Het controlerecht van gemeenteraadsleden is één van de hoekstenen van de lokale democratie. Het inzagerecht van gemeenteraadsleden is hierin een fundamenteel element. Dit inzagerecht wordt gegarandeerd door zowel het Decreet Lokaal Bestuur (art. 29) als het Huishoudelijk Reglement (art. 95-97) van de Gentse gemeenteraad.
De website van het Agentschap Binnenlands Bestuur geeft o.m. volgende duiding over het inzagerecht:
“Het inzagerecht van gemeenteraadsleden is ruimer dan de algemene regeling over de openbaarheid van bestuur. Het gemeentebestuur kan zich niet beroepen op de uitzonderingsgronden uit de algemene openbaarheidsregeling. Het kan een gemeenteraadslid dus geen inzage weigeren in een document dat onder toepassing van artikel 29 van het decreet over het lokaal bestuur (DLB) valt. Zelfs wanneer het document gegevens bevat die mogelijk betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen, kan het inzagerecht niet geweigerd worden. Het gemeentebestuur moet de gevraagde documenten dus niet anonimiseren of pseudonimiseren. Het ruime inzagerecht moet de gemeenteraadsleden toelaten hun controlerende rol op te nemen.”
“Dit recht gaat echter gepaard met een verantwoordelijkheid. Om de bescherming van het privéleven te waarborgen hebben gemeenteraadsleden een geheimhoudingsplicht. Ze zijn altijd persoonlijk verantwoordelijk voor het gebruik van de inlichtingen die ze verkregen bij de uitoefening van hun inzagerecht. Ze moeten er dus discreet mee omspringen.”
Van midden 2019 tot begin 2021 liep een door het stadsbestuur opgezet dekoloniseringstraject, met o.a. een ambtelijke stuurgroep en een participatieve werkgroep. Dit leidde uiteindelijk tot een dekoloniseringsrapport met 30 beleidsadviezen aan het stadsbestuur.
Twee elementen om beleidsadviezen op hun waarde te beoordelen zijn de expertise van de mensen die verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming ervan en ook hun representativiteit of het draagvlak dat ze vertegenwoordigen. In dat kader vroeg de N-VA-fractie via inzagerecht zowel de verslagen van de werkgroep als de samenstelling ervan op.
Dat de bezorgdheid over de representativiteit legitiem was bleek uit de door het college en de stadsdiensten bezorgde informatie. Het stadsbestuur was bij de samenstelling van de werkgroep selectief te werk gegaan: het ging niet om een doorsnede van de in het thema geïnteresseerde Gentenaars. Bovendien bleek uit de verslaggeving ook een bezorgdheid over het monopoliseren van het debat door een aantal mensen, wat vragen deed rijzen over hoe representatief de auteurs van het eindrapport finaal nog waren.
Tijdens de voorbije commissie WWOPP stelde een lid van het college in het kader van een discussie over de toekomst van het dekoloniseringstraject de voornoemde inzagevraag over de werkgroep voor als “een jacht proberen voeren op de deelnemers”. Dit is ontoelaatbaar: zoals al vermeld hebben gemeenteraadsleden het democratische recht bijkomende informatie over beleidsdossiers op te vragen (inclusief bijhorende persoonsgegevens). Dat een collegelid het gebruik maken van dit recht bestempelt als een poging tot intimidatie is ondemocratisch.
Daarom, op voorstel van de N-VA-fractie,
De gemeenteraad roept het college van burgemeester en schepenen op om vragen om inzage van gemeenteraadsleden naar de werkingsverslagen en de samenstelling van werkgroepen of andere instanties, die beleidsmatige adviezen verlenen of rapporten opstellen op vraag van of in samenwerking met het stadsbestuur, niet voor te stellen als pogingen tot intimidatie.