Terug
Gepubliceerd op 28/07/2025

2025_CBS_06650 - OMV_2025026304 - aanvraag omgevingsvergunning voor het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor wegenis- en rioleringswerken - met openbaar onderzoek - Edgard Tinelstraat, Goedlevenstraat, Maalderijstraat en Romain Clausstraat, 9041 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 24/07/2025 - 09:02 Virtueel - via Microsoft Teams
Datum beslissing: do 24/07/2025 - 09:01
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Filip Watteeuw

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur
2025_CBS_06650 - OMV_2025026304 - aanvraag omgevingsvergunning voor het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor wegenis- en rioleringswerken - met openbaar onderzoek - Edgard Tinelstraat, Goedlevenstraat, Maalderijstraat en Romain Clausstraat, 9041 Gent - Vergunning 2025_CBS_06650 - OMV_2025026304 - aanvraag omgevingsvergunning voor het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor wegenis- en rioleringswerken - met openbaar onderzoek - Edgard Tinelstraat, Goedlevenstraat, Maalderijstraat en Romain Clausstraat, 9041 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Farys OPDRAVER met als contactadres Stropstraat 1, 9000 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025026304) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 25 maart 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

Onderwerp: het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor wegenis- en rioleringswerken

• Adres: Edgard Tinelstraat , Goedlevenstraat , Maalderijstraat  en Romain Clausstraat , 9041 Gent

Kadastrale gegevens:  openbaar domein

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 22 mei 2025.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 18 juli 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Het betreft het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor wegenis- en rioleringswerken.

 

De aanvraag heeft betrekking op de infrastructuurwerken, nl. aanleg van riolering en collector in de volgende straten gelegen in de gemeente Oostakker (deelgemeente van Gent):  Goedlevenstraat, Romain Clausstraat, Edgard Tinelstraat, Maalderijstraat.

 

Het project ligt volledig op openbaar domein en is momenteel voorzien van een gemengd rioleringsstelsel waarbij afvalwater en regenwater samenkomt. Voor het project zal circa 1600 m gescheiden riolering worden aangelegd, DWA en RWA met variabele diameter 250 tot 1000 mm. Hierbij zal ook een collector en 4 overlaten worden geplaatst. De riolering wordt aangelegd op een diepte variërend van 1,5 tot 3m (bok).

 

De aanvraag bevindt zich momenteel in de fase van eerste aanleg.

 

Voor de realisatie van infrastructuurwerken is een bemaling noodzakelijk. De bemalingen zullen gefaseerd worden uitgevoerd over een periode van 18 maanden.

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | Lozing bemalingswater zonder zuivering | klasse 2 | Nieuw

99,92 m³/uur

53.2.2°b)1°

bronbemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil tot maximaal vier meter onder maaiveld | Bemaling i.k.v. infrastructuurwerken | klasse 3 | Nieuw

381867 m³/jaar

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen op het perceel zijn bekend:

Omgevingsvergunningen

* Op 21/06/2018 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften voor lot 1 + uitbreiding van de verkaveling. (2018 OO 179/03)

 

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 04/08/2009 werd een vergunning afgeleverd voor de aanleg van een semi-gescheiden stelsel: de aanleg van een nieuwe dwa en rwa leiding met dwa dienstriolen; het vernieuwen van de weg: nieuwe rijweg, voetpaden, verkeersplateau, parkeervakken afgebakend door bomen, fietssuggestiestrook, groenzones.. (2009/50038)

 

Verkavelingsvergunningen

* Op 06/12/1966 werd een vergunning afgeleverd voor nieuwe verkaveling. (1966 OO 094/00)

* Op 23/01/1974 werd een vergunning afgeleverd voor nieuwe verkaveling. (1973 OO 179/00)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:


Deels ongunstig/gunstig advies van VMM (M) Advies Vergunning Afvalwater en Lucht (milieu) afgeleverd op 15 juli 2025 onder ref. KAGA/OVA/BG/AC/xtie 125319/: zie verdere bespreking bij aspect afvalwater.

 

Voorwaardelijk gunstig advies van VMM (watertoets) Afdeling Operationeel Waterbeheer afgeleverd op 10 juli 2025 onder ref. WT 2025 OG 0689_1:

 

De aanvraag bevat uitsluitend een milieuluik met betrekking tot de aanlegfase. In overeenkomst met het Stad Gent omvat deze aanvraag geen stedenbouwkundig luik, conform het besluit d.d. 16/07/2010 Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van [stedenbouwkundige] handelingen waarvoor geen [omgevingsvergunning] artikel 10. Bijgevolg wordt het advies van VMM (watertoets) Afdeling Operationeel Waterbeheer m.b.t. de rioleringswerken niet overgenomen. Er wordt enkel advies opgenomen m.b.t. de bemaling (milieuluik). De overstromingsgevoeligheid wordt verder besproken bij de waterparagraaf.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.

Het project ligt in het bijzonder plan van aanleg OUDE BAREEL, goedgekeurd op 22 mei 1997, en is bestemd als zone voor wegen.


De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1. Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Vlaamse Milieumaatschappij - Afdeling Operationeel Waterbeheer - Gent. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is middelgroot (gebied waar er jaarlijks meer dan 1% kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

5.2. Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

De bemaling betreft een ingedeelde activiteit. De impact van de activiteit wordt besproken onder het aspect bodem en grondwater. De bemaling moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verdroging zal voorkomen worden.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

Overstromingen

Een deel van het projectgebied is gelegen in pluviaal overstromingsgevoelig gebied. De aanleg van een gescheiden stelsel kan het risico op wateroverlast in de straat verminderen, maar zal dit nooit helemaal kunnen wegnemen.

 

Het kan aangewezen zijn om de bestaande woningen te beschermen tegen wateroverlast door het plaatsen van terugslagkleppen, het afdichten van openingen in de gevel zoals verluchtingsgaten, eventuele keldergaten, e.d. schotten te voorzien voor ramen en deuren en indien de muren onvoldoende waterkerend zijn deze te voorzien van een waterkerend product.

