Artikel 12 van het Samen aan zet reglement stelt het volgende: "Dit reglement treedt in werking op 01 januari 2022. Driejaarlijks wordt de werking van dit reglement geëvalueerd. "
Dit wil zeggen dat het reglement dit jaar geëvalueerd moet worden.Daarom mijn vragen aan de schepen:
-Zijn er elementen in het reglement die volgens de schepen een aanpassing vergen?
-Is er al een concrete datum wanneer deze evaluatie zal gebeuren?
-Op welke manier zal de evaluatie van dit reglement gebeuren?
Het antwoord op de vraag kan nagekeken worden via deze link: https://ebesluitvorming.gent.be/zittingen/25.0114.6695.6668/agendapunten/25.0527.3435.9044
wo 11/06/2025 - 15:14Artikel 11 van het Reglement voor de organisatie van leefstraten stelt het volgende:
Dit reglement treedt in werking op 1 april 2022. Tweejaarlijks wordt de werking van dit reglement geëvalueerd.
Dit houdt in dat de evaluatie moest plaatsvinden in 2024. In de archieven vinden wij geen zo’n evaluatie terug.
Daarom mijn vragen aan de schepen:
-Heeft er vorig jaar een evaluatie plaatsgevonden?
-Wat zijn de implicaties van deze gemiste deadline?
-Is er al een concrete datum wanneer de evaluatie van dit reglement zal gebeuren?
-Op welke manier zal de evaluatie van dit reglement gebeuren?
-Zijn er elementen in het reglement die volgens de schepen een aanpassing vergen?
Het antwoord op de vraag kan nagekeken worden via deze link: https://ebesluitvorming.gent.be/zittingen/25.0114.6695.6668/agendapunten/25.0527.7170.4922
wo 11/06/2025 - 15:15In februari jl. kaartte ik in de commissie de bezorgdheden aan van zowel ouders als het schoolteam in verband met de verhuis van de stedelijke basisschool voor buitengewoon onderwijs De Sassepoort – Spoor 9. Zoals bekend stuit de verhuis van de Voormuide naar Nieuw Gent op veel protest en zorgt deze voor veel ongerustheid.
De schepen deelde toen in haar antwoord mee dat de huidige leerlingen hun plaats op de school konden behouden en dat er ook acht extra plaatsen zijn. De schepen zei ook dat er wat betreft de 20 leerlingen die (nog) geen gebruik maakten van het busvervoer voor woon-school-verplaatsingen zou gekeken worden voor een oplossing. De schepen drukt ook de hoop uit dat het hele schoolteam – dat een hechte band heeft met de kinderen en hun ouders – zou meeverhuizen. Het voorzien van voor- en naschoolse opvang zou onderzocht worden. Ik verneem ook dat de nieuwe (kleinere) speelplaats niet zou toelaten dat alle (88) leerlingen er tegelijk (veilig) spelen, wat werken in shiften zou noodzaken, wat dan weer voor problemen zou zorgen bij de atelierwerking en wanneer er vervangingen nodig zijn.
Beste collega Deene
Ik antwoord graag op uw vragen.
Er zijn geen fundamentele wijzigingen aan de verhuisplannen. Zoals eerder meegedeeld zal de nieuwbouw klaar zijn in januari 2026, maar stellen we de verhuis uit naar de start van het daaropvolgende schooljaar. Dat biedt alle betrokkenen de nodige ruimte en tijd om dit goed voor te bereiden.
Op 8 mei ben ik in overleg gegaan met schoolteam van De Sassepoort – Spoor 9. Ik heb daarbij geduid dat ik begrip heb voor de weerstand en bezorgdheden, dat ik alternatieven heb laten onderzoeken, maar ook dat het enige mogelijk besluit is dat we deze verhuis moeten doorzetten. Ik heb in dat overleg heel erg gevoeld hoe dit schoolteam gehecht is aan de huidige locatie, de wijk. Het blijft voor velen onder hen moeilijk om te zien hoe ze hun werking kunnen verderzetten op de nieuwe plek.
Intussen hen ik bijkomende ondersteuning laten organiseren voor dit schoolteam via Schoolmakers. Deze organisatie heeft ervaring in het begeleiden van scholen en schoolteams bij veranderingsprocessen.
Volgende week ga ik ook in gesprek met de ouders van de school. Dat gesprek was eerder gepland, maar werd op vraag van de school naar een later moment verplaatst omdat dit samen viel met de doorlichting.
Op de nieuwe plek is er plaats voor alle huidige leerlingen. Of zij allemaal zullen mee verhuizen is af te wachten. Het blijft een beslissing van de ouders om die keuze al dan niet te maken.
Wat uw volgende vragen betreft.
We houden de optie om bijkomend busvervoer te organiseren open.
Dit hangt ook nauw samen met de voor- en naschoolse opvang. Ik verwijs naar mijn antwoord in de vorige commissie. Dat wil ik graag realiseren. De samenwerking met vzw Oranje werd verlengd. Daarnaast lopen we momenteel een intens traject rond de uitwerking van BOA, het decreet dat gaat over Buitenschoolse Opvang en Activiteiten. Ook daarbinnen zit een opdracht rond het buitengewoon onderwijs. Het Stedelijk Onderwijs is volop aan het onderzoeken hoe die opvang op de site vorm kan krijgen, ook in samenwerking met het internaat. Het is de bedoeling om deze mensen ook mee in te schakelen voor ondersteuning van de school voor het organiseren van toezicht.
Deze mensen voor de opvang zullen ook kunnen mee ingeschakeld worden voor de organisatie van toezichten tijdens de pauzes. Zo kunnen we het schoolteam ontlasten. Het klopt dat de speelplaats kleiner is dan de beschikbare ruimte op de huidige school in de Bevelandstraat. Voor de bouw ervan vertrekken we vanuit de Vlaamse normen die Agion (Het Agentschap voor infrastructuur in het onderwijs) hanteert voor de subsidiëring via DBFM. We hebben de speelplaats ruimer gebouwd dan die normen, en daar ook zelf de middelen voor geïnvesteerd. Toch zal dit vragen om een nieuwe organisatie van het toezicht.
U vraagt of er meer duidelijkheid is van de huidige locatie. Die duidelijkheid is er nog niet. Een beslissing over een toekomstige bestemming werd nog niet genomen. Dit hangt samen met de investeringsplannen en de noden van de Stad Gent.
Mevrouw Deene. Ik wil tot slot, en bij herhaling, meegeven dat ik dit dossier van dichtbij volg. De verhuis van de school werd ooit met de beste bedoelingen beslist. Er werd gekozen om prioritair te investeren in kwalitatieve huisvesting voor het buitengewoon onderwijs toen die kans er was. Maar ik erken dat dit helemaal niet vanzelfsprekend is, en dat de drempel voor velen zeer groot is. Het komende jaar is belangrijk om dat zo goed mogelijk verder voor te bereiden.
wo 11/06/2025 - 10:33Gebruikers van de buitenschoolse opvang op zaterdag kregen de melding dat het aanbod BO zaterdagopvang vanaf juli niet meer beschikbaar zou zijn. Dat zorgt zeker voor tijdens het weekend werkende ouders uiteraard voor ongemak, omdat een alternatieve opvang vinden niet altijd evident is.
Beste raadslid Deene,
Dank u wel voor uw vraag.
De beslissing om de buitenschoolse zaterdagopvang voor kinderen van 3 tot 12 jaar stop te zetten vanaf 1 juli 2025, werd genomen tijdens de budgetopmaak van 2023 en is toen ook besproken in de budgetcommissie.
Ik begrijp goed dat dit geen evidente maatregel is, maar het was wel een weloverwogen keuze. Gezien de tekorten in de sector, willen we onze mensen en middelen zoveel mogelijk inzetten op momenten waarop de nood het grootst is: tijdens de schoolweek en in de schoolvakanties.
