Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft gunstig advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Afdeling Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen met als contactadres Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus 81, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2024121122) ingediend bij de Vlaamse overheid op 27 september 2024.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het uitbreiden van wegenis aan afritten E40 naar N43 en het verwijderen van vegetatie
• Adres: Kortrijksesteenweg thv 1087-1097D, 9051 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 25 sectie B nr. 301D3 en op openbaar domein
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 26 maart 2025.
De Vlaamse overheid heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 26 maart 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 26 juni 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De terreinen uit de aanvraag liggen naast de op- en afritten complexen van de E40 naar de N43 (Kortrijksesteenweg) in Sint-Denijs-Westrem. Het doel is het uitbreiden van dit afrittencomplex met telkens 1 rijstrook en dit zowel in de richting van Oostende (westelijke afrit) als in de richting van Brussel (oostelijke afrit). Om dit te realiseren, worden volgende werken aangevraagd:
- Het uitbreiden van de weginfrastructuur met een rijstrook over een lengte van 187 m aan de westelijke afrit en een lengte van 152 m aan de oostelijke afrit. De oppervlakte aan bijkomende verharding bedraagt 654 m² (westzijde) en 251m² (oostzijde).
- Een deel van de bestaande verharding wordt gewijzigd om een optimale aansluiting te bekomen tussen de nieuwe en bestaande verhardingen. Op de westelijke afrit wordt een breedte van 1 m afgefreesd en heraangelegd, en op de oostelijke afrit een breedte van 0,5 m. Conform artikel 10 2° van het vrijstellingenbesluit, zijn deze werken vrijgesteld van omgevingsvergunning.
- Het wijzigen van het reliëf voor enerzijds de aanleg van de infiltratievoorzieningen en anderzijds het afgraven van een bestaand talud. De wadi’s hebben een buffercapaciteit van 23 m³ (west) en 10 m³ (oost) en een infiltratieoppervlakte van 113 m² (west) en
28 m² (oost). Het bestaande talud ten oosten van de westelijke afrit wordt afgegraven over een oppervlakte van 724,30 m² en een lengte van 157,90 m voor de aanleg van nieuwe verharding.
- Het ontbossen van een oostelijk deel van de berm langs de afrit van de E40. Het gaat om ruigte, struweel en enkele wilgen met een oppervlakte van 257 m².
- Het rooien van 12 bomen (wilgen) ter hoogte van de westelijke afrit.
- Het wijzigen van de vegetatie met een oppervlakte van 257m² om de aanleg van de verhardingen mogelijk te maken.
De werken zijn nodig om de filevorming op de afritten en de E40 te verminderen door bijkomende wegcapaciteit toe te voegen. De congestie is heden dermate groot dat de opritten tijdens de spitsuren volledig verzadigd zijn, waardoor er terugslag plaatsvindt tot op de E40, met gevaarlijke verkeerssituaties tot gevolg. Door de capaciteit van de afrit te verhogen is er opstelruimte voor meer voertuigen en zal de terugslag op de E40 verbeteren met een verbeterde doorstroom en een veiligere verkeerssituatie tot gevolg. Bovendien zal het verhogen van de capaciteit van de afritten zorgen voor een verbeterde doorstroom op de Kortrijksesteenweg.
2. HISTORIEK
Er zijn geen relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen gekend.
3. WIJZIGINGSAANVRAAG
Op 3 juni 2025 werd een wijzigingsverzoek ingediend.
De vegetatiewijziging aan de oostelijke afrit werd ook aangevraagd als stedenbouwkundige handeling ‘ontbossen’. Dit als antwoord op het advies van Agentschap Natuur en Bos. De handeling is toegevoegd aan het inplantingsplan bestaande toestand en het omgevingsloket. Ook het boscompensatieformulier is toegevoegd.
Naar aanleiding van het advies van de provincie Oost-Vlaanderen is het ontwerp van de westelijke wadi gewijzigd en is verduidelijkt hoe de afwatering naar beide hemelwatervoorzieningen zal verlopen. Bijgevolg is de projectcontour en de handeling ‘reliëfwijziging’ gewijzigd. Er is bijkomende informatie toegevoegd over de afwatering. Ook zijn documenten betreffende infiltratieonderzoek en peilbuismetingen opgeladen.
Op 6 juni 2025 werd dit wijzigingsverzoek aanvaard en er werd beslist dat er een nieuw openbaar onderzoek gevoerd moest worden. De uiterste beslissingsdatum werd hierdoor verlengd met 60 dagen.
