voor huurcontracten die ingaan op 1 januari, is er een onmogelijkheid voor de bewoner om al op 1 januari ingeschreven te zijn in het rijksregister op dat adres. Als de inschrijving alsnog binnen korte termijn volgt - een maand moet daarvoor voldoende zijn - is het verantwoord af te zien van de belasting. In feite kan gesteld worden dat het gaan om een specifieke vorm van overmacht. Om misbruik te vermijden wordt wel een tijdig geregistreerde huurovereenkomst gevraagd.
Sommige bijzondere eigenaars of eigendomssituaties nopen tot een vrijstelling om ongewenste situaties te vermijden of om enkele specifieke overmachtssituaties op te vangen.
Een woning die aan de Belgische Staat toekomt ingevolge een definitieve verbeurdverklaring (art 42, 1° en 2° Strafwetboek) staat in feite niet meer onder toezicht van de veroordeelde, niettegenstaande de Belgische Staat mogelijk nog niet in bezit is getreden. Het is niet de bedoeling een belastingplichtige te treffen die over de woning geen zeggenschap meer heeft.
Een woning die toebehoord aan een sociale woningorganisatie, wordt de facto reeds ingezet om woondoelstellingen te behalen. Deze organisaties hebben een budgettaire band met de Stad Gent of de Vlaamse overheid, waarbij deze overheid minstens voor een deel de financiering van de vrijgestelde entiteiten op zich neemt. Een belasting lastens deze rechtspersonen, komt dan ook neer op een 'vestzak-broekzak' operatie die bezwaarlijk tegemoetkomt aan het financieel doel van de belasting. De Stad zou immers belastingen ontvangen, die zij daarna in de rekeningen van de betrokken entiteiten dient te compenseren of die door de Vlaamse overheid moet worden bijgepast. Hierin kan geen verboden ongelijkheid gezien worden.
De sociale woonorganisaties onderscheiden zich bovendien van de doorsnee belastingplichtige omwille van het wettelijk kader waarin zij de verhuring organiseren en waarbinnen zij net verplicht zijn hun huurders te laten domiciliëren. De woningen worden enkel als hoofdverblijfplaats verhuurd, en dit volgens een modelovereenkomst zoals voorzien in bijlage I van het BVR van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode. Dit besluit stelt uitdrukkelijk dat de sociale huurder in het verhuurde goed zijn hoofdverblijfplaats moet hebben en dat de huurovereenkomst kan worden ontbonden als geen van de huurders de woning nog als hoofdverblijfplaats betrekt (art 33, §5) en dat de huurder gehouden is zich te laten inschrijven in het bevolkingsregister (art 15 modelovereenkomst). Het vademecum 'Wegwijs in het sociaal huurstelsel" stelt bij de huurdersverplichtingen:
"5.9.1 In de woning zijn hoofdverblijfplaats hebben, er zich domiciliëren en geen onrechtmatige bijwoonst toelaten De huurders van een sociale huurwoning moeten, in voorkomend geval samen met de aan hem toegewezen minderjarige kinderen, in de sociale huurwoning hun hoofdverblijfplaats hebben en er zich domiciliëren. De huurder mag alleen toestaan dat een persoon op duurzame wijze in de sociale huurwoning komt bijwonen als hij voldoet aan de toetredingsvoorwaarden en als dat niet leidt tot een onaangepaste woning. Hij dient die duurzame bijwoonst te melden aan de verhuurder. Tekortkomingen aan die huurdersverplichtingen worden gelijkgesteld aan een ernstige inbreuk die de opzeg van de huurovereenkomst tot gevolg kan hebben. Daarnaast mag de huurder een tijdelijke bijwoonst alleen maar toestaan als dat niet leidt tot een onaangepaste woning. Hij dient die tijdelijke bijwoonst ook te melden aan de verhuurder (art. 92, §3, eerste lid, 2°bis VWC). Voor de inbreuk op die verplichting is er geen van rechtswege gelijkstelling met een ernstige tekortkoming."
Specifiek voor de sociale woonorganisaties, zijn dan ook voldoende wettelijke waarborgen ingebouwd met betrekking tot de doelstellingen van de belasting, zodat het verantwoord is hun werking niet verder met belastingaanslagen te verzwaren.
Deze organisaties hebben bovendien een budgettaire band met de Stad Gent of de Vlaamse overheid, waarbij deze overheid minstens voor een deel de financiering van de vrijgestelde entiteiten op zich neemt. Een belasting lastens deze rechtspersonen, komt dan ook neer op een 'vestzak-broekzak' operatie die bezwaarlijk tegemoetkomt aan het financieel doel van de belasting. De Stad zou immers belastingen ontvangen, die zij daarna in de rekeningen van de betrokken entiteiten dient te compenseren of die door de Vlaamse overheid moet worden bijgepast. Hierin kan geen verboden ongelijkheid gezien worden.
Diezelfde budgettaire band is ook aanwezig voor de leden van Kerngroep Gent, zoals omschreven in de nota bij het collegebesluit van 20 oktober 2016: de publiekrechtelijke organisaties wiens activiteiten integraal deel uitmaken van het strategisch meerjarenplan. Deze entiteiten zijn zodanig vervlochten met Stad Gent, ook budgettair, dat de belasting ook hier een 'vestzak-broekzak' operatie uitmaakt.
Het Team Belastingen Wonen+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | expl - 7377000 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 5.638.678 |
| 2027 | 6.621.260 |
| 2028 | 7.638.569 |
| 2029 | 8.691.261 |
| 2030 | 9.721.481 |
| 2031 | 10.789.434 |
| Totaal | 49.100.683 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 70,
Het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, artikelen 464 tot en met 470/2,
Het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992,
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
De aanvullende personenbelasting staat garant voor een groot deel van de jaarlijkse stedelijke ontvangsten. Het gemeenteraadsbesluit i.v.m. de aanvullende personenbelasting werd laatst goedgekeurd voor een periode tot en met aanslagjaar 2025.
Het college legt de vaststelling van het percentage inzake aanvullende personenbelasting ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor. Deze ontvangsten zijn onontbeerlijk voor de continuïteit van de algemene werking van de Stad. De administratiekosten op de inning van de aanvullende personenbelasting bedraagt 1% van de ontvangsten.
Er wordt voorgesteld een tarief van 6,5% te hanteren.
| Dienst* | Team Bestuur & verbonden Rechtspersonen |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7301000 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 103.592.082 |
| 2027 | 107.734.867 |
| 2028 | 111.691.753 |
| 2029 | 115.793.968 |
| 2030 | 119.796.849 |
| 2031 | 123.705.930 |
| Totaal | 682.315.449 |
Keurt goed het reglement 'Aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting' zoals gevoegd in bijlage en met ingang van 1 januari 2026.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41,9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
Het Decreet van 13 decembet 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, artikel 2.6.4.0.2
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017,artikel 2.
Deze aanvullende belasting garandeert een deel van de jaarlijkse fiscale ontvangsten. Het college wenst deze ontvangsten te behouden ter financiering van de algemene uitgaven van het stadsbestuur van Gent.
In die zin wordt aan de gemeenteraad voorgesteld het besluit met betrekking tot de opcentiemen op de gewestelijke heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten voor de aanslagjaren 2026-2031 goed te keuren voor 220 opcentiemen.
| Dienst* | Team Bestuur en Verbonden Rechtspersonen |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7305000 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 100.000 |
| 2027 | 100.000 |
| 2028 | 100.000 |
| 2029 | 100.000 |
| 2030 | 100.000 |
| 2031 | 100.000 |
| Totaal | 600.000 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, artikel 65;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017,artikel 2.
De opcentiemen op de door de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) geheven milieubelasting werden voor het laatst goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Deze aanvullende belasting garandeert een deel van de jaarlijkse fiscale ontvangsten. Het college wenst deze ontvangsten te behouden ter financiering van de algemene uitgaven van het stadsbestuur van Gent.
In die zin wordt aan de gemeenteraad voorgesteld het besluit met betrekking tot de opcentiemen op de door OVAM geheven milieuheffing voor de aanslagjaren 2026-2031 goed te keuren voor 20 opcentiemen, het maximale door het decreet toegestane tarief.
| Dienst* | Team Bestuur en Verbonden Rechtspersonen |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7303000 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 1.267.592 |
| 2027 | 1.292.944 |
| 2028 | 1.318.802 |
| 2029 | 1.345.178 |
| 2030 | 1.372.082 |
| 2031 | 1.399.523 |
| Totaal | 7.996.121 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
Het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, artikel 464,1°;
Het Decreet van 13 decembet 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017,artikel 2.
De opcentiemen op de onroerende voorheffing staan garant voor een groot deel van de stedelijke jaarlijkse ontvangsten. De verwerking en inning gebeurt door de Vlaamse Belastingdienst. (VLABEL). Het laatst goedgekeurd Gemeenteraadsbesluit werd goedgekeurd voor de periode tot en met aanslagjaar 2025.
De ontvangsten van de onroerende voorheffing zijn onontbeerlijk voor de continuïteit van de algemene werking van het stadsbestuur. De onroerende voorheffing is een van de belangrijkste ontvangstenpijlers van de Stad Gent.
Er wordt een tarief voorgesteld van 1.088 opcentiemen. Dit tarief is hetzelfde als in 2025 van toepassing was.
| Dienst* | Team Bestuur en Verbonden Rechtspersonen |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7300000 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 169.044.745 |
| 2027 | 173.626.632 |
| 2028 | 179.216.756 |
| 2029 | 184.984.245 |
| 2030 | 190.957.519 |
| 2031 | 197.123.673 |
| Totaal | 1.094.953.570 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De belasting op de leegstaande woningen en gebouwen werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Het eerste deel van het reglement legt de regels rond het leegstandsregister vast, binnen de spelregels van artikel 2.10 van de Vlaamse Codex Wonen. Dat bepaalt nog uitdrukkelijk wat onder leegstand wordt verstaan.
Zowel woningen als andere gebouwen kunnen leegstaand zijn en in het register worden opgenomen. Voor woningen wordt in eerste instantie enkel bewoning aanvaard als gebruik. Gent kent echter een groot aantal lokale economische actoren, waaronder veel vrije beroepen, die hun praktijkruimte inrichten in een herenhuis, appartement, … Om te vermijden dat deze woningen als leegstaand zouden moeten worden beschouwd, bepaalt het reglement voor woningen uitdrukkelijk dat ook een andere functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengen, aanvaard worden (overeenkomstig artikel 2.10, §2, 2° VCW).
Een woning die effectief gebruikt wordt, ook al is het om redenen anders dan bewoning, komt in de regel in aanmerking voor de belasting op tweede verblijven of bedrijfsvestigingen.
Een woning die al voorkomt op de inventaris ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen (van het Vlaams gewest), kan niet op de inventaris leegstand worden opgenomen. Een onbewoonbaar verklaarde woning mag immers niet verhuurd worden. Omgekeerd kan wel; aanhoudende leegstand kan immers tot verval en ongeschiktverklaring leiden.
Het reglement geeft een exemplarische lijst van indicaties die op leegstand kunnen wijzen. Met het oog op aflijning van de grens tussen tweede verblijf en leegstand, wordt ook het niet-gebruik van een woning door renovatie voor twee opeenvolgende jaren, als indicatie gezien. De registerbeheerder geeft aan de eigenaars de kans de voorgenomen opname in het leegstandsregister te betwisten. Wordt er geen betwisting ingediend binnen de voorziene termijn of wordt zij niet ingewilligd, dan kan de opname in het register daarna niet meer aangevochten worden.
Op het register wordt onder meer de opnamedatum genoteerd. Wanneer vrijstellingen van toepassing zijn, worden zij ook in het register bijgehouden.
Om terug uit het register geschrapt te worden, moet de eigenaar een effectief gebruik gedurende ten minste 6 opeenvolgende maanden bewijzen. De schrapping keert dan wel terug tot op de datum van de aanvang van dat gebruik.
Het reglement voorziet in een kennisgeving van de inventarisatie aan de eigenaar(s) zoals gekend in het kadaster, via een cascade: in eerste instantie aan de officiële woonplaats van de eigenaar, bij gebrek daaraan aan een niet-officiële gekende woonplaats en in uiterste geval geadresseerd aan het te inventariseren pand. Zo kan worden vermeden dat panden waarvan de eigenaar (bewust of onbewust) onvindbaar is, aan de inventarisatie ontsnappen.
Als belastbaar feit wordt omschreven het voorkomen op het leegstandsregister voor één of meerdere periodes van 12 maanden. De peildatum is dus niet, zoals in vele andere reglementen, op 1 januari. Elk dossier wordt beoordeeld op zijn individuele ‘verjaardag’ van de inventarisatie.
Woningen die op de inventaris voorkomen, zijn immers bewezen leegstaande woningen (zie betwistingsmogelijkheid hoger). Het strookt met het (woon)beleid van de stad om deze woningen via een fiscale impuls te activeren op de huurmarkt of de eigenaar tot verkoop aan te zetten. Bovendien is leegstand vaak de eerste stap naar verwaarlozing, wat een verloedering van het straatbeeld en de buurt tot gevolg heeft. Het bestuur wenst dit uiteraard te voorkomen. Dit laatste argument geldt eveneens voor de leegstaande gebouwen.
De keuze om woningen die een effectief gebruik kennen, andere dan wonen, niet te belasten motiveert het bestuur in hoofdzaak vanuit de strijd tegen de verloedering
Door te belasten bij 1 of meerdere jaren inventaris is er geen belasting op het moment van de opname. Enerzijds vermijdt dit dat een belasting bij opname en een belasting na 1 jaar inventaris, zeer dicht bij mekaar verschuldigd zouden zijn (door de mogelijkheid voor de eigenaar om de opname te betwisten, werd in de praktijk pas belast nadat die betwisting was afgesloten). Anderzijds stelt dit de eigenaar in staat aan de leegstand te verhelpen nog voordat hij belast wordt. Dit maakt van deze belasting een echte beleidsbelasting, die enkel wordt geheven van eigenaars die woningen of gebouwen langdurig leeg laten staan, en dit nadat zij persoonlijk door middel van inventarisatie op de gevolgen zijn gewezen. De belasting is perfect vermijdbaar.
Er wordt uitdrukkelijk voorzien dat de combinatie met de belasting op verwaarloosde gebouwen mogelijk is. In tegenstelling tot een ongeschikt verklaarde woning (zie hoger) kan een verwaarloosde woning immers zonder problemen bewoond worden.
De belastingplichtige is de eigenaar van de woning. Het is immers de eigenaar die in zijn volle beslissingsbevoegdheid kiest welk gebruik wordt gemaakt van de woning. Wanneer er sprake is van een opstal, erfpacht of vruchtgebruik, berust het beslissingsrecht respectievelijk bij de opstalhouder, erfpachter of vruchtgebruiker, zodat zij in dat geval als belastingplichtige worden aangeduid.
Bij overdracht van dat zakelijk recht, blijft de overdrager aangeduid als de belastingplichtige, zolang deze overdracht niet is gemeld aan de administratie of is opgenomen in een authentieke akte. Recente rechtspraak hanteert immers het standpunt dat de overheid geen 'derde' is en dus niet kan opwerpen niet op de hoogte te zijn van de overdracht. Door dit geval expliciet op te nemen in het belastingreglement, blijft de verplichting op de overdrager rusten om de authentieke akte te verlijden en, indien gewenst, van een onderhandse overdracht melding te doen.
Bij mede-eigendom wordt in een hoofdelijke aansprakelijkheid tussen de eigenaars voorzien. Er is in een specifieke regeling rond gehuwde eigenaars voorzien, om de diversiteit aan (buitenlandse) huwelijksvermogensstelsels op te vangen. De belasting (voor hun aandeel) kan geldig gevestigd worden op naam van één van de echtgenoten, of op naam van beiden samen. Er is ook in hoofdelijkheid voorzien.
Het reglement voorziet in een tarief dat jaar na jaar stijgt, om na 5 jaar een maximum te bereiken (naast tariefindexering). Zo wordt hardnekkige leegstand exponentieel zwaarder belast dan leegstand van kortere duur. De belasting start terug bij het basisbedrag wanneer het onroerend goed wordt overgedragen.
De basisbelasting bedraagt 3.320 euro, een bedrag dat vermeerderd wordt wanneer de woning meerdere bouwlagen heeft (+950 euro) en wanneer de woning breder is dan 6 meter (+950 euro) tot een totaal van maximaal 5.220 euro. Voor kamers, die nog een pak kleiner zijn dan een kleine woning, is een basisbelasting van 1.660 euro voorzien. Op die manier wordt deels rekening gehouden met de draagkracht van de eigenaars: hoe groter de woning, hoe groter de belasting. De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
Ten overvloede wordt in het reglement de overmacht vermeld, die overeenkomstig vaste rechtspraak echter sowieso wordt geacht deel uit te maken van elk belastingreglement.
Naast onderstaande vrijstellingen, is voorzien in de mogelijkheid voor het college van burgemeester en schepenen om in uitzonderlijke omstandigheden, mits gemotiveerd collegebesluit, één van de vrijstellingen met 1 jaar uit te breiden. Op die manier kan een uiting gegeven worden aan de wens van het bestuur om menselijke correcties toe te passen in situaties die weliswaar geen overmacht uitmaken, maar waar de belasting toch een ongewenst effect heeft. Omdat steeds de koppeling gemaakt moet worden met een van de opgelijste vrijstellingen, gaat het immers om een dossier waarin ofwel de eigenaar met bepaalde zaken werd geconfronteerd (bvb een talmende aannemer), ofwel al bepaalde inspanningen heeft geleverd (bvb eigenhandige renovatie die bijna afgewerkt is).
2.3.1 Bepaalde oorzaken van leegstand
Bepaalde oorzaken van de leegstand maken in feite een specifieke vorm van overmacht uit. In die gevallen volstaat redelijkerwijs een jaar op de inventaris niet om aan de leegstand te verhelpen.
Wanneer bijvoorbeeld de leegstand te wijten is aan een brand, ontploffing of andere ramp wordt een vrijstelling van 36 maanden toegekend. Hierbij is het onbelangrijk of de ramp het geïnventariseerde pand zelf betreft: een vochtinsijpelingsproblematiek veroorzaakt door het naburige uitgebrande pand verhindert bijvoorbeeld evenzeer de herstelling en verhuur van het naastgelegen pand.
Wanneer de woning het voorwerp is van een onteigeningsplan, kan moeilijk van de eigenaar nog verwacht worden dat hij voor de woning een huurder zoekt. Deze huurder zal zich immers in een precaire situatie bevinden. Deze woningen zijn om die reden dan ook vrijgesteld. Ook de woningen waarvan de onteigening wordt voorbereid, zijn hierin begrepen.
2.3.2 Tijdelijke vrijstellingen
Bepaalde woningen kennen tijdelijke leegstand. Het gaat dan in de regel niet om een bestendige toestand, maar om een overgangsperiode. Voor die gevallen wordt in welomlijnde en in de tijd beperkte vrijstellingen voorzien.
Zo kan de voormalige woning van een persoon die langdurig op een andere plek verblijft door ziekte, ongeval, hoge leeftijd of vrijheidsberoving, vrijgesteld worden omdat het langdurig verblijf niet altijd bij aanvang vaststaat. Eenmaal vaststaat dat de bewoner niet (of niet binnen afzienbare tijd) zal terugkeren naar de woning, wenst de stad rekening te houden met een periode van verwerking en het nemen van de beslissing wat te doen met de woning.
Die periode is echter beperkt tot 2 (aanslag)jaren. Binnen deze periode moet voor bvb een bejaarde persoon die in het rusthuis is opgenomen, duidelijk zijn dat een terugkeer naar zelfstandig wonen niet meer aan de orde is en kunnen maatregelen genomen worden met betrekking tot de woning (verkoop, verhuur). De vrijstelling kan per eigenaar en per woning slechts éénmaal worden toegekend, en kan uiteraard enkel gelden voor zover de eigenaar er de laatste bewoner was (zodat het vertrek naar een rusthuis geen vrijstelling geeft voor alle onroerende goederen van de belastingplichtige).
De nieuwe eigenaar van een woning wordt eveneens een periode gegund om eventuele kleine herstel- of aanpassingswerken uit te voeren (die niet de omvang van een renovatie hoeven te hebben) of grondiger herstelwerken voor te bereiden alvorens de woning te betrekken of een huurder te zoeken. Daarvoor moet een periode van 24 maanden volstaan: hiermee worden de 2 volgende belastingaanslagen vermeden voor de nieuwe eigenaar.
Er wordt ook een vrijstelling voorzien voor eigenaars die voor de verjaardag van de inventarisatie hun pand hebben verkocht bij onderhandse overeenkomst maar waarvan de bevestiging in een notariële akte volgt binnen de 4 maanden na ondertekening van de onderhandse overeenkomst. Deze 4 maanden komen overeen met de verplichting akten van overdracht van onroerend goed binnen de 4 maanden te registreren, ook onderhandse (zoniet worden vertragingsboetes aangerekend, art 32,4° Wetboek Registratierechten). Voor verkoop onder opschortende voorwaarde, rekent men die 4 maanden vanaf het vervullen van de voorwaarde. In de vrijstelling wordt dan ook dezelfde kanttekening voorzien: de vrijstelling geldt vanaf de voorwaardenloze onderhandse overeenkomst, of vanaf het vervullen van de opschortende voorwaarde van de overeenkomst. Dat is immers het moment waarop de eigendom inter partes overgaat.
Een gelijkaardige vrijstelling bestaat voor de koop-verkoopbelofte, die weliswaar zelf nog niet in een eigendomsoverdracht resulteert maar eveneens de mogelijkheden van de (potentiële) verkoper beperkt. Uiteraard geldt dezelfde voorwaarde: binnen de 4 maanden dient een authentieke akte voor te liggen.
Zijn er renovaties aan de orde, dan kan ook eenmalig (over de patrimoniumbelastingen heen) een vrijstelling worden toegekend wanneer blijkt dat aan de oorzaken van de leegstand wordt verholpen. De vrijstelling bedraagt maximaal 36 maanden (3 aanslagjaren) per eigenaar en per onroerend goed. Samen met de twee jaar vrijstelling voor nieuwe eigenaars, vormt dit samen dezelfde vijf jaar als geldt voor de Vlaamse renovatieverplichting, wat als een aanvaardbare termijn kan worden beschouwd. Als het pand opnieuw bewoond wordt en daarna terug leeg komt te staan (of in een van de andere patrimoniumbelastingen wordt opgenomen) kan de vrijstelling opnieuw bekomen worden.
De renovatie kan enerzijds blijken uit een omgevingsvergunning voor uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen. De vrijstelling gaat dan in wanneer de vergunning eerst wordt toegekend. Het verkrijgen van een omgevingsvergunning impliceert immers dat de eigenaar verbeteringswerken aan de woning zal uitvoeren, die niet mogen aanvangen voor de goedkeuring ervan door het college van burgemeester en schepenen, zoniet is er sprake van een bouwmisdrijf. De bouwwerken kunnen ten vroegste na de goedkeuring aanvangen.
De maximale vrijstellingsperiode van 24 maanden wordt berekend vanaf het definitief worden van de vergunning. Dit vangt in feite een (steeds vaker voorkomende) overmachtssituatie op, waarbij de bouwheer geconfronteerd wordt met een beroepsprocedure. De omgevingsvergunning is daardoor precair, en er kan niet verwacht worden dat de werken al starten.
Daarnaast kunnen ook werken noodzakelijk zijn die geen omgevingsvergunning nodig hebben. De vrijstelling wordt dan toegekend op basis van een renovatiedossier:
- een gedetailleerd renovatieschema waaruit blijkt dat de nodige renovatiewerken zullen uitgevoerd worden.
- een schets van de woning/ het gebouw met aanduiding van de geplande werken
- een volledige opsomming en beschrijving van de werken
- een raming van de kosten en/of offertes van aannemers
- foto’s van de te renoveren delen van de woning en/of gebouw
Gezien het werken betreft die geen omgevingsvergunning vereisen en de eigenaar naar eigen goeddunken kan uitvoeren, is het verantwoord de vrijstelling in dat geval te laten ingaan vanaf het indienen van de volledig bevonden en goedgekeurde aanvraag.
Na de renovatie kan aanvaard worden dat de woning te koop of te huur staat, na een recent afgewerkte renovatie. Ook in die gevallen is dan in een uitdrukkelijke vrijstelling voorzien.
Het bestuursakkoord vermeldt: “Collectief renoveren wordt de prioriteit”. Vanuit die beleidsdoelstelling, wordt bovendien aanvaard dat woningen tijdelijk leegstaan in afwachting van een collectieve renovatie, hetzij van andere woningen in hetzelfde gebouw, hetzij van aanpalende gebouwen. Om een evenwicht te behouden tussen deze beleidsdoelstelling en de doelstellingen op vlak van woningbeleid hierboven aangegeven, wordt de vrijstelling beperkt tot 24 maanden. Binnen die termijn moeten de andere mee te renoveren woningen, vrijgemaakt kunnen worden.
Wanneer een woning beschermd is als onroerend erfgoed, is het opknappen van de woning aan heel wat bijkomende vereisten onderworpen. Daarom wordt een vrijstelling van 24 maanden voorzien vanaf de beslissing tot bescherming. De eigenaar moet de kans krijgen de bijkomende voorwaarden voor werken aan de geklasseerde woning te onderzoeken naar mogelijkheden en kostprijs. Ook tijdens de periode van voorlopige bescherming (die maximaal 270 + 90 dagen duurt, zie https://www.onroerenderfgoed.be/voorlopige-bescherming) is een vrijstelling om die reden verantwoord.
Wanneer de eigenaar effectief een restauratiepremie verkrijgt, kan hij rekenen op nog 24 maanden vrijstelling vanaf die goedkeuring. Het toewijzen van die premie toont aan dat er concrete renovatieplannen zijn. Dit geeft voldoende ruimte om daarna de effectieve werken aan te vatten.
2.3.3 Bijzondere eigenaars
Sommige bijzondere eigenaars of eigendomssituaties nopen tot een vrijstelling om ongewenste situaties te vermijden of om enkele specifieke overmachtssituaties op te vangen.
Een woning die aan de Belgische Staat toekomt ingevolge een definitieve verbeurdverklaring (art 42, 1° en 2° Strafwetboek) staat in feite niet meer onder toezicht van de veroordeelde, niettegenstaande de Belgische Staat mogelijk nog niet in bezit is getreden. Het is niet de bedoeling een belastingplichtige te treffen die over de woning geen zeggenschap meer heeft. Zelfs als de Belgische Staat in bezit is getreden en als belastingplichtige gezien zou worden, is zij aan bijzondere bijkomende voorwaarden (bvb rond de verkoop van verbeurdverklaarde goederen) gebonden die haar handelen ernstig beperken en een vrijstelling verantwoorden.
De verbeurdverklaring is in de praktijk niet alleen een onverwacht en zeer specifiek maar tevens een (voor de overheid, zijnde de Belgische Staat) zeer onvoorspelbaar gegeven. Het is niet omdat aan de Belgische Staat een onroerend goed toekomt ingevolge verbeurdverklaring dat zij daar ook op een duidelijk bepaalbaar tijdstip zeggenschap over zal hebben of er in bezit van zal (kunnen) treden. De gemeenteraad kan er mee rekening houden dat de verbeurdverklaring meestal onderdeel uitmaakt van jarenlang aanslepende procedures (cassatie, vordering tot opeising, beslag tot terugvordering, aanspraken van derden, enz.), die het handelen beletten of bemoeilijken, zodat een niet in tijd begrensde vrijstelling verantwoord is, precies omdat onmogelijk kan voorspeld worden wanneer de Belgische Staat werkelijke zeggenschap over verbeurdverklaarde goederen krijgt. (Gent 30 november 2021)
Bovendien betreft het een 'gedwongen eigenaarschap' van een ongeschikt goed en kan van de Belgische Staat (die zelf niet aan de basis ligt van de ongeschiktheid/onbewoonbaarheid) niet zo maar verwacht worden dat zij zelf de nodige werkzaamheden laat uitvoeren om die woningen opnieuw te laten voldoen aan de normen van de Vlaamse Wooncode. In de praktijk worden deze woningen opnieuw verkocht, wat een langdurig proces kan betekenen.
Het is dan ook niet onredelijk, noch disproportioneel om het gedwongen eigenaarschap van deze goederen niet extra te belasten.
Een woning waarvan de Stad Gent het beheer in handen heeft genomen in uitvoering van het sociaal beheersrecht, wordt evenmin belast nu de eigenaar van deze woning niet langer zelf het beheer voert over zijn pand.
Een woning die toebehoort aan een sociale woningorganisatie, wordt de facto reeds ingezet om de (sociale) woondoelstellingen te behalen. Het heeft dan ook geen zin die organisaties aan te zetten behoorlijk woonaanbod te creëren door verwaarlozing tegen te gaan. Dit is evident, zonder dat dit nog eens moet bevestigd worden in een uitdrukkelijke motivering. Een sociale huisvestingsmaatschappij heeft immers reeds als doel effectieve woonlocaties te creëren voor sociale doeleinden.
Wanneer zich op die manier gevallen kunnen voordoen waarbij die sociale woonorganisaties er langere tijd over doen (meer dan 2 jaar) om een sanering en/of renovatie uit te voeren, waardoor er langere leegstand is, dan moet worden aangenomen dat dit niet gebeurt omdat zij niet aan haar kernopdracht wil voldoen, maar wegens organisatorische redenen en (dus, want wegens de onderliggende reden) door een gebrek aan financiële armslag beperkt is. Er moet immers overwogen worden dat de belasting die woonorganisaties in de vervulling van hun taak van algemeen belang, meer bepaald hun (door henzelf te bepalen) huisvestingspolitiek, zou hinderen (Gent 20 november 2018, nr. 2018/8249, Bogaert / Stad Gent).
Deze organisaties hebben bovendien een budgettaire band met de Stad Gent of de Vlaamse overheid, waarbij deze overheid minstens voor een deel de financiering van de vrijgestelde entiteiten op zich neemt. Een belasting lastens deze rechtspersonen, komt dan ook neer op een 'vestzak-broekzak' operatie die bezwaarlijk tegemoetkomt aan het financieel doel van de belasting. De Stad zou immers belastingen ontvangen, die zij daarna in de rekeningen van de betrokken entiteiten dient te compenseren of die door de Vlaamse overheid moet worden bijgepast. Hierin kan geen verboden ongelijkheid gezien worden.
Diezelfde budgettaire band is ook aanwezig voor de leden van Kerngroep Gent, zoals omschreven in de nota bij het collegebesluit van 20 oktober 2016: de publiekrechtelijke organisaties wiens activiteiten integraal deel uitmaken van het strategisch meerjarenplan. Deze entiteiten zijn zodanig vervlochten met Stad Gent, ook budgettair, dat de belasting ook hier een 'vestzak-broekzak' operatie uitmaakt.
De Dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu is belast met toezicht op en uitvoering van het registergedeelte.
Team Belastingen Wonen+ is belast met toezicht op en uitvoering van het heffingsgedeelte.
| Dienst* | Belastingen Wonen+ |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7374000 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 1.006.418 |
| 2027 | 1.134.388 |
| 2028 | 1.205.576 |
| 2029 | 1.237.188 |
| 2030 | 1.239.231 |
| 2031 | 1.256.716 |
| Totaal | 7.079.518 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
De belasting op de ongeschikt- en/of onbewoonbaarverklaarde woningen werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Het eerste deel van het reglement herhaalt de regels rond de inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen, zoals opgenomen in Boek 3, Deel 5, Titel 2 van de Vlaamse Codex Wonen (verder de Codex).
Hoewel ook kan worden verwezen naar de bepalingen in de codex, zorgt het overnemen van de bepalingen in het reglement ervoor dat de belastingplichtige/zakelijk gerechtigde een samenhangend geheel kan lezen in het gemeentelijk reglement.
Gezien de Vlaamse Regering de inventarisbeheerder aanduidt en er de regels voor vastlegt, is geen verdere motivering van deze betrokken regels noodzakelijk.
Het tweede deel bevat een heffing op de geïnventariseerde panden.
Als belastbaar feit wordt omschreven het voorkomen op de inventarissen van ongeschikt verklaarde of onbewoonbaar verklaarde woningen voor één of meerdere periodes van 12 maanden. De peildatum is dus niet, zoals in vele andere reglementen, op 1 januari. Elk dossier wordt beoordeeld op zijn individuele ‘verjaardag’ van de inventarisatie.
Woningen die op de inventarissen voorkomen, zijn immers bewezen ongeschikte of onbewoonbare panden(zie betwistingsmogelijkheid in de Codex). Het strookt met het beleid van de stad in het algemeen, en het woonbeleid in het bijzonder, om deze panden via een fiscale impuls te laten herstellen of de eigenaar tot verkoop aan te zetten. De ongeschiktheid of onbewoonbaarheid brengt immers risicovolle situaties mee waarin de stad niet wil dat haar inwoners/huurders zich moeten bevinden. Ongeschiktheid leidt ook tot leegstand (of is er het gevolg van), waardoor het pand niet meer beschikbaar is op de (woning-)huurmarkt. Het bestuur wenst dit uiteraard te voorkomen, minstens de ongeschikte woningen terug op de (woning)markt te activeren.
Door te belasten bij 1 of meerdere jaren inventaris is er geen belasting op het moment van de opname. Enerzijds vermijdt dit dat een belasting bij opname en een belasting na 1 jaar inventaris, zeer dicht bij mekaar verschuldigd zouden zijn (door de mogelijkheid voor de eigenaar om de opname te betwisten). Anderzijds stelt dit de eigenaar in staat aan de ongeschiktheid of onbewoonbaarheid te verhelpen nog voordat hij belast wordt. Gelet op de inspanning die eigenaars dan leveren om hun onroerend goed te herwaarderen, is duidelijk dat zij mee het doel van deze belasting helpen verwezenlijken namelijk het vermijden van verloederde woningen. Dit maakt van deze belasting een echte beleidsbelasting, die enkel wordt geheven van eigenaars die woningen of gebouwen langdurig laten verloederen, nadat zij persoonlijk door middel van inventarisatie op de gevolgen zijn gewezen. Voor langere renovaties is in een vrijstelling tot 24 maanden voorzien (zie hieronder). De belasting is perfect vermijdbaar.
Er wordt uitdrukkelijk voorzien dat de combinatie met de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen mogelijk is. De verwaarlozing betreft de verloedering van de ‘buitenkant’, waar de ongeschiktheid de verloedering van de ‘binnenkant’ betreft.
De combinatie met de belasting op leegstaande woningen en gebouwen is enkel mogelijk indien de ongeschiktheid het gevolg is van de leegstand. Indien de ongeschiktheid aanleiding geeft tot de leegstand, kan de eigenaar dit niet worden verweten nu het hem wettelijk verboden is een ongeschikte woning nog te verhuren (art 3.34 Codex).
