Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 24 en 42.
Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.
Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies.
WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?
GHENT COMMODITY TERMINAL NV met als contactadres Skaldenstraat 1, 9042 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025051213) ingediend bij de deputatie op 15 mei 2025.
De aanvraag omgevingsvergunning van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:
• Onderwerp: het veranderen van een inrichting voor de op- en overslag van droge bulkgoederen (ook naamswijziging) (IIOA)
• Adres: John Kennedylaan 31, 9042 Gent
• Kadastrale gegevens: afdeling 12 sectie A nrs. 790/2 H, 790/2 F, 798/2 F, 798/2 H, 798/2 G, 798/2 E, 798/2 K, 803/2 E, 803/2 D, 803/2 C, 970S, 970R, 970T, 970X, 970W, 970D, 970L, 970P, 970A2, 970B2, afdeling 13 sectie R nrs. 1155F en 1155G
Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 11 juni 2025.
De deputatie heeft het college van burgemeester en schepenen om advies gevraagd op 11 juni 2025.
De aanvraag volgde de gewone procedure.
Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 8 juli 2025.
OMSCHRIJVING AANVRAAG
1. BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT
Het betreft het veranderen van een inrichting voor de op- en overslag van droge bulkgoederen (ook naamswijziging) (IIOA).
Algemeen:
GHENT COMMODITY TERMINAL (GCT) nv maakt deel uit van de groep SEA-Invest. SEA-Invest
is gespecialiseerd in de op- en overslag van bulkgoederen in de haven van Gent, Antwerpen
en Zeebrugge.
De exploitatie was tot voorheen gekend als Ghent Coal Terminal. De verandering betreft een
loutere naamswijziging. De nieuwe naam weerspiegelt nauwkeuriger de visie op de toekomst
en de daaraan gekoppelde evolutie van het productgamma.
GCT is een op- en overslagbedrijf voor droge bulkgoederen in de haven van Gent. De terminal
wordt gebruikt voor de op- en overslag tussen schepen, lichters, vrachtwagens en/of treinen.
De site van GCT is gelegen in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven volgens het
gewestplan (8. Gentse en Kanaalzone). De activiteiten die door GCT worden uitgevoerd zijn in
overeenstemming met de bestemming van het gebied.
Historiek
De exploitant beschikt over een basisvergunning Klasse 1 d.d. 07/03/2013 op naam Ghent
Coal Terminal (GCT) nv. Nadien werd nog een omgevingsvergunning verleend voor
verandering.
De naam van de inrichting is gewijzigd naar Ghent Commodity Terminal. Gezien het een
loutere naamsverandering betreft, is geen melding van overdracht noodzakelijk.
Situering
De exploitatie is gelegen aan de John F. Kennedylaan 29-31 te 9042 Gent.
Ten opzichte van de laatste omgevingsvergunning d.d. 13/12/2018 (ref. M03/44021/660/2/A/8) worden de perceelnummers gewijzigd. De wijziging is te wijten aan een administratieve kadastrale hernummering waarbij een aantal nieuwe percelen ontstaan zijn en andere percelen niet langer bestaan en dus geen deel meer uitmaken van de exploitatie. Daarnaast wijzigt de contour van de ingedeelde inrichting ten opzichte van de reeds vergunde situatie. Het betreft hier een inkrimping van het terrein te wijten aan de exploitatie van BEE (Gentse Warmte Centrale) en de windmolens op het terrein. Er worden geen nieuwe percelen toegevoegd aan de exploitatie.
Voorwerp van de aanvraag:
GCT is vergund voor de op- en overslag van kolen, petcokes en houtpellets.
Met voorliggende aanvraag wenst GCT de vergunningstoestand te wijzigen door een vermindering van kolenopslag met in de plaats de op- en overslag van grondstoffen voor de bouwstoffenindustrie zoals klinker, laitier, kalksteen, lavasteen (pozzolaan) en aanverwante producten.
De opslag van deze goederen zal plaatsvinden in de “Commodity Hub” een overdekte loods van 16.175 m² met de daarbij horende ‘loading station’ die voorzien is van drie silo’s van elk 560 m³voor productoverslag in vrachtwagens.
Het project gaat gepaard een aanzienlijke investering waarbij "state of the art" technieken
toegepast worden om stofvorming tijdens het volledige logistieke overslagproces te voorkomen. De gehele productstroom, na lossing in de storttrechter tot opslag en verlading, gebeurt in gesloten systemen. Zo worden transportbanden volledig afgedekt en waar nodig worden de transfer punten voorzien van afzuiginstallaties om stofemissies te voorkomen.
