Tijdens de themacommissie Ombudsdienst werd de aanbeveling van de ombudsvrouw besproken om een boetevrije werking van de bibliotheek te overwegen. Dit zou kaderen binnen het project van Gent als Europese jongerenhoofdstad, met als argument dat ouders momenteel klachten hebben over de boetes.
Wij stellen ons echter ernstige vragen bij deze mogelijke maatregel. Het systeem van telaatgelden bestaat namelijk met een reden: het zorgt ervoor dat boeken tijdig worden teruggebracht, zodat andere bibliotheekgebruikers er ook toegang toe hebben. Zonder boetes ontbreekt deze stimulans en dreigt misbruik. Er is volgens ons nog steeds geen enkele garantie dat een boetevrije werking geen negatieve gevolgen zal hebben voor de beschikbaarheid van de boeken.
Bovendien ondermijnt dit initiatief de verantwoordelijkheid en het plichtsbesef van de ontlener. Bibliotheken zijn een publieke dienst, en het is dan ook logisch dat gebruikers hun boeken tijdig inleveren of anders een vergoeding moeten betalen. Het is onbegrijpelijk dat men een goed werkend systeem zou afschaffen zonder sluitende bewijzen dat dit de dienstverlening niet schaadt.
Het spreekt voor zich dat het onze ambitie is om zo veel mogelijk mensen, zo veel mogelijk kinderen en jongeren aan het lezen te krijgen. Het is daarom dat we de drempel zo laag mogelijk houden. Enkele voorbeelden:
We beschikken in Gent over een fijnmazig netwerk van 15 bibliotheken op een maximale fietsafstand van 15 minuten voor elke inwoner.
In tegenstelling tot vele andere steden en gemeenten, is de bib helemaal gratis en passen wij geen lidgeld toe.
En we experimenteren volop met het PlusSysteem waarbij de bib ook buiten de openingsuren toegankelijk is om boeken te ontlenen.
Het is in het kader van die ambitie dat we over het muurtje moeten durven kijken om nog verder te gaan.
Heel wat bibliotheken zijn vandaag de omslag aan het maken naar de boetevrije bib.
Ik heb het concept in de commissie benoemd als een ‘prikkelende aanbeveling vanuit de ombudsdienst’ en ‘iets om beleidsmatig te overwegen’, zonder meer. Ik heb toen ook gezegd dat het nog veel te vroeg is om conclusies te trekken.
Desalniettemin geef ik u graag al enige informatie mee op basis van uw vragen:
Welke concrete data of evaluaties zijn er die aantonen dat een boetevrije werking in andere steden goed werkt, zonder negatieve gevolgen voor de beschikbaarheid van boeken?
De beschikbaarheid van de collectie is afhankelijk van meerdere factoren, zoals de grootte van de collectie, het aantal materialen dat men kan lenen, de leentermijn, mogelijkheden tot verlengen, locatie-onafhankelijk terugbrengen, openingsuren en het beleid rond telaatgelden.
De boetevrije bibliotheek is in Vlaanderen een vrij recent fenomeen. Uit een informele rondvraag bij de boetevrije bibliotheken van Kasterlee, Puurs, Neteland en Antwerpen geven zij aan dat het nog te vroeg om eventuele impact op de collectie in de data te kunnen zien. Onze diensten zijn in gesprek met de bibliotheek van Antwerpen, maar ook met anderen.
Uit die bevraging blijkt wel dat leners en medewerkers van deze bibliotheken zeer positief zijn en niet terug willen naar de bibliotheek met boetes, ook de leners en medewerkers die vooraf sceptisch waren en vreesden dat de materialen niet meer beschikbaar zouden zijn.
Hoe garandeert u dat boeken tijdig worden teruggebracht zonder boetes? Welke alternatieven ziet u om misbruik te voorkomen?
Een boetevrije bibliotheek betekent niet dat er geen uitleentermijn is of dat de bibliotheek geen actie onderneemt om materialen terug te krijgen. Boetevrije bibliotheken sturen nog steeds herinneringen via mail en brief, en blokkeren lidkaarten of beperken verlengingen om tijdige inlevering te stimuleren. Komen de materialen niet terug, dan kan aan de lener gevraagd worden om ze te vergoeden.
De boetevrije bibliotheken focussen op klantgerichte dienstverlening en het belang van de collectie voor de gemeenschap. Sommige bibliotheken overwegen beloningen voor tijdig terugbrengen. Boetevrij betekent dus niet dat er geen consequenties zijn: er worden andere methoden ingezet om materialen terug te krijgen.
Hoeveel inkomsten uit telaatgelden zouden de Gentse bibliotheken mislopen, en hoe denkt u dat te compenseren?
De Gentse bibliotheek int momenteel jaarlijks gemiddeld 205.000 € aan telaatgelden. Tegenover deze inkomsten staat de personeelstijd om dit bedrag te innen, zowel front-office als back-office, zowel in de bibliotheek als bij ondersteunende stadsdiensten.
Ook in een boetevrije bibliotheek zouden leners met “boete”-vragen naar het infopunt komen en zal er een maningsprocedure nodig zijn. Maar het aantal zou veel kleiner zijn en dus in elk geval minder personeelstijd vragen, zowel front- als back-office. De grootste winst zit echter in het positief stimuleren van het lezen en de garantie dat leners – ook al zijn ze enkele dagen te laat –met vertrouwen en plezier blijven gebruik maken van de bibliotheek.
Sinds de Antwerpse bibliotheken geen boetes meer uitdelen is het aantal leden gestegen van 78.000 naar 125.418!
Deze quote van de programmaleider van de boetevrije bib in Antwerpen - vorige week in de Standaard – vond ik zeer treffend: “Als je werkt met een boetesysteem, stel je de collectie voorop. Als je boetevrij werkt, zet je het lezen voorop. Je wilt voorkomen dat een lezer stopt met lezen.”
Bent u bereid om, vooraleer een beslissing te nemen, een grondige evaluatie te laten uitvoeren en de impact hiervan te meten?
Momenteel is er enkel een aanbeveling van de ombudsdienst. Er is geen beslissing genomen. Een eventuele afschaffing van de telaatgelden vraagt inderdaad een grondig vooronderzoek. De drijfveer moet hierbij zijn om een zo positief mogelijk leesklimaat te stimuleren. Dit alles onderzoeken en voorbereiden, vraagt tijd. Een boetevrije bibliotheek moet onderdeel zijn van een breder beleid rond lezen, en het is zo dat we het concept bij het vormgeven van ons beleid zullen benaderen.
Tot slot kom ik nog terug op de gekoppelde vraag binnen IR7 betreffende de integratie van nieuwe betalingsmogelijkheden in onze bibliotheekwerking.
Welke concrete stappen gaat het bestuur ondernemen om werk te maken van de integratie van nieuwe, moderne betalingsmogelijkheden in de Gentse bibliotheekwerking?
Vandaag moet er in de bib betaald worden in het kader van boetes – uiteraard – en voor kopies en prints. De Vlaamse bibliotheken en hun bibliotheeksysteem worden ondersteund door Cultuurconnect. Zij beheren onder meer Mijn Bibliotheek. Via die weg kunnen leners online betalen. Voor verdere ontwikkelingen daar zijn we dus van Cultuurconnect afhankelijk, een coöperatief model waarbij via een stuurgroep een innovatieagenda opgemaakt is. Verdere ontwikkeling in verband met andere betalingsmogelijkheden staan daar niet hoog op de agenda. In alle Gentse bibliotheken kan je uiteraard met je bankkaart betalen (ook met je kaart in je wallet), en aan het infopunt van de hoofdbibliotheek ook met de qr-code.
wo 16/04/2025 - 10:56
Het nieuws heeft ons bereikt dat de losloopweide in de Marseillestraat, te Muide, afgebroken wordt. Dit tot grote spijt van hondenliefhebbers in de buurt. Op deze manier worden de zones waarin inwoners hun honden nog kunnen laten loslopen, beperkt. De bewoners zijn dan ook zeer ontevreden met deze beslissing en vragen een alternatief.
Collega Rysermans,
Ik kan begrijpen dat een hondenlosloopweide voor hondenliefhebbers in de buurt een genot kan zijn. Wat deze in de Marseillestraat, betreft, dit was in het begin een tijdelijke losloopweide op een plek waar nu gebouwd zal worden. Dit werd zowel bij de aanleg duidelijk gecommuniceerd naar de buurt en werd bijvoorbeeld ook 'als tijdelijk' op de stadswebsite vermeld. Door de opstart van de geplande bouwwerken, werd de losloopweide nu inderdaad verwijderd. De communicatie hierover gebeurde met een infobord ter plaatse, waarop ook de dichtstbijzijnde andere locaties toegelicht worden. Dit zijn de hondenlosloopweides tussen de Pauwstraat en de Kajuitstraat en deze in het Driemasterpark. De losloopweide in de Marseillestraat werd ook verwijderd van de stadswebsite.
De Groendienst en de buurt hebben enkele jaren geleden al een zoekoefening gedaan naar een geschikte locatie voor een hondenlosloopweide in de nabije omgeving, maar zonder concreet resultaat. Er moet aan verschillende (rand)voorwaarden voldaan zijn om te vermijden dat de plek overlast voor de buurt veroorzaakt. Naar aanleiding van het verdwijnen van de tijdelijke hondenlosloopweide in de Marseillestraat werd de oefening herhaald, maar opnieuw vinden we geen haalbaar alternatief dichterbij. Een bijkomend overleg met de buurtbewoners is niet voorzien aangezien dit op dit moment zonder voorwerp zou zijn. De Groendienst blijft de vraag wel verder opvolgen in de hoop op lange termijn alsnog een locatie voor een permanente hondenlosloopweide te vinden in het gebied Meulestede Noord, want zoals gesteld, ik kan begrijpen dat dit een troef is.
di 15/04/2025 - 18:34Tijdens de commissie van vorige maand stelde ik al een vraag over de interne crisis bij het SMAK, toen naar aanleiding van een beslissing van de Vakgroep Kunstwetenschappen van de UGent om geen stagiairs meer naar het SMAK te laten gaan. De schepen antwoordde toen dat het actieplan opgesteld na de eerdere klachten lopende was en dat ze een tussentijdse evaluatie had gevraagd. De resultaten daarvan waren echter nog niet beschikbaar, maar eventuele bijsturingen waar nodig werden al in het vooruitzicht gesteld.
Ondertussen is de evaluatie voorgelegd aan de raad van bestuur van het AGB en heeft de schepen gecommuniceerd over nieuwe maatregelen: er komt een veranderingsmanager naast de algemeen directeur, niet alleen in het SMAK maar ook in het Design Museum (waar ook een actieplan loopt). Daarnaast wordt de evaluatieprocedure voor de directies van de musea herzien: dat zal in de toekomst een 360°-evaluatie zijn door een externe gespecialiseerde firma.
Tijdens een radio-interview lichtte de schepen een tip van de sluier over het waarom van de bijkomende ingrepen in het SMAK: de 37 acties uit het actieplan werden blijkens de evaluatie weliswaar nog altijd relevant bevonden, maar de uitvoering van sommige acties ging onvoldoende snel. De veranderingsmanager moet samen met de algemeen directeur zorgen voor snell(er)e resultaten, met name tegen juni. Over welke acties onvoldoende snel uitvoering krijgen, bleef de schepen op de vlakte. De schepen vatte de situatie samen als een jarenlange focus op enkel de kunst, terwijl het welzijn van de cultuurmedewerkers uit het oog werd verloren.
Beste raadsleden,
Bedankt voor jullie betrokkenheid omtrent onze musea.
Kunst en design toegankelijk maken voor een zo groot mogelijk publiek, het is altijd de missie geweest van het AGB Kunsten & Design en van de Stad Gent. Dat mag echter nooit ten koste gaan van al die mensen die dag in dag uit deze missie mogelijk maken.