De zaterdagopvang is destijds gestart als extra ondersteuning voor werkende ouders, bijvoorbeeld in de horeca. Die werking werd volledig gefinancierd met stedelijke middelen (en een klein deeltje ouderbijdragen) – er is namelijk geen Vlaamse subsidiëring voorzien voor buitenschoolse opvang in het weekend.
Tegelijk zagen we dat de organisatie van die werking steeds moeilijker werd: het gebruik ervan bleef beperkt (gemiddeld 8 kinderen op een capaciteit van 22) en de inzet woog zwaar op het team. Steeds minder medewerkers wilden nog deelnemen aan het beurtrolsysteem voor zaterdagwerk.
Die combinatie van factoren – beperkte vraag, hoge kost, en grote belasting voor het personeel – heeft ons, met pijn in het hart, tot deze beslissing gebracht. We hebben er daarbij bewust voor gekozen om ouders ruim op voorhand te informeren en hen de tijd te geven om zich te organiseren.
Voor de opvang van baby’s en peuters (0-3 jaar) verandert er niets. Die blijft bestaan op zaterdag in kinderdagverblijf Uilennestje, net omdat we weten dat opvang voor die allerjongsten moeilijker te vinden is.
Zoals ik zonet ook al even zei, heeft de zaterdagopvang een capaciteit van 22 kinderen. In de praktijk maakten gemiddeld een 8-tal kinderen er gebruik van.
Aanvankelijk dachten we dat dit lage aantal een gevolg was van corona, maar in tegenstelling tot de weekopvang, zagen we nadien geen herstel in de bezetting. De vraag naar zaterdagopvang voor deze leeftijdsgroep blijkt dus eerder beperkt.
Ik begrijp heel goed dat het stopzetten van de zaterdagopvang voor sommige ouders lastig is. Zeker voor ouders die in het weekend werken, is het niet altijd evident om een alternatief te vinden. Net daarom hebben we dit zorgzaam naar ouders gecommuniceerd en hen ruim 2 jaar de tijd gegeven om op zoek te gaan naar oplossingen.
Sinds de beslissing zijn ouders stap voor stap geïnformeerd. Eerst via een brief bij de aankondiging, later via herinneringen in 2023 en 2024, en opnieuw via een brief in het voorjaar van 2025. Zo kregen gezinnen voldoende tijd om zich aan te passen.
Onze medewerkers van de Dienst Kinderopvang hebben ouders ook actief begeleid in de zoektocht naar mogelijke alternatieven.
We hebben deze beslissing niet licht genomen. Maar de bezetting op zaterdag was laag, en de organisatie ervan woog zwaar op ons personeel, dat we op andere dagen kunnen inzetten. Voor zo’n beperkte groep kinderen is het moeilijk om dat op langere termijn te blijven volhouden. Zeker als je weet dat hier geen Vlaamse subsidies voor zijn en dit dus volledig met stedelijke middelen betaald wordt.
Tegelijk blijf ik het belangrijk vinden om te zeggen wat we wél blijven doen.
Op die momenten blijven we inzetten op toegankelijke en kwaliteitsvolle opvang voor ouders en kinderen.
wo 11/06/2025 - 10:37Beste schepen
Ons onderwijs kent vele uitdagingen. Onze minister spreekt over een beweging richting meer inclusief onderwijs. Tegelijkertijd is er een enorm plaatstekort en hebben vele kinderen geen plaats op een school hetzij in het buitengewoon hetzij in het gewoon onderwijs met de gepaste omkadering.
Sinds 2002 met de invoering van het GOK-decreet zijn in Vlaanderen meerdere stappen gezet om inclusief onderwijs te realiseren. De ratificatie van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (2009) en de opname van het recht op inclusie in de Belgische Grondwet (2021) zijn belangrijke erkenning van het recht op inclusie, ook in het onderwijs. In de Belgische Grondwet staat nu expliciet dat "iedere persoon met een handicap recht heeft op volledige inclusie in de samenleving, met inbegrip van het recht op redelijke aanpassingen.”
Toch blijft Vlaanderen sterk vasthouden aan een gesegregeerd onderwijssysteem. Zo zit vandaag nog steeds ongeveer 5,6% van de kinderen in het buitengewoon onderwijs, tegenover een Europees gemiddelde van slechts 1,7%.
Daarmee is Vlaanderen koploper in segregatie binnen onderwijs. De VN heeft België hier al herhaaldelijk voor op de vingers getikt.
Op het einde van zijn legislatuur liet voormalig minister van Onderwijs Weyts een adviesrapport opstellen onder de titel “Evolutie naar scholen voor iedereen” (link naar rapport). De huidige minister van onderwijs Demir bevestigde dat men gaat inzetten op inclusiever onderwijs, de eerste stap hiervoor zouden pioniersscholen zijn. Dit zijn gewone scholen die eventueel een samenwerking aangaan met buitengewoon onderwijs en leersteuncentra, met als doel een inclusiever onderwijssysteem te realiseren tegen 2040.
We kunnen natuurlijk niet wachten tot 2040 en gewoon wegkijken van kinderen die nu geen plaats hebben. Honderden, zoniet duizenden Vlaamse gezinnen zitten met hun handen in het haar omdat ze geen plekje vinden op een school waar wordt tegemoet gekomen aan de noden van hun kinderen.
Er wordt al langer samengewerkt met andere LOP-regio’s tussen Gent en Beveren om het aanmelden meer gecoördineerd te laten verlopen. Uit de cijfers die u samen met het LOP Basisonderwijs publiceerde, blijkt dat nauwelijks 47% van de kinderen in die ruime regio een plaats kreeg toegewezen. Minder dan de helft kan dus naar één van de scholen waarvoor ze aangemeld werden. Het is een klein lichtpuntje dat diezelfde cijfers voor onze stad beter zijn, maar met 58% van de Gentse kinderen die een plekje krijgt, blijft de bezorgdheid bestaan.
Specifiek voor het type 2-onderwijs is het tekort aan plaatsen erg opvallend. Ook hier krijgen meer Gentse kinderen een plaats dan in de rest van het samenwerkingsverband. Toch lees ik in uw communicatie dat er in Gent voor nauwelijks 14% (tegenover 8%) van de kleuters en minder dan 30% voor de lagere school-kinderen (tegenover 12%) een school werd toegewezen. De impact van dat plaats tekort is zeer groot.
Ik heb daarom volgende vragen.
(gekoppeld met 'IR 8 2025_MV_00522 - Mondelinge vraag van raadslid Stephanie D'Hose: capaciteit buitengewoon onderwijs')
Beste collega’s Vanpeperstraete en D’Hose
Ik hoor jullie de situatie schrijnend noemen. Dat is ze ook. Kinderen hebben recht op onderwijs. Recht op onderwijs dat tegemoet komt aan hun specifieke onderwijsbehoeften, of dat nu in het gewoon of buitengewoon onderwijs is. Bovendien worden ouders die geen gepaste school vinden, in sommige situaties gedwongen om minder of zelfs niet meer te werken.
Het aantal leerlingen dat een plaatsje zoekt in het buitengewoon onderwijs groeit. In het schooljaar 2018-2019 waren er in Gent in het buitengewoon basis- en secundair onderwijs 3.252 leerlingen ingeschreven. Vijf jaar later, schooljaar 2023-2024, zijn er 400 leerlingen extra ingeschreven. Die cijfers geven bovendien geen correct beeld, want niet iedereen die een plaats wou, heeft er ook één gevonden in het buitengewoon onderwijs. Het is dus een onderschatting van de noden.
In diezelfde periode gebeurden er ook verschuivingen binnen de types. Het aantal leerlingen type 2 (kinderen met een verstandelijke beperking) steeg van 649 naar 729 op vijf jaar tijd, dus + 80 plaatsen. Ook hier met dezelfde disclaimer. Niet iedereen heeft een plaats.