 

De impact van het project op het overstromingsregime wordt ook besproken onder ‘aspect bodem en grondwater’.

 

Waterkwaliteit

De lozing van het bemalingswater is een ingedeelde activiteit. De impact van de lozing wordt besproken onder het aspect afvalwater/bodem en grondwater. De lozing moet voldoen aan de toepasselijke algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II (en de bijzondere voorwaarden) waardoor verontreiniging zal voorkomen worden.

 

5.3. Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

De invloed van de bemaling op natuur wordt beperkt door de hoeveelheid opgepompt grondwater te beperken door te werken met peilsturing en door bevloeiing te voorzien voor de nabij gelegen bomen. Dit wordt ook verder besproken.

De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing.

Het bemalingswater wordt geloosd op de bestaande (RWA-)rioleringsstelsel.

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

Hieruit wordt besloten dat de melding mits voorwaarden de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.

Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.

 

8.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 30 mei 2025 tot en met 28 juni 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden 2 bezwaarschriften ingediend.

 
Bezwaarschrift 1:

Graag hadden we meer informatie over de concrete plannen voor de werken. Aangezien de werken gebeuren ter hoogte van Goedlevenstraat 179 waar er ons muziek- en danscentrum gelegen is, vinden we het belangrijk dat de toegankelijkheid gevrijwaard blijft tijdens de werken zodat de parking ter beschikking blijft voor zowel de bezoekers als de klanten van Toursupport. De firma Toursupport verzorgt logistiek voor de culturele sector en er moeten dagelijks tourbussen aan en af kunnen rijden om de werking te blijven uitvoeren.

 

Bespreking bezwaarschrift 1:

De aanvraag gaat louter over de bemaling i.f.v. de aanleg van de nieuwe riolering. De effectieve wegen- en rioleringswerken zijn vrijgesteld van vergunning en bijgevolg ook geen onderdeel van de aanvraag. Bijgevolg is dit bezwaar ongegrond. De plannen van de heraanleg zijn echter wel ontsloten naar het ruime publiek via de website van de stad Gent op volgende pagina: https://stad.gent/nl/plannen-en-projecten/project-goedlevenstraat. De plannen werden eveneens toegelicht aan de buurt in 2016 en 2022.

Wat de werken zelf betreft proberen we steeds de toegankelijkheid van de percelen maximaal te vrijwaren. Gezien er echter wel ingrijpende rioleringswerken uitgevoerd dienen te worden, is het onvermijdbaar dat er momenten zijn dat dit minder vlot zal verlopen.

 

Bezwaarschrift 2:

Als school hebben we uiteraard geen bezwaar tegen de geplande werken, maar maken we ons wel zorgen met betrekking tot de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de campus van het CVO Groeipunt, aan de Edgard Tinelstraat 92. Die zou maximaal moeten gewaarborgd blijven. Vanaf augustus 2025 zijn er grote verbouwingswerken gepland op de campus. Hierdoor zal de parking aan de noordkant van het perceel ingericht worden als werf (geel omcirkeld op de luchtfoto in bijlage). De enige mogelijkheid tot parkeren op de site is dan de cursistenparking aan de zuidkant van het perceel (rood omcirkeld). Deze zou altijd bereikbaar moeten blijven. 

 

Afbeelding met Luchtfotografie, kruispunt, kruising, Vogelperspectief

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

 

Teneinde onze leerlingen en personeel goed en tijdig te kunnen informeren over de toegankelijkheid en bereikbaarheid van onze school, vragen wij op de hoogte gehouden te worden van de werken. Graag plegen wij voorafgaand aan de werken een overleg over timing en bereikbaarheid. U kan hiervoor contact opnemen met Yves Baeke, technisch adviseur (yves.baeke@groeipunt.be), of Dave Bonte, directeur (dave.bonte@groeipunt.be).

 

Bespreking bezwaarschrift 2:

De toegang tot de cursistenparking is niet gelegen binnen de grenzen van het project, deze zal steeds bereikbaar blijven. Voor en tijdens de werf wordt alle belangrijke momenten zoals bv fasewissels op werf of op momenten met verminderde toegankelijkheid gecommuniceerd naar de aangelanden, op zich staat dit los van de vergunning voor de bemaling en is dit bezwaar bijgevolg ongegrond.

9.       OMGEVINGSTOETS

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening

De handeling is vrijgesteld cfr. artikel 8.1. 7° van het vrijstellingsbesluit:

Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de herinrichting van de volgende al dan niet omheinde terreinen, als er geen gebouwen opgericht worden en als de herinrichting eigen is aan de functie van het terrein :

-  terreinen met ondergrondse of bovengrondse installaties voor de productie, het transport en de distributie van drinkwater, elektriciteit of aardgas.

Er mogen geen stedenbouwkundige handelingen gebeuren zonder vergunning.

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
 

Aspect afvalwater

Het bedrijf vraagt de lozing aan van 99,92 m³/uur – 2398 m³/dag – 381867 m³/jaar bemalingswater, niet via een wzi, met gevaarlijke stoffen in de openbare riolering (kruispunt Goedlevenstraat en Waterstraat gedurende 18 maanden. (Rubriek 3.4.2).

 

Volgende lozingsnormen worden aangevraagd:

- As: 50 µg/l

- Ni: 60 µg/l

- PFAS-ind.: 0,1 µg/l.

 

Lozingssituatie

Ter hoogte van het project ligt:

- In de omliggende straten gemengde rioleringen die aangesloten zijn op RWZI Gent

- Een RWA-leiding thv kruispunt Goedlevenstraat en Waterstraat die uitmondt in de onbevaarbare cat 3 waterloop Rietgracht met basiskwaliteit.

 

Het bedrijf vraagt de lozing aan van het bemalingswater in de openbare riolering op het kruispunt van de Goedlevenstraat en Waterstraat.

 

Gezien de aanwezigheid van een RWA-leiding, moet het bemalingswater via deze leiding worden geloosd.