Dit is een zaak die mij als bevoegd schepen ernstig bezighoudt. Wat vandaag op tafel ligt, is het resultaat van een intensief traject dat ik samen met het departement cultuur, het AGB en met de raad van bestuur van het AGB waarin ook jullie fracties in vertegenwoordigd zijn in de voorbije drie maanden heb afgelegd en waarbij we ook steeds in overleg zijn gegaan met het personeel zelf en met de vakbonden.
Ik ben er inderdaad van overtuigd dat de focus jarenlang vooral op enkel de kunsten zelf lag, waardoor het welzijn van onze cultuurwerkers te veel verloren ging. De welzijnsenquêtes en terugkerende klachten tonen jaar na jaar de gevolgen daarvan aan. Dit is voor niemand goed. Niet voor onze maatschappelijke missie, niet voor de mensen die deze missie mogelijk maken. Op dit moment zijn er enkel maar verliezers. Dit moet anders.
Ik ga dus graag in op de diverse vragen vanavond, want ik stel vast dat dit een gedeelde bezorgdheid is over grenzen van meerderheid en oppositie heen.
Disclaimer: Sommige elementen behoren tot de bevoegdheid van de Raad van Bestuur en dus niet van de commissie, zelfs niet in de besloten zitting. Gelukkig zijn alle fracties wel vertegenwoordigd in de Raad van Bestuur van ons AGB.
1. Wat betreft de vraag rond de tussentijdse evaluatie;
Het actieplan dat lopende is in SMAK, kreeg begin dit jaar inderdaad een grondige tussentijdse evaluatie. Dit onder meer via een tussentijds verslag en een ruime bevraging van het personeel. De tussentijdse evaluatie werd besproken op de laatste raad van bestuur van het AGB van 26 maart 2025. De zittingen van de raden van bestuur zijn niet openbaar. Zoals gezegd zijn wel alle fracties daar vertegenwoordigd opgevraagd worden via ‘passieve openbaarheid van bestuur’.
Elke actie werd daarbij geëvalueerd op relevantie, zichtbaarheid en effect. U zult begrijpen dat deze commissie niet de plaats is om alle 37 actiepunten te overlopen, maar in globo kunnen we stellen dat alle acties relevant bevonden worden, maar dat de zichtbaarheid en het effect nog te wisselend zijn.
Er zijn acties waarvan het personeel aangeeft dat deze al duidelijk effect hebben in de organisatie (vb. Meer transparantie vanuit het directieteam, het opmaken van draaiboeken en evaluatie van events, de aanstelling van een veranderingsmanager, acties rond planning en overleg en opleiding en coaching).
Er zijn acties waarvan de zichtbaarheid en het effect nog middelmatig zijn, vb de coaching van leidinggevenden, de verbetering van overlegstructuren en de implementatie van een nieuw organogram. Aan dit laatste was men tijdens de evaluatie nog volop aan het werken en dit nieuwe organogram is intussen gepresenteerd aan het team en wordt nu geïmplementeerd, een beslissing die de veranderingen voelbaar zal maken op de werkvloer en zal zorgen voor duidelijke beslisstructuren.
Acties die nog onvoldoende effect hadden, zijn bijvoorbeeld de oprichting van een aankoopcommissie en het herzien van evaluatiestructuren van de directie.
2. Wat betreft de vragen over de volgende stappen;
De nieuwe Raad van Bestuur van het AGB heeft op basis van de evaluatie die ik zopas besprak geoordeeld dat de acties allen zeer relevant blijven, maar dat de resultaten van deze actieplannen nog onvoldoende zijn. Er is nood aan snellere resultaten en structurele ingrepen.
We evalueren het actieplan sowieso permanent met een stuurgroep waarin ook mijn kabinet vertegenwoordigd is en op de eerstevolgende raad van bestuur zullen we opnieuw een stand van zaken brengen.
Daarnaast keurde de Raad van Bestuur unaniem drie aanvullende ingrepen goed:
a) de aanstelling van een veranderingsmanager naast de directeur
Er zijn stappen vooruit gezet (zoals ook blijkt uit de bevraging van het team SMAK), maar we staan nog niet ver genoeg. Daarom komt de veranderingsmanager in SMAK tijdelijk naast de algemene directie te staan om de nodige interne hervormingen met mandaat te kunnen doorvoeren en de uitvoering ervan door het team kunnen overzien.
b) een nieuwe evaluatievorm van de directies van alle musea
Vandaag regelt de rechtspositieregeling dat de voorzitter 1-op-1 elke directeur evalueert. Dat is niet meer van deze tijd. De raad van bestuur besliste daarom de evaluatievorm te veranderen naar een systeem waarin alle directies worden 360° geëvalueerd door een externe partner. Dit zal zorgen voor een breed en objectief beeld van het leiderschap, zowel artistiek, zakelijk als mensgericht. Deze gesprekken staan gepland voor 2025. We hebben het daar verder over in de besloten zitting.
c) een aangepaste leiderschapsstructuur tegen de geplande fusie van de Gentse musea.
Dit stelt ons in staat om beter te professionaliseren, mensen echt een stem te geven en een duidelijke visie te ontwikkelen over hoe leiderschap te organiseren op diverse facetten (artistiek, zakelijk, mensgericht). Verschillende vragen moeten beantwoord worden: moet dit allemaal in één persoon? Indien niet, welke hiërarchie? Ad vitam of mandaatfunctie met mogelijkheid tot verlenging?
We werken hiervoor nauw samen met de Vlaamse minister Gennez die ook werkt rond leidersschap in de cultuursector. We moeten het eengemaakte AGB kunnen starten met de juiste onderbouw. We voegen alle musea samen onder één AGB, wat ons de kans biedt om dingen aan te pakken en daadwerkelijk te veranderen. Om te werken vanuit een structuur die garandeert dat we de maatschappelijke missie waarmaken én tegelijk het welzijn van de mensen die dat mogelijk maken garanderen.
3. Wat betreft de vragen over het actieplan in het Design Museum ;
Een gelijkaardig actieplan is lopende in het Design Museum.
Daar zal op korte termijn een veranderingsmanager worden toegevoegd naast de algemeen directeur om ook daar versneld te kunnen werken aan een helder organogram en werkbare, transparante overlegstructuur. Ook hier worden stappen vooruit gezet maar zijn er ook actiepunten die op lange termijn output zullen opleveren. Ook hier evalueren we het actieplan permanent met een stuurgroep. Een stand van zaken wordt geagendeerd op de volgende raad van bestuur.
Beste collega’s, ik hoop dat ik jullie hiermee wat meer inzicht in onze aanpak heb kunnen geven.
Een werkcultuur verander je niet zomaar; dat vraagt een uitgekiende balans van daadkracht en zorgvuldigheid. We zetten vandaag belangrijke stappen, maar we zijn nog niet waar we zouden moeten zijn. Ik zal dit als schepen van cultuur en als voorzitter van het AGB zeer nauwgezet verder opvolgen en voel me daarbij goed omringd door heel wat mensen die hier vandaag ook met hart en ziel aan werken én door de voltallige raad van bestuur.
De uitdagingen van het SMAK en het Design Museum zijn helaas ook niet uniek binnen de cultuursector. Daarom ben ik ook in gesprek met de Vlaamse minister van Cultuur Caroline Gennez, die de problematiek met de nodige urgentie in handen neemt. Samen kunnen we ervoor zorgen dat de lessen die we hier vandaag in Gent leren ook kunnen bijdragen aan een veilige en zorgzame culturele sector in de rest van Vlaanderen.
wo 16/04/2025 - 11:10
Vanaf 17 april mogen Vlamingen, zonder melding of vergunning, de stekkerzonnepanelen in gebruik nemen. In de pers valt te lezen hoe deze verkopen als ‘zoete broodjes’. Dergelijke zonnepanelen kun je aanschaven bij de doe-het-zelfzaken en bij online aanbieders.
Bij stekkerpanelen volstaat het om ze op een zonnige plaats te installeren, bijvoorbeeld een balkon, en ze in een stopcontact te steken. We spreken hier over echte ‘plug-and-play’-toestellen. Stroom wordt toegevoerd in het elektriciteitsnet van de woning, de overige stroom gaat richting het distributienet. Ook voor thuisbatterijen kan dit gebruikt worden. In Duistland en Nederland gebeurt dit al en zie je dergelijke panelen overal opduiken.
Gemeenten en verenigingen van syndici staan op de rem. Een dergelijke wildgroei van zonnepanelen kan leiden tot onveilige situaties of in strijd zijn met interne reglementen. Er zijn namelijk vaak regels rond ramen die dezelfde kleur moeten hebben, het niet zomaar mogen uithangen van vlaggen, affiches, etc.
Vooralsnog is er geen enkele gemeente die specifieke regels heeft opgesteld rond stekkerzonnepanelen. Ook op de website van de stad Gent zijn enkel richtlijnen te vinden rond het installeren van collectieve zonnepanelen op appartementsgebouwen.
1. Heeft de stad Gent plannen om specifieke regels of richtlijnen op te stellen voor het gebruik van stekkerzonnepanelen? Zo ja, wanneer mogen we die verwachten?
2. Is de stad in gesprek met andere steden en gemeenten in Vlaanderen en daarbuiten over hoe er daar omgegaan wordt met deze panelen?
3. Hoe kijkt het bestuur naar deze stekkerzonnepanelen? Ziet ze deze als een waardevolle bijdrage aan de energietransitie?
4. Zal de energiecentrale de stekkerzonnepanelen als mogelijk advies opnemen in hun werking?
Collega Rysermans, collega Van Acker,
In politiek is timing alles: jullie stellen jullie vragen op het juiste moment want binnen enkele dagen kunnen voor het eerst stekkerzonnepanelen in het straatbeeld verschijnen.
Vanaf deze week, vanaf 17 april, mag men stekkerzonnepanelen voor het eerst gebruiken. Ze zijn al een maand in de handel en vanaf deze week mogen ze dus ook effectief gebruikt worden.
Het is een interessante ontwikkeling, en dus ook jullie vragen zijn zeer interessant.
Ik ga proberen schetsen wat de regels zijn, maar ik moet al meteen een belangrijke disclaimer geven, omdat de Vlaamse regering het dossier van de stekkerzonnepanelen en stekkerbatterijen nog niet definitief heeft goedgekeurd. Dit betekent dat er nog wijzigingen kunnen gebeuren aan de zaken die ik nu zal opsommen. Dit zal natuurlijk snel moeten gaan, want vanaf 17 april mogen mensen deze panelen gebruiken.
Vlaanderen stelt een aantal belangrijke voorwaarden voor het gebruik van deze panelen:
De Vlaamse Overheid raadt aan om het vermogen van de omvormer best te beperken tot kleiner dan 800 Watt om de veiligheid van de gebuikers en hun binneninstallatie te verzekeren.
Wat betreft de vergunningen, wat betreft de omgevingsvergunning: Momenteel heb je geen vergunning nodig voor stekkerzonnepanelen [die ook wel “plug-and-play-zonnepanelen, plug-inzonnepanelen of balkonzonnepanelen” genoemd worden] op voorwaarde dat ze niet meer dan drie meter boven de nok van de woning uitsteken. Dit betekent dat deze panelen op gevels, balkons en balkonafsluitingen mogen geplaatst worden.
Voor beschermd erfgoed en binnen beschermde stadsgezichten gelden wel extra regels. Voor die woningen is strikt genomen geen toelating nodig, zolang het stekkerzonnepaneel niet bevestigd wordt aan het gebouw. Ook bij appartementsgebouwen heb je het gegeven dat er vaak een intern reglement is. Er is daarnet op gewezen dat je toestemming zou kunnen nodig hebben van de VME. Dat is afhankelijk van het reglement dat wordt gebruikt in het appartementsgebouw.
Gezien de bestaande kaders vanuit de Vlaamse Regering en het beperkte vermogen van stekkerzonnepanelen [maximaal 800 watt per woning] zien we voorlopig geen nood aan bijkomende stedelijke richtlijnen. Uiteraard zullen we dit verder opvolgen en sturen we bij als de praktijk daar aanleiding toe geeft. We overleggen via de VVSG, en we volgen ook de aanpak van steden zoals Antwerpen en Mechelen. De algemene lijn is momenteel dat bijkomende regels niet nodig zijn, zolang het algemene kader duidelijk blijft.