BEOORDELING AANVRAAG
4. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
5. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
5.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied en bufferzones volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De bufferzones dienen in hun staat bewaard te worden of als groene ruimte ingericht te worden, om te dienen als overgangsgebied tussen gebieden waarvan de bestemmingen niet met elkaar te verenigen zijn of die ten behoeve van de goede plaatselijke ordening van elkaar moeten gescheiden worden.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). Er zijn geen specifieke voorschriften van toepassing.
De aanvraag is niet in overeenstemming met de voorschriften op volgende punten:
- Het aanleggen van de verharding voor de bijkomende rijstrook bij de oostelijke en westelijke afrit, de aanleg van de wadi, het ontbossen en het vellen van de bomen is niet in overeenstemming met de gewestplanbestemmingen woongebied en buffergebied.
De Vlaamse Codex ruimtelijke ordening bevat in hoofdstuk IV volgende afwijkingsbepalingen die relevant zijn voor de beoordeling van de onderhavige aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning:
- Artikel 4.4.7. §2. luidt als volgt: In een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, mag worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. Handelingen van algemeen belang kunnen een ruimtelijk beperkte impact hebben vanwege hun aard of omvang, of omdat ze slechts een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen tot gevolg hebben. Ze kan ook de regels bepalen op basis waarvan kan worden beslist dat niet door haar opgesomde handelingen toch onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen.
Het Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dd. 5 mei 2000, bepaalt onder andere het toepassingsgebied en de modaliteiten van art. 4.4.7. §2 VCRO.
- In artikel 2 van dit besluit wordt bepaald welke handelingen worden beschouwd als handelingen van algemeen belang: Als handelingen van algemeen belang, zoals bedoeld in artikel 4.1.1, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening worden de werken, handelingen en wijzigingen beschouwd die betrekking hebben op:
* 1° de openbare wegen, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals tunnels, viaducten, bruggen, duikers, langsgrachten, tolinfrastructuur en parkings.
* 8° alle handelingen van algemeen belang, aangewezen in artikel 3 van dit besluit;
- In artikel 3 van dit besluit wordt bepaald welke handelingen worden beschouwd als handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben als vermeld in artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De handelingen horende bij voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag hebben betrekking op:
* “Artikel 3 paragraaf 1: 10° de aanhorigheden en kunstwerken bij lijninfrastructuren”.
* “Artikel 3 paragraaf 2: 3° de wijziging of uitbreiding van c) bestaande of geplande openbare verkeerswegen, met inbegrip van het wijzigen en uitbreiden van bestaande of geplande op- en afrittencomplexen.
Het uitvoeren van de reliëfwijzigingen in functie van de wadi voor wateropvang is een aanhorigheid bij de snelweg. De werken worden beperkt tot het strikt noodzakelijke om te voorzien in de wateropvang voor de nieuwe verhardingen. De aanleg van verharding, de ontbossing en het rooien van bomen past binnen de uitbreiding van het bestaande op- en afrittencomplex.
- Artikel 3 van dit besluit is verder aangevuld met “De handelingen, vermeld in het eerste lid, die niet onder paragraaf 1 vallen, mogen niet worden uitgevoerd in een ruimtelijk kwetsbaar gebied, tenzij die handelingen door de aard, ligging en oppervlakte ervan geen significante impact hebben op het ruimtelijk kwetsbare gebied.”
Het project bevat echter wel een beperkte uitbreiding van de aanhorigheden van de autosnelweg in buffergebied.
De uitbreiding van het afrittencomplex is nodig om de bestaande congestie op afrit 14 van de E40 te verbeteren. Tijdens de spitsuren is de verzadiging van het afrittencomplex zodanig groot dat er tot op de rijvakken van de snelweg E40 wordt aangeschoven. Daarnaast zal ook de lichtenregeling aan het kruispunt van het afrittencomplex en de N43 aangepast worden, met een verbeterde verkeersveiligheid tot gevolg.
Om de infiltratiecapaciteit te compenseren moeten wadi’s voorzien worden om te voldoen aan de verplichtingen ten gevolge van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater. Daarnaast zullen er ten gevolge van de uitbreiding van de weginfrastructuur 12 bomen gerooid moeten worden.