Het aantal leerlingen type 3 (kinderen met een emotionele of gedragsstoornis) daalde sterk, type 9 (kinderen met een autismespectrumstoornis) kende een enorme groei, en voor basisaanbod was er een piek in schooljaar 2021-2022 om vervolgens te dalen.
Ik wil jullie niet platwalsen met cijfers, maar ze tonen verschillende zaken aan:
We worstelen daar niet alleen mee. Dezelfde vaststellingen gebeuren Vlaanderenbreed. Er is een dieperliggend maatschappelijk gegeven. U vraagt mij naar een verklaring voor die groeiende vraag. Ik moet u dat antwoord schuldig blijven, omdat ik het te belangrijk vind om daarover te speculeren. De Vlaamse Overheid heeft op vraag van toenmalig minister van onderwijs Ben Weyts een onderzoek aangevraagd naar het stijgend aantal attesten voor type 2 en 9. De resultaten worden verwacht ten vroegste eind 2026. Ik wil die conclusies graag afwachten, en geen voorbarige uitspraken doen.
Zoals ik zei, hebben de Gentse scholen de voorbije jaren samen inspanningen geleverd om tegemoet te komen aan de gestegen vraag, bijvoorbeeld via capaciteitsverhogingen, maar ze botsen op hun limieten. De huidige infrastructuur biedt geen mogelijkheid tot uitbreiding. En tegelijk worstelen ze met personeelstekorten.
Het is belangrijk om ook de Gentse context te overstijgen. Voor de meeste types volstaat globaal gezien het aantal plaatsjes in onze stad voor Gentse kinderen en kinderen uit de nabije regio. Voor een aantal types, en met name dan type 2, hebben we de afgelopen jaren een zeer grote stijging gezien, die vijf jaar geleden moeilijk te voorspellen was. Dat leidt tot een groot tekort. Hier moeten we dus opnieuw tegen het licht houden of de capaciteit in Gent volstaat.
Het is wél duidelijk dat onvoldoende aanbod in de ruimere regio zorgt voor een enorme bijkomende druk op de Gentse scholen. Het heeft bovendien het perverse effect dat leerlingen grotere afstanden moeten afleggen, en dus langer op de bus zitten. Zo hebben we in ons stedelijk onderwijs kinderen uit bv. Wijnegem en Ronse.
De Vlaamse Regering monitort capaciteitsnoden per onderwijszone in een Capaciteitsmonitor. Met dat instrument brengt de Vlaamse Overheid het aantal plaatsen in kaart, rekening houdend met de pendel van leerlingen. De vorige editie verscheen in 2021. Op basis van o.m. deze monitor maakt de Vlaamse Regering, naast reguliere subsidies voor onderwijsinfrastructuur, middelen vrij voor regio’s en gemeenten waar capaciteitsnoden hoog zijn.
De cijfers uit de vorige capaciteitsmonitor zijn intussen vijf jaar oud. We wachten al lang op een nieuwe editie: vijf jaar wachten is te lang, dat is een luxe die we ons niet kunnen permitteren wanneer ouders geen plaats hebben voor hun kinderen.
Ik heb de minister al bij herhaling opgeroepen om de regie hiervoor in handen te nemen. Het ligt al helemaal buiten mijn bevoegdheid om schoolbesturen buiten Gent ertoe aan te zetten bijkomend aanbod te creëren. De minister kan dat wel. Haar administratie kan gesprekken aanknopen met schoolbesturen en gerichte incentives geven om zo te komen tot een spreiding over het Vlaamse landschap van scholen buitengewoon onderwijs. Deze oproep werd vorig schooljaar ook gedeeld door het LOP secundair onderwijs Gent en dus onderschreven door de partners in het LOP.
Zelf hebben we later deze maand een overleg gepland met het Stedelijk Onderwijs, het stedelijk CLB en leersteuncentrum Pilar om te komen tot een strategisch plan. We willen komen tot meer diepgaande analyse en - als het kan ook - oplossingen.
De minister zette intussen wel de lijnen uit naar meer inclusief onderwijs. Het is een pad dat ik graag mee ondersteun. Collega Vanpeperstraete, ik antwoord graag op uw vragen daarover.
Ons stedelijk onderwijs onderschrijft de visie rond inclusief onderwijs die door de koepel OVSG werd uitgewerkt. Die werd doorvertaald in de vijf pijlers van het SOG. Dat gaat ruimer dan inclusie voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Die inclusie gaat ook over identiteitskenmerken zoals taal, gender, sociale vaardigheden, politieke overtuigingen en opleiding.
Wanneer het gaat om inclusie voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften sta ik -zoals gezegd – achter de visie van de minister. Die is gestut op het rapport inclusief onderwijs. Het stedelijke Leersteuncentrum Pilar zal daarin een belangrijke rol opnemen, en is al volop bezig met een visie uit te werken die daarop inzet. Het Leersteuncentrum geeft vanuit een multidisciplinair team begeleiding aan leerlingen met specifieke noden in het gewoon onderwijs, aan leerkrachten en aan schoolteams. Die ondersteuning is van zeer groot belang om de ambities rond inclusie waar te maken.
Komen er in Gent pioniersscholen voor inclusief onderwijs? Ik kan daar enkel voor het Stedelijk Onderwijs op antwoorden. Ook het Stedelijk Onderwijs richt de blik op de toekomst. Verschillende scholen – zowel in het basis- als secundair onderwijs – tonen zich bereid kandidaat te zijn om een pioniersschool te worden. We gaan met hen aan de slag om die projecten uit te werken om te kandideren als pioniersschool.
Raadslid Vanpeperstraete, u vraagt ook wat Gent binnen het flankerend onderwijsbeleid doet om inclusie te stimuleren. Daarbij trek ik het thema graag wat breder. Inclusief onderwijs gaat over het best mogelijke onderwijs organiseren voor elke leerling, ongeacht de achtergrond, en ervoor zorgen dat elke leerling op school de best mogelijke ondersteuning krijgt. Niet voor niets heeft de Commissie Inclusief Onderwijs het over een evolutie naar “scholen voor iedereen”. Het werk van het Onderwijscentrum, dat scholen van alle netten ondersteunt, sluit daarbij aan. Hoewel het Onderwijscentrum geen expliciete opdracht heeft in het realiseren van inclusief onderwijs voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, doen ze binnen hun verschillende werkingen wel belangrijk werk om scholen meer inclusief te maken. Dat zit verweven in de visie van het Onderwijscentrum: hoge en positieve verwachtingen voor iedereen zijn een belangrijk basisprincipe. Dit vertaalt zich o.a. in de vormingen voor onderwijsprofessionals, bijvoorbeeld rond diversiteit in de klas. Het Onderwijscentrum zet bovendien ook in op partnerschappen tussen onderwijs- en welzijnspartners: dat gebeurt bijvoorbeeld via Brede School, de brugfiguren en via samenwerkingen met organisaties binnen het domein Welzijn. De competenties die via deze trajecten versterkt worden en de partnerschappen die gesmeed worden, zijn cruciaal om inclusie te doen slagen.
Kortom, collega’s, de uitdaging is niet min. De afgelopen jaren deed de Vlaamse Regering nogal aan flipflop beleid als het gaat over onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Er werd geen duidelijke keuze gemaakt. Na het M-decreet – bedoeld om meer leerlingen in het gewoon onderwijs les te laten volgen, maar met te weinig middelen uitgevoerd – kwam er uiteindelijk toch weer een uitbreiding van het buitengewoon onderwijs, daarna kwam het decreet Leersteun, en nu dan een keuze voor inclusie … Die onduidelijkheid weegt op scholen, op leerlingen en op ouders.