Hoe kijk ik naar de stekkerzonnepanelen?
Wij zien stekkerzonnepanelen als een positieve stap richting meer hernieuwbare energie, vooral voor mensen zonder eigen dak, of zonder dat ze eigenaars zijn van een dak, zoals huurders en bewoners van appartementen.
Als je weet dat 1 op 2 Gentenaars huurt en dat meer dan de helft van alle woningen in Gent appartementen zijn, dan zijn stekkerzonnepanelen een manier om de energietransitie inclusiever te maken. De zon schijnt voor iedereen! Dit betekent dat er nu een grote groep van mensen gebruik van kan maken, terwijl ze dit vroeger niet konden.
Stekkerzonnepanelen zijn toegankelijk voor iedereen en ze zijn eenvoudig te installeren en te verplaatsen. Zelf energie opwekken verlaagt de energiekosten van de Gentenaars en verlaagt het verbuik van het elektriciteitsnet. Er zit hier een heel interessant aspect aan.
Hoe interessant zijn ze voor huishoudens? Op kleine schaal kunnen deze panelen helpen om het piekverbruik binnen huishoudens af te vlakken: ze leveren direct stroom aan apparaten die op dat moment aan staan, waardoor het eigen verbruik wordt gemaximaliseerd zonder het elektriciteitsnet te belasten. De impact op de energiefactuur en de CO₂-uitstoot is voor een individueel huishouden bescheiden, maar op een grotere schaal (1/2 huurders in Gent, meer dan de helft appartementen in Gent) kunnen ze zeker bijdragen aan de bredere energietransitie.
Zoals ik eerder al zei, moeten we aandachtig blijven voor veiligheid en kwaliteit: enkel toestellen met een goedgekeurde omvormer mogen gebruikt worden, en het blijft belangrijk te controleren of de elektrische installatie geschikt is. De stekker moet je altijd rechtstreeks in het stopcontact steken.
Het Gentse Energiehuis, de Energiecentrale, informeert en adviseert over zonnepanelen en dus ook over stekkerzonnepanelen. Er is informatie voorzien op hun communicatiekanalen en wie vragen heeft, krijgt advies op maat zoals de energiecentrale dat altijd doet. Stekkerzonnepanelen kunnen een interessante keuze zijn voor kleine verbruikers, huurders of bewoners zonder toegang tot een klassiek dak, al blijft het belangrijk om telkens te kijken naar het individuele verbruiksprofiel en de technische mogelijkheden.
Voor woningen die wel beschikken over een geschikt dak, voor eigenaars, blijft het installeren van traditionele zonnepanelen nog steeds de eerste aanbeveling. Daar heb je meer zekerheid, meer veiligheid, meer vermogen. Voor alle andere mensen zijn de stekkerzonnepanelen een alternatief.
Samenvattend:
We ondersteunen het gebruik van stekkerzonnepanelen waar mogelijk, volgen de praktijk nauwgezet op, en blijven burgers goed informeren over veilig en efficiënt gebruik.
Stekkerzonnepanelen zijn een kans om zeer lokaal meer hernieuwbare energie op te wekken én om de energietransitie inclusiever te maken. Hernieuwbare energie wordt op die manier voor iedereen toegankelijk.
Tot daar Voorzitter.
di 15/04/2025 - 11:36De maand maart, werd ook dit jaar opnieuw omgedoopt tot een ware ‘loopmaand’. Ik ben zelf een fervent loper en ook voor mij werd de loopmaand maart afgesloten met de halve marathon op zondag 30 maart. Alhoewel schepen Braeckevelt - die ik eerder al schriftelijk bevroeg - de loopmaand als ‘geslaagd’ evalueert, blijven er toch enkele uitdagingen bestaan.
Zo is er de impact op de buurt, de mobiliteit, de netheid en de financiële gevolgen voor de stad. Vooral de netheid blijft problematisch. Zo wordt wel vaker door de dienst ‘openbare orde en beheer van evenementen’ vastgesteld dat er afval blijft liggen, waarna organisatoren worden aangesproken. Ook bereiken er ons signalen uit de buurt en de actieve vrijwilligers, over het achtergelaten afval langs het parcours.
Opmerkelijk was dat we schepen Vandenbroucke ook in het Gentse Feesten-debat – in de Speakers Corner in het NTGent – hoorden verklaren dat winstgevende sportevenementen een stuk van hun winsten zouden moeten afgeven aan de stadskas. Dit omdat het organiseren – dixit de schepen en bij uitbreiding dus het college – de stad veel geld kost.
Ik had hierover graag volgende vragen gesteld;
Geachte Heer Cammaert,
Bedankt voor uw vervolgvraag.
Gent heeft een stevige reputatie als loopstad, en de Sofico Marathon op 30 maart heeft dit opnieuw bevestigd. Het evenement was een groot succes, en dat is te danken aan verschillende factoren. Ten eerste was er een indrukwekkend aantal deelnemers, namelijk 20.000, wat de populariteit en het enthousiasme voor hardlopen in Gent onderstreept. Daarnaast was de organisatie uitstekend, met een goed uitgewerkt parcours dat zowel uitdagend als mooi was, en een vlekkeloze logistiek die ervoor zorgde dat alles soepel verliep.
Het is onvermijdelijk dat zo'n evenement van die omvang voor hinder zorgt, maar de organisatie poogt weldegelijk om de hinder tot een absoluut minimum te beperken en voorspelbaar te maken. Ik ben de eerste om de impact van achtergelaten afval niet te minimaliseren. Tegelijk is de vaststelling dat er ons 18 klachten/meldingen bereikten, waarvan 10 over bereikbaarheid of signalisatie en 6 over afval en schoonmaak. Gezien de schaal het evenement toont dit aan dat de maatregelen effectief waren en de impact op de stad beperkt bleef.
Maar zoals ik inderdaad in antwoord op uw schriftelijke vraag al meegaf, is het "bewaren van het evenwicht tussen loopwedstrijden en impact op het openbaar domein een blijvende uitdaging. Een uitdaging die ik als nieuw bevoegd schepen opneem, en waaraan ik samen met de collega's van evenementen, mobiliteit, openbaar domein en politie actief aan de slag ga om hierrond een beleid uit te tekenen zodat het evenwicht niet verstoord wordt door een té grote impact."
Om nu concreet op jouw vragen te antwoorden:
Vraag 1: Welke structurele maatregelen plant het bestuur om de netheidsproblematiek tijdens en na loopwedstrijden aan te pakken?
Zoals alle organisatoren die gebruik maken van het openbaar domein, wordt voor sportevents een afvalplan gevraagd met afspraken voor het afvalbeheer, afvalpreventie en selectieve afvalinzameling. Afval op openbaar domein moet in de eerste plaats voorkomen worden. De Sportdienst begeleidt de organisatoren hiervoor. De Dienst Milieu & Klimaat beoordeelt dit afvalplan en kan bepaalde (extra) voorwaarden opleggen, bijvoorbeeld bij en na bevoorradingszones van loopwedstrijden.
Concreet worden bij grote loopevenementen zoals de Marathon bijvoorbeeld ‘ploggers’ ingezet om na de lopers op pad te gaan en het volledige parcours te ploggen. Ze werken hiervoor samen met verenigingen en loopclubs. Daarnaast worden er extra afvalbakken geplaatst, vooral na de bevoorradingszones, die na het evenement door de organisatie zelf worden verzameld.
Vraag 2: Worden organisatoren verantwoordelijk gehouden voor de opruimkosten? Zo ja, hoe handhaaft men dit? En zijn er sancties voorzien voor herhaaldelijke overtreders?
Bij klachten wordt de organisator gecontacteerd en moet die een oplossing voorzien en daarvoor de kosten op zich nemen, bijvoorbeeld door een extra veegwagen (met water) naar de betreffende straat of zone te sturen.
Blijven de organisatoren in gebreke, dan is handhaving mogelijk. Controleurs van Dienst Toezicht (milieutoezicht) kunnen ter plaatse gaan en vaststellen dat zwerfvuil veroorzaakt werd door het evenement, en dan een bestuurlijk verslag opmaken (GAS) voor overtreding op Artikel 1 octies van de politieverordening op de reinheid en gezondheid in de gemeente. Ivago zal dan opruimen. De ophaal- en verwerkingskosten van de ingezamelde afvalstoffen vallen ten laste van de organisator. De organisator krijgt via de Juridische Dienst een factuur van IVAGO.
Vraag 3: Kan het college meedelen hoe de stad zal bepalen welke organisaties winstgevend genoeg zijn om een deel van hun winsten af te staan? Hoe is men van plan dit te gaan bepalen en vanaf wanneer maakt men ‘genoeg’ winst?
Wat betreft uw vraag ingevolge uitspraken van mijn collega waarnaar u verwijst…
Er is een opdracht lopende die nog moet teruggekoppeld worden aan het college - ook als onderdeel van het meerjarig strategisch plan. Daarbij is onderdeel van de oefening welke organisatie wat kan bijdragen, of wat minder impact en kosten moet genereren. Ik ga daar vandaag geen voorafnames of uitspraken over doen. Dat lijkt me niet verstandig. Maar we gaan uiteraard rekening houden met wat in het bestuursakkoord staat, nl.: “Evenementen die doorgaan op het openbaar domein zijn in principe gratis voor de deelnemers. We laten betalende evenementen en sportmanifestaties toe op het openbaar domein maar maken daarover met organisatoren afspraken zodat voor hen en voor de Stad de lasten en lusten in evenwicht blijven”. Concreet is het dus vandaag niet verstandig en te vroeg om daar namens het college uitspraken over te doen.
Op de website van Ivago is aangegeven dat er GFT containers bestaan van 120 ltr en van 240 ltr.
De exemplaren van 240 ltr worden enkel ter beschikking gesteld van bewoners die niet in een hoogbouw appartement wonen.
De gezamelijke GFT containers (voor bewoners van appartementen) zijn enkel de modellen van 120 ltr. Volgens IVAGO zouden de appartementen die nu nog grotere containers hebben moeten overschakelen naar de 120 ltr modellen.
Veel appartementen (zeker de oudere) in het centrum hebben een afval lokaal dat nog werd ontworpen voor tijden dat er nauwelijks werd gesorteerd en zijn aan de kleine kant. Een afvalcontainer van 240 ltr neemt minder plaats in dan twee containers van 120 ltr.
Kan IVAGO voor appartementen met kleinere afval lokalen een uitzondering maken en toch de containers van 240 ltr toelaten?
Is IVAGO van plan een zelfde oefening te doen met de andere containers (PMD - glas - papier - rest)? Indien ja, kan IVAGO dan een uitzondering voorzien voor appartementen met kleinere afval lokalen?
IVAGO stelt vast dat de GFT-containers in hoogbouwappartementen – waar verzamelcontainers verplicht zijn – steeds meer natte fractie bevatten. Dit is een gevolg van de uitbreiding van wat als GFT mag worden aangeboden (nu ook dierlijk en plantaardig keukenafval, vlees- en visresten, enz.). Dit zorgt ervoor dat deze containers veel zwaarder wegen en ergonomisch meer belastend zijn voor de milieuwerkers om te manipuleren.
Dit probleem stelt zich niet bij woningen met tuinen, gezien daar de samenstelling van het GFT-afval anders is. Wie niet met verzamelcontainers werkt, kan daarom steeds een 120 liter of 240 liter GFT-container aanvragen.
Uitzonderingen kunnen steeds aangevraagd worden, en worden geval per geval bekeken. IVAGO zal de situatie nagaan door bijvoorbeeld een plaatsbezoek. Tot nu toe werden nog geen uitzonderingen aangevraagd. IVAGO stelt zich dus soepel op, en tracht tegelijk het aantal uitzonderingen laag te houden om zoveel mogelijk in te zetten op het welzijn van de medewerkers. IVAGO zet dit dus niet actief in de kijker.
