Terug
Gepubliceerd op 22/08/2025

2025_CBS_07198 - OMV_2024157987 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een bestaand schoolgebouw en het exploiteren van koelinstallaties - met openbaar onderzoek - Marathonstraat, 9000 Gent - Vergunning

college van burgemeester en schepenen
do 21/08/2025 - 08:32 College Raadzaal
Datum beslissing: do 21/08/2025 - 09:48
Goedgekeurd

Samenstelling

Wie is verantwoordelijk voor deze materie?

Christophe Peeters

Aanwezig

Hafsa El-Bazioui, schepen-voorzitter; Astrid De Bruycker, schepen; Sofie Bracke, schepen; Burak Nalli, schepen; Filip Watteeuw, schepen; Christophe Peeters, schepen; Mieke Hullebroeck, algemeen directeur

Afwezig

Evita Willaert, schepen

Verontschuldigd

Joris Vandenbroucke, schepen; Bram Van Braeckevelt, schepen; Liesbet Vertriest, adjunct-algemeendirecteur; Mathias De Clercq, burgemeester

Secretaris

Mieke Hullebroeck, algemeen directeur
2025_CBS_07198 - OMV_2024157987 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een bestaand schoolgebouw en het exploiteren van koelinstallaties - met openbaar onderzoek - Marathonstraat, 9000 Gent - Vergunning 2025_CBS_07198 - OMV_2024157987 K - aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een bestaand schoolgebouw en het exploiteren van koelinstallaties - met openbaar onderzoek - Marathonstraat, 9000 Gent - Vergunning

Motivering

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikel 15.

 

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

 

Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014, artikels 5 en 6.

 

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

 

Het college van burgemeester en schepenen verleent de vergunning en legt bijzondere voorwaarden op.

 

WAT GAAT AAN DEZE BESLISSING VOORAF?

 

Organisatie Broeders van Liefde VZW met als contactadres Barrièrestraat 4, 8200 Brugge heeft een aanvraag (OMV_2024157987) ingediend bij het college van burgemeester en schepenen op 19 december 2024.

 

De aanvraag omgevingsvergunning met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit handelt over:

• Onderwerp: het uitbreiden van een bestaand schoolgebouw en het exploiteren van koelinstallaties

• Adres: Marathonstraat 35, 9000 Gent

• Kadastrale gegevensafdeling 9 sectie I nr. 140H

 

Het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek werd verzonden op 19 mei 2025.

De aanvraag volgde de gewone procedure.

Volgend verslag werd uitgebracht door de gemeentelijk omgevingsambtenaar op 7 augustus 2025.

 

OMSCHRIJVING AANVRAAG

1.       BESCHRIJVING VAN DE OMGEVING, DE PLAATS EN HET PROJECT

Voorliggende aanvraag betreft het Sint-Paulusinstituut, gelegen aan de Marathonstraat in de Rijsenbergwijk te Gent. Deze wijk, gesitueerd ten noorden van het station Gent-Sint-Pieters, wordt gekenmerkt door een woonomgeving met voornamelijk open en halfopen bebouwing. De schoolsite, bestaande uit een L-vormig gebouw met twee bouwlagen onder plat dak en een aanpalend sportveld, bevindt zich centraal in deze residentiële omgeving. Het gebouw op het bouwperceel is opgenomen als 'Sint-Paulusinstituut' in de inventaris van het bouwkundig erfgoed (relictid: 135269).
 

De aanvraag betreft een gecombineerde omgevingsvergunningsaanvraag met stedenbouwkundige handelingen en een ingedeelde inrichting of activiteit. 


Beschrijving van de aangevraagde stedenbouwkundige handelingen

In het kader van een reorganisatie wordt de campus aan de Marathonstraat omgevormd tot een eerstegraadsschool waarbij men een stijging van het aantal eerstegraadsleerlingen van 182 naar ongeveer 260 verwacht. Hiertoe is een uitbreiding van het schoolgebouw noodzakelijk.
 

Voorliggende aanvraag omvat een nieuwbouwvolume dat gepositioneerd wordt aan de rechterzijde van het bestaande schoolgebouw waardoor een U-vormige configuratie ontstaat met het bestaande gebouw. Het nieuwe volume met plat dak heeft een footprint van 28m80 op 10m40 en reikt tot een bouwhoogte van 9m60.
 

Het gelijkvloers van de nieuwbouw blijft grotendeels open in functie van een overdekte speelplaats. 

De nieuwbouw omvat daarnaast een gelijkvloerse inkomhal met technische ruimte en een polyvalente zaal met klaslokaal op de verdieping.  

 

De ingrepen aan het bestaande gebouw blijven beperkt tot het maken van één doorgang per verdieping. Daarnaast wordt een lift toegevoegd en gekoppeld aan het bestaande gebouw, zodat alle niveaus toegankelijk worden. Ook een rolstoeltoegankelijk toilet en een binnentrap worden geïntegreerd.

 

Onder het nieuwbouwvolume wordt een afgesloten fietsenstalling met 18 fietsparkeerplaatsen, waarvan 2 voor overmaatse fietsen ingericht. De bestaande fietsenstalling voor leerlingen wordt uitgebreid van 141 naar 160 plaatsen. 
 

