Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
Begijnhof Sinte Elisabeth VZW met als contactadres Groot Begijnhof 67, 9040 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025014316) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 5 maart 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:
• Onderwerp: het restaureren en verbouwen van convent nr. 48 naar een co-housingproject met 5 wooneenheden
• Adres: Groot Begijnhof 48 en 48A, 9040 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 19 sectie C nr. 902M5
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 13 mei 2025.
De aanvraag volgde de vereenvoudigde procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 24 juni 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Omgeving
De aanvraag heeft betrekking op een convent gelegen binnen het Groot-Begijnhof. Het gebouw in kwestie heeft een L-vorm. Een deel van de langse vleugel bestaat uit drie bouwlagen (gelijkvloers, verdieping 1 en 2) met een zolder onder zadeldak. De dwarsvleugel heeft ook drie bouwlagen (gelijkvloers, verdieping 1 en 2) en eveneens een zolder onder zadeldak. Aan de dwarsvleugel is er nog een kleinere vleugel, bestaande uit 1 bouwlaag met een zolder onder zadeldak. Het perceel beschikt over een tuinmuur met toegangspoortje. Het gebouw is opgetrokken in neogotische stijl, zoals het begijnhof.
Erfgoedwaarde
Het Convent ter Leyen met als adres Groot Begijnhof nr. 48, 9040 St-Amandsberg is:
- Unesco Werelderfgoed:
https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/14991
- Beschermd als monument:
https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/8939
- Gelegen binnen een beschermd stadsgezicht:
https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/8941
- Opgenomen op de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed:
https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/133650
Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het restaureren en verbouwen van convent nr. 48 naar een co-housingproject met 5 wooneenheden. Hierbij worden volgende werken voorzien:
- Het afvoerstelsel van afvalwater en regenwater wordt vernieuwd en aangesloten op het bestaande rioleringsnet binnen het privaat domein van het begijnhof. Uitzondering hierop zijn de afwateringsleidingen van de bestaande schuur die ongewijzigd blijven.
- Alle technieken in het hoofdgebouw worden vernieuwd.
- Ramen worden aan de binnenzijde voorzien van isolerende achterzetramen.
- De volledige zoldervloer wordt geïsoleerd.
- Het volledige gebouw wordt voorzien van een brandcentrale en opgedeeld in compartimenten.
- Het convent wordt voorzien van een lift die dienst kan doen voor woonunit 1,3 en 4.
- Nieuwe betonnen trap met brandweerstand die de toegang verleent tot woonunit 1,3 en 4
- Er wordt een fietsenberging met 15 fietsstalplaatsen voorzien, waarvan 2 voor buitenmaatse fietsen
- Er worden 3 autostaanplaatsen voorzien op een perceel grenzend aan het perceel uit de aanvraag.
De nieuwe opdeling wordt als volgt voorzien:
Gelijkvloerse verdieping
- Eengezinswoning met 3 slaapkamers van 144,5m² NVO
- Studio van 42,5m² NVO.
- Gemeenschappelijke ruimtes (eetruimte, zitruimte, coworking, wasberging, …) met een totale oppervlakte van ca. 90m² NVO
- Gemeenschappelijke tuinzone van ca. 850m²
Eerste verdieping
- Duplex 2-slaapkamerappartement van 100m² NVO
- 2-slaapkamerappartement van 89,7m² NVO
Tweede verdieping
- 2-slaapkamerappartement van 89,7m² NVO
Er wordt een gemiddelde bewoonbare oppervlakte van 93,3m² NVO bekomen.
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
- Op 17/03/2022 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor de totaalrenovatie van het convent en de herbestemming van het convent naar een museum en een eengezinswoning (OMV_2021162746).
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Volgende externe adviezen zijn gegeven (raadpleegbaar op het Omgevingsloket):
Gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 5 juni 2025 onder ref: 034526-008/PJ/2025:
Besluit: GUNSTIG, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen.
Voorwaardelijk gunstig advies van Onroerend Erfgoed afgeleverd op 6 juni 2025 onder ref: 4.002/44021/32.121
Het agentschap Onroerend Erfgoed adviseert deze aanvraag voorwaardelijk gunstig:
- Voor uitvoering wordt het leidingentracé van alle technieken en de precieze locatie van de buitenunits van het warmtepompsysteem ter goedkeuring voorgelegd aan het agentschap Onroerend Erfgoed;
- Waar u omwille van brandcompartimentering een RF-wand plaatst in de dagkanten van een deuropening vragen we om waar mogelijk de oorspronkelijke deuren in situ te bewaren en zichtbaar te houden.