De belastingplichtige is de eigenaar van de woning. Het is immers de eigenaar die verantwoordelijk is voor de grote onderhoudswerken die doorgaans nodig zijn om aan de ongeschiktheid te verhelpen of ze te voorkomen. Wanneer er sprake is van een opstal, erfpacht of vruchtgebruik, berust die verantwoordelijkheid respectievelijk bij de opstalhouder, erfpachter of vruchtgebruiker, zodat zij in dat geval als belastingplichtige worden aangeduid.
Bij overdracht van dat zakelijk recht, blijft de overdrager aangeduid als de belastingplichtige, zolang deze overdracht niet is gemeld aan de administratie of is opgenomen in een authentieke akte. Recente rechtspraak hanteert immers het standpunt dat de overheid geen 'derde' is en dus niet kan opwerpen niet op de hoogte te zijn van de overdracht. Door dit geval expliciet op te nemen in het belastingreglement, blijft de verplichting op de overdrager rusten om de authentieke akte te verlijden en, indien gewenst, van een onderhandse overdracht melding te doen.
Bij mede-eigendom wordt in een hoofdelijke aansprakelijkheid tussen de eigenaars voorzien. Er is in een specifieke regeling rond gehuwde eigenaars voorzien, om de diversiteit aan (buitenlandse) huwelijksvermogensstelsels op te vangen. De belasting (voor hun aandeel) kan geldig gevestigd worden op naam van één van de echtgenoten, of op naam van beiden samen. Er is ook in hoofdelijkheid voorzien.
Het reglement voorziet in een tarief dat jaar na jaar stijgt, om na 5 jaar een maximum te bereiken (naast tariefindexering). Zo wordt hardnekkige ongeschiktheid of onbewoonbaarheid exponentieel zwaarder belast dan ongeschiktheid of onbewoonbaarheid van kortere duur. De belasting start terug bij het basisbedrag wanneer het onroerend goed wordt overgedragen.
De basisbelasting bedraagt 3.320 euro, bedrag dat vermeerderd wordt wanneer de woning meerdere bouwlagen heeft (+950 euro) en wanneer de woning breder is dan 6 meter (+950 euro) tot een totaal van maximaal 5.220 euro. Voor kamers, die nog een pak kleiner zijn dan een kleine woning, is een basisbelasting van 1.660 euro voorzien. Op die manier wordt deels rekening gehouden met de draagkracht van de eigenaars: hoe groter de woning, hoe groter de belasting. De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
2.3.1 Bepaalde oorzaken vanongeschiktheid of onbewoonbaarheid
Bepaalde oorzaken van de ongeschiktheid of onbewoonbaarheid maken in feite een vorm van overmacht uit. In die gevallen volstaat redelijkerwijs een jaar op de inventaris niet om aan de ongeschiktheid of onbewoonbaarheid te verhelpen.
Wanneer bijvoorbeeld de ongeschiktheid of onbewoonbaarheid te wijten is aan een brand, ontploffing of andere ramp wordt een vrijstelling van 36 maanden toegekend. Hierbij is het onbelangrijk of de ramp het geïnventariseerde pand zelf betreft: een vochtinsijpelingsproblematiek veroorzaakt door het naburige uitgebrande pand verhindert bijvoorbeeld evenzeer de herstelling en verhuur van het naastgelegen pand.
Wanneer het pand het voorwerp is van een onteigeningsplan, kan moeilijk van de eigenaar nog verwacht worden dat hij voor het pand nog investeringen doet. Deze woningen zijn om die reden dan ook vrijgesteld. Ook de woningen waarvan de onteigening wordt voorbereid, zijn hierin begrepen.
2.3.2 Tijdelijke vrijstellingen
Bepaalde woningen kennen tijdelijke ongeschiktheid of onbewoonbaarheid. Het gaat dan in de regel niet om een bestendige toestand, maar om een overgangsperiode. Voor die gevallen wordt in welomlijnde en in de tijd beperkte vrijstellingen voorzien.
Zo kan de voormalige woning van een persoon die langdurig op een andere plek verblijft door ziekte, ongeval, hoge leeftijd of vrijheidsberoving, vrijgesteld worden omdat het langdurig verblijf niet altijd bij aanvang vaststaat. Eenmaal vaststaat dat de bewoner niet (of niet binnen afzienbare tijd) zal terugkeren naar de woning, wenst de stad rekening te houden met een periode van verwerking en het nemen van de beslissing wat te doen met de woning.
Die periode is echter beperkt tot 2 (aanslag)jaren. Binnen deze periode moet voor bvb een bejaarde persoon die in het rusthuis is opgenomen, duidelijk zijn dat een terugkeer naar zelfstandig wonen niet meer aan de orde is en kunnen maatregelen genomen worden met betrekking tot de woning (zelf laten herstellen, verkoop). De vrijstelling kan per eigenaar en per woning slechts éénmaal worden toegekend, en kan uiteraard enkel gelden voor zover de eigenaar er de laatste bewoner was (zodat het vertrek naar een rusthuis geen vrijstelling geeft voor alle onroerende goederen van de belastingplichtige).
De nieuwe eigenaar van een woning wordt eveneens een periode gegund om kleine herstelwerken uit te voeren (die niet de omvang van een renovatie hoeven te hebben) of een grondige renovatie voor te bereiden. Daarvoor moet een periode van 24 maanden volstaan: hiermee worden de 2 volgende belastingaanslagen vermeden voor de nieuwe eigenaar.
Er wordt ook een vrijstelling voorzien voor eigenaars die voor de verjaardag van de inventarisatie hun pand hebben verkocht bij onderhandse overeenkomst maar waarvan de bevestiging in een notariële akte volgt binnen de 4 maanden na ondertekening van de onderhandse overeenkomst. Deze 4 maanden komen overeen met de verplichting akten van overdracht van onroerend goed binnen de 4 maanden te registreren, ook onderhandse (zoniet worden vertragingsboetes aangerekend, art 32,4° Wetboek Registratierechten). Voor verkoop onder opschortende voorwaarde, rekent men die 4 maanden vanaf het vervullen van de voorwaarde. In de vrijstelling wordt dan ook dezelfde kanttekening voorzien: de vrijstelling geldt vanaf de voorwaardenloze onderhandse overeenkomst, of vanaf het vervullen van de opschortende voorwaarde van de overeenkomst. Dat is immers het moment waarop de eigendom inter partes overgaat.
Een gelijkaardige vrijstelling bestaat voor de koop-verkoopbelofte, die weliswaar zelf nog niet in een eigendomsoverdracht resulteert maar eveneens de mogelijkheden van de (potentiële) verkoper beperkt. Uiteraard geldt dezelfde voorwaarde: binnen de 4 maanden dient een authentieke akte voor te liggen.
Zijn er renovaties aan de orde, dan kan ook eenmalig (over de patrimoniumbelastingen heen) een vrijstelling worden toegekend wanneer blijkt dat aan de oorzaken van de ongeschiktheid wordt verholpen. De vrijstelling bedraagt maximaal 36 maanden (3 aanslagjaren) per eigenaar en per onroerend goed. Samen met de twee jaar vrijstelling voor nieuwe eigenaars, vormt dit samen dezelfde vijf jaar als geldt voor de Vlaamse renovatieverplichting, wat als een aanvaardbare termijn kan worden beschouwd. Als het pand opnieuw bewoond wordt en daarna terug ongeschikt verklaard wordt (of in een van de andere patrimoniumbelastingen wordt opgenomen) kan de vrijstelling opnieuw bekomen worden.
De renovatie kan enerzijds blijken uit een omgevingsvergunning voor uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen. De vrijstelling gaat dan in wanneer de vergunning eerst wordt toegekend. Het verkrijgen van een omgevingsvergunning impliceert immers dat de eigenaar verbeteringswerken aan de woning zal uitvoeren, die niet mogen aanvangen voor de goedkeuring ervan door het college van burgemeester en schepenen, zoniet is er sprake van een bouwmisdrijf. De bouwwerken kunnen ten vroegste na de goedkeuring aanvangen.
De maximale vrijstellingsperiode van 24 maanden wordt berekend vanaf het definitief worden van de vergunning. Dit vangt in feite een (steeds vaker voorkomende) overmachtssituatie op, waarbij de bouwheer geconfronteerd wordt met een beroepsprocedure. De omgevingsvergunning is daardoor precair, en er kan niet verwacht worden dat de werken al starten.
Daarnaast kunnen ook werken noodzakelijk zijn die geen omgevingsvergunning nodig hebben. De vrijstelling wordt dan toegekend op basis van een renovatiedossier:
- een gedetailleerd renovatieschema waaruit blijkt dat de nodige renovatiewerken zullen uitgevoerd worden.
- een schets van de woning/ het gebouw met aanduiding van de geplande werken
- een volledige opsomming en beschrijving van de werken
- een raming van de kosten en/of offertes van aannemers
- foto’s van de te renoveren delen van de woning en/of gebouw
Gezien het werken betreft die geen omgevingsvergunning vereisen en de eigenaar naar eigen goeddunken kan uitvoeren, is het verantwoord de vrijstelling in dat geval te laten ingaan vanaf het indienen van de volledig bevonden en goedgekeurde aanvraag.
Het bestuursakkoord vermeldt: “Collectief renoveren wordt de prioriteit”. Vanuit die beleidsdoelstelling, wordt bovendien aanvaard dat woningen tijdelijk leegstaan in afwachting van een collectieve renovatie, hetzij van andere woningen in hetzelfde gebouw, hetzij van aanpalende gebouwen. Om een evenwicht te behouden tussen deze beleidsdoelstelling en de doelstellingen op vlak van woningbeleid hierboven aangegeven, wordt de vrijstelling beperkt tot 24 maanden. Binnen die termijn moeten de andere mee te renoveren woningen, vrijgemaakt kunnen worden.
Wanneer een woning beschermd is als onroerend erfgoed, is het opknappen van de woning aan heel wat bijkomende vereisten onderworpen. Daarom wordt een vrijstelling van 24 maanden voorzien vanaf de beslissing tot bescherming. De eigenaar moet de kans krijgen de bijkomende voorwaarden voor werken aan de geklasseerde woning te onderzoeken naar mogelijkheden en kostprijs. Ook tijdens de periode van voorlopige bescherming (die maximaal 270 + 90 dagen duurt, zie https://www.onroerenderfgoed.be/voorlopige-bescherming) is een vrijstelling om die reden verantwoord.
Wanneer de eigenaar effectief een restauratiepremie verkrijgt, kan hij rekenen op nog 24 maanden vrijstelling vanaf die goedkeuring. Het toewijzen van die premie toont aan dat er concrete renovatieplannen zijn. Dit geeft voldoende ruimte om daarna de effectieve werken aan te vatten.
2.3.3 Bijzondere eigenaars
Sommige bijzondere eigenaars of eigendomssituaties nopen tot een vrijstelling om ongewenste situaties te vermijden of om enkele specifieke overmachtssituaties op te vangen.
Een woning die aan de Belgische Staat toekomt ingevolge een definitieve verbeurdverklaring (art 42, 1° en 2° Strafwetboek) staat in feite niet meer onder toezicht van de veroordeelde, niettegenstaande de Belgische Staat mogelijk nog niet in bezit is getreden. Het is niet de bedoeling een belastingplichtige te treffen die over de woning geen zeggenschap meer heeft. Zelfs als de Belgische Staat in bezit is getreden en als belastingplichtige gezien zou worden, is zij aan bijzondere bijkomende voorwaarden (bvb rond de verkoop van verbeurdverklaarde goederen) gebonden die haar handelen ernstig beperken en een vrijstelling verantwoorden.
De verbeurdverklaring is in de praktijk niet alleen een onverwacht en zeer specifiek maar tevens een (voor de overheid, zijnde de Belgische Staat) zeer onvoorspelbaar gegeven. Het is niet omdat aan de Belgische Staat een onroerend goed toekomt ingevolge verbeurdverklaring dat zij daar ook op een duidelijk bepaalbaar tijdstip zeggenschap over zal hebben of er in bezit van zal (kunnen) treden. De gemeenteraad kan er mee rekening houden dat de verbeurdverklaring meestal onderdeel uitmaakt van jarenlang aanslepende procedures (cassatie, vordering tot opeising, beslag tot terugvordering, aanspraken van derden, enz.), die het handelen beletten of bemoeilijken, zodat een niet in tijd begrensde vrijstelling verantwoord is, precies omdat onmogelijk kan voorspeld worden wanneer de Belgische Staat werkelijke zeggenschap over verbeurdverklaarde goederen krijgt. (Gent 30 november 2021)
Bovendien betreft het een 'gedwongen eigenaarschap' van een ongeschikt goed en kan van de Belgische Staat (die zelf niet aan de basis ligt van de ongeschiktheid/onbewoonbaarheid) niet zo maar verwacht worden dat zij zelf de nodige werkzaamheden laat uitvoeren om die woningen opnieuw te laten voldoen aan de normen van de Vlaamse Wooncode. In de praktijk worden deze woningen opnieuw verkocht, wat een langdurig proces kan betekenen.
Het is dan ook niet onredelijk, noch disproportioneel om het gedwongen eigenaarschap van deze goederen niet extra te belasten.
Een woning waarvan de Stad Gent het beheer in handen heeft genomen in uitvoering van het sociaal beheersrecht, wordt evenming belast nu de eigenaar van deze woning niet langer zelf het beheer voert over zijn pand.
Een pand dat toebehoort aan een sociale woningorganisatie, wordt de facto reeds ingezet om de (sociale) woondoelstellingen te behalen. Het heeft dan ook geen zin die organisaties aan te zetten behoorlijk woonaanbod te creëren door ongeschiktheid of onbewoonbaarheid tegen te gaan. Dit is evident, zonder dat dit nog eens moet bevestigd worden in een uitdrukkelijke motivering. Een sociale huisvestingsmaatschappij heeft immers reeds als doel effectieve en degelijke woonlocaties te creëren voor sociale doeleinden.
Wanneer zich op die manier gevallen kunnen voordoen waarbij die sociale woonorganisaties er langere tijd over doen (meer dan 2 jaar) om een sanering en/of renovatie uit te voeren, waardoor er langere ongeschiktheid of onbewoonbaarheid is, dan moet worden aangenomen dat dit niet gebeurt omdat zij niet aan haar kernopdracht wil voldoen, maar wegens organisatorische redenen en (dus, want wegens de onderliggende reden) door een gebrek aan financiële armslag beperkt is. Er moet immers overwogen worden dat de belasting die woonorganisaties in de vervulling van hun taak van algemeen belang, meer bepaald hun (door henzelf te bepalen) huisvestingspolitiek, zou hinderen (Gent 20 november 2018, nr. 2018/8249, Bogaert / Stad Gent).
Deze organisaties hebben bovendien een budgettaire band met de Stad Gent of de Vlaamse overheid, waarbij deze overheid minstens voor een deel de financiering van de vrijgestelde entiteiten op zich neemt. Een belasting lastens deze rechtspersonen, komt dan ook neer op een 'vestzak-broekzak' operatie die bezwaarlijk tegemoetkomt aan het financieel doel van de belasting. De Stad zou immers belastingen ontvangen, die zij daarna in de rekeningen van de betrokken entiteiten dient te compenseren of die door de Vlaamse overheid moet worden bijgepast. Hierin kan geen verboden ongelijkheid gezien worden.
Diezelfde budgettaire band is ook aanwezig voor de leden van Kerngroep Gent, zoals omschreven in de nota bij het collegebesluit van 20 oktober 2016: de publiekrechtelijke organisaties wiens activiteiten integraal deel uitmaken van het strategisch meerjarenplan. Deze entiteiten zijn zodanig vervlochten met Stad Gent, ook budgettair, dat de belasting ook hier een 'vestzak-broekzak' operatie uitmaakt.
Tot slot acht het bestuur het opportuun een vrijstelling te voorzien voor de eigenaar die geen andere onroerende goederen in bezit heeft, maar sinds het moment van de registratie in het geregistreerde pand is gedomicilieerd. Er moest immers verweten worden dat Gentenaars door deze belasting uit hun enige woning worden gedreven, omdat ze niet de financiële middelen hebben om de nodige renovaties uit te voeren (en dus evenmin om de belasting te blijven betalen en dus tot gedwongen verkoop van hun woning moet worden overgegaan). Deze vrijstelling wordt enerzijds om sociale redenen ingegeven, anderzijds is er in dit geval ook geen sprake van een extra pand dat, na herstel van de ongeschiktheid, terug ter beschikking komt van de huur-/woningmarkt. Over deze vrijstelling heeft het Hof van Cassatie zich in het verleden al positief uitgelaten (Cass. 20 juni 2024, F.22.0144.N).
De Dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu is belast met toezicht op en uitvoering van het inventarisgedeelte voor zover die taken niet bij de Vlaamse Overheid liggen.
Het team Belastingen Wonen+ is belast met toezicht op en uitvoering van het heffingsgedeelte.
| Dienst* | Belastingen Wonen+ |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7375000 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 1.632.657 |
| 2027 | 1.718.588 |
| 2028 | 1.752.960 |
| 2029 | 1.788.019 |
| 2030 | 1.823.779 |
| 2031 | 1.860.255 |
| Totaal | 10.576.259 |
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
De belasting op de verwaarloode woningen en gebouwen werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Het eerste deel van het reglement legt de regels rond het register van verwaarloosde woningen en gebouwen vast, binnen de spelregels van artikel 2.15 en volgende van de Vlaamse Codex Wonen (verder: de Codex). Dat bepaalt uitdrukkelijk wat onder verwaarlozing wordt verstaan.
Zowel woningen als andere gebouwen kunnen verwaarloosd zijn en in het register worden opgenomen.
Een woning die al voorkomt op de inventaris ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen (van het Vlaams gewest), kan ook op het register verwaarlozing worden opgenomen. Een onbewoonbaar verklaarde woning gaat immers om de binnenkant van de woning (gebrekkige elektriciteit, verluchting, …), verwaarlozing om uiterlijke kenmerken (dak, raamkozijnen, …).
Als bijlage bij het reglement wordt een technisch verslag gevoegd, dat door middel van een scoresysteem de verschillende ernstige zichtbare en storende gebreken beoordeelt. Wordt in het verslag in totaal 15 punten vastgesteld, dan wordt tot verwaarlozing besloten. De registerbeheerder geeft aan de eigenaars de kans de voorgenomen opname in het register van verwaarlozing te betwisten. Wordt er geen betwisting ingediend binnen de voorziene termijn of wordt zij niet ingewilligd, dan kan de opname in het register daarna niet meer aangevochten worden.
Op het register wordt onder meer de opnamedatum genoteerd. Wanneer vrijstellingen van toepassing zijn, worden zij ook in het register bijgehouden.
Om terug uit het register geschrapt te worden, moet de eigenaar schriftelijk een verzoek tot schrapping richten aan de registerbeheerder. Die laatste voert dan een hercontrole uit. De schrapping keert terug tot op de datum van de aanvraag tot schrapping.
Het reglement voorziet in een kennisgeving van de registratie aan de eigenaar(s) zoals gekend in het kadaster, via een cascade: in eerste instantie aan de officiële woonplaats van de eigenaar, bij gebrek daaraan aan een niet-officiële gekende woonplaats en in uiterste geval geadresseerd aan het te registreren pand. Zo kan worden vermeden dat panden waarvan de eigenaar (bewust of onbewust) onvindbaar is, aan de registratie ontsnappen.
Als belastbaar feit wordt omschreven het voorkomen op het register van verwaarloosde woningen en gebouwen voor één of meerdere periodes van 12 maanden. De peildatum is dus niet, zoals in vele andere reglementen, op 1 januari. Elk dossier wordt beoordeeld op zijn individuele ‘verjaardag’ van de registratie.
Panden die op het register voorkomen, zijn immers bewezen verwaarloosde panden (zie betwistingsmogelijkheid hoger). Het strookt met het beleid van de stad in het algemeen, en het woonbeleid in het bijzonder, om deze panden via een fiscale impuls te laten herstellen of de eigenaar tot verkoop aan te zetten. De verwaarlozing brengt immers de verloedering van het straatbeeld en de buurt met zich mee. Verwaarlozing leidt ook vaak tot leegstand (of is er het gevolg van), waardoor het pand niet meer beschikbaar is op de (woning-)huurmarkt. Het bestuur wenst dit uiteraard te voorkomen, minstens de verwaarloosde woningen terug op de (woning)markt te activeren.
Door te belasten bij 1 of meerdere jaren register is er geen belasting op het moment van de opname. Enerzijds vermijdt dit dat een belasting bij opname en een belasting na 1 jaar register, zeer dicht bij mekaar verschuldigd zouden zijn (door de mogelijkheid voor de eigenaar om de opname te betwisten). Anderzijds stelt dit de eigenaar in staat aan de verwaarlozing te verhelpen nog voordat hij belast wordt. Gelet op de inspanning die eigenaars dan leveren om hun onroerend goed te herwaarderen, is duidelijk dat zij mee het doel van deze belasting helpen verwezenlijken namelijk het vermijden van verloederde woningen/gebouwen. Dit maakt van deze belasting een echte beleidsbelasting, die enkel wordt geheven van eigenaars die woningen of gebouwen langdurig laten verloederen, nadat zij persoonlijk door middel van registratie op de gevolgen zijn gewezen. Voor langere renovaties is in een vrijstelling tot 24 maanden voorzien (zie hieronder). De belasting is perfect vermijdbaar.
Er wordt uitdrukkelijk voorzien dat de combinatie met de belasting op leegstaande woningen en gebouwen mogelijk is. Een verwaarloosde woning kan immers zonder problemen bewoond worden.
Ook de combinatie met de belasting op ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen is mogelijk (zie hoger).
De belastingplichtige is de eigenaar van het gebouw. Het is immers de eigenaar die verantwoordelijk is voor de grote onderhoudswerken die doorgaans nodig zijn om aan de verwaarlozing te verhelpen. Wanneer er sprake is van een opstal, erfpacht of vruchtgebruik, berust die verantwoordelijkheid respectievelijk bij de opstalhouder, erfpachter of vruchtgebruiker, zodat zij in dat geval als belastingplichtige worden aangeduid.
Bij overdracht van dat zakelijk recht, blijft de overdrager aangeduid als de belastingplichtige, zolang deze overdracht niet is gemeld aan de administratie of is opgenomen in een authentieke akte. Recente rechtspraak hanteert immers het standpunt dat de overheid geen 'derde' is en dus niet kan opwerpen niet op de hoogte te zijn van de overdracht. Door dit geval expliciet op te nemen in het belastingreglement, blijft de verplichting op de overdrager rusten om de authentieke akte te verlijden en, indien gewenst, van een onderhandse overdracht melding te doen.
Bij mede-eigendom wordt in een hoofdelijke aansprakelijkheid tussen de eigenaars voorzien. Er is in een specifieke regeling rond gehuwde eigenaars voorzien, om de diversiteit aan (buitenlandse) huwelijksvermogensstelsels op te vangen. De belasting (voor hun aandeel) kan geldig gevestigd worden op naam van één van de echtgenoten, of op naam van beiden samen. Er is ook in hoofdelijkheid voorzien.
Het reglement voorziet in een tarief dat jaar na jaar stijgt, om na 5 jaar een maximum te bereiken (naast tariefindexering). Zo wordt hardnekkige verwaarlozing exponentieel zwaarder belast dan verwaarlozing van kortere duur. De belasting start terug bij het basisbedrag wanneer het onroerend goed wordt overgedragen.
De basisbelasting bedraagt 3.320euro, bedrag dat vermeerderd wordt wanneer de woning meerdere bouwlagen heeft (+950 euro) en wanneer de woning breder is dan 6 meter (+950 euro) tot een totaal van maximaal 5.220 euro. Op die manier wordt deels rekening gehouden met de draagkracht van de eigenaars: hoe groter het pand, hoe groter de belasting. De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
Ten overvloede wordt in het reglement de overmacht vermeld, die overeenkomstig vaste rechtspraak echter sowieso wordt geacht deel uit te maken van elk belastingreglement.
Naast onderstaande vrijstellingen, is voorzien in de mogelijkheid voor het college van burgemeester en schepenen om in uitzonderlijke omstandigheden, mits gemotiveerd collegebesluit, één van de vrijstellingen met 1 jaar uit te breiden. Op die manier kan een uiting gegeven worden aan de wens van het bestuur om menselijke correcties toe te passen in situaties die weliswaar geen overmacht uitmaken, maar waar de belasting toch een ongewenst effect heeft. Omdat steeds de koppeling gemaakt moet worden met een van de opgelijste vrijstellingen, gaat het immers om een dossier waarin ofwel de eigenaar met bepaalde zaken werd geconfronteerd (bvb een talmende aannemer), ofwel al bepaalde inspanningen heeft geleverd (bvb eigenhandige renovatie die bijna afgewerkt is).
2.3.1 Bepaalde oorzaken van verwaarlozing
Bepaalde oorzaken van de verwaarlozing maken in feite een vorm van overmacht uit. In die gevallen volstaat redelijkerwijs een jaar op het register niet om aan de verwaarlozing te verhelpen.
Wanneer bijvoorbeeld de verwaarlozing te wijten is aan een brand, ontploffing of andere ramp wordt een vrijstelling van 36 maanden toegekend. Hierbij is het onbelangrijk of de ramp het geïnventariseerde pand zelf betreft: een vochtinsijpelingsproblematiek veroorzaakt door het naburige uitgebrande pand verhindert bijvoorbeeld evenzeer de herstelling en verhuur van het naastgelegen pand.
Wanneer het pand het voorwerp is van een onteigeningsplan, kan moeilijk van de eigenaar nog verwacht worden dat hij voor het pand nog investeringen doet. Deze woningen zijn om die reden dan ook vrijgesteld. Ook de woningen waarvan de onteigening wordt voorbereid, zijn hierin begrepen.
2.3.2 Tijdelijke vrijstellingen
Bepaalde woningen kennen tijdelijke verwaarlozing. Het gaat dan in de regel niet om een bestendige toestand, maar om een overgangsperiode. Voor die gevallen wordt in welomlijnde en in de tijd beperkte vrijstellingen voorzien.
Zo kan de voormalige woning van een persoon die langdurig op een andere plek verblijft door ziekte, ongeval, hoge leeftijd of vrijheidsberoving, vrijgesteld worden omdat het langdurig verblijf niet altijd bij aanvang vaststaat. Eenmaal vaststaat dat de bewoner niet (of niet binnen afzienbare tijd) zal terugkeren naar de woning, wenst de stad rekening te houden met een periode van verwerking en het nemen van de beslissing wat te doen met de woning.
Die periode is echter beperkt tot 2 (aanslag)jaren. Binnen deze periode moet voor bvb een bejaarde persoon die in het rusthuis is opgenomen, duidelijk zijn dat een terugkeer naar zelfstandig wonen niet meer aan de orde is en kunnen maatregelen genomen worden met betrekking tot de woning (zelf herstellen, verkoop). De vrijstelling kan per eigenaar en per woning slechts éénmaal worden toegekend, en kan uiteraard enkel gelden voor zover de eigenaar er de laatste bewoner was (zodat het vertrek naar een rusthuis geen vrijstelling geeft voor alle onroerende goederen van de belastingplichtige).
De nieuwe eigenaar van een woning wordt eveneens een periode gegund om herstelwerken (die niet de omvang van een renovatie hoeven te hebben) uit te voeren of grondiger herstelwerken voor te bereiden. Daarvoor moet een periode van 24 maanden volstaan: hiermee worden de 2 volgende belastingaanslagen vermeden voor de nieuwe eigenaar.
Er wordt ook een vrijstelling voorzien voor eigenaars die voor de verjaardag van de registratie hun pand hebben verkocht bij onderhandse overeenkomst maar waarvan de bevestiging in een notariële akte volgt binnen de 4 maanden na ondertekening van de onderhandse overeenkomst. Deze 4 maanden komen overeen met de verplichting akten van overdracht van onroerend goed binnen de 4 maanden te registreren, ook onderhandse (zoniet worden vertragingsboetes aangerekend, art 32,4° Wetboek Registratierechten). Voor verkoop onder opschortende voorwaarde, rekent men die 4 maanden vanaf het vervullen van de voorwaarde. In de vrijstelling wordt dan ook dezelfde kanttekening voorzien: de vrijstelling geldt vanaf de voorwaardenloze onderhandse overeenkomst, of vanaf het vervullen van de opschortende voorwaarde van de overeenkomst. Dat is immers het moment waarop de eigendom inter partes overgaat.
Een gelijkaardige vrijstelling bestaat voor de koop-verkoopbelofte, die weliswaar zelf nog niet in een eigendomsoverdracht resulteert maar eveneens de mogelijkheden van de (potentiële) verkoper beperkt. Uiteraard geldt dezelfde voorwaarde: binnen de 4 maanden dient een authentieke akte voor te liggen.
Zijn er renovaties aan de orde, dan kan ook eenmalig (over de patrimoniumbelastingen heen) een vrijstelling worden toegekend wanneer blijkt dat aan de oorzaken van de verwaarlozing wordt verholpen. De vrijstelling bedraagt maximaal 36 maanden (3 aanslagjaren) per eigenaar en per onroerend goed. Samen met de twee jaar vrijstelling voor nieuwe eigenaars, vormt dit samen dezelfde vijf jaar als geldt voor de Vlaamse renovatieverplichting, wat als een aanvaardbare termijn kan worden beschouwd. Als het pand opnieuw bewoond wordt en daarna terug verwaarloosd wordt (of in een van de andere patrimoniumbelastingen wordt opgenomen) kan de vrijstelling opnieuw bekomen worden.
De renovatie kan enerzijds blijken uit een omgevingsvergunning voor uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen. De vrijstelling gaat dan in wanneer de vergunning eerst wordt toegekend. Het verkrijgen van een omgevingsvergunning impliceert immers dat de eigenaar verbeteringswerken aan het pand zal uitvoeren, die niet mogen aanvangen voor de goedkeuring ervan door het college van burgemeester en schepenen, zoniet is er sprake van een bouwmisdrijf. De bouwwerken kunnen ten vroegste na de goedkeuring aanvangen.
De maximale vrijstellingsperiode van 24 maanden wordt berekend vanaf het definitief worden van de vergunning. Dit vangt in feite een (steeds vaker voorkomende) overmachtssituatie op, waarbij de bouwheer geconfronteerd wordt met een beroepsprocedure. De omgevingsvergunning is daardoor precair, en er kan niet verwacht worden dat de werken al starten.
Daarnaast kunnen ook werken noodzakelijk zijn die geen omgevingsvergunning nodig hebben. De vrijstelling wordt dan toegekend op basis van een renovatiedossier:
- een gedetailleerd renovatieschema waaruit blijkt dat de nodige renovatiewerken zullen uitgevoerd worden.
- een schets van het pand met aanduiding van de geplande werken
- een volledige opsomming en beschrijving van de werken
- een raming van de kosten en/of offertes van aannemers
- foto’s van de te renoveren delen van het pand
Gezien het werken betreft die geen omgevingsvergunning vereisen en de eigenaar naar eigen goeddunken kan uitvoeren, is het verantwoord de vrijstelling in dat geval te laten ingaan vanaf het indienen van de volledig bevonden en goedgekeurde aanvraag.
Het bestuursakkoord vermeldt: “Collectief renoveren wordt de prioriteit”. Vanuit die beleidsdoelstelling, wordt bovendien aanvaard dat panden tijdelijk leegstaan in afwachting van een collectieve renovatie. Om een evenwicht te behouden tussen deze beleidsdoelstelling en de doelstellingen op vlak van woningbeleid hierboven aangegeven, wordt de vrijstelling beperkt tot 24 maanden. Binnen die termijn moeten de andere mee te renoveren woningen, vrijgemaakt kunnen worden.
Wanneer een pand beschermd is als onroerend erfgoed, is het opknappen van het pand aan heel wat bijkomende vereisten onderworpen. Daarom wordt een vrijstelling van 24 maanden voorzien vanaf de beslissing tot bescherming. De eigenaar moet de kans krijgen de bijkomende voorwaarden voor werken aan het geklasseerde pand te onderzoeken naar mogelijkheden en kostprijs. Ook tijdens de periode van voorlopige bescherming (die maximaal 270 + 90 dagen duurt, zie https://www.onroerenderfgoed.be/voorlopige-bescherming) is een vrijstelling om die reden verantwoord.
Wanneer de eigenaar effectief een restauratiepremie verkrijgt, kan hij rekenen op nog 24 maanden vrijstelling vanaf die goedkeuring. Het toewijzen van die premie toont aan dat er concrete renovatieplannen zijn. Dit geeft voldoende ruimte om daarna de effectieve werken aan te vatten.
2.3.3 Bijzondere eigenaars
Sommige bijzondere eigenaars of eigendomssituaties nopen tot een vrijstelling om ongewenste situaties te vermijden of om enkele specifieke overmachtssituaties op te vangen.
Een pand dat aan de Belgische Staat toekomt ingevolge een definitieve verbeurdverklaring (art 42, 1° en 2° Strafwetboek) staat in feite niet meer onder toezicht van de veroordeelde, niettegenstaande de Belgische Staat mogelijk nog niet in bezit is getreden. Het is niet de bedoeling een belastingplichtige te treffen die over het pand geen zeggenschap meer heeft. Zelfs als de Belgische Staat in bezit is getreden en als belastingplichtige gezien zou worden, is zij aan bijzondere bijkomende voorwaarden (bvb rond de verkoop van verbeurdverklaarde goederen) gebonden die haar handelen ernstig beperken en een vrijstelling verantwoorden.
De verbeurdverklaring is in de praktijk niet alleen een onverwacht en zeer specifiek maar tevens een (voor de overheid, zijnde de Belgische Staat) zeer onvoorspelbaar gegeven. Het is niet omdat aan de Belgische Staat een onroerend goed toekomt ingevolge verbeurdverklaring dat zij daar ook op een duidelijk bepaalbaar tijdstip zeggenschap over zal hebben of er in bezit van zal (kunnen) treden. De gemeenteraad kan er mee rekening houden dat de verbeurdverklaring meestal onderdeel uitmaakt van jarenlang aanslepende procedures (cassatie, vordering tot opeising, beslag tot terugvordering, aanspraken van derden, enz.), die het handelen beletten of bemoeilijken, zodat een niet in tijd begrensde vrijstelling verantwoord is, precies omdat onmogelijk kan voorspeld worden wanneer de Belgische Staat werkelijke zeggenschap over verbeurdverklaarde goederen krijgt. (Gent 30 november 2021)
Bovendien betreft het een 'gedwongen eigenaarschap' van een ongeschikt goed en kan van de Belgische Staat (die zelf niet aan de basis ligt van de verwaarlozing) niet zo maar verwacht worden dat zij zelf de nodige werkzaamheden laat uitvoeren om die panden opnieuw te laten voldoen aan de normen van de Vlaamse Wooncode. In de praktijk worden deze woningen opnieuw verkocht, wat een langdurig proces kan betekenen.