De speelplaats wordt afsluitbaar gemaakt met een fijn hekwerk en klimplanten. De hoofdinkom aan de Marathonstraat blijft behouden en fungeert ook als toegang voor de brandweer. De uitbreiding krijgt een tweede evacuatieweg via een buitentrap.
 

Voor de aanleg van het speelveld aan de oostzijde werkt de school samen met de afdeling groenmanagement van HoGent. Het terrein krijgt een biodivers gazon, omrand met een haag en heesterborder met inheemse plantensoorten. 
 

Beschrijving van de aangevraagde inrichtingen of activiteiten

 

Volgende rubrieken worden aangevraagd:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | warmtepomp en luchtgroep gedeelte nieuwbouw | klasse 3 | Nieuw

20,5 kW

24.1.

laboratoria met een uitsluitend didactisch doel, waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | labo leerlingen | klasse 3 | Verandering

1 stuk

 

Volgende rubrieken zijn ongewijzigd:

6.4.1° | bestaande mazouttank | 20000 liter

17.4. | onderhoudsproducten | 200 liter

43.1.1°c) | bestaande verwarmingsinstallatie mazout | 368 kW

2.       HISTORIEK

Volgende relevante vergunningen, meldingen en/of weigeringen zijn bekend: 


Stedenbouwkundige vergunningen 

* Op 26/02/1968 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een school lager onderwijs. (Litt. M-2-68)

* Op 28/07/1993 werd een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een overdekte speelplaats tot scheikundeklassen. (1993/322)

* Op 06/09/1994 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een fietsenstalling (regularisatie). (1994/385)

* Op 04/07/1996 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een fietsenstalling (regularisatie). (1996/311)

* Op 29/11/2001 werd een weigering afgeleverd voor de oprichting van een berging voor fietsen en motorfietsen. (2001/506)

* Op 11/04/2002 werd een vergunning afgeleverd voor de oprichting van een berging voor fietsen en bromfietsen. (2002/131)

 

Milieuvergunningen 

* Op 30/05/1996 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor exploiteren van een mazouttank. (1328/E/1) 

* Op 17/04/2013 werd door het college van burgemeester en schepenen een vergunning afgeleverd voor het exploiteren van een secundaire school ASO (verandering). (1328/E/2)

 

 

BEOORDELING AANVRAAG

3.       EXTERNE ADVIEZEN

Volgende externe adviezen zijn gegeven:

 

Voorwaardelijk gunstig advies van Brandweerzone Centrum afgeleverd op 6 juni 2025 onder ref. 011456-006/SP/2025:
Besluit: Bouwkundige gedeelten: VOORWAARDELIJK GUNSTIG, mits te voldoen aan de vermelde maatregelen en reglementeringen.
 

Bijzondere aandachtspunten: 

• De evacuatiewegen binnen het compartiment moeten te allen tijde een minimale netto doorgangs- breedte van 1,20m bezitten, ook in het open leercentrum. Het beëindigen van de werken moet gemeld worden aan de brandweer via de website www.brandweerzonecentrum.be/preventie teneinde een controlebezoek te kunnen laten plaatsvinden. 

Besluit: milieutechnische aspecten: GUNSTIG, mits te voldoen aan de hiervoor vermelde maatregelen en reglementeringen

 

Gunstig advies van Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken - ASTRID afgeleverd op 3 juni 2025 onder ref. 10640:
Noodzaak van een ASTRID-indoorradiodekking : NEE.

Het advies is: GUNSTIG

 

Motivering

Gezien de beperkte uitbreiding en de beperkte bezetting van deze nieuwe uitbreiding, heeft de commissie beslist dat er geen verplichting is tot ASTRID indoordekking voor de projecten binnen deze aanvraag.

4.       TOETSING AAN WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN

4.1.   Ruimtelijke uitvoeringsplannen – plannen van aanleg

Het project ligt in woongebied volgens het gewestplan 'Gentse en Kanaalzone' (goedgekeurd op 14 september 1977). De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.

Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. 

 

Het project ligt in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Afbakening grootstedelijk gebied Gent' (definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 december 2005). De locatie is volgens dit RUP gelegen in Artikel 0: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Gent.

Het project ligt in het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'RIJSENBERG' (Besluit tot goedkeuring door de Gemeenteraad op 25 januari 2016). De locatie is volgens dit RUP gelegen in zone voor gemeenschapsvoorzieningen, zone voor openbaar park en zone voor wegenis.

De aanvraag is niet in overeenstemming met de voorschriften: 

 

Betreffende art. 1.3. Algemeen voorschrift m.b.t. bouwhoogte: 

Conform de voorschriften van het RUP is een bouwlaag minimum 2,7m en maximum 3,2m hoog. Voor de gelijkvloerse bouwlaag wordt minimum 2,7m en max.4m gerekend. 

In het voorstel bedraagt de bouwhoogte van het gelijkvloers 5m10.