Locatie en alternatieven:
Er is geen redelijk locatie-alternatief voorhanden om de congestie op het afrittencomplex te verbeteren. Er wordt wel geopteerd voor een uitvoeringsalternatief dat de impact op de bestaande groenvoorzieningen en te rooien bomen beperkt. De werken vinden niet plaats in ruimtelijk kwetsbaar gebied.
Fasering werken:
De aanleg van de verharding gebeurt in 2 fasen. In de eerste fase gebeuren de werken op de westelijke afrit uit te breiden en in de tweede fase wordt de oostelijke afrit uitgebreid. De werken gebeuren over de loop van 2 maanden, er wordt ingeschat dat er maximaal 1 maand per fase nodig is. De opritten zullen beurtelings heraangelegd worden, hierbij wordt wel verwacht dat de oprit waarin gewerkt wordt buiten gebruik zal zijn. De hinder ten gevolge hiervan wordt als beperkt ingeschat omwille van de korte duur van de werken.
Verwevenheid van functies (en de integratie van de handelingen daarin)
De omgeving van het afrittencomplex wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan stedelijke functies. Zo zijn er zowel grootschalige kantoren als woningen als horeca. Daarnaast is er een sterke aanwezigheid van weginfrastructuur, met name snelweg E40 gewestweg N43, en verbindingsweg B402. Het afrittencomplex waaraan de geplande handelingen zullen plaatsvinden, bedient niet alleen de zuidwestelijke woongebieden van Gent en Sint-Martens-Latem, maar ook een aantal grootschalige publiekstrekkers in de omgeving, zoals Flanders Expo en IKEA Gent.
Er is echter weinig sprake van verwevenheid tussen de verschillende functies in de omgeving van het projectgebied. De weginfrastructuur in het gebied zorgt voor een bepaalde mate van versnippering en barrièrewerking tussen de aanwezige functies. Flankerend aan voorliggend project wordt echter de lichtenregeling aan de afrit aangepast, met een verbeterde verkeersveiligheid voor zwakke weggebruikers tot gevolg. Op deze manier wordt de barrièrewerking van de infrastructuur verbeterd. Daarnaast zorgen de extra rijstroken op de afritten voor bijkomende opstelcapaciteit, waardoor er geen verkeer meer dient aan te schuiven op de snelweg, met ook daar een verbeterde veiligheidssituatie tot gevolg.
Schaal en visueel-vormelijke elementen van het gebied (en de integratie van de handelingen daarin)
De schaal van de uitbreiding van het afrittencomplex past binnen de schaal van de omgeving. De schaal van de verhardingen is afgestemd op de functie van het vervoeren van autoverkeer. De omgeving van het project wordt vandaag reeds gekenmerkt door een grote aanwezigheid van weginfrastructuur. De bijkomende verharding is in oppervlakte beperkt vergeleken met de omvang van het omliggende stedelijke gebied en de reeds aanwezige infrastructuur in de omgeving van het project. De vormelijke elementen van de verhardingen liggen in lijn met de bestaande situatie. De schaal van de voorziene reliëfwijzigingen is beperkt, en is integreerbaar in de visueel-vormelijke elementen van het gebied.
Landschappelijke integratie (van de handelingen)
Voorliggend project behelst een beperkte uitbreiding van reeds bestaande infrastructuur, de verhardingen sluiten op de bestaande infrastructuur en zijn inpasbaar in het landschappelijke geheel. De hoogteverschillen die voor de aanleg van wadi’s zullen worden voorzien zijn beperkt. De uitbreiding van het afrittencomplex verandert echter weinig aan het uitzicht van het projectgebied en heeft geen invloed op de natuurwaarde in de omgeving van het projectgebied.
Conclusie
Uit bovenstaande kan besloten worden dat de voorliggende aanvraag in overeenstemming en verenigbaar is met de wettelijke en ruimtelijke context.
5.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
Gewestelijke verordening toegankelijkheid
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
Gewestelijke verordening voetgangersverkeer
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.
5.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste autosnelweg.
5.5. Archeologienota
Gelet op het programma van maatregelen in de archeologienota met referentienummer 30947, waarvan akte genomen op 08/10/2024, zijn er geen specifieke maatregelen met betrekking tot archeologisch erfgoed noodzakelijk. Uiteraard blijven de werken onderhevig aan artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet, en dienen alle eventuele vondsten bij het Agentschap Onroerend Erfgoed te worden gemeld.