Als de huidige minister effectief voluit wil gaan voor inclusief onderwijs tegen 2040, zal er aandacht moeten gaan naar infrastructuur, organisatie, personeelsstatuten, professionalisering. De ambitie is groot, we zullen ons mee inspannen. We wachten het regelgevend kader af dat de komende maanden door Vlaanderen wordt uitgewerkt.
wo 11/06/2025 - 10:31Tijdens de vorige bestuursperiode stelde de Vlaamse overheid projectmiddelen ter beschikking voor de ontwikkeling van Zorgzame Buurten in steden en gemeenten. Het opzet was te werken aan de ontwikkeling van buurten waar mensen comfortabel in hun woning of vertrouwde omgeving wonen; buurten waar jong en oud elkaar kennen en helpen, waar levenskwaliteit centraal staat, waar voorzieningen en diensten voor iedereen toegankelijk zijn, en waar – idealiter – iedereen zich goed voelt en wordt geholpen wat betreft zijn of haar ondersteuningsbehoeften op vlak van zorg.
Ook in Gent werden een aantal Zorgzame Buurten opgestart: Warm Westveld, Troostplek Ledeberg, ‘Sociale cohesie’ in Nieuw Gent, ‘Iedereen aan boord’ in Oud-Gentbrugge, en ‘Bridging’ in de Dampoortwijk. Sommige werden/worden getrokken door de Stad, andere door het OCMW, nog andere door een wijkgezondheidscentrum of lokale vzw, in samenwerking met heel wat partners, o.a. dienstencentra en lokale vrijwilligers. Het Gentse bestuursakkoord formuleert de ambitie om hier verder op in te zetten: “We zetten in op (…) ook de ontwikkeling van zorgzame buurten. Daar zijn er netwerken van buurtactoren en mensen die elkaar kennen en helpen als het nodig is: wijkgezondheidscentra, eerstelijnsnetwerken, de andere plaatselijke gezondheidsactoren, mantelzorgers en andere vrijwilligers.”
Ook de huidige Vlaamse regering heeft zich in het regeerakkoord geëngageerd om het concept van zorgzame buurten verder te zetten, met verwerking van de inzichten die de net vermelde pilootprojecten Zorgzame Buurten opgeleverd hebben. In dat verband heeft Vlaams minister Gennez eerder verklaard dat de projectmiddelen weliswaar niet verlengd worden, maar dat ze daarentegen wil inzetten op een meer structurele uitbouw en verduurzaming van het concept van zorgzame buurten (“Daarom werken we aan de uitwerking en implementatie van geïntegreerde zorg en ondersteuning, waar we de bouwstenen voor geïntegreerde zorg en ondersteuning, zorgcoördinatie en casemanagement in Zorgzame Buurten aan het uitrollen zijn.”).
Het antwoord op de vraag kan nagekeken worden via deze link: Raadpleegomgeving - Open Data - Agendapunt
wo 11/06/2025 - 11:01Het jaarverslag Digitale Inclusie 2024 vermeldt als één van de toekomstige acties een praktijkonderzoek naar digihulp voor stadsmedewerkers. Het is de bedoeling om dienst per dienst te onderzoeken wat de digitale noden zijn, inspelend ook op digitaliseringsprojecten of securitymaatregelen waar de dienst in kwestie mee geconfronteerd wordt. De voorziene startdatum van dit onderzoek was januari 2025. Daarnaast is één van de vormen van digitale ondersteuning op de werkvloer het netwerk van digihelpers.
Beste raadslid Rysermans,
Het antwoord op de vraag kan nagekeken worden via deze link: https://ebesluitvorming.gent.be/zittingen/25.0114.6695.6668/agendapunten/25.0603.7880.1385..
Met vriendelijke groeten,
Burak Nalli
Schepen bevoegd voor Personeel, Burgerzaken en Dienstverlening
Nu de aanmeldperiode voor de plaatsen in het buitengewoon onderwijs afgelopen is, is het duidelijk hoeveel kinderen er geen plaats hebben. De situatie is werkelijk schrijnend.
In Gent werden 251 kinderen aangemeld voor het buitengewoon basisonderwijs. 58 % van hen of 145 kinderen kreeg een toewijzing, 106 Gentse kinderen kregen (nog) geen school toegewezen.
Het grootste plaatstekort is er voor type 2, voor kinderen met een verstandelijke beperking, zowel in het kleuter- als lager onderwijs. Voor type 2 kleuteronderwijs in Gent kreeg 14 % van de aangemelde kinderen een school toegewezen, voor type 2 lager onderwijs kreeg bijna 30 % een school toegewezen.
Er zijn Gentse scholen die een wachtlijst hanteren voor buitengewoon onderwijs.
Hoe zal de schepen deze schrijnende situatie aanpakken ?
(gekoppeld met 'IR 5 2025_MV_00519 - Mondelinge vraag van raadslid Lies Vanpeperstraete: Onderwijs: inclusie en capaciteitstekorten')
Beste collega’s Vanpeperstraete en D’Hose
Ik hoor jullie de situatie schrijnend noemen. Dat is ze ook. Kinderen hebben recht op onderwijs. Recht op onderwijs dat tegemoet komt aan hun specifieke onderwijsbehoeften, of dat nu in het gewoon of buitengewoon onderwijs is. Bovendien worden ouders die geen gepaste school vinden, in sommige situaties gedwongen om minder of zelfs niet meer te werken.
Het aantal leerlingen dat een plaatsje zoekt in het buitengewoon onderwijs groeit. In het schooljaar 2018-2019 waren er in Gent in het buitengewoon basis- en secundair onderwijs 3.252 leerlingen ingeschreven. Vijf jaar later, schooljaar 2023-2024, zijn er 400 leerlingen extra ingeschreven. Die cijfers geven bovendien geen correct beeld, want niet iedereen die een plaats wou, heeft er ook één gevonden in het buitengewoon onderwijs. Het is dus een onderschatting van de noden.
In diezelfde periode gebeurden er ook verschuivingen binnen de types. Het aantal leerlingen type 2 (kinderen met een verstandelijke beperking) steeg van 649 naar 729 op vijf jaar tijd, dus + 80 plaatsen. Ook hier met dezelfde disclaimer. Niet iedereen heeft een plaats.
Het aantal leerlingen type 3 (kinderen met een emotionele of gedragsstoornis) daalde sterk, type 9 (kinderen met een autismespectrumstoornis) kende een enorme groei, en voor basisaanbod was er een piek in schooljaar 2021-2022 om vervolgens te dalen.
Ik wil jullie niet platwalsen met cijfers, maar ze tonen verschillende zaken aan:
We worstelen daar niet alleen mee. Dezelfde vaststellingen gebeuren Vlaanderenbreed. Er is een dieperliggend maatschappelijk gegeven. U vraagt mij naar een verklaring voor die groeiende vraag. Ik moet u dat antwoord schuldig blijven, omdat ik het te belangrijk vind om daarover te speculeren. De Vlaamse Overheid heeft op vraag van toenmalig minister van onderwijs Ben Weyts een onderzoek aangevraagd naar het stijgend aantal attesten voor type 2 en 9. De resultaten worden verwacht ten vroegste eind 2026. Ik wil die conclusies graag afwachten, en geen voorbarige uitspraken doen.
Zoals ik zei, hebben de Gentse scholen de voorbije jaren samen inspanningen geleverd om tegemoet te komen aan de gestegen vraag, bijvoorbeeld via capaciteitsverhogingen, maar ze botsen op hun limieten. De huidige infrastructuur biedt geen mogelijkheid tot uitbreiding. En tegelijk worstelen ze met personeelstekorten.
Het is belangrijk om ook de Gentse context te overstijgen. Voor de meeste types volstaat globaal gezien het aantal plaatsjes in onze stad voor Gentse kinderen en kinderen uit de nabije regio. Voor een aantal types, en met name dan type 2, hebben we de afgelopen jaren een zeer grote stijging gezien, die vijf jaar geleden moeilijk te voorspellen was. Dat leidt tot een groot tekort. Hier moeten we dus opnieuw tegen het licht houden of de capaciteit in Gent volstaat.