 

Overeenkomstig artikel 4.4.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan beperkt afgeweken worden van de stedenbouwkundige voorschriften, wat betreft de perceelsafmetingen, de afmetingen en de inplanting van de constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

De afwijking op de voorschriften is aanvaardbaar om volgende redenen:

De voorgestelde bouwhoogte van de gelijkvloerse bouwlaag is afgestemd op de bestaande vloerniveaus van het aangrenzende schoolgebouw waarmee het nieuwe volume verbonden wordt. 
De ruimtelijke impact van deze afwijking is vrijwel nihil, aangezien de maximaal toegestane bouwhoogte op deze locatie niet wordt overschreden. Volgens het RUP is een bouwhoogte tot 10,4 meter toegestaan; het huidige voorstel blijft daar met een hoogte van 9,6 meter ruim binnen. Deze afwijking doet geen afbreuk aan de doelstellingen van het RUP en kan daarom als aanvaardbaar worden beschouwd.

4.2.   Vergunde verkavelingen

De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde, niet vervallen verkaveling.

4.3.   Verordeningen

Algemeen Bouwreglement
De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het Algemeen Bouwreglement, de stedenbouwkundige verordening van de Stad Gent, goedgekeurd door de deputatie bij besluit van 16 september 2004 en meest recent gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 25 maart 2024, van kracht sinds 27 mei 2024. 

 

Het ontwerp is in overeenstemming met dit algemeen bouwreglement.
 

Gewestelijke verordening hemelwater

De aanvraag werd getoetst aan de gewestelijke hemelwaterverordening 2023. (Besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023) 

Zie waterparagraaf.

 

Gewestelijke verordening toegankelijkheid

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

 

Gewestelijke verordening voetgangersverkeer

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Het ontwerp is in overeenstemming met deze verordening.

4.4.   Uitgeruste weg

Het bouwperceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

4.5.   Archeologienota

Het perceel is niet gelegen in een gebied waar geen archeologisch erfgoed te verwachten valt, niet gelegen in een beschermde archeologische site en niet gelegen in een vastgestelde archeologische zone. De perceelsoppervlakte is groter dan 3000m². Gezien de vergunningsplichtige bodemingreep minder dan 1000m² bedraagt is er geen archeologienota nodig. 

5.       WATERPARAGRAAF

 

5.1.  Ligging project 

Het project ligt in een afstroomgebied in beheer van De Vlaamse Waterweg nv - Afd Regio West. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

Volgens de kaarten bij het Watertoetsbesluit is het project: 

- niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied voor zeeoverstroming.

- niet gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen vanuit een waterloop (fluviaal).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein (gebied waar er jaarlijks 0,1 tot 1 % kans is op overstroming).

- gelegen in een gebied gevoelig voor overstromingen door intense neerslag (pluviaal). De overstromingskans is klein onder klimaatverandering.

- niet gelegen in een signaalgebied.

 

Het terrein is momenteel bebouwd. 

 

5.2.  Verenigbaarheid van het project met het watersysteem

Droogte

Het hemelwater dat neervalt moet op eigen terrein maximaal vastgehouden worden en niet afgevoerd. Om hier concreet uitvoering aan te geven werd het project aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening en het algemeen bouwreglement van de stad Gent inzake hemelwater getoetst.

 

Verharding

Conform artikel 3.2 van het ABR moet het verharden van oppervlaktes tot een minimum beperkt worden. Deze verharding moet waar mogelijk als verharding met natuurlijke infiltratie of als waterdoorlatende verharding aangelegd worden. 

 

Een gedeelte van de verharding kan afwateren in het grasveld. De overige verharding wordt aangesloten op de infiltratievoorziening.

 

Bij natuurlijke infiltratie moeten de verhardingen, zonder dat hiervoor een afvoersysteem wordt aangelegd afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 25% van de oppervlakte van de afwaterende oppervlakte zijn. Er mogen geen afvoerkolken of boordstenen voorzien worden die de doorstroming van het water onmogelijk maken.

 

Hemelwaterput

Het nieuwe dak van de uitbreiding (340 m²) wordt aangesloten op een hemelwaterput van 20.000 liter. Het hemelwater wordt hergebruikt voor toiletspoeling, schoonmaak en tuinbesproeiing. Er wordt een nuttig hergebruik van 14.560 liter/maand berekend.

 

Groendak

Op het nieuwe dak worden zonnepanelen voorzien. Volgens het ABR moeten alle nieuwe platte daken die niet gebruikt worden voor de opvang en hergebruik van hemelwater als groendak aangelegd worden. Conform artikel 3.8 van het ABR wordt er een afwijking gevraagd. De afwijking kan aanvaard worden.

 

Infiltratievoorziening

De afvoerpunten van het bestaande dak (900 m²) blijven behouden maar de ondergrondse leidingen worden vernieuwd en worden aangesloten op de nieuw aan te leggen infiltratievoorziening (wadi)

Op de nieuwe wadi is ook de overloop van de hemelwaterput aangesloten, alsook de grondverharding (285 m²) die niet in het grasveld kan afwateren. 

Er dient een bovengrondse infiltratievoorziening met een minimaal buffervolume van 49.335 liter en infiltratieoppervlakte van 119,6 m² voorzien te worden. Er wordt een wadi voorzien met infiltratieoppervlakte van 120 m².