Dit gewichtsprobleem stelt zich niet bij de andere afvalstromen, daarvoor zijn dus geen bijsturingen nodig.
ma 14/04/2025 - 22:14In het jaarverslag van de ombudsvrouw, viel over de werking van een boetevrije bibliotheek het volgende te lezen: “Tot slot, in de nasleep van Gent als Europese Jongerenhoofdstad, is het misschien zinvol om een boetevrije werking te overwegen, vooral voor minderjarige jongeren.”
In Antwerpen werkt men al met een boetevrije bibliotheek. Je kunt er éénmalig je leentermijn verlengen met drie weken. Indien dan de leentermijn is verstreken, krijgen de uitleners twee herinneringsmails om het uitgeleende artikel terug te brengen. Wanneer er hier geen reactie op komt en het materiaal nog steeds niet is teruggebracht, dan betaalt de ontlener de aankoopprijs terug. Zo kan de bibliotheek het artikel opnieuw aankopen.
Betalingen verlopen elektronisch in de Antwerpse bibliotheken via Bancontact, zelfs voor de kleinste bedragen, ook bestaan er betaalautomaten en kun je online betalen via het e-loket van de stad of je eigen betaalplatform van de bibliotheek. Ook dit integreren van de modernste betaalmogelijkheden, wordt in Gent aangeraden door de Ombudsdienst. In het antwoord van de schepen lezen we hierover het volgende: “Een integratie van nieuwe betaalmogelijkheden hangt af van de keuzes die het stadsbestuur deze legislatuur zal maken met betrekking automatisering, digitalisering en retributies.”.
De vragen die ik hierover heb zijn de volgende;
1. Hoe kijkt de schepen zelf naar het systeem van de boetevrije bibliotheek? En hoe verklaart de schepen dat dit niet vermeld wordt in het antwoord van het college op de gedane aanbevelingen?
2. Heeft de schepen plannen om in gesprek te gaan met de collega’s uit Antwerpen?
3. Hoe evalueert de schepen het huidige boetebeleid van de bibliotheek? Is deze effectief en efficiënt genoeg?
4. Welke concrete stappen gaat het bestuur ondernemen om werk te maken van de integratie van nieuwe, moderne betalingsmogelijkheden in de Gentse bibliotheekwerking?
(Vraag wordt samen beantwoord met IR 1)
Het spreekt voor zich dat het onze ambitie is om zo veel mogelijk mensen, zo veel mogelijk kinderen en jongeren aan het lezen te krijgen. Het is daarom dat we de drempel zo laag mogelijk houden. Enkele voorbeelden:
We beschikken in Gent over een fijnmazig netwerk van 15 bibliotheken op een maximale fietsafstand van 15 minuten voor elke inwoner.
In tegenstelling tot vele andere steden en gemeenten, is de bib helemaal gratis en passen wij geen lidgeld toe.
En we experimenteren volop met het PlusSysteem waarbij de bib ook buiten de openingsuren toegankelijk is om boeken te ontlenen.
Het is in het kader van die ambitie dat we over het muurtje moeten durven kijken om nog verder te gaan.
Heel wat bibliotheken zijn vandaag de omslag aan het maken naar de boetevrije bib.
Ik heb het concept in de commissie benoemd als een ‘prikkelende aanbeveling vanuit de ombudsdienst’ en ‘iets om beleidsmatig te overwegen’, zonder meer. Ik heb toen ook gezegd dat het nog veel te vroeg is om conclusies te trekken.
Desalniettemin geef ik u graag al enige informatie mee op basis van uw vragen:
Welke concrete data of evaluaties zijn er die aantonen dat een boetevrije werking in andere steden goed werkt, zonder negatieve gevolgen voor de beschikbaarheid van boeken?
De beschikbaarheid van de collectie is afhankelijk van meerdere factoren, zoals de grootte van de collectie, het aantal materialen dat men kan lenen, de leentermijn, mogelijkheden tot verlengen, locatie-onafhankelijk terugbrengen, openingsuren en het beleid rond telaatgelden.
De boetevrije bibliotheek is in Vlaanderen een vrij recent fenomeen. Uit een informele rondvraag bij de boetevrije bibliotheken van Kasterlee, Puurs, Neteland en Antwerpen geven zij aan dat het nog te vroeg om eventuele impact op de collectie in de data te kunnen zien. Onze diensten zijn in gesprek met de bibliotheek van Antwerpen, maar ook met anderen.
Uit die bevraging blijkt wel dat leners en medewerkers van deze bibliotheken zeer positief zijn en niet terug willen naar de bibliotheek met boetes, ook de leners en medewerkers die vooraf sceptisch waren en vreesden dat de materialen niet meer beschikbaar zouden zijn.
Hoe garandeert u dat boeken tijdig worden teruggebracht zonder boetes? Welke alternatieven ziet u om misbruik te voorkomen?
Een boetevrije bibliotheek betekent niet dat er geen uitleentermijn is of dat de bibliotheek geen actie onderneemt om materialen terug te krijgen. Boetevrije bibliotheken sturen nog steeds herinneringen via mail en brief, en blokkeren lidkaarten of beperken verlengingen om tijdige inlevering te stimuleren. Komen de materialen niet terug, dan kan aan de lener gevraagd worden om ze te vergoeden.
De boetevrije bibliotheken focussen op klantgerichte dienstverlening en het belang van de collectie voor de gemeenschap. Sommige bibliotheken overwegen beloningen voor tijdig terugbrengen. Boetevrij betekent dus niet dat er geen consequenties zijn: er worden andere methoden ingezet om materialen terug te krijgen.
Hoeveel inkomsten uit telaatgelden zouden de Gentse bibliotheken mislopen, en hoe denkt u dat te compenseren?
De Gentse bibliotheek int momenteel jaarlijks gemiddeld 205.000 € aan telaatgelden. Tegenover deze inkomsten staat de personeelstijd om dit bedrag te innen, zowel front-office als back-office, zowel in de bibliotheek als bij ondersteunende stadsdiensten.
Ook in een boetevrije bibliotheek zouden leners met “boete”-vragen naar het infopunt komen en zal er een maningsprocedure nodig zijn. Maar het aantal zou veel kleiner zijn en dus in elk geval minder personeelstijd vragen, zowel front- als back-office. De grootste winst zit echter in het positief stimuleren van het lezen en de garantie dat leners – ook al zijn ze enkele dagen te laat –met vertrouwen en plezier blijven gebruik maken van de bibliotheek.
Sinds de Antwerpse bibliotheken geen boetes meer uitdelen is het aantal leden gestegen van 78.000 naar 125.418!
Deze quote van de programmaleider van de boetevrije bib in Antwerpen - vorige week in de Standaard – vond ik zeer treffend: “Als je werkt met een boetesysteem, stel je de collectie voorop. Als je boetevrij werkt, zet je het lezen voorop. Je wilt voorkomen dat een lezer stopt met lezen.”
Bent u bereid om, vooraleer een beslissing te nemen, een grondige evaluatie te laten uitvoeren en de impact hiervan te meten?
Momenteel is er enkel een aanbeveling van de ombudsdienst. Er is geen beslissing genomen. Een eventuele afschaffing van de telaatgelden vraagt inderdaad een grondig vooronderzoek. De drijfveer moet hierbij zijn om een zo positief mogelijk leesklimaat te stimuleren. Dit alles onderzoeken en voorbereiden, vraagt tijd. Een boetevrije bibliotheek moet onderdeel zijn van een breder beleid rond lezen, en het is zo dat we het concept bij het vormgeven van ons beleid zullen benaderen.
Tot slot kom ik nog terug op de vraag betreffende de integratie van nieuwe betalingsmogelijkheden in onze bibliotheekwerking.
Welke concrete stappen gaat het bestuur ondernemen om werk te maken van de integratie van nieuwe, moderne betalingsmogelijkheden in de Gentse bibliotheekwerking?
Vandaag moet er in de bib betaald worden in het kader van boetes – uiteraard – en voor kopies en prints. De Vlaamse bibliotheken en hun bibliotheeksysteem worden ondersteund door Cultuurconnect. Zij beheren onder meer Mijn Bibliotheek. Via die weg kunnen leners online betalen. Voor verdere ontwikkelingen daar zijn we dus van Cultuurconnect afhankelijk, een coöperatief model waarbij via een stuurgroep een innovatieagenda opgemaakt is. Verdere ontwikkeling in verband met andere betalingsmogelijkheden staan daar niet hoog op de agenda. In alle Gentse bibliotheken kan je uiteraard met je bankkaart betalen (ook met je kaart in je wallet), en aan het infopunt van de hoofdbibliotheek ook met de qr-code.
wo 16/04/2025 - 10:57
Gent is ‘Unesco Creative City of Music’ en dat dankt de stad niet alleen aan zijn festivals en cultuurhuizen, maar ook aan de 53 muziekcafés in onze stad. Het is daar dat de ‘fond’ wordt gelegd voor ons muzikaal ecosysteem. Het is op die plekken dat jonge studenten kunnen experimenteren en dat nieuwe bands hun eerste nummers uittesten om er later (inter)nationale furore mee te maken. Niet enkel de artiesten, ook het publiek is enorm enthousiast. De optredens of feesten dragen niet alleen bij tot de lokale economie, maar ze brengen ook mensen samen. Gent bruist en daar mogen we fier op zijn.
Maar de muziekcafés botsen tegen de hoge investeringskost – tot wel vele tienduizenden euro’s - die komt kijken bij de aanpassing aan de normen voor het verkrijgen van een permanente vergunning. Gent blijkt op dat vlak strenger te zijn dan Vlaanderen. Verschillende muziek- en danscafés signaleerden dat deze bijhorende kosten hun voorbestaan in het gedrang brengen. Als men er niet in slaagt om de stap te zetten naar deze permanente vergunning volgt er namelijk een beperking tot 85dB, een norm waarmee het organiseren van een live-optreden of dj-set niet mogelijk is.
Uitbaters zijn gelukkig van goede wil. Ze zijn zich allen bewust van de nood aan een goed evenwicht en een goede relatie met de buurt. We leven in een dichtbevolkte stad waarin dialoog en empathie tegenover elkaar belangrijk is. Vanuit ieders perspectief.
Ook in het bestuursakkoord wordt verwezen naar deze uitdaging:
“We sturen de geluidsnormen gericht bij in samenspraak met de nightlife sector en houden hierbij rekening met het beperken van mogelijke (geluids)overlast. We kiezen voor een evenwichtige spreiding van evenementen in plaats en de tijd. We onderzoeken hoe we het ‘agent of change’ principe (diegene die zich laatst vestigt in een omgeving staat in voor de beheersing van geluidsoverlast) kunnen verankeren in onze regelgeving.”
In Brussel werd begin 2024 dat agent of change-principe ingevoerd, in navolging van steden in het buitenland. Dit principe stelt dat wanneer nieuwe woningen worden gecreëerd rond een nachtclub, deze verplicht zullen worden zich aan te passen en voldoende isolatie te voorzien. De verantwoordelijkheid om een goede nachtrust te kunnen garanderen, komt dus ook bij de nieuwe ontwikkeling te liggen. Dit ontslaat de uitbater van een danscafé niet van de eigen verantwoordelijkheden voor het beperken van geluidsoverlast, maar er worden gedeelde inspanningen gevraagd, wat voor een gezonder evenwicht zorgt.
Ik weet dat u een groot muziekfan bent en daardoor ook wel eens een muziekcafé in Gent bezoekt. Ik ben dan ook benieuwd naar uw visie, en ik zoek graag mee naar een gezond evenwicht tussen haalbare geluidsnormen en het beperken van overlast.
Hoe kijkt u als nieuwe bevoegde schepen naar deze problematiek?
Zal u vanuit uw bevoegdheid ook in gesprek gaan met de muziekcafés en met de Nightlife Council?
Hoe staat u tegenover het agent of change-principe, waarbij degene die zich laatst vestigt ook verantwoordelijkheid draagt ter beheersing van mogelijke geluidsoverlast?