ID nota: 31572: https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/30947
6. WATERPARAGRAAF
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de waterparagraaf. Met betrekking tot de waterparagraaf wordt volgend advies uitgebracht:
De afwatering van de bestaande en nieuwe verharding zal plaatsvinden in de richting van de infiltratievoorzieningen. De totale oppervlakte van afstromend hemelwater bedraagt 905 m², 654 m² aan de westelijke afrit en 251 m² aan de oostelijke afrit.
Er worden twee infiltratievoorzieningen aangelegd. Aan de westelijke afrit wordt een langwerpige wadi aangelegd met een volume van 23 m³ en een oppervlakte van 113 m². Het volume van de infiltratievoorziening bij de oostelijke afrit bedraagt 10 m³ en de oppervlakte is 28 m². Dit zorgt tezamen voor 33 m³ aan volume en 141 m² aan oppervlakte van infiltratievoorzieningen.
Westelijke afrit:
Het water van de rijweg watert door middel van de verkanting van 2% af richting de groenzone waarin de WADI wordt aangelegd. De kantstrook doet enkel dienst als opsluiting van de asfalt rijweg er worden geen straatkolken geplaats in deze nieuwe kantstrook. De bestaande straatkolken worden verwijderd in deze zone. Er wordt enkel een nieuwe kolk geplaatst ter hoogte van de start van de verdubbeling van de afrit en ter hoogte van de aansluiting van de N43. Deze kunnen niet anders dan voorzien worden want hier is geen plaats voor de aanleg van een WADI. Het overige deel wordt volledig gedekt door de nieuwe WADI.
Oostelijke afrit:
We voorzien geen constructie om het water te capteren. Deze nieuwe WADi is een uitbreiding op het bestaande WADI-gracht systeem. In bestaande toestand wordt het water gecapteerd door middel van straatkolken in de bestaande kantstrook. Dit water wordt verzameld en wordt afgevoerd richting de voorgenoemde bestaande WADI-gracht.
Het water van de uitbreiding zal op dezelfde wijze als in de bestaande toestand gecapteerd en afgevoerd worden richting de gedefinieerde zone voor infiltratie en buffer waarop ook een uitbreiding van toepassing (nieuwe WADI) is.
7. NATUURTOETS
Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:
Om veiligheidsredenen wordt het afrittencomplex E40-Kortrijksesteenweg op twee plaatsen aangepast met een extra strook wegenis waardoor extra verharding noodzakelijk is. Om dit te realiseren moeten 12 hoogstammige (knot)bomen verwijderd worden. Gezien een heraanplant binnen de 10 m naast de rijweg van een autostrade wettelijk gezien niet mag, is geen heraanplant voorzien. Een smalle strook (strikt minimum) van het naastgelegen bedrijventerrein is ook verworven om deze aanpassing mogelijk te maken. Er is dan ook geen ruimte voorbehouden in de praktijk om binnen het uitgebreide openbaar domein nieuwe bomen aan te planten. Aan de oostelijke zijde moet een zeer smalle strook van het aanwezige bos verwijderd worden. Hiervoor is een boscompensatieformulier toegevoegd. Inhoudelijk is er geen wijziging. Het gaat enkel om een administratieve vervollediging.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
De aanvraag doorstaat de natuurtoets.
8. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 4 april 2025 tot en met 3 mei 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werd 1 bezwaarschrift ingediend.
De bezwaren worden als volgt samengevat:
Het project hangt samen met OMV_2024161901 en moet in samenhang hiermee bekeken worden. Het gaat niet om de veiligheid maar louter om capaciteit bij te voegen en de doorstroming te verbeteren. Een MER ontbreekt.
Naar aanleiding van het stedenbouwkundig onderzoek van deze aanvraag worden de bezwaren als volgt besproken:
De vergunningverlenende overheid staat in voor de behandeling van de bezwaren. Wel kan toegevoegd worden dat de veiligheid op de snelweg via de voorliggende aanpassing zal verbeteren. De congestie is heden dermate groot dat de opritten tijdens de spitsuren volledig verzadigd zijn, waardoor er terugslag plaatsvindt tot op de E40 met gevaarlijke verkeerssituaties tot gevolg. Door de capaciteit van de afrit te verhogen is er opstelruimte voor meer voertuigen en zal de terugslag op de E40 verbeteren met een verbeterde doorstroom en een veiligere verkeerssituatie tot gevolg. Bovendien zal het verhogen van de capaciteit van de afritten zorgen voor een verbeterde doorstroom op de Kortrijksesteenweg.
De vergunningverlenende overheid staat in voor de behandeling van de bezwaren.