 

Bemaling

Een grondwaterbemaling kan noodzakelijk zijn voor de bouwkundige werken of de aanleg van de openbare nutsvoorzieningen. Bij bemaling moet volgens Vlarem minstens een melding van de activiteit gebeuren. Ze kan evenwel vergunningsplichtig zijn en zelfs merplichtig naargelang de ligging, de diepte van de grondwaterverlaging en het opgepompte debiet. De akte of vergunning moet verleend zijn door de bevoegde instantie vooraleer de bemalingswerken kunnen gestart worden.

In een aanvraagdossier voor een vergunning of melding moeten steeds de effecten naar de omgeving onderzocht worden, op basis van de gemodelleerde debieten en het bemalingsconcept, en moet steeds vermeld worden op welke manier zal omgegaan worden met het opgepompte bemalingswater (toepassing van de bemalingscascade). De bemalingsinstallatie dient geplaatst te worden door een erkend boorbedrijf

 

Structuurkwaliteit en ruimte voor waterlopen

Het project heeft hierop geen betekenisvolle impact. Het project ligt niet in de nabije omgeving van de waterloop.

 

Overstromingen

Ernstiger overstromingen dan in het verleden zijn niet uit te sluiten en er kan geen sluitende garantie gegeven worden dat er zich op het perceel in de toekomst geen wateroverlast meer zal voordoen.

 

5.3.  Conclusie

Er kan besloten worden dat voorliggende aanvraag de watertoets doorstaat indien bovenstaande maatregelen worden toegepast. 

6.       NATUURTOETS

Voor dit project gaan we uit van minder dan 70 000 bijkomende vervoersbewegingen per jaar. Daarnaast zijn er nog mogelijke stikstofemissies afkomstig van niet-ingedeelde stationaire bronnen van het project en tijdens de aanlegfase door vervoer of niet-ingedeelde stationaire bronnen. Deze zijn echter beperkt. De NOX uitstoot van het totale project is minder dan de emissies waarbij een overschrijding optreedt van de 1 % minimisdrempel.

Het afvalwater wordt geloosd in de riolering die aangesloten is op een RWZI. 

 

Het project zal geen betekenisvolle aantasting impliceren voor de instandhoudingsdoelstellingen van de speciale beschermingszones, noch onherstelbare en onvermijdbare schade berokkenen aan natuur in VEN.

 

Hieruit wordt besloten dat de aanvraag de natuurtoets doorstaat.

7.       PROJECT-M.E.R.-SCREENING

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 inzake de nadere regels van de project-m.e.r.-screening en heeft betrekking op een activiteit die voorkomt op de lijst van bijlage III bij dit besluit. Dit wil zeggen dat er voor voorliggend project een project-m.e.r.-screening moet opgemaakt worden.
 

Een project-m.e.r.-screeningsnota is toegevoegd aan de vergunningsaanvraag. Na onderzoek van de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de mogelijke milieueffecten, wordt geoordeeld dat er geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden, zoals ook uit de project-m.e.r.-screeningsnota blijkt. Er kan redelijkerwijze aangenomen worden dat een nieuw project-MER geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten, zodat de opmaak ervan dan ook niet noodzakelijk is.

8.       OPENBAAR ONDERZOEK

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 27 mei 2025 tot en met 25 juni 2025.
Gedurende dit openbaar onderzoek werd 1 bezwaarschrift ingediend.

 
De bezwaren worden als volgt samengevat:
Het bezwaar betreft het voorstel tot ontharding van het Marathonplein, zoals opgenomen in het inrichtingsplan bij de omgevingsvergunningsaanvraag. Vanuit de buurt is al eerder uitgebreid ingezet op ontharding van het Marathonplein, onder meer via een dossier in het kader van het wijkbudget voor de stationsbuurt noord, dat werd besproken met stadsdiensten en buurtbewoners. Het Marathonplein wordt als overgedimensioneerd beschouwd binnen de woonwijk, en ontharding biedt volgens de buurt aanzienlijke meerwaarde op vlak van verkeersveiligheid, vergroening, leefbaarheid en waterinfiltratie. Tijdens een infovergadering van de Sint-Pauluschool werd dit voorstel breed ondersteund. De indieners van het bezwaar vragen dan ook dat de ontharding van het plein wordt opgenomen als een voorwaarde bij het verlenen van de omgevingsvergunning.


Naar aanleiding van het stedenbouwkundig onderzoek van deze aanvraag worden de bezwaren als volgt besproken:
Het belang van vergroening en infiltratie wordt erkend door de stad Gent. Het Marathonplein maakt echter deel uit van het openbaar domein en valt buiten de eigendom van het Sint-Paulusinstituut. De huidige omgevingsvergunningsaanvraag heeft uitsluitend betrekking op de uitbreiding van de schoolsite en bevat geen ingrepen op het plein zelf. 
De ontharding van het plein wordt niet als bijzondere voorwaarde bij deze aanvraag opgelegd maar sluit wel aan bij de ruimtelijke visie van de Stad Gent. Maximaal ontharden is een belangrijk uitgangspunt bij de heraanleg van het openbaar domein. Bij een eventuele toekomstige herinrichting van het Marathonplein kan het voorstel in overweging worden genomen, in overleg met de bevoegde stadsdiensten en de buurt.