De overdekte loods wordt gebouwd op een plaats waar momenteel open opslaglocatie voor
kolen is.
De grondstoffen voor de bouwstoffenindustrie zijn minerale, inerte producten en worden met
voorliggende aanvraag vergund onder rubriek 48.1.2.
Klinker wordt, wegens CLP-indeling (GHS05 & GHS07), vergund onder rubriek 17.3.4.3° &
17.3.6.3°.
Naast de nieuwe producten, wordt de vergunningstoestand uitgebreid met een bijkomende
compressor van 18,5 kW (rubriek 16.3.2.b) die gebruikt zal worden voor de cleaning van
de losvoorzieningen.
Omwille van de opslag van grondstoffen voor de bouwstoffenindustrie daalt de oppervlakte
voor opslag van kolen en aanverwante producten (rubriek 6.2.2.b & 6.3) bestemd voor
doorvoer met ongeveer 1,62 ha. Tevens wordt wat betreft de oppervlakte van de site
rekening gehouden met de exploitatie van BEE (behoort niet tot exploitatie van GCT en is
apart vergund). Hierdoor vermindert de oppervlakte bijkomend met 2,44 ha.
Addendum stofrapport
Hoewel wettelijk gezien niet verplicht, werd als addendum van het bestaande stofrapport een
evaluatie opgesteld door Nico Raes erkend deskundige lucht, deeldomeinen geur en
luchtverontreiniging (EDA-789). De studie werd opgesteld omdat GCT met het voorliggende
project stofvorming tot een minimum wil beperken en wilde nagaan of aanvullende
maatregelen mogelijk waren. Uit het rapport blijkt dat GCT de maximaal haalbare maatregelen
neemt.
MER-plicht
Gelet op de hoofdactiviteiten van het bedrijf, nl. opslag van steenkool, waarbij de bedoelde
oppervlakte meer dan 25 ha betreft, is het bedrijf MER-plichtig.
De aanvraag heeft betrekking op een project als vermeld in bijlage III van het besluit van de
Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van
projecten, onderworpen aan milieueffectrapportage (project-MER-screening).
13: wijziging of uitbreiding van projecten van bijlage I, II of III waarvoor reeds een vergunning is afgegeven en die zijn of worden uitgevoerd (niet in bijlage I of II opgenomen wijziging of uitbreiding)
De totale oppervlakte voor opslag van kolen en aanverwante producten bestemd voor
doorvoer vermindert met 4,06 ha. De nieuwe oppervlakte voor kolen bedraagt 60,94 ha.
Gezien de vermindering werd een project-MER-screening uitgewerkt.
Energiestudie
Gezien het voorwerp van de aanvraag betrekking heeft op een toekomstig finaal totaalverbruik
< 10 TJ en het toekomstig jaarlijks finaal energieverbruik < 0,1 PJfin dient geen energiestudie
toegevoegd aan deze aanvraag.
Voor de bespreking van het energieverbruik wordt verwezen naar de bijlage C6.
Stedenbouwkundige vergunning
De loods met toebehoren (loading station, transportbanden & substation met technische
voorzieningen) werd stedenbouwkundig vergund met OMV-ref 2024101683.
Volgende rubrieken worden aangevraagd:
Rubriek | Omschrijving | Hoeveelheid |
6.2.2°b) | opslagplaatsen voor vaste brandstoffen in andere gebieden, opslagplaatsen met een capaciteit van meer dan 20 ton en met oppervlakte van meer dan 10 ha | Wijziging opslag kolen omwille loods voor grondstoffen voor bouwstoffenindustrie (1,62 Ha) & van exploitatie BEE (2,44 Ha) | klasse 1 | Verandering | -4,06 ha |
6.3. | Bovengrondse opslag van fossiele brandstoffen met een oppervlakte van 25 ha of meer
Er kan overlapping zijn met rubriek 1 en 6.2. | Wijziging opslag kolen omwille loods voor grondstoffen voor bouwstoffenindustrie (1,62 Ha) & van exploitatie BEE (2,44 Ha) | klasse 1 | Verandering | -4,06 ha |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (meer dan 200 kW) | Compressor voor Commodityhub | klasse 2 | Verandering | 18,5 kW |
17.3.4.3° | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen, opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton | De opslag van 104 000 ton klinker in een loods van 16.175 m2 en 1500 ton in drie silo’s. | klasse 1 | Nieuw | 105500 ton |
17.3.6.3° | schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering met gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton | De opslag van 104 000 ton klinker in een loods van 16.175 m2 en 1500 ton in drie silo’s van elk 560 m³. | klasse 1 | Verandering | 105500 ton |
48.1.2. | opslagplaatsen voor andere goederen dan IMDG-goederen | Uitbreiding met de opslag van grondstoffen voor de bouwstoffenindustrie in een loods van 16.175 m2 en drie silo’s van elk 560 m³.