Welke andere opties ziet u om tot een gezond evenwicht te komen tussen het enerzijds beperken van overlast en anderzijds het bepalen van haalbare geluidsnormen, zodat Gent een echte muziekstad kan blijven?
Met 2 verschillende volumes was dit direct een illustratie waarom geluidsnormen noodzakelijk zijn Stefaan.
Collega’s,
Ik onderschrijf het belang van onze muziekcafés. Het is niet alleen naar de festivals en de cultuurhuizen dat we moeten kijken, maar ook naar hun bijdragen, die is heel belangrijk in het Gentse muzikale ecosysteem. Muziekcafés zijn daar een ongelooflijk belangrijk onderdeel van. Onze erkenning als Unesco Creative City of Music is ook te danken aan die muziekcafés, dus we moeten die koesteren.
Maar natuurlijk aan de andere kant moeten we ook ervoor zorgen dat de stad, het stadscentrum voor alle Gentenaars aangenaam is om te leven, om te werken, om te slapen. Vandaar zijn er geluidsnormen en de toepassing ervan. We moeten vooral zoeken naar een gezond evenwicht. Ik merk dat we als Stad moeten opletten dat we het centrum niet alleen gebruiken als gebied waar het allemaal moet gebeuren. De Stad is meer dan het gebied binnen de R40 en daar wordt soms geen rekening mee gehouden. We moeten er rekening mee houden dat er mensen wonen in het centrum. Ik weet dat er in het Schepencollege niet zoveel mensen in het centrum wonen, collega Peeters is er één van en de Voorzitter ook, maar het is belangrijk om te weten dat daar een druk op zit.
Het kader waarbinnen wij als lokale overheid opereren, is vooral bepaald door de Vlaamse regelgeving, en meer bepaald door VLAREM.
VLAREM vertrekt van de indeling van inrichtingen en activiteiten die mogelijk hinderlijk kunnen zijn. Voor elektronisch versterkte muziek gelden specifieke regels:
Bij klasse 2 is een akoestisch onderzoek verplicht: een externe deskundige onderzoekt hoeveel geluid kan worden uitgezonden zonder de omgevingsnormen te overschrijden. In panden met goede isolatie kan zo een hoger geluidsniveau toegelaten worden dan in minder goed geïsoleerde panden. Dit is Vlaamse regelgeving, Gent heeft hier weinig inbreng in.
VLAREM legt een Vlaams minimumkader vast. Dat biedt aan de steden en gemeenten de mogelijkheid om aanvullend beleid te voeren. Gent heeft daarom, omwille van de dichte stadsstructuur en omwille van de vele oude panden, al in 2012 beslist om ook bij klasse 3-exploitaties een akoestisch onderzoek te eisen.
Daarnaast zijn er in de beleidsnota Lucht en Geluid 2020-2025 extra maatregelen voorzien, zoals de strengere normen voor bassen (de zogenaamde C-normen) en het verplicht opleggen van specifieke geluidsmaatregelen in vergunningen.
Dit is gans het plaatje, dit heeft vooral als doel om enerzijds zaken mogelijk te maken en anderzijds het evenwicht te bewaren met de leefkwaliteit. Het gaat over levendigheid en leefkwaliteit.
In samenwerking met de sector – via de Nightlife Council en het Gents Kunstenoverleg – en na overleg met de administratie heeft het college op 23 mei 2023 een brief gestuurd naar de Vlaamse Regering.
Daarin heeft het Stadsbestuur aangekaart dat het in de praktijk onmogelijk is om enerzijds het vergunde geluidsniveau voor elektronische muziek te halen en anderzijds tegelijk de omgevingsnormen strikt te respecteren.
Dit is een zeer moeilijk kader om mee te werken. Deze combinatie zet cafés onder druk en maakt correcte vergunningsverlening bijzonder moeilijk. Dit is ondertussen al bijna 2 jaar geleden, maar we hebben nog altijd geen reactie gekregen. Dus het is duidelijk dat we die brief nog eens gaan moeten terugsturen en vragen dat men die regelgeving verduidelijkt, maar ook dat men de bevoegdheden voor detailregulering gewoon geeft aan de steden en de gemeenten. Dan kunnen wij ons eigen beleid voeren.
VLAREM laat toe om maximaal 12 afwijkingen per jaar aan te vragen. Hierbij mag het geluidsniveau tijdelijk met +10 dBA verhoogd worden, zonder dat de omgevingsnormen gelden.
Muziekcafés kunnen hier ook gebruik van maken, onder meer via een mantelvergunning waarbij enkel een eenvoudige melding vooraf vereist is. Dit geeft de sector enige flexibiliteit.
Over het agent of change-principe:
dit klinkt interessant. Het stelt dat wie zich later vestigt in de buurt van een bestaande muziekinrichting ook verantwoordelijkheid draagt voor het beheersen van eventuele overlast. Dit is in de eerste plaats een stedenbouwkundig instrument. Het is toch niet zo eenvoudig. Ik ga een aantal voorbeelden geven. Wie zich in de buurt van een bestaande muziekinrichting vestigt, moet mee de lasten dragen. Maar ook omgekeerd. Wat doe je met een woonbuurt waar niks is en waar er dan plots een horeca-zaak komt? Is dat dan ook agent of change? Wat doe je daarmee? Bovendien heb je nog een grotere moeilijkheid die te maken heeft met de stedenbouw-wetgeving. In de vorige legislatuur had ik stedenbouw onder mijn bevoegdheden. Bijvoorbeeld als je een horeca-zaak hebt die vergund is als praatcafé, waar mensen met elkaar praten, op gedemte toon, met lichte achtergrondmuziek. Deze zaak is vergund als horeca-zaak, maar als iemand deze overneemt en daar een heavy metal-café van maakt, dan moet de uitbater niks aanvragen. Wie is er in dit voorbeeld diegene die de verandering heeft teweeggebracht? Het is niet zo evident. We moeten dit principe, dat ook in het bestuursakkoord staat, proberen goed aan te voelen, kijken wat de ervaringen zijn in Brussel en van hen leren. Binnen Gent loopt momenteel een juridisch onderzoek naar de mogelijkheden van dit principe.
Het is belangrijk om te weten dat de Stad ook in overleg is met de Nightlife council om de regels en de randvoorwaarden te optimaliseren. De diensten die de geluidsvergunningen toekennen, hebben hiervoor binnenkort ook een overleg met hun collega’s in Antwerpen.
Ook mijn kabinet en een afvaardiging van de Nightlife council (werkgroep geluid) zitten regelmatig samen om het bestaande beleid bij te sturen. We zijn dit goed aan het bekijken. De huidige krijtlijnen op binnen- en buitenlocaties op vlak van geluid worden samen met de sector bevraagd en geëvalueerd. Het is veel te vroeg om hier uitspraken over te doen. Het is geen gemakkelijke materie, jullie weten dat zeer goed. Ik durf hier nog geen concrete maatregelen aankondigen. In ieder geval, we zijn bezig met dat overleg. We doen dat ook om die muziekcafés te waarderen en te kijken wat mogelijk is.
di 15/04/2025 - 14:04Vanaf 17 maart 2025 zijn stekkerzonnepanelen toegelaten in België. Stekkerzonnepanelen zijn extra interessant voor bewoners van een appartementsgebouw. Zo zijn er de verticale balkonzonnepanelen, die je op het balkon van je appartement bevestigt en vervolgens aansluit op het lokale eigen net. Gezien je toestemming via het VME moet verkrijgen voor het collectief leggen van zonnepanelen, wordt het potentieel op appartementsgebouwen vaak onderbenut en kunnen bewoners van appartementen vaak niet meegenieten van de energietransitie.
Welke rol zouden de stekkerzonnepanelen kunnen opnemen binnen de energietransitie? Welke bijdrage zouden deze kunnen leveren aan de energieproductie-en vraag van een klein gezin en kan de stekkerzonnepaneel een bijdrage leveren in het meenemen van gezinnen in (huur)appartementen in de duurzame transitie?
Zal de stad burgers stimuleren en informeren over dit concept? En hoe wil de stad burgers helpen om de juiste keuzes te maken bij aankoop en (veilige) plaatsing van deze stekkerzonnepanelen?
Collega Rysermans, collega Van Acker,
In politiek is timing alles: jullie stellen jullie vragen op het juiste moment want binnen enkele dagen kunnen voor het eerst stekkerzonnepanelen in het straatbeeld verschijnen.
Vanaf deze week, vanaf 17 april, mag men stekkerzonnepanelen voor het eerst gebruiken. Ze zijn al een maand in de handel en vanaf deze week mogen ze dus ook effectief gebruikt worden.
Het is een interessante ontwikkeling, en dus ook jullie vragen zijn zeer interessant.
Ik ga proberen schetsen wat de regels zijn, maar ik moet al meteen een belangrijke disclaimer geven, omdat de Vlaamse regering het dossier van de stekkerzonnepanelen en stekkerbatterijen nog niet definitief heeft goedgekeurd. Dit betekent dat er nog wijzigingen kunnen gebeuren aan de zaken die ik nu zal opsommen. Dit zal natuurlijk snel moeten gaan, want vanaf 17 april mogen mensen deze panelen gebruiken.
Vlaanderen stelt een aantal belangrijke voorwaarden voor het gebruik van deze panelen:
De Vlaamse Overheid raadt aan om het vermogen van de omvormer best te beperken tot kleiner dan 800 Watt om de veiligheid van de gebuikers en hun binneninstallatie te verzekeren.
Wat betreft de vergunningen, wat betreft de omgevingsvergunning: Momenteel heb je geen vergunning nodig voor stekkerzonnepanelen [die ook wel “plug-and-play-zonnepanelen, plug-inzonnepanelen of balkonzonnepanelen” genoemd worden] op voorwaarde dat ze niet meer dan drie meter boven de nok van de woning uitsteken. Dit betekent dat deze panelen op gevels, balkons en balkonafsluitingen mogen geplaatst worden.
Voor beschermd erfgoed en binnen beschermde stadsgezichten gelden wel extra regels. Voor die woningen is strikt genomen geen toelating nodig, zolang het stekkerzonnepaneel niet bevestigd wordt aan het gebouw. Ook bij appartementsgebouwen heb je het gegeven dat er vaak een intern reglement is. Er is daarnet op gewezen dat je toestemming zou kunnen nodig hebben van de VME. Dat is afhankelijk van het reglement dat wordt gebruikt in het appartementsgebouw.
Gezien de bestaande kaders vanuit de Vlaamse Regering en het beperkte vermogen van stekkerzonnepanelen [maximaal 800 watt per woning] zien we voorlopig geen nood aan bijkomende stedelijke richtlijnen. Uiteraard zullen we dit verder opvolgen en sturen we bij als de praktijk daar aanleiding toe geeft. We overleggen via de VVSG, en we volgen ook de aanpak van steden zoals Antwerpen en Mechelen. De algemene lijn is momenteel dat bijkomende regels niet nodig zijn, zolang het algemene kader duidelijk blijft.
Hoe kijk ik naar de stekkerzonnepanelen?
Wij zien stekkerzonnepanelen als een positieve stap richting meer hernieuwbare energie, vooral voor mensen zonder eigen dak, of zonder dat ze eigenaars zijn van een dak, zoals huurders en bewoners van appartementen.
Als je weet dat 1 op 2 Gentenaars huurt en dat meer dan de helft van alle woningen in Gent appartementen zijn, dan zijn stekkerzonnepanelen een manier om de energietransitie inclusiever te maken. De zon schijnt voor iedereen! Dit betekent dat er nu een grote groep van mensen gebruik van kan maken, terwijl ze dit vroeger niet konden.
Stekkerzonnepanelen zijn toegankelijk voor iedereen en ze zijn eenvoudig te installeren en te verplaatsen. Zelf energie opwekken verlaagt de energiekosten van de Gentenaars en verlaagt het verbuik van het elektriciteitsnet. Er zit hier een heel interessant aspect aan.