Het is wél duidelijk dat onvoldoende aanbod in de ruimere regio zorgt voor een enorme bijkomende druk op de Gentse scholen. Het heeft bovendien het perverse effect dat leerlingen grotere afstanden moeten afleggen, en dus langer op de bus zitten. Zo hebben we in ons stedelijk onderwijs kinderen uit bv. Wijnegem en Ronse.
De Vlaamse Regering monitort capaciteitsnoden per onderwijszone in een Capaciteitsmonitor. Met dat instrument brengt de Vlaamse Overheid het aantal plaatsen in kaart, rekening houdend met de pendel van leerlingen. De vorige editie verscheen in 2021. Op basis van o.m. deze monitor maakt de Vlaamse Regering, naast reguliere subsidies voor onderwijsinfrastructuur, middelen vrij voor regio’s en gemeenten waar capaciteitsnoden hoog zijn.
De cijfers uit de vorige capaciteitsmonitor zijn intussen vijf jaar oud. We wachten al lang op een nieuwe editie: vijf jaar wachten is te lang, dat is een luxe die we ons niet kunnen permitteren wanneer ouders geen plaats hebben voor hun kinderen.
Ik heb de minister al bij herhaling opgeroepen om de regie hiervoor in handen te nemen. Het ligt al helemaal buiten mijn bevoegdheid om schoolbesturen buiten Gent ertoe aan te zetten bijkomend aanbod te creëren. De minister kan dat wel. Haar administratie kan gesprekken aanknopen met schoolbesturen en gerichte incentives geven om zo te komen tot een spreiding over het Vlaamse landschap van scholen buitengewoon onderwijs. Deze oproep werd vorig schooljaar ook gedeeld door het LOP secundair onderwijs Gent en dus onderschreven door de partners in het LOP.
Zelf hebben we later deze maand een overleg gepland met het Stedelijk Onderwijs, het stedelijk CLB en leersteuncentrum Pilar om te komen tot een strategisch plan. We willen komen tot meer diepgaande analyse en - als het kan ook - oplossingen.
De minister zette intussen wel de lijnen uit naar meer inclusief onderwijs. Het is een pad dat ik graag mee ondersteun. Collega Vanpeperstraete, ik antwoord graag op uw vragen daarover.
Ons stedelijk onderwijs onderschrijft de visie rond inclusief onderwijs die door de koepel OVSG werd uitgewerkt. Die werd doorvertaald in de vijf pijlers van het SOG. Dat gaat ruimer dan inclusie voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Die inclusie gaat ook over identiteitskenmerken zoals taal, gender, sociale vaardigheden, politieke overtuigingen en opleiding.
Wanneer het gaat om inclusie voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften sta ik -zoals gezegd – achter de visie van de minister. Die is gestut op het rapport inclusief onderwijs. Het stedelijke Leersteuncentrum Pilar zal daarin een belangrijke rol opnemen, en is al volop bezig met een visie uit te werken die daarop inzet. Het Leersteuncentrum geeft vanuit een multidisciplinair team begeleiding aan leerlingen met specifieke noden in het gewoon onderwijs, aan leerkrachten en aan schoolteams. Die ondersteuning is van zeer groot belang om de ambities rond inclusie waar te maken.
Komen er in Gent pioniersscholen voor inclusief onderwijs? Ik kan daar enkel voor het Stedelijk Onderwijs op antwoorden. Ook het Stedelijk Onderwijs richt de blik op de toekomst. Verschillende scholen – zowel in het basis- als secundair onderwijs – tonen zich bereid kandidaat te zijn om een pioniersschool te worden. We gaan met hen aan de slag om die projecten uit te werken om te kandideren als pioniersschool.
Raadslid Vanpeperstraete, u vraagt ook wat Gent binnen het flankerend onderwijsbeleid doet om inclusie te stimuleren. Daarbij trek ik het thema graag wat breder. Inclusief onderwijs gaat over het best mogelijke onderwijs organiseren voor elke leerling, ongeacht de achtergrond, en ervoor zorgen dat elke leerling op school de best mogelijke ondersteuning krijgt. Niet voor niets heeft de Commissie Inclusief Onderwijs het over een evolutie naar “scholen voor iedereen”. Het werk van het Onderwijscentrum, dat scholen van alle netten ondersteunt, sluit daarbij aan. Hoewel het Onderwijscentrum geen expliciete opdracht heeft in het realiseren van inclusief onderwijs voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, doen ze binnen hun verschillende werkingen wel belangrijk werk om scholen meer inclusief te maken. Dat zit verweven in de visie van het Onderwijscentrum: hoge en positieve verwachtingen voor iedereen zijn een belangrijk basisprincipe. Dit vertaalt zich o.a. in de vormingen voor onderwijsprofessionals, bijvoorbeeld rond diversiteit in de klas. Het Onderwijscentrum zet bovendien ook in op partnerschappen tussen onderwijs- en welzijnspartners: dat gebeurt bijvoorbeeld via Brede School, de brugfiguren en via samenwerkingen met organisaties binnen het domein Welzijn. De competenties die via deze trajecten versterkt worden en de partnerschappen die gesmeed worden, zijn cruciaal om inclusie te doen slagen.
Kortom, collega’s, de uitdaging is niet min. De afgelopen jaren deed de Vlaamse Regering nogal aan flipflop beleid als het gaat over onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Er werd geen duidelijke keuze gemaakt. Na het M-decreet – bedoeld om meer leerlingen in het gewoon onderwijs les te laten volgen, maar met te weinig middelen uitgevoerd – kwam er uiteindelijk toch weer een uitbreiding van het buitengewoon onderwijs, daarna kwam het decreet Leersteun, en nu dan een keuze voor inclusie … Die onduidelijkheid weegt op scholen, op leerlingen en op ouders.
Als de huidige minister effectief voluit wil gaan voor inclusief onderwijs tegen 2040, zal er aandacht moeten gaan naar infrastructuur, organisatie, personeelsstatuten, professionalisering. De ambitie is groot, we zullen ons mee inspannen. We wachten het regelgevend kader af dat de komende maanden door Vlaanderen wordt uitgewerkt.
wo 11/06/2025 - 10:31Mensen die in contact komen met verschillende personeelsleden van de stadsdiensten in Gent lieten ons weten dat er medewerkers zijn op diverse diensten die de Nederlandse taal niet goed of nauwelijks beheersen.
Onze Nederlandse taal is de verbindende factor tussen burger en overheid. Ook bij interne communicatie kunnen we ons voorstellen dat dit stroef verloopt wanneer verschillende medewerkers geen of nauwelijks Nederlands spreken.
Aangezien wij voorstander zijn van strengere taalvereisten bij aanwervingen, heb ik de volgende vragen:
Geacht raadslid Naeyaert,
Het antwoord op deze vraag kan u beluisteren op https://ebesluitvorming.gent.be/
Met vriendelijke groeten,
Burak Nalli
Schepen bevoegd voor Personeel, Burgerzaken en Dienstverlening
Onlangs waarschuwde het Vlaamse Departement Zorg opnieuw voor de aanhoudende stijging van het aantal mazelenbesmettingen in Vlaanderen. Op dit moment concentreren de gemelde besmettingen zich nog grotendeels in de provincies Antwerpen en Limburg. De ziekte is niet zonder risico: 43% van de personen met een gemelde besmetting werd in het ziekenhuis opgenomen.
Het Departement Zorg wees in zijn communicatie ook op het aankomende vakantieseizoen en het feit dat er zich momenteel in heel wat landen mazelenuitbraken voordoen, inclusief in populaire reisbestemmingen zoals Italië, het Verenigd Koninkrijk, Roemenië, Turkije en Marokko. Het Departement adviseert mensen om de eigen vaccinatiestatus te checken, kwestie van op reis niet ziek te worden en/of de mazelen bij terugkeer naar ons land te importeren.