 

Debiet

Om de dagdebieten te beperken, wordt de lengte van een bemaalde streng beperkt tot 50m + 50m, waarbij iedere streng ongeveer 21 + 14 dagen bemaald wordt (sleuf met dubbele rioleringsstreng). We bekomen volgende resultaten:

- Aanleg riolering tussen Waterstraat en R. Clausstraat (t.h.v. nr.55) (S10):

Lengte sleuf: 180m

Verlaging van 1,0m tot 4,0m onder het maaiveld

Max. invloedsstraal (verlaging = 5cm): 375m

Max. invloedsstraal (verlaging = 1cm): 450m

Max. dagdebiet: 1.221m³/dag/ 50m

Totaal debiet: 22.873m³/50m * 180m = 82.341 m³

- Aanleg riolering tussen R. Clausstraat (t.h.v. nr. 55) en Goedlevenstraat t.h.v. nr. 132 (S11):

Lengte sleuf: 150m

Verlaging van 1,0 tot 4,0m onder het maaiveld

Max. invloedsstraal (verlaging = 5cm): 375m

Max. invloedsstraal (verlaging = 1cm): 450m

Max. dagdebiet: 1.221 m³/dag / 50m

Totaal debiet: 22.873m³/50m *150m = 68.618m³

- Aanleg riolering Goedlevenstraat tussen nr. 132 en nr. 140 (S12):

Lengte sleuf: 160m

Verlaging van 1,0 tot 3,5m onder het maaiveld

Max. invloedsstraal (verlaging = 5cm): 365m

Max. invloedsstraal (verlaging = 1cm): 450m

Max. dagdebiet: 1.357m³/dag /50m

Totaal debiet: 22.857 m³/50m *160m = 73.144 m³

- Aanleg riolering Goedlevenstraat tussen nr. 140 en 160 (S13):

Lengte sleuf: 130m

Verlaging van 1,0 tot 3,4m onder het maaiveld

Max. invloedsstraal (verlaging = 5cm): 363m

Max. invloedsstraal (verlaging = 1cm): 450m

Max. dagdebiet: 1.384m³/dag/50m

Totaal debiet: 22.854m³/50m *130m = 59.421 m³

- Aanleg riolering Goedlevenstraat tussen nr. 140 en 203 en Maalderijstraat (S14):

Lengte sleuf: 200m

Verlaging van 1,0 tot 3,3m onder het maaiveld

Max. invloedsstraal (verlaging = 5cm): 360m

Max. invloedsstraal (verlaging = 1cm): 450m

Max. dagdebiet: 1.411m³/dag/50m

Totaal debiet: 22.851 m³/dag/50m *200m = 91.405 m³

 

Voor de bouwputten van de constructies wordt uitgegaan van een bemalingsduur van 14 dagen, gezien het gaat om kleinere constructies die prefab kunnen worden uitgevoerd.

- Pompstation PS1 R.Clausstraat (S10):

Afmetingen bouwput: 2,6m x 3,2m

Verlaging van 1,0 tot 4,0m onder het maaiveld

Max. invloedsstraal (verlaging = 5cm): 287m

Max. invloedsstraal (verlaging = 1cm): 310m

Max. dagdebiet: 287m³/dag

Totaal debiet: 3.390 m³

- Overstort O8 Goedlevenstraat (S11):

Afmetingen bouwput: 4,10m x 4,50m

Verlaging van 1,0 tot 3,8m onder het maaiveld

Max. invloedsstraal (verlaging = 5cm): 287m

Max. invloedsstraal (verlaging = 1cm): 310m

Max. dagdebiet: 308m³/dag

Totaal debiet: 3548 m³

 

Overstorten O6, O7 en O9 zijn kleine constructies, hier is geen aparte bemaling voor nodig.

 

Er wordt verondersteld dat er in een zone van 50m bemaald en gewerkt wordt, terwijl de volgende zone van 50m al bemaald wordt, dus dat er 100m tegelijk bemaald wordt. Het max. dagdebiet is dan gelijk aan het stationair debiet van de bemaling over 50m, opgeteld bij het begindebiet van de bemaling over de volgende 50m. Het grootste bemalingsdebiet wordt bekomen in het laatste deel van de Goedlevenstraat tot de Maalderijstraat. Het max. dagdebiet is dan gelijk aan 1.411m³ (begin van de bemaling over 50m) + 987m³ (einde van de bemaling over 50m) = 2.398m³/dag.

Het totale bemaalde debiet is gelijk aan 82.341m³ + 68.618m³ + 73.144m³ + 59.421m³ + 91.405m³ + 3.390m³ + 3.548m³ = 381.867 m³.

 

Lozingsnormen

Het bedrijf vraagt geen sectorale lozingsvoorwaarden aan. De algemene lozingsvoorwaarden voor lozing op oppervlaktewater zijn van toepassing.

 

Bodemonderzoeken

Van de percelen die binnen de invloedsstraal liggen, zijn volgende bodemdossiers gekend bij OVAM: 58763, 97445, 10492, 14676, 25889, 5754, 97445, 79063, 89064, 6854, 13642, 18332, 13948, 16097, 16231, 31127, 25365, 58847, 29825, 4183.

 

In onderstaande Tabel 10-2 wordt een samenvatting gegeven van alle relevante grondwaterverontreiniging binnen de 3-dimensionele invloedssfeer van de bemaling waarvoor een verdere evaluatie zal uitgevoerd worden.

 

In onderstaande tabel een samenvatting van relevante verontreinigingen ikv eventuele verplaatsing.


PFAS

Het project ligt niet in een no regret zone (PFAS).

 

Veldwerk

Het grondwater ter hoogte van de bemalingszone werd bemonsterd d.m.v. 6 peilbuizen voor analyse op verontreinigingsparameters. Noot: De staalnames werden uitgevoerd met ‘micropurging’, bijgevolg niet volledig representatief voor een bemaling.

De analysecertificaten worden weergegeven in Bijlage 2. Volgende vaststellingen:

- De beperkte verhoogde arseen concentraties wordt globaal bevestigd.