Wijziging opslag kolen: omwille van exploitatie BEE (- 2,44 Ha) & loods voor grondstoffen voor bouwstoffenindustrie (- 1,62 Ha) | klasse 3 | Verandering | -2,44 ha |
Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:
3.6.3.3° | Het lozen van maximaal 100 m³/uur - 2400 m³/dag - 40.000 m³/jaar bedrijfsafvalwater met gevaarlijke stoffen, zijnde verontreinigd hemelwater van de op- en overslag van steenkool en reinigingswater van de voertuigen en wielladers, via een waterzuiveringsinstallatie in het Kanaal Gent-Terneuzen. | 100 m³/uur
6.1.3°a) | Installatie voor het drogen, koelen en zeven van steenkool met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 1137,3 kW. | 1137,3 kW
6.4.1° | De opslag van maximaal 33.600 l brandbare vloeistoffen, waarvan:
12.000 l afvalolie in 2 ondergrondse houders van resp. 5000 en 7000 l;
12.000 l diverse oliën in verplaatsbare recipiënten;
9600 l diverse oliën in 8 vaste houders van elk 1200 l. | 33600 liter
6.5.1° | 2 brandstofverdeelslangen voor mazout. | 2 verdeelslang
12.1.2.1°a) | Een mobiele stroomgroep met een geïnstalleerd totaal elektrisch schijnbaar vermogen van 500 kW. | 500 kW
12.2.2° | 2 transformatoren met een individueel nominaal vermogen van resp. 1250 en 2000 kVA. | 3250 kVA
15.2. | Werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen. | 1 werkplaats
15.4.1° | 7 afspuitzones voor het wassen van maximaal 20 voertuigen en hun aanhangwagens per dag. | 7 stuks
17.1.2.1.1° | De opslag van 1000 l diverse gassen in verplaatsbare recipiënten. | 1000 liter
17.3.2.1.1.2° | De opslag van maximaal 67,89 ton mazout (ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3, GHS02) in 5 ondergrondse mazouthouders van resp. 1 x 3000 l, 2 x 8000 l, 1 x 10.000 l en 1 x 50.000 l en 1 bovengrondse houder van 2500 l. /67,89 ton
17.3.7.1°a) | De opslag van maximaal 2,42 ton producten die op lange termijn gevaarlijk zijn voor de gezondheid (GHS08), waarvan 2,22 ton glycol in een bovengrondse houder en 200 kg antivries in verplaatsbare recipiënten. | 2,42 ton
17.4. | De opslag van maximaal 2530 l gevaarlijke producten in kleine verpakkingen van maximaal 30 l of 30 kg. | 2530 liter
29.5.2.1°a) | Diverse metaalbewerkingstoestellen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 20 kW | 20 kW
29.5.7.1°a)1) | Ontvettingsbaden voor metalen met gebruik van gehalogeneerde oplosmiddelen of oplosmiddelen met een vlampunt tot en met 55°C met een totaal inhoudsvermogen van 400 l. | 400 liter
43.1.2°a) | Diverse stookinstallaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 3292,8 kWth (resp. 2740, 128, 136, 165 en 123,8 kWth). | 3292,8 kW
Volgende rubrieken zijn niet meer van toepassing:
12.3.2° | Diverse batterijladers met een geïnstalleerd totaal vermogen van 15 kW. | 15 kW
12.2.1° | Diverse transformatoren met een individueel nominaal vermogen van resp. 2 x 100 kVA, 3 x 160 kVA, 4 x 250 kVA, 1 x 315 kVA, 3 x 400 kVA, 2 x 630 kVA, 3 x 800 kVA en 1 x 1000 kVA. | 7855 kVA
2. HISTORIEK
Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:
Milieuvergunningen
* Op 07/03/2013 werd door de deputatie een vergunning afgeleverd voor het verder exploiteren en het veranderen (door wijziging en uitbreiding) van een inrichting voor de op- en overslag van droge bulkgoederen. Bij de aanvraag is een verplicht milieueffectrapport (MER) gevoegd omwille van de bovengrondse opslag van fossiele brandstoffen met een oppervlakte van 25 ha of meer. (5783/E/13)
Omgevingsvergunningen
* Op 13/12/2018 werd door de deputatie een vergunning gedeeltelijk voorwaardelijk afgeleverd voor het veranderen door wijziging en uitbreiding van een inrichting voor de op- en overslag van droge bulkgoederen + bijstelling. (OMV_2017005793)
* Op 12/12/2024 werd een voorwaardelijke vergunning afgeleverd voor het bouwen van een loods, transportband, hc loadingstation en bijgebouw. (OMV_2024101683)
BEOORDELING AANVRAAG
3. EXTERNE ADVIEZEN
Wettelijk verplichte externe adviezen worden opgevraagd door de vergunningverlenende overheid.
4. TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
4.1. Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg
Het project ligt in gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven en bestaande waterwegen volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 28 oktober 1998).
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.
Dit gebied is uitsluitend bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, distributiebedrijven, logistieke bedrijven en opslag- en overslaginrichtingen evenals toeleveringsbedrijven en synergiebedrijven van de watergebonden bedrijven en de bestaande gevestigde productiebedrijven. In dit gebied worden ook de volgende dienstverlenende bedrijven toegelaten, voor zover zij complementair zijn met de voornoemde bedrijven: bankagentschappen, benzinestations en collectieve restaurants ten behoeve van de in de zone gevestigde bedrijven.
Er wordt een bufferzone aangelegd aan de grens met de omliggende gebieden. In deze bufferzone worden geen handelingen en werken toegelaten die afbreuk doen aan de bufferfunctie, of aan de bestemming en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het aangrenzend gebied. Het gebied en de bufferzone die het omvat, kunnen slechts worden gerealiseerd en beheerd door de overheid.
Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening Zeehavengebied Gent - Inrichting R4-oost en R4-west' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 15 juli 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 1: Afbakeningslijn zeehavengebied Gent.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.
4.2. Vergunde verkavelingen
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.
5. WATERPARAGRAAF
De vergunning verlenende overheid staat in voor het opmaken van de waterparagraaf.
6. NATUURTOETS
De vergunningverlenende overheid staat in voor de opmaak van de natuurtoets.
Met betrekking tot de natuurtoets wordt volgend advies uitgebracht:
Er wordt geen waardevol groen of boom verwijderd bij deze wijzigingsaanvraag (kolenopslag verminderen naar andere opslagprodukten).
7. OPENBAAR ONDERZOEK
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 20 juni 2025 tot en met 19 juli 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
8. OMGEVINGSTOETS
Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten
aspect afvalwater
Met voorliggende aanvraag wil GCT een deel van de open opslag vervangen door een overdekte
opslag voor grondstoffen bestemd voor de bouwstoffenindustrie. Het dak van deze gesloten
opslag is potentieel verontreinigd en wordt aangesloten op de bestaande rioleringsinfrastructuur
richting de waterzuivering & buffering. Er is geen wijziging van de afstroomsituatie, aangezien
het hemelwater in de huidige situatie op de verharding terechtkomt en vervolgens afstroomt naar
de bestaande waterzuivering.
aspect bodem
Onderhavige aanvraag heeft een invloed op potentiële emissies naar de bodem omwille van de
vermindering terrein voor op- en overslag van kolen met 1,62 Ha (Vlarebo rubriek 6.2.2.b & 6.3);
Het terrein wordt in de plaats gebruikt voor een overdekte gesloten opslagloods voor de op- en
overslag van grondstoffen voor de bouwstoffenindustrie (klinker, laitier, kalksteen,…).
Cementklinker wordt, wegens CLP-indeling (GHS05 & GHS07), vergund onder rubriek 17.3.4.3°
& 17.3.6.3° (beide vlarebo-B-rubrieken).
aspect stofhinder
Volgende stappen zijn potenteel belangrijk naar stofvrijstelling tijdens de op- en overslagactiviteiten van de grondstoffen voor de bouwindustrie, zeker in geval van verlading van klinker (stuifgevoelig stuifcategorie SC1 en niet bevochtigbaar gezien basisgrondstof is van cement):
- Lossen schip met kraan;
- Deponeren klinker in storttrechter;
- Materiaal vanuit storttrechter op transportband storten;
- Transportbanden en bijhorende valpunten;
- Stockage in gesloten loods;
- Materiaal naar opslagsilo (transportband, elevator, storten in silo);
- Vullen vrachtwagens vanuit silo’s.
