Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
De belasting op het openhouden van drankslijterijen na het gewoon sluitingsuur werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
1. Belast voorwerp
Als belastbaar feit wordt omschreven het openhouden van een drankgelegenheid na het sluitingsuur bepaald in het betrokken politiereglement (na 1u). Als een drankgelegenheid wordt beschouwd een publieke inrichting waar alcoholische dranken ter plaatse kunnen worden genuttigd.
Het zijn immers deze uitbatingen die, door het aantrekken van consumenten op nachtelijke uren, het risico verhogen op overlast. Zij veroorzaken dan ook specifieke kosten inzake toezicht en controle.
Het betreft hoofdzakelijk de drankgelegenheden die nog na het gewoon sluitingsuur open blijven. Ook eetgelegenheden (restaurants, frituren) die gedurende (een deel van) de nacht openblijven en alcoholische dranken verkopen of serveren vallen onder het belastingreglement . Fabrieken en andere productiefaciliteiten met nachtdienst staan niet open voor de consument, en vallen dus buiten de toepassing van dit belastingreglement. Een normale nachtdienst kent een gezamenlijk aankomen en vertrekken van werknemers, met daartussen geen noemenswaardige overlast voor de omgeving, anders dan bij handel en diensten waar de consument vrij in en uit loopt. Voor detailhandel waar na 1u alcoholische dranken verkocht worden, is het belastingreglement op nachtwinkels van toepassing.
Er zijn een aantal vrijstellingen voorzien voor specifieke uitbatingen waar de opening tussen 1u en 5u onlosmakelijk verbonden zijn met de activiteiten en als minder storend of risicovol wordt ingeschat (zie punt 3. vrijstellingen).
Het startuur van 1u is verantwoord door de bijkomende vergunning/melding die de meeste drankgelegenheden nodig hebben om na 1u te mogen openblijven conform het politiereglement van 21 maart 1977 op het sluitingsuur van drankgelegenheden en het openhouden van die gelegenheden na het gewoon sluitingsuur. Het is logisch, wanneer voor deze drankgelegenheden bijkomende toelating nodig is om na 1u open te blijven, dat dit is omdat verder openblijven na 1u als storend wordt ervaren.
2. Belastingplichtige en tarief
De belastingplichtige is de uitbater van de vestiging die tussen 1u en 5u toegankelijk is.
De eigenaar van het gebouw wordt hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van de belasting, om deze mee te responsabiliseren voor het gebruik dat van zijn gebouw wordt gemaakt. De eigenaar/verhuurder staat immers een bepaald gebruik van zijn gebouw toe, waarvan hij zich bewust moet zijn dat dit een verhoogd risico tot overlast oplevert.
Voor de horeca-uitbatingen die uitdrukkelijk gekozen hebben voor een sluitingsuur na het gewoon sluitingsuur van drankgelegenheden, wordt eveneens een vermoeden ingesteld dat zij ook effectief na 1u open zijn.
Wanneer een permanente vergunning wordt opgestart of stopgezet in de loop van het aanslagjaar, wordt de belasting pro rata berekend op basis van het aantal maanden waarvoor de vergunning geldt. Elke begonnen maand wordt beschouwd als een volledige maand.
De uitbater die gedurende het belastingjaar al de belasting betaalde voor het permanent openhouden, betaalt voor dat aanslagjaar geen nieuwe belasting op het openhouden wanneer die exploitatie verhuist.
De tarieven behouden een afwijkend tarief voor occasionele nachtopeningen, waarbij gekozen wordt voor een tarief dat vanaf 4 nachten het gewoon tarief voordeliger maakt. Dit moedigt de uitbaters aan een duidelijke keuze te maken, en vermindert de administratieve last van de verwerking van het reglement.
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
3. Vrijstellingen en vermindering
In bepaalde periodes van feestelijkheden, is er een algemene sfeer van toegelaten ‘overlast’, waar de nachtelijke openingsuren van bepaalde uitbatingen evenzeer het gevolg als de oorzaak zijn. Gezien deze feesten voor een sociale samenhang zorgen, moeten zij worden aangemoedigd en kan voor occasionele nachtelijke openingen tijdens deze periodes, een vrijstelling worden ingesteld.
Het gaat dan om de nachtelijke openingen tijdens de Gentse Feesten, bij kerst- en oudejaarsavond, en bij de traditionele feesten van vastenavond of halfvasten. Dit zijn allen volksfeesten die in heel Gent tijdelijk voor nachtlawaai zorgen, maar die deel uitmaken van de sfeer van de stad en zorgen voor sociale samenhang.
Op kleinere schaal kan hetzelfde gezegd worden van de wijkkermissen en buurtfeesten, zij het dat de vrijstelling in die periodes beperkt moet worden tot de straten waar de festiviteiten plaatsvinden.
Gedurende de aanslagjaren 2020 en 2021 werd telkens in diverse aparte gemeenteraadsbesluiten, een pro rata vrijstelling verleend van deze jaarlijkse belasting voor de maanden waarin door de federale overheid een algemeen sluitingsuur voor de cafés werd opgelegd, dat vroeger ligt dan 1 uur. Ook begin 2022 was dit vervroegd sluitingsuur nog van toepassing. De coronacrisis heeft geleerd dat het moeilijk is federale maatregelen te voorspellen.
Ongeacht de reden is het gerechtvaardigd om de belasting te verlagen als een algemene maatregel van een hogere overheid het belastbaar feit verhindert. De regeling die oorspronkelijk als coronamaatregel was ingevoerd, kan daarom in algemene termen worden voortgezet. Er werd met ingang van 2022 voorzien in een vrijstelling, waarbij een aanvullende vrijstelling wordt toegestaan die overeenkomt met de periode waarin de verplichting om vroeger te sluiten van kracht is.
Er wordt ook een vrijstelling toegekend voor exploitanten voor wie de drankgelegenheid een onderdeel vormt van door de Stad Gent betoelaagde activiteiten. Voor deze exploitanten, zoals jeugdhuizen en de uitbaters van ontmoetingscentra, vormt de belasting een vermindering van de door de stad toegekende subsidie, waardoor een vestzak-broekzak operatie ontstaat waarbij de uitbater de belasting betaalt met de subsidie.
Team Belastingen Economie+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Economie+ |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7340700 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 288.322 |
| 2027 | 303.497 |
| 2028 | 309.567 |
| 2029 | 315.758 |
| 2030 | 322.073 |
| 2031 | 328.515 |
| Totaal | 1.867.732 |