9.       OMGEVINGSTOETS

Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening 

ERFGOED 
Het volledige perceel is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed: Sint-Paulusinstituut | Inventaris Onroerend Erfgoed. De opname in de vastgestelde inventaris is gebaseerd op de architecturale en historische waarde van het pand. 

De uitbreiding situeert zich op de bestaande sportterreinen. Via een schakelvolume wordt de nieuwbouw verbonden met het bestaande schoolgebouw. Dit vereist een doorbreking van de rechter zijgevel, maar heeft wel het voordeel dat de nieuwbouw visueel losgekoppeld wordt van de bestaande schoolgebouwen. Het nieuwe volume doet geen afbreuk aan de erfgoedwaarde van het gebouw. 

 

VOLUME

Team Stadsbouwmeester werd betrokken in de aanloop naar dit project en heeft hierbij advies geformuleerd tijdens het opstartgesprek. Vraag was hierbij het nieuwbouwvolume voldoende toekomstbestendig in te zetten en om het project te kaderen in een toekomstige visie met betrekking tot capaciteit, verbindingen en groen. 

 

Het voorgestelde volume wordt ruimtelijk en stedenbouwkundig aanvaardbaar geacht. 

De schaal van het nieuwbouwvolume vindt aansluiting bij het bestaande schoolgebouw en de directe omgeving. Het volume is zorgvuldig ingepast binnen de voorschriften van het geldende Ruimtelijk Uitvoeringsplan. Met uitzondering van een beperkte afwijking betreffende de bouwhoogte van de gelijkvloerse bouwlaag voldoet het ontwerp integraal aan de stedenbouwkundige bepalingen. 

De sobere vormgeving en de positionering van het volume laten voldoende flexibiliteit toe voor een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het perceel in de toekomst. Het ontwerp respecteert de bestaande context en draagt bij aan een doordachte inrichting van de schoolsite.

Op basis van bovenstaande elementen wordt het voorgestelde volume stedenbouwkundig als passend en ruimtelijk inpasbaar beoordeeld.


MOBILITEIT
De school bevindt zich centraal in de woonwijk en wordt gekenmerkt door een goede bereikbaarheid. Station Gent-Sint-Pieters ligt op 10 minuten wandelen. Door de ligging in het stedelijk weefsel beschikt de omgeving over voldoende kwalitatieve infrastructuur, voor alle modi. Het mobiliteitsprofiel van de school geeft aan dat 50% van de huidige leerlingen met de fiets komt. Over het personeel worden geen cijfers meegegeven.

De bestaande capaciteit van 141 fietsen wordt uitgebreid. Er komen 19 fietsparkeerplaatsen voor leerlingen bij en het personeel krijgt 18 aparte fietsparkeerplaatsen. Dit brengt de totale fietsparkeercapaciteit op 178 fietsen. Dat is voldoende. Hiermee wordt de richtlijn van 60% van de leerlingen gehaald én krijgt 50% van het personeel een fietsparkeerplaats. Dit betekent een toekomstgerichte ontwikkeling. Het dossier bevat geen details over de specifieke inrichting van de fietsenstallingen voor de leerlingen. De nieuwe fietsparkeerplaatsen voor de leerkrachten voldoen aan de fietsparkeerrichtlijnen van de Stad.  

De lange rij fietsparkeerplaatsen voor de leerlingen, aan de noordzijde van het gebouw, heeft een gangpad van zo’n 2,2 m. Volgens de richtlijnen zou dit 3 m moeten zijn. Dit vormt in dit dossier geen bezwaar aangezien de bestaande situatie behouden blijft. Om de toegankelijkheid van de fietsenstallingen te verbeteren wordt een tweede toegang tot het terrein gecreëerd, ten westen van de school. Op die manier wordt de werking van de grote fietsenstalling geoptimaliseerd en wordt fietsgebruik indirect verder gestimuleerd. 

Er zijn geen bestaande of nieuwe autoparkeerplaatsen op het terrein. Dit is gelijkaardig aan de bestaande situatie. De leerkrachten die met de wagen komen parkeren mogelijk op het Olympiadeplein. 

Het dossier bevat geen informatie over logistiek. Aangezien het louter om een uitbreiding gaat, wordt geen grote verandering t.o.v. de bestaande situatie verwacht.

 

Milieuhygiënische en veiligheidsaspecten

Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.

Om de geluidshinder tot een minimum te beperken kunnen volgende milderende maatregelen genomen worden:

- Plaats het toestel op een plaats waar ze het minste overlast creëert voor derden

- Lokale akoestische afschermingen rond het toestel voorzien

- Processturing waarbij de ventilatortoerentallen in de nachtperiode worden beperkt tot 70%.

Bij een erkend ‘milieudeskundige geluid en trillingen’ kan advies ingewonnen worden m.b.t. de controle van apparaten, akoestisch onderzoek, trillingsmetingen en het opstellen en begeleiden van saneringsplannen (https://www.vlaanderen.be/erkenning-als-milieudeskundige-geluid-en-trillingen).

