Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°.
De Grondwet, artikel 170;
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2.
1. Belast voorwerp
Het belastingreglement voorziet in een aanslag voor de inname van het openbaar domein voor het uitvoeren van werken, ofwel de 'werven'. Dit omvat elke inname van het openbaar domein voor de uitvoering van werken waarvoor een vergunning of andere toelating van de Stad Gent vereist is.
Een niet-limitatieve opsomming moet dit begrip verduidelijken: steigers, werfinrichtingen, bouwkranen, bouwliften, dakliften, hoogtewerkers, werfafsluitingen, werfketen, werftoiletten, stroomgroepen, opslag van materieel of materiaal, gevelschoring, big-bags, puincontainers, betonmolens, betonbakken, silo’s en de zone aangeduid door parkeerverbodsborden. Uiteindelijk is het gebruik bij het uitvoeren van werken van belang. Containers waarin een activiteit verder wordt uitgevoerd bij verhindering daarvan op de normale locatie door werken, worden uitdrukkelijk ook als werf beschouwd. Het is verantwoord voor deze innames een bijkomende vergoeding te vragen. Waar de inname specifiek voor werken een positief effect heeft op de uitstraling van de stad (na afloop van de werken althans), kan door een financiële prikkel de belastingplichtige ertoe aangezet worden de inname in oppervlakte en duur zoveel mogelijk te beperken en op die manier mee te zorgen voor Minder Hinder. Werven op het openbaar domein zorgen immers voor (verkeers)hinder voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en/of personenwagens.
Werken aan en in het openbaar domein zelf zijn uitgesloten van deze belasting. Het is niet mogelijk het openbaar domein waaraan gewerkt moet worden, niet in gebruik te nemen. Bovendien wordt voor werken aan nutsvoorzieningen in de openbare weg al een aparte retributie gevraagd.
Innames op de waterwegen worden eveneens uitdrukkelijk uitgesloten van de toepassing van het reglement. Deze innames zijn aanzienlijk minder hinderlijk dan de innames op de wegen te lande, zodat een verplaatsing van werfvervoer en -inname naar de waterweg tegemoet komt aan het nevendoel van de belasting en een belasting deze verplaatsing zou afremmen.
2. Belastingplichtige en tarief
De belasting is verschuldigd door de bouwheer van de werken. Deze heeft immers het overzicht over de verschillende aannemers (of heeft iemand aangesteld om dit in zijn naam en voor zijn rekening te doen) en kan bij de contractuele onderhandelingen de inperking van de inname bedingen. Bovendien blijft de bouwheer dezelfde voor de hele duur van de werf, terwijl aannemers mekaar kunnen afwisselen binnen één en dezelfde werf. Aannemers die zichzelf als bouwheer aanduiden op de aanvraagformulieren, worden onherroepelijk als bouwheer aangeduid. Van een aannemer mag een professionaliteit en aandacht verwacht worden, waardoor later (naar aanleiding van de belasting) geen discussie meer moet gevoerd worden over hun eigen vermeldingen.
Is de bouwheer niet gekend (bijvoorbeeld omdat geen vergunning werd aangevraagd), dan wordt de eigenaar (of andere houder van een zakelijk recht) van het perceel waaraan de bouwwerken plaatsvinden als belastingplichtige aangeduid. Meestal zal dit de bouwheer zijn, minstens zal de bouwheer in samenspraak met deze eigenaar handelen. In voorkomend geval kan de belasting verdeeld worden over de mede-eigenaars naar evenredigheid van hun aandeel eigendom.
De belasting wordt berekend in functie van de ingenomen oppervlakte en de duur van de inname. Daarbij is er een weerlegbaar vermoeden dat de periode en oppervlakte overeenstemmen met deze voorzien in de vergunning(en). Latere startdatum of vroegere beëindiging van de werf kan maar in rekening worden gebracht na verzoek tot wijziging van de vergunning aan de administratie. Bij de planning van werken en andere innames, houdt de administratie immers rekening met de haar gekende innames zoals zij ze vergund heeft. De door de bouwheer gereserveerde oppervlakte blijft hem toegewezen in de planning, ook al maakt hij er geen gebruik van. Hij blijft dus hinder veroorzaken. Indien er een grotere oppervlakte wordt vastgesteld, neemt de oppervlakte bepaald in het proces-verbaal voorrang op de oppervlakte bepaald in de vergunning.
Het tarief per vierkante meter, is groter voor grotere werven. Daarmee wordt uiting gegeven aan de toegenomen hinder. Voor kleine werven (<15m²) is een dagforfait voorzien. Daarnaast kunnen twee hindertoeslagen van toepassing zijn. Enerzijds is er een toeslag per dag naargelang het aantal meter ingenomen parkeerplaats. De inname van parkeerplaatsen voor werven creëert immers bijkomende parkeerdruk in de omgeving en dus extra hinder voor omwonenden en bezoekers. Het is daarbij niet belangrijk of de parkeerplaats al dan niet betalend is, gezien de omwonenden in een betalende zone doorgaans over een parkeerkaart beschikken en de hinder dus nagenoeg gelijk is. Anderzijds is er een toeslag per dag voor doorstromingshinder of omleidingen. Doorstromingshinder zorgt er immers voor dat voetgangers en fietsers een extra fysieke inspanning moeten leveren, gemotoriseerd verkeer moet dan weer een omweg maken die voor extra uitstoot in de stad zorgt.