Hoe interessant zijn ze voor huishoudens? Op kleine schaal kunnen deze panelen helpen om het piekverbruik binnen huishoudens af te vlakken: ze leveren direct stroom aan apparaten die op dat moment aan staan, waardoor het eigen verbruik wordt gemaximaliseerd zonder het elektriciteitsnet te belasten. De impact op de energiefactuur en de CO₂-uitstoot is voor een individueel huishouden bescheiden, maar op een grotere schaal (1/2 huurders in Gent, meer dan de helft appartementen in Gent) kunnen ze zeker bijdragen aan de bredere energietransitie.
Zoals ik eerder al zei, moeten we aandachtig blijven voor veiligheid en kwaliteit: enkel toestellen met een goedgekeurde omvormer mogen gebruikt worden, en het blijft belangrijk te controleren of de elektrische installatie geschikt is. De stekker moet je altijd rechtstreeks in het stopcontact steken.
Het Gentse Energiehuis, de Energiecentrale, informeert en adviseert over zonnepanelen en dus ook over stekkerzonnepanelen. Er is informatie voorzien op hun communicatiekanalen en wie vragen heeft, krijgt advies op maat zoals de energiecentrale dat altijd doet. Stekkerzonnepanelen kunnen een interessante keuze zijn voor kleine verbruikers, huurders of bewoners zonder toegang tot een klassiek dak, al blijft het belangrijk om telkens te kijken naar het individuele verbruiksprofiel en de technische mogelijkheden.
Voor woningen die wel beschikken over een geschikt dak, voor eigenaars, blijft het installeren van traditionele zonnepanelen nog steeds de eerste aanbeveling. Daar heb je meer zekerheid, meer veiligheid, meer vermogen. Voor alle andere mensen zijn de stekkerzonnepanelen een alternatief.
Samenvattend:
We ondersteunen het gebruik van stekkerzonnepanelen waar mogelijk, volgen de praktijk nauwgezet op, en blijven burgers goed informeren over veilig en efficiënt gebruik.
Stekkerzonnepanelen zijn een kans om zeer lokaal meer hernieuwbare energie op te wekken én om de energietransitie inclusiever te maken. Hernieuwbare energie wordt op die manier voor iedereen toegankelijk.
Tot daar Voorzitter.
di 15/04/2025 - 11:37Volgens recente berichtgeving en vragen van collega Deckmyn in het parlement, blijkt dat er in Gent vier nieuwe aanvragen zijn ingediend door Engie en Katoen Natie om vier windmolens te bouwen met een tiphoogte van maximaal 266 meter.
Eerdere ervaringen tonen aan dat windmolens – zeker wanneer ze dicht bij woningen worden geplaatst – overlast kunnen veroorzaken, variërend van geluidsoverlast tot hinderlijke slagschaduw.
In dit geval gaat het om zogenaamde ‘superwindmolens’, wat de impact voor omwonenden alleen maar groter maakt. In ons land ontbreekt voorlopig een duidelijke regelgeving over de minimale afstand tussen windmolens en bewoonde woningen. Volgens de huidige aanvragen zouden sommige woningen zich op amper 300 meter van de geplande turbines bevinden.
Volgens verschillende bronnen kunnen deze windmolens veel slagschaduw veroorzaken: afhankelijk van de stand van de zon en wind gemakkelijk tot wel vijf keer de tiphoogte. In het geval van deze windmolens betekent dat een potentiële slagschaduwafstand van 1,3 kilometer. Ook de geluidshinder kan tot zover te horen zijn. Dat betekent veel verstoring voor een grote groep omwonenden.
Daarom mijn vragen:
Collega Deckmyn,
Het is inderdaad zo dat collega Steendam quasi identiek dezelfde vragen heeft gesteld in de commissie van 10 maart. Ik heb die vragen toen al beantwoord. Ik heb geen nieuwe elementen meer, maar ik ga het antwoord speciaal voor u nog eens hernemen.
De aanvraag betreft windturbines op de terreinen van Engie en Katoen Natie, gelegen in de Gentse kanaalzone. De exacte locaties situeren zich in een industriële omgeving en zijn vermeld in het MER en in de omgevingsvergunningsaanvraag.
Er zijn al infosessies georganiseerd door onze diensten, zowel in het kader van eerdere aanvragen als in het kader van deze aanvraag. De Stad heeft voor dit dossier een grotere perimeter gehanteerd om bewoners aan te schrijven dan gewoonlijk. Tijdens deze infosessies konden omwonenden hun bezorgdheden kenbaar maken. De belangrijkste bekommernissen, en dit is wat klassiek, waren inderdaad de geluidshinder, de slagschaduw, en de beperkte afstand tot de woningen.
Als Stad nemen wij de bezorgdheden over de nabijheid van windturbines zeer ernstig. De Stad heeft in haar advies aan Vlaanderen uitdrukkelijk bijkomende voorwaarden gevraagd om de leefkwaliteit voor omwonenden te verzekeren. Wij eisen als Stad dat, binnen de zes maanden na de opstart van de turbines, een onafhankelijke controlemeting wordt uitgevoerd op het geluidsniveau, inclusief immissiemetingen bij de meest kritische woningen. Deze metingen moeten uitgevoerd worden door een erkend geluidsdeskundige in overleg met de vergunningverlenende overheid.
Belangrijk om te zeggen meneer Deckmyn is dat de Stad Gent niet de bevoegdheid heeft om de vergunning toe te kennen, dat is een bevoegdheid van de Vlaamse overheid. Wij geven enkel advies.
In ons advies hebben wij verschillende duidelijke voorwaarden opgenomen, waaronder:
We hopen vooral dat de Vlaamse overheid ons pakket aan voorwaarden integraal overneemt in haar beslissing. De Stad blijft ook na vergunningverlening het proces kritisch opvolgen.
Zoals ik in de vorige commissie heb toegelicht, kregen de fysieke infosessies veel waardering van de omwonenden. We blijven luisteren naar hun bekommernissen en nemen onze rol als bewaker van de leefbaarheid ernstig op. De mensen hebben het gewaardeerd dat de Stad dit zelf heeft georganiseerd.
Misschien nog aangeven dat de ambitie van het klimaatplan 2020-2025 was om het aandeel van de lokaal geproduceerde hernieuwbare energie op te drijven. Vandaag blijkt dat het geïnstalleerd vermogen in Gent aan zonne-energie op vijf jaar tijd verdubbeld is. Vijf jaar geleden hadden we een geïnstalleerd vermogen van 186,9 MW. Nu is dat al 375,1 MW. Dus zowel zonne-energie als windenergie stegen sterk. We zijn daarmee de beste leerling van Vlaanderen. De lokaal geproduceerde hernieuwbare energie bedient al één derde van de huishoudens. Zo halen we de doelstellingen uit het klimaatplan 2020-2025. We moeten daar verder op inzetten en we moeten ervoor zorgen dat het draagvlak niet verdwijnt. Mevrouw Steendam, u heeft daar gelijk in. Momenteel is hernieuwbare energie echt wel de goedkoopste energie. Goedkoper dan bijvoorbeeld kernenergie. De vraag is wie er de baten uithaalt. Persoonlijk ben ik voorstander van het coöperatief model waarbij inwoners, zeker in hun omgeving, moeten kunnen deelnemen aan windenergie zodanig dat de omwonenden kunnen profiteren van goedkopere energie. Dit kan geheel of gedeeltelijk, maar ik denk dat dit een model is dat het draagvlak kan verzekeren.
Tot daar Voorzitter. di 15/04/2025 - 10:39Sinds 1 april is de glasophaling in de zogenaamde containerzone gestopt. In die zone werden 83 locaties uitgekozen om een glasbol te plaatsen. Tijdens de commissie van vorige maand bleek dat, na verschillende klachten, 9 glasbollen reeds verplaatst werden en voor 3 glasbollen moest nog een oplossing worden gezocht.
Hoeveel reacties (mails, berichten, brieven, …) heeft de schepen ondertussen ontvangen over de locatie en/of plaatsing van de glasbollen?
Over hoeveel locaties werden er klachten en/of bezwaren gemeld? Hoe heeft de schepen deze klachten en/of bezwaren - al dan niet - kunnen oplossen?
Werd er een oplossing gevonden voor de 3 glasbollen, waarover sprake tijdens de vorige commissie? Zo ja, de welke?
Wat zijn de eerste reacties sinds de ingebruikname van de glasbollen? Zowel van de buurtbewoners als het IVAGO-personeel? Wat is de eerste evaluatie van het stadsbestuur bij de invoering van de glasbollen in de containerzone?
We ontvingen ondertussen reacties en vragen van 167 individuele burgers (stand van zaken donderdag 10/04).
123 van die reacties zijn te koppelen aan 63 locaties.
44 van die reacties gaan niet over specifieke locaties, maar over het project in het algemeen.
Voor al die 63 locaties werden de klachten, opmerkingen en vragen zorgvuldig bekeken, vaak met plaatsbezoek.
Indien er een goede reden was tot verplaatsing, dan heeft IVAGO het nodige gedaan om zelf op zoek te gaan naar een alternatieve locatie of de voorstellen van de burgers onderzocht. Zoals vorige maand aangegeven, leidde dit waar mogelijk tot verplaatsingen en schrappingen.
IVAGO communiceert steeds duidelijk aan alle vraagstellers waarom een locatie al dan niet kon gewijzigd worden. Alle meldingen worden ook goed geregistreerd in functie van de evaluatie dit najaar.
Specifiek voor de drie locaties waar IVAGO enkele weken terug nog geen oplossing had gevonden, is IVAGO nog steeds op zoek. Die zoektocht is niet altijd gemakkelijk en loopt dus nog. Gezien de start op 1 april, kreeg de uitrol van alle andere locaties prioriteit.
De wekelijkse lediging en wekelijkse opruiming is probleemloos opgestart. De glasbollen worden ook geregeld gebruikt. Tot nu toe zijn er amper meldingen van sluikstort. Wel zijn er enkele meldingen van glasscherven. Deze worden uiteraard opgevolgd en opgeruimd.
Ook de glasbolpeters en -meters nemen een actieve rol op wat betreft het opruimen rond de glasbol. Ondertussen hebben er zich 8 glasbolpeters en –meters aangemeld. IVAGO plant hier ook nog een campagne voor.
Het IVAGO-personeel wordt verder opgeleid in het gebruik van de nieuwe elektrische vrachtwagens en in het manipuleren van de glasbollen met een kraan. De medewerkers zijn tevreden over de werking van de hiervoor aangekochte voertuigen.
ma 14/04/2025 - 22:27Tijdens de vorige commissie werd er ook al dieper ingegaan op de situatie in het S.M.A.K.. In een recente open brief klagen kunstenaars een cultuur van “structurele stilstand” aan in het S.M.A.K., en ze stellen de vraag: “Wie neemt verantwoordelijkheid?”
Deze nieuwe signalen tonen aan dat het vertrouwen in de werking van het S.M.A.K. nog lang niet hersteld is.
Hierover de volgende vragen:
Bij de vorige commissie gaf u aan te werken aan een tussentijdse evaluatie van het actieplan. Zal deze evaluatie publiek gemaakt worden? En wanneer kunnen we deze verwachten?
Wat is de reactie van het stadsbestuur op de open brief van kunstenaars, die spreekt over "structurele stilstand"? Erkent u het bredere probleem van deze structurele stilstand binnen het S.M.A.K.?
Welke bijkomende maatregelen overweegt u, na deze brief, om het vertrouwen van personeel en sector te herstellen?
Beste raadsleden
We behandelden het dossier al uitgebreider bij IR 3. Zoals afgesproken antwoord ik hier nog beknopt op de overige vragen.
Wat betreft de vraag rond de tussentijdse evaluatie
De tussentijdse evaluatie werd besproken op de laatste raad van bestuur van het AGB van 26 maart 2025. De zittingen van de raden van bestuur zijn niet openbaar. Zoals gezegd zijn wel alle fracties daar vertegenwoordigd opgevraagd worden via ‘passieve openbaarheid van bestuur’.