Dit wordt als opmerking opgenomen.

 

CONCLUSIE

De gevraagde omgevingsvergunning is mits voorwaarden milieuhygiënisch, stedenbouwkundig en planologisch verenigbaar met de onmiddellijke omgeving, bijgevolg is het verslag voorwaardelijk gunstig.

 

Volgende rubrieken worden gunstig beoordeeld:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | warmtepomp en luchtgroep gedeelte nieuwbouw | Nieuw

20,5 kW

24.1.

laboratoria met een uitsluitend didactisch doel, waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | labo leerlingen | Verandering

1 stuk

 

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

6.4.1°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | bestaande mazouttank | klasse 3

20000 liter

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | warmtepomp en luchtgroep gedeelte nieuwbouw | klasse 3

20,5 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | onderhoudsproducten | klasse 3

200 liter

24.1.

laboratoria met een uitsluitend didactisch doel, waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | labo leerlingen | klasse 3

2 stuk

43.1.1°c)

stookinstallaties met een vermogen van 300 kW tot en met 500 kW in de andere gevallen dan de gevallen, vermeld in a) en b) | bestaande verwarmingsinstallatie mazout | klasse 3

368 kW

   

Waarom wordt deze beslissing genomen?

 

 

WAAROM WORDT DEZE BESLISSING GENOMEN?

 

Het college van burgemeester en schepenen moet over de ingediende omgevingsvergunningsaanvraag een beslissing nemen.

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij bovenstaand verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar en neemt het tot haar eigen motivatie.

 

 

Communicatie

 

 

Uitvoering
Van deze omgevingsvergunning mag worden gebruikgemaakt als de aanvrager niet binnen vijfendertig dagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste dag van de aanplakking, op de hoogte is gebracht van de instelling van een schorsend administratief beroep.

Bekendmaking
De beslissing wordt bekendgemaakt conform Titel 3, Hoofdstuk 9, Afdeling 3 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 99.
§ 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;
4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

De termijn, vermeld in het eerste lid, 1°, kan evenwel, op verzoek van de vergunninghouder, voor een periode van twee jaar verlengd worden als hij aantoont dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend. De vergunninghouder dient de aanvraag van de verlenging, op straffe van verval, met een beveiligde zending en minstens drie maanden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar in bij de overheid die de vergunning heeft verleend. Die overheid weigert de aanvraag van de verlenging alleen als:
1° er geen sprake is van een vreemde oorzaak die niet aan de vergunninghouder kan worden toegerekend;
2° de aangevraagde en vergunde handelingen strijdig zijn met inmiddels gewijzigde stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften.

De overheid bezorgt haar beslissing uiterlijk de dag van het verstrijken van de oorspronkelijke vervaltermijn van twee jaar. Bij ontstentenis van een beslissing wordt de verlenging geacht te zijn goedgekeurd. Als de verlenging wordt goedgekeurd, worden de termijnen, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, ook met twee jaar verlengd.

Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

§ 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:
1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;
2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;
3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.
§ 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

Artikel 100.
De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

Artikel 101.
De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1 worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.

De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, in voorkomend geval verlengd conform artikel 99, § 1, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI van de VCRO, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;
3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:
1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;
2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;
3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:
1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;
2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;
3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:
1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;
2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;
3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:
a) een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;
b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;
4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:
1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;
2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;
3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

Mededeling
Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.

 

 

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent onder voorwaarden de omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een bestaand schoolgebouw en het exploiteren van koelinstallaties aan Organisatie Broeders van Liefde vzw (O.N.:0406633304) gelegen te Marathonstraat 35, 9000 Gent.

De door het college vergunde plannen zijn de plannen die op de overzichtslijst staan, die is toegevoegd als bijlage aan deze vergunning en er integraal deel van uitmaakt.

Plannen die niet op deze overzichtslijst staan, maken geen deel uit van de vergunning.

Controleer steeds of het om een goedgekeurd plan gaat.

Opgelet, er kunnen voorwaarden betrekking hebben op de plannen.

 

De rubrieken voor de inrichting/activiteit  met inrichtingsnummer  beslist het college als volgt:

 

Vergunde rubrieken:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | warmtepomp en luchtgroep gedeelte nieuwbouw | Nieuw

20,5 kW

24.1.

laboratoria met een uitsluitend didactisch doel, waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | labo leerlingen | Verandering

1 stuk

 

  

De geactualiseerde vergunningstoestand van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit (inrichtingsnummer) is:

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

6.4.1°

opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 l tot en met 50.000 l | bestaande mazouttank | klasse 3

20000 liter

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen en airconditioningsinstallaties (van 5 kW tot en met 200 kW) | warmtepomp en luchtgroep gedeelte nieuwbouw | klasse 3

20,5 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l | onderhoudsproducten | klasse 3

200 liter

24.1.

laboratoria met een uitsluitend didactisch doel, waar afvalwater eigen aan de laboratoriumtechnieken wordt gegenereerd | labo leerlingen | klasse 3

2 stuk

43.1.1°c)

stookinstallaties met een vermogen van 300 kW tot en met 500 kW in de andere gevallen dan de gevallen, vermeld in a) en b) | bestaande verwarmingsinstallatie mazout | klasse 3

368 kW

 

   

Artikel 2

Legt volgende voorwaarden op:

 

Brandweer

De brandweervoorschriften, die betrekking hebben op deze omgevingsvergunning, moeten strikt nageleefd worden (zie advies van 6 juni 2025 met kenmerk 011456-006/SP/2025). Zie bijlage op het Omgevingsloket. 

