Terug
Gepubliceerd op 16/04/2025

2025_MV_00304 - Mondelinge vraag van raadslid Johan Deckmyn: Windmolens

commissie vrije tijd, openbaar groen, openbare netheid en klimaat (VOGOK)
ma 14/04/2025 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: ma 14/04/2025 - 23:29
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Stephanie D'Hose, Fractievoorzitter Voor Gent; Bruno Matthys; Sami Souguir; Sven Taeldeman; Karlijn Deene; Bert Misplon, Fractievoorzitter Groen; Ronny Rysermans; Frederik Sioen; Gaëlle De Smet; Sarah Van Acker; Bob Cammaert; Stefaan De Winter; Julie Steendam; Simon Smagghe; Barbara Bonte; Jonas Naeyaert, Fractievoorzitter Vlaams Belang; Johan Deckmyn; Filip Watteeuw; Sofie Bracke; Bram Van Braeckevelt; Astrid De Bruycker; Joris Vandenbroucke; Sherley Blomme; Matthias Demol, Fractie VoorGent; Eduard Delputte, fractie CD&V; Alain Neels, IVAGO; Peter  Meirsschaut, kabinet Bracke; Caroline Van Peteghem, fractie Groen; Cedric  Van De Velde, fractie CD&V; Nele Knockaert, Politiezone Gent; Els  Mechant, Groendienst; Charlot Versteele, Politie Gent; Febe Van de Veire, afdeling stedelijke ontwikkeling; Valentine Van den Boogaerde, kabinet burgemeester; Stefan Vanbroeckhoven, Departement Stedelijke Ontwikkeling; An Heyerick, Kabinet Van Braeckevelt; Lieselotte Van Hoecke, kabinet De Bruycker; Veronique Vandenberghe, Departement Stedelijke Ontwikkeling; Kim Geenens, dienst Preventie en Veiligheid; Sabine  Van Belle, kabinet Watteeuw; Arnout Verstraete, fractiemedewerker NVA

Afwezig

Liesbet De Weder; Jenna Boeve; Freya Van den Bossche; Veli Yüksel; Sophie Vanonckelen; Laura Schuyesmans; Gert Robert; Els Roegiers; Isabelle Heyndrickx, Fractievoorzitter CD&V; Filip Van Laecke; Tom De Meester, Fractievoorzitter PVDA; Yüksel Kalaz; Tom Van Dyck; Anneleen Schelstraete; Maarten De Grauw; Emmanuelle Mussche; Bart Tembuyser; Jeroen Paeleman

Secretaris

Sherley Blomme

Voorzitter

Bruno Matthys
2025_MV_00304 - Mondelinge vraag van raadslid Johan Deckmyn: Windmolens 2025_MV_00304 - Mondelinge vraag van raadslid Johan Deckmyn: Windmolens

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Volgens recente berichtgeving en vragen van collega Deckmyn in het parlement, blijkt dat er in Gent vier nieuwe aanvragen zijn ingediend door Engie en Katoen Natie om vier windmolens te bouwen met een tiphoogte van maximaal 266 meter.

Eerdere ervaringen tonen aan dat windmolens – zeker wanneer ze dicht bij woningen worden geplaatst – overlast kunnen veroorzaken, variërend van geluidsoverlast tot hinderlijke slagschaduw.

In dit geval gaat het om zogenaamde ‘superwindmolens’, wat de impact voor omwonenden alleen maar groter maakt. In ons land ontbreekt voorlopig een duidelijke regelgeving over de minimale afstand tussen windmolens en bewoonde woningen. Volgens de huidige aanvragen zouden sommige woningen zich op amper 300 meter van de geplande turbines bevinden.

Volgens verschillende bronnen kunnen deze windmolens veel slagschaduw veroorzaken: afhankelijk van de stand van de zon en wind gemakkelijk tot wel vijf keer de tiphoogte. In het geval van deze windmolens betekent dat een potentiële slagschaduwafstand van 1,3 kilometer. Ook de geluidshinder kan tot zover te horen zijn. Dat betekent veel verstoring voor een grote groep omwonenden.

Daarom mijn vragen:

Indiener(s)

Johan Deckmyn

Gericht aan

Filip Watteeuw

Tijdstip van indienen

ma 07/04/2025 - 09:49

Toelichting

  1.  Kan de schepen hier toelichten waar exact deze turbines precies gepland of aangevraagd zijn?
  2.  Werd er al voorafgaand overleg gepleegd met omwonenden of wijkraden over deze aanvragen? Zo ja, wat waren de bezorgdheden?
  3.  Wat is de houding van de schepen ten opzichte van het feit dat sommige woningen zich op amper 300 meter van de geplande turbines zouden bevinden?
  4. Wordt er nog een onafhankelijke studie voorzien om de mogelijke overlast van geluid, slagschaduw en visuele impact te meten voor deze locaties?
  5. Welke rol speelt de stad in de beoordeling van deze aanvragen, en welke inspraak heeft het stadsbestuur binnen de vergunningsprocedure?