- Detailtekeningen van het nieuwe binnen- en buitenschrijnwerk moeten ter goedkeuring worden voorgelegd aan het agentschap Onroerend Erfgoed.
- Een groenblijvende haag in taxus is mogelijk als groenbuffer voor de nieuwe buitenunits van de warmtepomp. Deze moet echter in een rechte lijn aangeplant worden, in lijn met de tuinmuur.
- De wadi voorziet u enkel door een beperkt verdiepte infiltratiezone in het gras, zoals de plannen aangeven. Hiertoe worden verder geen infrastructuren voorzien.
Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies van Fluvius afgeleverd op 16 mei 2025 onder ref: 5000100465. – Zie integraal advies op het omgevingsloket.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in woongebied met cultureel, historische en/of esthetische waarde volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
4.3. Verordeningen
Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024.
Het ontwerp is mogelijks niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
Artikel 4.19 Private buitenruimte;
Bij elk appartement / eengezinswoning / schakelwoning / hospitawoning hoort een kwalitatieve private buitenruimte. Afwijken kan enkel als het creëren van een buitenruimte niet mogelijk is.
Toetsing: Vrijstelling:
Het pand uit de aanvraag betreft een pand dat beschermd is als monument en waarbij de ingrepen die vereist zijn voor het creëren van private buitenruimte niet verenigbaar zijn met de erfgoedwaarde. Verder gaat het voorstel uit van een co-housing project dat beschikt over een zeer ruime gemeenschappelijke tuinzone van ca. 850m². Bijgevolg kan er geconcludeerd worden dat huidige aanvraag wel aan bovenstaand artikel voldoet.
Gewestelijke verordening hemelwater
De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023)
Zie waterparagraaf.
4.4. Uitgeruste weg
Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
5. WATERPARAGRAAF
5.1 Ligging project
Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Vlaamse Milieumaatschappij - Afdeling Operationeel Waterbeheer - Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:
- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).
- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).
- niet gelegen in een signaalgebied.
Het perceel is momenteel bebouwd.
5.2 Verenigbaarheid van het project met het watersysteem
Droogte
Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.
Hemelwaterput
Met voorliggende aanvraag wordt het bestaande pand omgevormd tot meergezinswoning met grondige aanpassingen van het afvoerstelsel. Hierdoor is de aanleg van een hemelwaterput verplicht. De horizontale dakoppervlakte die in rekening moet gebracht worden bedraagt 335m². Hierdoor moet een hemelwaterput voorzien worden met een minimale inhoud van 33.500l. De aanvraag voldoet hier aan en voorziet in het behoud van een hemelwaterput van 15.000l en een nieuwe hemelwaterput van 20.000l. De hemelwaterput wordt uitgerust met een pompinstallatie die voorziet in het hergebruik van het opgevangen hemelwater voor toiletspoeling, poetswater, wasmachine en gebruik buiten.
Infiltratievoorziening
Het perceel is groter dan 120m², waardoor er verplicht een bovengrondse infiltratievoorziening aangelegd moet worden. De totale dakoppervlakte bedraagt 335m². Als er een hemelwaterput met hergebruik aanwezig is, mag de afwateren oppervlakte met 30m² verminderd worden. Per aangesloten entiteit mag er bijkomend 30m² in vermindering gebracht worden, wat voor huidige aanvraag 150m² (5x30m²). Het uiteindelijk in rekening te brengen dakoppervlakte bedraagt 155m².
De infiltratieoppervlakte bedraagt 8% van de afwaterende oppervlakte en is in dit geval 12,4m². Het buffervolume bedraagt 33l per m² afwaterende oppervlakte en is in dit geval 5.115l.
Groendak
Aangezien het nieuw plat dak wordt aangesloten op een voldoende gedimensioneerde hemelwaterput, is het aanleggen van een groendak niet verplicht.
Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.
Overstromingen
Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.
Waterkwaliteit
Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.
5.3 Conclusie
Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat.
6. NATUURTOETS
Er is geen waardevol groen of boom verwijderd. De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen. De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing. Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI. Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.
7. PROJECT-M.E.R.-SCREENING
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.
Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.
8. BEKENDMAKING
De aanvraag volgt de vereenvoudigde procedure en moest dus niet aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.
