Terug
Gepubliceerd op 18/07/2025

2025_CBS_06396 - OMV_2025039966 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen van een cabine en het plaatsen van een nieuwe geprefabriceerde betonnen hoogspanningscabine voor openbaar nut - met openbaar onderzoek - Luchterenkerkweg, 9031 Gent - Gedeeltelijke Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 17/07/2025 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 17/07/2025 - 09:22
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Evita Willaert, schepen; Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur

Verontschuldigd

Mathias De Clercq, burgemeester; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Secretaris

Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur
2025_CBS_06396 - OMV_2025039966 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen van een cabine en het plaatsen van een nieuwe geprefabriceerde betonnen hoogspanningscabine voor openbaar nut - met openbaar onderzoek - Luchterenkerkweg, 9031 Gent - Gedeeltelijke Vergunning 2025_CBS_06396 - OMV_2025039966 R - aanvraag omgevingsvergunning voor het slopen van een cabine en het plaatsen van een nieuwe geprefabriceerde betonnen hoogspanningscabine voor openbaar nut - met openbaar onderzoek - Luchterenkerkweg, 9031 Gent - Gedeeltelijke Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent gedeeltelijk de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Fluvius System Operator CV met als contactadres Paula Marckxstraat 5, 9051 Gent heeft een aanvraag (OMV_2025039966) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 27 maart 2025.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen handelt over:

Onderwerp: het slopen van een cabine en het plaatsen van een nieuwe geprefabriceerde betonnen hoogspanningscabine voor openbaar nut

• Adres: Luchterenkerkweg , 9031 Gent

Kadastrale gegevens: afdeling 27 sectie A nr. 944A

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 25 april 2025.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 4 juli 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

De aanvrager wenst, ter vervanging van een bestaande cabine, een nieuwe hoogspanningscabine te plaatsen op een perceel dat deel uitmaakt van een woonperceel  aan het kruispunt van de Luchterenkerkweg en de straat Klaphof in de deelgemeente Drongen. De omgeving heeft een gemengd residentieel en agrarisch karakter. De bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit halfopen en open ééngezinswoningen. Deze woningen tellen 1 tot 2 bouwlagen en zijn afgewerkt met een hellend dak. Kenmerkend voor de residentiële omgeving is dat alle woningen beschikken over zowel een voor- als een achtertuin.

 

De aanvraag situeert zich in de voortuin van het woonperceel met kadastrale aanduiding 944M. Hier werd reeds een klein perceel afgesplitst (944A), waarop een elektriciteitscabine is opgericht. Dit perceeltje bevindt zich in de voortuin van een vrijstaande ééngezinswoning met één bouwlaag en een hellend dak.

 

Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

Met deze aanvraag wordt de bestaande elektriciteitscabine op perceel 944A gesloopt en vervangen door een nieuwe, geprefabriceerde betonnen hoogspanningscabine van het type ‘Taurus’. Het betreft geen infrastructuur van het transmissienet of plaatselijk vervoersnet, maar een installatie die integraal deel uitmaakt van het openbare distributienet.

 

De nieuwe cabine wordt ingeplant dichter bij de straat, in de voortuinstrook. Hiervoor koopt Fluvius een klein deel van het woonperceel 944A aan en een kleine strook van het aangrenzende woonperceel 944M. De cabine bevindt zich geheel op woonperceel 944A, het gedeelte op het andere perceel is een veiligheidsstrook en blijft onbebouwd.

 

De nieuwe hoogspanningscabine wordt ingeplant op 1 m van de rooilijn en op 1 m afstand van zowel de linker als rechter perceelsgrens, op 9,75 m afstand van de woning op het rechter aanpalende perceel en op 4,1 m afstand van de woning op het linker aanpalende perceel.

 

De constructie heeft een breedte van 2,70 m, een diepte van 3,45 m en een hoogte van 2,43 m, met een totale dakoppervlakte van 9,32 m².

 

Rondom de hoogspanningscabine wordt een verhardingsstrook van 1 m breed aangelegd. Aan de voorzijde wordt deze uitgevoerd in betondallen, die dienst doet als toegangspad vanaf de rooilijn. De overige zijden worden voorzien van grasdallen. Aan de voor-, rechter en achterzijde van deze verharding wordt een haag aangeplant, bestaande uit Ligustrum vulgare.
 

2.       HISTORIEK

Volgende vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend:

Stedenbouwkundige vergunningen

* Op 20/03/1978 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een bungalow. (Litt. L-57-77 (1977/10187)).