- Daarnaast worden in één peilbuis (PB6) ook verhoogde concentraties vastgesteld voor de andere zware metalen: echter enkel voor de totale fractie, niet voor de opgeloste fractie. Dit zal bijgevolg gerelateerd kunnen worden aan zwevende stof in het bemonsterde grondwater. Een zandfiltratie stap als voorzuivering van het te lozen water kan hier bijgevolg voor volstaan.

- In PB6 worden eveneens beperkt verhoogde concentraties voor perfluor-n-hexaansulfonzuur (PFHxS) vastgesteld (28 ng/l, > RG 20 ng/l). Vermits enkel vastgesteld in deze ene peilbuis en vermits met in acht name van de meetonzekerheid van 50%, wordt globaal in het bemalingswater geen overschrijding verwacht.

 

Motivatie aanvraag lozingsnormen

- Arseen:

In dossier 25889 wordt een verhoogde concentratie aan arseen aangetroffen in het grondwater (23 µg/l). Dit wordt bevestigd door de project-specifieke staalnames. De verhoogde arseen concentratie in het grondwater betreffen beperkt verhoogde concentraties ten gevolge van een verhoogde oplosbaarheid onder invloed van verlaagde redox condities van het lokale grondwater. Rekening houdend met de van nature verhoogde concentraties voor arseen wordt een lozingsnorm aangevraagd van 50 µg/l (10 x IC).

- Nikkel:

In dossier 5754 wordt een verhoogde concentratie aan nikkel aangetroffen in het grondwater (55 µg/l). De verhoogde concentratie nikkel in het grondwater betreft een lokaal verhoogde concentratie onder invloed van een antropogene verstoring van de bodem. Rekening houdend met de van nature verhoogde concentraties voor nikkel wordt een lozingsnorm aangevraagd van 60 µg/l (2 x IC).

- PFAS:

Bij bemonstering van het grondwater ter hoogte van de bemalingszone werden, weliswaar beperkt, verhoogde concentraties aan PFAS vastgesteld. Veiligheidshalve wordt daarom voorgesteld om hiervoor een verhoogde lozingsnorm aan te vragen.

 

Beoordeling door VMM

VMM baseert zich voor dit advies op:

- het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (omgevingsvergunningendecreet OVD) en het uitvoeringsbesluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 (omgevingsvergunningenbesluit);

- het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;

- het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 in het Waterwetboek, dat uitvoering geeft aan de kaderrichtlijn Water 2000/60/EG waarin wordt bepaald dat de nodige maatregelen moeten genomen worden om achteruitgang van de toestand te voorkomen en een goede oppervlaktewatertoestand te bereiken tegen eind 2015 onder voorbehoud van de mogelijke afwijkingsregimes; Vlaanderen heeft momenteel gebruik gemaakt van art. 4.4 van de KRW dat termijnverlenging mogelijk maakt voor het bereiken van een goede oppervlaktewatertoestand.

- Arresten van het Europese Hof van Justitie, waaronder het Wezer-arrest van 1 juli 2015 (zaak C-461/13)

- het besluit van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II);

- het besluit van 1juli 2022 van de Vlaamse Regering houdende de vaststelling van de stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas (2022-2027), met inbegrip van het maatregelenprogramma bij de stroomgebiedbeheerplannen, de herziene zoneringsplannen en de gebiedsdekkende uitvoeringsplannen;

- het besluit van 15 juni 2021 van het afdelingshoofd bevoegd voor de kern “Adviseren Afvalwater en Grondwater” houdende delegatie van bevoegdheden aan de personeelsleden van de afdeling;

 

Bemalingscascade

Voor de lozing van bemalingswater is een algemeen kader uitgewerkt. Belangrijk hierbij is dat conform Art. 4.2.9.1.§1 er achtereenvolgens voorkeur gegeven moet worden aan:

Stap 1: Het maximaal. beperken van netto onttrokken debiet / terug in ondergrond brengen van bemalingswater;

Stap 2: Het nuttige gebruik van bemalingswater;

Stap 3: Het lozen van bemalingswater in oppervlaktewater, in een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of in het gedeelte van de gescheiden riolering dat bestemd is voor de afvoer van hemelwater;

Stap 4: Het lozen van bemalingswater in de openbare riolering.

 

Het blijft noodzakelijk om lokaal af te wegen wat de beste piste is over de milieucompartimenten heen.

 

In het advies van de VMM wordt enkel de aanvaardbaarheid van de lozing op OW/riolering beoordeeld (stap 3 en 4).

 

Toetsing en advies per parameter

- Voor bemalingsdossiers gelden minimaal dezelfde normen als van toepassing voor bodemsaneringen aangezien het niet de bedoeling is om de verontreiniging op te pompen en te verspreiden naar het andere milieucompartiment. Deze dienen dan ook minimaal afgestemd te worden op de normen uit de standaardprocedure voor bodemsaneringsprojecten (OVAM, 2021).

