In de commissie VOGOK van mei vroeg ik de schepen naar de manier waarop de stad Gent de Japanse Duizendknoop monitort en bestrijdt. De schepen antwoordde dat de aanwezigheid van deze invasieve plant opgevolgd wordt via het digitaal systeem OBSURV. Hierbij wou ik graag enkele opvolgvragen stellen.
Collega De Weder,
De databank Observ wordt inderdaad gevoed door medewerkers van de Groendienst. Vandaag zitten in die databank 593 locaties van exoten op openbaar domein, bijna allemaal Japanse duizendknoop.
De medewerkers van de Groendienst werken op het hele grondgebied van de stad Gent en zijn voldoende op het terrein aanwezig om haarden op het openbaar domein vast te stellen. Ook burgers kunnen haarden van invasieve exoten melden via Gentinfo of rechtstreeks aan de Groendienst. De stad heeft geen eigen meldingsapp voor exoten, maar er bestaan inderdaad online platformen zoals de website waarnemingen.be, waar burgers invasieve exoten kunnen melden. Deze website is een zogenaamd “early warning”-systeem dat toelaat om snel te reageren bij nieuwe meldingen van invasieve exoten die op de zogenaamde ‘Unielijst’ staan. Deze Europese lijst bevat die invasieve soorten die door de lidstaten waar mogelijk, uitgeroeid of zoveel mogelijk beperkt moeten worden. De Japanse duizendknoop staat niet op die lijst, de reuzenbereklauw wel.
Stad Gent werkt samen met Rato vzw om de invasieve soorten uit de EU-lijst te beheersen. Rato volgt de website waarnemingen.be en andere platformen actief op en onderneemt actie als er meldingen zijn van bijvoorbeeld de reuzenbereklauw op openbaar domein. Ze zorgen ook voor opleiding van medewerkers zodat die specifieke invasieve exoten kunnen herkennen.
Voor de Japanse duizendknoop volgt de Groendienst de evolutie op het vlak van bestrijdingsmethodieken op. Ook werken we mee aan proefprojecten die we ofwel zelf initiëren ofwel via externe instellingen aangereikt krijgen om nieuwe ideeën voor bestrijding uit te proberen. Bv begrazing met schapen