9. OMGEVINGSTOETS
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Programma
De aanvraag gaat uit van een herbestemming van een convent naar een co-housing project met 5 woonentiteiten. Er werd een voorgaande vergunning afgeleverd voor de omvorming tot eengezinswoning met museum maar deze werd niet aangevat. Huidige aanvraag voorziet een herstemming van het pand met een hoge erfgoedwaarde en maakt deze toekomstbestendig. Het programma dat wordt voorzien zorgt voor een kwalitatieve herindeling van het pand met een programma die afgestemd is op de draagkracht van het pand. De entiteiten binnen het co-housing project zijn voldoende groot en streven een goede mix na en beschikken over een grote en kwalitatieve gedeelde buitenruimte. De nieuwe functie is ruimtelijk inpasbaar en heeft geen negatieve impact op de omgeving.
Erfgoedwaarde
De juridische statuten zijn een aanduiding van de hoge erfgoedwaarde van de site van het Groot Begijnhof. Ze zijn van toepassing op het geheel van het begijnhof als site met wegenis, groen, infrastructuur, als op het begijnhof als stedenbouwkundige figuur, en op de gebouwen die ertoe behoren.
De typologie van een convent is bijzonder omdat ze een gemeenschapshuis waren waar verschillende begijnen samenwoonden. In de conventen bevonden zich gemeenschappelijke leefruimtes en private slaapvertrekken. Ze werden gebouwd achter een tuinmuur in een groene omgeving.
Het Groot Begijnhof is waardevol omwille van het algemeen belang gevormd door de:
- Historische waarde: als begijnhofcomplex gebouwd onder mecenaat van de hertog van Arenberg in 1872-1875 als voortzetting van een middeleeuws, historisch leefpatroon en -milieu van het gewezen Groot Sint-Elisabethbegijnhof te Gent.
- Artistieke waarde: als nagenoeg intact bewaarde neogotische begijnhofarchitectuur met een grote stijleenheid vooral verwijzend naar de gevarieerde 15de-eeuwse Brugse baksteenarchitectuur, ontworpen door baron J.B. Béthune en A. Verhaegen.
- Historische waarde in casu documentaire waarde: als stedenbouwkundig voorbeeld van een planmatig ontworpen neogotisch gesloten ‘dorp’ met als centraal punt de kerk met drie omringende pleinen en acht straten bebouwd met een groothuis, 14 conventen, 80 huizen, pastorie, infirmerie en boerderij.
Specifiek voor Convent ter Leyen komen de intrinsieke erfgoedwaarden tot uiting in volgende erfgoedelementen en -kenmerken:
- Het uitzicht van de gevels met hun indeling, geleding, ritmering, materialisatie en buitenschrijnwerk.
- Het uitzicht van de daken met hun volumes en dakafwerkingsmateriaal.
- De dragende structuur: dragende muren, houten vloerroosteringen, houten dakconstructies, keldergewelven en trappartijen.
- De indeling: kenmerkende plattegrond van een 19de-eeuws convent in een begijnhof, waarbij lange gangen langs de gevels lopen en opeenvolgende kamers ontsluiten.
- De ruimtelijkheid: vloeit voort uit de indeling en dragende structuren.
- Authentieke interieurelementen: de klok, ingemaakte kast, schouwen, vloeren, consoles, binnenschrijnwerk, e.d.m.
Al deze elementen hebben waarde en bepalen het karakter van het pand, ze moeten maximaal in het ontwerp behouden blijven.
In 2021 werd voor het Convent een Omgevingsvergunning verleend (OMV_2021162746) waarbij het een herbestemming kreeg tot museum met aanpalende eengezinswoning. Deze plannen werden niet gerealiseerd en deze bestemming is nu verlaten: er wordt een nieuw project voorgelegd waarbij er een cohousing wordt ingericht waar de eengezinswoning deel van uitmaakt.
Vanuit erfgoedoogpunt is er geen bezwaar tegen de vooropgestelde functie: een cohousing stemt overeen met de originele functie van het convent waar ook verschillende begijnen samenleefden in het gebouw.
Om dit mogelijk te maken zijn er ingrepen nodig op het gebouw die (in bepaalde zones) een impact hebben op originele structuren of afwerkingsmaterialen. Deze zijn echter noodzakelijk om het convent integraal toegankelijk en brandveilig te maken.