- Momenteel is PFOS de enige PFAS-verbinding die aangeduid is als Prioritair Gevaarlijke Stof (conform de KRW) waarvoor op Europees niveau een MKN werd vastgelegd en waarvoor de verplichting geldt dat de lozing ervan moet stopgezet of geleidelijk beëindigd worden. Voor PFOS bedraagt de milieukwaliteitsnorm 0,65 ng/l. De jaargemiddelde MKN wordt in de Vlarem-wetgeving doorvertaald naar een indelingscriterium, zijnde de concentratie in het afvalwater waarboven bedrijven geacht worden hiervoor een vergunning aan te vragen. Omdat er voor PFOS nog geen analysetechnieken voorhanden zijn om te meten tot dergelijke lage concentraties werd het indelingscriterium gelijkgesteld aan de rapportagegrens. Er is tevens een ontwerpvoorstel van de Europese Commissie voor de aanpassing van de richtlijn Prioritaire Stoffen. Hierin worden 24 extra PFAS-stoffen opgenomen als Prioritair Gevaarlijke Stof met bijhorende Milieukwaliteitsnormen (MKN). Hoewel dit voorstel nog niet goedgekeurd is, wil VMM wel rekening houden met de meest recente stand van zaken in de kennis. Hieruit blijkt dat de druk van perfluorverbindingen gezamenlijk moet bekeken worden. Daarbij wordt rekening gehouden met de verscherpte EFSA-inzichten i.v.m. de toxiciteit van de PFAS. De route secundaire vergiftiging van de mens door het opnemen van in het water levende organismen is hierbij doorslaggevend. Dit wordt in de ontwerprichtlijn uitgedrukt als een norm voor biota (0.077 µg/kg versgewicht uitgedrukt in PFOA equivalenten). De metingen van PFOS tonen aan dat de normen sowieso ruimschoots overschreden zullen worden. Concreet wil dat zeggen dat elke bijkomende lozing van PFAS zal leiden tot een druk die de draagkracht van het aquatische ecosysteem overschrijdt. Ook voor PFAS die niet op de lijst van de 24 perfluorverbindingen staan, kan deze redenering doorgetrokken worden. Elke lozing van PFAS houdend bemalingswater dient bijgevolg zo ver als mogelijk gezuiverd te worden. De huidige rapportagegrens van 20 ng/l (of voor een aantal 50 ng/l) per individuele component geldt hierbij als richtwaarde. Gelet op de BBT-studie voor de zuivering van met PFAS belast bedrijfsafvalwater en bemalingswater (gepubliceerd op 21/12/2023). In het eindrapport ‘De Cirkel rond?’ van de opdrachthouder voor de aanpak van de PFAS-problematiek aangesteld door de Vlaamse Regering (gepubliceerd op 16/12/2022) wordt voor de lozing van bemalingswater een aanpak op lange en korte termijn voorgesteld zodat maximaal in overeenstemming met de doelstellingen van de KRW en de bijhorende rechtspraak van het Europees Hof van Justitie kan gehandeld worden Conform de gemotiveerde aanpak op korte termijn, beschreven in punt 3.2.2.3 van dit eindrapport dient er voor lozing van bemalingswater een lozingsnorm gehanteerd te worden tussen 20/50 ng/l en maximaal 100 ng/l per individuele stof. Een lozingsnorm van 100 ng/l per individuele PFAS-parameter geldt als maximum in afwachting van verdere evoluties op vlak van BBT.

 

Aangezien het project niet gelegen is in een 'no regret zone' voor PFAS, kan enkel op basis van analyseresultaten een verhoogde lozingsnorm worden toegestaan. Uit deze resultaten blijkt dat uitsluitend PFHxS de richtwaarde (RG) overschrijdt. Daarom kan VMM – Adviseren Afvalwater enkel voor PFHxS een verhoogde lozingsnorm van 100 ng/l toestaan. Voor de overige PFAS-parameters dienen de lozingsnormen beperkt te blijven tot hun respectievelijke richtwaarden (RG).

 

Controle-inrichting

Het bedrijf dient te beschikken over een controle inrichting die alle waarborgen biedt om de kwaliteit en kwantiteit van het werkelijk geloosde afvalwater te controleren en die inzonderheid toelaat gemakkelijk monsters te nemen van het geloosde water, overeenkomstig art. 4.2.5.1.1. van Vlarem II.

 

Het volume en de kwaliteit van het geloosde bemalingswater dient gecontroleerd te worden met een meetmethode conform afdeling 5.53.3 en onderafdeling 5.53.6.1 en 5.53.6.1/1 van VLAREM II.

 

Monitoring

De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis max. 3 jaar voor de opstart van de bemaling en bij elke bemalingsfase (WT03).

 

De te analyseren parameters zijn minstens:

- de stoffen opgenomen in bijlage 3 van de standaardprocedure voor een oriënterend bodemonderzoek (OVAM, 01/04/2023)

ter hoogte van elke bemalingsstreng dat deels of volledig of op minder dan 20 m van een perceel gelegen is dat minstens aan één van volgende voorwaarden voldoet:

- het perceel behoort tot een risicogrond als vermeld in het Bodemdecreet van 27 oktober 2006, tenzij er voor de betreffende risicoactiviteit een decretaal bodemonderzoek conform het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 is uitgevoerd;

- voor het perceel is een decretaal bodemonderzoek conform het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 uitgevoerd;

- op het perceel heeft zich een schadegeval voorgedaan als vermeld in het Bodemdecreet van 27 oktober 2006;

- op minstens een deel van het perceel zijn door de overheid voorwaarden of beperkende maatregelen voor het gebruik van grondwater afgekondigd vanwege de vermoedelijke of aangetoonde aanwezigheid van verontreinigende stoffen.

- de stoffen waarvoor een bijzondere lozingsnorm is opgenomen in de vergunning

- As, Ni en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC/IV/A/025.

 De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen. Indien het bemalingswater concentraties bevat hoger dan de geldende lozingsnormen dient het bemalingswater gezuiverd te worden alvorens te lozen. Na toetsing van de analyseresultaten en eventuele mobilisatie van een waterzuiveringsinstallatie kan de bemaling opnieuw opgestart worden.

De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie:

- bij concentraties hoger dan 80 % van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80 % van de norm bedraagt;

- bij concentraties lager dan 80 % van de norm: geen herhaling noodzakelijk.

 

Conform het advies van de VMM kan akkoord gegaan worden, uitgezonderd voor de aangevraagde lozingsnorm voor PFAS-ind., voor het lozen van van 99,92 m³/uur – 2398 m³/dag – 381867 m³/jaar bemalingswater, niet via een wzi, met gevaarlijke stoffen in de RWA-leiding (kruispunt Goedlevenstraat en Waterstraat) gedurende 18 maanden. (Rubriek 3.4.2).

 

Ongunstig:

- PFAS-ind.: 0,1 µg/l

 

Gunstig:

- PFHxS: 0,1 µg/l

- Overige PFAS-ind.: respectievelijke RG

 

De algemene voorwaarden voor lozing van bemalingswater in oppervlaktewater en de volgende bijzondere voorwaarden zijn van toepassing:

- As: 50 µg/l

- Ni: 60 µg/l

- PFHxS: 0,1 µg/l

- Overige PFAS-ind.: respectievelijke RG

- De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis max. 3 jaar voor de opstart van de bemaling en bij elke bemalingsfase.