Het is dan ook niet onredelijk, noch disproportioneel om het gedwongen eigenaarschap van deze goederen niet extra te belasten.
Een pand waarvan de Stad Gent het beheer in handen heeft genomen in uitvoering van het sociaal beheersrecht, wordt evenming belast nu de eigenaar van deze woning niet langer zelf het beheer voert over zijn pand.
Een pand dat toebehoort aan een sociale woningorganisatie, wordt de facto reeds ingezet om de (sociale) woondoelstellingen te behalen. Het heeft dan ook geen zin die organisaties aan te zetten behoorlijk woonaanbod te creëren door verwaarlozing tegen te gaan. Dit is evident, zonder dat dit nog eens moet bevestigd worden in een uitdrukkelijke motivering. Een sociale huisvestingsmaatschappij heeft immers reeds als doel effectieve en degelijke woonlocaties te creëren voor sociale doeleinden.
Wanneer zich op die manier gevallen kunnen voordoen waarbij die sociale woonorganisaties er langere tijd over doen (meer dan 2 jaar) om een sanering en/of renovatie uit te voeren, waardoor er langere verwaarlozing is, dan moet worden aangenomen dat dit niet gebeurt omdat zij niet aan haar kernopdracht wil voldoen, maar wegens organisatorische redenen en (dus, want wegens de onderliggende reden) door een gebrek aan financiële armslag beperkt is. Er moet immers overwogen worden dat de belasting die woonorganisaties in de vervulling van hun taak van algemeen belang, meer bepaald hun (door henzelf te bepalen) huisvestingspolitiek, zou hinderen (Gent 20 november 2018, nr. 2018/8249, Bogaert / Stad Gent).
Deze organisaties hebben bovendien een budgettaire band met de Stad Gent of de Vlaamse overheid, waarbij deze overheid minstens voor een deel de financiering van de vrijgestelde entiteiten op zich neemt. Een belasting lastens deze rechtspersonen, komt dan ook neer op een 'vestzak-broekzak' operatie die bezwaarlijk tegemoetkomt aan het financieel doel van de belasting. De Stad zou immers belastingen ontvangen, die zij daarna in de rekeningen van de betrokken entiteiten dient te compenseren of die door de Vlaamse overheid moet worden bijgepast. Hierin kan geen verboden ongelijkheid gezien worden.
Diezelfde budgettaire band is ook aanwezig voor de leden van Kerngroep Gent, zoals omschreven in de nota bij het collegebesluit van 20 oktober 2016: de publiekrechtelijke organisaties wiens activiteiten integraal deel uitmaken van het strategisch meerjarenplan. Deze entiteiten zijn zodanig vervlochten met Stad Gent, ook budgettair, dat de belasting ook hier een 'vestzak-broekzak' operatie uitmaakt.
Tot slot acht het bestuur het opportuun een vrijstelling te voorzien voor de eigenaar die geen andere onroerende goederen in bezit heeft, maar sinds het moment van de registratie in het geregistreerde pand is gedomicilieerd. Er moest immers vermeden worden dat Gentenaars door deze belasting uit hun enige woning worden gedreven, omdat ze niet de financiële middelen hebben om de nodige renovaties uit te voeren (en dus evenmin om de belasting te blijven betalen en dus tot gedwongen verkoop van hun woning moet worden overgegaan). Deze vrijstelling wordt enerzijds om sociale redenen ingegeven, anderzijds is er in dit geval ook geen sprake van een extra pand dat, na herstel van de verwaarlozing, terug ter beschikking komt van de huur-/woningmarkt. Over deze vrijstelling heeft het Hof van Cassatie zich in het verleden al positief uitgelaten (Cass. 20 juni 2024, F.22.0144.N).
De Dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu is belast met toezicht op en uitvoering van het registergedeelte.
Team Belastingen Wonen+ is belast met toezicht op en uitvoering van het heffingsgedeelte.
| Dienst* | Belastingen Wonen+ |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7375000 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 1.632.657 |
| 2027 | 1.718.588 |
| 2028 | 1.752.960 |
| 2029 | 1.788.019 |
| 2030 | 1.823.779 |
| 2031 | 1.860.255 |
| Totaal | 10.576.259 |
Keurt goed het model 'Technisch verslag van het onderzoek van de verwaarlozing van een woning of gebouw' zoals gevoegd in bijlage en met ingang van 1 januari 2026.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40, §1 en artikel 56, § 1.
De statuten van IVAGO goedgekeurd op de buitengewone algemene vergadering van 25 juni 2025, artikel 39 vierde lid en artikel 40 tweede lid.
Jaarlijks bepaalt de Raad van Bestuur van IVAGO de dotatie van elke deelnemer. IVAGO heeft dit via brief meegedeeld aan de Stad Gent. Het college dient deze beslissing vast te stellen voor de werkingstoelage. De gemeenteraad keurt de toekenning van de investeringssubsidies goed.
In artikel 39, vierde lid van de statuten van IVAGO verbinden de Gemeenten-deelnemers zich er toe elk jaar aan IVAGO de bijdragen te storten ter delging door deze laatste van alle kosten gemaakt bij het verzekeren van de respectieve beoogde (deel)activiteiten, na aftrek van de eventuele inkomsten.
Voor het jaar 2026 heeft de raad van bestuur van IVAGO, conform de statuten, deze bijdrage vastgelegd op 55.135.256,02 euro, toe te kennen in 12 maandelijkse schijven van 4.594.604,67 euro voor januari tot en met november 2026 en 4.594.604,65 voor de maand december 2026. Dit bedrag past binnen de afspraken gemaakt bij de opmaak van het meerjarenplan van de stad (budgetopmaak 2026).
Conform artikel 40, tweede lid van de statuten van IVAGO verbinden de Gemeenten-deelnemers zich ertoe de financiering van investeringen te verzekeren door voorafbetalingen op kapitaalsubsidies aan IVAGO te storten. In het kader van de budgetopmaak 2026 wordt, naast een werkingstoelage, een reguliere investeringssubsidie van 9.385.000,00 euro voorzien, gebaseerd op de geplande investeringen bij IVAGO. Deze subsidie wordt uitbetaald via maandelijkse stortingen in twaalf schijven: 782.083,33 euro voor de maanden januari tot en met november 2026 en 782.083,37 euro voor december 2026.
Indien IVAGO een vertraging in de realisatie van investeringen signaleert in 2026, kan in overleg tussen IVAGO en de stad en na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, worden overeengekomen om het betreffende deel van de voorziene investeringssubsidie van 2026 naar 2027 door te schuiven.
De werkingstoelage en investeringssubsidie voor 2026 werden aan de Stad bevestigd door middel van een brief van IVAGO met kenmerk FIN/KBH/GVE/dgi/12.11.25/2025.048, in bijlage bij dit besluit gevoegd.
De aanvullende dotatie vanuit het Mobiliteitsbedrijf wordt in een apart besluit opgenomen.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Departement Financiën - team Organisatie en Omgeving | Departement Financiën - team Organisatie en Omgeving |
| Budgetplaats | 347800000 | 347800000 |
| Categorie* | E | I |
| Subsidiecode | Niet_Relevant | Niet_Relevant |
| 2026 | 55.135.256,02 EUR | 9.385.000,00 EUR |
| Totaal | 55.135.256,02 EUR | 9.385.000,00 EUR |
Keurt goed dat de Stad Gent aan de opdrachthoudende vereniging IVAGO in 2026 een reguliere investeringssubsidie toekent ten belope van 9.385.000,00 euro als tussenkomst in de investeringen. De subsidie wordt uitbetaald in twaalf maandelijkse schijven van in totaal 782.083,33 euro voor de maanden januari tot en met november 2026 en 782.083,37 euro voor de maand december 2026. Indien IVAGO een vertraging in de realisatie van investeringen signaleert in 2026, kan in overleg tussen IVAGO en de stad en na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, worden overeengekomen om het betreffende deel van de voorziene investeringssubsidie van 2026 naar 2027 door te schuiven.
Het meerjarenplan verwoordt het beleid dat District09 wil voeren om de vooropgestelde missie en doelstellingen voor deze legislatuur te bereiken, zoals bepaald in haar statuten. Het betreft een integraal plan opgebouwd volgens de bepalingen vervat in het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus.
Conform artikel 242 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 dient de raad van bestuur het meerjarenplan vast te stellen en ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.
Het voorontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 bij budgetronde budgetopmaak 2026 werd voorgelegd aan de raad van bestuur van 17 november 2025.
Een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing van de raad van bestuur van District09 wordt toegevoegd aan dit besluit.
Na vaststelling dient het meerjarenplan in een digitaal bestand te worden bezorgd aan de Vlaamse Regering, conform artikel 250 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Er is een toelichting bij het meerjarenplan 2026-2031, budgetronde BO26. Deze toelichting bevat alle informatie over de verrichtingen die in dat document zijn opgenomen en die relevant zijn voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.
Keurt het meerjarenplan 2026-2031 bij budgetronde BO2026 van het AGB District09, zoals opgenomen in bijlage, goed.
Sogent heeft een meerjarenplan 2026-2031 opgemaakt.
Het meerjarenplan verwoordt het beleid dat sogent wil voeren om de vooropgestelde missie en doelstellingen te bereiken. Het betreft een integraal plan, opgebouwd volgens de bepalingen vervat in het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus.
Sogent financiert haar projecten, die haar exploitatie uitmaken, ook via bankleningen op korte termijn (straight loans). De BBC-regelgeving houdt met deze straight loans echter geen rekening in haar wettelijke budgettaire rapporten met uitzondering van het item financiële schulden op korte termijn in het rapport “Evolutie van de financiële schulden” en dan enkel voor de voorbije jaren met een goedgekeurde jaarrekening. Door het financieren van onze projecten op korte termijn is het beschikbaar budgettair resultaat in het rapport “Staat van het financieel evenwicht” soms negatief.
Echter, een autonoom gemeentebedrijf waarvan de statutaire activiteit in belangrijke mate vastgoedoperaties betreft, mag een negatief beschikbaar budgettair resultaat per jaar hebben als dit voorzien is in de beheersovereenkomst met de Stad Gent en kan verklaard worden door de beschikbare voorraad en de korte termijnfinanciering.
Dit is voor sogent het geval en kan aangetoond worden doordat de vastgoedwaarde van onze projecten groter is dan de schulden op korte termijn en de totale schulden kleiner zijn dan de som van de voorraad en investeringen.
Het voorontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 bij budgetronde budgetopmaak 2026 werd vastgesteld door de raad van bestuur van 26 november 2025. Een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing van de raad van bestuur van sogent wordt toegevoegd aan dit besluit.
Conform artikel 242 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 dient de raad van bestuur het meerjarenplan en de aanpassingen ervan vast te stellen en ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.
Na vaststelling dient het meerjarenplan in een digitaal bestand te worden bezorgd aan de Vlaamse Regering (dit conform artikel 250 in combinatie met artikel 241 van het Decreet Lokaal Bestuur).
Er is een toelichting bij het meerjarenplan 2026-2031, budgetronde budgetopmaak 2026. Deze toelichting bevat alle informatie over de verrichtingen die in dat document zijn opgenomen en die relevant zijn voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.
Keurt het meerjarenplan 2026-2031 bij budgetronde BO2026 van het AGB sogent, zoals opgenomen in bijlage, goed .
In zitting van het college van burgemeester en schepenen de dato 28 mei 2020 werd de overheidsopdracht van diensten - Raamovereenkomst voor facilitaire dienstverlening voor diverse gebouwen van de Groep Gent (schoonmaak en bijhorende soft facilities) - SLS/2019/055 - ID4729 gegund aan de volgende firma's:
- perceel 1: ISS Facility Services NV,
- percelen 2, 3: Atalian NV,
- percelen 4, 5: MCS Solutions NV,
- perceel 6: Atir België BV.
In zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn de dato 28 september 2020 werd de beslissing tot toetreding van OCMW Gent tot de aankoopcentrale van de Stad Gent goedgekeurd.
In zitting van het college van burgemeester en schepenen de dato 30 november 2023 werd deze overheidsopdracht van diensten in het kader van besparingsmaatregelen als volgt gewijzigd: verlenging van de uitvoeringstermijn tot 31 augustus 2026.
Op 1 maart 2024 werden alle contracten die gesloten werden met de firma MCS Solutions NV integraal overgenomen door de firma Atir België BV. In zitting van het college van burgemeester en schepenen de dato 14 maart 2024 werd de overname van de contracten door Atir België BV goedgekeurd.
Er dient een nieuwe overheidsopdracht te worden uitgeschreven.
De Stad Gent treedt op als aanbestedende overheid en als aankoopcentrale voor het vaststellen van de plaatsingsprocedure, voor de voorwaarden van de opdracht, het voeren van de plaatsingsprocedure alsook de gunning, de sluiting en de uitvoering van de opdracht.
De raad voor maatschappelijk welzijn heeft in zitting van 21 juni 2021 de Stad Gent gemachtigd om wat betreft zijn aandeel in diverse opdrachten op te treden als aanbestedende overheid en aankoopcentrale.
Het OCMW Gent wenst voor haar aandeel in deze opdracht beroep te doen op de Stad Gent welke laatste optreedt als aankoopcentrale. Hierdoor is het OCMW Gent vrijgesteld van de verplichting zelf een plaatsingsprocedure te organiseren. Op die manier kan het OCMW Gent binnen de opdracht rechtstreeks bestellingen afnemen bij de gekozen dienstverleners.
Hiertoe werden de selectieleidraad en het bestek van de overheidsopdracht van diensten - Raamovereenkomst voor facilitaire dienstverlening voor diverse gebouwen van de Groep Gent ((ramen)schoonmaak en bijhorende soft facilities) (6 percelen) - SLS/2025/048 - ID5830, opgemaakt.
Procedure: mededingingsprocedure met onderhandeling.
Gelet op de aard en complexiteit van de opdracht wordt voor deze gefaseerde plaatsingsprocedure gekozen. Dit onder meer gezien de diversiteit van de locaties, het toelichten van de bij de offertes voor te stellen projecten, de te gebruiken machines en voorgestelde schoonmaakproducten en het uitwerken van het project "werken met derden" en het uitwisselen van risico's in samenwerking met de Interne Preventiedienst.
Wijze van prijsbepaling: gemengde prijsvaststelling.
Uitvoeringstermijn: 6 jaar. De uitvoeringstermijn wordt gekozen enerzijds in het belang van een stabiel sociaal beleid voor de personeelsleden van de inschrijvers en anderzijds zodat de gevraagde machines en vloot op een langere termijn zouden kunnen afgeschreven worden.
Percelen:
1. Facilitaire dienstverlening voor musea en historische gebouwen ((ramen)schoonmaak en bijhorende soft facilities),
2. Facilitaire dienstverlening voor kleine filialen ((ramen)schoonmaak en bijhorende soft facilities),
3. Facilitaire dienstverlening voor administratieve gebouwen ((ramen)schoonmaak en bijhorende soft facilities),
4. VSR-controles perceel 1 + advies,
5. VSR-controles perceel 2 + advies,
6. VSR-controles perceel 3 + advies.
Het geheel van de schoonmaakdienstverlening binnen onze organisatie wordt - gezien de grootte ervan - al jaren opgesplitst in verschillende raamovereenkomsten. Dit omdat wij als aanbesteder niet één groot dossier op de markt willen brengen, aangezien dit voor een marktverstorende werking zou zorgen. Door deze dienstverlening in verschillende dossiers op te splitsen, kunnen er steeds verschillende firma's meedingen. De verschillende raamovereenkomsten zijn geclusterd volgens type gebouwen. Ook binnen de raamovereenkomsten wordt gezorgd voor evenwicht op de markt, door te verbieden dat bepaalde percelen aan éénzelfde firma gegund worden.
In de eerste fase van de procedure wordt nagegaan of de kandidaten bekwaam zijn om de opdracht uit te voeren. Enkel de kandidaten die hierna geselecteerd worden, krijgen in de tweede fase van de procedure het bestek toegestuurd en kunnen een offerte indienen. Er is geen beperking van het aantal kandidaten dat wordt uitgenodigd voor de volgende fase in de procedure. Alle firma’s die voldoen aan de selectie-eisen worden geselecteerd.
In de eerste fase van de procedure gebeurt de beoordeling van de deelnemers op basis van de selectiecriteria zoals bepaald in de selectieleidraad:
In de tweede fase van de procedure wordt het bestek verstuurd naar de kandidaten die in de eerste fase geselecteerd werden op basis van de selectiecriteria.
Gunningscriteria:
Duurzaamheid:
- In de selectieleidraad in fase 1 van de procedure wordt verwezen naar de aankoopstrategie van de Stad en het OCMW Gent, waarbij de doelstellingen voor ons strategisch, innovatief en duurzaam aankoopbeleid toegelicht worden.
- In de gunningscriteria voor de percelen 1, 2 en 3 wordt een criterium "sociaal verantwoord personeels- en welzijnsbeleid" opgenomen.
- In de gunningscriteria voor alle percelen wordt een criterium "duurzaam facilitair project" opgenomen.
- Op het gebied van duurzaam transport zijn de standaard paragrafen rond de lage emissie-zone (LEZ) en de autovrije gebieden opgenomen. Bijkomend wordt vereist dat projectbeheerders en de mobiele ploeg verplicht met een elektrisch of hybride voertuig rijden, of met het openbaar vervoer, de fiets of te voet komen.
- De bijzondere voorwaarden inzake non-discriminatie en gelijke kansen, mensenrechten, Russische niet-betrokkenheid en de Israël-clausule zijn opgenomen.
- Er worden specifieke sociale uitvoeringsbepalingen opgelegd voor alle percelen, met focus op een sociaal verantwoord personeels- en welzijnsbeleid.
- De inschrijvers voor de percelen 1, 2 en 3 dienen de MVO-scan in te vullen om te zien hoe ver de inschrijvers staan wat betreft duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen.
- Bij de firma's aan wie de percelen 1, 2 en 3 worden toegewezen worden minstens 10 % van de aanwervingen in het kader van deze opdracht tijdens de uitvoering verplicht toegeleid door de Dienst Activering en Werk van de Stad Gent. De firma's dienen ook periodiek te overleggen met de Dienst Activering en Werk en te rapporteren over het sociaal verantwoord personeels- en welzijnsbeleid.
- Bepaalde taken zijn voorbehouden voor de sociale economie.
- Er worden specifieke milieumaatregelen opgenomen om de impact op het milieu te beperken.
- Er moeten producten aangeboden worden die voldoen aan de voorwaarden tot het bekomen van een Europees Eco-label en cradle-to-cradle certificaat of gelijkwaardig. Ook pro-biotische reinigingsmiddelen kunnen ingezet worden.
De Dienst Milieu en Klimaat, de Dienst Activering en Werk, het Departement Human Resources en de Interne Preventiedienst werden betrokken bij de opmaak van het bestek. De bepalingen aangaande het personeels- en welzijnsbeleid werden opgenomen in lijn met deze in het vorige bestek voor facilitaire dienstverlening, dat vastgesteld werd op de gemeenteraad de dato 25 november 2024.
Historisch verbruik:
Analyse van de afnames leren ons dat de gemiddelde afnames op jaarbasis er als volgt uitzien:
Het geraamd aandeel voor het OCMW bedraagt € 1.150.413,22 + 21 % btw = € 1.392.000,00 inclusief btw.
De bedragen in deze tabel zijn inclusief btw.
| Dienst* | Stad Gent - Dienst Aankoop en Logistiek | Stad Gent - andere stadsdiensten | OCMW Gent | Andere entiteiten |
| Budgetplaats | xxxxxxxxx | xxxxxxxxx
|
xxxxxxxxx
|
xxxxxxxxx
|
| Categorie* | E | E | E | E |
| 2026 | € 2.213.128,50 | € 67.666,67 | € 77.333,33 | € 95.333,33 |
| 2027 | € 6.639.385,50 | € 203.000,00 | € 232.000,00 | € 286.000,00 |
| 2028 | € 6.639.385,50 | € 203.000,00
|
€ 232.000,00
|
€ 286.000,00
|
| 2029 | € 6.639.385,50 | € 203.000,00
|
€ 232.000,00
|
€ 286.000,00
|
| 2030 | € 6.639.385,50 | € 203.000,00
|
€ 232.000,00
|
€ 286.000,00
|
| 2031 | € 6.639.385,50 | € 203.000,00
|
€ 232.000,00
|
€ 286.000,00
|
| 2032 | € 4.426.257,00 | € 135.333,33 | € 154.666,67 | € 190.666,67 |
| Totaal | € 39.836.313,00 | 1.218.000,00 | € 1.392.000,00 | 1.716.000,00 |
Bij het bestek horen diverse bijlagen (zie inhoudstabel). De bijlagen zijn beschikbaar voor de raadsleden bij de Dienst Bestuursondersteuning.
Keurt goed de oproep tot deelneming aan de overheidsopdracht van diensten - Raamovereenkomst voor facilitaire dienstverlening voor diverse gebouwen van de Groep Gent ((ramen)schoonmaak en bijhorende soft facilities) (6 percelen) - SLS/2025/048 - ID5830 en stelt vast de bij dit besluit gevoegde selectieleidraad.
Procedure: mededingingsprocedure met onderhandeling.
Stelt vast het bij dit besluit gevoegde bestek van de overheidsopdracht van diensten - Raamovereenkomst voor facilitaire dienstverlening voor diverse gebouwen van de Groep Gent ((ramen)schoonmaak en bijhorende soft facilities) (6 percelen) - SLS/2025/048 - ID5830.
Procedure: mededingingsprocedure met onderhandeling.
Wijze van prijsbepaling: gemengde prijsvaststelling.
Uitvoeringstermijn: 6 jaar.
Gunningscriteria:
Een formele wijziging van het meerjarenplan van de eredienstbesturen is noodzakelijk indien:
Het ontwerp van de meerjarenplanwijziging 2020-2025 van het eredienstbestuur van O.L.Vrouw Presentatie (Gent) werd met de Stad Gent besproken.
Het meerjarenplan speelt een cruciale rol in de verhouding tussen het bestuur van de eredienst en het gemeentebestuur dat tegemoetkomt in de eventueel tekorten van het bestuur van de eredienst. De meerjarenplannen en de wijzigingen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
Het Eredienstendecreet gaat bij het opstellen van het meerjarenplan uit van een overlegmodel, waarin de centrale besturen van de eredienst hun coördinerende rol ten volle moeten spelen.
De meerjarenplanwijziging voor onderstaand vermeld eredienstbestuur werd opgemaakt in functie van de uitvoering van werken.
In de meerjarenplanwijziging-III van het eredienstbestuur O.L.Vrouw Presentatie (Gent) werd een bedrag van 148.000,00 euro ingeschreven zodat de totale investeringstoelage 379.502,30 euro bedraagt voor de uitvoering van elektriciteitswerken (kerk).
De hier voorgelegde meerjarenplanwijziging geeft geen aanleiding tot het formuleren van opmerkingen en lijken het financieel belang van de gemeente niet te schaden.
De meerjarenplanwijziging 2020-2025 - dienstjaar 2025 - (reeks 7) van het eredienstbestuur O.L.Vrouw Presentatie (Gent) kan bijgevolg worden goedgekeurd.
Keurt goed de meerjarenplanwijziging-III 2020-2025 - dienstjaar 2025 (reeks 7) van het eredienstbestuur O.L.Vrouw Presentatie (Gent), zoals gevoegd in bijlage.
• Het Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, artikel 48;
• Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten bepaalt dat na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad de kerkraad een meerjarenplan vaststelt dat de financiële afspraken tussen de kerkfabriek en de gemeente bevat voor een periode van zes jaar. De gemeenteraad kan het meerjarenplan goedkeuren, niet goedkeuren of aanpassen.
De kerkraad stelt jaarlijks op basis van het meerjarenplan het budget van de kerkfabriek voor het volgende boekjaar vast en legt dit eveneens voor aan de gemeenteraad.
Het meerjarenplan speelt een cruciale rol in de verhouding tussen de besturen van de eredienst en het gemeentebestuur dat tussenkomt in de eventuele tekorten van de besturen van de eredienst.
Het kerkenbeleidsplan, of de ondertekende bevestiging van een bestaand kerkenbeleidsplan, is niet ouder dan zes maanden als het meerjarenplan wordt ingediend. Op de gemeenteraad van juni 2025 keurde de gemeenteraad het kerkenbeleidsplan voor de periode 2026-2031 goed.
Onderstaand vermelde eredienstbesturen in Gent hebben hun meerjarenplan 2026-2031 ingediend ter goedkeuring door de gemeenteraad van december 2025. De meerjarenplannen kwamen tot stand na overleg tussen de stad en de eredienstbesturen. Het decreet regelt dit overleg en bepaalt dat het verloopt via de centrale kerkbesturen die de erediensten overkoepelen, of rechtstreeks met de eredienstbesturen die geen deel uitmaken van een centraal kerkbestuur. Het centraal kerkbestuur kan, ook namens de kerkfabrieken die eronder vallen, afspraken maken met het gemeentebestuur.
| Sint-Niklaas (Gent) |
| Protestantse kerk Gent-noord (Gent) |
Keurt de bij dit besluit gevoegde meerjarenplannen 2026-2031 van volgende eredienstbesturen goed:
Sint-Niklaas (Gent) |
Protestantse kerk Gent-noord (Gent) |
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, 14°.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
De gemeenteraad heeft gedurende de laatste legislatuur het retributiereglement voor interventies in het kader van openbare veiligheid ingevoerd en diverse malen gewijzigd.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
De Dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu is belast met de uitvoering van dit reglement.
De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2026
Wijzigt het artikel 3 van het 'Retributiereglement voor interventies in het kader van openbare veiligheid' als volgt:
§1.De tarieven in dit artikel in dit reglement worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van deze formule:
Nieuw Tarief = Basistarief x Nieuwe index
Basisindex
Nieuw tarief: het tarief voor het komende kalenderjaar
Basistarief: het tarief in dit reglement (het tarief van 2026)
Basisindex: de gezondheidsindex van oktober 2025
Nieuwe index: de gezondheidsindex van oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het tarief geldt
§2. Het nieuwe tarief wordt telkens afgerond tot op 1 euro zoals genoteerd bij het basistarief.
§3.Basistarief
| Basistarief 2026 in euro |
Kosten bij gewone interventies (i.g.v. raming werken<5000 euro) | 495 |
Kosten bij grote interventies (i.g.v. raming werken>=5000 euro) | 702 |
De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2026.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het 'Retributiereglement voor interventies in het kader van openbare veiligheid' zoals gevoegd in bijlage.
Het huidige reglement 'Retributie voor diensten van technische aard van het Departement Stedelijke Ontwikkeling' werd goedgekeurd door de gemeenteraad van 18 december 2019 en laatst gewijzigd door de gemeenteraad van 25 september 2023.
De laatste grondige herziening van het reglement dateert van 2017. Vanaf dan tot de laatste goedkeuring in 2023 zijn er enkel punctuele aanpassingen en lineaire, forfaitaire indexaties gebeurd.
We stelden in het huidig geldende reglement vast dat:
Daarom hebben de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen en de Groendienst in samenwerking met de dienst Belastingen een volledige herziening uitgewerkt.
De herziening en wijziging van de tarieven lonen, materialen en diensten is een gevolg van het:
Bovendien is waar nodig detaillering en terminologie verbeterd.
De tarieven van deze herziening zijn inclusief de indexering die voorzien is voor alle retributiereglementen.
Ter verduidelijking wordt nog volgende opgenomen omtrent het tijdelijk verplaatsen van palen: De tarieven van 76,10 euro en 15,20 euro zijn altijd bedoeld voor weghalen en terugzetten van palen type 1 (kunststoffen verkeerszuilen) én wegneembare palen (type 2 en 3). De andere tarieven zijn voor vaste palen type 2 en 3.
Verwachte toename ontvangsten:
Door de herziening wordt verwacht dat de ontvangsten zullen toenemen met 160.000 euro per jaar.
Het nieuw reglement 'Retributie voor diensten van technische aard van het Departement Stedelijke Ontwikkeling' treedt in werking op 01/01/2026.
De Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen en de Groendienst zijn belast met het toezicht op de uitvoering van dit reglement.
Heft op m.i.v. 1 januari 2026 het reglement 'Retributie voor diensten van technische aard van het Departement Stedelijke Ontwikkeling', goedgekeurd in de gemeenteraad van 18 december 2019.
Keurt goed het reglement 'Retributie voor diensten van technische aard van het Departement Stedelijke Ontwikkeling' zoals gevoegd in bijlage, met inwerkingtreding op 1 januari 2026.
De gemeenteraad heeft gedurende de laatste legislatuur het retributiereglement met betrekking tot retributie op werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijke openbaar domein diverse malen gewijzigd.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie. Dit resulteert in een wijziging van artikel 3 'Tarief' van het reglement.
Ook worden door wettelijke verplichting - nieuwe Wetboek Economisch Recht - de administratiekosten in artikel 5 'Inning' gewijzigd naar 20 euro.
De Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen is belast met de uitvoering van dit reglement.
De wijzigingen treden in werking op 01/01/2026.
Wijzigt artikel 3 'Tarief' van het reglement 'Retributie op werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijke openbaar domein' als volgt:
§ 4. De tarieven in dit reglement worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van deze formule:
Nieuw Tarief = Basistarief x Nieuwe index / Basisindex
Deze wijziging treedt in werking op 01/01/2026.
Wijzigt door wettelijke verplichting - nieuwe Wetboek Economisch Recht - de administratiekosten in artikel 5 'Inning' van het reglement 'Retributie op werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijke openbaar domein' als volgt:
'Wanneer een aanmaning vereist is, wordt deze aangetekend verstuurd en worden € 20 administratiekosten aangerekend. Het volledig verschuldigde bedrag zal ingevorderd worden via dwangbevel overeenkomstig artikel 177, tweede lid van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, of in voorkomend geval langs gerechtelijke weg.'.
Deze wijziging treedt in werking op 01/01/2026.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het reglement 'Retributie op werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijke openbaar domein' .
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
De statuten van Farys.
De Stad Gent heeft bij de gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2011 de toetreding als V-vennoot (‘interVia’ - beheer wegenis) van TMVW goedgekeurd.
Deze toetreding ging gepaard met de inbreng van het gebruiksrecht van de stedelijke bruggen op het grondgebied van de Stad Gent. De ingebrachte bruggen werden opgesomd in een bijlage bij de gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2011.
In uitvoering van de gemeenteraadsbeslissing van 19 december 2011 werden de voorwaarden en modaliteiten van de samenwerking tussen de Stad Gent en TMVW verduidelijkt in een afsprakennota die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen van de Stad Gent in zitting van 23 januari 2014.
Ingevolge de transitie van TMVW (thans Farys) van een intercommunale naar een opdrachthoudende vereniging en de hiermee gepaard gaande statutenwijziging van 22 december 2017 zijn er geen toetredingen of uitbreidingen van toetredingen tot de wegenisactiviteit (V) meer mogelijk. Als gevolg van het “uitdovend karakter” van de V-divisie, kan Farys geen nieuwe bruggen meer realiseren; enkel lopende projecten kunnen door Farys uitgevoerd worden. Als gevolg hiervan dreigt een situatie te ontstaan waarbij een deel van de bruggen beheerd worden door Farys, terwijl nog niet-ingebrachte, of nieuwe bruggen, worden beheerd door de stad Gent.
De gemeenteraad heeft in zitting van 8 juli 2021 de gefaseerde vervroegde beëindiging van het gebruiksrecht van Farys op bruggen goedgekeurd, teneinde het beheer van de bruggen in één hand te houden.
Het betreft volgende bruggen (28):
1. Aardewegbrug aan Bargiekaai
2. Academiebrug
3. Bargiebrug
4. Brug der Keizerlijke Geneugten
5. Brug zijarm Watersportbaan
6. Francois Laurentbrug
7. Gaardeniersbrug fietsbrug
8. Gentbrugse meersen
9. Groendreefbrug
10. Groene Valleibrug
11. Henri Maerenbrug
12. Hoofdbrug
13. Hospitaalbrug
14. Jan Yoensvoetbrug (fietspad aan Gaardeniersweg)
15. Lievebrug
16. Malembrug
17. Nieuwbrug
18. Nieuwebosbrug
19. Onderdoorgang Bargiebrug
20. Onderdoorgang Europabrug
21. Parkbosbrug
22. Pontbrug
23. Sint-Antoniusbrug
24. Sint-Martinusbrug
25. Sint-Michielsbrug
26. Tweegatenbrug
27. Wijdenaardbrug
28. Zuiderlaanbrug
2. Maaltebruggeparkbrug
3. Stropbrug
4. Muinkbrug
5. Minnemeersbrug
6. Europabrug
7. Charles Marcellisbrug
8. Gebroeders Van Eyckbrug
9. Verlorenkostbrug
10. Ketelbrug.
Voor de bruggen waarvoor het gebruikrecht vervroegd zal beëindigd worden uiterlijk 2 jaar na voltooiing van de werken, zal de stad Gent Farys vergoeden aan de boekwaarde. De stad Gent blijft V-vennoot tot op het ogenblik dat voor alle bruggen het gebruiksrecht vervroegd zal zijn beëindigd.
Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 24 november 2022 de vervroegde beëindiging van het gebruiksrecht van Farys voor de Sint-Jorisbrug en onderdoorgang goedgekeurd.
De gemeenteraad heeft in zitting van 18 december 2023 de vervroegde beëindiging van het gebruiksrecht van Farys voor de Stropbrug, Gebroeders Van Eyckbrug, Charles Marcellisbrug, Ketelbrug, Maaltebruggeparkbrug en Minnemeersbrug goedgekeurd.
De gemeenteraad heeft in zitting van 25 november 2024 de vervroegde beëindiging van het gebruiksrecht van Farys voor de Europabrug goedgekeurd.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de vervroegde beeïndiging van het gebruikrecht van Farys voor de Muinkbrug goed te keuren.
De vergoeding voor Farys aan boekwaarde per 30.09.2025 bedraagt 1.807.374,07 euro.
| Dienst* | Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen | Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen |
| Budgetplaats | 353865100 | 356865100 |
| Budgetpositie | 2280000 | 2280000 |
| 2025 |
€ 1.000.000,00 | nvt |
| 2026 | nvt | € 807.374,07 |
| TOTAAL | € 1.000.000,00 | € 807.374,07 |
Keurt goed, de vervroegde beëindiging met onmiddellijke ingang van het gebruiksrecht binnen de V-divisie van Farys op de Muinkbrug.