Het antwoord op de vraag kan nagekeken worden via deze link: Raadpleegomgeving - Open Data - Agendapunt
wo 11/06/2025 - 11:29‘Levenslang leren is een continue kans om te groeien en jezelf te ontplooien: als individu, als team én als samenleving. Levenslang leren opent de deuren naar een leven in beweging. Het maakt mensen sterker en veerkrachtiger. Levenslang leren sterkt zo de sociale zekerheid en de economische welvaart van de toekomst’
Dat lees ik op de website van de Vlaamse Overheid. Het is een visie, zelfs een pleidooi dat ik helemaal onderschrijf. Maar de beslissingen van onderwijsminister Demir lijken haaks te staan op dit pleidooi. Opleidingen worden vooral gevaloriseerd op basis van een directe, arbeidsmarktgerelateerde, return. Activering is het codewoord. De minister verhoogt drastisch het inschrijvingsgeld van opleidingen die ze als een hobby beschouwt, zoals het studeren van talen.
Het voordeel is dat deze Vlaamse regering heel helder is over haar kijk op de samenleving. Kil en utilitair. Niet enkel de beslissing zelf, maar ook de snelheid waarmee ze wordt ingevoerd, zorgt voor heel wat beroering bij studenten en personeel van de CVO's. Op 1 september gaan de nieuwe tarieven van start.
De impact hiervan zal zich laten voelen op korte en lage termijn. Verwacht wordt dat heel wat studenten zullen afhaken en personeelsleden niet zeker zijn van hun job.
Mevrouw de schepen. Ik wil u graag vragen naar een reactie op de beslissing van deze regering en de impact op het volwassenenonderwijs in deze stad.
(Gekoppeld met 'IR 13 2025_MV_00529 - Mondelinge vraag van raadslid Stephanie D'Hose: prijsverhoging in het volwassenonderwijs')
Beste collega’s Van Onckelen en D’Hose
Minister Demir liet een bom ontploffen in het volwassenenonderwijs. Dat mag blijken uit jullie vragen, de vele vragen die ik ontving, maar evengoed de vele opinies en reacties in de pers en de VLOR die een spoedadvies schreef.
Wat de minister besliste, is dan ook niet min. Het stevig optrekken van de inschrijvingsgelden voor een hele reeks opleidingen raakt rechtstreeks aan de tewerkstelling van personeelsleden. Het gaat ook over het verhogen van drempels tot inschrijven en dus onderwijsaanbod.
Ik wil dat graag nog eens concreet maken voor wie het miste. De opleidingen die de minister beschouwt als hobby, waaronder talen, zullen stijgen van 1.5 euro per lesuur naar 4 euro.
Het gaat om Carine. Een vrouw die door een moeilijke scheiding gaat. Ze moet elke uitgave sterk overwegen. Het opleidingsaanbod van het cvo wordt onhaalbaar.
Het gaat om Jesse. Hij volgt al drie jaar naailes nadat het niet lukte in het hoger onderwijs. Hij droomt van een job in mode. Het inschrijvingsgeld zou voor hem stijgen van 38 naar 480 euro. Dat is onhaalbaar.
Voor Carine en Jesse betekent het volwassenenonderwijs een laagdrempelig aanbod, een opstap naar een toekomst en een moment om anderen te ontmoeten. En zo zijn er velen.
Tegelijk is de snelheid waarmee deze beslissing wordt ingevoerd, onmogelijk te begrijpen noch te zien als goed en zorgzaam beleid.
Bovendien spreekt uit deze beslissing een visie die ik helemaal niet deel. Door sommige opleidingen te bestempelen als louter hobbyonderwijs en tegelijk als minderwaardig te beschouwen gaat de minister voorbij aan de kwaliteit van het werk dat de cvo’s leveren, het maatschappelijk belang en de persoonlijke ontwikkeling van elke cursist. Dit raakt aan eerlijke onderwijskansen. De Vlaamse regering heeft een visie op Levenslang Leren – u citeert ze mevrouw Van Onckelen – die op deze manier alleen maar zichzelf tegenspreekt. Of een opleiding diplomagericht, of louter als verrijkend wordt beschouwd, is ondergeschikt. Elk heeft een eigen onmiskenbare waarde.
En gesteld dat je toch meegaat in de visie van de minister, dan kan je niet anders dan te stellen dat dit met de botte bijl is gebeurd. Er is geen fijnmazigheid in deze beslissingen. Je kan dit niet puur economisch bekijken. Waar een bepaalde opleiding voor sommigen verrijkend is op persoonlijk vlak, is die voor anderen de toeleiding naar werk.
Bottomline, er is geen samenhangende visie. Professor Nicaise vertelde vandaag in De Standaard over de stopzetting van de uitkering van langdurig werklozen: ‘Je moet dan wel in hen investeren. De paradox is dat men nu aan het besparen is bij de VDAB, maar ook in allerlei cursussen voor volwassenen. Dus er is geen plan voor die heractivering.’
Wat dit precies zal betekenen voor cvo Gent, is af te wachten. De inschrijvingen zijn pas begin juni gestart. We zullen een beter beeld hebben eind september wanneer we de inschrijvingen afsluiten. Niet alle opleidingen worden duurder. Toch valt te verwachten dat vooral kwetsbare groepen en senioren die bv. taallessen volgen, zullen afhaken.
Tijdelijke personeelsleden die taalvakken onderwijzen, werden alvast door ons eigen cvo Gent geïnformeerd dat ze mogelijks geen opdracht meer zullen hebben volgend schooljaar. Vastbenoemde personeelsleden die geen werk meer zouden hebben, zullen mogelijks gereaffecteerd worden. Dat houdt in dat ze een andere opdracht bij cvo Gent of een andere cvo zullen krijgen, of mogelijks een tewerkstelling krijgen toegewezen in het leerplichtonderwijs. We zullen de mensen die getroffen worden, correct informeren en ondersteunen waar mogelijk. Ze staan op een pad dat helemaal niet evident is.
De minister zet ons klem. Ik ontvang directe vragen om bepaalde opleidingen goedkoper te houden. Die mogelijkheid is er niet. We moeten ons decretaal aan de vastgelegde tarieven houden.
CVO Gent zal samen met onze koepel OVSG stappen zetten naar de minister om duidelijk te maken dat de impact van de beleidskeuzes heel groot is.
Ik wil ook graag benoemen dat de impact niet enkel gevoeld zal worden bij de CVO’s, maar ook bij de centra voor basiseducatie, Ligo. Cursisten leren bij Ligo basisvaardigheden. Die cursussen bieden mensen echt basisvaardigheden: denk aan “rekenen voor elke dag”, taal opfrissen of digitale vaardigheden aanleren. De centra richten zich vooral op de meest kwetsbaren in onze maatschappij. Zij zullen door deze hervorming inschrijvingsgeld betalen voor deze cursussen. Voor veel van hen zal die uitgave niet te dragen zijn: zij zullen daardoor niet meer kunnen deelnemen aan deze cursussen die nochtans van groot belang zijn voor het dagelijks leven, en in een zoektocht naar werk.
We bereiden ons tegelijk voor op de verdere ingrepen die de minister aankondigde. Ze spreekt over een ‘harmonisering’ van het aanbod tussen cvo, VDAB en Syntra. Ik zal het voortouw nemen om ervoor te pleiten dat de minister hierover vooraf in gesprek gaat met het onderwijsveld, en binnen Gent ook zelf het overleg zoeken met andere aanbieders.
wo 11/06/2025 - 10:27Het Fonds ter bestrijding van uithuiszettingen geeft een tegemoetkoming aan het OCMW om huurder en verhuurder te ondersteunen bij huurachterstal en de huurder te begeleiden naar een stabiele woonsituatie (via het DAB Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen).