De te analyseren parameters zijn minstens:

- de stoffen opgenomen in bijlage 3 van de standaardprocedure voor een oriënterend bodemonderzoek (OVAM, 01/04/2023)

ter hoogte van elke bemalingsstreng dat deels of volledig of op minder dan 20 m van een perceel gelegen is dat minstens aan één van volgende voorwaarden voldoet:

- het perceel behoort tot een risicogrond als vermeld in het Bodemdecreet van 27 oktober 2006, tenzij er voor de betreffende risicoactiviteit een decretaal bodemonderzoek conform het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 is uitgevoerd;

- voor het perceel is een decretaal bodemonderzoek conform het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 uitgevoerd;

- op het perceel heeft zich een schadegeval voorgedaan als vermeld in het Bodemdecreet van 27 oktober 2006;

- op minstens een deel van het perceel zijn door de overheid voorwaarden of beperkende maatregelen voor het gebruik van grondwater afgekondigd vanwege de vermoedelijke of aangetoonde aanwezigheid van verontreinigende stoffen.

- de stoffen waarvoor een bijzondere lozingsnorm is opgenomen in de vergunning

- As, Ni en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC/IV/A/025.

De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen. Indien het bemalingswater concentraties bevat hoger dan de geldende lozingsnormen dient het bemalingswater gezuiverd te worden alvorens te lozen. Na toetsing van de analyseresultaten en eventuele mobilisatie van een waterzuiveringsinstallatie kan de bemaling opnieuw opgestart worden.

De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie:

- bij concentraties hoger dan 80 % van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80 % van de norm bedraagt;

- bij concentraties lager dan 80 % van de norm: geen herhaling noodzakelijk.

 

Aspect bodem en grondwater

De bronbemaling moet voldoen aan onderafdeling 5.53.6.1 van Vlarem II en uitgevoerd worden volgens de richtlijnen bemalingen ter bescherming van het milieu (VMM, 2019).

 

Bemalingscascade  (info: https://www.vmm.be/water/grondwater/bemaling)

In eerste instantie dient er zo weinig mogelijk grondwater opgepompt te worden (beperken duur, peilgestuurd, waterremmende constructies). Het grondwater dat onttrokken wordt dient zoveel mogelijk terug in de grond gebracht worden buiten de onttrekkingszone (retourbemaling, herinfiltratie). Voor het netto debiet dat overblijft dient onderzocht of nuttig hergebruik mogelijk is.

Indien dit niet mogelijk is of aangewezen mag het grondwater geloosd worden op oppervlaktewater of in een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater. In laatste instantie mag het bemalingswater in de riolering geloosd worden.

 

Omwille van de ligging van het projectgebied in een stedelijk gebied en de beperkte duur van de bemaling, is herinfiltratie van het bemalingswater niet haalbaar. In de buurt van het projectgebied is er geen zone die voldoet om te herinfiltreren. Het hergebruik van het bemalingswater binnenin of nabij het projectgebied is niet beschikbaar. In de nabije omgeving van het projectgebied zijn er geen waterlopen aanwezig, bijgevolg is lozing op oppervlaktewater niet mogelijk. Bijgevolg zal het bemalingswater in voorliggend project geloosd worden in de openbare riolering (RWA-leiding) ter hoogte van de kruising van de Goedlevenstraat en de Waterstraat.

 

Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen bezorgt het erkend boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

-  het merk en serienummer

-  het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing

Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.

Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Om het debiet en de impact van de bemaling zoveel mogelijk te beperken, moet de bemaling gestuurd worden op basis van het peil.

Elke bemalingspomp dient gestuurd op het grondwaterpeil in de peilbuis in een pompput of op het grondwaterpeil in aparte peilputten. De noodzakelijke verlaging wordt per bouwfase bepaald. De regeling van de peilsturing dient bijgesteld in functie van de vordering van de bouwwerken. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

De lozingen van het onttrokken grondwater dienen 14 dagen voorafgaand aan de lozing te worden gemeld aan de exploitant van de openbare riolering, zijnde Farys, via www.farys.be/melden-van-bemaling. Met het oog op een goede werking van de openbare riolering wordt dit als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

Wateroverlast

De grondwaterbemaling heeft plaats in overstromingsgebied volgens de watertoetskaarten. Er moet te allen tijde gemonitord worden of de bemalingswerken geen (bijkomende) wateroverlast veroorzaken. Indien noodzakelijk dienen de nodige maatregelen genomen te worden (bv. beperken lozingsdebiet, peilmetingen). Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

De lozing van het opgepompte grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.

 

Gelet op de ligging in pluviaal overstromingsgevoeligheid gebied is het aangewezen om de woningen te beschermen tegen wateroverlast. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Zettingen

Er worden iets te grote zettingen bekomen bij de aanleg van de riolering in de omgeving van sondering 10 (S10) en sondering 11 (S11). Echter is er slechts heel beperkte informatie i.v.m. het historisch grondwaterpeil beschikbaar, mogelijk heeft het grondwater in het verleden reeds lager gestaan. Het is aangewezen om in deze zone zettingsmetingen uit te voeren tijdens de bemaling t.h.v. de bebouwing en ook om de bemaling zo kort mogelijk te houden. Voor de andere bestudeerde zones worden geen zettingsproblemen verwacht.

 

De exploitant dient steeds alle voorzorgen te nemen om schade aan onroerende goederen binnen de invloedstraal van een grondwaterwinning te vermijden (bv. zettingen). Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

Grondverzet

Voor het uitvoeren van de projectingrepen, dient er grond afgegraven te worden welke vervolgens zal afgevoerd worden. De totale uitgraving voor voorliggend project wordt geraamd op 9650 m³ bodem. Het grondverzet zal uitgevoerd worden conform de vigerende grondverzetsregeling in het VLAREBO. In kader van het grondverzet werd een technisch verslag opgesteld en zal conform VLAREBO worden uitgevoerd. Dit houdt onder andere in dat de grond geanalyseerd zal worden op verontreiniging en dat de exacte locatie van de uitgraving zal worden opgenomen. Aangezien voldaan zal worden aan de vigerende wetgeving, wordt er geen verspreiding van verontreinigingen verwacht ten gevolge van voorliggend project.

