In een recent opiniestuk klaagt de gedelegeerd bestuurder van VOKA Oost-Vlaanderen aan dat het college op voorstel van de dienst stedenbouw een omgevingsaanvraag van een persoon (handelend namens een activistisch collectief) met betrekking tot hun (welbekende) gebouw in de Lammerstraat heeft goedgekeurd (zie https://ebesluitvorming.gentgrp.gent.be/suiteview/decree/detail?id=751201&collapsedSidebar=false). Concreet betrof de aanvraag het verwijderen van het ‘spinnenweb’ door bloembakken. De aanvraag kaderde binnen een ruimer kunstproject (https://019-ghent.org/exhibitions/bouwaanvraag/), waaraan ook de Gentse Stadsbouwmeester zijn steun heeft verleend.
Het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 stelt in artikel 78, §1 dat een omgevingsvergunning een zakelijk karakter heeft en dat ze wordt verleend onder voorbehoud van de burgerlijke rechten die betrekking hebben op het onroerend goed. Dit principe stond eerder ook ingeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening (artikel 4.2.22, opgeheven door het genoemde decreet) en een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 12 juni 2018 bevestigde dit (met o.a.: “De vraag of de gevraagde handelingen ook door de houder van de te verlenen vergunning zal kunnen worden uitgevoerd staat bovendien los van de vraag naar de wettigheid van de vergunning. Het eigendomsstatuut en eventuele uitvoeringsproblemen mogen voor het vergunningverlenend bestuursorgaan niet relevant zijn, enkel een inhoudelijke beoordeling van de aangevraagde werken en handeling kan een wettige beslissing ondersteunen.”).
Dit principe laat enerzijds toe dat omgevingsambtenaren zich niet hoeven te buigen over soms complexe situaties op vlak van o.a. eigenaarschap of andere zakelijke rechten – wat tijdrovend en inefficiënt zou zijn – terwijl anderzijds aspirant-eigenaars al stappen vooruit kunnen zetten nog tijdens het verwervingsproces van een bepaald onroerend goed. In voorliggend geval is niets van dit alles echter van toepassing: de aanvrager wilde louter een artistiek statement maken en het was van in den beginne 100% duidelijk dat er geen enkele kans bestond op het ten uitvoer brengen van de aangevraagde werken. In die zin kan beargumenteerd worden dat het hier gaat om een oneigenlijk gebruik van de procedure.
De aanvraag heeft het hele traject doorlopen: niet alleen de dienst stedenbouw, maar ook o.a. De Vlaamse Waterweg en de Brandweerzone hebben hier tijd en middelen ingestoken. Dat is gezien het om een nep-aanvraag gaat te betreuren: dit is geen efficiënte inzet van het belastinggeld van de burger. Voor zover op te maken uit het collegebesluit hebben de bevoegde schepen en het college het advies van de omgevingsambtenaar gewoon gevolgd, zonder een bespreking van het bijzondere karakter van deze aanvraag gezien het manifest oneigenlijk gebruik van de procedure.
https://ebesluitvorming.gent.be/zittingen/25.0114.5810.6954, fragment vanaf 4:19:00
do 12/06/2025 - 14:58