Ondanks de relevantie va het Fonds en de positieve evaluatie, werd bij BO 2025 al beslist om 4 miljoen euro weg te sluizen uit het fonds naar de huurpremie en huursubsidiebudgetten. Met de BA 2025 wordt opnieuw bespaard en zal 0,5 miljoen euro weggesluisd naar de apparaatskredieten van het Agentschap Wonen. Zo blijft er amper 1,7 miljoen euro over in het Fonds.
Hoeveel ontving ons OCMW in 2023 en 2024 uit dit fonds? werden deze middelen opgebruikt? en in hoeveel dossiers werd daarmee tussengekomen?
hebben we al zicht op hoeveel middelen ons OCMW nog zal ontvangen? wat betekent deze besparing voor de concrete werking en voor mensen met huurachterstal?
hoe evalueert de schepen deze maatregel?
Het antwoord op de vraag kan nagekeken worden via deze link: Raadpleegomgeving - Open Data - Agendapunt
wo 11/06/2025 - 11:30De aankondiging van de Vlaamse Regering om prijsverhogingen door te voeren in het volwassenenonderwijs veroorzaakt grote ongerustheid bij cursisten én leerkrachten. In Vlaanderen volgt slechts 2 op 10 van de volwassenen een extra opleiding, terwijl het Europese streefcijfer 60% is. Levenslang leren is geen hobby, maar een noodzaak. Jammer genoeg dreigt deze beslissing verder een rem te zetten op deze doelstelling.
Belangrijke opleidingen voor volwassenen, zoals taal of secundair onderwijs, worden tot 4 keer duurder. Mensen die al in een kwetsbare situatie zitten worden hier de eerste slachtoffers van. Tegelijkertijd vrezen leerkrachten voor hun job, als het aantal cursisten zou gaan afnemen. En ook als samenleving gaan we nog lang de gevolgen dragen, wanneer de onderwijskansen van volwassenen teruggeschroefd worden.
Ondertussen puilt mijn mailbox uit met bezorgde berichten, en klagen leerkrachten terecht aan dat de onzekerheid die hier gecreëerd wordt niet getuigt van respect. Ook het Gentse volwassenenonderwijs zal getroffen worden.
(gekoppeld met 'IR 11 2025_MV_00526 - Mondelinge vraag van raadslid Sophie Vanonckelen: Levenslang leren: impact van Vlaams beleid op de CVO's')
Beste collega’s Van Onckelen en D’Hose
Minister Demir liet een bom ontploffen in het volwassenenonderwijs. Dat mag blijken uit jullie vragen, de vele vragen die ik ontving, maar evengoed de vele opinies en reacties in de pers en de VLOR die een spoedadvies schreef.
Wat de minister besliste, is dan ook niet min. Het stevig optrekken van de inschrijvingsgelden voor een hele reeks opleidingen raakt rechtstreeks aan de tewerkstelling van personeelsleden. Het gaat ook over het verhogen van drempels tot inschrijven en dus onderwijsaanbod.
Ik wil dat graag nog eens concreet maken voor wie het miste. De opleidingen die de minister beschouwt als hobby, waaronder talen, zullen stijgen van 1.5 euro per lesuur naar 4 euro.
Het gaat om Carine. Een vrouw die door een moeilijke scheiding gaat. Ze moet elke uitgave sterk overwegen. Het opleidingsaanbod van het cvo wordt onhaalbaar.
Het gaat om Jesse. Hij volgt al drie jaar naailes nadat het niet lukte in het hoger onderwijs. Hij droomt van een job in mode. Het inschrijvingsgeld zou voor hem stijgen van 38 naar 480 euro. Dat is onhaalbaar.
Voor Carine en Jesse betekent het volwassenenonderwijs een laagdrempelig aanbod, een opstap naar een toekomst en een moment om anderen te ontmoeten. En zo zijn er velen.
Tegelijk is de snelheid waarmee deze beslissing wordt ingevoerd, onmogelijk te begrijpen noch te zien als goed en zorgzaam beleid.
Bovendien spreekt uit deze beslissing een visie die ik helemaal niet deel. Door sommige opleidingen te bestempelen als louter hobbyonderwijs en tegelijk als minderwaardig te beschouwen gaat de minister voorbij aan de kwaliteit van het werk dat de cvo’s leveren, het maatschappelijk belang en de persoonlijke ontwikkeling van elke cursist. Dit raakt aan eerlijke onderwijskansen. De Vlaamse regering heeft een visie op Levenslang Leren – u citeert ze mevrouw Van Onckelen – die op deze manier alleen maar zichzelf tegenspreekt. Of een opleiding diplomagericht, of louter als verrijkend wordt beschouwd, is ondergeschikt. Elk heeft een eigen onmiskenbare waarde.
En gesteld dat je toch meegaat in de visie van de minister, dan kan je niet anders dan te stellen dat dit met de botte bijl is gebeurd. Er is geen fijnmazigheid in deze beslissingen. Je kan dit niet puur economisch bekijken. Waar een bepaalde opleiding voor sommigen verrijkend is op persoonlijk vlak, is die voor anderen de toeleiding naar werk.
Bottomline, er is geen samenhangende visie. Professor Nicaise vertelde vandaag in De Standaard over de stopzetting van de uitkering van langdurig werklozen: ‘Je moet dan wel in hen investeren. De paradox is dat men nu aan het besparen is bij de VDAB, maar ook in allerlei cursussen voor volwassenen. Dus er is geen plan voor die heractivering.’
Wat dit precies zal betekenen voor cvo Gent, is af te wachten. De inschrijvingen zijn pas begin juni gestart. We zullen een beter beeld hebben eind september wanneer we de inschrijvingen afsluiten. Niet alle opleidingen worden duurder. Toch valt te verwachten dat vooral kwetsbare groepen en senioren die bv. taallessen volgen, zullen afhaken.
Tijdelijke personeelsleden die taalvakken onderwijzen, werden alvast door ons eigen cvo Gent geïnformeerd dat ze mogelijks geen opdracht meer zullen hebben volgend schooljaar. Vastbenoemde personeelsleden die geen werk meer zouden hebben, zullen mogelijks gereaffecteerd worden. Dat houdt in dat ze een andere opdracht bij cvo Gent of een andere cvo zullen krijgen, of mogelijks een tewerkstelling krijgen toegewezen in het leerplichtonderwijs. We zullen de mensen die getroffen worden, correct informeren en ondersteunen waar mogelijk. Ze staan op een pad dat helemaal niet evident is.
De minister zet ons klem. Ik ontvang directe vragen om bepaalde opleidingen goedkoper te houden. Die mogelijkheid is er niet. We moeten ons decretaal aan de vastgelegde tarieven houden.
CVO Gent zal samen met onze koepel OVSG stappen zetten naar de minister om duidelijk te maken dat de impact van de beleidskeuzes heel groot is.
Ik wil ook graag benoemen dat de impact niet enkel gevoeld zal worden bij de CVO’s, maar ook bij de centra voor basiseducatie, Ligo. Cursisten leren bij Ligo basisvaardigheden. Die cursussen bieden mensen echt basisvaardigheden: denk aan “rekenen voor elke dag”, taal opfrissen of digitale vaardigheden aanleren. De centra richten zich vooral op de meest kwetsbaren in onze maatschappij. Zij zullen door deze hervorming inschrijvingsgeld betalen voor deze cursussen. Voor veel van hen zal die uitgave niet te dragen zijn: zij zullen daardoor niet meer kunnen deelnemen aan deze cursussen die nochtans van groot belang zijn voor het dagelijks leven, en in een zoektocht naar werk.
