Nu de aanmeldperiode voor de plaatsen in het buitengewoon onderwijs afgelopen is, is het duidelijk hoeveel kinderen er geen plaats hebben. De situatie is werkelijk schrijnend.
In Gent werden 251 kinderen aangemeld voor het buitengewoon basisonderwijs. 58 % van hen of 145 kinderen kreeg een toewijzing, 106 Gentse kinderen kregen (nog) geen school toegewezen.
Het grootste plaatstekort is er voor type 2, voor kinderen met een verstandelijke beperking, zowel in het kleuter- als lager onderwijs. Voor type 2 kleuteronderwijs in Gent kreeg 14 % van de aangemelde kinderen een school toegewezen, voor type 2 lager onderwijs kreeg bijna 30 % een school toegewezen.
Er zijn Gentse scholen die een wachtlijst hanteren voor buitengewoon onderwijs.
Hoe zal de schepen deze schrijnende situatie aanpakken ?
(gekoppeld met 'IR 5 2025_MV_00519 - Mondelinge vraag van raadslid Lies Vanpeperstraete: Onderwijs: inclusie en capaciteitstekorten')
Beste collega’s Vanpeperstraete en D’Hose
Ik hoor jullie de situatie schrijnend noemen. Dat is ze ook. Kinderen hebben recht op onderwijs. Recht op onderwijs dat tegemoet komt aan hun specifieke onderwijsbehoeften, of dat nu in het gewoon of buitengewoon onderwijs is. Bovendien worden ouders die geen gepaste school vinden, in sommige situaties gedwongen om minder of zelfs niet meer te werken.
Het aantal leerlingen dat een plaatsje zoekt in het buitengewoon onderwijs groeit. In het schooljaar 2018-2019 waren er in Gent in het buitengewoon basis- en secundair onderwijs 3.252 leerlingen ingeschreven. Vijf jaar later, schooljaar 2023-2024, zijn er 400 leerlingen extra ingeschreven. Die cijfers geven bovendien geen correct beeld, want niet iedereen die een plaats wou, heeft er ook één gevonden in het buitengewoon onderwijs. Het is dus een onderschatting van de noden.
In diezelfde periode gebeurden er ook verschuivingen binnen de types. Het aantal leerlingen type 2 (kinderen met een verstandelijke beperking) steeg van 649 naar 729 op vijf jaar tijd, dus + 80 plaatsen. Ook hier met dezelfde disclaimer. Niet iedereen heeft een plaats.
Het aantal leerlingen type 3 (kinderen met een emotionele of gedragsstoornis) daalde sterk, type 9 (kinderen met een autismespectrumstoornis) kende een enorme groei, en voor basisaanbod was er een piek in schooljaar 2021-2022 om vervolgens te dalen.
Ik wil jullie niet platwalsen met cijfers, maar ze tonen verschillende zaken aan:
We worstelen daar niet alleen mee. Dezelfde vaststellingen gebeuren Vlaanderenbreed. Er is een dieperliggend maatschappelijk gegeven. U vraagt mij naar een verklaring voor die groeiende vraag. Ik moet u dat antwoord schuldig blijven, omdat ik het te belangrijk vind om daarover te speculeren. De Vlaamse Overheid heeft op vraag van toenmalig minister van onderwijs Ben Weyts een onderzoek aangevraagd naar het stijgend aantal attesten voor type 2 en 9. De resultaten worden verwacht ten vroegste eind 2026. Ik wil die conclusies graag afwachten, en geen voorbarige uitspraken doen.
Zoals ik zei, hebben de Gentse scholen de voorbije jaren samen inspanningen geleverd om tegemoet te komen aan de gestegen vraag, bijvoorbeeld via capaciteitsverhogingen, maar ze botsen op hun limieten. De huidige infrastructuur biedt geen mogelijkheid tot uitbreiding. En tegelijk worstelen ze met personeelstekorten.
Het is belangrijk om ook de Gentse context te overstijgen. Voor de meeste types volstaat globaal gezien het aantal plaatsjes in onze stad voor Gentse kinderen en kinderen uit de nabije regio. Voor een aantal types, en met name dan type 2, hebben we de afgelopen jaren een zeer grote stijging gezien, die vijf jaar geleden moeilijk te voorspellen was. Dat leidt tot een groot tekort. Hier moeten we dus opnieuw tegen het licht houden of de capaciteit in Gent volstaat.
Het is wél duidelijk dat onvoldoende aanbod in de ruimere regio zorgt voor een enorme bijkomende druk op de Gentse scholen. Het heeft bovendien het perverse effect dat leerlingen grotere afstanden moeten afleggen, en dus langer op de bus zitten. Zo hebben we in ons stedelijk onderwijs kinderen uit bv. Wijnegem en Ronse.
De Vlaamse Regering monitort capaciteitsnoden per onderwijszone in een Capaciteitsmonitor. Met dat instrument brengt de Vlaamse Overheid het aantal plaatsen in kaart, rekening houdend met de pendel van leerlingen. De vorige editie verscheen in 2021. Op basis van o.m. deze monitor maakt de Vlaamse Regering, naast reguliere subsidies voor onderwijsinfrastructuur, middelen vrij voor regio’s en gemeenten waar capaciteitsnoden hoog zijn.