Bij de overslag van de bulkgoederen kan mogelijks diffuse emissie van stof ontstaan. Voor de opslag werd reeds een stofrapport opgesteld in 2014 (ref. ESM14060094) met een overzicht van
diverse maatregelen. De exploitatie is nog in grote lijnen dezelfde als hetgeen beschreven werd in het stofrapport.
Het is de bedoeling om de activiteiten op de site verder te wijzigen, meer bepaald door
kolen opslag (beperkt) te verminderen en grondstoffen voor de bouwstoffenindustrie te behandelen.
Er is met huidige aanvraag geen toename van de opslagcapaciteit of de overslaghoeveelheden met 50 % of meer ten opzichte van de toestand in het meest recente stofrapport. Conform VLAREM II artikel 4.4.7.2.10. § 2. dient het stofrapport niet bijgewerkt te worden.
Echter werd, aanvullend op het eerdere stofrapport, aan OLFASCAN gevraagd om een addendum
op te stellen & een evaluatie te maken van potentieel te verwachten stofzijdige aspecten die
gepaard gaan met de bijkomende activiteiten, met inbegrip van een evaluatie van de reeds
voorziene maatregelen ter beperking van stofemissies. In het rapport wordt gefocust op de op-
en overslag van klinker. Dit gezien de stuifgevoeligheid van het product & het feit dat dit niet
bevochtigbaar is (SC1).
Door GCT worden aanzienlijke investeringen & maatregelen genomen om de stofemissies
maximaal te beperken dit o.a. door:
- Kraanlossing vanuit zeeschepen met een gesloten grijper;
- Volledige revisie van de bestaande storttrechter naar een state of the art storttrechter;
- De display van de kraan wordt voorzien van een visueel lichtsignaal om overvulling van de lostrechter te voorkomen. Hierbij zal een groen lichtsignaal op het displayscherm van de kraanman wijzigen in een roodsignaal vanaf de maximale vullingsgraad van 75% bereikt wordt bij de storttrechter;
- Ingekapselde transportbanden en valpunten;
- Stoffiltratie & afzuiging op verschillende locaties & transferpunten;
- Visuele controle & monitoring waar mogelijk;
- Inpandig opslaan van het klinkermateriaal;
- Maximaal automatische handelingen die gebruik van Wiellader voorkomen (transportbanden/portaalreclaimer/elevator);
GCT zal ook duidelijk het personeel voldoende informeren over de belangrijkste aandachtspunten
die gepaard gaan met de op- en overslag van de grondstoffen voor de bouwindustrie.
De medewerkers/havenarbeiders worden bewust gemaakt van de stofvorming die gepaard gaat
met bruuske, snelle bewegingen en worden steeds aangespoord om voorzichtigheid aan de dag
te leggen (met o.a. het langzaam openen en ophalen van de grijpers, het beperken van de
loshoogte…).
De stofgevoelige laad- en losprocessen op de site worden steeds visueel gemonitord en
gecontroleerd door de operationele diensten.
Er zijn ook diverse werkinstructies en procedures voorhanden om diffuse emissies beperkt te
houden & waar nodig te voorkomen. Door het naleven van de instructies worden steeds
voorzorgsmaatregelen genomen bij de handelingen die gepaard gaan met de droge bulkoverslag.
Niet limitatieve voorbeelden van de instructies zijn:
- Instructie lossen en laden met grijper;
- Instructie vullen van storttrechter;
- Instructie gebruik wiellader;
- Instructie reinigen kaai en blauwe steen;
- Instructie sproeiinstallatie;
- Instructie mobiele transportbanden, berenpoten en stackers;
- Instructie overmatige stofontwikkeling.
De instructies worden verspreid via verschillende kanalen, afhankelijk van de doelgroep:
- Netwerk, mail, milieumeetings: voor directie, technisch manager, terminal manager.
- Advalvasborden, mondelinge toelichting tijdens startwerkoverlegmoment,
toolboxsmeetings: foremannen, havenarbeiders, eigen arbeiders.
Er wordt door de foreman/verantwoordelijke op toegezien dat de instructies gevolgd worden.