 

Calamiteiten

Op elke werf bestaat er een risico voor lekken in brandstofleidingen of morsverliezen tijdens het gebruik en het onderhoud van het machinepark. Dit zijn accidentele verontreinigingen waarbij de verontreinigende stoffen die in of op de bodem terechtkomen kunnen uitspoelen en als dusdanig ook het grondwater of oppervlaktewater kunnen verontreinigen. Zoals het Bodemdecreet het voorschrijft grijpt de aannemer bij calamiteiten onmiddellijk in om de nodige maatregelen te treffen om verspreiding van verontreiniging te voorkomen. Dit houdt o.m. in om de verontreinigde grond onmiddellijk te ontgraven en af te voeren naar een erkend grondreinigingscentrum. Grote calamiteiten zullen steeds opgevolgd worden door een erkend bodemsaneringsdeskundige. De belangrijkste preventieve maatregel ter voorkoming van calamiteiten is een goed onderhoud van voertuigen en machines, waardoor de mogelijkheid van gebroken leidingen en lekkende brandstoftanks goed wordt ondervangen. Indien er brandstoftanks dienen gevuld te worden, worden de volgende algemene maatregelen voorgesteld i.f.v. het vermijden van calamiteiten worden nageleefd door de aannemer(s):

- Het vullen van werfmachines kan gebeuren boven een ondoorlaatbare vloer (verharding).

- Tijdens het tanken van de voertuigen zal de nodige omzichtigheid aan de dag worden gelegd.

 

Bodemverontreinigingen

Bij het uitvoeren van een bemaling kunnen bestaande bodemverontreinigingen die binnen de invloedstraal van de bemaling gelegen zijn, aangetrokken worden. Binnen de invloedsstraal zijn beperkte verontreinigingen gekend. Binnen de invloedsstraal zijn geen PFAS no-regret zones gekend. In de bemalingsnota wordt dit besproken en geëvalueerd. Uit deze evaluatie blijkt dat er voor geen enkele van de gekende grondwaterverontreinigingen een onaanvaardbare verspreiding van de verontreiniging wordt verwacht, noch een nadelige impact op mens en milieu.

 

Aspect geluid

De bemalingspompen met bijhorende aggregaat voor stroomvoorziening produceren inherent geluid, zowel tijdens de werkuren als tijdens de nacht. De aannemer dient deze zodanig op te stellen dat de hinder naar omwonenden beperkt blijft.

 

Deze bemaling dient slechts tijdelijk opgesteld te worden en verplaatst zich mee met de aanleg van de collector. Door de tijdelijke en relatief kortstondige aard van bemaling wordt geen onaanvaardbare geluidshinder verwacht. Noch het plaatsen van de filters in de grond (m.b.v. waterdruk), noch de exploitatie van de bemalingspompen genereren trillingen die een aanzienlijke impact kunnen hebben op omwonenden of nabijgelegen constructies. Tijdens de uitvoeringsfase kan, indien noodzakelijk, in samenspraak met de bemaler naar een meer optimale opstelling van de bemalingspompen en aggregaten gezocht worden en kan de duur van de bemaling aangepast worden.

 

Alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) moeten genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn. Dit wordt opgenomen als opmerking.

 

Aspect verkeershinder

Tijdens de aanlegfase zal er een beperkte en lokale bijkomende verkeersgeneratie ontstaan omwille van de aan- en afvoer van machines, materiaal, gronden en personeel. Na uitvoering zal er geen bijkomende verkeergeneratie zijn in en rond het projectgebied.

 

Tijdens de aanlegfase zal er een verkeerstoename zijn door het werfverkeer van en naar het projectgebied. Deze bijkomende vrachtwagenbewegingen worden echter beperkt geacht en zal de toename zich voornamelijk buiten de spits voordoen. Verkeer zal tijdens de werken mogelijks tijdelijk beperkt gehinderd worden omwille van werken. Er zal tijdens de werken een omleidingsweg voorzien worden om de verkeershinder te milderen, echter is in deze fase van het project de exacte route nog niet bepaald en dient deze nog afgestemd te worden met o.a. stad Gent.

 

De totale werken, inclusief de wegeniswerken zullen circa 18 maanden in beslag nemen. Openbare werken van deze omvang generen inherent tijdelijke hinder naar omwonenden.

 

Er zal duidelijk gecommuniceerd worden met omwonenden, toegang tot de percelen maximaal garanderen, transparantie naar fasering, e.d.

 

Aspect fauna en flora

Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of European Tree Worker/boomexpert. Dit wordt als bijzondere voorwaarde opgenomen.

 

De bemaling wordt bij voorkeur uitgevoerd tussen 15 oktober en 15 maart. Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

CONCLUSIE

 

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | het lozen van van 99,92 m³/uur – 2398 m³/dag – 381867 m³/jaar bemalingswater, niet via een wzi, met gevaarlijke stoffen in de RWA-leiding (kruispunt Goedlevenstraat en Waterstraat) | Nieuw

99,92 m³/uur

53.2.2°b)1°

bronbemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil tot maximaal vier meter onder maaiveld | Bemaling i.k.v. infrastructuurwerken | Nieuw

381867 m³/jaar

 

 

TERMIJN

De bemaling wordt verleend voor een termijn van 18 maanden. De termijn begint te lopen vanaf de datum van opstart bemalingswerken. Deze startdatum moet gemeld worden via de webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Dit doet geen afbreuk aan de geldigheidsduur (verval) van voorliggende vergunning (Omgevingsvergunningsdecreet - hoofdstuk 8, afdeling 1).

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het exploiteren van een tijdelijke bemaling voor wegenis- en rioleringswerken aan Farys opdraver (O.N.:0200068636) gelegen te Edgard Tinelstraat , Goedlevenstraat , Maalderijstraat  en Romain Clausstraat , 9041 Gent.