Werven zonder vergunning zijn bij de administratie niet gekend (totdat zij bij controle worden opgemerkt). Zij kan er in de planning van andere innames dan ook geen rekening mee houden. Daardoor worden mogelijk onuitvoerbare vergunningen toegekend, of ontstaat ongeplande verkeershinder. Om die reden zijn die onvergunde innames extra hinderlijk, en worden die bij detectie aan een hoger tarief belast. Deze verhoging is om dezelfde redenen eveneens van toepassing op de parkeertoeslag en de toeslag wegens doorstroomhinder.
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken. De administratie bereidt echter een grondige herziening van dit belastingreglement voor, waarop in 2026 volop zal worden ingezet.
3. Vrijstellingen
Er is een vrijstelling voorzien voor de eerste kalenderdag van de werf, te rekenen vanaf de startdatum vermeld in de vergunning. Deze vrijstelling is bedoeld als toegift naar de bewoners die heel kleine onderhoudswerken aan hun woning moeten uitvoeren. Tegelijk betekent de vrijstelling een aansporing om de werven zo maximaal mogelijk te beperken, waardoor zij gratis zijn. In het kader van deze vrijstelling wordt gesproken van een nieuwe werf (en een nieuwe vrijstelling) wanneer er minstens 3 maanden geen inname is geweest. Om doorstroomhinder extra te ontraden, is de vrijstelling op die toeslag niet van toepassing. Werven zonder vergunning gestart, zijn extra hinderlijk - want er kan geen rekening mee gehouden worden in de planning - en zijn dus ook uitgesloten van de vrijstelling.
Verder is er een vrijstelling van de belasting voor de innames door de leden van Kerngroep Gent en door de Gentse Kerkfabrieken. Groep Gent is het geheel van publiekrechtelijke organisaties die specifiek actief zijn op het grondgebied van de stad Gent en waarvan de doelstellingen en activiteiten volledig of voor een significant deel voortvloeien uit het Strategisch Meerjarenplan zoals goedgekeurd door de democratisch verkozen organen van de Stad zoals opgenomen in het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 20 oktober 2016. Stad Gent is, samen met haar partners, bij uitstek gelast met het uitvoeren van haar beleidsdoelstellingen omtrent stedelijke ontwikkeling, mobiliteit en stadsplanning. Om deze doelstellingen te verwezenlijken zal Stad Gent haar beleid volgen en met andere woorden andere middelen aanwenden dan de betrokken belasting. Het heffen van een belasting in hoofde van Stad Gent (en haar partners) heeft ook geen nut, aangezien het heffen van de belasting er toe zou leiden dat men zichzelf een belasting betaalt. Dit zou resulteren in een vestzak-broekzak transactie, wat tot een nuloperatie leidt. Eenzelfde redenering gaat op voor de ergekende erediensten, waarvoor Stad Gent immers verplicht is tekorten bij te passen conform het Decreet betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
Een gelijkaardige vrijstelling is van toepassing wanneer de inname plaatsvindt in het kader van een sociaal woonproject. Dergelijke projecten worden opgezet om te voorzien in de huisvesting van gezinnen of alleenstaanden of om hun woonsituatie te verbeteren. Het behoort tot de beleidsdoelstellingen van Stad Gent om te voorzien in een voldoende sociaal woonaanbod. Om de realisatie van sociale huisvesting door private initiatiefnemers en ontwikkelaars (en alternatieve uitvoeringswijzen) extra te stimuleren is het wenselijk om dergelijke innames, die per definitie aanleiding geven tot een groter sociaal woonaanbod, vrij te stellen van de belasting. Gelet op de doelstelling van deze vrijstelling is, ingeval de inname plaatsvindt in het kader van een gemengd bouwproject, slechts pro rata van toepassing in verhouding tot de bruto vloeroppervlakte.
Voor de definiëring van een sociaal woonproject wordt verwezen naar het Vlaams Codex Wonen, meer bepaald artikel 1.3, §1, 70° VCW. Met deze definitie wordt de vrijstelling beperkt tot ‘zuivere’ sociale woonprojecten: enkel sociale huurwoningen die in eigendom of in huur komen van Thuispunt Gent, eventueel verweven met een gemeenschapsfunctie. De meeste projecten zullen door Thuispunt Gent gerealiseerd worden, maar ook andere initiatiefnemers (sogent, private ontwikkelaars, …) die sociale huurwoningen realiseren om aan Thuispunt Gent te verkopen of te verhuren worden niet uitgesloten.
De vrijstellingen voorzien voor innames door de leden van Groep Gent, door de Gentse Kerkfabrieken en door sociale woonprojecten zijn beperkt tot de eerste drie aanslagjaren Er wordt daarmee een evenwicht gezocht tussen twee beleidsdoelstellingen, met name het Minder Hinder beleid en het Woonbeleid/Patrimoniumbeheer.
Team Belastingen Economie+ is belast met toezicht op en de uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Economie+ |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7361000 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 4.353.394 |
| 2027 | 4.579.683 |
| 2028 | 4.705.272 |
| 2029 | 4.835.074 |
| 2030 | 4.969.256 |
| 2031 | 5.107.996 |
| Totaal | 28.550.675 |