Het toezien op het volgen van de instructies is ook vastgelegd in een Werkplekinspectie (WPI)
van de hiërarchische lijn (HL).
De goede werking van de toestellen, grijpers, filters en de aanwezige machines wordt op
regelmatige basis gecontroleerd en onderhouden. Een onderhoudsplan is vastgelegd binnen de
technische dienst van GCT waarbij ook regelmatige preventieve controle is opgenomen.
De nieuwe losvoorzieningen en stoffilters worden opgenomen in het onderhoudsplan, zodanig dat
de voorzieningen periodiek onderhouden worden en de filters regelmatig gecontroleerd worden
waarbij deze indien nodig vervangen worden om de goede werking te verzekeren.
De losvoorzieningen worden periodiek gereinigd.
Gemorste stoffen zijn in normale omstandigheden uitgesloten omwille van de maatregelen en
werking.
Indien tijdens laden/lossen door de operationele diensten problemen met installaties worden
vastgesteld, verwittigen zij steeds de aanwezige techniekers.
Door GCT zal, zoals ook voorgesteld door de deskundige, een beleidsschema opgesteld worden
voor behandeling van specifiek klinker, die de losactiviteiten afstemt op zowel windsnelheid als
windrichting. Dit schema zal richtlijnen bevatten om bij specifieke weersomstandigheden (veel
wind van westelijke en noordelijke windrichtingen), in combinatie met visuele controles &
vaststelling van stof, de schip losactiviteiten tijdelijk te staken.
GCT past met voorliggende aanvraag de VLAREM II maatregelen & maatregelen toe uit de VITO
Gids "Reductietechnieken voor diffuse stofemissies bij op- en overslag van droge bulkgoederen"
en gaat daarbij zelfs verder dan de voorgestelde aanbevelingen.
Het stofrapport concludeert:
“Op basis van voorliggende evaluatie kan gesteld worden dat, rekening houdende met de
ervaring van het bedrijf met dergelijke activiteiten, de voorziene maatregelen en de ligging van
het bedrijf, onder normale werkingsomstandigheden geen hinderlijke stofvorming te
verwachten is.”
Om stofvorming maximaal te voorkomen moet het bedrijf de maatregelen die zijn opgenomen in het dossier én de bijkomende maatregelen ui het stofrapport van Olfascan met ref. 20250152_v2 toepassen. Dit wordt opgenomen als bijzondere voorwaarde.
aspect geluid
Met de voorliggende aanvraag wenst GCT de vergunningstoestand te wijzigen door een
vermindering van kolenopslag met in de plaats de op- en overslag van grondstoffen voor de
bouwstoffenindustrie, waaronder klinker, laitier, kalksteen en aanverwante producten. Deze
grondstoffen zullen worden opgeslagen in een gesloten opslagloods ter vervanging van de open
opslag (zie onderstaande inplantingsplan). De behandeling van de goederen verloopt via
kraanlossing in een lostrechter, gesloten transportbanden en silolossing. Transferpunten zijn
hierbij uitgerust met afzuiginstallaties.
Het project brengt dus een beperkt geluidseffect met zich mee, gezien op- en overslag reeds
plaatsvinden op de site, wordt er geen significante verandering in geluid verwacht. De overgang
naar gesloten opslag draagt bovendien bij aan geluidsreductie. Ten opzichte van de omgeving &
de totale site is er dus geen aanzienlijke verandering in geluidseffect te verwachten.
CONCLUSIE
De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.
De aanvraag wordt beslist door de deputatie (art. 15 van het omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014).
WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?
Het college van burgemeester en schepenen moet advies uitbrengen bij de deputatie over omgevingsvergunningsaanvragen die door de deputatie worden behandeld (klasse 1 inrichtingen en/of provinciale projecten).
Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.
Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen brengt voorwaardelijk gunstig advies uit over de omgevingsaanvraag voor het veranderen van een inrichting voor de op- en overslag van droge bulkgoederen (ook naamswijziging) (IIOA) van GHENT COMMODITY TERMINAL nv, gelegen te John Kennedylaan 31, 9042 Gent.
Verzoekt de deputatie om volgende bijzondere milieuvoorwaarden op te nemen:
Om stofvorming maximaal te voorkomen past het bedrijf de maatregelen die zijn opgenomen in het dossier én de bijkomende maatregelen ui het stofrapport van Olfascan met ref. 20250152_v2 toe.
Er worden geen aandachtspunten meegegeven.