Bespreking

Antwoord

Collega Deckmyn,

Het is inderdaad zo dat collega Steendam quasi identiek dezelfde vragen heeft gesteld in de commissie van 10 maart. Ik heb die vragen toen al beantwoord. Ik heb geen nieuwe elementen meer, maar ik ga het antwoord speciaal voor u nog eens hernemen.

De aanvraag betreft windturbines op de terreinen van Engie en Katoen Natie, gelegen in de Gentse kanaalzone. De exacte locaties situeren zich in een industriële omgeving en zijn vermeld in het MER en in de omgevingsvergunningsaanvraag.

Er zijn al infosessies georganiseerd door onze diensten, zowel in het kader van eerdere aanvragen als in het kader van deze aanvraag. De Stad heeft voor dit dossier een grotere perimeter gehanteerd om bewoners aan te schrijven dan gewoonlijk. Tijdens deze infosessies konden omwonenden hun bezorgdheden kenbaar maken. De belangrijkste bekommernissen, en dit is wat klassiek, waren inderdaad de geluidshinder, de slagschaduw, en de beperkte afstand tot de woningen.

Als Stad nemen wij de bezorgdheden over de nabijheid van windturbines zeer ernstig. De Stad heeft in haar advies aan Vlaanderen uitdrukkelijk bijkomende voorwaarden gevraagd om de leefkwaliteit voor omwonenden te verzekeren. Wij eisen als Stad dat, binnen de zes maanden na de opstart van de turbines, een onafhankelijke controlemeting wordt uitgevoerd op het geluidsniveau, inclusief immissiemetingen bij de meest kritische woningen. Deze metingen moeten uitgevoerd worden door een erkend geluidsdeskundige in overleg met de vergunningverlenende overheid.


Belangrijk om te zeggen meneer Deckmyn is dat de Stad Gent niet de bevoegdheid heeft om de vergunning toe te kennen, dat is een bevoegdheid van de Vlaamse overheid. Wij geven enkel advies.
In ons advies hebben wij verschillende duidelijke voorwaarden opgenomen, waaronder:

  • Gebrideerde geluidsnormen, met strengere normen 's avonds, 's nachts en in het weekend.
  • Het gebruik van antireflecterende materialen op de turbines om de visuele hinder te beperken.
  • De oprichting van een meldpunt waar bewoners klachten kunnen indienen.
  • Een verplichte infomarkt voor omwonenden na de vergunningverlening. Dus men moet het blijven opvolgen.
  • De opmaak van opvolgingsrapporten over slagschaduw, stilstanden en genomen maatregelen.
  • De strikte naleving van adviezen van externe adviesinstanties.

We hopen vooral dat de Vlaamse overheid ons pakket aan voorwaarden integraal overneemt in haar beslissing. De Stad blijft ook na vergunningverlening het proces kritisch opvolgen. 

Zoals ik in de vorige commissie heb toegelicht, kregen de fysieke infosessies veel waardering van de omwonenden. We blijven luisteren naar hun bekommernissen en nemen onze rol als bewaker van de leefbaarheid ernstig op. De mensen hebben het gewaardeerd dat de Stad dit zelf heeft georganiseerd.

Misschien nog aangeven dat de ambitie van het klimaatplan 2020-2025 was om het aandeel van de lokaal geproduceerde hernieuwbare energie op te drijven. Vandaag blijkt dat het geïnstalleerd vermogen in Gent aan zonne-energie op vijf jaar tijd verdubbeld is. Vijf jaar geleden hadden we een geïnstalleerd vermogen van 186,9 MW. Nu is dat al 375,1 MW. Dus zowel zonne-energie als windenergie stegen sterk. We zijn daarmee de beste leerling van Vlaanderen. De lokaal geproduceerde hernieuwbare energie bedient al één derde van de huishoudens. Zo halen we de doelstellingen uit het klimaatplan 2020-2025. We moeten daar verder op inzetten en we moeten ervoor zorgen dat het draagvlak niet verdwijnt. Mevrouw Steendam, u heeft daar gelijk in. Momenteel is hernieuwbare energie echt wel de goedkoopste energie. Goedkoper dan bijvoorbeeld kernenergie. De vraag is wie er de baten uithaalt. Persoonlijk ben ik voorstander van het coöperatief model waarbij inwoners, zeker in hun omgeving, moeten kunnen deelnemen aan windenergie zodanig dat de omwonenden kunnen profiteren van goedkopere energie. Dit kan geheel of gedeeltelijk, maar ik denk dat dit een model is dat het draagvlak kan verzekeren. 

Tot daar Voorzitter.
di 15/04/2025 - 10:39