Een tweede openbaar onderzoek werd gehouden naar aanleiding van een wijzigingslus van 16 juni 2025 tot en met 15 juli 2025.
Op het moment van opmaak van het advies zijn geen bezwaarschriften ingediend.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Het afrittencomplex 14 Sint-Denijs-Westrem op de E40 wordt uitgebreid met één rijstrook en dit zowel in de richting van Oostende (westelijke afrit) als in de richting van Brussel (oostelijke afrit). De werken omvatten het uitbreiden van verharding, namelijk het uitbreiden van de afritten met één rijstrook.
De aanvraag heeft als doel de filevorming op de afritten en de E40 te verminderen door bijkomende wegcapaciteit toe te voegen. De congestie is heden dermate groot dat de opritten tijdens de spitsuren volledig verzadigd zijn, waardoor er terugslag plaatsvindt tot op de E40 met gevaarlijke verkeerssituaties tot gevolg. Door de capaciteit van de afrit te verhogen is er opstelruimte voor meer voertuigen en zal de terugslag op de E40 verbeteren met een verbeterde doorstroom en een veiligere verkeerssituatie tot gevolg. Bovendien zal het verhogen van de capaciteit van de afritten zorgen voor een verbeterde doorstroom op de Kortrijksesteenweg.
De uitbreiding van het afrittencomplex is nodig om de bestaande congestie op afrit 14 van de E40 te verbeteren. Tijdens de spitsuren is de verzadiging van het afrittencomplex zodanig groot dat er tot op de rijvakken van de snelweg E40 wordt aangeschoven. Daarnaast zal ook de lichtenregeling aan het kruispunt van het afrittencomplex en de N43 aangepast worden, met een verbeterde verkeersveiligheid tot gevolg.
Aan de oostelijke zijde van de afrit (kant Driekoningenstraat) wordt een nieuwe oversteek voorzien. Deze dient aan te sluiten op het voetpad zodat deze aan de westelijke kant aansluit op het zebrapad over de Kortrijksesteenweg en aan de oostelijke kant aansluit op het voetpad dat voorzien zal worden in de andere aanvraag van AWV (zie OMV_2020021537 - Ontsluiting Driekoningenstraat x Kortrijksesteenweg). Hieronder een afbeelding ter verduidelijking:
Het is onduidelijk wat de groene aanduiding aan de westzijde van de afrit betekent en waarom het plaatsen van een boordsteen langs deze groene strook nodig is.
De uitbreiding van het afrittencomplex zal zowel zorgen voor een verbeterde doorstroom op de Kortrijksesteenweg tijdens de spits, als voor een verminderde terugslag op de afritten en de E40. Er worden geen wijzigingen aan het voetgangers- of fietsersnetwerk aangebracht. Omwille van het uitblijven van bijkomende verkeersgeneratie ten gevolge van de ontdubbeling worden er geen aanzienlijke negatieve effecten op de mobiliteit verwacht.
Het project werd meermaals besproken met de stad. De uitbreiding van de rijstroken is noodzakelijk om een degelijk werkend conflictvrije regeling te kunnen krijgen hier.
De aanvraag is in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening.
CONCLUSIE
De aanvraag wordt beslist door de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
Gunstig, de aanvraag is in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen aan de Vlaamse Regering over omgevingsvergunningsaanvragen die door de Vlaamse Regering worden behandeld (vlaamse projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het uitbreiden van wegenis aan afritten E40 naar N43 en het verwijderen van vegetatie van Afdeling Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen, gelegen te Kortrijksesteenweg thv 1087-1097D, 9051 Gent.
Verzoekt de Vlaamse regering om volgende aandachtspunten op te leggen aan de aanvrager:
Aansluiting op bestaande en geplande zebrapaden
Aan de oostelijke zijde van de afrit (kant Driekoningenstraat) wordt een nieuwe oversteek voorzien. Deze dient aan te sluiten op het voetpad zodat deze aan de westelijke kant aansluit op het zebrapad over de Kortrijksesteenweg en aan de oostelijke kant aansluit op het voetpad dat voorzien zal worden in de andere aanvraag van AWV (zie OMV_2020021537 - Ontsluiting Driekoningenstraat x Kortrijksesteenweg).
Groene aanduiding
Het is onduidelijk wat de groene aanduiding aan de westzijde van de afrit betekent en waarom het plaatsen van een boordsteen langs deze groene strook nodig is.