We bereiden ons tegelijk voor op de verdere ingrepen die de minister aankondigde. Ze spreekt over een ‘harmonisering’ van het aanbod tussen cvo, VDAB en Syntra. Ik zal het voortouw nemen om ervoor te pleiten dat de minister hierover vooraf in gesprek gaat met het onderwijsveld, en binnen Gent ook zelf het overleg zoeken met andere aanbieders.
wo 11/06/2025 - 10:26Er zijn in de Gentse regio (en bij uitbreiding in de nabijheid van goed en regelmatig openbaar vervoer) te weinig technische (nijverheid) voltijdse jaaropleidingen voor jongeren die (nog) een jaar zich willen bijscholen. Niet alle jongeren zien een bachelor- of graduaatsopleiding zitten.
Er is in Gent bijvoorbeeld geen enkele voltijdse lasopleiding, hernieuwbare energietechnologie, elektro-, autotechniek opleiding bij Syntra in Gent.
Er is wel een alternatief bij de collega’s van CVO en Kisp maar nooit in een traject van een dagopleiding waarbij ouders recht blijven hebben op een Groeipakket.
Wordt er nagegaan bij de industrie, de ondernemingen welke profielen er nodig zijn ?
Wordt het resultaat afgestemd/teruggekoppeld met het onderwijslandschap (CVO, Kisp, Hogent, Odissee, TSO scholen) ?
Wordt het delen van opleidingsateliers en locaties tussen de verschillende onderwijsinstanties aangemoedigd ? Wordt er onderzocht waar samenwerken mogelijk is ?
Beste raadslid,
Bedankt voor uw vraag. Ik onderschrijf natuurlijk het belang van een goed aanbod aan opleidingen in onze stad, zodat jongeren een goeie studiekeuze kunnen maken die past bij hun talenten en interesses, waar die ook liggen.
In uw vraag gaat u specifiek in op het aanbod aan technische opleidingen. Ten eerste wil ik graag onderstrepen dat er in Gent wel degelijk een ruim aanbod bestaat aan technische opleidingen in het secundair onderwijs: ook de opleidingen die u naar voor schuift (zoals bijvoorbeeld lassen, elektrotechnieken, autotechnieken, …) worden in de Gentse scholen ingericht. Dat zijn voltijdse opleidingen, gericht op leerlingen in het secundair.
Uit uw vraagstelling leid ik af dat u voornamelijk wil ingaan op opleidingen voor volwassenen. Ik wil in eerste instantie graag meegeven dat ik het zeer belangrijk vind dat mensen zich ook na het afsluiten van het secundair onderwijs kunnen blijven bijscholen, en dat er leerwegen zijn voor mensen die geen diploma secundair behaald hebben. Daar hebben we het daarnet ook al over gehad toen het ging over inschrijvingsgeld in het volwassenenonderwijs. Blijvend investeren in leren is belangrijk voor persoonlijke ontwikkeling. Het geeft mensen ook meer kansen op de arbeidsmarkt.
Uw vraag richt zich specifiek op technische dagopleidingen georganiseerd door Syntra. Syntra organiseert in Gent verschillende dagopleidingen op een aantal domeinen. Daar zitten ook een aantal technische opleidingen tussen. Heel concreet vraagt u naar afstemming tussen arbeidsmarkt en onderwijsinstellingen. Die afstemming is van belang om ervoor te zorgen dat het aanbod aan opleidingen tegemoet komt aan noden in het werkveld.
Als Schepen van Onderwijs kan ik, behalve voor het stedelijke net, niet tussenkomen in het opleidingsaanbod dat de verschillende onderwijsinstellingen in onze stad organiseren. Het zijn de verschillende scholen, netten en koepels die beslissen over de opleidingen die zij programmeren.
De stad neemt wél verschillende initiatieven om ervoor te zorgen dat onderwijs en arbeidsmarkt elkaar beter vinden. Dat gebeurt gedeeld vanuit mijn bevoegdheid Onderwijs en vanuit de bevoegdheid Werk onder collega Van Braeckevelt. Die afstemming is belangrijk in functie van aanbod, maar ook in functie van stages of andere vormen van werkplekleren. Ik verwijs ook graag naar het voorbije arbeidspact, onder bevoegdheid van schepen Van Braeckevelt. Daarbij werd ingezet op een drie sporen beleid. 1 van die sporen was de overgang van school naar werk. Binnen dat kader ging de stad samenwerkingen aan met een aantal sectoren, waaronder bvb de bouw en de horeca.
Binnen mijn bevoegdheid Onderwijs kan ik bijvoorbeeld verwijzen naar de werking van het Onderwijscentrum rond onderwijs en arbeidsmarkt: onder die noemer zitten bijvoorbeeld werkingen die studiekeuze ondersteunen door leerlingen te laten kennismaken met verschillende beroepen, stage-ondersteuning en ondersteuning van duaal leren. Daarnaast zijn er ook initiatieven die specifiek gericht zijn op afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt: een goed voorbeeld daarvan zijn de Lokale actienetwerken matchmakers, die scholen ondersteunen in hun samenwerking met het werkveld.
Een aantal zaken die ik kan meegeven.
Op uw eerste twee vragen kan ik antwoorden: ja. Er is afstemming met de verschillende sectoren over de noden die zij hebben, en dat resultaat wordt gedeeld met de verschillende onderwijsspelers.
Afstemming tussen onderwijs- en arbeidsmarktpartners gebeurt bijvoorbeeld binnen de netwerkgroep “Levenslang Leren”. In die netwerkgroep zetelen de instellingen hoger onderwijs, de Centra voor Volwassenenonderwijs, Amal, Leerwinkel De Stap, de Dienst Activering en Werk, het Onderwijscentrum, de VDAB en Syntra. Binnen deze netwerkgroep kan dus uitgewisseld worden tussen onderwijs- en arbeidsmarktpartners: daar werden bijvoorbeeld door de VDAB en Agoria, de sectorale werkgeversorganisatie voor technologiebedrijven, cijfers gepresenteerd rond arbeidsmarktprognoses, economische evoluties en groei- en krimpberoepen. De verschillende onderwijspartners hadden op die manier de nodige informatie om aan de slag te gaan met hun aanbod.
Ook het partnerschap “Gent, Stad in Werking” brengt verschillende partners samen die bezig zijn met arbeidsmarkt: ook onderwijspartners zijn daarin betrokken. In de schoot van dat partnerschap is er bijvoorbeeld overleg tussen sectoren zoals North Sea Port of de bouwsector enerzijds en onderwijspartners anderzijds. Binnen dit kader werd onder andere een analyse gemaakt van de bestaande samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt: wat gebeurt er al, wat kan beter, … Naar aanleiding hiervan zal er een actiegroep van start gaan die zich specifiek zal richten op de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
Er is natuurlijk ook overleg tussen de stadsdiensten: het Onderwijscentrum is in overleg met de Dienst activering en Werk. Signalen rond noden van de arbeidsmarkt worden daar ook doorgegeven.
Wat betreft uw derde vraag – rond samenwerking tussen verschillende instellingen: dat gebeurt ook wel degelijk. Ik kan in de eerste plaats antwoorden voor het Stedelijk Onderwijs: het CVO deelt bijvoorbeeld lokalen met “reguliere” scholen.
Vanuit flankerend onderwijsbeleid wordt dit ook aangemoedigd, bijvoorbeeld binnen de Matchmakers actienetwerken van het Onderwijscentrum. Daarbij worden scholen en bedrijven samengebracht rond specifieke opleidingsdomeinen, met het oog op het versterken van samenwerking. Dat kan verschillende vormen aannemen, waarvan het delen van opleidingsinfrastructuur er één is.
Zoals u hoort, collega Baert, gebeurt er dus heel wat om een goede afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt te faciliteren en er zo voor te zorgen dat scholen en het werkveld elkaar goed vinden.
wo 11/06/2025 - 09:26