Keurt goed de vergoeding voor Farys van 1.807.374,07 euro aan boekwaarde per 30.09.2025 voor de vervroegde beëindiging van het gebruiksrecht op de Muinkbrug.
Op het grondgebied van de Stad staat straatmeubilair verspreid, onder de vorm van schuilhuisjes, informatieborden en 8m²-borden. Dit Straatmeubilair werd geplaatst onder de Overheidsopdracht Raamovereenkomst voor het leveren, plaatsen en onderhouden van schuilhuizen bij haltes van openbaar vervoer, informatieborden en 8 m²-borden op grondgebied Gent en het voeren van commerciële reclame op welbepaald straatmeubilair - TDW/2013/026. Deze opdracht loopt af op 28 februari 2026.
Er dient een nieuwe opdracht uitgeschreven te worden om blijvend te voorzien in straatmeubilair. Gezien het grootste (financieel) aandeel van die opdracht bestaat uit het voeren van reclame, werd de opdracht opgevat als een Concessie, waarbij aan de nieuwe opdrachtnemer-concessiehouder het recht zal worden verleend om commerciële reclame te voeren op het straatmeubilair dat het voorwerp uitmaakt van de opdracht.
Aan dit recht tot het voeren van reclame worden verschillende lasten en specifieke verplichtingen gekoppeld voor de opdrachtnemer-concessiehouder.
De belangrijkste verplichting voor de opdrachtnemer-concessiehouder vormt de vervanging van alle bestaande straatmeubilair door zijn eigen schuilhuisjes en informatieborden (gewone plus de vervanging van de 8m²-borden) binnen de vijf jaar na het eerste werkjaar van de Concessie. Dit wordt gespreid over vijf jaar om de impact op het openbaar domein te spreiden in de tijd.
Met voorliggende opdracht is het de bedoeling de reclamevoering te moderniseren en aan de huidige technieken aan te passen, zodat ook digitale reclamevoering mogelijk zal worden. Het is aan de inschrijvers op deze opdracht (later de concessiehouder) om te bepalen op welke manier hij dit zal realiseren.
De opdracht zal een looptijd hebben van 20 jaar. Deze termijn houdt rekening met de nodige investeringen die de concessiehouder noodzakelijkerwijze zal moeten doen, en de gemiddelde levensduur van de door de concessiehouder te plaatsen infrastructuur.
Algemeen genomen zijn de verplichtingen van de opdrachtnemer-concessiehouder
Aan de hoofdopdracht van reclamevoering op straat wordt een tweede perceel toegevoegd, meer bepaald het voeren van reclame in de parkings in beheer van de Stad Gent. Er wordt gevraagd aan de inschrijvers om een offerte in te dienen voor het realiseren van reclame in de parkings, enerzijds voor een periode van 4 jaar, anderzijds voor een periode van 10 jaar. Het tweede perceel zal enkel worden gesloten met de inschrijver waarmee de hoofdopdracht wordt gesloten, en enkel wanneer het aanbod voldoende interessant is voor de Stad.
Procedure: openbare procedure
Wijze van prijsbepaling: De opdracht wordt gekenmerkt door een bijzondere gemengde prijsvaststelling.
Looptijd van de concessie: 20 jaar vanaf de sluiting
Gunningscriteria:
Gunningscriterium voor perceel 2: prijs (100%).
| Dienst* |
Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen
|
| Budgetplaats |
356811100
|
| Categorie* |
E
|
| 2026 tot en met 2046 |
x
|
| Totaal |
| Dienst* | Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen |
| Budgetplaats |
356811100
|
| Categorie* | E |
| 2026 tot en met 2046 | x |
| Totaal |
Stelt vast het bij dit besluit gevoegde bestek Concessie voor het voeren van reclame op Straatmeubilair met inbegrip van het leveren, plaatsen, vervangen en onderhouden ervan op het grondgebied van de Stad Gent - TDW2025/008 - ID5767.
Procedure: openbare procedure
Wijze van prijsbepaling: De opdracht wordt gekenmerkt door een bijzondere gemengde prijsvaststelling.
Looptijd van de concessie: 20 jaar vanaf de sluiting
Gunningscriteria:
Gunningscriterium voor perceel 2: prijs (100%).
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, 2de lid, 5°.
De gemeenteraad van Stad Gent nam op 22 oktober 2007 de beslissing om over te gaan tot de oprichting van een nieuw extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm, namelijk "REGent", met ondernemingsnummer 0895.509.839 . Deze beslissing werd op 20 november 2007 goedgekeurd door de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding. Op 18 december 2007 volgde de oprichtingsvergadering van REGent. De raad voor maatschappelijk welzijn van OCMW Gent nam op 14 april 2016 de beslissing om deel te nemen in REGent. De evaluatie van de werking van REGent maakte deel uit van het "Evaluatierapport Verbonden Rechtspersonen 2019-2024", zoals voorgelegd aan de gemeenteraad van de Stad op 26 mei 2025.
In het Bestuursakkoord 2025-2030 wordt het verderzetten van de samenwerking in de vorige overeenkomst, tussen de Stad en REGent bevestigd en worden bijkomende ambities als volgt benoemd: “We zetten een turbo op de werking van de Energiecentrale en verbreden deze naar een Renovatiecentrale. Collectief renoveren wordt de prioriteit. Daarnaast versterken we het Verhuurderspunt en het systeem van de renovatiesubsidies gekoppeld aan de maximumprijs. Naast woonkwaliteit en energiezuinigheid wordt ook toegankelijkheid meegenomen in het renovatieadvies en (de toekenning van) renovatiepremies.” “Voor noodkopers, die erin slaagden om een kwalitatief minderwaardige woning aan te kopen maar die niet meer kunnen renoveren, wordt de werking van Gent Knapt Op verdergezet.” “We zetten het conformiteitsattest in om een goede woonkwaliteit voor huurders te garanderen en via het Verhuurderspunt willen we ook verhuurders ontzorgen.”
Tussen REGent en de Stad dient overeenkomstig artikel 247 van het Decreet over het Lokaal Bestuur opnieuw een samenwerkingsovereenkomst afgesloten te worden. De aanpassingen in de Vlaamse en Gentse context worden verwerkt in deze nieuwe samenwerkingsoverkomst, die verder gebaseerd is op de aflopende overeenkomst 2020-2025. Daarnaast bevat de nieuwe samenwerkingsovereenkomst bepalingen omtrent:
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Dienst Milieu en Klimaat | Dienst Milieu en Klimaat | Dienst Milieu en Klimaat | Dienst Milieu en Klimaat
|
| Budgetplaats | 342510000 | 342510000 | 3425100IT | 3425100IT |
| Categorie* | E | I | E | I |
| 2026 | 1.098.399 | 1.200.000 | 12.849 | 46.802 |
| 2027 | 1.132.207 | 1.200.000 | 12.849 | 51.802 |
| 2028 | 1.213.492 | 1.200.000 | 12.849 | 81.802
|
| 2029 | 1.255.247 | 1.200.000 | 12.849 | 6.802 |
| 2030 | 1.204.062 | 1.200.000 | 12.849 | 6.802 |
| 2031 | 1.032.582 | 1.200.000 | 12.849 | 6.802 |
| Totaal | 6.935.989 | 7.200.000 | 77.094 | 200.812 |
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Dienst Milieu en Klimaat |
| Budgetplaats | 342510000 |
| Categorie* | I |
| 2026 | 578.194,69 |
| 2027 | 578.194,69 |
| 2028 | 390.694,69 |
| 2029 | 284.444,69 |
| 2030 | 284.444,69 |
| 2031 | 284.444,69 |
| Totaal | 2.400.418,14 |
Keurt goed de samenwerkingsovereenkomst 2026-2031 met EVA vzw REGent met ondernemingsnummer 0895.509.839, zoals gevoegd in bijlage.
Gelet op het belang van de monitoring van de luchtkwaliteit, werken de Vlaamse Milieumaatschappij en Stad Gent reeds jarenlang samen om bijkomende metingen van black carbon (BC) en stikstofdioxide (NO2) uit te voeren te Gent:
In uitvoering van de samenwerkingsovereenkomsten is sinds 2019 een BC-monitor actief in de Lange Violettestraat. Tevens wordt de NO2-concentratie gemonitord met passieve samplers op 35 locaties. Het uitvoeren van extra luchtkwaliteitsmetingen bovenop de referentiemetingen blijft zeer relevant. De extra metingen met passieve samplers geven immers een heel ander beeld dan wat we meten op de referentielocaties: op 28 van de 35 extra NO2-meetlocaties is er nog een overschrijding van de toekomstige Europese jaargrenswaarde voor NO2 (20 µg/m³ in 2030). Met een jaargemiddelde van 34 µg/m³ is de Hoogstraat zelfs één van de twee meetlocaties met het hoogst gemeten jaargemiddelde over heel Vlaanderen.
Beide partijen wensen de metingen dus verder te zetten en geven de voorkeur aan de werkwijze om middels een addendum bij de Samenwerkingsovereenkomst betreffende de monitoring van de luchtkwaliteit in Gent naar aanleiding van de lage-emissiezone, alle vereiste luchtkwaliteitsmetingen samen te omvatten.
Voorliggend addendum optimaliseert verschillende afspraken van de oorspronkelijke overeenkomst, zodat de afspraken nu gelden voor al de vermelde luchtkwaliteitsmetingen. Dit laat toe eenzelfde werkwijze en facturatiewijze te voorzien voor alle metingen.
Het addendum:
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Milieu en Klimaat |
| Budgetplaats | 353530000 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT |
| 2026 | 112097 |
| 2027 | 114899 |
| 2028 | 117772 |
| 2029 | 120716 |
| 2030 | 123734 |
| 2031 | 126827
|
| Totaal | 716046 |
nvt
Keurt goed het addendum bij de samenwerkingsovereenkomst met de Vlaamse Milieumaatschappij, Dokter De Moorstraat 24-26, 9300 Aalst betreffende de monitoring van de luchtkwaliteit in Gent naar aanleiding van de lage-emissiezone zoals gevoegd in bijlage.
Op 22 september 2025 keurde de gemeenteraad de partnerschapsovereenkomst betreffende sensibilisering huishoudelijke houtverwarming/fijn stof met de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), departement Zorg, Kom op tegen Kanker (KOTK), Bond Beter Leefmilieu VZW (BBL), de Onafhankelijke Ziekenfondsen (MLOZ), de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw (VVSG) en het Vlaams Planbureau voor Omgeving (VPO) goed.
Sindsdien werden nog een aantal aanpassingen gevraagd aan de overeenkomst door verschillende partners.
Deze aanpassingen hebben geen betrekking op de rol, verantwoordelijkheid of financiële bijdrage van Stad Gent en blijven louter beperkt tot:
Deze partnerschapsovereenkomst is het kader waarbinnen onder meer het Gentse pilootproject 'Luchtmeters' uitgevoerd wordt. Dit pilootproject houdt in dat meer dan 200 Gentenaars, vanaf half december 2025 tot half maart 2026, een fijnstofsensor aan hun gevel zullen bevestigen en/of op stap gaan met een mobiele fijnstofmeter en/of binnenmetingen uitvoeren. Stad Gent stond in voor de rekrutering van de deelnemers en de communicatie hierrond. De VMM staat in voor het ter beschikking stellen en gebruiksklaar maken van de fijnstofsensoren, alle technische aspecten en de analyse van de resultaten.
De gewijzigde versie van de partnerschapsovereenkomst is noodzakelijk, teneinde de geplande samenwerking tussen de partners en het Gentse pilootproject uit te kunnen voeren zoals voorzien. Deze gewijzigde versie vervangt de vorige versie van de overeenkomst.
De eenmalige bijdrage van Stad Gent van 10.000 euro aan het centraal beheerde budget van het partnerschap blijft ongewijzigd. Deze bijdrage maakt het mogelijk om extra fijnstofsensoren aan te kopen, zodat er voldoende meetpunten in Gent kunnen worden voorzien. Het gaat dus niet om bijkomend budget.
De overeenkomst loopt nog steeds drie jaar vanaf 1 december 2025, waarna een stilzwijgende jaarlijkse verlenging volgt. Er worden verschillende deelprojecten voorzien, waaronder het pilootproject in Gent in de winter van 2025-2026. De resultaten van dit pilootproject zullen door de partners worden gebruikt in Vlaamsbrede projecten in de winters van 2026-2027 en 2027-2028.
De deelprojecten worden gaandeweg verder uitgewerkt op basis van opgedane inzichten. Nieuwe afspraken worden opgenomen in de levende bijlage 1 "Projectportfolio" van de overeenkomst. De implicaties voor de Stad zullen in vele gevallen minimaal of onbestaande zijn, vooral wanneer het gaat om de Vlaamsbrede projecten. Daarom wordt gevraagd om voor wijzigingen aan de bijlage 1 "Projectportfolio" van de overeenkomst - voor zover ze geen implicaties hebben voor de Stad - delegatie te voorzien naar het college. Wijzigingen aan de overeenkomst die gevolgen hebben voor de verplichtingen of het budget van de Stad, zullen wel d.m.v. een addendum aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Dienst Milieu en Klimaat |
| Budgetplaats | 353530000 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT |
| 2022 | |
| 2023 | |
| 2024 | |
| 2025 | 10.000€ |
| 2026 | |
| 2027 | |
| 2028 | |
| Later | |
| Totaal | 10.000€ |
Wijzigt de partnerschapsovereenkomst met VMM, departement Zorg, KOTK, BBL, MLOZ , VVSG en VPO voor sensibilisering rond huishoudelijke houtverwarming/fijn stof met bijlage zoals gevoegd in bijlage.
Keurt goed de delegatie aan het college van burgemeester en schepenen voor wijzigingen aan de bijlage "initiële versie projectportfolio" bij de partnerschapsoverneenkomst. Met name voor zover deze wijzigingen binnen het kader van de partnerschapsovereenkomst "sensibilisering huishoudelijke houtverwarming/fijn stof" blijven, inzonderheid wat betreft het budget.
Het college van burgemeester en schepenen besliste op 20 november 2025 om het nieuw subsidiereglement voor de renovatie of verbouwing van huurwoningen in de periode 2026-2031 voor te leggen aan de gemeenteraad van december 2025.
In het reglement in bijlage stond een fout in de 'Technische Bijlage B - Werken enkel subsidieerbaar volgens voorafgaand renovatieadvies'.
De bijlagen bij huidig besluit vervangen de bijlagen ‘20251112_Subsidiereglement Renovatie Huurwoningen 2026-2031_Finaal Ontwerp.pdf’ en ‘20251106_Subsidiereglement renovatie huurwoningen 2026-2031_FINAAL ONTWERP DW voor DMK.docx’ van het te amenderen besluit.
Keurt goed de amendering van het ontwerp gemeenteraadsbesluit betreffende de goedkeuring van het nieuw subsidiereglement voor de renovatie of verbouwing van huurwoningen in de periode 2026-2031, in die zin dat de bijlagen ‘20251112_Subsidiereglement Renovatie Huurwoningen 2026-2031_Finaal Ontwerp.pdf’ en ‘20251106_Subsidiereglement renovatie huurwoningen 2026-2031_FINAAL ONTWERP DW voor DMK.docx’ vervangen worden door de nieuwe versies, zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Sinds midden 2021 pioniert de Stad Gent met een gericht lokaal beleid om woningrenovaties op de private huurmarkt te stimuleren en ondersteunen. Een belangrijk onderdeel hiervan is een stedelijke subsidie voor bepaalde investeringen in (vnl.) de woningkwaliteit en energiezuinigheid van huurwoningen, gekoppeld aan de voorwaarde om de gerenoveerde woning minstens 9 jaar te verhuren tegen een huurprijs die niet hoger is dan het jaarlijks geïndexeerde maximumbedrag zoals vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen. Wie samenwerkt met woonmaatschappij Thuispunt Gent of het stedelijk verhuurkantoor Gent, kan een hogere subsidie krijgen.
Vanaf 2023 en vooral sinds 2024 - na de oplevering van een eerste golf van renovaties van private huurwoningen met voorafgaand advies van de Energiecentrale (via het Verhuurderspunt bij de dienst Wonen) - werd de impact van het dit beleid goed zichtbaar. Stand van zaken eind oktober 2025:
Zoals voorzien in het Bestuursakkoord 2025-2030 wil de Stad Gent dit beleid de komende jaren doorzetten en zelfs versterken, met een turbo onder de Energiecentrale die dan als 'Renovatiecentrale' vanaf 2026 ook een rechtstreeks aanspreekpunt zal vormen voor verhuurders met renovatie- en subsidievragen.
Het conformiteitsattest, dat sinds 1/10/2023 verplicht aan te vragen is bij de eerste of nieuwe verhuur van Gentse woningen die ouder zijn dan 30 jaar, wordt voortaan in combinatie met de subsidie en kosteloos renovatieadvies en -begeleiding ook ingezet als hefboom voor duurzame woningrenovaties.
Op basis van de opgedane ervaring en enkele nieuwe beleidskeuzes, verschilt het subsidiekader van 2026-2031 op enkele punten van het voorgaande. Belangrijkste aanpassingen:
1. Meer energetische ambitie en extra stimulans voor betaalbaar wonen
Naast het conformiteitsattest, als bewijs dat de huurwoningen voldoet aan de minimale kwaliteits- en veiligheidsvereisten van de Vlaamse Codex Wonen, wordt het behalen van EPC-label C (energieverbruik 200<300 kWh/m² per jaar) een bijkomende ondergrens voor de subsidie. In praktijk betekent dit geen grote verandering, want dit resultaat werd onder vorige reglement reeds in de overgrote meerderheid van de subsidiedossiers behaald. De verankering als nieuwe subsidievoorwaarde is ook ingegeven door de verdere verstrengeling van woningkwaliteits- en energetische normen, al valt het af te wachten hoe de Vlaamse regelgeving terzake nog zal evolueren (aandachtspunt voor evaluatie en eventuele bijsturing van het Gentse reglement).
De resp. subsidieplafonds voor private verhuur en verhuur via Thuispunt Gent of huuringent (verhoogde subsidie) blijven dezelfde, maar in lijn met de Gentse beleidsdoelstellingen op het vlak van betaalbaar wonen worden deze modellen nog aantrekkelijker gemaakt door een subsidiepercentage van 50% op de investering in de renovatie/verbouwing toe te passen t.o.v. 40% bij gewone private verhuur. De verhoogde subsidie wordt bovendien uitgebreid naar particuliere verhuurders en organisaties die zich op specifieke kwetsbare doelgroepen richten.
Daarnaast breidt de Stad de renovatiesubsidie uit naar coöperatief wonen (zelfde subsidieplafond en -percentage als private verhuur), wanneer de maandelijkse woonbijdrage die het effectieve gebruik van de woning en reguliere huurderskosten dekt niet hoger is dan de maximale huurprijsvoorwaarde.
2. Meer subsidieerbare werken en duidelijke technische voorwaarden
Naast investeringen in dak-, vloer- en muurisolatie, buitenschrijnwerk, installatie van warmtepompen, warmtepompboilers, zonneboilers, zonnepanelen, bepaalde basistechnieken, ventilatietechnieken, binnenafwerking, trappen en maatregelen om de toegankelijkheid van een huurwoning te verbeteren, subsidieert de Stad Gent vanaf 2026 ook regenwaterputten en groendaken, verwijdering van losgebonden asbest en werken om een afzonderlijke toegang tot een huurwoning in een handelspand te creëren. Deze beleidskeuzes zijn ingegeven door een geïntegreerde benadering van duurzame woningrenovaties en ondervangen (althans voor huurwoningen) het verdwijnen van bepaalde subsidies voor specifieke werken.
Bovendien kan de verhuurder/investeerder - naast bepaalde werfkosten en eventuele uitgaven voor huurdersondersteuning (bv. tijdelijk verblijf van de zittende huurder op ander een adres, bescherming of stockage van inboedel, ...) - nu ook de kost voor de opmaak van een toegankelijkheidsadvies en een (nieuw) EPC-attest inbrengen. Waar het vorige subsidiereglement nog verwees naar de technische voorwaarden van de Vlaamse Mijn VerbouwPremie, zijn de specifieke normen nu opgenomen in bijlagen van het reglement zelf, enerzijds omdat de Gentse subsidie voor huurwoningen veel ruimer is en anderzijds omdat de Vlaamse premievoorwaarden de voorbije jaren en in de nabije toekomst heel veranderlijk zijn.
3. One-stop-shop voor renovatieadvies, geen 'closed shop' voor subsidie
Als 'Renovatiecentrale' wordt vzw REGent nu ook het centrale aanspreekpunt voor verhuurders met renovatie- en premievragen (incl. toekenning van de Gentse renovatiesubsidie voor huurwoningen. Voor alle andere vragen over het verhuurproces, kan de doelgroep wel nog steeds terecht bij het Verhuurderspunt van de dienst Wonen.
In functie van de renovatieversnelling op de private huurmarkt, kunnen verhuurders/investeerders de subsidie voor de meeste werken vanaf 2026 ook zonder voorafgaand advies van een renovatiecoach van REGent vzw aanvragen. Deze kernvoorwaarde uit het voorgaande reglement geldt voortaan enkel nog voor het subsidiëren van basistechnieken, ventilatietechnieken, bepaalde basisafwerking, trappen en werken om de toegankelijkheid te verbeteren. Op die manier kan een renovatiecoach - desgevallend op aangeven van een woningcontroleur - verhuurders toch nog proberen overtuigen en ondersteunen om de renovatie zo duurzaam mogelijk aan te pakken.
__
Het nieuwe subsidiereglement werd voorbereid door de dienst Wonen (voormalige beleidsverantwoordelijke dienst), de dienst Milieu en Klimaat (nieuwe beleidsverantwoordelijke dienst), EVA-vzw REGent (uitvoerende dienst) en de dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu (Woontoezicht) i.s.m. Juridische Dienst en Kennisbeheer, en kreeg gunstig advies van de Stedelijke Woonraad.
Er is een overgangsregeling t.e.m. 30 juni 2026 voor aanvragen die gebaseerd zijn een renovatieadvies verkregen onder het voorgaande reglement, waarin er nog geen minimaal EPC vereist werd en het subsidiepercentage ook bij private verhuur 50% bedroeg. Voor het overige kunnen deze aanvragers wel meteen genieten van de voordelen van het nieuwe reglement. Hetzelfde geldt voor aanvragen die onder het reglement 2022-2025 ingediend zijn, maar waarvoor het college van burgemeester en schepenen dit jaar geen beslissing meer kan nemen en die daarom onder het reglement 2026-2031 afgehandeld worden.
De Dienst Milieu en Klimaat is belast met het toezicht op de uitvoering van dit reglement.
Het nieuw 'Subsidiereglement voor de renovatie of verbouwing van huurwoningen in de periode 2026-2031' treedt in werking op 1 januari 2026.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Dienst Milieu en Klimaat |
| Budgetplaats | 342510000 |
| Categorie* | 6642000 |
| Subsidiecode | |
| 2025 | |
| 2026 | 1.200.000 euro |
| 2027 | 1.200.000 euro |
| 2028 | 1.200.000 euro |
| 2029 | 1.200.000 euro |
| 2030 | 1.200.000 euro |
| 2031 | 1.200.000 euro |
| Later | |
| Totaal | 7.200.000 euro |
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | |||
| Budgetplaats | |||
| Categorie* | |||
| Subsidiecode | |||
| 2020 | |||
| 2021 | |||
| 2022 | |||
| 2023 | |||
| 2024 | |||
| 2025 | |||
| Later | |||
| Totaal |
Op 27 november 2015 werd het Decreet betreffende lage-emissiezones (LEZ-decreet) door de Vlaamse Regering goedgekeurd.
Op 26 februari 2016 werd het Besluit betreffende lage-emissiezones (LEZ-besluit) door de Vlaamse Regering goedgekeurd.
Op 31 maart 2017 volgde een goedkeuring van een wijziging van het Besluit betreffende lage-emissiezones.
Op 03 mei 2019 volgde een goedkeuring van een wijziging van het Decreet betreffende lage-emissiezones.
Op 06 september 2019 volgde opnieuw een goedkeuring van een wijziging van het Besluit betreffende lage-emissiezones.
Op 20 december 2016 werd door de gemeenteraad de zone, de invoeringsdatum en het principekader rond de toelatingsvoorwaarden van de lage-emissiezone, alsook de uitwerking van de flankerende maatregelen bij de lage-emissiezone in Gent goedgekeurd.
Op 23 april 2019 werden door de gemeenteraad het 'Reglement voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent' en het 'Retributiereglement voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent' goedgekeurd.
Op 26 mei 2020 werd door de gemeenteraad het ‘Reglement voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent’ gewijzigd.
De Stad Gent voerde in toepassing van de Vlaamse regelgeving betreffende lage-emissiezones op 1 januari 2020 een lage-emissiezone in op haar grondgebied. In de gemeenteraad van 23 april 2019 werden het reglement en het retributiereglement voor een lage-emissiezone in Gent goedgekeurd. Het LEZ-reglement werd laatst gewijzigd op 26 mei 2025.
De voorliggende wijziging van het ‘reglement voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent’ heeft betrekking op de wijziging van het Vlaams Besluit betreffende lage-emissiezones dd. 28 november 2025.
Op basis van de huidige luchtkwaliteitsnormen is in het Vlaams Regeerakkoord van 30 september 2024 opgenomen dat het wettelijk kader van de LEZ niet verder verstrengt dan de voorwaarden die op 1 september 2023 van kracht waren. In het voorliggende besluit worden de verstrengingen van de toegangscriteria die vanaf 2026 voorzien waren ingetrokken. Concreet betekent dit dat vanaf 1 januari 2026 Euro 5 dieselwagens en euro 2 benzinewagens blijven toegelaten.
Op basis van het tweejaarlijks voortgangsrapport in kader van het Luchtbeleidsplan, zal de Vlaamse Regering in 2027 het effect van de LEZ evalueren.
In het besluit werd ook opgenomen dat lokale overheden zelf kunnen bepalen aan welke voertuigen een individuele toelating toegekend wordt om af te wijken van de toelatingsvoorwaarden in de LEZ.
Daarnaast wordt, in voorgelegde wijziging van het reglement, de administratieve geldboete in lijn met de indexatie van het retributiereglement verhoogd, tevens opgenomen in de financiële meerjarenplanning van Stad Gent. De wijziging van het LEZ-retributiereglement wordt op dezelfde gemeenteraad voorgelegd.
De wijzigingen aan het LEZ-reglement treden in werking op 1 januari 2026. De wijzigingen aan het retributiereglement zullen middels aparte besluitvorming ter beslissing worden voorgelegd.
De Dienst Milieu en Klimaat is belast met de uitvoering van dit reglement.
Wijzigt artikel 4,§3,a,2) als volgt:
"2) Volgende motorvoertuigen komen in aanmerking voor een LEZ-toelating:
(a) de motorvoertuigen die vallen onder de categorie M of N met een dieselmotor die voldoet aan Euronorm 4 of IV;
(b) de motorvoertuigen die vallen onder de categorie M of N met een dieselmotor die voldoet aan Euronorm 3 of III, én: (i) die blijkens bouw, uitrusting of andere permanente kenmerken speciaal zijn uitgerust voor toezicht, controle en onderhoud van infrastructuur en installaties van algemeen belang; (ii) die, door of in opdracht van het leger, de politiediensten, de wegbeheerder, de civiele bescherming of de brandweer, gebruikt worden voor noodsituaties of voor reddingsoperaties; (iii) die bedoeld zijn voor ambulante handel en markten of foren.
(c) de motorvoertuigen die vallen onder de categorie M of N met een dieselmotor die voldoet aan Euronorm 2 of II of Euronorm 1 of I of zonder gekende Euronorm (0), of met een benzinemotor die voldoet aan Euronorm 1 of I of zonder gekende Euronorm (0) én die bedoeld zijn voor ambulante handel en markten of foren.
(d) de motorvoertuigen die vallen onder categorie M of N en die gebruikt worden voor ceremonieel vervoer."
Schrapt volgende artikels uit het reglement:
Artikel 4,§3,a,3)
Artikel 4,§3,a,4)
Artikel 4,§3,a,5)
Artikel 4,§3,a,6)
Wijzigt artikel 6§3 van het 'Reglement voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent' als volgt:
"De administratieve geldboete bedraagt 185,00 euro per overtreding."
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het 'Reglement voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent' zoals gevoegd in bijlage.
Op 27 november 2015 werd het Decreet betreffende lage-emissiezones (LEZ-decreet) door de Vlaamse Regering goedgekeurd.
Op 26 februari 2016 werd het Besluit betreffende lage-emissiezones (LEZ-besluit) door de Vlaamse Regering goedgekeurd.
Op 31 maart 2017 volgde een goedkeuring van een wijziging van het Besluit betreffende lage-emissiezones.
Op 03 mei 2019 volgde een goedkeuring van een wijziging van het Decreet betreffende lage-emissiezones.
Op 06 september 2019 volgde opnieuw een goedkeuring van een wijziging van het Besluit betreffende lage-emissiezones.
Op 20 december 2016 werd door de gemeenteraad de zone, de invoeringsdatum en het principekader rond de toelatingsvoorwaarden van de lage-emissiezone, alsook de uitwerking van de flankerende maatregelen bij de lage-emissiezone in Gent goedgekeurd.
Op 23 april 2019 werden door de gemeenteraad het 'Reglement voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent' en het 'Retributiereglement voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent' goedgekeurd.
Op 26 mei 2020 werd door de gemeenteraad het ‘Reglement voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent’ gewijzigd.
De Stad Gent voerde in toepassing van de Vlaamse regelgeving betreffende lage-emissiezones op 1 januari 2020 een lage-emissiezone in op haar grondgebied. In de gemeenteraad van 23 april 2019 werden het reglement en het retributiereglement voor een lage-emissiezone in Gent goedgekeurd. Het retributiereglement werd laatst gewijzigd op 25 september 2023.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. Alle tarieven, met uitzondering van het tarief laattijdige registratie, worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
Ook de administratieve geldboete, opgenomen in het LEZ-reglement, wordt in lijn met de indexatie verhoogd.
Daarnaast werd ook het LEZ-besluit recent gewijzigd (dd. 28 november 2025), waardoor het LEZ-reglement moet worden aangepast. Dit LEZ-reglement wordt op dezelfde gemeenteraad voorgelegd. Ten gevolge van deze wijzigingen, moet ook het retributiereglement in overeenstemming worden gebracht met het gewijzigde LEZ-reglement.
Voor de motivering van de wijzigingen kan integraal verwezen worden naar de motivering van het gemeenteraadsbesluit waarin het LEZ-reglement wordt gewijzigd.
De wijzigingen gaan in op 1 januari 2026.
De Dienst Milieu en Klimaat is belast met de uitvoering van dit reglement.
Wijzigt artikel 4 van het 'Retributiereglement voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent' met ingang van 1 januari 2026 als volgt:
De euronormen W, X, Y en Z zoals hieronder bedoeld zijn:
Kalenderjaar | Euronorm W | Euronorm X | Euronorm Y | Euronorm Z |
2024-2025 | 4 of IV | 3 of III | 2 of II of lager | 1 of I of lager |
2026-2027 | 5 of V | 4 of IV | 3 of III of lager | 2 of II of lager |
vanaf 2028 | 6 of VI | 5 of V | 4 of IV of lager | 3 of III of lager |
“§1 De tarieven in dit reglement, met uitzondering van het tarief laattijdige registratie, worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van deze formule:
Nieuw Tarief = Basistarief x Nieuwe index
Basisindex
Nieuw tarief: het tarief voor het komende kalenderjaar
Basistarief: het tarief in dit reglement (het tarief van 2026)
Basisindex: de gezondheidsindex van oktober 2025
Nieuwe index: de gezondheidsindex van oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het tarief geldt
Het nieuwe tarief wordt telkens afgerond tot op 5 euro.”
Voor volgende voertuigen geldt er een gewoon tarief:
GEWOON TARIEF (basistarief 2026 in euro) | 1 week | 1 maand | 4 maand | 1 jaar |
Tariefklasse A | 30 | 60 | 160 | 420 |
Tariefklasse B | 45 | 105 | 350 | 1010 |
Tariefklasse C | 55 | 140 | 475 | 1405 |
VERLAAGD TARIEF (basistarief 2026 in euro) | 1 week | 1 maand | 4 maand | 1 jaar |
Tariefklasse A | 15 | 25 | 65 | 170 |
Tariefklasse B | 20 | 45 | 140 | 405 |
Tariefklasse C | 25 | 60 | 195 | 560 |
VERHOOGD TARIEF I (basistarief 2026 in euro) | 1 week | 1 maand | 4 maand | 1 jaar |
Tariefklasse A | 40 | 75 | 195 | 525 |
Tariefklasse B | 50 | 130 | 435 | 1260 |
Tariefklasse C | 60 | 165 | 595 | 1755 |
VERHOOGD TARIEF II (basistarief 2026 in euro) | 1 week | 1 maand | 4 maand | 1 jaar |
Tariefklasse A | 40 | 85 | 235 | 625 |
Tariefklasse B | 55 | 145 | 515 | 1505 |
Tariefklasse C | 75 | 200 | 710 | 2100 |
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het 'Retributiereglement voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent' zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 1.
Decreet betreffende het onroerend erfgoed van 12 juli 2013, artikel 10.1.1.
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, artikel 10.1.29.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Sinds 1 juli 2023 is de Stad Gent een erkende onroerenderfgoedgemeente volgens het Decreet betreffende het onroerend erfgoed van 12 juli 2013.
Een erkende onroerenderfgoedgemeente kan bij het Agentschap Onroerend Erfgoed een subsidie aanvragen die jaarlijks wordt uitgekeerd. De subsidie kan enkel aangewend worden voor eigen personeelskosten. Voor de Stad Gent dewelke een kunststad is bedraagt deze subsidie jaarlijks 90.000 euro.
In zitting van het college van 21 augustus 2025 werd een principebesluit goedgekeurd op basis waarvan de nodige voorbereidingen werden getroffen met het oog op de subsidieaanvraag.
Bij de subsidieaanvraag dient een geactualiseerde beleidsvisie onroerend erfgoed te worden gevoegd. Dit document, de 'Beleidsvisie onroerend erfgoed 2026-2032' kwam participatief tot stand. Daarnaast dient ook een meerjarenbeleidsplan onroerend erfgoed aan de aanvraag toegevoegd te worden. Het 'Meerjarenbeleidsplan onroerend erfgoed 2026-2032' past binnen de beleidsvisie en geeft aan hoe invulling gegeven wordt aan de beleidsprioriteiten voor onroerend erfgoed.
Aan de subsidieaanvraag wordt een verklaring op eer toegevoegd waarin de Stad onderschrijft dat ze de subsidie uitsluitend zal aanwenden voor eigen personeelskosten.