Daarom kan ingestemd worden met volgende ingrepen die hieruit voortvloeien:
- Het toevoegen van een nieuwe circulatiekern met liftkoker: dit maakt het mogelijk om twee woonentiteiten in te richten (op de gelijkvloerse en eerste verdieping) die integraal toegankelijk zijn.
- Het verbreden van deuropeningen die toegang verlenen tot de integraal toegankelijke woonentiteiten.
- Het realiseren van de vereiste brandweerstand tussen de verschillende compartimenten. Dit door brandwerende beplating te voorzien aan de onderzijde van de vloerroosteringen wat mogelijk is omdat hier geen sierplafonds aanwezig zijn en door deuren met brandweerstand te voorzien waar vereist.
Om de woonentiteiten voldoende leefcomfort te voorzien kan akkoord gegaan worden met:
- Het samenvoegen van kamers door het openbreken van wanden, waarbij de oorspronkelijke kamerstructuur en gangstructuur afleesbaar behouden blijft door te werken met in afmetingen beperkte openingen (in hoogte en breedte) en door dit te markeren in het vloerpatroon.
- Het vernieuwen van technische installaties zoals de elektriciteit, de verwarmingsinstallatie en het toevoegen van een ventilatiesysteem type D.
- Het verlagen van de raamopening in de aanbouw op de gelijkvloerse verdieping. Deze aanbouw is een meer recente uitbreiding bij het Convent waardoor dit hier kan overwogen worden, bovendien is deze ingreep niet zichtbaar vanaf het openbaar domein omdat het raam zich achter de tuinmuur bevindt.
Dit project werd geselecteerd in het kader van de Open Oproep voor erfgoedsubsidies van de Vlaamse overheid, meer bepaald de oproep ‘Kleine totaalprojecten – wonen’. Het werd geselecteerd omdat het een innovatieve vorm vertegenwoordigt van samenleven die gericht is op inclusiviteit waarbij rolstoeltoegankelijkheid wordt benadrukt. Daarnaast vormde ook de intentie om innoverend te zijn op vlak van energiebesparende maatregelen een doorslaggevend element. Om dit concreet te kunnen maken werd voorafgaand en parallel met het ontwerp een grondige energieaudit uitgevoerd.
Omwille van deze aspecten die als essentieel beschouwd worden voor het toekennen van een premie kan akkoord gegaan worden met:
- Het isoleren van de buitenmuren langs de binnenzijde. Op basis van de energieaudit is er een isolatiestrategie bepaald per type muur, de oriëntatie ervan en het gebruik van de ruimte die eraan paalt. Naast het bouwfysisch effect van de isolatie op het monument is ook rekening gehouden met de aansluitingen op muren, deuren, ramen, interieurelementen en visuele impact in de ruimte. Op die manier zijn de keuzes grondig onderbouwd.
- Het vooropgestelde verwarmingssysteem en ventilatiesysteem. De warmtepompunits worden voorzien in de buitenruimte langsheen de scheidsmuur met Convent nr. 47, aan- en afvoer wordt voorzien in zones die vanaf de straat niet waarneembaar zijn.
- Er worden naar analogie met andere gebouwen in het Groot Begijnhof nieuwe achterzetramen voorzien in een eenvoudige vormgeving en met dubbele beglazing waardoor het originele buitenschrijnwerk behouden kan blijven.
Om ervoor te zorgen dat de geplande handelingen in hun uitvoering maximaal afgestemd zijn op het behoud van de intrinsieke erfgoedwaarde worden voorwaarden geformuleerd bij de uitvoering ervan. Omdat het Convent ter Leyen beschermd is als monument worden er ook voorwaarden geformuleerd over toelatingsplichtige handelingen.
CONCLUSIE
Voorwaardelijk gunstig, mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.
Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.
Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.
Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.
Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.
Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.
De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.
Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.
Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.
Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.
In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.
Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.
Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.
De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.
Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.
Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.
Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.
Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.
Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.
Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.
Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.
Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.
De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.
Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het restaureren en verbouwen van convent nr. 48 naar een co-housingproject met 5 wooneenheden aan Begijnhof Sinte Elisabeth vzw (O.N.:0409479560) gelegen te Groot Begijnhof 48 en 48A, 9040 Gent.
De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.
Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.
Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.
Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.
Legt volgende voorwaarden op:
Voortvloeiend uit externe adviezen
Brandweer
De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze Omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 5 juni 2025 met kenmerk 034526-008/PJ/2025).
Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
De bijzondere voorwaarden die betrekking hebben op deze Omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 6 juni 2025 met kenmerk 4.002/44021/32.121 ).
Erfgoedwaarde
- Beperk het aantal doorvoeren die noodzakelijk zijn voor technieken maximaal en zorg voor een verzorgd tracé van leidingen. Zo wordt deze functionele ingreep zoveel mogelijk afgestemd op het behoud van het waardevol materiaal en karakter van het monument.
- Leg technische fiches van de verfsystemen, kalkpleister, oliën of andere afwerkings- of behandelproducten voorafgaand aan de uitvoering ter goedkeuring voor aan de dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg. Synthetische verven zoals o.a. acrylverven worden in een beschermd monument niet aanvaard, tenzij ze worden toegepast op nieuwe muren die in het gebouw worden ingebracht.
- Leg alle kleurcodes van muren, plafonds, binnenschrijnwerk (deuren, kast, klok) en de trappen voorafgaand de uitvoering ter goedkeuring voor aan de dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg. Zorg voor een kleurstelling die de oorspronkelijke kleurstelling herneemt zodat er opnieuw een historisch correct geheel ontstaat.
- Leg de details van de nieuwe plankenvloeren voorafgaand aan de uitvoering ter goedkeuring voor aan de dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg. Kies voor een plankensoort die op vlak van afmetingen en dikte de originele planken herneemt. Bezorg ook het legpatroon op voorhand, waarbij het legpatroon het originele legpatroon herneemt.
- Leg de nieuwe keramische en cementtegels voorafgaand aan de uitvoering ter goedkeuring voor aan de dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg. Kies voor cementtegels die op vlak van formaat, afwerking en kleurstelling identiek zijn aan de originele tegels. Leg op voorhand ook het legpatroon voor. Doe hetzelfde voor de nieuwe arduinen tegels die in de tuinzone worden voorzien.
- Leg de detailtekeningen van de nieuwe achterzetramen voorafgaand aan de uitvoering ter goedkeuring voor aan de dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg. Bezorg daarbij een aanzicht, horizontale en verticale snede zodat een beoordeling ten gronde mogelijk is van dit nieuwe schrijnwerk en hoe het zich zal verhouden t.o.v. het te behouden originele schrijnwerk.
- Bepaal tijdens een rondgang in overleg met de dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg welke houten onderdelen hun oorspronkelijke functie niet langer kunnen behouden omwille van aantasting en vervangen moeten worden. Vervang deze delen door nieuwe houten onderdelen met dezelfde secties en afmetingen als het originele onderdeel en met een traditionele verbindingswijze of motiveer waarom dit niet haalbaar is. Leg het uitvoeringsdetail op voorhand ter goedkeuring voor aan de dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg.
- Bezorg voorafgaand aan de uitvoering een detailtekening van hoe de balkkoppen thermisch onderbroken zullen worden van buitenmuren ter preventie van toekomstige schade.
- Vervang houten lateien enkel als ze hun oorspronkelijke functie niet meer kunnen vervullen omwille van aantasting. Lateien die zich in de buitenmuren bevinden kunnen vervangen worden door betonnen prefab lateien, houten lateien die zich in de binnenmuren bevinden moeten opnieuw vervangen worden door een houten latei met dezelfde afmetingen als de originele.
- Leg het type rookluik voorafgaand aan de uitvoering ter goedkeuring voor. Kies voor een model dat verticaal georiënteerd is en met andere woorden hoger dan breder is. Zorg dat het kan ingewerkt worden onder het dakafwerkingsmateriaal zodat er geen kader in opstand zichtbaar is. Plaats het luik zo laag mogelijk in het dakvlak zonder daarbij af te wijken van de veiligheidsvoorschriften.
- Bezorg voorafgaand aan de uitvoering een detailtekening (aanzicht, horizontale en verticale snede) van de nieuwe buitendeur van de buitenberging die gereconstrueerd zal worden. Herneem daarbij het oorspronkelijke model op vlak van vormgeving, secties, afmetingen en profilering. Ook het beslagwerk moet naar origineel model uitgevoerd worden.
- Leg voorafgaand de uitvoering het beplantingsplan voor de tuinzone voor aan de dienst Stadsarcheologie en Monumentenzorg.
