De meerderheidspartijen onderhandelen zoals bekend al enkele maanden over een nieuw financieel meerjarenplan voor onze stad. De voorbije maanden werd bijna onveranderlijk naar die onderhandelingen verwezen wanneer vanuit de oppositie financiële of ook andere vragen gesteld werden. Maar het uur van de waarheid nadert.
Dat de Gentse stadskas gesaneerd moet worden is geen geheim. Het aanhouden van het tot nog toe gevoerde beleid zou richting bankroet leiden. In het bestuursakkoord staat als ambitie opgenomen dat het nieuwe MJP ‘financieel robuust’ moet zijn. Dat dit tot nog toe niet het geval was, wordt bevestigd in het recente Jaarrapport Organisatiebeheersing 2024 (zie de commissie FABAZ van deze maand): het financiële risico wordt ingeschat als ‘zeer hoog’ en de mate van beheersing als ‘laag’.
Over hoe dat doel te bereiken geraakten hier en daar al enkele zaken bekend. Zo zou er een besparingsoefening van 120 miljoen euro op tafel liggen, maar de precieze contouren daarvan blijven onduidelijk. Of en hoe de sterk gestegen schuldenberg (eind 2024 = 997 miljoen euro) – met de eveneens fors gestegen rentelast – zal aangepakt worden, blijft eveneens onduidelijk.
Tegelijk zijn er signalen die op gespannen voet staan met het concept van financiële robuustheid. Het nieuwe bestuursakkoord bevat een hele reeks dure meeruitgaven, waaronder ook gratis-maatregelen (zowel bestaande als gloednieuwe) met o.a. gratis schoolmaaltijden, de uitbreiding van gratis bus- en tramvervoer, gratis inburgeringstrajecten en gratis tolken. Recent kregen zo’n 112 organisaties ook al de bevestiging dat hun middelen tot halverwege 2026 gegarandeerd zijn. Dat is weinig in lijn met het recente Rapport verbonden rechtspersonen (zie de commissie FABAZ van mei), waarin een pleidooi te lezen stond voor het degelijk subsidiëren van een beperkter aantal partners.
Burgers vrezen dat er finaal sterk op basisdienstverlening zal bespaard worden. Denk maar aan het glasboldossier dat reeds als een besparingsoperatie op kap van de deelgemeenten wordt ervaren. Of dat burgers en bedrijven andermaal dieper in hun beurs zullen mogen tasten: ook tijdens de vorige bestuursperiode kwam er immers een belastingverhoging, in weerwil van verkiezingsbeloftes én het bestuursakkoord.
1. Hoe zal dit stadsbestuur de vanzelfsprekende en dringende nood tot besparen en saneren combineren met de in het bestuursakkoord vermelde meeruitgaven, inclusief extra gratis-beleid?
2. Kan de schepen bevestigen dat er geen extra lasten zullen gelegd worden op burgers en bedrijven (via o.a. de personenbelasting, de onroerende voorheffing en de bedrijfsbelasting)?
3. Kan de schepen bevestigen dat de basisdienstverlening op peil zal blijven en dat de focus van de saneringsoefening zich richt op niet-essentiële ‘nice to haves’ die voor de modale burger weinig of geen meerwaarde zijn?