De cijfers uit de vorige capaciteitsmonitor zijn intussen vijf jaar oud. We wachten al lang op een nieuwe editie: vijf jaar wachten is te lang, dat is een luxe die we ons niet kunnen permitteren wanneer ouders geen plaats hebben voor hun kinderen.
Ik heb de minister al bij herhaling opgeroepen om de regie hiervoor in handen te nemen. Het ligt al helemaal buiten mijn bevoegdheid om schoolbesturen buiten Gent ertoe aan te zetten bijkomend aanbod te creëren. De minister kan dat wel. Haar administratie kan gesprekken aanknopen met schoolbesturen en gerichte incentives geven om zo te komen tot een spreiding over het Vlaamse landschap van scholen buitengewoon onderwijs. Deze oproep werd vorig schooljaar ook gedeeld door het LOP secundair onderwijs Gent en dus onderschreven door de partners in het LOP.
Zelf hebben we later deze maand een overleg gepland met het Stedelijk Onderwijs, het stedelijk CLB en leersteuncentrum Pilar om te komen tot een strategisch plan. We willen komen tot meer diepgaande analyse en - als het kan ook - oplossingen.
De minister zette intussen wel de lijnen uit naar meer inclusief onderwijs. Het is een pad dat ik graag mee ondersteun. Collega Vanpeperstraete, ik antwoord graag op uw vragen daarover.
Ons stedelijk onderwijs onderschrijft de visie rond inclusief onderwijs die door de koepel OVSG werd uitgewerkt. Die werd doorvertaald in de vijf pijlers van het SOG. Dat gaat ruimer dan inclusie voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Die inclusie gaat ook over identiteitskenmerken zoals taal, gender, sociale vaardigheden, politieke overtuigingen en opleiding.
Wanneer het gaat om inclusie voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften sta ik -zoals gezegd – achter de visie van de minister. Die is gestut op het rapport inclusief onderwijs. Het stedelijke Leersteuncentrum Pilar zal daarin een belangrijke rol opnemen, en is al volop bezig met een visie uit te werken die daarop inzet. Het Leersteuncentrum geeft vanuit een multidisciplinair team begeleiding aan leerlingen met specifieke noden in het gewoon onderwijs, aan leerkrachten en aan schoolteams. Die ondersteuning is van zeer groot belang om de ambities rond inclusie waar te maken.
Komen er in Gent pioniersscholen voor inclusief onderwijs? Ik kan daar enkel voor het Stedelijk Onderwijs op antwoorden. Ook het Stedelijk Onderwijs richt de blik op de toekomst. Verschillende scholen – zowel in het basis- als secundair onderwijs – tonen zich bereid kandidaat te zijn om een pioniersschool te worden. We gaan met hen aan de slag om die projecten uit te werken om te kandideren als pioniersschool.
Raadslid Vanpeperstraete, u vraagt ook wat Gent binnen het flankerend onderwijsbeleid doet om inclusie te stimuleren. Daarbij trek ik het thema graag wat breder. Inclusief onderwijs gaat over het best mogelijke onderwijs organiseren voor elke leerling, ongeacht de achtergrond, en ervoor zorgen dat elke leerling op school de best mogelijke ondersteuning krijgt. Niet voor niets heeft de Commissie Inclusief Onderwijs het over een evolutie naar “scholen voor iedereen”. Het werk van het Onderwijscentrum, dat scholen van alle netten ondersteunt, sluit daarbij aan. Hoewel het Onderwijscentrum geen expliciete opdracht heeft in het realiseren van inclusief onderwijs voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, doen ze binnen hun verschillende werkingen wel belangrijk werk om scholen meer inclusief te maken. Dat zit verweven in de visie van het Onderwijscentrum: hoge en positieve verwachtingen voor iedereen zijn een belangrijk basisprincipe. Dit vertaalt zich o.a. in de vormingen voor onderwijsprofessionals, bijvoorbeeld rond diversiteit in de klas. Het Onderwijscentrum zet bovendien ook in op partnerschappen tussen onderwijs- en welzijnspartners: dat gebeurt bijvoorbeeld via Brede School, de brugfiguren en via samenwerkingen met organisaties binnen het domein Welzijn. De competenties die via deze trajecten versterkt worden en de partnerschappen die gesmeed worden, zijn cruciaal om inclusie te doen slagen.
Kortom, collega’s, de uitdaging is niet min. De afgelopen jaren deed de Vlaamse Regering nogal aan flipflop beleid als het gaat over onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Er werd geen duidelijke keuze gemaakt. Na het M-decreet – bedoeld om meer leerlingen in het gewoon onderwijs les te laten volgen, maar met te weinig middelen uitgevoerd – kwam er uiteindelijk toch weer een uitbreiding van het buitengewoon onderwijs, daarna kwam het decreet Leersteun, en nu dan een keuze voor inclusie … Die onduidelijkheid weegt op scholen, op leerlingen en op ouders.
Als de huidige minister effectief voluit wil gaan voor inclusief onderwijs tegen 2040, zal er aandacht moeten gaan naar infrastructuur, organisatie, personeelsstatuten, professionalisering. De ambitie is groot, we zullen ons mee inspannen. We wachten het regelgevend kader af dat de komende maanden door Vlaanderen wordt uitgewerkt.
wo 11/06/2025 - 10:31