De rubrieken voor de inrichting/activiteit Rioleringswerken Goedlevenstraat - Fase 2 met inrichtingsnummer 20250305-0062 beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

3.4.2°

lozen, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, van bedrijfsafvalwater dat al dan niet één of meer gevaarlijke stoffen (lijst 2C, VLAREM I) bevat in concentraties hoger dan het indelingscriterium (meer dan 2 m³/u tot en met 100 m³/u) | het lozen van van 99,92 m³/uur – 2398 m³/dag – 381867 m³/jaar bemalingswater, niet via een wzi, met gevaarlijke stoffen in de RWA-leiding (kruispunt Goedlevenstraat en Waterstraat) | Nieuw

99,92 m³/uur

53.2.2°b)1°

bronbemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van openbare nutsvoorzieningen, in een ander gebied dan de gebieden vermeld in punt 1° met een netto opgepompt debiet van meer dan 30 000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil tot maximaal vier meter onder maaiveld | Bemaling i.k.v. infrastructuurwerken | Nieuw

381867 m³/jaar

 

Artikel 2

Verleent de vergunning voor een termijn van 18 maanden. De termijn begint te lopen vanaf de datum van opstart bemalingswerken. Deze startdatum moet gemeld worden via de webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Dit doet geen afbreuk aan de geldigheidsduur (verval) van voorliggende vergunning (Omgevingsvergunningsdecreet - hoofdstuk 8, afdeling 1).

 

Artikel 3

Legt volgende voorwaarden op:

Bijzondere voorwaarde voor de ingedeelde inrichting of activiteit:

1. De algemene voorwaarden voor lozing van bemalingswater in oppervlaktewater en de volgende bijzondere voorwaarden zijn van toepassing:

- As: 50 µg/l

- Ni: 60 µg/l

- PFHxS: 0,1 µg/l

- Overige PFAS-ind.: respectievelijke RG

- De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis max. 3 jaar voor de opstart van de bemaling en bij elke bemalingsfase.

De te analyseren parameters zijn minstens:

- de stoffen opgenomen in bijlage 3 van de standaardprocedure voor een oriënterend bodemonderzoek (OVAM, 01/04/2023)

ter hoogte van elke bemalingsstreng dat deels of volledig of op minder dan 20 m van een perceel gelegen is dat minstens aan één van volgende voorwaarden voldoet:

- het perceel behoort tot een risicogrond als vermeld in het Bodemdecreet van 27 oktober 2006, tenzij er voor de betreffende risicoactiviteit een decretaal bodemonderzoek conform het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 is uitgevoerd;

- voor het perceel is een decretaal bodemonderzoek conform het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 uitgevoerd;

- op het perceel heeft zich een schadegeval voorgedaan als vermeld in het Bodemdecreet van 27 oktober 2006;

- op minstens een deel van het perceel zijn door de overheid voorwaarden of beperkende maatregelen voor het gebruik van grondwater afgekondigd vanwege de vermoedelijke of aangetoonde aanwezigheid van verontreinigende stoffen.

- de stoffen waarvoor een bijzondere lozingsnorm is opgenomen in de vergunning

- As, Ni en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC/IV/A/025.

De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen. Indien het bemalingswater concentraties bevat hoger dan de geldende lozingsnormen dient het bemalingswater gezuiverd te worden alvorens te lozen. Na toetsing van de analyseresultaten en eventuele mobilisatie van een waterzuiveringsinstallatie kan de bemaling opnieuw opgestart worden.

De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie:

- bij concentraties hoger dan 80 % van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80 % van de norm bedraagt;

- bij concentraties lager dan 80 % van de norm: geen herhaling noodzakelijk.

 

2. De lozingen van het onttrokken grondwater dienen 14 dagen voorafgaand aan de lozing te worden gemeld aan de exploitant van de openbare riolering, zijnde Farys, via www.farys.be/melden-van-bemaling.

 

3. Er moet te allen tijde gemonitord worden of de bemalingswerken geen (bijkomende) wateroverlast veroorzaken. Indien noodzakelijk dienen de nodige maatregelen genomen te worden (bv. beperken lozingsdebiet, peilmetingen).

 

4. Voor de periode tussen 15 maart en 15 oktober geldt dat bij droogte die 10 dagen aanhoudt (neerslagstation Vinderhoute – zie www.waterinfo.be), bevloeiing/infiltratie dient voorzien te worden waar nodig. Hiervoor dienen voorafgaandelijke afspraken gemaakt te worden met de Groendienst via groendienst@stad.gent of European Tree Worker/boomexpert.

 

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.

 

Artikel 4

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

1. Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen bezorgt het erkend boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

-  het merk en serienummer

-  het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing

Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen.

Praktische richtlijnen over hoe de gevraagde informatie moet worden doorgegeven, zijn te vinden op https://dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen.


2. Elke bemalingspomp dient gestuurd op het grondwaterpeil in de peilbuis in een pompput of op het grondwaterpeil in aparte peilputten. De noodzakelijke verlaging wordt per bouwfase bepaald. De regeling van de peilsturing dient bijgesteld in functie van de vordering van de bouwwerken.


3. Gelet op de ligging in pluviaal overstromingsgevoeligheid gebied is het aangewezen om de woningen te beschermen tegen wateroverlast door het plaatsen van terugslagkleppen, het afdichten van openingen in de gevel zoals verluchtingsgaten, eventuele keldergaten, e.d. schotten te voorzien voor ramen en deuren en indien de muren onvoldoende waterkerend zijn deze te voorzien van een waterkerend product.


4. De exploitant dient steeds alle voorzorgen te nemen om schade aan onroerende goederen binnen de invloedstraal van een grondwaterwinning te vermijden. In de omgeving van sondering 10 (S10) en sondering 11 (S11) is het aangewezen om tijdens de bemaling zettingsmetingen uit te voeren t.h.v. de bebouwing en de bemaling zo kort mogelijk te houden.


5. Alle mogelijke en noodzakelijke maatregelen (plaatsing, type, omkasting pomp,…) moeten genomen worden opdat geluidshinder voor omwonenden minimaal zou zijn.


6. De bemaling wordt bij voorkeur uitgevoerd tussen 15 oktober en 15 maart.