Wat betreft de vraag over de open brief
Ik begrijp sommige van de frustraties die uit deze brief spreken. Net daarom is dit het moment waarop we de situatie echt willen keren. Net daarom heb ik het ook meteen vastgepakt bij mijn start als schepen en voorzitter.
Niet met oppervlakkige, symbolische ingrepen, maar door te werken aan diepgaande hervormingen. Hervormingen die – en ik herhaal – volgens de voltallige raad van bestuur van het AGB de meest aangewezen stappen zijn om een veilige en integere werkomgeving voor alle medewerkers in de bredere cultuursector te garanderen.
De voorbije maanden waren intensief voor iedereen die bij die dossier betrokken is geweest. Het traject is er één dat met enorme toewijding en zorg wordt bewandeld, door al die betrokken partijen. Die toewijding is voor mij een blijk van erkenning van de bezorgdheden van de briefschrijvers.
De brief is geschreven voorafgaand aan mijn communicatie over de bijsturing van het actieplan, maar ik geloof dat die bijsturing tegemoet komt aan vele van hun vragen.
Van bij mijn aanstelling als voorzitter van het AGB sta ik in voortdurend overleg met al die betrokken partijen. Zo ook met de schrijvers van deze brief. Ik heb bij het verschijnen ervan onmiddellijk initiatief genomen om de briefschrijvers uit te nodigen voor een overleg. Dit heeft nog niet plaatsgevonden.
Wat betreft de vraag over de te nemen maatregelen
Bij de behandeling van IR3 kwam dit al aan bod.
wo 16/04/2025 - 11:46Recent heeft de schepen in de pers verklaard open te staan voor het uitbreiden – of een terugkeer – van de Gentse Feesten naar de Oude Beestenmarkt. Daarover zou ook al gesproken zijn in een ‘kernteam’. In het verleden vond Boomtown al plaats op die locatie, maar uiteindelijk verhuisde dit festival naar de Kouter.
De leefbaarheid voor centrumbewoners tijdens de Gentse Feesten-periode is al jaren een belangrijk aandachtspunt. De feestenzone uitbreiden met een extra plein zal niet leiden tot een vermindering van de overlast. Ook de schepen stelde vast dat “de grens van het draagbare stilaan is bereikt” en dat – specifiek voor de Beestenmarkt – de nabijheid van water een bijkomend probleempunt is, aangezien geluid zo extra ver wordt gedragen.
Dank u wel, collega Deene, voor uw vraag.
Op een debat over de Gentse Feesten, georganiseerd door Speakers Corner, werd mij de vraag gesteld hoe ik sta tegenover een programmatie op de Oude Beestenmarkt tijdens de Gentse Feesten. De dekenij aldaar is daar al een tijd vragende partij voor en voert onder meer aan dat de Oude Beestenmarkt ook in de GF-zone ligt. In die zin zou een podium op die locatie zelfs geen uitbreiding van de Gentse Feesten-zone zijn. Maar ook andere, potentiële initiatiefnemers hebben al interesse betoond om daar iets te organiseren, bijvoorbeeld gericht op een specifiek doelgroep zoals jongeren.
Ik heb geantwoord dat ik ervoor open sta om een programmatie op de Oude Beestenmarkt mogelijk te maken. Maar zoals u terecht ook aanhaalt, heb ik ook gezegd dat er rekening moet gehouden worden met de impact op bewoners.
Laat me meteen duidelijk zijn: op dit moment zal er voor de editie van 2025 geen oproep worden gelanceerd voor een nieuwe invulling van de Oude Beestenmarkt tijdens de Gentse Feesten. Dat is de conclusie die we recent hebben getrokken na overleg met mijn kabinet en de betrokken stedelijke diensten. De timing is te krap en de budgetten zijn reeds verdeeld door het vorige college.
We willen ook niet overhaast beslissen, zeker niet op een locatie als de Oude Beestenmarkt, waar de nabijheid van het water inderdaad zorgt voor een verhoogde geluidsverspreiding. We horen positieve klanken van buurtbewoners en horecaondernemers om opnieuw iets te laten plaatsvinden op de Oude Beestenmarkt tijdens de Gentse Feesten, maar tegelijk ook bezorgdheden over het einduur.
De gedachtewisseling over de toekomst van dit plein binnen de Gentse Feesten vindt momenteel plaats binnen het zogeheten kernteam. Dat is een intern overlegorgaan (o.a. Schepen van Plezier, stadsdiensten, kabinet burgemeester, brandweer, politie, wijkregisseur Cetrum) waarin zowel beleidsmatige als praktische elementen worden besproken. Zoals gezegd: een eventuele terugkeer van activiteiten naar de Oude Beestenmarkt vergt meer tijd en grondige afstemming.
Wat het overleg met stakeholders betreft: er zijn inderdaad reeds occasionele contacten geweest met buurtbewoners en horecaondernemers in de omgeving van de Oude Beestenmarkt, vooral via mijn kabinet. Er is op dit moment echter nog geen formeel traject opgestart. Indien er in de toekomst wél beslist zou worden om deze piste verder te onderzoeken, dan is het evident dat overleg met de dekenij, de buurt én andere betrokkenen zoals horeca-uitbaters, politie en hulpdiensten een integraal deel van dat traject zal vormen.
Mocht er dus beslist worden om de Oude Beestenmarkt opnieuw in het Gentse Feestenaanbod op te nemen, dan zal die beslissing voorafgegaan worden door een brede afweging én een formele oproep of aanbesteding, in overleg met de juridische dienst en andere relevante stadsdiensten.
Kortom, ik sta open voor de vraag om op de Oude Beestenmarkt een aanbod te voorzien tijdens de Gentse Feesten, neem signalen van buurtbewoners ernstig en kies voor een doordachte aanpak waarbij leefbaarheid, veiligheid én kwaliteit voorop blijven staan.
di 15/04/2025 - 10:07
In de vorige legislatuur werd beslist dat men ook buiten de openingsuren terecht kan in de bib aan de Watersportbaan en de bib in Drongen. De toenmalige schepen communiceerde toen dat het systeem van een onbemande bib verder zal uitgerold worden naar andere Gentse wijkbibliotheken.
Daarom mijn vragen aan de schepen:
-Strookt de visie van de toenmalige schepen met uw visie?
-Indien wel: wanneer kunnen we een uitrol verwachten? En over welke andere bibliotheken zal dit dan concreet gaan?
Zoals al aangegeven in mijn antwoorden bij IR 1 is het belangrijk om de drempels naar onze bibliotheken zo laag mogelijk te houden.
De onbemande bib – of zoals wij het noemen: de Plus-Bib – is één van de instrumenten. Het geeft mensen de kans om ook op sluitingsdagen, ‘s avonds tot 22u of op zondagen materiaal te gaan ontlenen. Deze dienstverlening gaat uit van vertrouwen in de burger en verkleint de kloof tussen burger en Stad.
De piloten in de Watersportbaan en Drongen mogen we voorlopig als een succes beschouwen. Het lijkt er tot op heden op dat de dienstverlening aansluit bij reële noden.
In september 2024 stelde uw fractie daar nog een vraag over op het vragenuurtje van de gemeenteraad. Om te duiden geef ik u graag een aantal actuele cijfers en vaststellingen mee die interessant zijn om mee te nemen in de ontwikkeling van ons beleid:
Ondertussen blijkt een derde van de leden zich geregistreerd te hebben voor de plus-bibs in Drongen en de Watersportbaan, waarvan de grote meerderheid (56-80%) ook effectief gebruik maakt van het systeem, en dat vooral tijdens het weekend.
Daarmee doen we iets beter dan de rest van Vlaanderen: ongeveer een kwart van de Vlaamse leners maakt gebruik van de onbemande dienstverlening waar die aangeboden wordt.
Naargelang het concept zien Vlaamse bibliotheken ook een evenredige stijging van het gebruik en aantal uitleningen. En dat zien we ook in Gent! 11% van de mensen die zich registreerden voor de plusbib maakte zich speciaal lid van de bib om van het systeem gebruik te kunnen maken.
Met andere woorden: er wordt meer gelezen waar het plus-systeem beschikbaar is!
Anderzijds stellen we vast dat – in tegenstelling tot wat doet vermoeden – de Plus-Bib bijkomende personeelscapaciteit vergt. Zeker tijdens de opstartfase, waar mensen moeten geregistreerd en begeleid worden. Maar het vraagt ook een andere handling van materiaal.
Het is in deze operationele zaken dat zich dus de grootste knelpunten bevinden. Van vandalisme, bijvoorbeeld, is nog geen sprake geweest.
Maar een conclusie betreffende de verdere uitrol van de Plus-Bib kunnen we vandaag nog niet trekken.
Ik vraag aan de dienst een grondige actuele evaluatie op van de plusbibs in Drongen en de Watersportbaan. Parallel brengen we de voorwaarden om het systeem verder uit te rollen beter in kaart. Ik heb het dan over de extra personeelscapaciteit die daarvoor nodig is, alsook de werkingsmiddelen om de processen te automatiseren en te stroomlijnen. U zult begrijpen dat de opmaak van ons nieuw meerjarenplan ook hierin een belangrijke stap is.
wo 16/04/2025 - 11:50In het vragenuurtje van maart vroeg ik de schepen of men ging intekenen op het Europe Street Art-project.
De schepen dacht toen foutief dat de inschrijvingsperiode reeds voorbij was.
Daarop overhandigde ik de schepen de correcte data en de mededeling dat we met veel enthousiasme mee dit project willen ondersteunen.
De schepen liet weten dat Gent een rijke street art-geschiedenis heeft en er graag verder op inzet.
Ze ging de info aan de diensten bezorgen voor verder onderzoek.
Daarom mijn vragen aan de schepen:
-Wat was het resultaat van het verder onderzoek van de diensten?
-Heeft de schepen ingetekend op het project?
-Hoe beoogt de schepen verder in te zetten op de rijke street art-geschiedenis die de stad reeds kent?
Beste raadslid,
Zoals beloofd heb ik uw opmerking bezorgd aan onze cultuurdienst.
Voor alle duidelijkheid: Het Europe Street Art-programma waarnaar u verwijst is een project van de Europese commissie dat er was in voorbereiding van en gedurende het Belgische voorzitterschap in aanloop van de Europese verkiezing van juni 2024. Daar hebben we het in het vragenuurtje van de vorige gemeenteraad inderdaad over gehad.
Stad Gent had in de eerste ronde de vraag gekregen muren kandidaat te stellen. Wij hebben nog geen vraag binnen nu, maar we laten graag weten dat we kandidaat zijn. Dat kan inderdaad nog tot juni 2025.
Nieuw Gent zou bijvoorbeeld een optie kunnen zijn. We willen daar werken rond sluikstorten en Street Art kan een middel zijn om het thema in de kijker te zetten en aanleiding te geven tot gesprek.
Dat zou ik heel mooi vinden. Maar tegelijk moet ik het enthousiasme toch al wat temperen: wij hebben al een zeer rijke geschiedenis wat Street Art betreft. Het is niet evident om zomaar muren (vaak private muren) uit onze hoed te toveren. Dat vraagt wel wat onderzoek en overleg. Overleg met eigenaars die omwille van privacyredenen uiteraard niet zo makkelijk te bereiken zijn.
Wij werken momenteel aan een toekomstvisie rond streetart en het is zeker de intentie om hier verder op in te zetten. Wij doen dit in samenspraak met de sector. Een eerste workshop heeft al plaatsgevonden.
Dit jaar staan alvast volgende projecten op het programma:
Een muurschildering op het Vorkplein |
|
Een muurschildering in de Pioenstraat |
|
En een muurschildering in de Flamingostraat |
|
|
|
Ik kijk samen met u uit naar al die werken die onze stad verder zullen verfraaien.
wo 16/04/2025 - 11:51Poezenboot Caprice moet door een verplichte verhuis tijdelijk haar werkzaamheden staken. Er is volgens het kabinet van Vlaams minister Ben Weyts immers een nieuwe vergunning nodig. Volgens de Poezenboot zouden er vier maanden lang geen nieuwe dieren meer mogen opgevangen worden, en dat net in de zomerperiode, waarin het altijd veel drukker is.