De subsidieaanvraag moet uiterlijk op 15 januari 2026 bij het Agentschap Onroerend Erfgoed ingediend worden. Middels dit besluit wordt goedkeuring gevraagd om de subsidieaanvraag in te dienen bij het Agentschap Onroerend Erfgoed.
De Dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg wordt als bevoegde stadsdienst belast met de administratieve opvolging van de indiening van de subsidieaanvraag.
Keurt goed de geactualiseerde beleidsvisie en meerjarenbeleidsplan onroerend erfgoed als erkend onroerenderfgoedgemeente.
De gemeenteraad heeft gedurende de laatste legislatuur het retributiereglement met betrekking tot de retributie op omgevingsvergunningsaanvragen diverse malen gewijzigd.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
In artikel 1 wordt de datum van eerste invoering van de retributie weggelaten. Dit artikel vermeldde
"De Stad Gent heft vanaf 1 januari 2020 een retributie voor diverse handelingen in het kader van de behandeling van een omgevingsvergunningsaanvraag".
Dit wordt vervangen door:
"De Stad Gent heft een retributie voor diverse handelingen in het kader van de behandeling van een omgevingsvergunningsaanvraag".
Artikel 6 handelt over de inning, waarin wordt verwezen naar de tabel onder artikel 3 §3.
Door de wijzigingen in artikel 3, dient hier de juiste verwijzing naar de handelingen in de tabel in dat artikel te worden overgenomen.
De oorspronkelijke tekst van artikel 6
"De retributie voor de handelingen voorzien onder artikel 3A worden betaald voorafgaand aan het stellen van de handeling. De schuldenaar voegt het betalingsbewijs toe aan de bijlagen bij de handeling. Het vergunningsdossier kan niet opgestart worden zonder geldig betalingsbewijs.
De retributie voor de handelingen voorzien onder artikel 3B wordt betaald binnen de 30 dagen nadat de betalingsuitnodiging verzonden is."
Wordt vervangen door:
"De retributie voor de handelingen voorzien onder artikel 3 §3 A worden betaald voorafgaand aan het stellen van de handeling. De schuldenaar voegt het betalingsbewijs toe aan de bijlagen bij de handeling. Het vergunningsdossier kan niet opgestart worden zonder geldig betalingsbewijs.
De retributie voor de handelingen voorzien onder artikel 3 §3B wordt betaald binnen de 30 dagen nadat de betalingsuitnodiging verzonden is."
Artikel 7 betreft een overgangsbepaling, die bij het invoeren van de retributie noodzakelijk was voor toen lopende dossiers. De overgangsbepaling gold voor dossiers ingediend in 2020 - terwijl de retributie in werking trad vanaf1 januari 2021.
Intussen zijn alle dossiers uit 2020 volledig afgehandeld. Er zullen dus in deze geen handelingen meer voorkomen, waarvoor volgens dit reglement een retributie van toepassing is.
De overgangsbepaling is bijgevolg niet meer van toepassing. Om die reden wordt voorgesteld artikel 7 op te heffen.
De diensten van het Departement Stedelijke Ontwikkeling zijn belast met de uitvoering van dit reglement.
De wijzigingen treden in werking op 01/01/2026.
Wijzigt artikel 1 van het reglement als volgt:
"De Stad Gent heft een retributie voor diverse handelingen in het kader van de behandeling van een omgevingsvergunningsaanvraag"
Deze wijziging treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Wijzigt artikel 3. Tarief van het reglement 'Retributie op omgevingsvergunningsaanvragen' als volgt:
Tarief [gewijzigd gemeenteraad december 2025; treedt in werking 01/01/2026]
Aan §1 wordt toegevoegd
"Indien een aanvrager voor dezelfde locatie meer dan één dossier indient, is voor elk dossier de retributie van toepassing, ook indien dit om dezelfde inhoud gaat."
§2 wordt vervangen door
De tarieven in dit artikel worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van deze formule:
Nieuw Tarief = Basistarief x Nieuwe index
Basisindex
Nieuw tarief: het tarief voor het komende kalenderjaar
Basistarief: Het tarief in dit reglement (het tarief van 2026)
Basisindex: de gezondheidsindex van oktober 2025
Nieuwe index: de gezondheidsindex van oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het tarief geldt
Het nieuwe tarief wordt telkens afgerond tot op 1 euro.
§3 wordt vervangen als volgt:
Basistarief
De retributie bedraagt:
|
|
Basistarief 2026 in euro
|
| |
|
Het indienen van een aanvraag |
53,00 |
|
Het digitaliseren van een aanvraag die op papier werd ingediend |
36,00 |
| |
|
Het openbaar onderzoek (bij verzenden van de uitnodigingen tot inzage van het openbaar onderzoek) |
168,00
|
|
De publicatie (bij plaatsen van de bestelling) |
604,00 |
De wijzigingen treden in werking op 01/01/2026.
Wijzigt artikel 6 van het reglement als volgt:
"De retributie voor de handelingen voorzien onder artikel 3 §3 A worden betaald voorafgaand aan het stellen van de handeling. De schuldenaar voegt het betalingsbewijs toe aan de bijlagen bij de handeling. Het vergunningsdossier kan niet opgestart worden zonder geldig betalingsbewijs.
De retributie voor de handelingen voorzien onder artikel 3 §3B wordt betaald binnen de 30 dagen nadat de betalingsuitnodiging verzonden is."
Deze wijziging treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Wijzigt artikel 7 van het reglement als volgt: (opgeheven gemeenteraad december 2025; treedt in werking 01/01/2026)
Deze wijziging treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het reglement 'Retributie op omgevingsvergunningsaanvragen' zoals gevoegd in bijlage.
De gemeenteraad heeft gedurende de laatste legislatuur het retributiereglement met betrekking tot regelement 'Retributie voor diensten van administratieve aard van het Departement Stedelijke Ontwikkeling diverse malen gewijzigd.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
De diensten van het Departement stedelijke ontwikkeling zijn belast met de uitvoering van dit reglement.
De wijzigingen treden in werking op 01/01/2026.
Wijzigt artikel 2 van het reglement 'Retributie voor diensten van administratieve aard van het Departement Stedelijke Ontwikkeling' als volgt:
Artikel 2. Tarief (gewijzigd gemeenteraad december 2025; treedt in werking 01/01/2026)
§1. De tarieven in dit artikel worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van deze formule:
Nieuw Tarief = Basistarief x Nieuwe index
Basisindex
Nieuw tarief: het tarief voor het komende kalenderjaar
Basistarief: Het tarief in dit reglement (het tarief van 2026)
Basisindex: de gezondheidsindex van oktober 2025
Nieuwe index: de gezondheidsindex van oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het tarief geldt
Het nieuwe tarief wordt telkens afgerond tot op 1 euro.
§2. De retributie bedraagt voor prestaties van:
|
|
Basistarief 2026 in euro |
|
Verstrekken van administratieve inlichtingen over onroerende goederen* |
160 |
*Als informatie over meerdere percelen tegelijk wordt aangevraagd, dan moet de aanvrager slechts één keer de bovenstaande retributie betalen per groep van 5 kadastrale percelen op voorwaarde dat:
|
Item |
Maximumtarief 2026 |
|
Brochures |
Maximum 10 euro per item |
|
Boeken |
Maximum 50 euro per item |
Het tarief per artikel wordt bepaald door het college van burgemeester en schepenen. Jaarlijks wordt een lijst met de shopartikelen ter kennisgeving aan het college van burgemeester en schepenen voorgelegd.
De wijzigingen treden in werking op 01/01/2026.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het reglement 'Retributie voor diensten van administratieve aard van het Departement Stedelijke Ontwikkeling' zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 § 1.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 2 en 227.
Sinds 1 april 2025 brengen 48.500 huishoudens, 39,4% van de Gentse gezinnen, in het containergebied hun glas naar een glasbol en wordt het glasafval niet langer aan huis opgehaald. De gezinnen die hun glas sinds 6 maanden naar een glasbol brengen, zijn die gezinnen die hun restafval aanbieden in een IVAGO-container.
Naast de zes IVAGO-recyclageparken kunnen Gentenaars op 80 locaties (november 2025) terecht met hun glasafval. Het doel is dat bewoners op een toegankelijke en centrale plaats glas kunnen deponeren, en dat de afstand tot een glasbol beperkt is.
Bij de opzet werd ook gestreefd naar een minimale negatieve impact op de omgeving en hoewel de glasbol nieuw is in het Gentse landschap merken we op dat het in vele gevallen goed gaat en de meeste Gentenaars zich goed aangepast hebben.
Deze verandering heeft ook de nodige weerstand met zich meegebracht en de inwoners moesten ook wennen aan de nieuwe dienstverlening. Dit blijkt ook uit het resultaat van de klachtmeldingen die IVAGO via diverse kanalen mocht ontvangen. Van januari 2025 tot 30 september 2025 ontvingen we 459 klachtmeldingen van 263 unieke melders.
Hoewel dit over een kleine groep gaat (0,5% van alle huishoudens), vond de Raad van Bestuur en bij uitbreiding het bestuur van de Stad Gent het belangrijk om klachten in kaart te brengen en in de mate van het mogelijke aanpassingen te doen maar ook aanbevelingen en good practices mee te nemen voor nieuwe locaties in de vorm van diverse optimalisaties.
Om een goed zicht te hebben op het proces en de problematiek, en een aangepaste aanpak voor toekomstige bollen, heeft IVAGO deze evaluatie uitgewerkt.
IVAGO vertrok hierbij vanuit de doelstellingen bij het plaatsen van glasbollen en de IVAGO-waarden. Met deze evaluatie geeft IVAGO een duidelijk inzicht in de klachten en daarbij horende evaluaties en wordt ook bewezen dat klachten ernstig worden genomen. Maar dit rapport geeft ook aan dat we niet aan elke klachtmelding een optimalisatie of verbeteractie kunnen koppelen.
Anderzijds benoemen we met deze evaluatie een procesverbetering, zodat we in de toekomst efficiënt en klantgericht kunnen werken en optimalisaties kunnen doorvoeren. Niet enkel in het kader van glasbollen, maar ook voor andere projecten met veel impact op de omgeving en de dienstverlening van IVAGO in het bijzonder.
Het evaluatierapport werd op de Raad van Bestuur dd. 26 november 2025 goedgekeurd en overgemaakt aan de Stad Gent voor kennisname.
Het Decreet lokaal bestuur bevat de mogelijkheid om de opdracht van verbonden rechtspersonen te controleren. Deze decretale mogelijkheid van democratische controle is dan ook de eerste reden waarom een evaluatie van de glasbollen door onze verbonden rechtspersoon IVAGO wordt voorgelegd ter kennisname.
Met de inzichten uit dit evaluatierapport kan de gemeenteraad kennisnemen van de evaluatie van de glasbollen na een periode van 6 maand en krijgt men ook meer inzicht in de dienstverlening en doelstelling met betrekking tot het uitrollen van de glasbollen over een deel van het Gentse grondgebied en de gekozen methodiek.
Neemt kennis van het Evaluatierapport Glasbollen na zes maand, zoals gevoegd in bijlage.
De wijzigingen van de retributie en tegemoetkoming voor het aanbieden van huishoudelijk afval via IVAGO is een gevolg van het marktconform aanpassen van alle prijzen, de tariefverhoging van de Vlaamse Overheid op de milieuheffing alsook het niet langer overdragen van het krediet van de tegemoetkoming dat niet volledig werd opgebruikt in het toekenningsjaar.
Milieuheffing:
De Vlaamse Overheid plant vanaf 2026 een verdubbeling van de milieuheffing op de verwerking van huishoudelijk restafval waarbij het tarief van 2025 zal stijgen van €16/ton naar €32/ton in 2026. Dit tarief zal ook jaarlijks geïndexeerd worden met 2%.
Deze verdubbeling wordt aangekondigd in Voorontwerp van Decreet Programmadecreet bij de begroting 2026 -- Afdeling 10. Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen – OVAM-heffingen (Art. 92. - Art. 96.) en krijgt de nodige duiding in Memorie van toelichting (p. 58 – 61).
Met die maatregel wil Vlaanderen de vervuiler nog meer laten betalen en zo haar restafvaldoelstellingen halen.
Vanaf 1 januari 2026 rekenen we enkel de verhoging van de heffing door aan de vervuiler. De initiële kost (€16/ton) wordt nog steeds gedragen door de Stad Gent zoals voorzien in de begroting.
In Artikel 3 van het 'Reglement - Retributie en tegemoetkoming voor het aanbieden van huishoudelijk afval via IVAGO' wordt vanaf 1 januari 2026 de bijkomende stijging van 16€/ton in de milieuheffing toegepast op alle retributies met betrekking op restafval, grofvuil en verwijderen en verwerken van afvalstoffen die op een niet reglementaire wijze zijn achtergelaten overeenkomstig het politiereglement op de reinheid en de gezondheid in de gemeente.
De tarieven in artikel 3, met uitzondering van PMD, worden aldus jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de formule: Nieuw tarief = (Basistarief x Nieuwe index)/Basisindex waarbij:
Nieuw tarief: het tarief voor het komende kalenderjaar
Basistarief: Het tarief in dit reglement (het tarief van 2026)
Nieuwe index: de gezondheidsindex van oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het tarief geldt
Basisindex: de gezondheidsindex van oktober 2025
Het nieuwe tarief wordt ook telkens afgerond op 0,01 en deze wijziging gaat in op 01/01/2026
Tegemoetkoming:
Het Lokaal Materialenplan 2023-2030, actie 30, voorziet tevens dat de Vlaamse Regering randvoorwaarden voor de tegemoetkomingen in de afvalfactuur opneemt in VLAREMA. De tegemoetkomingen mogen het algemene afvalbeleid van het lokale bestuur niet hypothekeren: Gemeenten mogen restafval (huisvuil en grofvuil) dan ook niet gratis inzamelen, hierdoor mag de toegewezen tegemoetkoming niet de volledige huisvuilfactuur dekken. De tegemoetkoming wordt daarom beter afgestemd op het gemiddelde verbruik van de Gentenaar, afhankelijk van de gezinsgrootte.
In 2026 wijzigt Artikel 7 van het 'Reglement - Retributie en tegemoetkoming voor het aanbieden van huishoudelijk afval via IVAGO' voor wat betreft de ophaling van huisvuil van personen met een beperkt leefbudget.
De tarieven in artikel 7 worden aldus jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de formule: Nieuw tarief = (Basistarief x Nieuwe index)/Basisindex waarbij:
Nieuw tarief: het tarief voor het komende kalenderjaar
Basistarief: Het tarief in dit reglement (het tarief van 2026)
Nieuwe index: de gezondheidsindex van oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het tarief geldt
Basisindex: de gezondheidsindex van oktober 2025
Tevens wordt ook een wijziging doorgevoerd in Artikel 7 § 7b waarbij het krediet van de tegemoetkoming dat niet volledig werd opgebruikt in het toekenningsjaar niet langer wordt overgedragen naar het volgende toekenningsjaar. Deze overdrachten hebben normaal plaats in de maand mei van het lopende jaar en zullen dus in mei 2026 en volgende jaren niet meer uitgevoerd worden.
Het nieuwe tarief wordt telkens afgerond op 0,01 en deze wijziging gaat in op 01/05/2026.
De wijzigingen treden in werking op 01/01/2026 voor wat betreft de retributies en vanaf 01/05/2026 wat betreft het niet overdragen van krediet.
Wijzigt artikel 3 van het 'Reglement - Retributie en tegemoetkoming voor het aanbieden van huishoudelijk afval via IVAGO' waarbij de tarieven, met uitzondering van PMD, jaarlijks geïndexeerd worden aan de hand van de formule: Nieuw tarief = (Basistarief x Nieuwe index)/Basisindex
Nieuw tarief: het tarief voor het komende kalenderjaar
Basistarief: Het tarief in dit reglement (het tarief van 2026)
Nieuwe index: de gezondheidsindex van oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het tarief geldt
Basisindex: de gezondheidsindex van oktober 2025
Deze wijziging treedt in werking op 01/01/2026.
Wijzigt artikel 7 van het 'Reglement - Retributie en tegemoetkoming voor het aanbieden van huishoudelijk afval via IVAGO' waarbij de tarieven jaarlijks geïndexeerd worden aan de hand van de formule: Nieuw tarief = (Basistarief x Nieuwe index)/Basisindex waarbij:
Nieuw tarief: het tarief voor het komende kalenderjaar
Basistarief: Het tarief in dit reglement (het tarief van 2026)
Nieuwe index: de gezondheidsindex van oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het tarief geldt
Basisindex: de gezondheidsindex van oktober 2025
Deze wijziging treedt in werking op 01/05/2026.
Wijzigt artikel 7 § 7b van het 'Reglement - Retributie en tegemoetkoming voor het aanbieden van huishoudelijk afval via IVAGO' waarbij het krediet van de tegemoetkoming dat niet volledig werd opgebruikt in het toekenningsjaar niet langer wordt overgedragen naar het volgende toekenningsjaar. Deze overdrachten die normaal plaats in de maand mei van het lopende jaar, zullen dus in mei 2026 en volgende jaren niet meer uitgevoerd worden.
Deze wijziging treedt in werking op 01/05/2026
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het 'Reglement - Retributie en tegemoetkoming voor het aanbieden van huishoudelijk afval via IVAGO' zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, 23°.
De Stedelijke Adviesraad Mondiale Solidariteit, AdMoS werd in de vergadering van de gemeenteraad van 22 maart 2005 opgericht.
In de vergadering van 25 september 2023 keurde de gemeenteraad de wijziging statuten voor de Adviesraad Mondiale Solidariteit, AdMoS goed. In artikel 17 van deze statuten wordt bepaald dat het bestuur van de Stad Gent de adviesraad ondersteunt door het jaarlijks ter beschikking stellen van werkingsmiddelen. De werkingsmiddelen worden in de vorm van een subsidie jaarlijks toegekend.
Het betreft de toekenning van een subsidie aan de Adviesraad Mondiale Solidariteit (AdMoS).
Deze subsidie geeft de adviesraad de mogelijkheid om hun opdracht naar behoren uit te voeren en kan, zoals vastgelegd in de statuten, besteed worden aan volgende zaken:
-vergaderkosten (broodjes, dranken, huur zalen, uitnodigingen,…)
-organiseren van acties in functie van de uitbouw van de expertiserol van de Adviesraad
-organiseren van acties in functie van de uitbouw van de klankbordfunctie van de Adviesraad
-organiseren van acties in functie van de representativiteit van de Adviesraad.
Overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen, dient een subsidie gebruikt te worden voor het doel waarvoor ze wordt toegekend en dient het gebruik ervan gerechtvaardigd, zoniet dient de subsidie terugbetaald te worden.
De uitbetaling van de subsidie (werkingsjaren 2026-2031) kan gebeuren na goedkeuring van de gemeenteraad door overschrijving op rekeningnummer BE70 8940 0084 2025 van de Adviesraad Mondiale Solidariteit (AdMoS). Elke wijziging van rekeningnummer moet onverwijld worden overgemaakt.
Voormelde wet geeft de Stad Gent tot slot het recht om ter plaatse de aanwending van de subsidie te doen controleren. Bij verzet tegen de uitoefening van de controle, dient de subsidie terugbetaald te worden.
| Dienst* | Mondiale Solidariteit |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | |
| Subsidiecode | niet relevant |
| 2026 | €2.500 |
| 2027 | €2.500
|
| 2028 | €2.500
|
| 2029 | €2.500
|
| 2030 |
€2.500 |
| 2031 | €2.500 |
| Totaal | €15.000 |
Keurt goed de toekenning van een nominatief opgenomen subsidie ten belope van € 2.500 per jaar, met een totaal van € 15.000 aan de Adviesraad Mondiale Solidariteit (AdMoS) voor de werkingsjaren 2026-2031.
GEMEENTERAAD:
De gemeenteraad heeft gedurende de laatste legislatuur het retributiereglement met betrekking tot het plaatnemen op markten diverse malen gewijzigd.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
De dienst Feesten en Ambulante Handel, is belast met de uitvoering van dit reglement.
De wijzigingen treden in werking op 01 januari 2026.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst Feesten en Ambulante Handel | |||
| Budgetplaats | 343880000 | ||
| 2026 | 640.650 € |
|
Wijzigt het 'Retributiereglement voor het plaatsnemen op markten' zoals aangegeven in het document in bijlage.
De wijzigingen treden in werking op 01 januari 2026.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het 'Retributiereglement voor het plaatsnemen op markten' zoals gevoegd in bijlage.
De gemeenteraad heeft gedurende de laatste legislatuur het retributiereglement met betrekking tot de inname van de openbare weg voor ambulante handel diverse malen gewijzigd.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
De dienst Feesten en Ambulante Handel, is belast met de uitvoering van dit reglement.
De wijzigingen treden in werking op 01 januari 2026.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst Feesten en Ambulante Handel | |||
| Budgetplaats | 343880000 | ||
| 2026
|
97.150 € | ||
|
|
|||
| Totaal | 97.150 € |
Wijzigt het reglement 'Retributie op de inname van de openbare weg voor ambulante handel' zoals aangegeven in het document in bijlage.
De wijzigingen treden in werking op 01 januari 2026.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van de 'Retributie op de inname van de openbare weg voor ambulante handel' zoals gevoegd in bijlage.
De gemeenteraad heeft gedurende de laatste legislatuur het retributiereglement met betrekking tot de retributie voor de opstelling van kermisattracties diverse malen gewijzigd.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
Verder werd een vrijstelling voor een eerste opstelling van een kermisattractie op grondgebied Gent geschrapt alsook een LEZ-tarief. Dit LEZ-tarief was een korting voorzien voor kermissen binnen de LEZ-zone en liep sowieso al af eind 2024.
De Dienst Feesten & Ambulante Handel is belast met de uitvoering van dit reglement. De wijzigingen treden in werking op 01/01/2026.
| Dienst Feesten & Ambulante Handel |
|
|
| Budgetplaats | 343880000
|
|
| 2026 | 305.000 |
|
| Totaal | 305.000 |
|
Wijzigt het reglement 'Retributie op de opstelling van kermisattracties', zoals vermeld in de bijlage 'Gewijzigde artikels reglement Retributie op de opstelling van kermisattracties', met ingang op 01/01/2026’.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het reglement 'Retributie voor de opstelling van kermisattracties' zoals gevoegd in de bijlage.
De gemeenteraad heeft gedurende de laatste legislatuur het retributiereglement diverse malen gewijzigd.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
De Dienst Feesten & Ambulante Handel is belast met de uitvoering van dit reglement. De wijzigingen treden in werking op 01/01/2026.
Dienst* | Feesten en Ambulante Handel |
Budgetplaats | 344600000 |
Categorie* | E |
Subsidiecode | Niet_Relevant |
| 2026 | 70.000 EUR |
Totaal | 70.000 EUR |
Wijzigt het reglement 'Retributie voor diensten van technische aard van het Departement Cultuur, Sport en Vrije Tijd ', zoals aangegeven in het document in bijlage.
De wijzigingen treden in werking op 01/01/2026.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het reglement 'Retributie voor diensten van technische aard van het Departement Cultuur, Sport en Vrije Tijd zoals gevoegd in de bijlage.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om artikel 7 van het 'Subsidiereglement voor de financiële ondersteuning van projecten in kunst, cultuur en cultureel erfgoed voor de periode 2021-2026' te wijzigen. De voorgestelde aanpassing betreft het schrappen van de vaste indiendata, met ingang van 8 januari 2026.
Door deze wijziging zullen vanaf die datum, tot de inwerkingtreding van het nieuwe subsidiereglement dat momenteel in voorbereiding is, geen nieuwe subsidieaanvragen kunnen worden ingediend en wordt voorkomen dat er twee reglementen met hetzelfde doel naast elkaar bestaan.
Het college van burgemeester en schepenen vraagt hierover advies aan de Cultuurraad.
De wijzigingen treden in werking op 8 januari 2026.
Wijzigt artikel 7, §1, c. van het 'Subsidiereglement voor financiële ondersteuning van projecten in kunst, cultuur en cultureel erfgoed voor periode 2021-2026' als volgt: Er zijn subsidierondes per jaar met vaste indiendata.
De wijzigingen treden in werking op 8 januari 2026.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het 'Subsidiereglement voor financiële ondersteuning van projecten in kunst, cultuur en cultureel erfgoed voor periode 2021-2026' zoals gevoegd in bijlage.
De gemeenteraad heeft gedurende de laatste legislatuur het retributiereglement met betrekking tot administratieve diensten verstrekt door de bibliotheek, goedgekeurd en laatst gewijzigd op 25 september 2023.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
Daarnaast zijn er enkele andere wijzigingen in het retributiereglement die zorgen voor een meer actuele weergave van de dienstverlening en zijn enkele artikels herschreven volgens de KUS-principes (Klantgericht, Uniek, Simpel), die inzet op heldere en uniforme reglementen.
De Bibliotheek De Krook is belast met de uitvoering van dit reglement.
De wijzigingen treden in werking op 01 januari 2026.
Wijzigt het reglement 'Retributie voor administratieve diensten verstrekt door de bibliotheek' zoals aangegeven in het document in bijlage.
De wijzigingen treden in werking op 01 januari 2026.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het reglement 'Retributie voor administratieve diensten verstrekt door de bibliotheek' zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
Het retributiereglement voor de deelname aan sportactiviteiten dat werd goedgekeurd op 18 december 2019 wordt bij dit besluit opgeheven.
Gezien de structurele wijzigingen binnen het retributiereglement wordt geopteerd om het bestaande reglement op te heffen vanaf 1 juli 2026 en te vervangen door het nieuwe retributiereglement.
Een doorgedreven vereenvoudiging van het retributiereglement deelname sportactiviteiten draagt bij aan een aantal doelstellingen. Ten eerste zorgt dit zowel in front-office als in back-office voor een administratieve, IT-matige en personele verlichting. Het zorgt voor een heldere tarievenstructuur waar voorheen de complexiteit ook de communicatie naar deelnemers aan activiteiten moeilijk maakte.
Door de eenvoud en het beperken van het aantal categorieën wordt automatisering en webgebruik gefaciliteerd.
Structurele wijzigingen:
De Sportdienst is belast met de uitvoering van dit reglement.
Het nieuw reglement 'Retributie voor de deelname aan sportactiviteiten' treedt in werking op 1 juli 2026.
Er worden geen extra uitgaven voorzien.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Sportdienst |
| Budgetplaats | 344770000 |
| Budgetpositie | 7010000 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT |
| 2026 | 1.175.000 |
| 2027 | 1.150.000 |
| 2028 | 610.000 |
| 2029 | 610.000 |
| 2030 | 610.000 |
| 2031 | 610.000 |
| Totaal | 4.765.000 |
Het retributiereglement voor het gebruik van de stedelijke sportaccommodaties dat werd goedgekeurd op 18 december 2019 wordt bij dit besluit opgeheven.
Gezien de structurele wijzigingen binnen het retributiereglement wordt geopteerd om het bestaande reglement op te heffen vanaf 1 juli 2026 en te vervangen door het nieuwe retributiereglement.
Als Stad zetten we volop in op administratieve vereenvoudiging om de leesbaarheid en toepasbaarheid van onze reglementen te verhogen en de verwerking(-stijd) drastische te verlagen.
Voor de reglementen betreffende gebruik van stedelijke sportinfrastructuur werd vertrokken vanuit een basistarief, waarop kortingen van 20 tot 80% worden gegeven voor de 2 doelgroepen waarvoor, vanuit het belang van sportparticipatiemogelijkheden voor iedereen, de hefboom van een lager tarief essentieel is. Deze doelgroepen zijn de kinderen en jongeren tot 25j en de Uitpas-rechthebbenden, goed voor 40% van de Gentenaren.
Een doorgedreven vereenvoudiging van het retributiereglement sportinfrastructuur draagt aan meerdere doelstellingen bij.
Ten eerste zorgt dit ervoor dit zowel in front-office en back-office voor een grote administratieve, IT-matige en personele verlichting.
Dit maakt dat we een voordeeltarief kunnen blijven aanbieden aan de Uitpasgebruikers die recht hebben op het kansentarief en de kinderen en jongeren tot 25 jaar. Voor scholen en sportclubs (-19jarigen) wordt het tarief gelijkgeschakeld met het Uitpas kansentarief.
De invoering van het minimumtarief voor jeugdsport die gebruik maakt van de stedelijke accommodatie in clubverband is nieuw. De voornaamste doelstelling is om via een vorm van remgeld te sensibiliseren om enkel de zalen, velden of zwembanen voor die tijdssloten te boeken die noodzakelijk zijn. Zo willen we de beschikbaarheid van de sportruimte en gebruik maximaliseren. Om dezelfde reden wordt het kosteloos annuleren beperkt tot minstens 8u op voorhand.
Bijkomend zorgt dit ook voor een meer gelijkwaardige behandeling tussen sportclubs onderling (ook met zij die niet in een stedelijke accommodatie terecht kunnen) en met schoolsport, die op vandaag wel al onder een tarief vielen.
De middelen die worden gegenereerd door dit “remgeld” zullen worden herverdeeld onder de clubs met jeugdwerking of G-sportwerking.
De vereenvoudiging van de tarievenstructuur komt ook tegemoet aan de uitdrukkelijke vraag van exploitatiepartners (bv. Farys), ook voor hen vormt dit reglement een basis.
De structurele wijzigingen:
De Sportdienst is belast met de uitvoering van dit reglement.
Het nieuw reglement 'Retributie voor het gebruik van de stedelijke sportaccommodaties' treedt in werking op 1 juli 2026.
Er worden geen extra uitgaven voorzien.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Sportdienst |
| Budgetplaats | 344740000 |
| Budgetpositie | 7020000 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT |
| 2026 | 64.000 |
| 2027 | 73.000 |
| 2028 | 73.000 |
| 2029 | 73.000 |
| 2030 | 73.000 |
| 2031 | 73.000 |
| Totaal | 429.000 |
In zitting van 19 december 2023 keurde de gemeenteraad het nieuw 'Reglement voor het parkeren in parkeergarages van de Stad Gent' goed.
In zitting van 21 oktober 2024, 28 april 2025 en 20 oktober 2025 keurde de gemeenteraad de wijzigingen van het reglement voor het parkeren in parkeergarages van de Stad Gent goed.
Het gebruikersreglement voor het parkeren in parkeergarages van de Stad Gent wordt aangepast:
Deze wijzigingen treden in werking op 1 april 2026.
Het IVA Mobiliteitsbedrijf is belast met de uitvoering van dit reglement.
Heft op het reglement voor het parkeren in parkeergarages van de Stad Gent, goedgekeurd in de gemeenteraad van 19 december 2023, met ingang van 1 april 2026.
Keurt goed het 'Nieuw gebruikersreglement voor het parkeren in parkeergarages van de Stad Gent', zoals gevoegd in bijlage, met inwerkingtreding op 1 april 2026.
In zitting van 19 december 2023 keurde de gemeenteraad het nieuw 'Retributiereglement voor het parkeren in parkeergarages van de Stad Gent' goed.
In zitting van 21 oktober 2024, 28 april 2025 en 20 oktober 2025 keurde de gemeenteraad de wijzigingen van het Retributiereglement voor het parkeren in parkeergarages van de Stad Gent goed.
De gemeenteraad heeft gedurende de laatste legislatuur het retributiereglement met betrekking tot het parkeren op parkeerterreinen The Loop van de Stad Gent diverse malen gewijzigd.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
De aanpassing van de tarieven introduceert een aantal nieuwe elementen, zoals:
Inkomsten zullen tevens aangewend worden voor het in uitvoering brengen van de nieuwe parkeervisie.
Het retributiereglement werd algemeen geüpdatet (vereenvoudiging, verduidelijking) en afgestemd op het retributiereglement voor het parkeren op parkeerterreinen The Loop van de Stad Gent.
Deze wijzigingen treden in werking op 1 april 2026.
Het IVA Mobiliteitsbedrijf is belast met de uitvoering van dit reglement.
Heft op het retributiereglement voor het parkeren in parkeergarages van de Stad Gent, goedgekeurd in de gemeenteraad van 19 december 2023, met ingang van 1 april 2026.
Keurt goed het 'Nieuw retributiereglement voor het parkeren in parkeergarages van de Stad Gent', zoals gevoegd in bijlage, met inwerkingtreding op 1 april 2026.
In zitting van 20 oktober 2025 keurde de gemeenteraad het 'Nieuw gebruikersreglement voor het parkeren op de parkeerterreinen The Loop van Stad Gent' goed.
Het gebruikersreglement voor het parkeren op de parkeerterreinen The Loop van Stad gent wordt vervangen met volgende doelen:
Deze wijzigingen treden in werking op 1 april 2026.
Het IVA Mobiliteitsbedrijf is belast met de uitvoering van dit reglement.
Heft op het gebruikersreglement voor het parkeren op de parkeerterreinen The Loop van Stad Gent, goedgekeurd in de gemeenteraad van 20 oktober 2025, met ingang van 1 april 2026.
Keurt goed het 'Nieuw gebruikersreglement voor het parkeren op de parkeerterreinen The Loop van Stad Gent', zoals gevoegd in bijlage, met inwerkingtreding op 1 april 2026.
In zitting van 20 oktober 2025 keurde de gemeenteraad het 'Nieuw retributiereglement voor het parkeren op parkeerterreinen The Loop van de Stad Gent' goed.
De gemeenteraad heeft gedurende de laatste legislatuur het retributiereglement met betrekking tot het parkeren op parkeerterreinen The Loop van de Stad Gent diverse malen gewijzigd.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
Om de langetermijnorganisatie van evenementen en beurzen te faciliteren kan het afkooptarief nooit wijzigen tijdens een beursseizoen (1 september t.e.m. 30 juni). Tariefwijzigingen van het afkooptarief vinden daarom altijd plaats op 1 juli.
Tevens worden de tarieven, abonnementsvoorwaarden en P+R-voorwaarden voor het parkeerterrein P+R – Parking E (op veld 11 The Loop) vastgelegd. Dit parkeerterrein wordt in het voorjaar van 2026 voorzien van slagbomen. In het kader van een proefproject zullen enkel effectieve P+R gebruikers, mits registratie in het stadscentrum, nog gratis gebruik kunnen maken van deze parking. Het retributiereglement werd algemeen geüpdatet en afgestemd op het retributiereglement voor het parkeren in parkeergarages van de Stad Gent.
Deze wijzigingen treden in werking op 1 april 2026.
Het IVA Mobiliteitsbedrijf is belast met de uitvoering van dit reglement.
Heft op het Retributiereglement voor het parkeren op parkeerterreinen The Loop van de Stad Gent, goedgekeurd in de gemeenteraad van 20 oktober 2025, met ingang van 1 april 2026.
