Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en artikel 41, 9° en 14°
De Grondwet, artikel 170;
De belasting op de pompen werd voor het laatst door de gemeenteraad goedgekeurd tot en met aanslagjaar 2025.
Gelet op de financiële nota van het meerjarenplan van de Stad Gent en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen aan alle belanghebbenden op het grondgebied van de Stad Gent. In die zin komt de continuïteit van de werking van de stadsdiensten en de dienstverlening - ook op lange termijn - niet in het gedrang.
1. Belast voorwerp
Als belastbaar feit wordt omschreven de pompen die voor het bedelen van brandstof voor motorvoertuigen geplaatst zijn palende aan of op de openbare weg of op privaatterrein.
Deze inrichtingen worden belast vanwege het verhoogd milieurisico bij het bewaren en verplaatsen van gevaarlijke stoffen dat zij inhouden. De brandstofslangen van deze stoffen – waarbij een tijdelijke koppeling gemaakt wordt en zich dus meer risico op morsen voordoet – verhogen het risico dat deze stoffen zich ongewenst in de natuur verspreiden.
Als een brandstofslang wordt beschouwd: een leiding waarmee de brandstof naar het voertuig geleid wordt, ongeacht de aanwezigheid van een pomp.
2. Belastingplichtige en tarief
De belasting is in eerste instantie verschuldigd door de eigenaar van de pompen. Hij is immers degene die beslist tot de noodzaak van opslagplaatsen en verdeelslangen, en die er bij de exploitatie van de vestiging de vruchten van plukt. Wanneer deze persoon geen aangifte heeft gedaan zoals bepaald in dit reglement en niet gekend is, is de belasting verschuldigd door de vergunninghouder. De eigenaar en de vergunninghouder zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
De belasting wordt gevestigd op basis van de aanwezige brandstofslangen.
Vanuit een stimulering van duurzame stedelijke leefbaarheid en minder uitstoot van schadelijke stoffen, in lijn met de klimaatdoelstellingen die de stad voor zichzelf heeft gesteld, is het verantwoord om bijkomend een differentiatie toe te passen op basis van de aard van de brandstof die via de slang bedeeld wordt.
Diesel heeft door de uitstoot van CO² en kleine stofdeeltjes bij verbranding de grootste impact op de nabije (lokale) omgeving en kan daarom in de hoogste tariefcategorie ingedeeld worden. Benzine heeft een iets lagere CO² uitstoot per liter en is minder schadelijk wat kleine stofdeeltjes betreft, zodat hier in een lager tarief kan worden voorzien. Voor aardgas en LPG, die in een nog schonere verbranding met lagere CO²-uitstoot resulteren, kan het laagste tarief voorzien worden.
De tarieven worden voor de volledige geldigheidsduur van de belasting voorzien, aan de hand van een verwachte inflatie van 2%. Halverwege de geldigheidsduur kan bijgestuurd worden indien de werkelijke inflatie te sterk zou blijken af te wijken.
Er wordt een getrapt systeem van belastingverhoging gehanteerd. Met een tarief van 0% voor een eerste inbreuk voor een welbepaald feit wordt uiting gegeven aan de in het bestuursakkoord opgenomen gedachte van het “recht op vergissing”. Door gebruik van een oplopend tarief tot het wettelijk toegelaten maximum van 200%, worden hardleerse belastingplichtigen aangemoedigd om correct en tijdig aan de aangifteverplichting te voldoen.
3. Vrijstellingen en vermindering
Voor de brandstofslangen die niet toegankelijk zijn voor het publiek bedraagt het tarief slechts de helft van de hierboven vermelde tarieven. Pompen die niet voor het publiek toegankelijk zijn, worden minder vaak gebruikt dan deze die wel voor het publiek toegankelijk zijn. Er mag dan ook van uitgegaan worden dat het risico weliswaar aanwezig is, maar in beperktere mate.
Er wordt een vrijstelling voorzien voor tijdelijke mobiele pompen op werven, voor zover de werf minder dan een jaar loopt.
Team Belastingen Economie+ is belast met toezicht op en uitvoering van het reglement.
| Dienst* | Belastingen Economie+ |
| Budgetplaats |
|
| Categorie* | 7360500 |
| Subsidiecode | |
| 2026 | 515.372 |
| 2027 | 545.018 |
| 2028 | 558.181 |
| 2029 | 571.565 |
| 2030 | 582.997 |
| 2031 | 594.657 |
| Totaal | 3.367.790 |