 

Bijzondere aandachtspunten:

• De evacuatiewegen binnen het compartiment moeten te allen tijde een minimale netto doorgangs- breedte van 1,20m bezitten, ook in het open leercentrum. Het beëindigen van de werken moet gemeld worden aan de brandweer via de website www.brandweerzonecentrum.be/preventie teneinde een controlebezoek te kunnen laten plaatsvinden.

 

Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken

De voorwaarden opgenomen in het advies van Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (advies van 3 juni 2025, met kenmerk 10640) moeten strikt nageleefd worden. Zie bijlage op het Omgevingsloket.

Noodzaak van een ASTRID-indoorradiodekking : NEE.

 

Motivering

Gezien de beperkte uitbreiding en de beperkte bezetting van deze nieuwe uitbreiding, heeft de commissie beslist dat er geen verplichting is tot ASTRID indoordekking voor de projecten binnen deze aanvraag.

 

Riolering:

Volgens het zoneringsplan is het perceel gelegen binnen centraal gebied of collectief geoptimaliseerd buitengebied: er is  riolering aanwezig en die is aangesloten op een waterzuivering. Het is verplicht om afvalwater aan te sluiten op de riolering.

 

Wettelijke bepaling rioolaansluiting:

De regels rond de rioolaansluiting zijn terug te vinden in het Algemeen en het Bijzonder Waterverkoopreglement. Deze reglementen zijn terug te vinden op www.farys.be/wettelijke-bepalingen.

 

Op www.farys.be/nl/rioolaansluiting vindt u meer info over :

 - de specificaties en prijzen van de rioolaansluiting

 - de belangrijkste aspecten voor de aanleg van de privéwaterafvoer (onder “Mijn privéwaterafvoer”).

 

Aanwezige (wacht)aansluiting(en) dienen steeds gebruikt/(her)bruikt te worden. Je bent gebonden door de locatie, de diepteligging en het type aansluiting, namelijk afvalwater (=DWA) of regenwater (=RWA) ter hoogte van de rooilijn.

Je dient het ontwerp en de aanleg van de privéwaterafvoer -op privéterrein- hierop af te stemmen.

Hoe je nagaat of er al een rioolaansluiting aanwezig is, vind je terug op www.farys.be/nl/rioolaansluiting.

 

De aansluiting van afvalwater (DWA) op het rioleringsnet is verplicht als een riolering aanwezig is. De aansluiting van het regenwater (RWA) op het rioleringsnet is niet verplicht.

 

Privéwaterafvoer:

De keuring van de privéwaterafvoer is verplicht bij nieuwbouw en herbouw of het realiseren van een bijkomende huisaansluiting.  Meer informatie vind je op www.farys.be/keuring-privéwaterafvoer.

 

Om geurhinder als gevolg van de eigen privéwaterafvoer te voorkomen werden er enkele richtlijnen opgesteld, die je kan terugvinden op www.farys.be/nl/rioolaansluiting (onder “Mijn privéwaterafvoer”).

 

De openbare riolering kan onder druk komen te staan. Dit betekent dat het waterpeil in de buizen en aansluitingen kan stijgen tot het maaiveld niveau. Houd hier rekening mee bij de aanleg van de privéwaterafvoer.

 

Je bent verplicht om een septische put te plaatsen:

* enkel voor zwart/fecaal afvalwater

* van minimaal 2000 liter tot 5 IE (IE = inwoner equivalent)

* +300 l/ IE tem 10 IE

* +225 l/IE vanaf de 11e IE

 

Een hulpmiddel om het aantal IE van gebouwen te bepalen is terug te vinden op de technische toelichting van deel 4 van de code van goede praktijk https://www.integraalwaterbeleid.be/nl/publicaties/code-goede-praktijk-rioleringssystemen/Deel4_DWAsystemen_07_2014.pdf

 

De interne riolering moet zo ontworpen worden dat een toekomstige aansluiting op een gescheiden rioleringsstelsel mogelijk is (afzonderlijke aansluitingen voor regenwater en afvalwater).

Er is nog geen aparte regenwaterafvoer (RWA)-aansluiting mogelijk. Voor zover het niet mogelijk is om het regenwater in de gracht te lozen is de RWA-leidingen naar de straat is te voorzien als wachtaansluiting. Voorlopig moeten het regen- en afvalwater gezamenlijk naar de riolering afgevoerd worden. Bovendien moeten de RWA-, en DWA-afvoeren naast elkaar worden aangeboden met een tussenafstand van 40 tot 60 cm. Hierbij loopt het DWA-gedeelte in een rechte lijn door naar de openbare riolering.

Bij een toekomstige aanleg van het openbaar domein zal de riolering gescheiden worden.