- Er kan niet akkoord gegaan worden met het onderbreken van de trekker van het spant dat zich bevindt in de zone waar de nieuwe liftkoker wordt voorzien. Positioneer de liftkoker zo dat het spant kan behouden blijven in de oorspronkelijke vorm en samenstelling, zoals op de snede NT ook aangegeven is. Het aanpassen van het spant voor de liftkoker heeft een te grote impact op de originele dakconstructie en kan voorkomen worden zonder deze ingreep te hypothekeren.
- Omdat er geen informatie opgenomen is over de restauratie van de Mariagrot in de tuin is hierover geen beoordeling ten gronde mogelijk en wordt hier geen toelating voor verleend. Deze werken worden daarom uitgesloten uit deze aanvraag, deze moeten afzonderlijk opnieuw aangevraagd worden met een volledig dossier.
Riolering
Volgens het zoneringsplan is het perceel gelegen binnen centraal gebied of collectief geoptimaliseerd buitengebied: er is riolering aanwezig en die is aangesloten op een waterzuivering. Het is verplicht om afvalwater aan te sluiten op de riolering.
Wettelijke bepaling rioolaansluiting
De regels rond de rioolaansluiting zijn terug te vinden in het Algemeen en het Bijzonder Waterverkoopreglement. Deze reglementen zijn terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.
Op www.farys.be/nl/rioolaansluiting vindt u meer info over :
- de specificaties en prijzen van de rioolaansluiting
- de belangrijkste aspecten voor de aanleg van de privéwaterafvoer (onder “Mijn privéwaterafvoer”).
Aanwezige (wacht)aansluiting(en) dienen steeds gebruikt/(her)bruikt te worden. Je bent gebonden door de locatie, de diepteligging en het type aansluiting, namelijk afvalwater (=DWA) of regenwater (=RWA) ter hoogte van de rooilijn.
Je dient het ontwerp en de aanleg van de privéwaterafvoer -op privéterrein- hierop af te stemmen.
Hoe je nagaat of er al een rioolaansluiting aanwezig is, vind je terug op www.farys.be/nl/rioolaansluiting.
De aansluiting van afvalwater (DWA) op het rioleringsnet is verplicht als een riolering aanwezig is. De aansluiting van het regenwater (RWA) op het rioleringsnet is niet verplicht.
Privéwaterafvoer
De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht bij nieuwbouw en herbouw of het realiseren van een bijkomende huisaansluiting. Meer informatie vind je op www.farys.be/keuring-privéwaterafvoer.
Om geurhinder als gevolg van de eigen privéwaterafvoer te voorkomen werden er enkele richtlijnen opgesteld, die je kan terugvinden op www.farys.be/nl/rioolaansluiting (onder “Mijn privéwaterafvoer”).
De openbare riolering kan onder druk komen te staan. Dit betekent dat het waterpeil in de buizen en aansluitingen kan stijgen tot het maaiveld niveau. Houd hier rekening mee bij de aanleg van de privéwaterafvoer.
Je bent verplicht om een septische put te plaatsen:
* enkel voor zwart/fecaal afvalwater
* van minimaal 2000 liter tot 5 IE (IE = inwoner equivalent)
* +300 l/ IE tem 10 IE
* +225 l/IE vanaf de 11e IE
Een hulpmiddel om het aantal IE van gebouwen te bepalen is terug te vinden op de technische toelichting van deel 4 van de code van goede praktijk https://www.integraalwaterbeleid.be/nl/publicaties/code-goede-praktijk-rioleringssystemen/Deel4_DWAsystemen_07_2014.pdf
De interne riolering moet zo ver mogelijk gescheiden aangesloten worden op het interne rioleringsstelsel van het Begijnhof zodat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).
Er moet blijvend voorzien worden in een septische put. Alle en enkel de toiletten zijn hierop aan te sluiten.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Huisnummering
De bouwheer is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van een huisnummeringsattest na goedkeuring van de bouwvergunning. Aanvragen worden online ingediend. Deze informatie vindt men op de website van Stad Gent. https://stad.gent/nl/burgerzaken/verhuizen-en-adres/nieuw-huisnummer-aanvragen
Binnen een termijn van 30 dagen na de aanvraag vergezeld van de nodige documenten stelt de Stad het huisnummer dan wel de wijziging of schrapping vast, of worden de aanvrager en/of de eigenaar in kennis gesteld van de richttermijn waarbinnen de aanvraag zal worden behandeld.
Openbaar domein
De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.