Dit roept enkele belangrijke vragen op.
1. Welke stappen zal de Stad ondernemen om de Poezenboot te assisteren bij de geplande verhuis naar de nieuwe locatie aan het Blauw Brugje in Mariakerke?
2. Zijn er maatregelen voorzien om de continuïteit van de opvang en zorg voor de zwerfkatten te garanderen tijdens de overgangsperiode, zodat de werking kan verdergaan?
3. Welke specifieke vergunningen zijn voorzien voor de nieuwe ligplaats, en hoe kan de stad faciliteren dat deze procedures vlot en tijdig verlopen?
4. Hoe verloopt de communicatie en samenwerking tussen de Stad Gent en het kabinet van minister Weyts omtrent deze kwestie? Welke stappen worden ondernomen om tot een oplossing te komen?
5. Zijn er cijfers bekend over het aantal zwerfkatten in Gent? Wat zal de impact zijn van de tijdelijke sluiting op het welzijn van de zwerfkatten in Gent? Worden er alternatieven overwogen om deze impact tot een minimum te herleiden?
6. Is er enige financiële of logistieke steun voorzien vanuit de stad voor de Poezenboot om de verhuis en eventuele tijdelijke opvang elders te faciliteren?
Geachte Mevr. Bonte,
In 2018 hebben Stad Gent en waterwegbeheerder De Vlaamse Waterweg een gemeenschappelijk gedragen visienota ‘Water in de Stad Gent’ opgemaakt (zie alle info op volgende webpagina: Project water in de stad Gent | Stad Gent ). Hierbij werd ook een aanmeerkaart uitgewerkt. T.h.v. de zone aan Nieuwevaart wordt in de toekomst een aanmeerplaats voorzien voor buurtbewoners, om die reden werd voorzien om bestaande boten te verplaatsen, zo ook de Poezenboot.
Bij opmaak van visienota hebben Stad Gent en DVW beslist om (woon)boten die moeten verplaatst worden niet financieel te vergoeden, maar hen wel voldoende tijd te geven om verhuis mogelijk te maken (gekoppeld aan tijdsduur van lopende concessies). De Poezenboot wordt wel begeleid door DVW bij de verhuis naar de nieuwe locatie aan het Blauw Brugje in Mariakerke, zoals bij de opmaak van de nodige concessies die ondertussen in orde zijn. Dienst burgerzaken van stad Gent kende volgende huisnummers toe: Gérard Willemotlaan 144 voor Caprice, en Gérard Willemotlaan 145 voor Casa Libre.
Naast die concessie moet de poezenboot een vergunning hebben voor uitbating op het nieuw adres aanvragen bij de Vlaamse Regering. De eigenares van de poezenboot vreest nu dat een nieuwe vergunningsprocedure de continuïteit van haar werking zal ondermijnen. Samen met haar stellen we ons de vraag of een nieuwe vergunningsaanvraag noodzakelijk is aangezien de wijziging van ligplaats van deze boot o.i. geen wijziging van de inrichting inhoudt. Vanuit het kabinet hebben we daarom een schrijven gericht aan minister Weyts om aan te dringen op een pragmatische en snelle oplossing voor deze erkenning waarbij de continuïteit van de poezenopvang gegarandeerd kan blijven. Maar in het laatste contact waar ik zicht op heb blijft de minister stellen dat er een nieuwe vergunning moet gevraagd worden.
Ik geef ook graag nog mee dat de Poezenboot geen officiële opdracht heeft binnen het Gentse zwerfkattenbeleid. Voor de uitvoering van dit beleid ging de stad Gent samenwerkingsovereenkomsten aan met vzw Kat zoekt Thuis, de faculteit dierengeneeskunde UGent en het dierenasiel Gent. De Poezenboot is wel een erkende Gentse dierenvereniging en een waardevolle partner voor de stad bij de opvang en zorg voor zwerfkatten. Binnen het goedgekeurde zwerfkattenbeleid kunnen gevangen en vervolgens gesteriliseerde of gecastreerde katten steeds op de vangstlocatie teruggezet worden. Enkel socialiseerbare katten en kittens kunnen worden opgenomen in de asielwerking van de Gentse partners, maar dit is niet verplicht of noodzakelijk. Veel Gentenaars kennen echter de weg naar de Poezenboot en brengen er gevonden zwervende katten binnen voor verdere opvang. Het tijdelijk stopzetten van de werking van de Poezenboot zou betekenen dat deze mensen naar alternatieve opvanglocaties moeten gaan zoals het Dierenasiel Gent of vzw Kat zoekt thuis.
Er zijn geen cijfers over het aantal zwerfkatten in Gent. De stad beschikt enkel over cijfers van het aantal meldingen en/of gevangen katten in kader van het zwerfkattenbeleid. Ik begrijp van de diensten dat aangezien zowel het meldingssysteem als het afvangen de afgelopen jaren gewijzigd is, is het onmogelijk om deze cijfers met elkaar te vergelijken en hierin een trend te bepalen.
di 15/04/2025 - 17:56Na een recente schriftelijke vraag blijkt dat de Stad Gent geen nieuwe plannen wil uitrollen om de duivenplaag onder controle te krijgen. Ook diervriendelijke alternatieven worden geweigerd.
Graag wens ik nog de volgende vragen beantwoord aub.
Collega Naeyaert,
Vooreerst, ik sta open voor alternatieven, evaluaties en nieuwe inzichten.
De werkwijze voor duivenvangoperaties werd in 2024 inderdaad aangepast in overleg met uitvoerder RATO vzw, maar de budgetten werden niet teruggeschroefd. Waar er tot en met 2023 een vangstactie werd georganiseerd bij elke overlastmelding, wordt er sinds 2024 meer gericht gewerkt op het oplossen van de duivenoverlast op probleemlocaties. Hierbij wordt eerst de oorzaak van het probleem onderzocht en getracht dit op te lossen in samenwerking met de gemeenschapswacht en andere actoren (vb Ivago). Zonder aanpak van de oorzaak hebben vangstacties slechts een tijdelijk effect. Deze nieuwe aanpak resulteert in minder maar meer kwalitatieve en zinvollere vangoperaties.
RATO vzw is een verzelfstandigde tak van de Provincie Oost-vlaanderen die zich inzet voor het beheer van ratten en overlastsoorten in de provincie Oost-Vlaanderen. RATO vzw werkt voor provincies en gemeenten via veldwerk, maar ook via adviesverlening en de uitwisseling van expertise. Als stadsbestuur vertrouwen we dan ook op hun expertise.
Binnen de stad Gent is er geen groter stadsbreed duivenprobleem dan in andere steden. We zien echter wel probleem locaties die in de meeste gevallen terug te voeren zijn naar een voerderproblematiek of een structurele oorzaak hebben. Verder inzetten op het voerderverbod in combinatie van actieve vangacties op die specifieke overlastlocaties blijft voor Gent de meest duurzame manier. De dalende trend in gevangen duiven illustreert dit.
De Groendienst zal andere lokale besturen, waaronder Leuven, Zele, Kortrijk, Antwerpen en Aalst, contacteren om te informeren rond hun methodiek voor schattingen en tellingen en de toegepaste methodiek voor controle van duivenoverlast. Indien uit deze benchmark methodieken naar voor komen die betere en duurzame resultaten geven dan de huidige aanpak dan zal de aanpak herbekeken worden binnen de beschikbare budgettaire ruimte.
Zoals reeds verschillende keren aangegeven zijn we geen voorstander van de duivenpil omwille van:
○ Het tijdelijke effect - daar zijn ook studies over van bv. het instituut Natuur & Bosonderzoek (zie ook:: Huysentruyt, F., & Casaer, J. (2017). Advies over de bestrijding van duiven langs bruggen. (Adviezen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek; Nr. INBO.A.3572).
○ De voorbeeldfunctie van de stad inzake het voederverbod: het kan voor bewoners verwarrend en tegenstrijdig overkomen dat zij niet mogen voederen wanneer ze dit de stad wél actief zien doen.
○ Onvoldoende onderzoek naar effect op andere dieren, zowel de dieren die ook de duivenpil zouden kunnen eten, als de natuurlijke tegenstanders van de duif die via het eten van de duif ook het effect van de duivenpil zouden ondervinden.
Wat de slechtvalken betreft is de aanwezigheid van slechtvalkkoppels geen beslissing van het stadsbestuur; de roofvogels kozen Gent zelf uit als broedplek. Op basis van gesprekken met vogelexperten van Natuurpunt, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Fonds voor instandhouding van roofvogels concludeert onze Groendienst we dat we wellicht aan de maximale dichtheid voor slechtvalkkoppels in Gent zitten.
Het bijplaatsen van nestkasten voor andere roofvogelsoorten moet vanuit een natuurlijk standpunt bekeken worden. Slechtvalken zijn vogels die van nature op rotswanden broeden. In een stedelijke omgeving vinden ze een surrogaathabitat op grote gebouwen en kunnen nestkasten helpen om ze een broedplek te geven. Torenvalken kunnen ook nog wel eens broeden in nestkasten, maar die jagen niet op (stads)duiven. Andere inheemse dagroofvogels hebben in onze bebouwde stedelijke omgeving geen surrogaathabitat gevonden en zijn afhankelijk van hun natuurlijk habitat om te broeden zoals bossen (buizerd, havik, …). Enkel de Oehoe is een potentiële predator van de stadsduif maar tot op heden broedt deze niet in (de buurt van) Gent. Bijgevolg zal het bijplaatsen van nestkasten voor andere roofvogelsoorten geen impact hebben op de duivenpopulatie in Gent.
Uit het antwoord op een schriftelijke vraag blijkt dat het aantal meldingen van ratten in Gent in stijgende lijn zit. In 2020-2023 gebeurden die meldingen telefonisch en zien we een stijging van 530 in 2020 naar 1086 in 2023 (2021: 872; 2022: 738). Vanaf december 2023 wordt gewerkt met een online meldingsformulier. In de periode eind 2023 tot het eerste kwartaal 2024 – een goed jaar dus – waren er 2422. Afgezet tegenover 2023, wanneer er tot dan al de meeste meldingen waren, is dit dus quasi een verdubbeling. Onduidelijk is of het toegenomen aantal meldingen de reflectie is van een daadwerkelijk groter aantal ratten of van een grotere bekendheid en/of gebruik van de meldingsmogelijkheden.
Beste collega Cammaert,
Bedankt voor uw vraag. Dat geeft me kans de doorgegeven cijfers recht te zetten. Want de doorgegeven cijfers waarnaast u verwijst blijken bij nader onderzoek foutief te zijn doorgegeven. De vermelde 2422 meldingen waarvan sprake sinds de start van het nieuwe aanmeldsysteem in Gent (maart 2024 - maart 2025) gaan zowel over ratten én muizen. Voor de volledigheid, dit gaat over één jaar, van maart tot maart. Waarvan 1.186 van deze meldingen gingen over ratten. Vervelend te moeten corrigeren, maar gelukkig wel in positieve zin. Al is in de ogen van velen nog altijd 1.186 te teveel, maar gelukkig niet het hoge aantal, zoals doorgegeven. Mijn excuses voor die technische fout.
Desalniettemin is de 1186 technisch gezien een stijging, maar gelukkig wel logisch te verklaren door 2 zaken:
Rato vzw houdt jaarlijks zijn regionaal comité met alle steden en gemeenten die op hun werking zijn aangesloten. Daaruit blijkt dat het aantal meldingen voor Gent in lijn ligt met andere lokale overheden zoals Aalst. Gent scoort hier goed tot gemiddeld met 6-8 meldingen per 1000 inwoners; dit is vergelijkbaar met heel wat andere gemeenten in Oost-Vlaanderen (hoewel zij niet te kampen hebben met de stedelijke context van Gent).
Zie kaartje: