Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 107.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte en legt bijzondere voorwaarden op.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
De heer David Desmet met als contactadres Groenewandeling 40A, 9031 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025045303) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 11 juli 2025.
De melding van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: de exploitatie van een bedrijf gespecialiseerd in grafisch ontwerp met een werkatelier voor hout- en metaalbewerking (de Vrije Ruimte BV)
• Adres: Groenewandeling 40A, 9031 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie C nrs. 444B4 en 444C4
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 18 juli 2025.
OMSCHRIJVING MELDING
1. BESCHRIJVING VAN DE GEMELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT
De melding omvat de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse.
De melding heeft betrekking op de exploitatie van een bedrijf gespecialiseerd in grafisch ontwerp met een werkatelier voor hout- en metaalbewerking (de Vrije Ruimte BV).
De firma Vrije Ruimte BV is operationeel sinds 2009 en vervaardigen decors, standen, winkelinrichting, en grafisch ontwerp.
Volgende rubrieken worden gemeld:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
15.1.1° | stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | 6 voertuigen | klasse 3 | Nieuw | 6 voertuigen |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | lucht warmtepomp (11,9 kW) en compressor (2,2 kW) | klasse 3 | Nieuw | 14,1 kW |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Argon en propaan | klasse 3 | Nieuw | 180 kg |
19.3.1°b) | inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied | paneelzaag met afzuiging, bandschuurder met afzuiging | klasse 3 | Nieuw | 100 kW |
19.6.2°a) | opslagplaatsen van hout van meer dan 40 m³ tot en met 200 m³ in een lokaal, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied | constructiehout ( cls, schalibert, latten ), plaatmateriaal ( mdf, multiplex ) en panelen ( hout/multiplex ) | klasse 3 | Nieuw | 194 m³ |
2. HISTORIEK
Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Omgevingsvergunningen
* Op 28/02/2025 werd een melding wegens ongegrond/niet rechtsgeldig niet afgeleverd voor de exploitatie van een bedrijf gespecialiseerd in grafisch ontwerp met een werkatelier voor hout- en metaalbewerking (de vrije ruimte bv) (OMV_2025011912).
* Op 07/04/2025 werd een melding wegens ongegrond/niet rechtsgeldig niet afgeleverd voor de exploitatie van een bedrijf gespecialiseerd in grafisch ontwerp met een werkatelier voor hout- en metaalbewerking (de vrije ruimte bv) (OMV_2025027622).
BEOORDELING MELDING
3. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
BEVOEGDHEID
De melding maakt geen deel uit van een vergunningsaanvraag waarvoor de Vlaamse overheid of de deputatie bevoegd is.
ONDERZOEK MELDINGSPLICHT, NIET-VERBODEN KARAKTER EN STEDENBOUWKUNDIGE INPLANTING
De gemelde exploitatie is louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.
Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid betreffende verbods- en afstandsregels.
De gemelde exploitatie is niet verboden.
Het project ligt in woongebied en woonuitbreidingsgebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel die overheid geen besluit tot vastlegging van de uitgaven voor de voorzieningen heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
De melding is in overeenstemming met de voorschriften.
CONCLUSIE
Het college van burgemeester en schepenen van Stad Gent is bevoegd voor de aktename.
De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden en de inplanting van de inrichting is in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften conform artikel 4.1.1.1 van Vlarem II.
4. NATUURTOETS
Dit betreft een regularisatie van bedrijfsactiviteiten, waarbij er geen waardevol groen of boom werd verwijderd.
Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar. Daarnaast zijn er nog mogelijke stikstofemissies afkomstig van niet-ingedeelde stationaire bronnen van het project en tijdens de aanlegfase door vervoer of niet-ingedeelde stationaire bronnen. Deze zijn echter beperkt.
De NOX uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1 % minimisdrempel.
Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI.
Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.
Hieruit wordt besloten dat de melding de natuurtoets doorstaat.
5. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënischeen veiligheidsaspecten
Aspect geluid
Van het bedrijf kan geluidshinder ontstaan door
-aan- en afrijden voertuigen
-laden en lossen
-warmtepomp en compressor
-gebruik paneelzaag en bandschuurdor en de afzuiging
Het bedrijf geeft aan dat
-er enkel gewerkt wordt tussen 8 en 18:00 en dat het laden en het verkeer beperkt wordt tussen 7 en 19:00. Er wordt niet gewerkt op zon- en feestdagen.
-het dak bestaat uit geïsoleerde steeldeckplaten
-de compressor ingebouwd is in een omkasting en niet tegen de scheidingsmuur staat
-er zijn geen ramen of deuren naar de buren gericht
-alle werkzaamheden gebeuren binnen.
In het najaar 2024 zijn er klachten van geluidshinder ontvangen.
De klachten betroffen ondermeer vaak hinder door zeer vroege, soms zelfs nachtelijke leveringen en vertrekkende voertuigen maar ook door het gebruik van toestellen (zoals slijp- en zaagwerktuigen).
Om de hinder te beperken dient bij de uitbating van de inrichting steeds te worden gewerkt met gesloten ramen en deuren.
Om de geluidshinder (en luchtverontreiniging) te voorkomen, dienen de motoren van de bedrijfsvoertuigen (productie, bestellingen en leveringen, ...) tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd te worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, e.d.m.
Deze voorwaarden worden als bijzondere voorwaarde opgenomen.
Daarnaast wordt er op gewezen als opmerking dat
-conform artikel 5.19.1.3. en 5.16.0.6. van Vlarem II elke rustverstorende activiteit verboden is tussen 19u en 07u alsook op zon- en feestdagen. Dit geldt zowel voor de activiteiten als voor de voertuigenbewegingen.
-conform artikel 4.5.1.1 van Vlarem II alle nodige maatregelen dienen getroffen om de geluidsproductie aan de bron en de geluidsoverdracht naar de omgeving te beperken.
-de geluidsnormen in de buurt volgens hoofdstuk 4.5 van Vlarem II steeds van kracht zijn.
Aspect lucht
De paneelzaag en bandschuurder zijn voorzien met een afzuiging conform artikel 5.19.1.4 van Vlarem II.
Er wordt een warmtepomp (11,9 kW) met 6,4 kg R410A gebruikt (type HFK - 13.364 kg CO₂-eq).
De koelinstallaties dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II.
De koelinstallaties bevatten een hoeveelheid koelmiddel in ton CO2-equivalent ≥ 5 ton waardoor ze conform Vlarem II iedere 12 maanden moet onderzocht worden op goed functioneren en op mogelijke lekverliezen door een erkende koeltechnicus.
Wanneer een permanent lekdetectiesysteem aanwezig is mag de controlefrequentie worden gehalveerd.
De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Bij controles dient het gebruikte koelmiddel op jaarbasis berekend te worden ten opzichte van de koelmiddelinhoud. Bij een RLV van meer dan 10% tijdens twee opeenvolgende kalenderjaren, dient de installatie buiten bedrijf gesteld te worden.
Deze elementen worden als opmerking opgenomen.
Van de geplaatste compressor (2,1 kW) is het product van de toelaatbare druk (10 bar) en het volume (100 liter) niet groter is dan 3.000 bar.liter. Bijgevolg dient de luchtcompressor, conform artikel 5.16.3.2, §4 van Vlarem II, niet onderworpen te worden aan een onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline houder voor gassen of gevaarlijke stoffen.
Aspect bodem en grondwater
Rubriek 17.4 voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen wordt aangevraagd voor 180 kg. Echter bij de opsomming van de producten worden enkel de gassen argon en propaan vermeld.
Voor de opslag van gassen is rubriek 17.4 niet van toepassing. De opslag van gassen valt onder o.a. onder rubriek 17.1.2.1.1, echter is deze rubriek pas van toepassing vanaf 300 l.
Rubriek 17.4 wordt bijgevolg niet opgenomen.
Aspect afval
De voortgebrachte afvalstoffen (pmd, papier en karton, KGA, glas, houtafval, recycleerbare harde kunststoffen, …) worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit wordt opgenomen als opmerking.
Aspect afvalwater
De inrichting ligt in centraal gebied volgens het zoneringsplan van Stad Gent.
Er wordt aangenomen dat er geen lozing is van bedrijfsafvalwater en dat de lozing van het huishoudelijk afvalwater beperkt is tot minder dan 600 m³/jaar.
Stedenbouwkundige handelingen en goede ruimtelijke ordening
Aspect stedenbouwkundige handelingen
In de aanvraag worden geen stedenbouwkundige handelingen aangevraagd. Er wordt dus aangenomen dat de aanvraag zich situeert binnen de afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen. Er mogen geen stedenbouwkundige handelingen gebeuren zonder vergunning.
Aspect mobiliteit
Oppervlakte gebouw: Het gebouw heeft een oppervlakte van 1360m² bvo, bestaande uit 200m² kantoor, 538m² productie-atelier en 622m² opslag.
Werknemers: Er zijn 13 vaste werknemers in dienst, bestaande uit 3 zaakvoerders, 6 bedienden en 4 arbeiders.
Verplaatsingen woon-werk: 5 werknemers verplaatsen zich met de fiets en 8 met de wagen. Op eigen terrein zijn 5 parkeerplaatsen voorzien voor personenwagens (zaakvoerders en bezoekers). Er is een overdekte fietsenstalling voorzien in het gebouw voor 12 fietsen. De auto’s van de werknemer worden geparkeerd in de aangelegen straat.
Bedrijfsvoertuigen: het bedrijf heeft 6 bedrijfsvoertuigen, bestaande uit 2 vrachtwagens en 3 camionettes en een heftruck die op eigen terrein worden geparkeerd.
Er wordt aangegeven dat er mogelijks overlast is door het op- en aanrijden van de bestelwagens en vrachtwagens, en er mogelijks geluidshinder is van laden en lossen. Dit wordt tot een minimum beperkt rekening houdend met de voorgeschreven uren van 7 tot 19u en niet op zon- en feestdagen. Werken op zaterdagen is beperkt en heel sporadisch.
Parkeren – aantal parkeerplaatsen
Om de aanvraag te toetsen aan de goede ruimtelijke ordening, bekijken we de voorgestelde parkeeroplossingen. De Stad beoogt de leefbaarheid en kwaliteit van de stad te bewaren en zelfs te versterken zonder de parkeeroverlast op de omgeving zonder meer te verhogen. De Stad stelde hiertoe een set van fiets- en autoparkeerrichtlijnen op, opgenomen in het Parkeerplan Gent, deel uitmakend van het Mobiliteitsplan van de Stad. De parkeerrichtlijnen worden gebruikt om aan de hand van objectieve criteria de gewenste parkeerratio te berekenen:
1. Type functie: arbeidsintensief
2. Ligging: witte zone
3. Grootte: 1360m² bvo
Rekening houdend met bovenstaande, vragen de parkeerrichtlijnen 18 fietsparkeerplaatsen voor werknemers waarvan 1 fietsparkeerplaats voor bezoekers. We vragen dat minimum 10% van het aantal fietsen voorbehouden wordt voor buitenmaatse fietsen. Daarnaast vraag het project parkeerrichtlijnen tussen de 14 en 26 autoparkeerplaatsen voor werknemers, waarvan 1 autoparkeerplaats voor bezoekers. Dit aantal fiets- en autoparkeerplaatsen sluit het beste aan bij de functie en ligging van het project.
In de aanvraag staat informatie opgenomen omtrent de werknemers, de verplaatsingen woon-werkverkeer en de bedrijfsvoertuigen.
-Er zijn 13 werknemers, waarvan 5 werknemers zich verplaatsen met de fiets en 8 met de wagen.
-Er zijn 5 autoparkeerplaatsen voorzien op eigen terrein (zaakvoerders en bezoekers) en er is een overdekte fietsenstalling voor 12 fietsen.
-De parkeerplaatsen voor de 6 bedrijfsvoertuigen worden geparkeerd op eigen terrein (2 vrachtwagens, 3 camionettes en 1 heftruck).
-De resterende wagens van werknemers worden geparkeerd in de aangelegen straat.
De voorgestelde plannen voldoen niet, aangezien er minder parkeerplaatsen voorzien zijn dan de parkeerrichtlijnen vereisen. Op basis van de aangeleverde informatie dient hier individueel bekeken te worden wat de parkeereis is. Dit is:
- 5 autoparkeerplaatsen voor de bedrijfsvoertuigen
- 8 autoparkeerplaatsen voor werknemers
- 1 autoparkeerplaats voor bezoekers
- 5 fietsparkeerplaatsen voor werknemers
Op de plannen is voorzien in 5 autoparkeerplaatsen voor de bedrijfsvoertuigen, 4 autoparkeerplaatsen voor werknemers, 1 autoparkeerplaats voor bezoekers en 5 fietsparkeerplaatsen voor werknemers. Er is dus een tekort aan 4 autoparkeerplaatsen voor werknemers op eigen terrein. Echter zien we weinig mogelijkheden om dit alsnog op eigen terrein te organiseren/op te lossen.
De Nota fiets- en autoparkeerrichtlijnen is géén op zichzelf staand, verordenend instrument maar houdt wél rekening met de decretaal vastgestelde beoordelingselementen die de goede ruimtelijke ordening mee vorm geven. In die zin is deze nota dan ook te beschouwen als ‘beleidsmatig gewenst met betrekking tot de mobiliteitsimpact’, in de zin van art. 4.3.1 §2 2° a) van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening.
Parkeren – uitvoering fietsparkeerplaatsen
Er zijn 5 autoparkeerplaatsen voor bedrijfsvoertuigen en 5 autoparkeerplaatsen voor werknemers en bezoekers op eigen terrein.
Parkeren – uitvoering fietsparkeerplaatsen
Ook de inrichting van een fietsenberging is belangrijk om het fietsgebruik aan te moedigen. Een gebruiksvriendelijke berging wordt sneller gebruikt en stimuleert fietsgebruik.
Over het algemeen kan de kwaliteit van een fietsenberging worden afgemeten aan de hand van 4 criteria.
1. Locatie van de fietsenberging
2. Type fietsenstalling
3. Afmetingen van de fietsenberging
4. Bijkomende comforteisen
De fietsparkeerplaatsen voor werknemers zijn overdekt en afgesloten. De fietsparkeerplaatsen zijn voorzien op 1 niveau en hebben een as-op-as-afstand van 75 cm, wat ok is.
Er zijn geen fietsparkeerplaatsen voor buitenmaatse fietsen. Dit is minimum 10% van het aantal fietsen.
We stellen vast op de plannen dat er naast de 12 fietsparkeerplaatsen nog ruimte over is, en vragen om de fietsenstalling uit te breiden zodat er in totaal 13 fietsparkeerplaatsen zijn (want 13 werknemers), zodoende het gebruik van duurzame vervoersmiddelen door de werknemers te stimuleren. Daarom vragen we om nog 1 extra fietsparkeerplaats te voorzien voor een buitenmaatse fiets naast de 12 gewone fietsparkeerplaatsen. Dit wordt als bijzonder voorwaarde opgenomen.
Logistiek verkeer: Laden en lossen:
Laden en lossen dient zo veel mogelijk op eigen terrein te gebeuren.
Flankerende maatregelen: Bedrijfsvervoersplan
Aangezien er een tekort is aan 4 autoparkeerplaatsen op eigen terrein is de opmaak van een bedrijfsvervoerplan aangewezen.
Voor het uitdenken van een mobiliteitsbeleid op maat dat het gebruik van duurzame vervoersmiddelen door de werknemers stimuleert, is de opmaak van een bedrijfsvervoerplan aangewezen. Om jullie hiermee op weg te helpen, kan je contact opnemen met de mobicoach bedrijven (mobiliteit.bedrijven@stad.gent). Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.
CONCLUSIE
Het gevraagde project is milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving.
De gevraagde melding wordt geakteerd.