Keurt goed het 'Nieuw retributiereglement voor het parkeren op parkeerterreinen The Loop van de Stad Gent ', zoals gevoegd in bijlage, met inwerkingtreding op 1 april 2026.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
In de zitting van 24 november 2014 keurde de gemeenteraad het Parkeerplan Gent 2020 goed. Het Parkeerplan resulteerde o.a. in de goedkeuring van een retributiereglement met betrekking tot het straatparkeren en het reglement met betrekking tot de gemeentelijke parkeervergunning. Beide reglementen zijn sedertdien meerdere keren gewijzigd. In de bijlagen bij het reglement met betrekking tot de gemeentelijke parkeervergunning werden volgende zaken vervat:
Eénmalige indexatie retributietarieven + Toevoeging clausule automatische indexatie retributietarieven
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
Schrapping bezoekerstickets
In het licht van de bredere besparingsmaatregelen heeft de stad beslist om de bezoekerstickets te schrappen. Deze beslissing kadert binnen een evaluatie van de efficiëntie en kosteneffectiviteit van bestaande producten en diensten. Bezoekerstickets bleken in verhouding tot hun gebruik en administratieve verwerking niet langer rendabel. Door deze maatregel wordt ingezet op een vereenvoudiging van het aanbod en een optimalisatie van de beschikbare middelen, met behoud van de kernfuncties van het parkeerbeleid.
Gratis aanbieden parkeervergunning voor mantelzorgersTot nu toe werd deze vergunning aangeboden tegen dezelfde kostprijs als die voor professionele zorgverstrekkers. Dit bleek echter een te hoge financiële drempel voor mantelzorgers, die vaak in een andere situatie verkeren dan professionele zorgverleners. Bovendien bood de vergunning niet dezelfde voordelen aan de gebruikers. Om deze ongelijkheid weg te werken en de toegankelijkheid te verbeteren, is beslist om de vergunning voortaan kosteloos aan te bieden.
Invoeren betalend parkeren op zon- en feestdagen in de rode en oranje tariefzone
Gent is sinds 2023 officieel erkend als toeristisch centrum, wat leidt tot verhoogde parkeerdruk op zon- en feestdagen. Om de beschikbaarheid van parkeerplaatsen te verbeteren en het gebruik van publieke ruimte eerlijker te maken, wordt betalend parkeren ingevoerd in de rode en oranje zones. Deze maatregel ondersteunt een vlottere rotatie en sluit aan bij het bredere mobiliteitsbeleid van de stad.
Deze wijzigingen treden in werking op 1 april 2026.
Het IVA Mobiliteitsbedrijf is belast met de uitvoering van dit reglement.
Artikel 2 definities - gewijzigd o.b.v. advies juridische dienst
Artikel 3bis. Indexering (ingevoegd gemeenteraad december 2025; treedt in werking 01/04/2026)
Artikel 4. Forfaitaire retributie - bedrag geïndexeerd
Artikel 6. Tarieven § 2 - Tarief 2 – Optie ‘Kortparkeren’ - bedragen geïndexeerd
Artikel 6. Tarieven § 3 – Optie ’24 uur’ - bedrag geïndexeerd
Artikel 7. Commerciële (plus)straten - overbodige verduidelijking verwijderd
Artikel 8. Forfaitaire retributie - bedrag geïndexeerd
Artikel 9. Forfaitaire retributie - bedrag geïndexeerd
Artikel 11. Forfaitaire retributie - bedrag geïndexeerd
Artikel 13. Forfaitaire retributie - bedrag geïndexeerd
Artikel 14. Tarief - toevoeging Gemeentelijke parkeervergunning ‘mantelzorgers’ gratis
Artikel 17. Uitgifte bezoekerstickets - opheffing artikel
Artikel 18. Vrij parkeren - wijziging vrijstelling retributie voor rode en oranje tariefzone op zon- en feestdagen
Artikel 20. Betalingswijze § 2 - Forfaitaire retributie - verwijzing naar artikels in reglement verbeterd
Artikel 24. - opheffing o.b.v. advies juridische dienst
De gemeenteraad heeft in zitting van 15 december 2015 de bevoegdheid tot het vaststellen van aanvullende reglementen op het wegverkeer op de gewest- en gemeentewegen die zich op het grondgebied van de stad Gent bevinden gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen.
De delegatie trad in werking op 1 januari 2016.
Bij deze delegatie werd een maandelijkse rapportering voorzien aan de gemeenteraad.
De rapportering over de periode 10 oktober 2025 t.e.m. 6 november 2025 is opgenomen in bijlage.
Neemt kennis van de bij dit besluit gevoegde rapportering over de periode 10 oktober 2025 t.e.m. 6 november 2025 van de door het college van burgemeester en schepenen vastgestelde aanvullende reglementen op het wegverkeer op de gewest- en gemeentewegen die zich op het grondgebied van de stad Gent bevinden.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, § 3.
Op 27 mei 2024 werd door de gemeenteraad het Subsidiereglement voor toekenning van een financiële tussenkomst voor fietsuitgaven aan personen met een beperkt leefbudget voor de periode 2024-2027 goedgekeurd. Dit reglement beschrijft de voorwaarden, de procedure en de bedragen voor het bekomen van een financiële tussenkomst voor fietsuitgaven.
Omwille van de besparingen wordt beslist om vanaf 2026 geen subsidies meer toe te kennen voor financiële tussenkomsten voor fietsuitgaven aan personen met een beperkt leefbudget.
Daarom wordt voorgesteld het Subsidiereglement voor toekenning van een financiële tussenkomst voor fietsuitgaven aan personen met een beperkt leefbudget voor de periode 2024-2027 op te heffen met ingang van 1 januari 2026.
Het reglement 'Retributie op lijkbezorging en grafconcessies' werd goedgekeurd in de gemeenteraad van 18 december 2019 en laatst gewijzigd in de gemeenteraad van 25 november 2024.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
De nieuwe tarieven zullen ingaan op 1 januari 2026.
De Dienst Burgerzaken is gelast met de toepassing van dit reglement.
| Dienst Burgerzaken |
|
|
| Budgetplaats | 340150000
|
|
| 2026 | 1.000.000 |
|
| Totaal | 1.000.000 |
|
Wijzigt artikel 2 van het Retributiereglement op lijkbezorging en grafconcessies als volgt:
Voegt een nieuwe §1 toe aan artikel 2 Tarief:
"De tarieven in dit reglement worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van deze formule:
Nieuw Tarief = Basistarief x Nieuwe index
Basisindex
Nieuw tarief: het tarief voor het komende kalenderjaar +1
Basistarief: Het tarief in dit reglement
Basisindex: de gezondheidsindex van oktober 2024
Nieuwe index: de gezondheidsindex van oktober voorafgaand van het tweede jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het tarief geldt.
Het nieuwe tarief wordt telkens afgerond tot op 1 euro.
De retributie bedraagt voor: "
De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2026.
Wijzigt artikel 2 van het Retributiereglement op lijkbezorging en grafconcessies als volgt:
wijzigt de nummering van de paragrafen in artikel 2; waarbij §1 Begraven van een stoffelijk overschot of bijzetten of begraven van urne met as - door de invoeging van een nieuwe §1 - nu § 2 Begraven van een stoffelijk overschot of bijzetten of begraven van urne met as, wordt en zoverder. Deze wijzigingen treden in werking op 1 januari 2026.
Wijzigt artikel 2 van het Retributiereglement op lijkbezorging en grafconcessies als volgt:
wijzigt volgende tarieftabellen in artikel 2 (waarbij enkel de tabellen wijzigen en de bijhorende tekst in artikel 2 behouden blijft):
"§ Begraven van een stoffelijk overschot of bijzetten of begraven van urne met as
|
Tarief in euro |
2026 |
|
Overledene |
841 |
|
Urne as overleden gezelschapsdier |
27 |
§ Verstrooien van de as na crematie op de strooiweide
|
Tarief in euro |
2026 |
|
|
420 |
§ Leveren en plaatsen van naamplaat
|
Tarief in euro |
2026 |
|
Per naamplaat aan een strooiweide |
101 |
|
Per naamplaat aan keramische urne |
254 |
§ Concessie kelders
Bij "De retributie bedraagt voor een termijn van 25 jaar:
|
Tarief in euro |
2026 |
|
Voor een kelder met een capaciteit van maximum 2 personen |
2.102 |
|
Voor een kelder met een capaciteit van 3 of 4 personen |
4.203 |
|
Voor een kelder met een capaciteit van meer dan 4 personen |
6.305 |
Bij "Bij het in concessie nemen van een grafkelder die reeds door het stadsbestuur voorzien is van een granieten grafzerk dient een bijkomende retributie betaald te worden van:
|
Tarief in euro |
2026 |
|
|
5.046 |
§ Concessie natuurlijke begraafvormen.
|
Tarief in euro |
2026 |
|
|
1.050 |
§ Concessie graven in volle grond, comulbaria, urnenvelden, urnenkelders, urnentuinen en keramische urnen
|
Tarief in euro |
2026 |
|
|
841 |
§ Concessie perken voor kloosters
|
Tarief in euro |
2026 |
|
Perk met capaciteit van maximum 2 personen |
2.102 |
|
Perk met capaciteit van 3 of 4 personen |
4.203 |
|
Perk met capaciteit van meer dan 4 personen |
6.305 |
§ Reservering van een graf of nis in de nabijheid van een referentiegraf of referentienis
|
Tarief in euro |
2026 |
|
|
202 |
§ Omzetten kist naar urnen
|
Tarief in euro |
2026 |
|
|
337 |
§ Opgraven van een stoffelijke overschot
|
Tarief in euro |
2026 |
|
In kist |
1.178 |
|
Van kind tot 18 jaar, van foetus |
338 |
|
In urne |
338 |
§ Openen van een grafkelder
|
Tarief in euro |
2026 |
|
Bovengrondse grafkelder |
338 |
|
Ondergrondse grafkelder |
379 |
§ Tweede controle van de doodsoorzaak
|
Tarief in euro |
2026 |
|
|
59 |
§ Vergoeding voor extra prestaties
|
Tarief in euro |
2026 |
|
Prestaties buiten de normale diensturen (maandag tot vrijdag vanaf 16 uur) |
32 |
|
Prestaties op zaterdag - één forfait |
140 |
Deze wijzigingen treden in werking op 1 januari 2026.
Wijzigt artikel 2 van het Retributiereglement op lijkbezorging en grafconcessies als volgt:
wijzigt de verwijzing in de laatste zin van artikel 2 § 15 c. Overige concessies, van § 6 naar § 7. Deze wijzigingen treden in werking op 1 januari 2026.
Wijzigt artikel 4 van het Retributiereglement op lijkbezorging en grafconcessies als volgt:
wijzigt volgende verwijzingen in artikel 4 :
'§ 1. van retributie bepaald onder artikel 2 § 6 aan:' wordt '§1. van retributie bepaald onder artikel 2 § 7 aan:'
'§ 2. van de retributie bepaald onder artikel 2 § 4' wordt '§2. van de retributie bepaald onder artikel 2 § 5'
'§ 3. van de retributie bepaald onder artikel 2 § 1 en § 2:' wordt '§ 3 van de retributie bepaald onder artikel 2 § 2 en § 3'
'§ 4. van de retributie bepaald onder artikel 2 § 10 en § 11:' wordt '§ 4. van de retributie bepaald onder artikel 2 §11 en § 12'.
De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2026.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het reglement 'Retributie op lijkbezorging en grafconcessies' zoals gevoegd in bijlage.
Het reglement 'Retributie voor administratieve diensten van het Departement Bedrijfsvoering' werd goedgekeurd in de gemeenteraad van 29 september 2020 en laatst gewijzigd in de gemeenteraad van 25 november 2024.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
Bijkomend wordt opgenomen, in navolging van de bestaande praktijk, dat de retributie voor het uitlenen van kieshokjes en stembussen niet verschuldigd is voor ambassades en consulaten wanneer zij buitenlandse verkiezingen in België organiseren. Artikel 2 §1 van het huidige retributiereglement kan geschrapt worden gezien alle verkopen van dienst Communicatie verlopen via de stadswinkel. Bij artikel 2 §2 huidig retributiereglement worden ook de geschenkbonnen opgenomen.
De nieuwe tarieven zullen ingaan op 1 januari 2026.
|
|
Dienst Publiekszaken | Dienst Burgerzaken | Dienst Protocol | Team Mondiale Solidariteit |
| Budgetplaats | 348520101
|
340170000
|
347500000
|
345690000
|
| 2026 | 36.320,70
|
2.348,06
|
1.500 | 1.000
|
| Totaal 2026
|
41.168,76 | |||
Wijzigt artikel 2 van het Retributiereglement voor administratieve diensten van het Departement Bedrijfsvoering als volgt:
voegt een nieuwe §1 toe aan artikel 2 Tarief:
"De tarieven en maximumtarieven in dit reglement worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van deze formule:
Nieuw Tarief = Basistarief x Nieuwe index
Basisindex
Nieuw tarief: het (maximum)tarief voor het komende kalenderjaar
Basistarief: Het (maximum)tarief in dit reglement
Basisindex: de gezondheidsindex van oktober 2025
Nieuwe index: de gezondheidsindex van oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het tarief geldt.
Het nieuwe (maximum)tarief wordt telkens afgerond tot op 1 euro."
De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2026.
Wijzigt artikel 2 van het Retributiereglement voor administratieve diensten van het Departement Bedrijfsvoering als volgt:
schrapt artikel 2 §1 Dienst Communicatie. Deze wijziging treedt in werking op 1 januari 2026.
Wijzigt artikel 2 van het Retributiereglement voor administratieve diensten van het Departement Bedrijfsvoering als volgt: wijzigt volgende tarieftabel in artikel 2 als volgt:
"§2 Dienst Publiekszaken
|
Boeken |
Maximum 50 euro per item |
|
Gadgets & speelgoed |
Maximum 100 euro per item |
|
Textiel |
Maximum 150 euro per item |
|
Eten & drinken |
Maximum 75 euro per verpakking |
|
Wens- en postkaarten |
Maximum 10 euro per item |
|
Geschenkbonnen |
Maximum 100 euro per item |
De wijziging treedt in werking op 1 januari 2026.
Wijzigt artikel 2 van het Retributiereglement voor administratieve diensten van het Departement Bedrijfsvoering als volgt:
voegt in artikel 2 §3 de zin 'Het tarief is niet verschuldigd voor ambassades en consulaten wanneer zij buitenlandse verkiezingen in België organiseren' toe en wijzigt volgende tarieftabel in artikel 2 als volgt :
"§ 3 Dienst Burgerzaken
De retributie voor het uitlenen van kieshokjes en stembussen bedraagt:
|
Tarief in euro |
2026 |
|
Per kieshokje |
18 |
|
Per stembus |
15 |
Het tarief is niet verschuldigd voor ambassades en consulaten wanneer zij buitenlandse verkiezingen in België organiseren. "
De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2026.
Wijzigt artikel 2 van het Retributiereglement voor administratieve diensten van het Departement Bedrijfsvoering als volgt:
wijzigt volgende tarieftabel in artikel 2 als volgt:
"§ 4 Team Mondiale Solidariteit en Dienst Protocol
a dranken
|
Waters, frisdranken per stuk/portie |
Maximum 4 euro |
|
Warme dranken per stuk/portie |
Maximum 5 euro |
|
Bieren per stuk/portie |
Maximum 5 euro |
|
Wijnen per glas |
Maximum 5 euro |
|
Wijnen per fles |
Maximum 25 euro |
|
Aperitieven en geestrijke dranken, per fles |
Maximum 60 euro |
De wijzigingen treden in werking 1 januari 2026.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het reglement 'Retributie voor administratieve diensten van het Departement Bedrijfsvoering' zoals gevoegd in bijlage.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3.
Het politiereglement betreffende de aanplakking bij verkiezingen werd goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 21 oktober 2002.
Het plaatsen van verkiezingsborden op het openbaar domein is geen wettelijke verplichting. Het niet langer plaatsen van de borden houdt een besparing in van 25.000 euro per verkiezing.
Een groeiend aantal inwoners ervaart de grote borden (12 meter op 2,5 meter) als hinderlijk in het straatbeeld. Ze nemen veel plaats in en kunnen het beheer van groenzones bemoeilijken. Dit staat haaks op de stedelijke doelstellingen rond duurzaamheid en kwalitatief openbaar domein.
Het voorstel heeft uitsluitend betrekking op de publieke borden die door de stadsdiensten worden geplaatst. Het heeft geen impact op borden die op privéterrein worden geplaatst, zoals in voortuinen, aan gevels of op landbouwgrond.
Daarom wordt gevraagd aan de gemeenteraad om het politiereglement betreffende de aanplakking bij verkiezingen op te heffen.
Heft op het “Politiereglement betreffende de aanplakking bij verkiezingen".
Jeugd van de Nacht is een bottom-up netwerk van jonge organisatoren uit de Gentse nachtcultuur dat meer kansen wil creëren voor startende collectieven en jonge organisatoren. Dit doen ze via open meetings, netwerkmomenten, talks en events. Jeugd van de nacht bestaat volledig uit vrijwillig engagement en wordt ondersteund door Minus One, VIERNULVIER, Democrazy en Plek.
De focus van Jeugd van de Nacht ligt op het ondersteunen en coachen van jonge organisatoren en jongeren actief in het nachtleven. Jongeren kunnen er terecht met vragen en ondersteuning vinden rond het opzetten van een evenement. Daarnaast creëert Jeugd van de Nacht ook organisatiekansen voor deze jonge organisatoren en jongeren.
De huidige subsidieovereenkomst loopt t.e.m. 01/12/2025, deze subsidieovereenkomst werd positief geëvalueerd.
De Jeugddienst wil Minus One ondersteunen om de structuur van Jeugd van de Nacht verder uit te bouwen en verder te bouwen op aansluiting bij de Gentse Nightlife Council. Zo kan de Jeugddienst samen met Jeugd van de Nacht bijdragen aan de inzet van de Nightlife Council richting een beter en veiliger nachtleven, vanuit het perspectief van de Gentse jongeren.
Minus One vzw, met maatschappelijke zetel te 9000 Gent, Opgeëistenlaan 455, realiseert hiervoor de volgende prestaties:
1. Jeugd van de Nacht creëert een sterke community en werkt mee aan het beleid rond nachtleven.
2. Jeugd van de Nacht coacht en ondersteunt jongeren en collectieven bij het opzetten van evenementen binnen de nachtcultuur.
3. Jeugd van de Nacht verduurzaamt en groeit als netwerk.
De subsidieovereenkomst gaat in op 16/12/2025 en eindigt op 30/06/2026, hiermee willen we de looptijd van deze subsidieovereenkomst gelijk trekken met alle andere subsidieovereenkomsten van de Jeugddienst. Die overeenkomsten werden reeds verlengd t.e.m. 30/06/2026 in afwachting van de goedkeuring van de nieuwe meerjarenbegroting.
|
Dienst |
Jeugddienst |
|
budgetplaats |
3440000WK |
|
budgetpositie |
64910000 |
|
categorie |
E subsidies |
|
subsidiecode |
NIET_RELEVANT |
|
2025 |
9.000 euro |
|
2026 |
1.000 euro |
|
Totaal |
10.000 euro |
Het betreft de toekenning van een eenmalige subsidie aan FactulteitenKonvent Gent vzw, Hoveniersberg 24, 9000 Gent die noch door een reglement, noch door een overeenkomst geregeld wordt en niet nominatief in de meerjarenplanning werd opgenomen.
De subsidie dient gebruikt te worden voor de organisatie en controle van studentendopen in Gent. Met de subsidie kan FaculteitenKonvent Gent aankopen en uitgaven doen om de studentendopen in goede banen te leiden. Het onder andere om de aankoop van alcoholtesten, vrijwilligersvergoedingen voor de studentencontroleurs, EHBO-materiaal.
Overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen, dient een subsidie gebruikt te worden voor het doel waarvoor ze wordt toegekend en dient het gebruik ervan gerechtvaardigd, zo niet dient de subsidie terugbetaald te worden.
FaculteitenKonvent Gent vzw zal de verantwoordingsstukken overmaken aan de Jeugddienst van Stad Gent na de doopperiode.
FaculteitenKonvent Gent vzw is vrijgesteld van de verplichting tot het bijbrengen van haar balans en rekeningen alsook van het verslag inzake beheer en financiële toestand.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst | Jeugddienst |
| Budgetplaats | 3440000WK |
| Categorie | exploitatie-subsidies |
| Subsidie code | NIET_RELEVANT |
| 2025 | 1.750 euro |
nvt
Keurt goed de toekenning van een eenmalige subsidie ten bedrage van 1.750 euro – die noch nominatief in de meerjarenplanning is opgenomen, noch door een reglement of overeenkomst geregeld – aan FactulteitenKonvent Gent vzw, Hoveniersberg 24, 9000 Gent voor de organisatie en controle van studentendopen in Gent.
Het reglement "Retributie voor diensten van administratieve en technische aard van de Jeugddienst" werd goedgekeurd op 18 december 2019.
De gemeenteraad heeft gedurende de laatste legislatuur het retributiereglement met betrekking tot het reglement "Retributie voor diensten van administratieve en technische aard van de Jeugddienst" goedgekeurd op 18 december 2019 en diverse malen gewijzigd.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
De halvedagwerking op speelpleinwerking Kabonga (tienerwerking) wordt niet langer aangeboden. De uitstappen zijn steeds gratis voor deelnemers. Deze werden bijgevolg uit het retributiereglement verwijderd.
De Jeugddienst is belast met de uitvoering van dit reglement.
Wijzigt het reglement 'Retributie voor diensten van administratieve en technische aard van de Jeugddienst' zoals aangegeven in het document in bijlage.
De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2026.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het reglement 'Retributie voor diensten van administratieve en technische aard van de Jeugddienst' zoals gevoegd in bijlage.
Het retributiereglement voor diensten verstrekt door de Educatieve Diensten van het Departement Onderwijs, Opvoeding en Jeugd werd goedgekeurd op 18 december 2019 en laatst gewijzigd op 30 mei 2023.
De Gemeenteraad heeft gedurende de laatste legislatuur het retributiereglement met betrekking tot Retributie voor diensten verstrekt door de Educatieve Diensten van het Departement Onderwijs, Opvoeding en Jeugd diverse malen gewijzigd.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
Andere aanpassingen betreffen de wijziging van de naam van het museum 'De wereld van Kina' naar 'Kina' en de toevoeging inzake de vervangwaarde voor educatief materiaal dat ontleend kan worden.
Ook is de betalingstermijn voor de inning van retributies via betalingsuitnodiging verduidelijkt.
De Educatieve Diensten is belast met de uitvoering van dit reglement.
De wijzigingen treden in werking op 01/07/2026.
Wijzigt het 'Retributie voor diensten verstrekt door de Educatieve Diensten van het Departement Onderwijs, Opvoeding en Jeugd' zoals aangegeven in het document in bijlage.
De wijzigingen treden in werking op 1/7/26.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het 'Retributie voor diensten verstrekt door de Educatieve Diensten van het Departement Onderwijs, Opvoeding en Jeugd' zoals gevoegd in bijlage.
In het bestuursakkoord wordt aangegeven dat men wil inzetten op een sterkere vertrouwensband tussen Gentenaars en politie. Met deze subsidieovereenkomst willen we hieraan tegemoetkomen.
Een kwalitatief, transparant, nabij en verbindend politioneel optreden is immers essentieel voor het vertrouwen van Gentse burgers. Vanuit deze visie wil KUBAT's Boxing Gym Gent met de methodiek van KOMBI (Krachtige Ontmoetingen Maken Betere Initiatieven) bijdragen aan de opbouw van duurzame relaties tussen burgers, jongeren en politiemedewerkers. KOMBI zet hierop in door wijkgerichte activiteiten te organiseren, in samenspraak met de stad en de lokale politie, die vertrekken vanuit een evenwaardige, niet-polariserende en oplossingsgerichte benadering. Door middel van sport, dialoog en gemeenschapsgerichte initiatieven worden ontmoeting, wederzijds begrip en samenwerking gestimuleerd; ook in buurten waar het contact tussen politie en burgers als moeilijk wordt ervaren.
KUBAT's Boxing Gym Gent heeft jarenlange ervaring met vele partners in het Gentse om maatschappelijke betrokkenheid te bevorderen. Hun activiteiten richten zich op jongeren, ouderen en mensen van alle achtergronden, met als doel een positieve impact te hebben op de samenleving.
We kiezen voor een subsidieovereenkomst van 6maanden, waarna we evalueren en mogelijks verderzetten.
De bedragen in deze tabel zijn incl. btw
| Dienst* | Dienst Lokaal Sociaal Beleid |
| Budgetplaats | 351520000 |
| Categorie* | E_Subs |
| Subsidiecode | NIET_RELEVANT |
| 2026 | 35.000,00 |
| Totaal | 35.000,00 |
Taalcafé Mundial is al 10 jaar een vaste waarde in Gent. Ze bieden oefenkansen Nederlands aan en brengen meer dan 2000 mensen per jaar samen om talen te oefenen. Naast talen oefenen zijn ze een warme plek met aandacht voor toegankelijkheid die Gentenaren, oude en nieuwe, samenbrengt.
De samenwerking liep de voorbije jaren altijd vlot, met gunstige evaluaties. Om verder in te zetten op oefenkansen Nederlands en om de organisatie van het Taalcafé te garanderen, verlengen we deze overeenkomst graag voor 3 jaar.
Hiertoe werd de subsidieovereenkomst algemene werking voor Taalcafé Mundial met Taalcafé Mundial vzw - Kouter 67, 9000 Gent opgemaakt voor de periode 1/01/2026 tot 31/12/2028, waarbij een subsidie wordt toegekend van 10.374,13 euro per jaar + indexering.
|
Dienst* |
Lokaal Sociaal Beleid |
|
Budgetplaats |
35148MT00 |
|
Categorie* |
E_Subs |
|
Subsidiecode |
NIET_RELEVANT |
|
2026 |
9.336,71 |
|
2027 |
10.560,86 |
|
2028 |
10.772,08 |
|
2029 |
1.079,32 |
|
Totaal |
31.748,97 |
Voorgestelde uitgaven
31.748,97
Overzicht van de inkomsten
0,00
Geen
Het reglement met betrekking tot de retributie voor diensten van administratieve aard van het Departement Welzijn en Samenleving werd door de gemeenteraad goedgekeurd op 18 december 2019 en gewijzigd op 30 mei 2023 en op 25 september 2023.
Voor het verblijf op het residentieel woonwagenterrein Vosmeers is er nog geen voorgaand retributiereglement, enkel een gebruikersreglement.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
Het tarief van de taxicheques of de gebruikersbijdrage wordt verhoogd naar 50% van de reële waarde van een taxicheque: 1,25 € voor een cheque van 2,50 €. De voorbije jaren werden de inkomensondersteunende maatregelen voor kwetsbare groepen, zoals het leefloon en de verhoogde tegemoetkoming, meermaals geïndexeerd. Terwijl de bijdrage van de gebruiker bij taxicheques - op een kleine indexatie van 0,8€ naar 0,9 € in 2023 na – gelijk gebleven is.
De gebruikersvergoeding op het residentieel woonwagenterrein Vosmeers wordt verhoogd naar 300 euro, zo maken we deze vergoeding marktconform en kostendekkend voor de Stad.
De diensten van het Departement Welzijn en Samenleving zijn belast met de uitvoering van deze reglementen, met name;
De wijzigingen treden in werking op 01/01/2026.
Wijzigt het reglement 'Retributie voor diensten van administratieve aard van het Departement Welzijn en Samenleving' zoals aangegeven in het document in bijlage.
De wijzigingen treden in werking op 01/01/2026.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het reglement 'Retributie voor diensten van administratieve aard van het Departement Welzijn en Samenleving' zoals gevoegd in bijlage.
Het reglement met betrekking tot de bewoning van het stedelijk residentieel woonwagenterrein ‘Vosmeers’ dateert van 2013. Het regelt de voorwaarden voor bewoning van de huidige standplaatshouders, die destijds eveneens integraal in een wederzijdse overeenkomst werden opgenomen. Dit laatste verhindert dat de Stad de gebruiksvoorwaarden voor de huidige bewoners eenzijdig wijzigt.
Er wordt gekozen voor een nieuw reglement dat van toepassing zal zijn voor standplaatshouders aan wie een standplaats wordt toegewezen vanaf 1 januari 2026. Op de huidige standplaatshouders blijven de regels van kracht, zoals opgenomen in hun individuele gebruiksovereenkomsten. Het bestaande reglement kan worden opgeheven.
De voorgestelde wijzigingen in het nieuwe 'Reglement over het woonwagenterrein Vosmeers' hebben als doel om het beheer van het woonwagenterrein voor de diensten te faciliteren en een strenger handhavingsbeleid mogelijk te maken. In het bijzonder kan gewezen worden op:
- Gebruiksvergoeding wordt verhoogd om de reële kosten te dekken.
- Opzegmodaliteiten voor de stad worden versoepeld in functie van betere handhaving in geval van inbreuken.
- Invoering van gebruiksvergunning voor standplaatshouders in plaats van overeenkomsten .
De Dienst Thematische Hulp is belast met de controle van of het toezicht op de uitvoering van dit reglement.
Het nieuw ‘Reglement over het woonwagenterrein Vosmeers’ treedt in werking op 1 januari 2026.
Heft op met ingang van 1 januari 2026 het Reglement met betrekking tot de bewoning van het stedelijke woonwagenterrein ‘Vosmeers’ te Gent, goedgekeurd in de gemeenteraad van 29 januari 2013.
Het Stedelijk Opvanginitiatief (SOI) is conform de Opvangwet ingericht voor de opvang van asielzoekers, na toewijzing door Fedasil. Conform het engagement tussen Stad Gent en Fedasil zoals bepaald in de conventie vanaf 01.01.2018 (voor onbepaalde duur) met addendum dd. 07.05.2024 voorziet het SOI in materiële steun voor zijn bewoners (maximum 103) inbegrepen de toegang tot medische zorgverstrekking en de begeleiding.
Gedurende het verblijf in het SOI consulteren de bewoners bij ziekte een (huis)arts en worden zij - indien medisch noodzakelijk - door de huisarts doorverwezen naar specialisten.
Onze ervaring leert dat er veel wordt doorverwezen naar het AZ Sint-Lucas en het UZ Gent, omwille van hun nabijheid en hun specifieke zorgverlening. Ook naar AZ Jan Palfijn worden bewoners doorverwezen.
Team Asiel en Vluchtelingen vraagt goedkeuring voor het verlenen van medische zorgverlening aan de bewoners van het SOI conform het engagement tussen Stad Gent en Fedasil. Deze medische kosten, die door de Stad - als degene die de facto voorziet in de materiële steun - moeten kunnen worden betaald, zullen op jaarbasis van een dergelijke grootteorde zijn waarvoor de goedkeuring van de gemeenteraad wordt gevraagd.
Voor de bepaling van de bedragen wordt rekening gehouden met de uitgaven in de voorbije jaren, met 12 plaatsen voorzien voor mensen met bijzondere (medische) noden, alsook met huidige en geplande behandeling en ingrepen van bewoners.
Rekening houdend met bovenstaande, komen we op volgende bedragen: UZ Gent: € 40.000 | AZ Jan Palfijn: € 30.000 | AZ Sint-Lucas: € 200.000
De uitgaven worden integraal terugbetaald door Fedasil.
De kosten bij een gemiste afspraak worden niet gefinancierd door Fedasil maar wel teruggevorderd van de bewoners via hun zakgeld.
| Dienst |
Dienst Outreachend werken, Asiel en Vluchtelingen - Team Asiel en Vluchtelingen |
Dienst Outreachend werken, Asiel en Vluchtelingen - Team Asiel en Vluchtelingen |
| Budgetplaats | 34520MK00 |
345200000 |
| Categorie | Exploitatie | Exploitatie |
| Subsidiecode | FED.SOI |
Niet_relevant |
| 2026 | 270.000,00 |
3.000 |
| Totaal | 270.000,00 |
3.000 |
| Dienst* | Dienst Outreachend werken, Asiel en Vluchtelingen | Dienst Outreachend werken, Asiel en Vluchtelingen |
| Budgetplaats | 34520MK00 | 345200000 |
| Categorie* | E-subs | exploitatie |
| Subsidiecode | FED.SOI | Niet_relevant |
| 2026 | 270.000 | 3.000 |
| Totaal | 270.000 | 3.000 |
Keurt goed de medische zorgverlening aan de bewoners van het SOI, conform de overeenkomst met Fedasil, voor de volgende ziekenhuizen:
De Politiezone Gent is wettelijk verplicht tot het opstellen van een begroting. De politiebegroting voor het dienstjaar 2025 werd vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 17 december 2024.
Het ontwerp van de politiebegroting na wijziging voor het dienstjaar 2025 dient te worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Dit ontwerp wordt u heden ter bespreking voorgelegd en bestaat uit het begrotingsboek, het verslag bevattende een synthese van de begroting, het advies van de begrotingscommissie en het meerjarig financieel beleidsplan.
Het tijdelijk prefinancieren van buitengewone uitgaven met eigen beschikbare middelen kan financiële voordelen opleveren voor de politiezone. Terzake bepaalt omzendbrief BB 2006/09 van 20 juli 2006 onder rubriek I, afdeling B. Bijzondere instructies, punt 4.4.1. De leningen, dat de gemeenteraad, in afwachting van het effectief opnemen van de leningen en op voorwaarde dat de gemeente over voldoende financiële middelen beschikt, per investeringsdossier een afzonderlijke beslissing mag nemen tot prefinanciering met eigen middelen. Om praktische redenen wordt voorgesteld om de gemeenteraad in deze context een algemene beslissing te laten nemen bij de vaststelling van deze begrotingswijziging.
Stelt de wijzigingen nr. 1 - Gewone Dienst - en nr. 2 - Buitengewone Dienst - van de politiebegroting voor het dienstjaar 2025 vast, zoals gevoegd in bijlage.
Stelt de gewone begroting van de Politiezone Gent voor het dienstjaar 2025, inclusief de vorige dienstjaren, na wijziging, vast
| in ontvangsten op | : | 165.946.837,43 euro |
| in uitgaven op | : | 162.610.673,00 euro |
| geraamd algemeen begrotingsresultaat | : | 3.336.164,43 euro |
Stelt de buitengewone begroting van de Politiezone Gent voor het dienstjaar 2025, inclusief de vorige dienstjaren, na wijziging, vast
| in ontvangsten op | : | 41.061.911,53 euro |
| in uitgaven op | : | 41.061.911,53 euro |
| geraamd algemeen begrotingsresultaat | : | 0,00 euro |
Geeft toelating om buitengewone uitgaven, die met leningen worden gefinancierd, te prefinancieren met eigen middelen voor zover de kasvoorraad van de zone dit toelaat.