* Op 17/05/1982 werd een weigering afgeleverd voor bouwen tuinhuisje. (1982/468 (1982/10046)).

* Op 06/06/2013 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen en uitbreiden van een vrijstaande woning. (2013/10050).

* Op 03/12/2015 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een eengezinswoning. (2015/05189).

 

Verkavelingsvergunningen

* Op 05/06/1963 werd een vergunning afgeleverd voor een nieuwe verkaveling (1963 DR 023/00).

* Op 04/02/1976 werd een vergunning afgeleverd voor nieuwe verkaveling. (1975 DR 243/00).

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgend extern advies is gegeven:  

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum, afgeleverd op 13 mei 2025 onder ref. 075567-001/KH/2025 (zie bijlage op het Omgevingsloket).

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977).
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is in overeenstemming met de voorschriften.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is gelegen in 2 goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen.

 

1/ Het perceel met kadasternummer 951D maakt deel uit van de verkaveling 1963 DR 023/00, goedgekeurd op 5 juni 1963. De aangevraagde handelingen situeren zich op lot 14, binnen een zone die in de verkavelingsvoorschriften is aangeduid als ‘koeren en hovingen’ en ‘voortuinstrook’.

De aangeleverde plannen bevatten onvoldoende detail om het volgende voorschrift concreet te kunnen beoordelen: volgens de verkaveling dient de perceelsafscheiding aan de rooilijn te bestaan uit een levende haag met een maximale hoogte van 80 cm, en op de zijdelingse perceelsgrenzen (buiten de voortuinstrook) mag deze haag maximaal 150 cm hoog zijn.

Aangezien de verkaveling ouder is dan 15 jaar, heeft zij haar dwingend karakter verloren. Uit een desktopanalyse blijkt dat in de omgeving dat het principe van een haag met een uniforme hoogte aan de rooilijn niet langer consequent wordt toegepast. In de bestaande situatie is er op de locatie in kwestie geen haag aanwezig.

 

In deze context kan de aanvrager/eigenaar zelf beslissen over de hoogte en het type van de haag.

 

2/ De percelen met kadasternummers 944A en 944M maken deel uit van de verkaveling ‘1975 DR 243/00’, goedgekeurd op 4 februari 1976. De aanvraag heeft betrekking op lot 1 en situeert zich deels in de zone aangeduid als ‘voortuinstrook – strook met bouwverbod’ en deels in de ‘zone voor hovingen’.

Volgens de verkavelingsvoorschriften mogen er in de voortuinstrook – zone met bouwverbod – geen gebouwen worden opgericht. De aanvraag is op dit punt dus niet in overeenstemming met de oorspronkelijke voorschriften.

Aangezien de verkaveling ouder is dan 15 jaar, heeft zij haar verordendend karakter verloren. De geplande inplanting van de hoogspanningscabine als ruimtelijk aanvaardbaar beschouwd, gelet op het algemeen belang en de beperkte impact op de omgeving. De locatie van het perceel is gekozen om de technische werking van de nieuwe netinfrastructuur optimaal te ondersteunen.

 

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

Het ontwerp is niet in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement. Het wijkt af op het volgende punt:

 

Artikel 3.2 Beperken van verhardingen

Dit artikel van het Algemeen Bouwreglement van Stad Gent bepaalt dat verhardingen zoveel mogelijk beperkt moeten worden. Waar verharding toch noodzakelijk is, dient deze bij voorkeur uitgevoerd te worden als waterdoorlatende of infiltrerende verharding.

In het kader van deze aanvraag wordt enkel het toegangspad van de openbare weg naar de hoogspanningscabine als functioneel noodzakelijk beschouwd. De overige verharding rondom de cabine is niet noodzakelijk. Om die reden wordt deze bijkomende verharding uitgesloten van de vergunning.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

 

5.       WATERPARAGRAAF

5.1 Ligging project

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van Watering Oude Kale en Meirebeek. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project:

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal).

- niet gelegen in een signaalgebied.

Het terrein is momenteel bebouwd. 

 

5.2 Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

Wanner de verharding rondom de hoogspanningscabine wordt uitgesloten van de vergunning (zie hoger), kan het hemelwater dat op de constructie valt op natuurlijke wijze infiltreren in het eigen terrein.

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Overstromingen

Het projectgebied is volgens de watertoetskaarten niet overstromingsgevoelig. Er wordt geen effect op het overstromingsregime verwacht.

 

Waterkwaliteit

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact.