Volgende rubrieken worden geakteerd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
15.1.1° | stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | 6 voertuigen | Nieuw | 6 voertuigen |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | lucht warmtepomp (11,9 kW) en compressor (2,2 kW) | Nieuw | 14,1 kW |
19.3.1°b) | inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied | paneelzaag en afzuiging en bandshuurder met afzuiging | Nieuw | 100 kW |
19.6.2°a) | opslagplaatsen van hout van meer dan 40 m³ tot en met 200 m³ in een lokaal, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied | constructiehout ( cls, schalibert, latten ), plaatmateriaal ( mdf, multiplex ) en panelen ( hout/multiplex ) | Nieuw | 194 m³ |
Volgende rubriek is niet rechtsgeldig:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Argon 20 l Argon 20 l Propaan verpakking 16kg x 6 stuks ( aandrijving heftruck ) Propaan verpakking 10.5 kg x 4 stuks | Nieuw | 180 kg |
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen dient akte te nemen van de ingediende melding. Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Uitvoerbaarheid
U mag het project uitvoeren of exploiteren vanaf de aanplakking van de meldingsakte.
Aanplakking
U moet de meldingsakte bekend maken door de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden conform artikel 139 BVR OVG.
De aanplakking gebeurt conform artikel 59 BVR OVG waarbij de vergunningsaanvrager gelezen moet worden als de persoon die de melding verricht. Het opschrift van de aan te plakken affiche luidt : 'BEKENDMAKING MELDINGSAKTE'.
Verval
De meldingsakte vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de gemelde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de meldingsakte;
2° als het uitvoeren van de gemelde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de gemelde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de gemelde stedenbouwkundige handelingen;
4° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de meldingsakte aanvangt.
De meldingsakte voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de gemelde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Beroepsmogelijkheid
U kan tegen deze beslissing een verzoekschrift tot schorsing en/of vernietiging indienen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen op het volgende adres:
Raad voor Vergunningsbetwistingen
p/a Dienst van de Bestuursrechtscolleges
Koning Albert II-laan 35 bus 81
1030 Brussel
U doet dit op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending (dit is per aangetekende brief of door neerlegging ter griffie) binnen een vervaltermijn van 45 dagen die ingaat de dag na de betekening van deze beslissing.
Het verzoekschrift wordt in vijfvoud ingediend, namelijk één origineel en vier afschriften (fotokopies of een digitale kopie). Gelijktijdig met de indiening van het verzoekschrift stuurt u een afschrift van het verzoekschrift ter informatie aan de verwerende partij (dit is de overheid die de beslissing genomen heeft).
U bent een rolrecht verschuldigd van:
- 200 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot vernietiging;
- 100 euro bij het indienen van een verzoekschrift tot schorsing of tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.
U betaalt het rolrecht binnen een termijn van 15 dagen, die ingaat de dag na deze van de betekening van het verzoek daartoe door de griffier van de Raad. Als het bedrag niet binnen de termijn van 15 dagen is gestort wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Meer info
De procedure voor de Raad van Vergunningsbetwistingen wordt geregeld in
- het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges,
- het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
- het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse Bestuursrechtscolleges.
Meer info vindt u op de website van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen)
Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt akte van de melding ingediend door de heer David Desmet voor de exploitatie van een bedrijf gespecialiseerd in grafisch ontwerp met een werkatelier voor hout- en metaalbewerking (de Vrije Ruimte BV), gelegen Groenewandeling 40A, 9031 Gent, met inrichtingsnummer 20250129-0079, omvattende volgende rubrieken:
Rubriek | Conclusie | Omschrijving | Hoeveelheid |
15.1.1° | Aktename | stallen van 3 tot en met 25 autovoertuigen en/of aanhangwagens, andere dan personenwagens | 6 voertuigen (Nieuw) | 6 voertuigen |
16.3.2°a) | Aktename | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | llucht warmtepomp (11,9 kW) en compressor (2,2 kW) (Nieuw) | 14,1 kW |
17.4. | Ongegrond, niet rechtsgeldig | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | Argon 20 l, Argon 20 l, Propaan verpakking 16kg x 6 stuks ( aandrijving heftruck ), Propaan verpakking 10.5 kg x 4 stuks (Nieuw) | 180 kg |
19.3.1°b) | Aktename | inrichtingen voor het mechanisch behandelen en vervaardigen van artikelen van hout met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied | paneelzaag met afzuiging, bandschuurder met afzuiging (Nieuw) | 100 kW |
19.6.2°a) | Aktename | opslagplaatsen van hout van meer dan 40 m³ tot en met 200 m³ in een lokaal, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied | constructiehout ( cls, schalibert, latten ), plaatmateriaal ( mdf, multiplex ) en panelen ( hout/multiplex ) (Nieuw) | 194 m³ |
De aktename is afhankelijk van de strikte naleving van de volgende voorwaarden:
Bijzondere voorwaarden voor de ingedeelde inrichting of activiteit:
Bedrijfsvervoerplan
De opmaak van een bedrijfsvervoerplan is aangewezen. Om jullie hiermee op weg te helpen, kan je contact opnemen met de mobicoach bedrijven (mobiliteit.bedrijven@stad.gent).
Fietsparkeerplaatsen
De fietsparkeerplaatsen dient uitgebreid van 12 fietsparkeerplaatsen naar 13 door het voorzien van 1 fietsparkeerplaats voor buitenmaatse fietsen. Er moeten in totaal 13 fietsparkeerplaatsen voorzien worden (voor alle werknemers).
Motoren
Om de geluidshinder (en luchtverontreiniging) te voorkomen, dienen de motoren van de bedrijfsvoertuigen (productie, bestellingen en leveringen, ...) tijdens wachtperioden en laad- en losoperaties stilgelegd te worden, tenzij het noodzakelijk is voor de aandrijving van pompen, kranen, hefbruggen, e.d.m.
Ramen en deuren
Om de hinder te beperken dient bij de uitbating van de inrichting steeds te worden gewerkt met gesloten ramen en deuren.
De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:
De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/
Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.
Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:
Rustverstorende activiteiten
Conform artikel 5.19.1.3. en 5.16.0.6. van Vlarem II is elke rustverstorende activiteit verboden tussen 19u en 07u alsook op zon- en feestdagen. Dit geldt zowel voor de activiteiten als voor de voertuigenbewegingen.
Maatregelen geluidshinder
Conform artikel 4.5.1.1 van Vlarem II dienen alle nodige maatregelen getroffen om de geluidsproductie aan de bron en de geluidsoverdracht naar de omgeving te beperken.
Geluidsnormen
De geluidsnormen in de buurt volgens hoofdstuk 4.5 van Vlarem II zijn steeds van kracht.
Warmtepomp
De koelinstallaties dienen onderhouden te worden overeenkomstig artikel 5.16.3.3.§3 van Vlarem II.
De koelinstallaties bevat een hoeveelheid koelmiddel in ton CO2-equivalent ≥ 5 ton waardoor ze conform Vlarem II iedere 12 maanden moet onderzocht worden op goed functioneren en op mogelijke lekverliezen door een erkende koeltechnicus.
Wanneer een permanent lekdetectiesysteem aanwezig is mag de controlefrequentie worden gehalveerd.
De exploitant moet het relatief lekverlies (kg toegevoegd koelmiddel ten opzichte van totale koelmiddelinhoud installatie) te allen tijden beperken tot 5% per jaar (artikel 5.16.3.3.§6 van Vlarem II). Bij controles dient het gebruikte koelmiddel op jaarbasis berekend te worden ten opzichte van de koelmiddelinhoud. Bij een RLV van meer dan 10% tijdens twee opeenvolgende kalenderjaren, dient de installatie buiten bedrijf gesteld te worden.
Afval
De voortgebrachte afvalstoffen (pmd, papier en karton, KGA, glas, houtafval, recycleerbare harde kunststoffen, …) worden volgens VLAREMA (Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) beschouwd als bedrijfsafval. VLAREMA stelt dat bedrijfsafval gescheiden ingezameld moet worden en opgehaald moet worden door een erkende inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor verdere verwerking door een erkende verwerker. De bedrijfsafvalstoffen kunnen door het gemeentelijke inzamelsysteem opgehaald worden op voorwaarde dat hiervoor de reële kostprijs wordt betaald, dat de capaciteit van de gemeentelijke inzamelsystemen niet overbelast wordt en dat een zo goed mogelijke afzonderlijke registratie van dit bedrijfsafval wordt gevoerd. Het is ook verplicht om een afvalstoffenregister bij te houden. Dit