Onderwerpt dit besluit aan het advies en de goedkeuring van de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen en aan de goedkeuring van de Vlaamse regering.
De Politiezone Gent is wettelijk verplicht tot het opstellen van een begroting.
De politiebegroting voor het dienstjaar 2026 wordt ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Het ontwerp wordt ter bespreking voorgelegd en bestaat uit het begrotingsboek, het verslag bevattende een synthese van de begroting en het meerjarig financieel beleidsplan.
Het tijdelijk prefinancieren van buitengewone uitgaven met eigen beschikbare middelen kan financiële voordelen opleveren voor de Politiezone. Ter zake bepaalt de omzendbrief BB 2006/09 van 20 juli 2006 onder rubriek I, afdeling B. Bijzonder instructies, punt 4.4.1 De leningen, dat de gemeenteraad, in afwachting van het effectief opnemen van de leningen en op voorwaarde dat de gemeente over voldoende eigen middelen beschikt, per investeringsdossier een afzonderlijke beslissing mag nemen tot prefinanciering met eigen middelen. Om praktische redenen wordt voorgesteld om de gemeenteraad in deze context een algemene beslissing te laten nemen bij de vaststelling van deze begroting.
De begroting van de Politiezone Gent voor het dienstjaar 2026 en de erbij horende bijlagen vast te stellen, zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit.
Stelt de gewone begroting van de Politiezone Gent voor het dienstjaar 2026, inclusief de vorige dienstjaren, vast
|
in ontvangsten op: |
165.692.060,43 euro |
|
in uitgaven op: |
159.994.288,00 euro |
|
geraamd algemeen begrotingsresultaat: |
5.697.772,43 euro |
Stelt de buitengewone begroting van de Politiezone Gent voor het dienstjaar 2026, inclusief de vorige dienstjaren, vast
|
in ontvangsten op: |
8.548.758,00 euro |
|
in uitgaven op: |
8.548.758,00 euro |
|
geraamd algemeen begrotingsresultaat: |
0,00 euro |
Toelating te geven om buitengewone uitgaven die met leningen worden gefinancierd te prefinancieren met eigen middelen voor zover de kasvoorraad van de zone dit toelaat.
Onderwerpt dit besluit aan het advies en de goedkeuring van de heer gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen en aan de goedkeuring van de Vlaamse regering.
Tijdens de voorbije legislatuur heeft de gemeenteraad het retributiereglement met betrekking tot de door de politie uitgevoerde opdrachten van bestuurlijke politie zoals bepaald in het K.B. van 14 september 1997 meerdere keren gewijzigd.
Om het financiële evenwicht te bewaren, is het gerechtvaardigd dat een kostendekkende bijdrage wordt gevraagd aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen bij Politiezone Gent. Op die manier blijft de continuïteit van de dienstverlening – ook op langere termijn – verzekerd.
De tarieven worden afgestemd op de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
De Politiezone Gent is belast met de uitvoering van dit reglement.
Het nieuw reglement 'Retributie met betrekking tot de door de politie uitgevoerde opdrachten van bestuurlijke politie' treedt in werking op 01 januari 2026.
Tijdens de voorbije legislatuur heeft de gemeenteraad het retributiereglement voor opsluitingen in het stedelijk bewaarhuis meerdere keren gewijzigd.
Naast het ter beschikking stellen van het stedelijk bewaarhuis, levert Politiezone Gent aan andere overheden ook diverse gespecialiseerde diensten, zoals het gebruik van het lokaal gefilmd verhoor en ondersteuning door het COPS-team (bijzonder bijstandsteam), het Hondenteam en het Droneteam.
Er wordt voorgesteld om deze volledige dienstverlening op verzoek van andere overheden te bundelen in één nieuw retributiereglement.
Om het financiële evenwicht te bewaren, is het gerechtvaardigd dat een kostendekkende bijdrage wordt gevraagd van overheden die een specifieke dienstverlening aanvragen bij Politiezone Gent. Op die manier blijft de continuïteit van de dienstverlening – ook op langere termijn – verzekerd.
De tarieven voor de opsluitingen in het stedelijk bewaarhuis worden afgestemd op de gemiddelde kostprijs van deze dienstverlening, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de recente inflatie. Ook de tarieven voor de overige diensten worden bepaald op basis van de gemiddelde kostprijs.
Tot slot worden alle tarieven jaarlijks geïndexeerd via een formule gebaseerd op de gezondheidsindex, zodat ze automatisch mee evolueren met de inflatie.
De Politiezone Gent is belast met de uitvoering van dit reglement.
Het nieuw reglement 'Retributie voor gespecialiseerde ondersteuning door Politiezone Gent' treedt in werking op 01 januari 2026.
Stefan Paeleman namens TRIPLE LIVING NV diende een omgevingsvergunningsaanvraag in voor gronden gelegen aan Dok-Zuid kadastraal gekend als openbaar domein.
Het betreft een aanvraag met betrekking tot de natte en droge infrastructuur met openbaar karakter van waterwegen en onbevaarbare waterlopen van de eerste categorie en aanvragen met betrekking tot bruggen over en tunnels onder die waterwegen en waterlopen, met uitzondering van aanvragen die louter een lozing, overstort of watercaptatiepunt in die waterwegen en waterlopen voorzien; om die reden is de Vlaamse overheid de vergunningverlenende overheid.
Deze aanvraag werd op 17/07/2025 ingediend bij de Vlaamse overheid. Op 14/08/2025 werd aan het college van burgemeester en schepenen gevraagd een openbaar onderzoek te organiseren en de aanvraag voor te leggen aan de gemeenteraad. Op 21/8/2025 vroeg de Gewestelijke Omgevingsvergunningscommissie om advies uit te brengen.
Het college bracht op 9/10/2025 haar advies uit aan de vergunningverlenende overheid, in dat advies werden de bezwaren die werden ingediend tijdens het openbaar onderzoek gebundeld. Op 13/11/2025 nam het college een aanvullende beslissing waarin die bezwaren ook werden besproken. Dat aanvullend besluit wordt als addendum aan het advies van 9/10/2025 aan de vergunningverlenende overheid overgemaakt.
Op 27 juni 2011 heeft de gemeenteraad de naam Achterdokkaai goedgekeurd als naam voor de kade. Voorliggend ontwerp gaat over de feitelijke aanleg van deze Achterdokkaai.
Beschrijving aanvraag:
Het projectgebied maakt deel uit van het Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan 135–Oude Dokken, waarmee het oude havengebied rond de dokken wordt omgevormd tot een nieuw stedelijk woongebied met een mix van functies en groene openbare ruimtes.
De aanvraag betreft een bouwproject met private omgevingsaanleg en de aanleg van bestaand en nieuw openbaar domein.
Het bouwproject met private omgevingsaanleg situeert zich in de zone z1k (zone voor stedelijk wonen).
Het openbaar domein bevindt zich in volgende zones uit het RUP:
BOUWPROJECT EN PRIVATE OMGEVINGSAANLEG
De aanvraag betreft het project Dok Zuid - het realiseren van een nieuwe campus Arteveldehogeschool met gebouw voor collectieve studentenhuisvesting en omgevingsaanleg.
Met het project “Dok Zuid” zal een nieuwe campus van de Arteveldehogeschool samen met een gebouw voor collectieve studentenhuisvesting worden gerealiseerd aan de Dampoort. Deze nieuwe campus wordt gerealiseerd binnen de krijtlijnen uitgezet door het masterplan van de Oude dokken, opgemaakt door OMA. Het project wordt een kop van de Oude Dokken en vormt een nieuwe poort tot de stad.
De onderwijsactiviteiten van Arteveldehogeschool worden ondergebracht in twee van de drie nieuwe bovengrondse volumes die worden gerealiseerd: het Leercentrum en het Paviljoen. Beide volumes bevinden zich het dichtst bij de Dampoort en worden onderling verbonden door een ‘luchtbrug’. De Studentenhuisvesting wordt ondergebracht in een derde volume en bevindt zich het verst van de Zwaaikom. Het Paviljoen en de Studentenhuisvesting bevinden zich beiden op de ondergrondse parking die zich uitstrekt over twee ondergrondse verdiepingen.
Het Leercentrum en het Paviljoen samen zullen plaats bieden aan ca. 2620 studenten. In de studentenhuisvesting worden 294 studentenkamers ondergebracht, samen met 2 conciërgeappartementen, bijhorende ondersteunende functies en drie commerciële functies, waarvan één jeugdontmoetingsruimte. Deze functies vormen een koppeling tussen campus en stad.
De 3 gebouwen van de Arteveldecampus worden van elkaar gescheiden door private buitenruimtes met een publiek karakter, waar de toegangen van de verschillende gebouwen op aansluiten. De verschillende gebouwen zijn ruimtelijk verbonden via een gemeenschappelijke ondergrondse parking, en een passerelle.
Het RUP legt het voorzien van deze dwarsstraten in het verlengde van de straten in de aanpalende bouwblokken op.
Ook al zijn deze doorsteken niet noodzakelijk binnen het netwerk van zachte verbindingen in de omgeving, toch dragen ze bij aan de visuele verbinding tussen Dok Zuid en het Handelsdok, en vormt de private buitenruimte een zachte overgang naar het omliggende openbaar domein. Het publiek toegankelijke karakter van deze buitenruimtes vloeit voort uit de aard van de functies die in deze nieuwe gebouwen gepland worden. Heel wat studenten en bezoekers zullen immers van deze ruimte gebruik maken. Door hun doorwaadbaar karakter en de inrichting met groen en zitgelegenheden, nodigen ze uit tot informele ontmoeting en verblijf.
De aanwezigheid van publiekgerichte functies op de campus versterkt de stedelijke dynamiek en zorgt voor een actieve plint aan de rand van het campusgebied. De campus is ontworpen als een open leeromgeving, die zich verweeft met de stedelijke context van de Oude Dokken, en niet als een gesloten enclave.
BESTAAND EN NIEUW OPENBAAR DOMEIN
Eigendom en rooilijnen
Het projectgebied is kadastraal gekend als openbaar domein, net als de gewestweg R40 en het Achterdok. Voor de R40 bestaat geen rooilijnplan goedgekeurd bij koninklijk besluit, maar er is een bestaande eigendomsgrens tussen het openbaar domein van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) en dat van de Stad Gent. Deze grens is vastgelegd op basis van het eigendomsaanwijzend plan van Metae (12/07/2012), goedgekeurd door het college op 22/11/2012.
Aan de zijde van het Achterdok is er eveneens een bestaande eigendomsgrens tussen het openbaar domein van De Vlaamse Waterweg en dat van de Stad Gent. Deze is vastgelegd in de overeenkomst over de eigendom van waterbedding, kaaimuren en kaaivlakken van de Oude Dokken, goedgekeurd door de gemeenteraad op 14/12/2015.
De aanvraag omvat een rooilijnplan dat grotendeels samenvalt met de zonegrenzen uit het RUP Oude Dokken:
Op enkele plaatsen wijkt de rooilijn af van de RUP-zonegrens:
De nieuwe rooilijn wordt vastgelegd om de realisatie van de gemeenteweg langs de kade mogelijk te maken. Deze takt ten westen aan op feitelijke rooilijn van de gewestweg Dok Zuid, in het zuiden via het pleintje aan de Dampoort rotonde en in het noorden via de dwarsende paden van de projectgrond tussen kade en gewestweg. Ten oosten wordt deze nieuwe gemeenteweg begrensd door de eigendomsgrens met de Vlaamse Waterweg, waardoor hier geen rooilijn gevestigd wordt.
De gemeenteweg wordt ingericht met het oog op de doorlopende toegankelijkheid van de Oude Dokken voor fietsers en wandelaars.
Aanleg en inrichting openbaar domein
De aanvraag voorziet in de aanleg van circa 6.460 m² nieuw openbaar domein, waaronder volgende specifieke zones:
Voor de inrichting van het openbaar domein wordt gekozen voor duurzame materialen zoals beton en plattines. Bomen worden strategisch ingeplant met het oog op uitgroei tot toekomstbomen. Verhardingen worden beperkt tot wat functioneel noodzakelijk is. De overgang tussen privaat en openbaar domein wordt duidelijk gemarkeerd met groenelementen en boordstenen.
Het project voorzien ook de aanleg van de riolering en nutsleidingen. Daarbij wordt het Vaardeken omgelegd rondom het project.
Binnen het projectgebied zijn er geen grote niveauverschillen. Het geheel bevindt zich quasi op hetzelfde niveau. Enkel ter hoogte van het pleintje aan Dampoortrotonde wordt een hoogteverschil overbrugd in functie van brandweerbereikbaarheid en integrale toegankelijkheid. Hiervoor wordt de kaaimuur plaatselijk opgehoogd, waardoor dit een Vlaams Project is.
De wadi’s en de woongroenzone zorgen lokaal voor reliëfverschillen in het openbaar domein.
Desaffectatie projectgrond
Het rooilijnplan maakt de desaffectatie van een deel van het openbaar domein mogelijk, in functie van de realisatie van het bouwveld zoals voorzien in het RUP (zone Z1k). Aan de westzijde wordt deze projectgrond begrensd door een eigendomsgrens. Deze zone ligt tussen Dok Zuid (gewestweg) en de gevel van het gebouw. Hier wordt openbaar domein aangelegd dat voorlopig enkel voor de ontsluiting van de nieuwe gebouwen wordt ingericht (zie hierboven bij ‘aanleg en inrichting openbaar domein’).
Die eigendomsgrens heeft een knik ten zuiden, waar het bestaande fietspad langs Dok Zuid in beheer van AWV voorlopig behouden blijft met zijn bestaande -feitelijke- rooilijn. Deze zone kan op termijn worden aangepast wanneer Dok Zuid in kader van GentSpoort als gemeenteweg wordt heraangelegd. Op dat moment kan ook de rooilijn daar worden gevestigd.
Wijzigingen in de omgeving op relatief korte termijn
Bij indiening van de aanvraag was de Verapazbrug nog niet in gebruik. Intussen is deze geopend en wordt het doorgaand verkeer van de R40 omgeleid via de Koopvaardijlaan en Afrikalaan. Hierdoor zal Dok Zuid enkel nog lokaal verkeer ontvangen. De Stad Gent zal deze straat overnemen van AWV, wat toekomstige herinrichting mogelijk maakt. Bij het ontwerp van de zone tussen die weg en de nieuwe gebouwen is wel rekening gehouden met de toekomstige inrichting van Dok Zuid zoals voorzien via het project GentSpoort. De voorgestelde inrichting van wat voorwerp is van deze aanvraag kan bijgevolg ook in de toekomst blijven liggen.
Procedure:
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 22 augustus 2025 tot 20 september 2025.
Resultaat : 38 digitale bezwaren
Het college bracht op 9/10/2025 haar advies uit aan de vergunningverlenende overheid, in dat advies werden de bezwaren die werden ingediend tijdens het openbaar onderzoek gebundeld. Op 13/11/2025 nam het college een aanvullende beslissing waarin die bezwaren ook worden besproken. Dat aanvullend besluit wordt als addendum aan het advies van 9/10/2025 aan de vergunningverlenende overheid overgemaakt. Beide collegebesluiten zijn aan voorliggend besluit gekoppeld in de toepassing e-Besluitvorming.
Aangezien de aanvraag wegenwerken omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad daarover een besluit.
De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
In uitvoering van artikel 12 van het decreet over de gemeentewegen keurt de gemeenteraad een rooilijnplan goed. In uitvoering van artikel 31 van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning neemt de gemeenteraad een beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg alvorens de bevoegde overheid een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. De gemeenteraad spreekt zich ook uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein.
De gemeenteraad is van oordeel dat het voorstel van wegaanleg kan goedgekeurd worden om volgende redenen:
ROOILIJNENPLAN
De nieuwe rooilijnen en daarbij horende nieuw openbaar domein dragen bij aan volgende doelstellingen zoals opgenomen in het RUP 135:
Op deze manier wordt er op kleine schaal een fijnmazig netwerk van trage verbindingen gemaakt die bruikbaar zijn voor woon-werkverkeer alsook recreatief omwille van de verbinding tussen de groenzones en de verschillende functies in het gebied.
Verder draagt dit project bij aan de herwaardering van de site, die opnieuw bruikbaar wordt voor de brede bevolking.
De smalle site is onderdeel van een continu wandelcircuit dat in de Oude Dokken wordt gecreëerd. De site is er niet alleen voor de vele studenten maar evenzeer voor de dichtbevolkte buurt Sluizeken-Tolhuis-Ham als voor de nieuwe bewoners in de projecten binnen de Oude Dokken.
RUP Oude Dokken heeft de zonegrenzen voor de zone voor Kaaien voorbij de kade dus ter hoogte van het water ingetekend. De zone voor kaaien bevindt zich dus deels in het water vandaag. Tussen kade en zonegrens van Z1k is maar ca. 2,60m ruimte, wat onvoldoende is voor een volwaardige ontsluiting voor hulpvoertuigen. Om langs de kade een volwaardige openbare weg te realiseren is dus ofwel een gedeeltelijk dempen van het dok nodig, ofwel komt die weg deels in zone z1k te liggen.
De rooilijnen zijn niet vastgelegd in het RUP, de openbare wegenis kan bijgevolg ook binnen de projectzones van het RUP worden ingericht.
Ter hoogte van de zijgevel van Paviljoen en Studentenhuis aan waterzijde wordt de zonegrens van het RUP bijgevolg niet gevolgd, maar wordt de openbare weg gelegd tot aan deze gevels.
Op deze manier kan de kade voldoende ruimte krijgen en wordt een openbare weg van ca. 6,3m gerealiseerd. Deze breedte laat een brandweertoegankelijkheid toe en zorgt voor een optimale verbinding en integrale toegankelijkheid voor voetgangers en fietsers.
Ter hoogte van het pleintje aan Dampoortrotonde valt de zonegrens samen met de zichtlijn voorzien in het RUP. De gevel van het gebouw is op deze lijn afgestemd, de beperkte ruimte tussen gevel en rond punt is optimaal ingericht voor alle weggebruikers.
Het niveauverschil wordt gerealiseerd in kader van deze integrale toegankelijkheid en brandweerbereikbaarheid. Dit draagt bij aan de doorwaadbaarheid voor zachte mobiliteit in het gebied.
Zowel aan de kade als aan de open ruimte is een integraal toegankelijke zitplek voorzien. In de toekomstige openbare woongroenzone wordt de bestaande vegetatie zoveel mogelijk behouden en geïntegreerd in het landschapsontwerp.
Tussen de Achterdokkaai en Dok Zuid is ten noorden van de nieuwe bebouwing een verbindingspad voor voetgangers en fietsers voorzien. Dit pad wordt conform het gemeentewegendecreet ook begrensd met rooilijnen. Er is bijgevolg een verbindende rooilijn tussen het pad langs de kade en Dok Zuid die tegelijk ook de woongroenzone begrenst.
Dit pad ligt deels in de zone voor publiek groen volgens het RUP(z2), in dit RUP is de aanleg van verhardingen toegelaten in functie van het recreatief gebruik, zolang minstens 70% van de zone effectief groen wordt aangelegd. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. Het pad zorgt voor een logische looproute tussen kade en Dok Zuid en bevordert het gebruik van de kade als gemeenteweg.
WOONGROENZONE
Het project omvat de aanleg van een openbare woongroenzone, namelijk nieuw openbaar groen met verblijfsmogelijkheden voor de buurt. Er is geopteerd voor een eenvoudige inrichting met zo weinig mogelijk verharding en een natuurrijk, extensief karakter dat aansluit bij de sfeer van de Oude Dokken. Naast een aantal ingerichte zitplekken is voldoende ruimte voor vrij gebruik voorzien.
Aan de zijde van het Achterdok wordt de bestaande vegetatie, en dus ook het huidige maaiveldpeil behouden. De bestaande vegetaties (incl. bomen) in de toekomstige openbare woongroenzone worden behouden en geïntegreerd in het landschapsontwerp. In het deel van de woongroenzone waar de bestaande vegetatie behouden blijft, zijn werfinrichting, - opslag en -circulatie volledig uitgesloten. Alle nodige maatregelen voor duurzaam behoud worden in het technisch dossier opgenomen. Deze maatregelen m.b.t. bomen worden opgesteld door een extern bomendeskundige. De extern bomendeskundige moet het project ook in uitvoeringsfase opvolgen.
Het concrete beplantingsplan (op soortenniveau) moet voorafgaand aan het indienen van het technisch dossier met Groendienst afgestemd worden.
De voorgestelde rooilijnen doen geen afbreuk aan de doelstelling om de structuur, samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.
Er zijn nog een aantal technische opmerkingen met betrekking tot het wegenisdossier en de erin opgenomen rioleringswerken. Deze worden als bijzondere voorwaarden in dit besluit opgenomen. Bij uitwerking van het technisch dossier moeten deze voorwaarden verwerkt worden.
Een belangrijk aspect is het zichtbaar afscheiden van de privédomein op de rooilijn ten aanzien van de openbare wegen. Op de plannen is dit onderscheid aanwezig, het is echter aangewezen deze grens explicieter te maken. De afscheiding kan bijvoorbeeld door middel van een dorpel, afsluiting, verschil in materialen etc. Dit moet worden verduidelijkt bij de opmaak van het technisch dossier
De voorgestelde werken voldoen dus aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit. Er wordt voldaan aan de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Het algemeen bouwreglement van de Stad Gent omvat geen reglementering inzake het opleggen van lasten bij omgevingsvergunningen. Op basis van bovenstaande beoordeling is het redelijk en proportioneel te verantwoorden om in deze omgevingsvergunningsaanvraag lasten op te leggen aan de houder van de vergunning.
De aanleg van het openbaar domein zal nog verder worden verfijnd. Het gaat echter om beperkte aanpassingen die door het vergunningverlenende bestuursorgaan als voorwaarde kunnen opgelegd worden. Als bijzondere voorwaarden worden al een aantal opmerkingen over het openbaar domein opgenomen die daarbij moeten worden verwerkt, zie artikel 2 van dit besluit.
Keurt het rooilijnplan, zoals opgenomen in bijlage, goed.
Keurt de ligging, breedte en uitrusting van de gemeentewegen, zoals ontworpen in de omgevingsvergunningsaanvraag, gelegen Dok-Zuid en kadastraal gekend als openbaar domein, goed mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
Voorwaarden mbt het (toekomstig) openbaar domein voortvloeiend uit externe adviezen (volledig advies raadpleegbaar op het omgevingsloket):
Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 8 september 2025 onder ref. 072395-009/MLE/2025
Advies van Fluvius afgeleverd op 27 augustus 2025 onder ref. 5000108759
Voorwaardelijk gunstig advies van Omgevingsloket Wyre afgeleverd op 25 augustus 2025
Voorwaardelijk gunstigadvies van Farys afgeleverd op 25 september 2025
Technische voorwaarden met betrekking tot het nieuw en bestaand openbaar domein:
Wegenis
Scheiding openbaar/privé
Het privédomein moet op de rooilijn zichtbaar afgescheiden zijn van het openbaar domein (bijvoorbeeld door middel van een dorpel, afsluiting, verschil in materialen etc.).
Toegangspaden
Verhardingen zijn te beperken tot het strikt noodzakelijke, zo zijn onder andere de toegangspaden tot de overdekte hoofdingangen te beperken.
Keldergaten:
Het plaatsen van keldergaten/openingen/verluchtingen in het openbaar domein zijn niet toegelaten.
Groen
In het deel van de woongroenzone waar de bestaande vegetatie behouden blijft, zijn werfinrichting, - opslag en -circulatie volledig uitgesloten.
In de noordelijk aan te leggen nieuwe woongroenzone en in het Zonder-Naampark wordt grondwatermonitoring georganiseerd (peilbuizen), zodat de impact van de bemaling concreet kan afgelezen worden.
Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), wordt bevloeiing/infiltratie voorzien in beide groenzones. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of European Tree Worker/boomexpert (onder meer of bemalingswater geschikt is of niet).
Legt aan de houder(s) van de omgevingsvergunning, bij afgifte van de vergunning, de hiernavolgende lasten op:
LAST 1 – Aanleg openbare weg en riolering
Als vergunninghouder ben je verplicht om de openbare weg bij het project aan te leggen op eigen kosten. Ook de riolering hoort daarbij, zoals aangegeven op de plannen en eventueel aangepast aan de voorwaarden.
De vergunning geldt als omgevingsvergunning voor de aanleg van de nieuwe weg.
LAST 2 – Openbaar groen
Als vergunninghouder ben je verplicht om het openbaar groen bij het project aan te leggen op eigen kosten. Je baseert je daarvoor op de plannen, eventueel aangepast aan de voorwaarden.
TER INFORMATIE: VERPLICHTINGEN BIJ DE CONCRETE UITVOERING VAN LAST 1 EN LAST 2
TECHNISCH DOSSIER
De Stad Gent en Farys stellen minimale kwaliteitseisen aan de technische uitvoering van de werken. Zij zijn immers de toekomstige eigenaars-wegbeheerder en beheerder van het openbaar domein. Het gaat bijvoorbeeld om de materiaalkeuze en de samenstelling van de fundering.
Daarom vragen we om een technisch dossier op te stellen.
Je vraagt de vereisten waaraan deze plannen en documenten moeten voldoen, op bij de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen. Ze moeten ook aan het standaardbestek SB 250 (laatste geldende versie - model Gent) voldoen.
Het technisch dossier moet zeker volgende zaken bevatten:
Maak het dossier digitaal over aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen; wegen@stad.gent (deze dienst zorgt voor de interne verspreiding van dit dossier bij de Groendienst en Farys).
De Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, de Groendienst en Farys kunnen hierop opmerkingen geven, aanbevelingen doen en aanpassingen vragen.
Als vergunninghouder heb je er alle belang bij om de aanbevelingen van de technische diensten na te leven en de gevraagde aanpassingen door te voeren. Zo vermijd je dat de Stad Gent of Farys de rioleringswerken, de wegenwerken of de groenaanleg, niet aanvaarden bij de voorlopige oplevering.
Om diezelfde reden is het aangewezen om de werken pas op te starten nadat het technisch dossier volledig beantwoordt aan de aanbevelingen van de Stad Gent en Farys.
Deze zaken zijn waar nodig aangepast aan de voorwaarden uit de vergunning.
AANBESTEDING OF ONDERHANDSE OVEREENKOMST
Het technisch dossier dient als basis voor de aanbesteding of onderhandse overeenkomst.
Eenmaal je een aannemer hebt aangeduid, leg je dit voor aan de Stad Gent. Hiervoor maak je een kopie van de inschrijving over aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen en de Groendienst.
START VAN DE WERKEN
Je meldt de start van de werken van je bouwproject in het Omgevingsloket.
Deel de aanvangsdatum van de werken die betrekking hebben op het bestaand of toekomstig openbaar domein minstens 14 kalenderdagen vooraf mee aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen.
Je belegt vooraf een startvergadering met de ontwerper, de aannemer en het stadsbestuur (Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Farys en de Groendienst).
WEGGRENZEN UITZETTEN
Vóór de start van de wegen- en rioleringswerken moet je als vergunninghouder de weggrenzen ter plaatse uitzetten met voldoende en duidelijk zichtbare tekens. Deze afpaling op het terrein zet je om in een ‘uitzetplan’ dat je aan Projectbureau Ruimte voorlegt ter goedkeuring.
PLAN VAN GRONDOVERDRACHT
Uiterlijk 60 kalenderdagen voor de voorlopige oplevering leg je een ‘plan van grondoverdracht’ voor de kosteloze grondafstand voor aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen ter goedkeuring. Dit ‘plan van grondoverdracht’ moet exact overeen komen met het vergunde rooilijnplan.
De technische vereisten waaraan het plan van grondoverdracht moet voldoen, vind je hier. Bij vragen hierover kan je terecht bij Dienst Vastgoed.
VERKEERSBORDEN, STRAATMEUBILAIR EN WEGMARKERINGEN
Als vergunninghouder moet je, op eigen kosten, de nodige verkeersborden en straatmeubilair, zoals paaltjes, laten leveren en plaatsen. Je brengt eveneens de nodige wegmarkeringen aan, zowel aan de wegen binnen de vergunning als aan de bestaande, aanpalende wegen, volgens de aanduidingen van het IVA Mobiliteitsbedrijf van de Stad Gent.
Je kan de opmaak van een signalisatieplan aanvragen bij het Mobiliteitsbedrijf van zodra het technisch dossier volledig beantwoordt aan de aanbevelingen van de Stad Gent/Farys.
In de e-mail naar het Mobiliteitsbedrijf geef je mee wanneer de voorlopige oplevering gepland is. Voor het opmaken van een goedgekeurd signalisatieplan geldt immers een zekere doorlooptijd, wat betekent dat de aanvraag minstens 5 maanden voor de voorlopige oplevering moet gebeuren.
Bij je aanvraag stuur je alle nodige informatie over de geplande heraanleg mee: een gegeorefereerd PDF- en DWG-bestand van het grondplan met daarop aangeduid de eventuele geplande paaltjes (met vermelding van het type) en laadpalen, de route(s) en draaicirkels voor de voertuigen van de brandweer en IVAGO, info over welke weggebruikers welke wegsegmenten wel/niet mogen gebruiken, aanleg conform (woon)erf is (indien van toepassing) en alle andere informatie die nodig is voor de opmaak van het signalisatieplan.
AS-BUILT DOSSIER
Voor de voorlopige oplevering moet je als vergunninghouder een as-built dossier opmaken op eigen kosten. Onder as-built dossier verstaan we meer dan enkel het ‘plan’.
Het bevat minstens volgende zaken:
* Enkel het as-built plan dien je in bij Informatie Vlaanderen. De voorlopige oplevering kan pas doorgaan als er een schriftelijke goedkeuring van Informatie Vlaanderen is over de conformiteit aan het Grootschalig Referentie Bestand of Basiskaart Vlaanderen (GRB).
AFSLUITING WERF
Zolang de openbare weg, de riolering en het openbaar groen niet voorlopig zijn opgeleverd moet de werf afgesloten blijven met een voldoende en stevig hekwerk. Tot zolang duid je de straten aan met een verkeersbord ‘privaat’, en dit aan alle toegangen.
OPLEVERING
Je voert de wegen- en rioleringswerken en de groenaanlegwerken in principe in één geheel uit. De afgewerkte weg, de riolering en het openbaar groen worden voorlopig en definitief opgeleverd in aanwezigheid van de Stad Gent in functie van een latere kosteloze afstand aan de Stad Gent.
De werken (wegen, riolering en openbaar groen) worden in 1 keer opgeleverd.
De termijn tussen de voorlopige en de definitieve oplevering bedraagt 3 jaar en gaat in op datum van de voorlopige oplevering. In die periode valt het groenonderhoud ten laste van jou als vergunninghouder.
De Stad Gent neemt het onderhoud van het openbaar groen over vanaf de definitieve oplevering van de werken.
EINDE VAN DE WERKEN
Nadat de openbare weg is aangelegd en de rioleringswerken zijn uitgevoerd, laat je dit weten aan de Dienst Wegen Bruggen en Waterlopen. De beëindiging van de groenaanleg deel je mee aan de Groendienst.
CONTACTGEGEVENS
LAST 3 – Aanleg van nutsvoorzieningen
Als vergunninghouder ben je verplicht om nieuwe nutsvoorzieningen naar en in het project aan te leggen op eigen kosten en/of om bestaande nutsvoorzieningen aan te passen.
Het is verplicht om minimaal volgende nutsvoorzieningen aan te leggen:
Je volgt daarbij strikt de voorwaarden uit de adviezen van de nutsbedrijven.
Je staat zelf in voor de kosten en lasten van het installeren van de openbare verlichting. Dit gebeurt volgens de richtlijnen van de Stad Gent en Fluvius. De Stad Gent neemt bij overdracht van het openbaar domein immers ook het beheer van de verlichting over.
Je vraagt direct na het bekomen van de vergunning advies bij de lichtcel, via openbareverlichting@stad.gent.
Je plaatst de openbare verlichting conform het Lichtplan van de Stad Gent. Alle info over het Lichtplan is te raadplegen via www.stad.gent/gentverlicht.
Voor je start met de werken, vraag je bij de nutsmaatschappijen die in de voorwaarden bij deze vergunning vermeld zijn, een offerte op om de omvang van de te stellen waarborg te bepalen. De nutsmaatschappij laadt die offerte op op het omgevingsloket.
Geert Debel namens THUISPUNT GENT BV diende een omgevingsvergunningsaanvraag in voor gronden gelegen aan Kikvorsstraat 113/395, 397/587, 589/875, 877/1067 en 1069/1245 kadastraal gekend als afdeling 8 sectie H nrs. 646H, 646B, 646D, 646C, 646E, 646G, 646F, 646X, 648S, 648X, 648H en 648K.
Deze aanvraag werd op 20/12/2024 ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. Op 09/07/2025 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.
Beschrijving aanvraag:
De aanvraag bevat het bouwen van 10 vrijstaande meergezinswoningen, het slopen van 3 bestaande meergezinswoningen, de heraanleg en herontwikkeling van de omgeving en het exploiteren van noodstroomgroepen, warmtepompen en gaswandketels. In totaal worden er 390 woningen gerealiseerd. Er wordt een ondergrondse parking voorzien van 53 parkeerplaatsen.
Het gaat specifiek om bouwveld 6 (met daarin cluster Jupiter en Mercurius) en bouwveld 7 (met cluster Orion en Milenka). Jupiter en Mercurius werden reeds gesloopt. Met deze aanvraag wenst men Orion, Milenka en Aurora te slopen. Aurora wordt niet vervangen door een nieuwe cluster maar maakt ruimte vrij voor het wijkpark.
De ontwikkeling gaat ook samen met een heraanleg van de Kikvorsstraat en een herontwikkeling van de omgeving rondom de gebouwen. Deze heraanleg en herontwikkeling zit deels vervat in voorliggende aanvraag (infrastructuur definitief). Het resterende deel wordt later aangevraagd en is nu opgenomen als een tijdelijke aanleg (infrastructuur tijdelijk).
De al gesloopte of te slopen gebouwen bevatten in totaal 559 wooneenheden. De vervangingsbouw bevat 390 wooneenheden.
Rooilijnen / openbaar domein
Tot op vandaag waren alle gronden tot en met de bedding van de wegenis nog steeds eigendom van de huisvestingsmaatschappijen die hier woningen beheren. In de toekomst zal dit wijzigen en worden de gronden maximaal overgedragen aan de Stad Gent.
De nu voorliggende aanvraag bevat hiervoor een rooilijnplan. Er wordt gekozen voor duidelijke leesbare grenzen: langsheen de Kikvorsstraat en de voorportalen wordt een nieuwe rooilijn vastgelegd, deze rooilijn volgt maximaal de nieuwe gevels.