 

5.3 Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag mits toepassing van bovenstaande maatregelen de watertoets doorstaat.

6.       NATUURTOETS

Er worden in het kader van deze aanvraag geen bomen verwijderd. Wel wordt een beperkt deel van de bestaande, inmiddels sterk uitgegroeide haag op het perceel 951D aan de rooilijn verwijderd. Deze ingreep is noodzakelijk in functie van het algemeen belang, aangezien de gekozen locatie afgestemd is op de optimale technische werking van de nieuwe netinfrastructuur, waardoor het beperkt verwijderen van een deel van de bestaande haag aanvaardbaar is.

De bijkomende stikstofemissies komen enkel vrij door verkeer of stationaire bronnen tijdens de aanlegfase. Het Stikstofdecreet is niet van toepassing. 

De aangevraagde activiteiten veroorzaken geen uitstoot van schadelijke stikstofverbindingen.

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.

8.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 5 mei 2025 tot en met 3 juni 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.

9.       OMGEVINGSTOETS

 

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
 

De geplande inplanting van de hoogspanningscabine in de voortuinstrook wordt vanuit esthetisch oogpunt als minder wenselijk beschouwd. De beperkte afstand tot de woning van de linkeraanpalende buur en de afwijking ten opzichte van de bestaande bouwlijn verstoren in zekere mate het straatbeeld. Vanuit stedenbouwkundig perspectief zou een uitlijning met de bouwlijn de voorkeur genieten. Toch wordt de gekozen locatie aanvaardbaar geacht, gelet op het algemeen belang en de functionele noodzaak. Uit technisch onderzoek blijkt dat deze specifieke inplanting essentieel is voor de optimale werking van de nieuwe netinfrastructuur. De impact op de omgeving blijft bovendien beperkt, mede dankzij de bescheiden afmetingen van de constructie.

 

Omdat deze hoogspanningscabine zo prominent in de voortuin gepositioneerd is, is het belangrijk om voldoende aandacht te besteden aan de integratie van de cabine in de omgeving. De gevelafwerking van de cabine moet gebeuren met een structuurverf in RAL-kleur 6003 (olijfgroen). Om het groene karakter van de voortuinstrook te behouden en de visuele impact van de cabine te verzachten, wordt rondom het volume een haag van Ligustrum vulgare voorzien aan de voor-, rechter- en achterzijde. Het is wenselijk om deze haag ook aan de linkerzijde door te trekken, in samenspraak met de linker aanpalende buur.

 

CONCLUSIE

Gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig

-       Ongunstig: de verharding in grasdallen
Deze is niet strikt noodzakelijk en strijdig met artikel 3.2 uit het algemeen bouwreglement.

-       Voorwaardelijk gunstig: het overige deel van de aanvraag
Mits voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden is de aanvraag in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent gedeeltelijk onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het slopen van een cabine en het plaatsen van een nieuwe geprefabriceerde betonnen hoogspanningscabine voor openbaar nut aan Fluvius System Operator cv (O.N.:0477445084) gelegen te Luchterenkerkweg , 9031 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

 

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Uitgesloten handelingen

De verharding in grasdallen rondom de hoogspanningscabine worden uitgesloten van vergunning.

 

Voorwaarden uit externe adviezen

Brandweer: De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 13 mei 2025 met kenmerk 075567-001/KH/2025, terug te vinden als bijlage op het Omgevingsloket)

 

Afwerking

De cabine dient kwaliteitsvol afgewerkt te worden, met structuurverf in RAL-kleur 6003 (olijfgroen).

 

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:

Haag:

Het is wenselijk om ligustrumhaag ook aan de linkerzijde door te trekken aan de linkerzijde, in samenspraak met de linker aanpalende buur


Openbaar domein:

De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.

 

De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken.

Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: wegen@stad.gent of per post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).

 

In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).

 

Zakelijk karakter

Een omgevingsvergunning heeft een zakelijk karakter en wordt steeds verleend onder voorbehoud van burgerlijke rechten.

 

Bouwlijn

Als bouwheer ben je zelf verantwoordelijk voor de correcte uitzetting van de bouwlijn. Dit wordt niet langer gecontroleerd door de Landmeetcel van Stad Gent.

Als de bouwlijn samenvalt met de rooilijn (grens openbaar/privaat domein), kijk dan zeker na of je de correcte rooilijn volgt. Let er bij voorbeeld zeker op in het geval een aanpalend pand gevelisolatie heeft die voor de rooilijn komt, dit geen verschuiving van de rooilijn inhoudt.