 

Er moet blijvend voorzien worden in een septische put. Alle en enkel de toiletten zijn hierop aan te sluiten.

 

Openbaar domein:

Oprit

- Aan de zuidzijde van het perceel zal slechts één oprit met een breedte van maximum 5 meter op het openbaar domein worden toegestaan en dit voor de brandweertoegang. Dit is een bestaande oprit.

- Aan de westzijde van het perceel zal slechts één oprit met een breedte van maximum 2 meter op het openbaar domein toegestaan en dit voor de bereikbaarheid van de fietsenstallingen.

 

Infiltratie:

1. Bij natuurlijke infiltratie moeten de verhardingen, zonder dat hiervoor een afvoersysteem wordt aangelegd, afvloeien naar een voldoende grote onverharde oppervlakte (op eigen terrein) waar natuurlijke infiltratie kan plaatsgrijpen. De onverharde oppervlakte moet minimaal 25% van de oppervlakte van de afwaterende oppervlakte zijn. Er mogen geen afvoerkolken of boordstenen voorzien worden die de doorstroming van het water onmogelijk maken.

2. Er dient een bovengrondse infiltratievoorziening (wadi) met een minimaal buffervolume van 49.335 liter en infiltratieoppervlakte van 119,6 m² voorzien te worden.

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM:

De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de Milieunavigator, via de link:  https://navigator.emis.vito.be/

Bij wijziging van VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen na te leven.


   

Artikel 3

Wijst de aanvrager op volgende aandachtspunten:


Geluid:

Te allen tijde moet voldaan worden aan de geluidsnormen opgenomen in Vlarem II.

Om de geluidshinder tot een minimum te beperken kunnen volgende milderende maatregelen genomen worden:

- Plaats het toestel op een plaats waar ze het minste overlast creëert voor derden

- Lokale akoestische afschermingen rond het toestel voorzien

- Processturing waarbij de ventilatortoerentallen in de nachtperiode worden beperkt tot 70%.

Bij een erkend ‘milieudeskundige geluid en trillingen’ kan advies ingewonnen worden m.b.t. de controle van apparaten, akoestisch onderzoek, trillingsmetingen en het opstellen en begeleiden van saneringsplannen (https://www.vlaanderen.be/erkenning-als-milieudeskundige-geluid-en-trillingen).

 

Openbaar domein:

De bouwheer/vergunninghouder is steeds verantwoordelijk voor beschadigingen aan de inrichting van het openbaar domein, groenaanleg, bermen, trottoirs, boordstenen, (straat)kolken en de rijweg, die te wijten zijn aan de bouwactiviteit. De dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen herstelt deze beschadigingen op kosten van de bouwheer/vergunninghouder.

 

De bouwheer/vergunninghouder moet voor de aanvang van de werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opmaken van de omliggende trottoirs en wegenis met bijzondere aandacht voor de (straat)kolken.

Deze dient bezorgd te worden aan de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, via afgifte op het Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266 79 00, via e-mail: wegen@stad.gent of per post aan Stad Gent t.a.v. Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

Deze dient ten laatste twee weken voor aanvang van de werken verstuurd of afgegeven te worden, indien deze laattijdig ingediend wordt kan deze niet als tegensprekelijk beschouwd worden.

U kan dit door een architect of landmeter laten doen maar u mag dit ook zelf opnemen. (u maakt een aantal algemene foto’s vergezeld van detailfoto’s met reeds aanwezige schade aan het openbaar domein. Bij elke foto zet u een beschrijving en u voegt een plannetje toe met aanduiding van de positie van de foto’s).

 

In functie van een werfzone op het openbaar domein is een vergunning Inname Publieke Ruimte noodzakelijk. U vraagt dit digitaal aan via de website www.stad.gent (typ tijdelijke werfzone in het zoekveld).

 

Het is de bouwheer niet toegestaan om zelf een oprit op het openbaar domein aan te leggen.

Na het beëindigen van de werken zal de oprit aangelegd worden door de Stad Gent op kosten van de bouwheer volgens het geldende retributiereglement. Opritten op openbaar domein, die niet aangelegd zijn door de stad kunnen worden opgebroken. De Stad bepaalt het materiaal van de oprit. Dit dient, na de werken, verplicht aangevraagd te worden, het aanvraagformulier kan u downloaden via de website www.stad.gent (typ trottoirs en opritten in het zoekveld).

Dit document dient bezorgd te worden aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Stadskantoor Gent, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel.: 09/266.79.00, via mail: wegen@stad.gent. Of met de post; Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, Botermarkt 1, 9000 Gent.

Bij de aanleg van de oprit zal de boordsteen plaatselijk verlaagd worden. Bij het bepalen van het niveau van het dorpelpeil van de inrit dient de bouwheer rekening te houden met het peil van het bestaand trottoir t.h.v. de perceelsgrens. Ter hoogte van de eigendomsgrens wordt dit niveau in geen geval aangepast.

 

Mobiliteit

Om moeilijkheden met werfverkeer te voorkomen, wordt aan de bouwheer gevraagd om voor de start van de werken contact op te nemen met de Stad Gent.