De nieuwe gebouwen worden voorzien langsheen de Kikvorsstraat en komen slechts beperkt op de footprint van de oude gebouwen. Het bestaande openbaar domein rondom de 6 te vervangen blokken, wordt samen met de bouwzones van een aantal van de bestaande blokken omgevormd tot een nieuw openbaar park.
De zone achter de gebouwen wordt maximaal toegevoegd aan het park. Ook de binnentuinen worden grotendeels openbaar domein, voor een deel wordt echter een opstal gegeven aan de eigenaar van de gebouwen om een beo-veld onder op te richten.
Procedure:
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 15 juli 2025 tot 13 augustus 2025.
Resultaat : geen petitielijsten, geen schriftelijke bezwaren, geen schriftelijke gebundelde bezwaren, geen mondelinge bezwaren en 7 digitale bezwaren
De gemeentelijk omgevingsambtenaar heeft deze aanvraag geadviseerd. Het advies van de omgevingsambtenaar is aan dit besluit toegevoegd. Dit verslag bevat eveneens een samenvatting en bespreking van de bezwaren.
In uitvoering van artikel 12 van het decreet over de gemeentewegen keurt de gemeenteraad een rooilijnplan goed. In uitvoering van artikel 31 van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning neemt de gemeenteraad een beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg alvorens de bevoegde overheid een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. De gemeenteraad spreekt zich ook uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein.
Het vergunningverlenend bestuursorgaan is van oordeel dat een vergunning kan verleend worden op basis van het advies van de omgevingsambtenaar.
De gemeenteraad is van oordeel dat het voorstel van wegaanleg kan goedgekeurd worden om volgende redenen:
In het kader van de herontwikkeling van Nieuw Gent worden de gronden, inclusief de bedding van de wegenis, overgedragen van de huisvestingsmaatschappijen aan Stad Gent. Deze overdracht maakt het mogelijk om het openbaar domein duidelijker af te bakenen en beter te beheren. Langs de Kikvorsstraat en de voorportalen wordt een nieuwe rooilijn vastgelegd die de nieuwe gevels volgt.
Achter de gebouwen worden binnentuinen voorzien die tot het openbaar domein behoren maar geen onderdeel zijn van de gemeenteweg. Een deel van deze tuinen wordt via een opstalrecht toegewezen aan de eigenaar van de gebouwen voor de aanleg van een beo-veld.
De grondoverdracht gebeurt via een grondenruil. De eigenlijk grondoverdracht zal dus via een aparte procedure aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
De hoofdontsluiting van de wijk verloopt via de lusvormige Kikvorsstraat en Edelsteenstraat, die als zone 30 worden ingericht. De breedte van de weg wordt afgestemd op de doorgang van de bus. De Kikvorsstraat krijgt een asfaltverharding, met aan beide zijden parkeerplaatsen in kasseien waar de ruimte dit toelaat. Daarnaast worden brede voetpaden voorzien in betonstraatstenen in dubbelklinkerformaat. Op logische looplijnen ter hoogte van kruispunten worden veilige oversteekplaatsen ingericht.
De voorportalen worden ingericht als woonerf, waar de wagen te gast is en de ruimte in de eerste plaats dient om te verblijven, te spelen en buren te ontmoeten. De verhardingsbreedte wordt beperkt tot een loper van vier meter (3,20 m voor de wagen en 0,80 extra voor de hulpdiensten), die door alle gebruikers gedeeld wordt. De aanleg in betonstraatstenen benadrukt dat de voetganger hier centraal staat. Binnen de woonerven worden enkele parkeerplaatsen voorzien, maar het is niet de bedoeling dat geparkeerde wagens en zoekverkeer de bovenhand nemen. Deze plaatsen zijn bedoeld voor specifieke doelgroepen, zoals personen met een handicap en deelwagens.
Het woonerf sluit aan op de Kikvorsstraat via een doorlopend voetpad. In de Kikvorsstraat blijft het tweerichtingsverkeer behouden, terwijl het voorportaal enkelrichtingsverkeer in wijzerszin krijgt. Er wordt enkel verhard wat functioneel strikt noodzakelijk is. Waar het gebruik dit toelaat, worden verhardingen waterdoorlatend uitgevoerd, zoals de parkeerplaatsen en verbredingen van paden voor de brandweer.
Dankzij de ruime groene omgeving in Nieuw Gent is het mogelijk om regenwater dat op de verhardingen valt ter plaatse te laten infiltreren. Dit gebeurt via grachten langs de Kikvorsstraat en infiltratiezones in het voorportaal. In deze lager gelegen zones wordt het water opgevangen en kan het langzaam in de bodem sijpelen. Infiltratieproeven tonen aan dat dit mogelijk is, mits het doorbreken van de bovenste bodemlaag. In de gracht langs de Kikvorsstraat wordt een stuwmuur voorzien. In het lager gelegen deel van de gracht kan het water niet te hoog stijgen vanwege nabijgelegen private percelen, maar in het afgestuwde deel wordt het water maximaal opgevangen.
Om hittestress tegen te gaan, worden de verhardingen zoveel mogelijk afgeschermd van zonlicht door een bladerdek van bomen. Zo nemen ze minder warmte op tijdens zonnige dagen en geven ze ’s nachts minder warmte af. De bomen zorgen bovendien voor koelteplekken waar het ook op warme dagen aangenaam vertoeven is.
Fietsverkeer binnen de wijk verloopt hoofdzakelijk via de verkeersvrije dorpsstraat, die een prominente plaats krijgt in het parkontwerp. Zowel in de woonerven als aan belangrijke bestemmingen worden fietsenstallingen voorzien. In totaal zijn dertien modules ingepast, elk met plaats voor zeven tot twaalf fietsen.
Wat toegankelijkheid betreft, worden alle zebrapaden en straatmonden uitgerust met blindengeleiding en naadloze aansluitingen. In het park worden voldoende zitgelegenheden voorzien, zodat bewoners onderweg een rustpauze kunnen nemen.
Afvalinzameling gebeurt in de toekomst via ondergrondse sorteerstraten van Ivago. Binnen het projectgebied komt één verzamelpunt, aan de Kikvorsstraat ter hoogte van het voorportaal.
In de eerste fase van de werken is al een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd. Bij de uitvoering van de volgende fases worden de huisaansluitingen overgekoppeld naar deze nieuwe riolering, en worden ook de aansluitingen voor de nieuwbouw voorzien.
De tijdelijke wegenis wordt aangelegd met het oog op een goede bereikbaarheid van de gebouwen, maar zoveel mogelijk volgens de principes van de definitieve inrichting.
De voorgestelde werken voldoen dus aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit. Er wordt voldaan aan de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
De aanleg van het openbaar domein zal nog verder worden verfijnd. Als bijzondere voorwaarden worden al een aantal opmerkingen over het openbaar domein opgenomen die daarbij moeten worden verwerkt, zie artikel 2 van dit besluit.Keurt het rooilijnplan, met inbegrip van de kosteloze grondafstand, zoals opgenomen in bijlage, goed.
Keurt de ligging, breedte en uitrusting van de gemeentewegen, zoals ontworpen in de omgevingsvergunningsaanvraag, gelegen Kikvorsstraat 113/395, 397/587, 589/875, 877/1067 en 1069/1245 en kadastraal gekend als afdeling 8 sectie H nrs. 646H, 646B, 646D, 646C, 646E, 646G, 646F, 646X, 648S, 648X, 648H en 648K, goed mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
Voorwaarden uit externe adviezen
Openbaar domein
De bouwheer is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer.
Alain Vanwynsberghe namens ALBAT & PARTNERS NV diende een omgevingsvergunningsaanvraag in voor gronden gelegen aan Johannes Hartmannlaan kadastraal gekend als afdeling 19 sectie C nrs. 583K en 1240A.
Deze aanvraag werd op 10/07/2025 ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. Op 03/09/2025 werd het dossier volledig en ontvankelijk verklaard.
Beschrijving aanvraag:
Het perceel uit voorliggende aanvraag bevindt zich in de wijk ‘Sint-Amandsberg’ langs de Johannes Hartmannlaan en Duivestaartstraat . Het perceel is gelegen binnen het RUP ‘Stedelijk wonen’, is braakliggend en heeft een totale oppervlakte van ca. 5.600m². Er wordt op het perceel een vrijstaande meergezinswoning met 19 entiteiten voorzien. Het gebouw bestaat uit 3 volwaardige bouwlagen met een onder 50 graden teruggetrokken 4de bouwlaag met plat dak.
In bestaande toestand is er geen (vlotte) toegang tot het perceel voor zowel voet-, fiets- of autoverkeer. Er is vanaf de Johannes Hartmannlaan een wandel- en fietspad (Duivestaartstraat) uit grind aanwezig met een breedte tussen 1m en 1,3m, dat toegang biedt tot het Rozenbroekenpark alsook de achterliggende Kriekerijstraat. Het publiek toegankelijk pad is deels gelegen op het privaat perceel van de aanvraag.
Het ontwerp voorziet zowel een aanpassing van de Johannes Hartmannlaan ter hoogte van de ontsluiting van dit private perceel, als het plaatselijk verleggen van het fiets- en wandelpad dat toegang geeft naar het Rozenbroekenpark. Het deel openbaar domein dat zal dienen als toegang tot de site wordt heraangelegd als woonerf op kosten van de bouwheer. Hierbij wordt de breedte van de verharding van het woonerf beperkt tot 4m waarbij het aanwezig voet- en fietspad alsook autoverkeer geïntegreerd wordt binnen deze verharding. Het na heraanleg onverharde gedeelte wordt aangelegd als groenzone met een bovengrondse infiltratievoorziening in functie van de afwatering van de verharde zone.
Daarnaast wordt ook een nieuw stuk openbaar domein voorzien. Er wordt een deel van het private domein overgedragen naar het openbaar domein van de Stad zodat het wandel- en fietspad volledig op openbaar domein komt te liggen. Op de kop wordt het fietspad opgeschoven richting park, het heeft een breedte van 2,03m en sluit verderop aan op het bestaande fietspad (Duivestaartstraat). In functie van die verplaatsing en een groene inkleding ervan, wordt ook de bestaande houtkant aan de linkerzijde van het perceel overgedragen als openbare groenzone. Het gaat in totaal om een strook aan de linkerzijde van het perceel met een oppervlakte van 708m². Deze zone wordt voorzien als groene buffer tussen het project en het wandel- en fietspad.
Procedure:
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 11 september 2025 tot 10 oktober 2025.
Resultaat : Een petitielijst en 12 digitale bezwaren
De gemeentelijk omgevingsambtenaar heeft deze aanvraag geadviseerd. Het advies van de omgevingsambtenaar is aan dit besluit toegevoegd. Dit verslag bevat eveneens een samenvatting en bespreking van de bezwaren.
In uitvoering van artikel 12 van het decreet over de gemeentewegen keurt de gemeenteraad een rooilijnplan goed. In uitvoering van artikel 31 van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning neemt de gemeenteraad een beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg alvorens de bevoegde overheid een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. De gemeenteraad spreekt zich ook uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein.
Het vergunningverlenend bestuursorgaan is van oordeel dat een vergunning kan verleend worden op basis van het advies van de omgevingsambtenaar.
De gemeenteraad is van oordeel dat het voorstel van wegaanleg kan goedgekeurd worden om volgende redenen:
In functie van het perceel (beter) toegankelijk te maken voor zowel voetgangers, fietsers en autoverkeer wordt het deel van de Johannes Hartmannlaan ter hoogte van het projectgebied heraangelegd door de bouwheer met een aanpassing van de rooilijnen. Huidig voorstel voorziet een kwalitatieve invulling als woonerf waarbij zowel voetgangers als fietsers prioriteit krijgen en er een veilige toegang tot het fiets- en wandelpad wordt bekomen. De heraanleg zorgt ook voor een duidelijke en toegankelijke aantakking op het bestaande fietspad (Duivestaartstraat) die voldoende ruim is voorzien. Door de aanpassing van de rooilijnen en de feitelijke heraanleg ter hoogte van toegang tot huidig project wordt die ook duidelijk afgesplitst van de private oprit en wordt het fietspad vanaf het woonerf een afzonderlijk en kwalitatief aangelegd pad. Er wordt dus een duidelijke splitsing van verkeersstromen voorzien met in het bijzonder aandacht voor een kwalitatieve en veilige inrichting voor de zwakke weggebruiker. Verder wordt er in functie van het pad een groot deel van het perceel kosteloos overgedragen naar het openbaar domein in functie van een groenbuffer tussen het pad en het bouwproject. Die groenzone sluit aan bij het bestaande park en begeleidt het fietspad, het vormt zo als openbaar groen een meerwaarde voor de ruimere omgeving. Door het opschuiven van de rooilijn alsook de kosteloze overdracht naar het openbaar domein komt het pad volledig op openbaar domein te liggen in eigendom van Stad Gent.
De voorgestelde werken voldoen dus aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit. Er wordt voldaan aan de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Het algemeen bouwreglement van de Stad Gent omvat geen reglementering inzake het opleggen van lasten bij omgevingsvergunningen. Op basis van bovenstaande beoordeling is het redelijk en proportioneel te verantwoorden om in deze omgevingsvergunningsaanvraag lasten op te leggen aan de houder van de vergunning. De aanleg van het openbaar domein zal nog verder worden verfijnd. Als bijzondere voorwaarden worden al een aantal opmerkingen over het openbaar domein opgenomen die daarbij moeten worden verwerkt, zie artikel 2 van dit besluit.
Keurt het rooilijnplan, met inbegrip van de kosteloze grondafstand, zoals opgenomen in bijlage, goed.
keurt de ligging, breedte en uitrusting van de gemeentewegen, zoals ontworpen in de omgevingsvergunningsaanvraag, gelegen Johannes Hartmannlaan en kadastraal gekend als afdeling 19 sectie C nrs. 583K en 1240A, goed mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
Voortvloeiend uit externe adviezen:
De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze Omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 24 september 2025).
De voorwaarden opgenomen in het advies van Farys (advies van 30 september 2025) moeten strikt nageleefd worden.
De voorwaarden opgenomen in het advies van Proximus (advies van 12 september 2025) moeten strikt nageleefd worden.
De voorwaarden opgenomen in het advies van Fluvius (advies van 10 september 2025) moeten strikt nageleefd worden.
De voorwaarden opgenomen in het advies van Wyre (advies van 4 september 2025) moeten strikt nageleefd worden.
legt aan de houder(s) van de omgevingsvergunning, bij afgifte van de vergunning, de hiernavolgende lasten op:
LAST 1 – Aanleg openbare weg en riolering
Als vergunninghouder ben je verplicht om de openbare weg bij het project aan te leggen op eigen kosten. Ook de riolering hoort daarbij, zoals aangegeven op de plannen en eventueel aangepast aan de voorwaarden. Voor dit project omvat dit volgende onderdelen:
De aanleg van het nieuwe deel woonerf:
De verplaatsing van het deel fietspad dat over privaat domein loopt (en op de plannen verkeerdelijk staat als “heraanleg ten laste van de Stad”:
De opbraak van de openbare riolering tot de grens openbaar/privaat (streng links):
TECHNISCH DOSSIER
De Stad Gent en Farys stellen minimale kwaliteitseisen aan de technische uitvoering van de werken. Zij zijn immers de toekomstige eigenaars-wegbeheerder en beheerder van het openbaar domein. Het gaat bijvoorbeeld om de materiaalkeuze en de samenstelling van de fundering. Daarom vraagt Stad Gent om een technisch dossier op te stellen.
Je vraagt de vereisten waaraan deze plannen en documenten moeten voldoen, op bij de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen. Ze moeten ook aan het standaardbestek SB 250 (laatste geldende versie - model Gent) voldoen.Het technisch dossier moet zeker volgende zaken bevatten:
Deze zaken zijn waar nodig aangepast aan de voorwaarden uit de vergunning.
Maak het dossier digitaal over aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen. Deze dienst bezorgt dit dossier aan de andere betrokken diensten voor nazicht.
Deze diensten kunnen hierop opmerkingen geven, aanbevelingen doen en aanpassingen vragen.
Als vergunninghouder heb je er alle belang bij om de aanbevelingen van de technische diensten na te leven en de gevraagde aanpassingen door te voeren.
Je bent verplicht de lasten in natura financieel te waarborgen (voor meer details zie verder).
De omvang van de borg wordt bepaald op basis van het technisch dossier. De uiteindelijke waarborg zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan het college van burgemeester en schepenen.
Je mag de werken pas starten nadat
1° het technisch dossier volledig beantwoordt aan de aanbevelingen van de Stad Gent en de betrokken diensten, en
2° de waarborg door het college van burgemeester en schepenen is aanvaard.
Zo zorgen we er samen voor dat de geplande rioleringswerken, wegenwerken of de groenaanleg, na uitvoering voorlopig kunnen opgeleverd worden en we de waarborg kunnen vrijgeven.
AANBESTEDING OF ONDERHANDSE OVEREENKOMST
Het technisch dossier dient als basis voor de aanbesteding of onderhandse overeenkomst.
Eenmaal je een aannemer hebt aangeduid, leg je dit voor aan de Stad Gent. Hiervoor maak je een kopie van de inschrijving over aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen en de Groendienst.
START VAN DE WERKEN
Je meldt de start van de werken van je bouwproject in het Omgevingsloket.
Deel de aanvangsdatum van de werken die betrekking hebben op het bestaand of toekomstig openbaar domein minstens 14 kalenderdagen vooraf mee aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen.
Je belegt vooraf een startvergadering met de ontwerper, de aannemer en het stadsbestuur (Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Farys en de Groendienst).
WEGGRENZEN UITZETTEN
Vóór de start van de wegen- en rioleringswerken moet je als vergunninghouder de weggrenzen ter plaatse uitzetten met voldoende en duidelijk zichtbare tekens. Deze afpaling op het terrein zet je om in een ‘uitzetplan’ dat je aan Projectbureau Ruimte voorlegt ter goedkeuring.
PLAN VAN GRONDOVERDRACHT
Uiterlijk 60 kalenderdagen voor de voorlopige oplevering leg je een ‘plan van grondoverdracht’ voor de kosteloze grondafstand voor aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen ter goedkeuring. Dit ‘plan van grondoverdracht’ moet exact overeen komen met het vergunde rooilijnplan.
De technische vereisten waaraan het plan van grondoverdracht moet voldoen, vind je hier. Bij vragen hierover kan je terecht bij Dienst Vastgoed.
VERKEERSBORDEN, STRAATMEUBILAIR EN WEGMARKERINGEN
Als vergunninghouder moet je, op eigen kosten, de nodige verkeersborden en straatmeubilair, zoals paaltjes, laten leveren en plaatsen. Je brengt eveneens de nodige wegmarkeringen aan, zowel aan de wegen binnen de vergunning als aan de bestaande, aanpalende wegen, volgens de aanduidingen van het IVA Mobiliteitsbedrijf van de Stad Gent.
Je kan de opmaak van een signalisatieplan aanvragen bij het Mobiliteitsbedrijf van zodra het technisch dossier volledig beantwoordt aan de aanbevelingen van de Stad Gent/Farys.
In de e-mail naar het Mobiliteitsbedrijf geef je mee wanneer de voorlopige oplevering gepland is. Voor het opmaken van een goedgekeurd signalisatieplan geldt immers een zekere doorlooptijd, wat betekent dat de aanvraag minstens 5 maanden voor de voorlopige oplevering moet gebeuren.
Bij je aanvraag stuur je alle nodige informatie over de geplande heraanleg mee: een gegeorefereerd PDF- en DWG-bestand van het grondplan met daarop aangeduid de eventuele geplande paaltjes (met vermelding van het type) en laadpalen, de route(s) en draaicirkels voor de voertuigen van de brandweer en IVAGO, info over welke weggebruikers welke wegsegmenten wel/niet mogen gebruiken, aanleg conform (woon)erf is (indien van toepassing) en alle andere informatie die nodig is voor de opmaak van het signalisatieplan.
AS-BUILT DOSSIER
Voor de voorlopige oplevering moet je als vergunninghouder een as-built dossier opmaken op eigen kosten. Onder as-built dossier verstaan we meer dan enkel het ‘plan’.
Het bevat minstens volgende zaken:
* Enkel het as-built plan dien je in bij Informatie Vlaanderen. De voorlopige oplevering kan pas doorgaan als er een schriftelijke goedkeuring van Informatie Vlaanderen is over de conformiteit aan het Grootschalig Referentie Bestand of Basiskaart Vlaanderen (GRB).
AFSLUITING WERF
Zolang de openbare weg, de riolering en het openbaar groen niet voorlopig zijn opgeleverd moet de werf afgesloten blijven met een voldoende en stevig hekwerk. Tot zolang duid je de straten aan met een verkeersbord ‘privaat’, en dit aan alle toegangen.
OPLEVERING
Je voert de wegen- en rioleringswerken en de groenaanlegwerken in principe in één geheel uit. De afgewerkte weg, de riolering en het openbaar groen worden voorlopig en definitief opgeleverd in aanwezigheid van de Stad Gent in functie van een latere kosteloze afstand aan de Stad Gent.
De werken (wegen, riolering en openbaar groen) worden in 1 keer opgeleverd.
De termijn tussen de voorlopige en de definitieve oplevering bedraagt 3 jaar en gaat in op datum van de voorlopige oplevering. In die periode valt het groenonderhoud ten laste van jou als vergunninghouder.
De Stad Gent neemt het onderhoud van het openbaar groen over vanaf de definitieve oplevering van de werken.
EINDE VAN DE WERKEN
Nadat de openbare weg is aangelegd en de rioleringswerken zijn uitgevoerd, laat je dit weten aan de Dienst Wegen Bruggen en Waterlopen. De beëindiging van de groenaanleg deel je mee aan de Groendienst.
CONTACTGEGEVENS
LAST 3 – Aanleg van nutsvoorzieningen
Als vergunninghouder ben je verplicht om nieuwe nutsvoorzieningen naar en in het project aan te leggen op eigen kosten en/of om bestaande nutsvoorzieningen aan te passen.
Het is verplicht om minimaal volgende nutsvoorzieningen aan te leggen:
Je volgt daarbij strikt de voorwaarden uit de adviezen van de nutsbedrijven.
Je staat zelf in voor de kosten en lasten van het installeren van de openbare verlichting. Dit gebeurt volgens de richtlijnen van de Stad Gent en Fluvius. De Stad Gent neemt bij overdracht van het openbaar domein immers ook het beheer van de verlichting over.
Je vraagt direct na het bekomen van de vergunning advies bij de lichtcel, via openbareverlichting@stad.gent.
Je plaatst de openbare verlichting conform het Lichtplan van de Stad Gent. Alle info over het Lichtplan is te raadplegen via www.stad.gent/gentverlicht.
Voor je start met de werken, vraag je bij de nutsmaatschappijen die in de voorwaarden bij deze vergunning vermeld zijn, een offerte op om de omvang van de te stellen waarborg te bepalen. De nutsmaatschappij laadt die offerte op op het omgevingsloket.
LAST 4 – Kosteloze grondafstand
Binnen het jaar na de definitieve oplevering draag je de openbare weg met uitrusting en het openbaar groen kosteloos over aan de Stad Gent.
De Stad Gent controleert het plan van grondoverdracht (zie hoger) zowel digitaal als op het terrein alvorens de definitieve oplevering kan plaatsvinden. Eenmaal het plan van overdracht conform verklaard is, ben je verplicht de prekadastratie (= voorafgaande perceelsidentificatie) ervan aan te vragen.
Een notaris van je keuze maakt vervolgens het conform verklaarde plan in analoge versie, samen met een ontwerp van de akte, over aan de Dienst Vastgoed, Sint-Salvatorstraat 16, 9000 Gent, voor nazicht en goedkeuring door de gemeenteraad.
Na goedkeuring door de gemeenteraad zal een notaris van je keuze de akte verlijden. Alle kosten met betrekking tot deze akte (opmaken, verlijden, registreren, overschrijven, ...) zijn ten laste van jou als vergunninghouder.
Oordeelt dat, op basis van het stedenbouwkundig advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar dat bij dit besluit is gevoegd, de aanvraag nr. OMV_2025021307 voor gronden aan Johannes Hartmannlaan voor vergunning in aanmerking komt.
Het Geuzenhuis is in de eerste plaats hét ontmoetingscentrum voor vrijzinnig humanisten in Gent. Ze profileren zich als een open huis, waar iedereen welkom is.
Zij bieden een uitgebreid gamma van activiteiten aan, waarbij de focus ligt op filosofie, kritisch denken, debat en zingeving vanuit een vrijzinnig-humanistische levenshouding (oa. het filosofisch ideeënfestival Nacht van de Vrijdenker).
Het Geuzenhuis is tegelijkertijd een informatiepunt.
Om deze werking in de toekomst te kunnen verderzetten en uitbreiden wordt de subsidieovereenkomst algemene werking van het Vrijzinnig Centrum Geuzenhuis met Vrijzinnig Centrum Geuzenhuis vzw, Kantienberg 9, 9000 Gent, opgemaakt voor de periode van 3 jaar, waarbij een subsidie wordt toegekend van 578.102 euro.
Huidige overeenkomst gaat in op 1/1/2026 en eindigt op 31/12/2028. Deze subsidieovereenkomst kan, na een gunstige evaluatie van de samenwerking, worden verlengd.
Door het afsluiten van deze subsidieovereenkomst vervalt ook de beslissing voor een tijdelijke verlenging van de lopende subsidieovereenkomst tot 30 juni 2026 zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 23 juni 2025; er wordt voorgesteld om de tijdelijke verlenging op te heffen.
| Budgetplaats | 354400000 |
| Categorie* | E |
| Subsidiecode | niet-relevant |
| 2026 | 170.008 |
| 2027 | 192.298 |
| 2028 | 196.144 |
| 2029 | 19.652 |
| TOTAAL | 578.102 |
Heft op de beslissing houdende de tijdelijke verlenging tot 30 juni 2026 van de subsidieovereenkomst tussen Stad Gent en Geuzenhuis vzw zoals goedgekeurd door de gemeenteraad bij besluit nummer 00663 van 23 juni 2025.
De gemeenteraad heeft gedurende de laatste legislatuur het retributiereglement met betrekking tot 'retributie voor diensten verstrekt in De Zwarte Doos' verscheidene keren gewijzigd.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een financiële tussenkomst te vragen aan diegenen die een specifieke dienstverlening aanvragen die wordt aangeboden door het Stadsbestuur van Gent. In die zin komt de continuïteit van de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
Voorgesteld wordt om de tarieven aan te passen aan de gemiddelde kostprijs van de dienstverlening, rekening houdende ook met de recente inflatie. De tarieven worden daarna jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een indexeringsformule, gebaseerd op de gezondheidsindex. Zo volgen de tarieven automatisch de inflatie.
Andere aanpassingen
Artikel 1
Artikel 2
Archief Gent en Dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg zijn belast met de uitvoering van dit reglement.
De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2026.
Wijzigt het reglement 'Retributie voor diensten verstrekt in De Zwarte Doos' zoals aangegeven in het document in bijlage.
De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2026.
Neemt kennis van de gecoördineerde versie van het reglement 'Retributie voor diensten verstrekt in De Zwarte Doos' zoals gevoegd in bijlage.
In de zitting van 24 november 2025 heeft de gemeenteraad de statutenwijziging van AGB Kunsten en Design goedgekeurd en dit met ingang van 1 januari 2026. Hiermee wijzigt men de naam van AGB Kunsten en Design naar AGB Kunsten en Erfgoed, die ook de activiteiten van AGB Erfgoed zal overnemen en de activiteiten van Historische Huizen Gent zal opnemen.
Hierdoor wordt het retributiereglement van AGB Kunsten en Erfgoed uitgebreid met de toegangstarieven van het STAM, Industriemuseum en Huis van Alijn en alle daarbij horende entiteiten en dienstverlenging bepaald in de gewijzigde statuten van het AGB Kunsten en Erfgoed Gent. Ook wordt het huidige reglement uitgebreid met de toegangstarieven van het Gravensteen, Sint- Pietersabdij, Belfort en alle daarbij horende entiteiten en dienstverlening die ressorteren onder Historische Huizen Gent en alsdanig benoemd zijn in de gewijizigde statuten van het AGB Kunsten en Erfgoed Gent.
De tarieven van zowel AGB Erfgoed, AGB Kunsten en Design als IVA Historische Huizen Gent zijn het laatst gewijzigd met ingang van 1 juli 2023. Om uitvoering te geven aan de implicaties van het MJP 2026-2031, worden de tarieven aangepast op basis van de geldende groeivoeten. Dit komt neer op een algemene prijsverhoging van 8.61%, 2%. 2 %, met ingang vanaf 1 januari 2026. Daarnaast worden de tarieven herzien in functie van een verminderde dotatie aan het AGB Kunsten en Erfgoed Gent.
Dit betekent dat het standaardtarief, dat wordt afgerond op 0,5 euro, voor alle huizen verhoogd wordt met 2 euro, met uitzondering van Design Museum en Industriemuseum waar het 3 euro stijgt. De heropening van het Design Museum, met een nieuwe vleugel en een derde meer bezoekbare oppervlakte met nieuwe vaste opstelling, verdedigt deze prijszetting. Ook voor het Industriemuseum zal voortaan een standaardtarief van 13 euro gelden en dit omdat het museum een inhaalbeweging kan maken nadat het al jarenlang sterk geëvolueerd is op het vlak van ontsluiting en publiekswerking.
De vrijstelling op zondagmorgen voor inwoners van Gent wordt gevraagd te wijzigen naar een volledige zondag tijdens de eerste zondag van de maand én ook tijdens de eerste donderdagavond van de maand, wanneer de musea later open zijn tijdens Late Donderdag. Op die manier kan er voor een spreiding gezorgd worden aan de inwoners van Gent om de musea te bezoeken, zodat elke doelgroep een geschikt moment vindt om gratis naar het museum te komen. Om voldoende communicatietijd te voorzien om de inwoners te communiceren over de tariefswijziging, wordt een overgangsperiode ingebouwd, waardoor gevraagd om dit pas in voege te laten treden vanaf 1 februari 2026.
Op haar bijeenkomst van 26 november 2025 heeft de raad van bestuur van het AGB Kunsten en Design goedkeuring gegeven aan de grondregels voor tarifering die gehanteerd worden bij het uitwerken van de tarieven en tariefstructuren voor de prestaties die het levert. Dit ter uitvoering van artikel 19, e, uit de huidige beheersovereenkomst tussen AGB Kunsten en Design en Stad Gent, die vanaf 1 januari 2026 rechtsgeldig is voor het AGB Kunsten en Erfgoed Gent en al haar entiteiten.
Aan de gemeenteraad wordt daarom gevraagd de tarieven te wijzigen zodat dit de volgende maximumtarieven worden vanaf 1 januari 2026
Keurt goed het afsprakenkader voor de tarieven van het AGB Kunsten en Erfgoed Gent met ingang op 1 januari 2026 , zoals gevoegd in bijlage.
De gemeenteraad wijzigde laatst op 23 juni 2025 het 'Centrumreglement voor het Centrum voor Volwassenenonderwijs Gent'.
Door de verplichting tot e-facturatie wordt de facturatieflow van enkele artikels van het CVO Gent in SAP voorzien vanaf januari 2026 en is er een wettelijke rechtsgrond nodig voor de verdere invordering. Door het 'Centrumreglement voor het Centrum voor Volwassenenonderwijs Gent' ook als retributiereglement te benoemen, is die wettelijke rechtsgrond in orde.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de titel van het 'Centrumreglement voor het Centrum voor Volwassenenonderwijs Gent' uit te breiden naar het 'Centrum- en retributiereglement voor het Centrum voor Volwassenenonderwijs Gent'.
Deze wijziging treedt in werking op 1 januari 2026.
Wijzigt met ingang van 1 januari 2026 de titel van het 'Centrumreglement voor het Centrum voor Volwassenenonderwijs Gent' naar het 'Centrum- en retributiereglement voor het Centrum voor Volwassenenonderwijs Gent'.
Neemt kennis van de gecoördineerde tekst van het 'Centrum- en retributiereglement voor het Centrum voor Volwassenenonderwijs Gent' zoals gevoegd in bijlage.
- Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 12, 2° en 14
- Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 12, 2° en 14
- Het lokaal en Provinciaal kiesdecreet van 8 juli 2011
Op 8 januari 2025 deelde raadslid Elke Sleurs schriftelijk aan de voorzitter van de gemeenteraad mee dat zij verzoekt om verlof conform artikel 12, 3° van het decreet lokaal bestuur (verhindering omwille van palliatief verlof of verlof voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek familielid tot en met de tweede graad of van een zwaar ziek gezinslid), en dit voor een periode van twaalf maanden. Zij heeft daartoe een verklaring op erewoord overgemaakt waarin zij zich bereid verklaart om bijstand of verzorging te verlenen.
Op 4 december 2025 diende Elke Sleurs opnieuw een verklaring op eer in, gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad, waarin ze verzoekt voor een verlenging van de verhindering. Ze verzoekt de verhindering te laten lopen tot en met 31 december 2026.
Overeenkomstig artikel 70 van het decreet over het lokaal bestuur, houdt de verhindering als gemeenteraadslid van rechtswege ook de verhindering als lid van de raad voor maatschappelijk welzijn in.
Het gemeenteraadslid dat als verhinderd wordt beschouwd, wordt vervangen door zijn opvolger. Die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het lokaal en Provinciaal kiesdecreet van 8 juli 2011. Raadslid Elke Sleurs werd met ingang van 27 januari 2025 vervangen door Pascal Vlaeminck.
Aangezien Elke Sleurs een verlenging van de verhindering heeft aangevraagd, wordt het tijdelijk mandaat als gemeenteraadslid van Pascal Vlaeminck verlengd tot en met 31 december 2026.
Overeenkomstig artikel 68 van het Decreet over het lokaal bestuur, blijft Pascal Vlaeminck door zijn aanstelling als gemeenteraadslid van rechtswege lid van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Neemt kennis van de verlenging van de verhindering van raadslid Elke Sleurs wegens verlof conform artikel 12, 3° decreet lokaal bestuur (verhindering omwille van palliatief verlof of verlof voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek familielid tot en met de tweede graad of van een zwaar ziek gezinslid) tot en met 31 december 2026.
Duidt Pascal Vlaeminck aan als vervanger van raadslid Elke Sleurs en dit tot en met 31 december 2026.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 32.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de notulen door de algemeen directeur worden opgesteld en dat die notulen in de eerstvolgende vergadering ter goedkeuring moeten worden voorgelegd.
Elk lid van de vergadering heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
De notulen zijn te vinden in de interne toepassing eBesluitvorming bij de zittingen van de gemeenteraad van 24 en 25 november 2025 onder 'Publicaties' (link: https://ebesluitvorming.stad.gent/vergadering/14439)
Keurt de notulen goed van de vergaderingen van de gemeenteraad van 24 en 25 november 2025.